Andjenie Bhaggoe 302212 & Wandana Nejal 306188



Dovnload 255.18 Kb.
Pagina9/11
Datum20.08.2016
Grootte255.18 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11

5.4 Theorie op de proef


Ter afsluiting van ons onderzoek worden de theorieën van de voorgaande hoofdstukken op de proef gesteld. Zijn deze theorieën ook van toepassing geweest bij de fusie tussen Arcelor en Mittal? We zullen allereerst kijken naar de motieven die er bespoken zijn en of deze een rol hebben gespeeld bij de fusie. Tot slot zullen we kijken of de empirische resultaten overeenkomen.

5.4.1 Motieven


In tabel drie staat aangegeven of de motieven uit de voorgaande hoofdstukken een rol hebben gespeeld bij de fusie tussen Arcelor en Mittel. Wij zullen deze hieronder kort bespreken.

Tabel 3: Motieven


Motieven

ArcelorMittal

Fusies en overnames

 

Schaalvoordelen en economies of scope

+

Monopolistische positie

+

Functionele krachten

-

Diversificatie

-

Overmatige cash

-

Hefboomeffect

-

Karakteristieken

+

Manager self- interest

-

 

 

Internationalisatie

 

Groei

+

Productiviteit

+

Clusters

-

Onderzoeksintensiteit

+

Concurrentie niveau

+

Onzekerheid en risico

+

Tastbaarheid van producten

+

 

 

Cross Border fusies en overnames

 

Technologische ontwikkeling en management know how

+

Marktimperfecties

-

Belasting en accounting voordelen

-

Verandering in de wisselkoers

+

Synergievoordelen

+

 

 

*(+) = wel als motief gebruikt, (-)= niet als motief gebruikt
Nationale fusies en overnames

Bij de nationale F&O’s hebben wij acht motieven besproken. Hiervan zijn drie motieven te plaatsen bij de fusie tussen Arcelor en Mittal. Deze motieven zijn het behalen van schaalvoordelen, het verkrijgen van een monopolistische positie en de vergelijkbare karakteristieken. Doordat de onderneming na de fusie groter is kunnen er schaalvoordelen behaald worden. En aangezien de twee grootste staalhandelaren hun krachten hebben gebundeld, kun je ook stellen dat het verkrijgen van monopolistische positie een rol heeft gespeeld. Ook de vergelijkbare karakteristieken zouden een motief kunnen zijn geweest, omdat Arcelor en Mittal uit dezelfde industrie komen. Diversificatie wordt hierdoor als motief uitgesloten. Er was geen sprake van overmatig cash, functionele krachten, een hefboomeffect of manager self-interest.


Internationalisatie

Bij internationalisering hebben wij zeven motieven besproken, waarvan er zes een rol hebben gespeeld bij fusie tussen Arcelor en Mittal. Door de fusie kan de gecombineerde onderneming beschikken over een grotere afzetmarkt hierdoor is groei een motief. Ook kan er meer onderzoek gedaan worden, wat kan resulteren in een betere concurrentie positie en een vermindering in onzekerheid en risico. Het zijn bovendien tastbare producten, dus makkelijk verhandelbaar over de grens. Daarnaast waren beide ondernemingen voorheen al productief, waardoor de waarschijnlijkheid dat ze verder zullen internationaliseren groot is. Er is geen sprake van clusters dus kan dit ook niet als motief aangehaald worden.


Cross border fusies en overnames

In dit hoofdstuk hebben wij vijf motieven besproken. Hiervan gaan er drie op bij de fusie tussen Arcelor en Mittal. Omdat de onderneming groot is, kunnen wederom de krachten gebundeld worden om nog meer technologische ontwikkeling te bewerkstelligen. Belastingvoordelen zijn er niet, omdat beide ondernemingen geen verliezen hebben geleden en compensatie dus niet mogelijk is.



De economische omstandigheden waren ten tijde van de fusie normaal, waardoor marktimperfecties geen rol hebben gespeeld. Door de kredietcrisis is de euro geapprecieerd ten opzicht van de dollar. Dit zou dus een motief kunnen zijn. Tot slot heb je de synergievoordelen. Dit zal het belangrijkste motief zijn geweest, omdat de meeste van de voorgaande motieven hiermee samenhangen.

5.4.3 Empirie


In tabel vier staat aangegeven wat voor invloed (positief of negatief) de factoren hebben op de fusie.

Tabel 4 : Empirie


Empirie

ArcelorMittal

Cross Border fusies en overnames

 

lange termijn waarde creatie

+

korte termijn waarde creatie

-

culturele aspecten ( op lange termijn)

+

culturele aspecten (op korte termijn)

-

grootte en prestatie

+

wijze van betaling

+/-

Industie

+

Corporate governance structuur en premie

-

Accounting standaarden

-

*(+) = kans op succes,(-)=kans op mislukking, (+/-) = geen invloed
Uit de empirie volgt dat bij cross border F&O’s, de culturele verschillen op de lange termijn, de grootte en prestatie en de industrie een positief effect hebben, op het waarde creërend proces bij een F&O en dat de culturele verschillen op de korte termijn, de verschillen in de corporate governance structuur en de accountingstandaarden een negatief effect hebben op dit proces. Aan de hand van onze analyse van de financiële verslaggeving, hebben wij op de korte termijn geen waarde creatie gevonden. Aangezien Arcelor en Mittal beide grootte, goed presterende ondernemingen zijn, die in dezelfde industrie opereren, verwachten wij dat deze factoren op de lange termijn wel tot waardecreatie zullen leiden. De culturele acpecten op de korte termijn, de verschillen in de corporate governance structuur en in de accounting standaarden, hebben volgens ons een negatief effect gehad op het korte termijn resultaat van de fusie.




1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina