Annemieke Wijma



Dovnload 21.77 Kb.
Datum24.08.2016
Grootte21.77 Kb.
Engels in de onderbouw op een montessorischool: mode of must?

Annemieke Wijma

Meertaligheid bij jonge kinderen heeft verschillende voordelen; communicatie in een andere taal, een breder wereldbeeld en het begin van een basis in de hersenen voor het aanleren van vreemde talen. Op een aantal scholen in Nederland waaronder ook enkele montessorischolen, wordt al Engels in de onderbouw gegeven. Een aantal voor- en tegenargumenten hiervan komt in dit artikel aan de orde.


‘One, two, three, go!’ En daarna: ‘Mam, we komen zo!’ klonk het op het strand deze zomer. Op vakantie kwam ik ze weer tegen; jonge kinderen die moeiteloos switchen van de ene naar de andere taal. Om jaloers op te worden. Dat wil iedereen wel voor zijn kind...

De reden dat sommige kinderen dat kunnen, is vaak dat ze tweetalig worden opgevoed. Hun natuurlijke omgeving zet hen dus aan tot het ontwikkelen van die twee-, of zelfs meertaligheid. Tegenwoordig zijn er ook steeds meer basisscholen die inspelen op de taalgevoeligheid van jonge kinderen en die al in de onderbouw beginnen met het aanbieden van Engels. Volgens een telling van Het Nederlands Dagblad is het aantal basisscholen dat in de onderbouw een vreemde taal aanbiedt, gestegen van 35 in 2003 naar 121 in 2008. Op de meeste scholen is dat Engels, maar sommige scholen in Limburg geven Duits of Fransi.

Zelf kwam ik al op vrij jonge leeftijd met de Engelse taal in aanraking en heb ik daar ik regelmatig profijt van gehad. Momenteel werk ik in de onderbouw op een montessorischool, waar ik de taalgevoeligheid van kleuters van dichtbij meemaak. De combinatie van beide ervaringen was voor mij reden om bij mijn afstudeerpaper voor de montessori omscholing nader onderzoek te doen naar de voor- en nadelen van Engels in de onderbouw op een montessorischool. Deze afstudeerpaper vormt de basis van dit artikel.
Taal als vredestichter

Maria Montessori begon haar onderwijs onder meer met als achterliggende gedachte het bevorderen van wereldvrede. In 1949 schrijft zij in ‘Aan de basis van het leven (de absorberende geest)’: ‘Heden, nu wij de wereld verscheurd zien, worden hier en daar plannen voorgedragen voor toekomstige wederopbouw. Eén van de middelen, die men hiertoe op het oog heeft is: opvoeding.’

Eén van de voordelen van het spreken van vreemde talen - andere talen dan de moedertaal - is dan ook dat het een bijdrage kan leveren aan een beter begrip voor andere culturen. Zo kan het spreken van meerdere talen nuttig zijn in de communicatie met anderstaligen, wat kan bijdragen aan wat Montessori noemt: een ‘vredesopvoeding’.ii Door een vreemde taal te leren komt een andere cultuur bovendien een stapje dichterbij en ontstaat er bij kinderen een breder wereldbeeld, stelt Tracy Tokuhama in haar boek ‘Raising Multilingual children & foreign language acquisition and children’.iii

Ook is het een voordeel om het absorberend vermogen van de jonge kinderhersenen te gebruiken om het kind een eerste aanzet te geven tot het leren van bijvoorbeeld Engels. Deze basis wordt gelegd in de hersenen en daarop kan later teruggegrepen worden. Bij kinderen in de onderbouwleeftijd ontstaan namelijk verbindingen in de hersenen waar het kind later op terug kan vallen wanneer het zelf de vreemde taal gaat spreken. Zij vertonen zogenaamde ‘overlappende corticale hersenactiviteit’ voor beide talen, waardoor zij een natuurlijke voorsprong hebben.iv Door van deze voorsprong gebruik te maken geef je het kind iets extra’s mee voor de rest van zijn leven en dat is waardevol in deze tijd. Want op universiteiten worden colleges al regelmatig in het Engels gegeven, en voor werk, studie en reizen is het spreken van het Engels ook onontbeerlijk.

Maria Montessori zei over het leren van taal: ‘De taal kan ingewikkeld zijn, met veel uitzonderingen op de regels, toch leert het absorberende kind dit alles. Slechts het kind kan het taalmechanisme vormen, hij kan zelfs elk aantal talen uitstekend spreken als die in zijn omgeving gesproken worden’.v Een kind heeft de capaciteiten dus in zich, het is aan de volwassenen om hem een omgeving te bieden waarin het zijn capaciteiten een kans kan geven.
De Nederlandse situatie en de Europese visie

Ruim honderd basisscholen in Nederland zien het nut van het leren van Engels in de onderbouw in en zijn ermee begonnen. Hiermee geven deze scholen gehoor aan een besluit van de Europese Commissie uit 2002, dat stelt dat alle Europese kinderen zo vroeg mogelijk twee talen aangeboden moeten krijgen. Een voorbeeld hiervan is het ‘Early Bird’-project. Dit is in 2003 in Rotterdam opgezet,door het Bestuur Openbaar Onderwijs Rotterdam. Hieraan doet ook een aantal montessorischolen mee. Een paar uur per week worden in de onderbouw van het basisonderwijs allerlei lessen in het Engels vooral door native speakers aangeboden. Na twee jaar bleken jonge kinderen een veel omvangrijkere Engelse woordenschat te hebben dan was voorspeld.

De Europese Commissie pleit ervoor zo vroeg mogelijk te beginnen met het aanbieden van een tweede taal aan kinderen, omdat vanaf de puberteit (maar eigenlijk al van af het tiende levensjaar) het vermogen om een nieuwe taal aan te leren sterk vermindert. Bovendien zorgt het aanleren van een vreemde taal ervoor dat het leren van een volgende vreemde taal soepeler verloopt.
Aanleren van de moedertaal in gevaar?

Maar gaat Engels in de onderbouw niet ten koste van het aanleren van de moedertaal? Dit is een terecht veelgestelde vraag. Gelukkig blijkt dit niet het geval te zijn. Er wordt (onder andere met behulp van de Reynell-testvi) onderzoek gedaan naar de effecten van het ‘Early Bird’-programma op de vorderingen in het Nederlands, onder verantwoording van de hoogleraren Goorhuis-Brouwer en de Bot (resp. orthopedagogiek en taalwetenschappen) van de Rijksuniversiteit Groningen. De eerste resultaten laten zien dat er geen enkel nadelig effect is op de verwerving van het Nederlands, en dat er mogelijk zelfs een positieve invloed van Engels uitgaat op verwerving van die (eigen) taal. Dit onderzoeksresultaat komt overeen met uitkomsten van studies in het buitenland. Wel is het verstandig om, in de periode dat kinderen leren lezen en schrijven in de moedertaal, het Engels minder intensief aan te bieden en - nog steeds - uitsluitend mondeling, auditief en met beelden.


Engels en dyslexie

Een tweede belangrijke vraag is hoe het zit het met Engels en dyslexie. Toegepast taalkundige Ans van Berkel (werkzaam aan de Vrije Universiteit van Amsterdam) pleit in dezen voor het aanleren van hoogfrequente woorden, die ingedeeld zijn naar klank en schrijfwijze in plaats van naar thema. In haar artikel ‘Van Primair Onderwijs naar Voortgezet Onderwijs: een doorgaande leerlijn Engels voor dyslectisch leerlingen’ zegt zij het volgende: ‘Dyslectische leerlingen hebben vaak wel de betekenis en de uitspraak van de Engelse woorden in hun geheugen, maar de geschreven vorm van veel woorden niet, vandaar dat het bij woordverwerving van belang is dat bij het aanleren van woorden de meest frequente woorden worden aangeleerd. Van de woorden in iedere Engelse tekst is 80% afkomstig uit een lijts van de 2000 meest frequente woorden. De huidige methoden Engels besteden geen aandacht aan de relatie tussen klanken en letters, woorden worden aangeboden aan de hand van een thema. Hierdoor worden nogal wat minder frequent voorkomende woorden aangeleerd die voor dyslectici een onnodige leerlast vormen omdat ze weinig voorkomen. Er bestaat een lijst van 680 hoogfrequente woorden die ingedeeld zijn in klanken en schrijfwijze. Deze hoogfrequente woorden zouden door de dyslectische leerlingen extra geoefend moeten worden zodat zoveel mogelijk van deze woorden in hun geheugen opgeslagen worden’.vii


Vaste persoon of vaste les

Het blijkt raadzaam om kinderen, wanneer hun moedertaalverwerving nog in ontwikkeling is, steeds binnen dezelfde context de (andere) taal aan te bieden. Bijvoorbeeld: altijd Engels tijdens de gymles. Of bij de Engelse juf, bij het zingen van een liedje of het maken van een bepaald werkje. Dus niet Engels sec als taal die apart gegeven wordt.viii Op openbare montessorischool Jacob Maris in Rotterdam is het Engels gekoppeld aan een persoon, in dit geval een native speaker, tevens een bevoegde leerkracht in het Nederlandse onderwijssysteem. Er wordt op de Jacob Maris zo’n vier uur per week Engelse les gegeven in de onderbouw. In de toekomst gaat dit ook in de midden- en bovenbouw plaatsvinden. Het lesgeven in het Engels gebeurt zowel klassikaal (liedjes, vertellen van verhalen, voorlezen) als in kleine groepen (activiteiten die met het verhaal te maken hebben) en individueel (er wordt ingegaan op de activiteit waar het kind mee bezig is).


Leuk en luchtig!

In ieder geval blijkt uit diverse bronnen dat plezier in het aanleren van Engels in de onderbouw essentieel is. Hou het leuk, hou het luchtig! Ook onderdompelen in de vreemde taal blijkt te werken; dus gewoon maar beginnen met voorlezen, spreken, voorzingen en niet sec aanleren van woordjes.


Mode of must?

Of Engels in de onderbouw van het montessori-onderwijs nu mode of een must is blijft een lastige vraag. Feit is wel dat in onze moderne tijd het Engels niet meer weg te denken is uit het leven van kinderen. Ook is het zeker dat jonge kinderen accentloos een andere taal leren wanneer ze er via een native speaker mee in aanraking gebracht worden. De manier waarop jonge kinderen een taal leren is wezenlijk anders dan die van oudere kinderen en volwassenen en de periode van gevoeligheid gebruiken past bij montessorischolen. In dat opzicht zou je kunnen zeggen dat het een must is. Voor (montessori)scholen is het een interessante uitdaging, die de leerlingen extra bagage geeft; iets om op terug te grijpen in de hersenen wanneer op hun kennis van het Engels of op hun vermogen om een vreemde taal te leren, aanspraak gedaan wordt

Anderzijds kun je je afvragen wat de doelstellingen zijn die een montessorischool nastreeft en of Engels aanbieden daarin past. Wat is de visie van de school? En past wat we te bieden hebben in de huidige tijd? Iets wat vorig jaar nog niet interessant, nuttig en leerzaam werd gevonden, kan dat nu wel zijn. Aanpassen van je visie kan blijk geven van mee te gaan met je tijd, vooruitstrevend te zijn en niet stil te staan. Leerkrachten moeten tegelijkertijd uitkijken niet aan alles toe te geven wat mode is. Een montessorischool moet waken voor haar montessoriaans gehalte, haar eigen identiteit. Zo moet er bijvoorbeeld voldoende vrije werkkeuzetijd voor de leerlingen kunnen blijven bestaan.

Engels in de onderbouw is naar mijn idee een waardevolle bijdrage aan het onderwijs, maar invoering dient niet licht opgevat te worden. Met de in dit artikel beschreven voor- en nadelen dient rekening gehouden te worden.


Leren van vakantievriendinnen

Het ‘One two, three, go’ dat ik hoorde op het strand, werd door mijn twee dochters (van 5 en 8 jaar) al snel overgenomen toen ze speelden met de tweetalige kinderen van het strand. Zo maakten mijn dochters van dichtbij mee dat er kinderen zijn die Engels spreken met hun vader en Nederlands met hun moeder. Dit vonden zij zeer interessant en af en toe leerden ze wat Engels van hun vakantievriendinnen. Zo zag ik in de praktijk de interesse en openheid van jonge kinderen ten opzichte van een vreemde taal en verzuchtte ik net als vele ouders: ‘Dat wil ik ook voor mijn kind.’ Tevens dacht ik als montessorileidster: wat zou dat een leuke uitdaging zijn!




Annemieke Wijma is leerkracht aan de montessorischool in Wassenaar.

Meer lezen over dit onderwerp: Tracy Tokuhama-Espinosa: ‘Raising multilingual children, Foreign Language Acquisition and children’, 2001




i Astrid Smit: ‘Engels voor vierjarigen’, Intermediair, 21 augustus 2008

ii Maria Montessori: ‘Aan de basis van het leven (de absorberende geest)’, 1949

iii Tracy Tokuhama-Espinosa: ‘Raising Mulitilingual Children, Foreign Language Acquisition and children’

iv H. Keulers: ‘Engels in de gevoelige perionde’, MM, mei 2005

v Maria Montessori: ‘Aan de basis van het leven (de absorberende geest)’ blz 131 over taal Hst. X, 1949

vi Reynelltest: taalvaardigheidstest waarmee het niveau van het kind voor zowel het spreken als het begrijpen getoetst wordt.

vii Lijst hoogfrequente Engelse woorden: http://www.coutinho.nl/ondersteun/62833373/Klankspellingschrift.pdf

viii ‘Early Bird, innovatie in een Engels jasje’, De Nieuwe Standaard nr. 1, 2007




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina