Annuntia-Instituut-Wijnegem, Heilig Hart van Maria-instituut-‘s Gravenwezel, Mater Dei-Instituut-Brasschaat, Sint-Cordula-instituut-Schoten, Sint-Jozefinstituut-Schoten, Sint-Michielscollege-Brasschaat, Sint-Michielscollege-Schoten



Dovnload 56.42 Kb.
Datum22.07.2016
Grootte56.42 Kb.




Annuntia-Instituut-Wijnegem, Heilig Hart van Maria-instituut-‘s Gravenwezel,

Mater Dei-Instituut-Brasschaat, Sint-Cordula-instituut-Schoten, Sint-Jozefinstituut-Schoten,

Sint-Michielscollege-Brasschaat, Sint-Michielscollege-Schoten, Vita et Pax College-Schoten




Functiebeschrijving leraar secundair onderwijs

Naam personeelslid: ………………………………………………………..


Toelichting

Een functiebeschrijving is een referentiekader voor het voeren van functionerings- en daaropvolgend evaluatiegesprekken.
Deze functiebeschrijving van de leraar secundair onderwijs doet geen afbreuk aan de rechten en de plichten opgenomen in de arbeidsovereenkomst tussen het personeelslid en het schoolbestuur en tevens in de hierna opgesomde documenten die met de arbeidsovereenkomst een ondeelbaar geheel vormen.


  • het decreet van 27 maart 1991 houdende rechtspositie van het gesubsidieerd personeel van het gesubsidieerd onderwijs, zoals gewijzigd;

  • de onderwijswetgeving en –reglementering;

  • het algemeen reglement van het personeel van het katholiek onderwijs;

  • het eigen arbeidsreglement

  • de opdrachtsverklaring van het katholiek onderwijs;

  • het eigen pedagogische project

De functiebeschrijving omvat een reeks verwachtingen van de leraar ten aanzien van:



    1. zijn geïntegreerde lesopdracht en de instellingsgebonden opdrachten

    2. de instellingsspecifieke doelstellingen

    3. zijn permanente vorming en nascholing en zijn persoons- en ontwikkelingsgerichte doelstellingen



met de wijze waarop het personeelslid deze taken en opdrachten moet uitvoeren

de instellingsgebonden opdrachten

Dit werkkader helpt elke medewerker om zich te ontplooien in het functioneren binnen drie kerntaken: als lesgever, opvoeder en teamlid.



Om die kerntaken goed te realiseren, zijn een aantal competenties belangrijk. Daarom neemt deze functiebeschrijving een leidraad op met voorbeelden van deskundigheden, vaardigheden en attitudes waarin iedereen zich in de loopbaan gaandeweg verder ontwikkelt. Dit groeikader van competenties wordt opgenomen in bijlage 1 van deze functiebeschrijving.

Kerntaken van toepassing op de hele SG-Voorkempen

Specifieke taken van toepassing in het (naam instelling invullen)

+ Individuele opgenomen specifieke taken


  1. De leraar als lesgever




    1. plant en bereidt de lessen voor en werkt het didactisch proces uit;

    2. zet een motiverend individueel en groepsdynamisch leerproces op, zodat zoveel mogelijk leerlingen de vakspecifieke en vakoverschrijdende eindtermen en doelen voldoende bereiken;

    3. stimuleert binnen de lessen de leerlingen om een goede studiemethode te verwerven, problemen op te lossen en te groeien in zelfstandigheid;

    4. zoekt naar mogelijke differentiatie opdat alle leerlingen zich maximaal volgens hun capaciteiten kunnen ontwikkelen mits gepaste aandacht en begeleiding, met steun van deskundigen indien nodig;

    5. last vormingskansen in om de sociale intelligentie en attitudes te ontwikkelen;

    6. streeft naar een gunstige klasdynamiek, die zowel het individueel en het sociaal leren als het algemene welbevinden begunstigt;

    7. ondersteunt het didactisch proces en het leerproces van de leerlingen met een efficiënte evaluatie, volgens de afspraken in de school.







  1. De leraar als opvoeder




    1. heeft respect voor het unieke van elke persoon en waakt erover dat alle jongeren gelijke kansen krijgen;

    2. draagt bij tot het bereiken van de vakoverschrijdende eindtermen en de specifieke doeleinden van het opvoedingsproject;

    3. zorgt, zowel binnen de school als tijdens extra-murosactiviteiten, voor de naleving van het schoolreglement en houdt toezicht volgens de gegeven opdracht;

    4. respecteert de levensbeschouwing van de leerlingen en stimuleert hierop een christelijke reflectie en het engagement waartoe het opvoedingsproject oproept;

    5. helpt jongeren groeien tot relatiebekwame mensen;

    6. zet jongeren aan tot gevoeligheid voor cultuur en natuur;

    7. tracht als eerste-lijner leerlingen met leefproblemen op te vangen en verwijst indien nodig door naar deskundigen in samenspraak met de directie.







  1. De leraar als teamlid




    1. helpt als lid van vakgroepen en graadvergaderingen mee aan de horizontale en verticale samenhang binnen het vakgebied, ijvert mee voor een goed vakpeil, begeleidt eventueel nieuwe collega’s of stagiairs;

    2. neemt als lid van klassenraden actief deel aan de begeleiding en evaluatie van individuele leerlingen en klassengroepen;

    3. is bereid tot schooloverstijgende samenwerking binnen de scholengemeenschap;

    4. volgt de algemene richtlijnen aangaande het algemeen welzijn, de preventie en de bescherming op het werk en in de eigen werkruimte;

    5. participeert aan de oudercontacten en is na afspraak beschikbaar voor overleg met interne en externe partners in verband met de eigen leerlingen;

    6. volgt de administratieve richtlijnen in verband met de vak- en klassenorganisatie en de personeelsadministratie.

    7. verzorgt nauwlettend zijn specifieke opgedragen taken binnen de billijke verdeling van de instellingsgebonden taken zoals toezicht, begeleiding bij extra-murosactiviteiten en vervangingen.











  1. De instellingsspecifieke doelstellingen

Voor een personeelslid in het katholiek onderwijs zijn de instellingsspecifieke doelstellingen opgenomen in volgende twee documenten.



  • De opdrachtsverklaring van het katholiek onderwijs (zie bijlage 2)

  • Het opvoedingsproject van het schoolbestuur (zie bijlage 3)




  1. Permanente vorming, nascholing met de persoons-en ontwikkelingsgerichte doelstellingen

Als lesgever, als opvoeder en als teamlid werkt de leraar aan de eigen professionaliteit. Iedereen groeit in dit professioneel handelen door eigen reflectie en initiatief, begeleiding, functioneringsgesprekken en evaluatie aangebracht door de evaluatoren aangeduid door het schoolbestuur. Dit is een recht en een plicht van elke medewerker. De begeleiding en de evaluatie van elke leraar zal dan ook gericht zijn op het vaststellen van groei in het functioneren, eerder dan op het afmeten aan de norm van hoge verwachtingen.


De leerkracht volgt nascholingen en dit in samenspraak met de schoolleiding. Hij is tevens bereid om de verworven vormingsinhouden met collega’s te delen. Door geregeld te communiceren en bereid te zijn verworven kennen en kunnen te delen, werkt iedereen mee aan de integrale kwaliteitszorg van de school en de blijvende realisatie van het opvoedingsproject in de concrete schoolpraktijk.
Naar aanleiding van functioneringsgesprekken en/of evaluatiegesprekken worden volgende individuele afspraken gemaakt.


Datum

Afsprakennota































Datum

Ter kennisname


Naam en functie eerste evaluator Naam personeelslid

Handtekening eerste evaluator Handtekening van de leraar



Toelichting
Dit groeikader bevat voor elke leraar een leidraad met voorbeelden van deskundigheden, vaardigheden en attitudes waarin iedereen zich in de loopbaan gaandeweg dient te ontwikkelen. Deze leidraad zal vooral dienstig zijn bij het voeren van functioneringsgesprekken en is niet bedoeld als maatstaf voor het afmeten aan de norm van hoge verwachtingen. De begeleiding van elke leraar zal er dan ook voornamelijk op gericht zijn op het stimuleren van groei in deze deskundigheden, vaardigheden en attitudes.


  1. FUNCTIONELE VAKBEKWAAMHEID

De leraar beschikt over technische kennis en bekwaamheid om het vak goed te onderwijzen, hij



    1. kent de leerplannen, de eindtermen en de studierichting;

1.2 heeft een brede kijk op het vakgebied;

1.3 kan leerinhouden plannen over perioden;

1.4 kan gepaste leerstijlen aanwenden;

1.5 heeft de nodige ICT-bekwaamheid;



    1. kan het zelfsturend leren bij leerlingen bevorderen;

    2. wil en kan differentiatie en remediëring voorzien in het leeraanbod;

1.8 is bekwaam om leermethoden te integreren;

1.9 kan ondersteunende feedback en evaluatie inbouwen



  1. LEERLINGENGERICHTHEID

De leraar heeft de bekwaamheid om zich in te leven in de leef- en denkwereld van leerlingen, hij

2.1 heeft empathie voor hun leefwereld;

2.2 heeft inzicht in hun subculturen;

2.3 kan omgaan met diversiteit die jongeren tekent;


    1. heeft psychologisch inzicht om jongeren te helpen;

    2. focust professioneel handelen vanuit de authentieke behoeften van jongeren.



  1. PEDAGOGISCHE BEKWAAMHEID

De leraar heeft de gedrevenheid en het vermogen om jongeren te coachen in hun persoonsontwikkeling, hij

3.1 kan en wil een persoonsbevorderende relatiestijl hanteren;

3.2 kan bemoedigend en opvorderend optreden;

3.3 is bekwaam om via waarde-initiatie en waardecommunicatie jongeren zin te helpen ontdekken;

3.4 wil en kan interlevensbeschouwelijke en christelijke educatie in les- en opvoedingspraktijk invlechten;

3.5 handelt vanuit het besef van de voorbeeldfunctie.

  1. COMMUNICATIEVE BEKWAAMHEID

De leraar is bekwaam om contacten te leggen en te onderhouden, hij

4.1 staat open voor anderen;

4.2 communiceert vanuit voldoende assertiviteit;

4.3 bezit de weerbaarheid om met druk en kritiek om te gaan;

4.4 is taalvaardig en mondig;

4.5 heeft inzicht in de verbale en non-verbale communicatie.

  1. TEAMGERICHTHEID

De leraar is bekwaam om constructief met anderen aan een gemeenschappelijk doel te werken, hij

5.1 wil eigen belang ondergeschikt maken aan het belang van de groep;

5.2 vertrekt vanuit gelijkwaardigheid van partners in een groep;

5.3 engageert zich om gemeenschappelijke afspraken na te komen;

5.4 is bekwaam om in groep de eigen argumenten te formuleren en respect te tonen voor de opinie van anderen;

5.5 is bereid constructief mee te werken en gedeelde verantwoordelijkheid op te nemen;

5.6 stelt zich solidair en loyaal op t.a.v. de collega’s, de directeur en het schoolbestuur.



  1. MENTALE VEERKRACHT

De leraar is bekwaam om authenticiteit te koppelen aan flexibiliteit en om zich dynamisch in te zetten, hij



    1. kan rekening houden met wijzigende omstandigheden en kan zijn gedrag daarop afstemmen;

6.2 durft creatief en inventief te zijn;

6.3 durft te exploreren en is leergierig;

6.4 heeft de wil om zich enthousiast en op een positieve wijze in te zetten.

  1. AUTONOOM DENKEN EN HANDELEN

De leraar is bekwaam om autonoom, planmatig en kritisch na te denken en te handelen, hij

7.1 kan op adequate wijze informatie verwerven en verwerken;

7.2 kan plannen en organiseren;

7.3 heeft een probleemoplossend vermogen;

7.4 is bekwaam tot zelfsturing en zelfevaluatie;

7.5 kan kritisch en reflectief denken en handelen.

  1. SOCIALE, MAATSCHAPPELIJKE GEVOELIGHEID

De leraar heeft oog voor de sociale en de maatschappelijke dimensie van zijn functie en is bekwaam deze opdracht uit te voeren, hij

8.1 kan omgaan met het anderszijn van jongeren in zijn pedagogische aanpak;

8.2 heeft een zorghouding voor zwakkeren en kan leerlingen met leefproblemen opvangen;

8.3 is bereid en bekwaam om intercultureel onderwijs te verschaffen;

8.4 heeft noties van een politieke/maatschappelijke vorming;

8.5 wil en kan actief deelnemen aan projecten rond de rechten van de mens en de rechten van het kind.

  1. RELIGIEUZE BEWOGENHEID

De leraar is gevoelig voor levensbeschouwelijke visies vanuit een evangelische inspiratie en bewogenheid, hij

9.1 staat open voor evangelische waarden;

9.2 vertolkt de christelijke waarden vanuit het opvoedingsproject in de concrete werksituatie;

9.3 is bereid te werken aan de eigen spirituele en religieuze ontwikkeling;

9.4 laat zich inspireren door en staat achter de ‘opdrachtverklaring van het Katholiek Onderwijs’;

9.5 kan zich engageren in gesprekken rond levensbeschouwingen en christelijk geloof;

9.6 is bereid actief deel te nemen aan pastorale initiatieven op school.



  1. POSITIEF ZELFBEELD

De leraar beschikt over een positief zelfbeeld met oog voor zelfontplooiing, hij

10.1 heeft een realistisch gevoel omtrent eigen bekwaamheid;

10.2 kan eigen capaciteiten schatten en weet welke competenties voldoende en niet voldoende ontwikkeld zijn;

10.3 durft initiatief nemen en zich engageren;

10.4 is in staat te relativeren;

10.5 heeft een dosis zelfvertrouwen.

Opdrachtsverklaring van het katholiek Onderwijs in Vlaanderen

Opvoedend onderwijs op christelijk-gelovige basis

De katholieke school is een onderwijs- en opvoedingsgemeenschap met duidelijke doelstellingen die zij omschrijft in een christelijk-gelovig opvoedings- of vormingsproject. Deze doelstellingen worden geconcretiseerd in een reglement voor haar personeelsleden en in een schoolreglement voor haar leerlingen en/of studenten. In een schoolwerkplan worden die doelstellingen regelmatig geactualiseerd.


De katholieke school is een vrije, door de Kerk erkende onderwijsinstelling, gegrondvest op de persoon van Jezus Christus. Gelet op haar dienstbaarheid aan de Vlaamse Gemeenschap wordt ze door de Overheid gesubsidieerd.
Zij biedt op een hedendaagse en pedagogisch verantwoorde wijze aan kinderen en jonge mensen kwalitatief hoogwaardig onderwijs zowel op het vlak van de inhoud als op het vlak van de didactische verwerking.

Zij legt de nadruk op een pedagogische benadering van het kind en de jonge mens. Zij streeft de totale vorming van de persoon na. De ontplooiing van hoofd, hart en handen staat daarin centraal.


Het opvoedend onderwijs is gericht op de begeleiding van alle kinderen en jongeren bij het ontdekken van waarden en het verwerven van attitudes. De katholieke school stelt zich actief open voor al wie in onze maatschappij, op welke manier ook, kansarm is.

Zij helpt de jongeren in hun groei naar verantwoordelijkheid en weerbaarheid en bereidt ze zo voor op hun taak op lokaal, regionaal, federaal, Europees en mundiaal vlak. Zo bewijst zij een dienst aan de gemeenschap waarin zij thuishoort.

Zij baseert zich op de levenshouding die gegroeid is uit de bijbels-christelijke geloofstraditie in verbondenheid met de kerkgemeenschap. In een katholieke school leeft men “in de Woorden van de Heer”. Vanuit de evangelische boodschap kan men “vreugde en hoop” wekken bij jonge mensen.

Een samen op te bouwen schoolgemeenschap

Inrichtende Machten, directies en personeelsleden, ouders of studenten en leerlingen bouwen samen, elk vanuit hun eigen verantwoordelijkheid en zorg, aan de schoolgemeenschap.

In deze schoolgemeenschap ervaren kinderen en jongeren dat hun opvoeders met hen begaan zijn.

De jonge mensen worden opgeroepen om op creatieve wijze aan hun bestaan gestalte te geven als een gave en een opdracht. Dit verwezenlijken zij als vrije mensen in relatie met God, met de anderen, in relatie tot zichzelf en tot de omringende wereld.

Directie en personeelsleden zijn de dragers van het opvoedings- en vormingsproject en de belangrijkste uitvoerders ervan. Dit impliceert dat zij daartoe een gunstig klimaat scheppen. In samenwerking, wederzijdse waardering en respect voor ieders opdracht, pogen zij een positieve geest in de schoolgemeenschap te creëren.
De ouders beschouwen de schoolgemeenschap als een actieve partner bij hun fundamentele opvoedingstaak. Zij helpen de schoolgemeenschap uitbouwen en schragen.
De Inrichtende Macht is namens de kerkgemeenschap verantwoordelijk voor het hele schoolgebeuren. Zij is bestuurlijk ook de eindverantwoordelijke. Vanuit die verantwoordelijkheid betrekt zij alle partners bij het onderwijsgebeuren en stimuleert hen tot loyaal engagement.

Een herkenbare katholieke school

De katholieke school vervult haar opdracht in een multireligieus en multicultureel samenlevings-verband. De samenstelling van de schoolgemeenschap biedt hiervan een weerspiegeling.


De katholieke school waarborgt een geloofsaanbod aan de jeugd. Zij verwacht van alle leden van de schoolgemeenschap dat zij eerbied opbrengen voor de christelijk-gelovige verankering van de school en voor haar geloofsaanbod. Zij brengt een zo ruim mogelijke groep van mensen samen, die zij bezielt

om de herkenbaarheid van de katholieke school te bevorderen en van hun geloof te getuigen. In het bijzonder rekent zij erop dat de catechese- en godsdienstleerkrachten vrijmoedig de christelijke boodschap brengen.


De katholieke school maakt werk van een aan de school aangepaste pastorale animatie en van gebedsmomenten en sacramentele vieringen.
De katholieke school is een werk- en leefgemeenschap waarin men dagelijks gezamenlijk het christelijk geloof beleeft, in het bijzonder op de intense momenten van vreugde en pijn, van lukken en mislukken. Zij is gekenmerkt door haar zorg voor de beleving van de evangelische en tevens authentiek humane waarden. De beleving van de christelijke solidariteit met de vierde en de derde wereld is haar eigen.

De katholieke school is herkenbaar aan de getuigenis van haar leden. Getuigen betekent de anderen met eerbied benaderen, de waarheid laten zien, zonder die met geweld op te dringen; inzicht proberen bij te brengen, zonder de vrijheid van de anderen te kwetsen. Openheid voor de diepere levensvragen kenmerkt de katholieke school.



De opdrachtsverklaring van het katholiek onderwijs in Vlaanderen werd goedgekeurd door de Algemene Raad van het Katholiek Onderwijs in zijn vergadering van 2 juni 1994, onder het voorzitterschap van Mgr. Van den Berghe, verbindingsbisschop voor het onderwijs.
De Algemene Raad van het Katholiek Onderwijs is samengesteld uit: VSKO-Verbonden en ACW, BB, CSBO, COC, COV, KJR, NCMV, NCVO, VIMKO en VKW


Scholengemeenschap Voorkempen nr. SG: VO6-113035

p/a Sint-Jozefinstituut  J.Hendrickxstraat 153 Schoten  Tel: 03/685 24 90  Fax: 03/658 14 16

website: www.sgvookempen.be  e-mailadressen: secretariaat@sgvoorkempen.be of info@sgvoorkempen.be
Functiebeschrijving leraar secundair onderwijs /6

SG-Voorkempen






De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina