Antiquariaat Schuhmacher



Dovnload 80.4 Kb.
Datum23.07.2016
Grootte80.4 Kb.
Antiquariaat Schuhmacher

Sedert 1952

Wilma Schuhmacher & Max Schuhmacher †

Gelderschekade 107, 1011 EM Amsterdam, telefoon +31(0)20 6221604

e-mail: schuhmacher@xs4all.nl site: www.antiquariaatschuhmacher.nl

Bank: ING IBAN NL59INGB0000388801 BIC INGBNL2A

ABN/AMRO IBAN NL09ABNA0545310342 BIC ABNANL2A

Openingstijden: vrijdag en op afspraak

vrijdag na Hemelvaartsdag gesloten


DEBUTEN

deel 2
van Uit den Dood tot Naar het Leven

30 debuten



Geachte relaties, beste klanten, lieve vrienden,
Het aardige van deze lijstjes met debuten, die Mark [Leenen] (het is zijn idee) mij steeds voorschotelt, is dat er zoveel verrassingen tussen zitten. Vooral, en dat is logisch, bij de oudere literatuur, dat wil zeggen na 1870. Vaak zeg ik, ach, hebben we dit, en ook met opdracht, want uit de vooroorlogse periode zijn opdrachten over het algemeen zeldzaam. Men kende geen signeersessies, het enige wat ik zo uit het hoofd weet, is het Jaarboek Kristal 1934 en er is eens iets in de Bijenkorf geweest, toen deze nog een ander soort winkel was.

Bij uitgaven in eigen beheer, dat wil zeggen door de auteur, of het nu een prozaschrijver was of - veel vaker overigens - een dichter, zie je nooit zogenaamde bindpartijen. De schrijver heeft betaald voor het hele boekje, dus inclusief omslag (meestal) of band (zelden) en de hele oplage wordt dan logischerswijs in zijn geheel afgeleverd.


Daarentegen ontmoet men zelfs al bij de debuten (en latere bundels) van die de ‘Tachtigers’ genoemd worden, die door officiële uitgevers zijn uitgegeven, de z.g. bindpartijen. Dit houdt in dat er exemplaren met omslagen (soms) of banden (vaker) zijn die van elkaar afwijken.

Bij Couperus bijvoorbeeld kan dat een volslagen nieuw (voor deze titel) bandontwerp zijn - maar veel vaker komen subtiele verschillen in belettering voor - waardoor men kan zien, deze is opnieuw gezet. Dat gebeurt feitelijk alleen als er een flinke tijdspanne zit tusse de ene (vorige) en andere (nieuwe) bindpartij van de plano’s (vellen) waarin het boek tot het moment van binden is blijven liggen.

Soms is echter de belettering van de band, het zetsel dus, zo blijven staan of was er een bandstempel gemaakt (bijvoorbeeld de uitgaven van Karel van de Woestijne bij Van Dishoeck), waardoor een nieuwe bindpartij moeilijk of niet te onderscheiden is. Maar als dat niet het geval is, moet dit uit de koperen letters opnieuw gezet worden. Dit gebeurde al met bundels van Gorter en uiteraard ook bijvoorbeeld met de boeken van Willem Elsschot.
Een voorbeeld van mijn jacht op nieuwe gezette bandbeletteringen vindt men in mijn publicatie Willem Elsschot in Boek en Band, Een eerste inventarisatie van bandvarianten*, door ons in samenwerking met het Elsschot Genootschap uitgegeven. Daarin staan al die verschillende banden en omslagen, die ik tot dat moment gevonden had, afgebeeld. Men kan daarin bijvoorbeeld een eerste druk van De Verlossing (gedrukt in 1921) vinden die in een uitgeversband uit de oorlog zit. Oorspronkelijk begon ik die jacht omdat ik bij een eerste druk ook zeker wilde zijn dat deze vlak na het drukken in dié band gebonden was, een soort ‘zuivere’ authentieke eerste druk, later werd natuurlijk de jacht op afwijkingen daarvan veel spannender. Toch heb ik nog steeds ergens in het achterhoofd dat met een latere band om een eerder gedrukt boek, knollen voor citroenen verkocht worden.

Wel zijn soms die knollen duurder, want zeldzamer. Een ingenaaid exemplaar, dus met omslag met het ontwerp door Henri Van Straten, van de titeluitgave bij Van Kampen van de tweede druk van Lijmen (oorspronkelijk uitgave Wereld Bibliotheek) is schier onvindbaar.

Gejuich gaat op als een liefst goed exemplaar gevangen wordt.
Ik zou graag in een kleine reeks lezingen of curcussen deze en andere spannende zaken, met hulp van andere experts, uitleggen en met voorbeelden illustreren, zoals ik dat deed in 2008 in de ‘summer school’ in de UB Amsterdam, georganiseerd met medewerking van de Vereniging van Nederlandse Antiquaren. Over het algemeen nodigde toen een antiquaar een exepert zoals Marita Mathijsen uit, maar ik met mijn radio-ervaring (vaste columnist programma Montaigne KRO jaren ’90) durfde het best aan om het zelf te doen. Dat durf ik nog, mits een ander of anderen het organiseren. Een klein proefje kunt u zien op onze website, www.antiquariaatschuhmacher.nl onder Over Boeken/Documentaire (Wilma Schuhmacher spreekt over Boutens, Van Schendel & Du Perron, een documentaire van Jonathan Lyssens).
Zoals gewoonlijk zeg ik weer meer dan ik van tevoren bedacht heb. Ik laat verder het woord aan Mark, met zijn tweede keuze (zie bijlage) uit onze, toch wel heel grote voorraad van debuten, de eerste boeken die soms gevolgd worden door meer en soms in hun eentje blijven.
Wilma Schuhmacher
* Willem Elsschot in Boek en Band, Een eerste inventarisatie van bandvarianten telt 64 pagina’s waarvan 21 pagina’s illustraties. Deze uitgave is nog altijd bij ons te bestellen voor € 10,- (excl. porto).

Ik heb nog veel plannen om met de collecties, die een deel van onze voorraad uitmaken, iets te doen. Daarom zou ik graag meer hulp hebben. Zijn er vrijwilligers die deze zinvol kunnen bieden?



Debuten deel 1 van Wijding tot Omdwalingen

vindt u op onze website www.antiquariaatschuhmacher.nl



Antiquariaat Schuhmacher

Sedert 1952

Wilma Schuhmacher & Max Schuhmacher †

Gelderschekade 107, 1011 EM Amsterdam, telefoon +31(0)20 6221604

e-mail: schuhmacher@xs4all.nl site: www.antiquariaatschuhmacher.nl

Bank: ING IBAN NL59INGB0000388801 BIC INGBNL2A

ABN/AMRO IBAN NL09ABNA0545310342 BIC ABNANL2A

Openingstijden: vrijdag en op afspraak


DEBUTEN

deel 2
van Uit den Dood tot Naar het Leven

30 debuten


1


1. Aletrino, A. – Uit den Dood, en andere Schetsen.

Amsterdam, H. Eisendrath [1889]; groen linnen met fileten (voorplat), decoratie en belettering in goud, achterplat met blinde fileten en decoratie; band iets versleten;

met op voorste schutblad een opdrachtje van de auteur:

‘Van den Schrijver. | Okt. 89.’. € 650,-

* Arnold Aletrino (1858-1916) studeerde medicijnen in Amsterdam en promoveerde in 1889 op Eenige Beschouwingen over den Beroepseed der Artsen. Hij was enige tijd werkzaam als gemeentearts in Amsterdam en werd in 1899 lector in de criminele antropologie. Aletrino pleitte in diverse geschriften voor begrip voor prostitutie en homoseksualiteit. Hij was nauw betrokken bij de Beweging van Tachtig en het tijdschrift De Nieuwe Gids, waarvan hij enkele jaren (1910-1912) redacteur was. Naast wetenschappelijke verhandelingen publiceerde hij nog enkele romans en verhalenbundels. Zijn vriendschap met Jacob Israël de Haan werd door hem beëindigd nadat De Haan in zijn aan Aletrino opgedragen homo-erotische debuutroman Pijpelijntjes hem als een herkenbaar personage opvoerde. De Haans echtgenote, de arts Johanna van Maarseveen, besloot toen om, in samenwerking met Aletrino, het resterende deel van de oplage op te kopen en te vernietigen.



2. Arne, Ans – Parabool, Twee Gedichten.

[Mechelen, In eigen Beheer 1962;] rood, stevig papieren omslag met belettering in zwart; op frontispice ingeplakte foto van de auteur; met handgeschreven brief, gedateerd 14 mei 1962, waarin Arne ontvanger [Urbain van de Voorde] verzoekt zijn bundel te bespreken ‘in uw rubriek voorbehouden aan de letteren’. Verder vermeldt hij zijn adres, waar de bundel ‘voor eventueel belangstellenden’ verkrijgbaar is; omslag verkleurd. € 95,-

Niet in NCC

* In druk opgedragen aan ‘mijn vrienden Nicole en Pierre Jacobs’.

** Ans Arne zou volgens de Brinkman een pseudoniem zijn van Jozef Peeters. Dat hier de Vlaamse kunstschilder en de vriend van Van Ostaijen en Du Perron Jozef Peeters (1895-1960) bedoeld wordt, lijkt gezien diens sterfjaar erg onwaarschijnlijk. Afgaande op de foto en de brief is het waarschijnlijker dat het hier een jonge, beginnende dichter betreft die na deze eerste, ‘onder eigen redaktie uitgegeven’ (en nauwelijks opgemerkte) bundel, er voor altijd het zwijgen toe heeft gedaan.

2 7


3. Bakker, Bert – Au Revoir.

(‘Nobel-Verzen’ No. 4) Nijkerk, G.F. Callenbach Uitgever 1934; oplage: 235 genummerde exx./10 h.c. op ‘Zefirine’; beige, papieren omslag met flappen, belettering in rood en zwart; (2) linoleumsneden: J. Minderaa; gedrukt in rood en zwart; letter: Nobel-Antieke van Lettergieterij ‘Amsterdam’; ex. nr. VII van de X auteursexemplaren. € 45,-

* Bert Bakker (1912-1969) wordt samen met Van Oorschot en Lubberhuizen tot de belangrijkste na-oorlogse uitgevers gerekend. In 1938 solliciteerde hij bij uitgeverij D.A. Daamen N.V. in Den Haag, waarvan hij later directeur werd. In 1953 richtte hij het literaire tijdschrift Maatstaf op, waarvan hij jarenlang de enige redacteur was. Naast poëzie schreef hij enkele romans en kinderboeken. Als dichter debuteerde hij in 1931 in Opwaartsche Wegen, het protestant-christelijke tijdschrift waarvan Willem de Mérode een van de belangrijkste medewerkers was. Net als Barend de Goede en Jaap Romijn, raakte Bakker in de jaren dertig bevriend met De Mérode.
4. Bergh, Herman van den – De Boog, Verzen.

Zeist, J. Ploegsma MCMXVII (1917); gedrukt op Haesbeek-papier; crème papieren omslag met decoratie en belettering in oranje;



A. omslag smoezelig; stempeltje op voortitel; € 55,-

B. omslag verkleurd, langs versleten rug gevlekt; op binnenzijde omslag ex libris MJP [M.J. Premsela]; met op voortitel in inkt een opdracht van de auteur aan Martin [= M.J. Premsela], die als Martin Permys evenals Van den Bergh publiceerde in Het Getij: ‘Voor mijn besten | Martin | H.v.d.B. 23/11 ‘17’.

€ 375,-


C. rood linnen met fileten en belettering in goud; band iets verschoten. € 95,-

* Het restant van de oplage werd later opgekocht door de Amsterdamse antiquaar en handelaar in fondsrestanten H.D. Pfann (1889-1957) die het voorzag van een nieuw omslag (met nieuwe belettering, nieuwe decoratie en met zijn eigen naam op de plaats van de uitgever). Wij hebben ook hiervan een exemplaar in voorraad.

** Herman van den Bergh (1897-1967) studeerde rechten in Amsterdam en volgde tevens een muziekopleiding. Hij speelde enige tijd viool in het Concertgebouworkest. Als journalist was hij jarenlang werkzaam in onder meer Rome en Parijs. Van den Bergh begon, evenals zijn vriend Martin Premsela (als Martin Permys) al met publiceren in de 1ste jaargang van het baanbrekende tijdschrift Het Getij (1916-1924), waarvan hij in 1918 redacteur werd. Ook was hij redacteur van De Vrije Bladen, het tijdschrift dat als opvolger van Het Getij beschouwd wordt en veel van diens medewerkers huisvesting bood. Van den Berghs poëzie kan worden gezien als een exponent van de vernieuwing die in 1916 begon. Vooral de dichter Marsman werd door Van den Berghs gedichten en beschouwingen sterk beïnvloed.

*** Martin Permys (1896-1960) was het pseudoniem van Martin Jacob Premsela. Hij studeerde Frans in Amsterdam en Groningen, waarna hij werkzaam was als leraar en recensent van Franse literatuur. Permys debuteerde in 1921 met de bundel De Zwaluwen om den Toren (Amsterdam, Van Munster). Naast poëzie publiceerde hij toneel, kritieken en een bundel schetsen.


5. Besten, Ad den – Dubbel Leven, Sonnetten.

(‘De Ceder’ 9) (Amsterdam,) J.M. Meulenhoff (1946); beige, stevig papieren omslag met flappen en belettering in rood en zwart; typografische verzorging:

H. van Krimpen; letter: Lutetia; druk: Boosten & Stols; met op voortitel in inkt handtekening van de auteur; omslag wat verkleurd. € 25,-

* Ad den Besten (1923) studeerde enige tijd theologie en vervolgens Duits. Hij was als germanist verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Al op zeer jonge leeftijd, in 1939, publiceerde hij zijn eerste bijdrage in Opwaartsche Wegen. Den Besten is vooral bekend als redacteur van de poëziereeks De Windroos (1950-1971) waarin veel jonge, vaak experimentele dichters, debuteerden. In 1953 verscheen Stroomgebied (Amsterdam, Uitgeversmaatschappij Holland), zijn belangrijke Bloemlezing uit poëzie van de na-oorlogse dichtergeneratie. Voorts was hij actief als vertaler en werkte hij mee aan de totstandkoming van het Liedboek voor de Kerken (1973).


6. Blijstra, R. – IJzeren Vlinders.

Bussum, W.N. Dinger 1927; oplage: 200 genummerde Exx./30 h.c.; bruin linnen met decoratie en belettering in goud; frontispice: illustratie naar tekening: Carel Willink; ex. nr. 1; met op pagina 15 een tekstcorrectie in potlood en op voorste schutblad in inkt de naam van M. Willink-v.d. Meulen; band aan bovenzijde iets verkleurd. € 175,-

* Volgens het colofonstrookje werd deze bundel gedrukt bij A. Breuer te Brussel, de drukker van Du Perron.

** Rein Blijstra (1901-1975) was werkzaam als journalist bij Het Vrije Volk, werkte mee aan Forum en was redacteur van Critisch Bulletin. Inwonend bij Carel Willink, kreeg hij een verhouding met diens eerste echtgenote Mies van der Meulen (1900-1988), met wie hij, na haar scheiding in 1928, trouwde.


7. Boas, Coen – Stemmingen, Wat Verzen.

z.pl., (In eigen beheer) [1928]; oplage: 100 genummerde exx. op Japansch papier van Fa. G.H. Bührmann; gebroken wit, stevig papieren omslag met belettering in donkerblauw; ongenummerd ex.; druk: N.V. Drukkerij ‘Amicitia’; ex bibliotheca Anny Schuitema (haar naam in inkt op voortitel); op voorste schutblad in inkt in handschrift van Anny Schuitema ‘Van Coen gekregen | in A’dam, in herin- | nering aan onze | Rotterdamsche | H.B.S. tijd.’; omslag wat smoezelig; € 195,-

NCC: 1 ex. (UB Amsterdam).

* Coenraad (Coen) van Emde Boas (1904-1981), psychiater en seksuoloog, studeerde medicijnen in Leiden. Hij was de eerste hoogleraar seksuologie in Nederland (1969 Amsterdam, 1971 Leiden) en een belangrijke voorvechter van een grotere vrijheid op seksueel gebied. Van Emde Boas was een pionier in het bespreekbaar maken van homo- en transseksualiteit. Het aantal publicaties van Van Emde Boas op zijn vakgebied is ontelbaar; op literair gebied is het – voor zover bekend – bij deze ene poëziebundel gebleven.

** Anny Schuitema (1901-1989) was toneelspeelster en voordrachtskunstenares. Zij trad al vanaf 1923 solistisch op met Beatrijs van Boutens, in een decor van haar broer, de bekende grafisch ontwerper Paul Schuitema. Zij verleende haar medewerking aan talloze toneel- en operetteproducties. Na de oorlog werd zij hoofd van de artistiek-literaire afdeling bij de AVRO. Anny Schuitema groeide op in Rotterdam, waar zij dezelfde H.B.S. bezocht als de in Rotterdam geboren Van Emde Boas.
8. Cornelissens, Arm. F. – Levensverlokkingen. Teekeningen van Jozef Cantré.

Deventer, N.V. Uitgevers-Maatschappij Ae. E. Kluwer [1938]; grijs papieren omslag met decoratie en belettering in zwart; ill. op omslag (=titelpagina) + (23) paginagrote ills. naar tekeningen: Jozef Cantré; met op titelpagina in inkt auteursnaam + datum: ‘Arm. Cornelissens | 2 – 12 – 38’. € 65,-

Lebeer: 163; Schuhmacher: 52

* Over Armand F. Cornelissens (1897-1959) is nauwelijks informatie te vinden. Het Historisch Museum Deventer bezit enkele portretten van hem (o.a. van Philip van Praag en Willem van Amstel), maar geeft geen informatie over zijn achtergronden. Voor zover bekend heeft Cornelissens na Levensverlokkingen geen werk meer gepubliceerd.


9. Cremers, Marie – Verzen.

Amsterdam, L.J. Veen [1916]; donker paarsblauw linnen met vignet, fileten en belettering in goud; met op voortitel in inkt een opdracht [van de auteur] aan Kit[ty van Vloten] en haar echtgenoot, de dichter Albert [Verwey]: ‘Voor Kit en Albert | 15 Mei 1916.’; rug verkleurd, voorplat wat kromgetrokken. € 175,-

* Marie Cremers (1874-1960) was naast dichteres vooral schilderes en grafica. Zij volgde aan het Instituut voor Kunstnijverheid o.a. lessen bij Jan Veth. Aan de Amsterdamse Rijksacademie voor Beeldende Kunsten kreeg zij les van August Allebé. Via Albert Verwey raakte zij in contact met andere Tachtigers. Voor het aan zijn gestorven zoon gewijde boek Paul’s Ontwaken (1913) van Frederik van Eeden, maakte zij een portret van Paul van Eeden. In 1925 verschenen haar verzamelde gedichten onder de titel Weerlichten. In 1948 publiceerde zij haar zeer succesvolle Jeugdherinneringen, in 1954 opnieuw uitgebracht bij de Wereldbibliotheek Vereniging als Lichtend Verleden.
10. Duinkerken, Anton van – Onder Gods Ogen, Gedichten.

(‘Trajectum ad Mosam’ No. 22) Maastricht, A.A.M. Stols 1927; oplage: 350 exx. (275 op Engelsch druk-papier/75 exx. op geschept Hollandsch papier); blauw-grijs papieren omslag met flappen om stijfje, met seriemerk [: J. van Krimpen] (op titelpagina herhaald) in rood en belettering in zwart; gedrukt in rood en zwart; typografische verzorging: A.A.M. Stols; [letter: Caslon;] ex. nr. 96 op Engelsch druk-papier, op naam gedrukt voor J. van Krimpen; met prospectus; scheurtje aan onderkant rug; eerste pagina’s wat roest. € 85,-

Van Dijk: 112

* Anton van Duinkerken was de schrijversnaam van W.J.M.A. Asselbergs (1903-1968). Van Duinkerken was van 1927 tot 1952 verbonden aan het dagblad De Tijd, was redacteur van Roeping (1927-1928), De Gemeenschap (vanaf 1929), De Gids (vanaf 1934) en Dietsche Warande en Belfort (vanaf 1945) en vervulde meerdere hoogleraar- schappen (1940: Vondelwetenschappen Leiden, 1948: Cultuurgeschiedenis Maastricht, 1952: Nederlandse en Algemene Letterkunde Nijmegen). Gedurende de bezetting was hij door de Duitsers geïnterneerd in St. Michielsgestel. Van Duinkerken stond bekend als een groot voorvechter van de geëmancipeerde rooms-katholieke cultuur in Nederland. Zijn omvangrijke en gevarieerde oeuvre omvat, naast poëzie, vooral essays, kritieken en literair-historische studies.


11. Elburg, Jan – Serenade voor Lena.

(‘Asta Nigra II’) [, ’s-Gravenhage, Karel C. van Boeschoten en L.J. Zimmerman 1943]; oplage: 75 genummerde exx; blind, rozerood papieren omslag; ex. nr. 2; omslag aan randen verkleurd. € 175,-

De Jong: 239

* Het grootste deel van deze gedichten werd in gewijzigde volgorde, en in een enkel geval met een wijziging in woordkeuze, opgenomen in Serenade voor Lena

(1941 [=1945]).

** Karel van Boeschoten was een befaamd Amsterdamse boekhandelaar, bij wie de

latere redacteuren van het tijdschift Merlyn elkaar ontmoetten.

*** Jan G. Elburg (1919-1992) werkte enige tijd als chemisch laborant en copywriter en werd later docent aan de Rietveld Academie in Amsterdam. Hij debuteerde als dichter in 1942 in Criterium. Aanvankelijk schreef hij traditionele poëzie, maar in de periode van zijn redacteurschap van Het Woord vonden zijn gedichten meer aansluiting bij de Experimentelen. Hij kwam in contact met de schildersgroep Cobra en met de Vijftigers Lucebert en Kouwenaar. De in leeftijd wat oudere Elburg wordt dan ook tot deze dichtersgroep gerekend. Naast dichter was Elburg ook beeldend kunstenaar. In 2012 toonde het Stedelijk Museum Schiedam een groot overzicht van zijn werk met schilderijen, gouaches, (foto)collages en objecten. In datzelfde jaar verscheen van de hand van Jan van der Vegt de biografie De man met de drietand; Leven en werken van Jan G. Elburg (Amsterdam, Meulenhoff).


12. Genderen Stort, R. van – Idealen en Ironieën.

Rotterdam, W.L. & J. Brusse 1912; [oplage: 350 exx. (77 exx. gebonden, 275 exx. ingenaaid);] oranjebruin linnen met belettering in geel; met achterin ingebonden een volledige titelopgave van alle werken verschenen bij W.L. & J. Brusse’; zeer fraai exemplaar; met opdracht [van de schrijver] op verso voorste schutblad: ‘Aan mijn lieve Moeder | haar liefhebbende en dankbare zoon | Den Haag 27 mei ‘12’.

Brusse: 218 € 350,-

* Reinier van Genderen Stort (1886-1942) studeerde enige tijd Frans maar legde zich al gauw volledig toe op het schrijven. Hij publiceerde korte verhalen in De Stem, De Gids en De Nieuwe Gids. Zijn bekendste roman is Kleine Inez (1925). Ten gevolge van een ongeneeslijke ziekte werd hij in 1917 blind. Van Genderen Stort publiceerde naast romans ook enkele dichtbundels.


13. [Goede, Barend de als] Basschaerde, Camp de – Verhindering. Illustraties in Hout gesneden door J. Meine Jansen.

(‘Nobel-Verzen’ No. 5) Nijkerk, G.F. Callenbach 1934; oplage: 235 genummerde exx. (1-225 en I-X) op Oud-Hollandsch papier van Van Gelder Zonen;



A. crème papieren omslag met flappen met decoratie en belettering in bruin, ontwerp: mevr. Veening-de Goede; (2) houtsneden: J. Meine Jansen; No. 102; gedrukt in rood en zwart; letter: Ratio-Lateina; omslag wat verbruind en smoezelig. € 30,-

B. bruin leer met belettering in goud, rug met 4 ribben; enige ex. in leer gebonden [eigen exemplaar Barend de Goede]; No. 109; zowel op titelpagina als onder het colofon gesigneerd door de dichter; rug verschoten; € 150,-

* Barend de Goede (1915-1995) studeerde rechten en was werkzaam als gemeentesecretaris in Utrecht. Later werd hij hoogleraar Staatsrecht in Leiden en Rotterdam. Als redacteur van de schoolkrant van het Arnhemse Christelijk Lyceum zocht hij in 1931 contact met de dichter Willem de Mérode. Vriendschap en een jarenlange briefwisseling waren het gevolg. De Goede publiceerde later zijn Herinneringen aan Willem de Mérode (Baarn, Bosch en Keuning 1941). Via de Mérode kwam hij in contact met zogenaamde christen-dichters rond het blad Opwaartsche Wegen, waarin hij zijn gedichten publiceerde. In de bloemlezing Kort Dag (Utrecht, W. de Haan 1946) besteedde hij aandacht aan het werk van een aantal jonggestorven dichters, waaronder J.G. Danser, J. Philip van Goethem en Alex Gutteling.




14. Harten, Jaap – Studio in Daglicht.

(‘De Windroos’ XXIX) Amsterdam, U.M. Holland 1954; crème papieren omslag los om stijfje, bedrukte flappen, met decoratie en belettering in blauw en zwart; typografische verzorging: F. Tamminga; druk: A.N.D.O., ’s-Gravenhage; rug wat verbruind. € 10,-

* Jaap Harten (1930), dichter en voordrachtskunstenaar, was lange tijd werkzaam bij het Letterkundig Museum en Documentatiecentrum in Den Haag. Naast diverse poëziebundels publiceerde hij romans en verhalen. In 2011 verscheen zijn, door Hans Renders samengestelde, Verzameld Werk (Soesterberg, Aspect) in 3 delen: 1 deel poëzie en 2 delen proza.
15. Heerikhuizen, F.W. van – Tussen Twee Zomers, Verzen.

Bussum, N.V. Uitgevers-mij. C.A.J. van Dishoeck MCMXXXVI (1936); crème papieren omslag met uitgeversembleem en belettering in zwart;



A. belettering titelpagina en omslag in hetzelfde lettertype; scheurtje bovenkant rug, omslag wat vervuild, roest; € 15,-

B. belettering titelpagina en omslag in verschillend lettertype [duidelijk later omslag!]; scheurtje bovenkant rug, rug wat verbruind; voortitel verbruind en wat roest; [ex bibliotheca A. Marja;] met op voortitel in inkt een late opdracht van de auteur [aan de dichter en schrijver A. Marja (pseudoniem van Arend Theodoor Mooij)]: ‘Voor Theo van | Frits | 27 – 6 – ’40’. € 65,-

* Frederik Willem van Heerikhuizen (1910-1969) studeerde Nederlands in Amsterdam en was vervolgens als leraar werkzaam in Goes en Velp. In 1961 promoveerde hij op het proefschrift Het Werk van Arthur van Schendel. Achtergronden, Karakter en Ontwikkeling. Naast poëzie publiceerde Van Heerikhuizen letterkundige studies, onder meer over Rilke en Aart van der Leeuw.

** A. Marja, befaamd practical-joker, was de schrijversnaam van Arend Theodoor Mooij (1917-1964). Tijdens zijn werkzame leven was hij onder meer actief als medewerker van Regionale Omroep Noord en als directeur van een Haags consultatiebureau voor alcoholisme. Marja debuteerde in 1937 met de dichtbundel Stalen op Zicht (Amsterdam, De Spieghel). Hij publiceerde naast poëzie, de roman Snippers op de Rivier (Amsterdam, Meulenhoff 1941), polemieken, essays en korte verhalen en verzorgde tevens een aantal bloemlezingen.


16. Höweler, Marijke – Tranen van Niemand, en andere Verhalen.

(‘Giraffe-boeken’) Amsterdam, N.V. De Arbeiderspers MCMLXIV (1964); gebroken wit, papieren omslag met serie-embleem en belettering in zwart; bruin stofomslag met decoratie en auteursnaam in zwart en wit, ontwerp: Jef Koning; € 15,-

* Marijke Höweler (1938-2006) studeerde aan de sociale academie en werkte aanvankelijk als maatschappelijk werkster. Later studeerde zij klinische psychologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, waar zij na haar studie in dienst trad als wetenschappelijk medewerkster. Haar debuut trok destijds weinig aandacht. In 1982 brak zij door met de roman Van Geluk gesproken (Amsterdam, Arbeiderspers), die in korte tijd meerdere drukken haalde en in 2007 werd verfilmd door Pieter Verhoeff. Höweler publiceerde daarna nog enkele romans en verhalenbundels. Haar verhalen werden in 2004 gebundeld in Alle Verhalen (Amsterdam, Atlas).

17. Hussem, W. – De Kustlijn.

Den Haag, Boucher 1940; ultramarijnblauw zijde met rugbelettering in goud; grijswit geblokt stofomslag met decoratie en belettering in zwart; band aan bovenkant rug wat afgesleten; stofomslag wat smoezelig en gerafeld; met op voortitel in inkt een opdracht van de auteur aan Nico Donkersloot:



‘Voor Nico Donkersloot | Vriendschappelijk | W. Hussem’. € 125,-

* Willem Hussem (1900-1974) studeerde korte tijd aan de Rotterdamse Academie voor Beeldende Kunsten en was leerling van graficus Dirk Nijland. Tussen 1919 en 1936 woonde hij in Frankrijk, waar hij zich volledig aan de schilderkunst wijdde. Terug in Nederland werd hij door J.C. Bloem gestimuleerd tot het schrijven van gedichten.

** Nico Donkersloot (1902-1965) publiceerde voornamelijk poëzie onder de naam Anthonie Donker. Hij werd in 1936 benoemd tot hoogleraar Nederlandse Taal- en Letterkunde in Amsterdam. Hij was redacteur van De Stem en Critisch Bulletin en bekleedde tal van bestuursfuncties in de letterkundige wereld.


18 19

18. Juta, Betsy – Jonge Ranken, Sonnetten en Verzen.

Leiden, Blankenberg & Co MDCCCXCVI (1896); op geschept, zwaar Hollandsch papier van Van Gelder Zonen (watermerk);

Braches Doc.: 1985

A. licht zachtroze, papieren omslag met decoratie en belettering in groen, ontwerp: J.[an] T.[oorop]; op voortitel handtekening vorige eigenaar; op titelpagina in inkt een notitie van schrijfster of uitgever: ‘Ter bespreking | in “Lectuur”’.

€ 175,-


B. grijs linnen met decoratie en belettering (= papieren omslag) in groen, ontwerp: J.[an] T.[oorop]; band wat vervuild. € 150,-

* Betsy Juta (1871-1906) publiceerde in 1894 enkele gedichten in De Gids. Harry G.M. Prick noemt haar in zijn uitgave van de De Briefwisseling tussen Lodewijk van Deyssel en Albert Verwey (Den Haag, Ned. Lett. Museum en Documentatiecentrum

1981-1986) ‘een protegeetje van Jan Toorop’. In een brief aan Toorop (dd. 13 augustus 1894) schreef Verwey ‘Ik vind in de verzen van Juff. Jutta iets zeer goeds. Toch zou ik haar het uitgeven (voorloopig) afraden. Ik heb goede hoop dat ze nog iets mooiers kan maken’ (M. Nijland-Verwey, Kunstenaarslevens, De Briefwisseling van Albert Verwey met Alphons Diepenbrock, Herman Gorter e.a. 1959). Betsy Juta vertaalde uit het Italiaans de verzenbundels Noodlot (Leiden, Adriani 1896) en Stormen (Leiden, Adriani 1897) van Ada Negri (1870-1945).
19. Kars, Theodoor – De Vervalsers of De Opkomst en Ondergang van het Bediendenwezen.

Amsterdam, Uitgeverij De Bezige Bij 1967; paperback; gedecoreerd beige omslag met belettering en decoratie in zwart en rood (ontwerp: Frits Stoepman); wat scheef in omslag. € 25,-

* De Vervalsers is, aldus de achterflap, ‘het authentieke verslag’ van de, samen met Boudewijn van Houten opgezette en uitgevoerde, grootscheepse oplichting van de PTT en de Rijkspostspaarbank in 1965. Hiervoor werd Kars in 1966 veroordeeld tot 27 maanden gevangenisstraf.

** Theo Kars (1940) studeerde enige tijd Nederlands en Rechten in Utrecht en Amsterdam. In 1964 richtte hij samen met Boudewijn van Houten het tijdschrift Tegenstroom (1964-1965) op. Kars publiceerde meerdere romans en is ook actief als vertaler. Zo maakte hij een veelgeprezen vertaling van de 12 delen dagboeken van Casanova. In 2010 en 2013 verschenen de eerste delen van zijn autobiografie Memoires van een Slecht Mens.
20. Kool, Halbo C. – De Tooverformule.

Arnhem, Hijman Stenfert Kroese & Van der Zande Boekverkoopers 1930; oplage: 200 exx. op Hollandsch papier; crème papieren omslag, los gevouwen om stijfje, met uitgeversembleem [ontwerp: J. van Krimpen] in rood en belettering in zwart [typografische verzorging: J. van Krimpen]; druk: Boosten & Stols; ex bibliotheca G.A. van Klinkenberg (naam op voorste schutblad); scheurtje in rug. € 95,-

* Halbo Christiaan Kool (1907-1968) was als journalist onder meer werkzaam voor Het (Vrije) Volk, het ANP, de Wereldomroep en de VARA. Hij was in 1944 één van de oprichters van uitgeverij De Bezige Bij. In 1930 publiceerde hij, samen met J.C. Noordstar (= A.J.P. Tammes), N.E.M. Pareau (= H.J. Scheltema) en Herman Poort, onder de naam Communitiy Singing het door H.N. Werkman gedrukte Het Pierement, 13 gedichten. Kool werd lange tijd als een veelbelovend talent, een literair wonderkind, beschouwd. Naast poëzie publiceerde hij essays, toneel en enkele romans. Tevens was hij actief als vertaler en was hij (mede-)samensteller van een groot aantal bloemlezingen.

** G.A. van Klinkenberg (1900-2003) studeerde natuurwetenschappen en promoveerde in 1931 op een biochemisch onderzoek. Hij werkte als chemicus bij Organon in Oss en kwam na de oorlog als wetenschappelijk medewerker in dienst bij het Centraal Diergeneeskundig Instituut in Rotterdam. Van Klinkenberg raakte in zijn jeugd bevriend met Marsman en Slauerhoff. Na zijn in 1932 verschenen debuut De Cactus (Arnhem, Hijman, Stenfert Kroese & Van der Zande) publiceerde hij nog enkele dichtbundels en wetenschappelijke werken.


21. Kuipers, Reinold – Koud Vuur.

Amsterdam, A.A. Balkema 1939; geel papieren omslag met decoratie en belettering in zwart; omslagill. (=titelpagina-ill.) + 10 paginagrote ill. (naar tekeningen): J.F. Doeve; [typografische verzorging: Reinold Kuipers;] met op verso voorblad ex libris J.J.A. Poley; omslag iets verkleurd; € 25,-

* Reinold Kuipers (1914-2005) werd in 1946 hoofd van de boekenuitgeverij van De Arbeiderspers. In 1960 werd hij, samen met zijn echtgenote Tine van Buul (1919- 2009) - die in 1946 als directie-assistente van Alice von Eugen-van Nahuys bij Querido begonnen was en in 1958 toetrad tot de directie - directeur van uitgeverij Querido. In zijn jonge jaren had Kuipers korte tijd bij een Groningse drukkerij gewerkt en was hij enkele jaren copywriter bij een reclamebureau. Ook werkte hij voor de oorlog als leerling-boektypograaf samen met de vormgever Henri Friedlaender. Het drukkersvak is hem altijd blijven boeien: in 1954 stichtte hij (samen met Simon Carmiggelt) zijn eigen private press De Zondagsdrukkers en in 1990 publiceerde hij Gerezen Wit (Amsterdam, Querido 1990), een bundeling van eerder in Het Oog in ’t Zeil verschenen stukken over ‘het boek als ding’. Van Kuipers verschenen verder diverse poëziebundels, beschouwingen en een enkele bloemlezing.
22. Landheer, Jo – Golven, Gedichten.

(‘To The Happy Few’ 8) ‘s-Gravenhage, (A.A.M. Stols) 1925; oplage: 100 genummerde en door dichteres en drukker gesigneerde exx. op geschept papier van Van Gelder Zonen; beige papieren omslag om stijfje met decoratie en belettering in zwart; [typografische verzorging: A.A.M. Stols; letter: Caslon; druk: Boosten & Stols] ex. no. 73; onder het colofon gesigneerd door Landheer en Stols; omslag aan randen iets verbruind. € 125,-

Van Dijk: 50

* Jo Landheer (1900-1986) debuteerde reeds op 17-jarige leeftijd met 2 gedichten in het tijdschrift Leven en Werken, Maandblad voor Meisjes en Vrouwen. Zij kreeg privélessen Klassieke Talen van de dichter P.C. Boutens, die haar stimuleerde bij het dichten. Ook met Jan Toorop had Landheer nauw contact; met hem en met J.J. Slauerhoff, die zij hogelijk bewonderde, onderhield zij uitvoerige briefwisselingen.

Van 1935 tot 1940 was zij redacteur van het tijdschrift voor poëzie Helikon. Zij publiceerde slechts enkele dichtbundels, in 1941 en in 1954 verschenen haar Verzamelde Gedichten. Landheer leidde een zeer teruggetrokken bestaan en was bij haar overlijden al een vergeten dichteres.
23. Paap, Willem – Bonbono’s, Een Satire.

Amsterdam, Wilms & Co [1884]; bruin papieren omslag met decoratie en belettering in zwart; verstevigd omslag met opgeplakte voorkant van origineel; voorkant omslag + eerste pagina’s los; ex bibliotheca Willem Kloos (stempeltje op laatste pagina); € 550,-

* Willem Anthony Paap (1856-1923) vestigde zich na zijn studie rechten in 1887 als advocaat in Amsterdam. In 1885 was hij een van de oprichters van het tijdschrift De Nieuwe Gids. Paap onderhield vriendschappelijke betrekkingen met Eduard Douwes Dekkers (Multatuli), wiens weduwe Mimi na Douwes Dekkers dood bij hem in huis kwam wonen. Paaps bekendste roman Vincent Haman (Amsterdam, Versluys 1898) werd opgedragen aan de nagedachtenis van Multatuli. In deze sleutelroman schetst hij een satirisch beeld van de bekende auteurs rond De Nieuwe Gids. In 1959 verscheen van de hand van Dr. J.[aap] Meijer zijn biografie Willem Anthony Paap, Zeventiger onder de Tachtigers (Amsterdam, Meulenhoff).
24. Pareau, N.E.M. – Mengelingen, Eerste Stukje.

Groningen, Eben Haëzer 1933; blauw papieren omslag met decoratie en belettering in zwart. € 375,-

* Achter de uitgeverij Eben Haëzer gaan Scheltema en Tammes (beter bekend als J.C. Noordstar) schuil.

** N.E.M. Pareau (1906-1981) was het pseudoniem van H.J. Scheltema. Hij studeerde rechten in Groningen en werd aldaar in 1945 hoogleraar Rechtsgeschiedenis. In 1930 publiceerde hij, samen met Halbo C. Kool, J.C. Noordstar en Herman Poort, onder de naam Communitiy Singing het door H.N. Werkman gedrukte Het Pierement, 13 gedichten. Onduidelijk is wie welke bijdrage aan deze bundel had gemaakt. Mengelingen is zijn afzonderlijk verschenen debuut.




25 26

25. Revis, M. - 8.100.000 M² Zand.

Utrecht, De Gemeenschap 1932; gedecoreerd gladpapieren omslag om stijfje met belettering in rood, met op flappen advertenties voor werk van Helman en Marsman; [omslagontwerp en typografische vormgeving: A.M. Oosterbaan;] luxe ex. op Basingwerk Parchment (25 Exx.), gesigneerd door de auteur onder het colophon. € 475,-

* M. Revis was het pseudoniem van Willem Visser (1904-1973), die als journalist werkzaam was bij het Algemeen Handelsblad. Revis publiceerde diverse romans en verhalenbundels, waarvan Thuishaven (Amsterdam, Amsterdamsche Boek- en Courantmij 1947), handelend over het Amsterdamse havenbedrijf, Paviljoen van Glas (Amsterdam, Holdert & Co 1947), over het Paleis voor Volksvlijt, en de bundels Stadia van Amsterdam (Amsterdam, Van Ditmar 1965-1967) sterk getuigden van zijn liefde voor zijn woonplaats.
26. Roosdorp, F. –Kinderen.

Amsterdam, S.L. van Looy 1898; crème papieren omslag met decoratie [naar houtsnede] en belettering in blauw en zwart [omslagontwerp: C.A. Lion Cachet];

Braches Doc.: 917

A. inliggend: gevouwen reclamefoldertje voor De Nieuwe Gids [jaargang 1897- 1898]; rug beschadigd (stukjes ontbreken), omslag aan randen wat rafelig, plakbandspoor, gaatje in achterflap. € 375,-

B. ruggetje ontbreekt ten dele, omslag aan randen iets gerafeld en met een enkel gaatje; met op titelpagina in inkt een opdrachtje van Roosdorp: ‘Van den Schrijver | 31 Januari ‘98’. € 650,-

* F.(rits) Roosdorp was het pseudoniem van Frederik Cornelis Marie Schröder

(1874-1898). Roosdorp debuteerde in 1893 in De Nieuwe Gids met enkele Gedichten in Proza. Door zijn vroege dood, vermoedelijk door TBC, heeft deze bundel ‘gevoelige schetsen’ geen vervolg gekregen.
27. Slauerhoff, J. – Archipel.

Amsterdam, [in eigen Beheer, in exploitatie genomen door] P.N. van Kampen & Zoon 1923; geel-wit papieren omslag met belettering in groen en zwart; recensie- exemplaar van Herman van den Bergh, met diens aantekeningen in potlood (variërend van ‘prachtig beeld’ bij een strofe uit Oceaannacht tot ‘banaal’ bij Ochtend); bijgevoegd: handgeschreven, 9-regelig briefje van Slauerhoff aan Van den Bergh (B.B.=Beste Bergh), waarmee Slauerhoff het, ter bespreking in De Vrije Bladen, aan Van den Bergh toestuurde; deze bespreking, verschenen in jaargang

1-nr. 2 (maart 1924) is eveneens bijgevoegd; met erratumblaadje; eerste pagina’s wat verbruind. € 3500,-

* Archipel werd door toedoen van Arthur Lehning in Berlijn voor rekening van Slauerhoff gedrukt.

** Slauerhoffs ‘moeilijke’ karakter maakte dat hij weinig vrienden had; opdrachten van Slauerhoff zijn dan ook schaars. Zie onze serie Vriendschap-vlugschriften, waarin een Franse opdracht van Slauerhoff aan A. Roland Holst in Fleurs de Marécage (Bruxelles, Stols 1929).

*** Jan Jacob Slauerhoff (1898-1936) wordt beschouwd als een van de belangrijkste Nederlandse dichters en prozaschrijvers van het interbellum. Na zijn studie geneeskunde in Amsterdam wisselde hij zijn reizen als scheepsarts af met betrekkingen als waarnemend arts en wetenschappelijk assistent. Hij werkte mee aan Het Getij en De Vrije Bladen en werd, na zijn kennismaking met Du Perron in 1929, medewerker van Forum. In zijn te korte leven heeft Slauerhoff veel gepubliceerd: naast poëzie, diverse romans en verhalenbundels.

Onder het pseudoniem J. Ravenswood verscheen in 1928 Oost-Azië (Utrecht, De Gemeenschap). Kort na zijn 38ste verjaardag overleed Slauerhoff aan een combinatie van malaria en verwaarloosde tbc.

**** Herman van den Bergh (1897-1967) trad in 1918 toe tot de redactie van Het Getij Hij was in de beginjaren Slauerhoffs voorspraak bij het blad en zorgde ervoor dat Slauerhoff zijn eerste gedichten in Het Getij kon publiceren. Later nam Van den Bergh met zijn boek Schip achter het Boegbeeld, Over het Werk van J. Slauerhoff (’s- Gravenhage, Boucher 1958) afstand van zijn vroegere vriend. ‘Slauerhoff had volgens Van den Bergh al vóór zijn twintigste levensjaar moeten beseffen dat hij uitgesproken en uitgeschreven was en dus moest zwijgen’, aldus Wim Hazeu in Slauerhoff, Een Biografie (Amsterdam/Antwerpen, De Arbeiderspers 1995).


28. Stoppelaar, J. de – De Parelduiker.

Apeldoorn, C.M.B. Dixon en Co 1912; druk: F.E. MacDonald, Nijmegen;



A. roodbruin, stevig papieren omslag met lijnversiering in goud, uitgeversembleem en rugbelettering in zwart; met op verso eerste schutblad etiketje van de uitgever: ‘ter bespreking aangeboden aan ‘den Heer Alb. Verwey | Redacteur van De Beweging | Noordwijk aZee’’. € 250,-

B. rood, fijn linnen met fileten en rugbelettering in goud, uitgeversembleem in zwart; ex libris vorige bezitter op verso voorplat. € 125,-

* Bij deze bundel is het ontbreken van schrijver en titel op band en omslag wel zeer opvallend.

** Vermoedelijk heeft Jan Greshoff een actieve rol gespeeld bij het verschijnen van deze bundel. Hij had De Stoppelaar in De Zilverdistel willen uitgeven en had in die tijd contact met uitgever Dixon. Greshoff werkte in die tijd als journalist voor verschillende Haagse bladen. Toen hij De Zilverdistel verlaten had, ging hij tijdelijk in de leer bij drukkerij MacDonald, waar hij zelf aan de zetkast stond.

*** J.J. de Stoppelaar (1884-1945) wordt gerekend tot de auteurs rond het tijdschrift De Beweging. Hij werkte vanaf 1912 als employé op een koffieonderneming op Java, het eiland waar hij geboren was. In 1935 laat hij op eigen kosten bij de Indische firma Kolff de bundel Java drukken.



29
29. Stroman, B. – Stad.

Rotterdam, W.L. & J. Brusse n.v. 1932; [oplage: 1000 exx. (300 exx. gebonden, 747 exx. ingenaaid)]; grijs linnen met belettering in zwart; wit papier stofomslag met (aan beide kanten) decoratie in rood, zwart en grijs; omslagontwerp en typografische verzorging: Paul Schuitema; [druk: G.J. Thieme; letter: Garamont;] naam vorige bezitter in inkt op titelpagina; omslag aan randen en rug iets beschadigd, met plakband gerepareerd; zeer goed exemplaar. € 425,-

Brusse: 759

* Ben Stroman (1902-1985) werkte als journalist bij het Dagblad van Rotterdam en het Algemeen Handelsblad. Bij deze laatste krant werd hij in 1946 kunstredacteur, een functie die hij tot aan zijn pensioen zou vervullen. Naast romans publiceerde hij veel toneelkritieken, wat hem een invloedrijke rol in de toneelwereld opleverde. In het in 1951 verschenen De Nederlandse Roman, Overzicht en Indrukken 1940-1950 (Rotterdam/Den Haag, Nijgh & Van Ditmar N.V.) schetst hij zijn visie op de romanliteratuur rond en tijdens WO-II.

Een deel van zijn bibliotheek vond een tijdelijke plaats bij ons hier op de Gelderschekade.
30. Uyldert, Maurits – Naar het Leven.

Amsterdam, W. Versluys 1906; bruin buckram met fileten en belettering in goud; druk: Eduardo IJdo, Leiden;



A. net exemplaar; voorplat iets scheef. € 45,-

B. ex. met op voortitel in inkt een opdracht [van de dichter] aan Albert Verwey: Aan | Albert Verwey | 7 juni ’06.; bovenkant rug iets afgesleten. € 250,-

* Ook hier valt het ontbreken van schrijver en titel op voorplat band op.



** Maurits Uyldert (1881-1966) werkte als journalist en was van 1923 tot 1946 redacteur voor letteren en toneel bij het Algemeen Handelsblad. Hij behoorde als dichter tot de kring rond het tijdschrift De Beweging. Uyldert wordt gezien als een trouw volgeling van Albert Verwey, over wie hij enkele studies publiceerde, waaronder de driedelige biografie De Jeugd van een Dichter (Amsterdam, Allert de Lange 1948), Dichterlijke Strijdbaarheid (idem, 1955) en Naar de Voltooiing (idem, 1959). Naast poëzie en letterkundige studies, publiceerde Uyldert essays en de roman De reis van Tobias (Soest, Uitgever ‘Deniso’ 1947).



WORDT VERVOLGD





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina