Antwoordmodel Antwoorden Deelscores Opgave 1 Keitje ketsen Maximumscore 3



Dovnload 84.32 Kb.
Datum23.07.2016
Grootte84.32 Kb.
Antwoordmodel
Antwoorden Deelscores
Opgave 1 Keitje ketsen
Maximumscore 3

1  uitkomst: F = 0,73 N


voorbeelden van een berekening:
methode 1

Tijdens het weggooien geldt Ft = mv.

Hieruit volgt: F  0,36 = 0,032  8,2.

Dus F = 0,73 N.


gebruik van Ft = mv 2

 completeren van de berekening 1


methode 2

Voor de versnelling geldt a = v/t = 8,2/0,36 = 22,8 m/s

Voor de kracht geldt F = ma = 0,032  22,8 = 0,73 N.
 gebruik van a = v / t 1

 gebruik van F = ma 1

 completeren van de berekening 1
Maximumscore 2

2  uitkomst: Uk = 1,06 J (met een marge van 0,04 J)


voorbeeld van een berekening:

Uit de grafiek blijkt dat net voor de botsing Uk = 1,42 J.

Vlak na de botsing is dat 0,36 J.

Het verlies van kinetische energie tijdens de botsing is 1,42   0,36 = 1,06 J.


 inzicht dat het gaat om het verschil in Uk bij Kl 1

aflezen van Uk (met een marge van 0,02 J) en completeren van de berekening 1


Maximumscore 2

3  voorbeeld van een antwoord:

Het steentje heeft net voor K2 evenveel kinetische energie als net na Kl (0,36 J).

Tussen twee botsingen verliest het steentje dus geen energie.


 het kiezen en vergelijken van twee relevante punten van de grafiek 1

 inzicht dat het steentje tussen twee botsingen geen energie verliest 1


Maximumscore 3

4  uitkomst: v = 4,7 m/s (met een marge van 0,2 m/s)


voorbeeld van een berekening:

Voor de kinetische energie geldt Uk =  mv, waarin Uk = 0,36 J (aflezen) en m = 0,032 kg.

Hieruit volgt dat v = 4,7 m/s.
 gebruik van Uk =  mv 1

 aflezen van Uk (met een marge van 0,02 J) 1

 completeren van de berekening 1
Opgave 2 Knipperlicht
Maximumscore 3

5  voorbeeld van een antwoord:


Als A hoog is, is D (de uitgang van de eerste invertor) laag;

(onafhankelijk van het signaal op B) is E (de uitgang van de EN poort) dan laag;

de tweede invertor maakt dat lage signaal hoog.

Uitgang C is dus hoog en dat klopt met de tabel.

 inzicht in de werking van de invertors 1

 inzicht in de werking van de EN poort 1

 completeren van de redenering 1


0

Maximumscore 2

6  antwoord:



Maximumscore 4

7  voorbeeld van een antwoord:


Situatie I en II hebben betrekking op de toestand 'geen trein' (want A is laag).

(Het signaal in B is beurtelings laag en hoog.) Uit de tabel volgt dat uitgang C beurtelings hoog en laag is: de LED knippert.

Situatie III en IV hebben betrekking op de toestand 'er is een trein' (want A is hoog).

(Het signaal in B is opnieuw beurtelings laag en hoog.) Uit de tabel volgt dat de uitgang C voortdurend hoog is: de LED brandt constant.


 inzicht dat I plus II de situatie 'geen trein' beschrijven (want A is laag) 1

 inzicht dat uitgang C dan beurtelings hoog en laag is (en de LED dus knippert) 1

 inzicht dat III plus IV de situatie 'wel een trein' beschrijven (want A is hoog) 1

 inzicht dat uitgang C dan voortdurend hoog is (en de LED dus constant brandt) 1


Maximumscore 3

8  voorbeeld van een antwoord:

Als de magneet de spoel nadert/passeert ontstaat een magnetische flux in de spoel waardoor een inductiespanning wordt opgewekt. Er moet een geheugencel in de schakeling worden opgenomen om van de spanningspuls een blijvend signaal te maken (totdat de geheugencel wordt gereset).

 inzicht dat bij het naderen/passeren van de magneet de flux binnen de spoel verandert 1

 inzicht dat daardoor een inductiespanning wordt opgewekt' 1

 inzicht dat een geheugencel nodig is om een spanningspuls om te zetten in een blijvend signaal 1




Opgave 3 Lasers in de gezondheidszorg
Maximumscore 4

9  uitkomst: f = 1,2 cm


voorbeeld van een berekening:

De brandpuntsafstand is de afstand van de lens tot punt P.

In de figuur is de dikte van de glasvezelkabel 0,40 cm en in werkelijkheid 0,070 cm.

De figuur is dus 0,40 / 0,070 = 5,71 keer zo groot als de werkelijkheid.

In de figuur is de brandpuntsafstand 7,0 cm.

In werkelijkheid dus 7,0 / 0,070 = 1,2 cm.


inzicht dat f gelijk is aan de afstand tussen de lens en punt P 1

 opmeten in de figuur van de diameter van de kabel en de brandpuntsafstand van de lens 1

 inzicht dat flens / ffiguur = dkabel / dfiguur of flens = ffiguurdkabel / dfiguur 1

 completeren van de berekening 1


Maximumscore 3

10  uitkomst: T= 16 C of 16 K


voorbeeld van een berekening:

Voor de opgenomen warmte geldt Q = cmT

Hierin is Q = 48 J(/s), c = 3,7  103 Jkg 1K 1 en m = 0,80  10 3 kg. Dus T= 16 C.

 gebruik van Q = cmT 1

 inzicht dat Q = 48 J(/s) 1

 completeren van de berekening 1


Maximumscore 4

11  uitkomst: = 2,9% of = 0,029


voorbeeld van een berekening:

Voor het rendement geldt: = Plicht / Pel

Voor het elektrisch vermogen geldt: Pel = VI = 230  7,2 = 1,66  103 W.

Dus = 48 / (1,66  103)  100% = 2,9%.


 gebruik van = Pnuttig / Pin 1

 inzicht dat Plicht = Pnuttig en Pel = Pin 1

 gebruik van P = VI 1

 completeren van de berekening 1


Maximumscore 4

12  uitkomst: Het aantal fotonen per seconde is 1,6  1020.


voorbeeld van een berekening:

Voor de energie van een foton geldt Ufoton = hc / .

Hierin is h = 6,626  10 34 Js, c = 2,998  108 m/s en = 670  109 m.

Het aantal fotonen dat per seconde wordt uitgezonden is:



Plicht / Ufoton = ( 48  670  10 9) / ( 6,626  10 34  2,998  108) = 16  1020.
 gebruik van Ufoton = hc / 1

 opzoeken van h en c 1

 inzicht dat het aantal fotonen gelijk is aan Plicht / Ufoton 1

 completeren van de berekening 1


Opgave 4 Slijtage bovenleiding
Maximumscore 5

13  uitkomst: m = 1,87  106 kg


voorbeeld van een berekening:

Het afgesleten volume is: V = (98,8   78,7)  10 6  5200  103  2 = 2,090  102 m3.

Voor de corresponderende massa geldt: m = V

Hierin is = 8,96  103 kg/m3.

Hieruit volgt dat m = 1,87  106 kg.
 inzicht dat het volume gelijk is aan de doorsnede x de lengte 1

 inzicht dat het volume van de bovenleiding tweemaal zo groot is als van één draad 1

 gebruik van m = V 1

 opzoeken van 1

 completeren van de berekening 1

Maximumscore 4

14  uitkomst: R = 0,11


voorbeeld van een berekening:

Voor de weerstand van een stuk bovenleiding geldt: R = l / A . Hierin is = 17  109 m, l = 1,0  103 m en A = 2  78,7  10 6 = 1,57  10 4 m.

Hieruit volgt dat R = 0,11 
 gebruik van R = l / A 1

 opzoeken van 1

 inzicht dat de oppervlakte van de doorsnede van de bovenleiding tweemaal zo groot is als de oppervlakte van de doorsnede van één draad 1

 completeren van de berekening 1


Maximumscore 3

15  voorbeeld van een antwoord:

De weerstand van één meter draad B is groter dan van één meter draad A (omdat de doorsnede van draad B kleiner is).

Voor de warmteontwikkeling per seconde geldt: P = IR.

Bij een zelfde stroomsterkte is de warmteontwikkeling per seconde in draad B dus het grootst.
 de weerstand van draad B is groter 1

 gebruik van P = IR 1

 conclusie 1
Maximumscore 4

16  uitkomst: f = 2,1  103 Hz


voorbeeld van een berekening:

Een snelheid van 90 km/h komt overeen met 25 m/s.

Een afstand van 1,2 cm wordt afgelegd in: t = s / v = 0,012 / 25 = 0,000480 s.

Voor de in te stellen frequentie geldt: f = 1 / 0,000480 = 2,1  103 Hz.


 snelheid omrekenen in m/s 1

 berekenen van de tijd waarin 1,2 cm wordt afgelegd (= de tijd tussen twee flitsen) 1

 gebruik van f = 1 / T 1

 completeren van de berekening 1




Opgave 5 Echoscopie
Maximumscore 3

17  uitkomst: = 7,25  104 m


voorbeeld van een berekening:

Voor de golflengte van het geluid geldt = vT

In figuur 10 kan worden afgelezen dat T = 0,50 s.

Dus = 1,45  103  0,50  106 = 7,25  10 4 m.

 gebruik van = v T 1

 aflezen van T 1

 completeren van de berekening 1
Maximumscore 4

18  uitkomst: De dikte is 1,52 cm.


voorbeeld van een berekening:

Voor de afstand die de golf aflegt geldt x = vt.

Uit figuur 10 blijkt: t = 21,00 s.

x = 1,45  103  21,00  10 6 = 3,045  10 2 m.

De dikte is hiervan de helft, dus 1,52 cm.
 gebruik van x = vt 1

 aflezen van t 1

 inzicht dat de dikte de helft is van x 1

 completeren van de berekening 1


0

Maximumscore 4

19  uitkomst: r = 66 (met een marge van 3)
voorbeeld van een bepaling:

Uit de figuur blijkt dat i = 55.

Voor de breking geldt sin i / sin r = n.

Dus sin 55 = 0,90  sin r

Hieruit volgt dat sin r = sin 55 / 0,90 = 0,910.

Dus r = 66


gebruik van sin i / sin r = n 1

 bepalen van i (met een marge van 2░) 1

 berekenen van r 1

 tekenen van r 1


Maximumscore 4

20  voorbeeld van een antwoord:

Röntgenstraling plant zich voort met de lichtsnelheid (en ultrageluid met de geluidssnelheid). Röntgenstraling heeft een (veel) hogere frequentie (dan ultrageluid).

Röntgenstraling heeft ioniserend vermogen (en ultrageluid niet).

Röntgenstraling is ten gevolge van zijn ioniserend vermogen veel schadelijker (dan ultrageluid).
 röntgenstraling plant zich voort met de lichtsnelheid (en ultrageluid met de geluidssnelheid) 1

 röntgenstraling heeft een hogere frequentie (dan ultrageluid) 1

 röntgenstraling heeft ioniserend vermogen (en ultrageluid niet) 1

 vanwege zijn ioniserend vermogen is röntgenstraling schadelijker (dan ultrageluid) 1


Opgave 6 Geiger Müllerteller
Maximumscore 4

21  uitkomst: A = 5,9  103 Bq


voorbeeld van een berekening:

De gemeten activiteit A = 354 / 20 = 17,7 Bq.

Het rendement van de buis en het afstandspercentage in rekening brengend, is de activiteit van het preparaat:

A = 100  (100 / 30)  17,7 = 5,9  103 Bq.
 inzicht dat de activiteit het aantal vervalreacties per seconde is 1

 in rekening brengen van het rendement van de buis 1

 in rekening brengen van het afstandspercentage 1

 completeren van de berekening 1


Maximumscore 3

22  antwoord: 146C 147N + 0-1e of: 14C  14N + -10e

   deeltje rechts van pijl 1

 N als vervalproduct 1

 aantal nucleonen links en rechts kloppend 1
Opmerking Als N via een foutieve weg gevonden wordt: maximaal 1 punt.
Maximumscore 3

23  uitkomst: t = 1,15  104 jaar


voorbeeld van een berekening:

De activiteit van het oude hout is 228 / 57,0 = 4 maal zo klein als van het jonge hout.

Het hout is dus 2 halveringstijden = 2  5730 = 1,15  104 jaar oud.

 berekenen van het aantal halveringstijden 1

 opzoeken van de halveringstijd van C 14 1

 completeren van de berekening 1


Opmerking Bij deze vraag hoeft niet op het aantal significante cijfers in de uitkomst gelet te worden.

0

Maximumscore 4

24  antwoord: = 3,5 minuten
voorbeelden van een bepaling:

methode 1

Door van alle meetpunten 0,50 Bq af te trekken, kan de grafiek van de gecorrigeerde activiteit getrokken worden.

Uit deze grafiek blijkt dat de halveringstijd gelijk is aan 3,5 minuten.

 tekenen van de nieuwe grafiek 2

 bepalen van de halveringstijd 2


methode 2

Op het tijdstip t = 0 is de niet gecorrigeerde activiteit A = 4,0 Bq.

Gecorrigeerd voor de achtergrondstraling is de activiteit A = 4,0   0,50 = 3,5 Bq.

Dus na één halveringstijd is de activiteit A =   3,5 = 1,75 Bq.

De bijbehorende waarde in de grafiek A = 1,75 + 0,50 = 2,25 Bq.

Uit de grafiek blijkt dan dat de halveringstijd gelijk is aan 3,5 minuten.

 bepalen van de gecorrigeerde activiteit op t = 0 1

 inzicht dat de activiteit één halveringstijd later is gehalveerd 1

 berekenen van de bijbehorende niet gecorrigeerde waarde van A 1

 aflezen van de halveringstijd 1


Opgave 7 Bouwkraan
Maximumscore 5

25  uitkomst: Fa = 1,7  103 N (met een marge van 0,1  103 N)


voorbeelden van een bepaling:


0

methode 1



De zwaartekracht op de balk is gelijk aan 306  9,81 = 3,00  103 N.

De zwaartekrachtvector is 6,0 cm lang, dus 1,0 cm komt overeen met 5,0  10  102 N. De lengte van Fa is 3,4 cm.

Hieruit volgt dat Fa = 3,4  5,0  102 = 1,7  103 N.

 verplaatsen van  FZ naar het snijpunt van a en b 1

 construeren van  Fa (en  Fb) 1

 berekenen van de zwaartekracht 1

 bepalen van de schaalfactor 1

 bepalen van de lengte van  Fa (met een marge van 0,2 cm) en completeren van de berekening 1

methode 2


0
De zwaartekracht op de balk is gelijk aan 306  9,81 = 3,00  103 N.

De zwaartekrachtvector is 6,0 cm lang, dus 1,0 cm komt overeen met 5,0  102 N.

De lengte van  Fa is 3,4 cm.

Hieruit volgt dat Fa= 3,4  5,0  102 = 1,7  103 N.


 tekenen van de loodrechte component van  Fa gelijk en tegengesteld aan   FZ 1

 construeren van  Fa 1

 berekenen van de zwaartekracht 1

 bepalen van de schaalfactor 1

 bepalen van de lengte van  Fa (met een marge van 0,2 cm) en completeren van de berekening 1
Maximumscore 3

26  uitkomst: P = 5,4  102 W


voorbeelden van een berekening:

methode 1

Voor de zwaarte energie van een voorwerp geldt UZ = mgh.

In één seconde neemt de zwaarte energie van de balk toe met 306  9,81  0,18 = 540 J.

Het vermogen dat de hijskraan daarvoor moet leveren is dus 5,4  102 W
 gebruik van UZ = mgh 1

 inzicht dat de toename van de hoogte per seconde 0,18 m is 1

 completeren van de berekening 1
methode 2

(Bij een constante snelheid) geldt voor het vermogen P = Fv.

Hierin is F gelijk aan (de kracht van de motor = spankracht Fc = ) FZ = 306  9,81 = 3002 N.

Dus P = 3002  0,18 = 5,4  102 W

 gebruik van P = Fv 1

 inzicht dat F gelijk is aan (de kracht van de motor = spankracht Fc = ) FZ 1



 completeren van de berekening 1




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina