Anw in het nieuws



Dovnload 141.95 Kb.
Pagina2/3
Datum25.08.2016
Grootte141.95 Kb.
1   2   3

Eerste blik op het hart van de Melkweg


Volkskrant, 10 januari 2002
Honderden witte dwergen, neutronensterren en zwarte gaten zijn zichtbaar als gekleurde stippen op deze röntgenfoto van de kern van ons Melkwegstelsel. De foto   een mozaïek van dertig opnamen die zijn gemaakt door de Amerikaanse Chandra­satelliet   werd woensdag gepresenteerd op de 199ste bijeenkomst van de American Astronomical Society in Washington. Het centrum van de Melkweg is met een gewone telescoop niet te zien omdat er donkere stofwolken voor zitten. Het afgebeelde gebied meet ongeveer 400 bij 900 lichtjaar. FOTO NASA~DANIEL WANG
ANW-vraag: Een foto van het onzichtbare deel van ‘onze’ Melkweg. Hoe zouden ze zo’n foto kunnen maken?


Terlouw: verbod op teelt van gengewas

Volkskrant, 10 januari 2002

De teelt van genetisch gemanipuleerde gewassen moet in veel gevallen worden verboden. Het risico is te groot dat transgene granen, koolzaad en grassen kruisen met de gentech vrije soorten. Bovendien kunnen ze wilde flora en fauna schaden.
Dit stelt de commissie Terlouw in het woensdag verschenen rapport Eten en genen, geschreven in opdracht van het kabinet. Uit het publieksdebat over biotechnologie en voedsel constateert Terlouw dat Nederlanders gereserveerd staan tegenover biotechnologie in voedsel, maar het niet zonder meer afwijzen. 'Men wil de alternatieven kennen en vreest de gezondheidsrisico's. Vervolgens komen zorgen over gevolgen voor planten en dieren', aldus Terlouw. 'Principiële en ethische bezwaren kwamen nauwelijks naar voren.'

Minister Brinkhorst van Landbouw is tevreden dat het debat over biotechnologie uit de sfeer van 'welles nietes' is gehaald. 'Het debat moet niet meer worden bepaald door mensen die zeggen: het is altijd goed of altijd fout. De vraag is onder welke voorwaarden mengen het kunnen accepteren', aldus minister Brinkhorst gisteren. Veertien partijen, waaronder Greenpeace, kerken en ontwikkelingsorganisaties, staan daar lijnrecht tegenover. 'Er is veel te weinig draagvlak. De logische conclusie is dat er pas op de plaats moet worden gemaakt.

'Nederland zou daarin zeker niet alleen staan: zes Europese landen willen een stop op biotechnologie', zegt M. Wermer van de Dierenbescherming.

De Nederlandse Biotech Associatie (Niaba) is blij met de constatering van Terlouw dat gentech voedsel veilig is en dat de meerderheid van het publiek biotechnologie in voedsel onder voorwaarden accepteert.

Dossier: www.volkskrant.ni/dna


Twijfel over biotechnologie in eten blijft groot

Volkskrant, 10 januari 2002

Jan Terlouw leidde publiek debat over biotechnologie en voedsel. `Men twijfelt aan het nut, informeert naar de alternatieven en vreest de risico’s.’
`Eten en Genen' was de noemer van het Publiek Debat over Biotechnologie en Eten dat het afgelopen jaar werd gehouden. Wat vinden Nederlanders van een aardappel die niet ziek kan worden? Willen we genetisch gemanipuleerde koeien die geen BSE kunnen krijgen? Zouden we kaasstremsel vertrouwen uit genetisch gemodificeerd gist?

`Iedereen kan van onze discussies hebben gehoord en kon meedoen', zegt dr. Jan Terlouw, Eerste Kamerlid voor D66 en voorzitter van de commissie die het debat voerde. Dat gebeurde met een groep van 150 Nederlanders, geselecteerd door het NIPO. Het grote publiek kon meedoen via discussies in bibliotheken, op scholen en bij verenigingen, en via de website www.etenengenen.nl. De houding van de Nederlanders blijkt gereserveerd, aldus Terlouw. 'Men twijfelt aan het nut, informeert naar de alternatieven en vreest de risico's.'

  Veranderen de meningen naarmate mensen meer weten over biotechnologie?

'Nee, dat blijkt niet het geval. Doorgaans wordt een tegenstander geen voorstander, maar weet hij beter waarom hij tegen is, en omgekeerd. De meerderheid is zeker niet tegen elke nieuwe stap op dit terrein. Maar naarmate men meer te weten komt over biotechnologie, gaat men wel scherpere voorwaarden stellen aan genetische manipulatie voor voedsel. De discussies gingen vooral over het nut, de noodzaak en over de risico's van genetische manipulatie voor voedsel. Veel minder ging het over principiële en ethische bezwaren.

'Ongerust zijn mensen vooral over wat bijvoorbeeld zo'n gemodificeerde aardappel doet met de eigen gezondheid. Bezorgdheid over voedselveiligheid staat bij het publiek voorop. Pas op de tweede plaats komen vragen over de effecten op planten en vooral op dieren.

'Bij de commissie is het omgekeerd. We hebben in de medische literatuur geen enkel bewijs aangetroffen voor de onveiligheid van gemodificeerd voedsel. Op dat punt zijn wij dan ook minder bezorgd. Een onafhankelijke voedselautoriteit moet alle nieuwe voedingsmiddelen controleren, genetisch gemanipuleerd of niet, en blijvend volgen op gezondheidsaspecten. Ook moet op elk etiket komen te staan of er transgene ingrediënten in het product zitten.'

  De commissie is dus juist beducht voor de effecten van biotechnologie op de natuur?

'Genetisch veranderde gewassen kunnen gemakkelijk kruisen met andere planten in de omgeving. Daardoor dreigt genetische vervuiling bij die planten. Deze vaak wilde planten wil Nederland beschermen omdat ze zeldzaam zijn. Bovendien mogen de transgene gewassen niet de gangbare teelt beïnvloeden. Wij vinden dan ook dat de teelt van transgene landbouwgewassen in Nederland in veel gevallen niet moet worden toegestaan. Omdat Nederland kleinschalig is, zal de teelt van met name genetisch veranderde granen, grassen en koolzaad wat ons betreft niet meer kunnen.

`Ook het doorfokken van dieren op onnatuurlijke elementen ten behoeve van de voedselproductie wijzen we af, als er alternatieven zijn. Het publiek zegt heel duidelijk: een koe manipuleren zodat ze geen BSE kan krijgen, is onzin. je moet die dieren simpelweg geen diermeel te eten geven. Ik vind dat ze gelijk hebben.'

  Sceptici zeggen: je houdt het hoe dan ook niet tegen. Als het volgens wetenschappers en industrie kan, dan gebeurt het vroeg of laat ook.

`Mijn benadering is: je kunt en moet de wetenschap niet remmen. Die is per definitie grensverleggend, anders zouden we nog in de Middeleeuwen leven.

`Maar in de toepassing van kennis heeft het publiek wel degelijk een stem. De kernvraag van mensen is: kunnen we wetenschap, overheid en bedrijfsleven vertrouwen? Dat vertrouwen ontbreekt,mede door affaires als BSE, dioxine en salmonella. Het publiek is niet gek, het eist te worden betrokken bij nieuwe technologieën. De discussie over kernenergie begon bijvoorbeeld 25 jaar te laat. Terwijl juist het publiek wees op de gevaren van nucleair afval.

`De overheid is ook met dit. biotechnologiedebat misschien wel vijftien jaar te laat. Maar deze discussie is nog lang niet afgerond. Er zal in de 21ste eeuw nog heel veel op ons afkomen op dit terrein, en telkens moeten we beslissen wat we ervan vinden. Om vertrouwen terug te winnen, doet de politiek er om te beginnen goed aan onze aanbevelingen over te nemen. En het bedrijfsleven moet zich er vervolgens strikt aan houden.'

Gentechniek boeit publiek niet

UN, 10 januari 2002
Een ruime meerderheid van de Nederlanders vindt het geen probleem als er aan voedsel vreemd genetisch materiaal wordt toegevoegd om de producten verder te verbeteren. Wel wordt daar bij aangemerkt dat bij elke nieuwe stap risico's moeten worden uitgesloten om grote rampen te voorkomen.

In Nederland moet niet geëxperimenteerd worden met gewassen als bijvoorbeeld graan of gras vanwege een te groot risico van kruisbestuiving via de lucht. In dat geval zouden in het kleine Nederland op den duur geen `natuurlijke' gewassen meer overblijven. Ook is er minder enthousiasme over genetische experimenten bij dieren. Gentechnologie wordt toegepast om gewassen beter resistent te maken tegen ziektes en de opbrengst te vergroten.

Dat zijn enkele uitkomsten die de commissie biotechnologie en voedsel gisteren in Den Haag presenteerde. De commissie kreeg van de regering vijf miljoen gulden om in een jaar tijd het Nederlandse publiek te informeren over biotechnologie en er achter te komen hoe er gedacht wordt over het verwisselen van genetisch materiaal. Zo'n twaalfduizend mensen hebben aan een debat deelgenomen en de internetpagina van de commissie werd zo'n 44.000 keer bezocht. Een groep van 150 Nederlanders vormde een debat groep die het hele jaar werd gevolgd.

Oud politicus en commissievoorzitter jan Terlouw gaf gisteren toe dat die aantallen teleurstellend zijn. „Het blijkt heel moeilijk om het grote publiek te interesseren voor het onderwerp biotechnologie; kennelijk vinden de meeste mensen dat te moeilijk. We hadden ook niet de illusie om dit vraagstuk als wetenschap over te dragen, dat gaat niet."

Hoewel principiële bezwaren nauwelijks een rol spelen, moet biotechnologie niet zomaar worden toegepast. De commissie stelt dat Nederlanders er eerst het nut van moeten inzien, alvorens zij instemmen met genetische experimenten. Zo zien zij geen probleerh als biotechnologie bijdraagt aan het genezen of voorkomen van ziekten. Consumenten eisen wel dat op de etiketten duidelijk wordt aangegeven of een product genetisch gemodificeerde ingrediënten bevat.

Afgelopen najaar trokken vijftien maatschappelijke organisaties, waaronder Greenpeace, Novib, Stichting Natuur en Milieu, Milieudefensie en het Nederlands Platform Gentechnologie, zich terug uit het debat. Ze waren er bij voorbaat al vanuit gegaan dat er sowieso moet worden doorgegaan met de ontwikkeling van biotechnologie.

„De uitkomsten van dit debat zijn, zoals wij verwachtten, vrij voorspelbaar," zegt H. Oppenoorth namens de vijftien organisaties. „Er is amper aandacht geweest voor de alternatieven. Het argument datje door biotechnologie het wereldvoedsel probleem kunt oplossen; is volstrekt nonsens. Er is genoeg voedsel op de wereld; de verdeling ervan is het probleem. Dergelijke geluiden zijn amper aan bod gekomen."




Voor Brinkhorst is rapport mooie opsteker

UN, 10 januari 2002

Misschien is het directe democratie in optima forma, misschien kiezersbedrog van de bovenste plank. In ieder geval blijken de uitkomsten van het publiek debat over biotechnologie en voedsel volledig overeen te stemmen met de opvattingen van het kabinet, zoals verwoord in de Integrale Notitie Biotechnologie. Biotechnologie mag, zij het onder strenge voorwaarden.
Vreemd is dat niet. De commissie Terlouw die het publiek debat moest aanzwengelen en begeleiden, kreeg immers als opdracht mee de discussie te voeren over de vraag onder welke voorwaarden biotechnologie aanvaardbaar is. Uitkomst: als het nuttig is, veilig is en er geen alternatieven voor zijn mag het. Een andere conclusie lijkt ook nauwelijks mogelijk, tenzij biotechnologie om principiële redenen wordt afgewezen. De groep die dat doet is echter klein, zo concludeert Terlouw.

De grote makke van het werk van de commissie is echter dat de maatschappelijke discussie helemaal niet op gang is gekomen. Hoewel Terlouw nog schermde met tienduizenden reacties, is het leeuwendeel van de publieksmeningen afkomstig van een panel van 150 geselecteerde Nederlanders. Een representatieve doorsnede van de Nederlandse bevolking, zo verzekert Terlouw, maar geen aantal om van een brede maatschappelijke discussie te spreken. Terlouw erkende de geringe publieksparticipatie, maar gaf tegelijkertijd aan dat de commissie in een jaar tijd met 2,27 miljoen euro ook niet veel meer kon bereiken. „Dan hadden we 45 miljoen euro budget moeten hebben en vijf jaar de tijd."


Die tijd was er echter niet, want de Integrale Notitie Biotechnologie van het kabinet ligt al meer dan een jaar op behandeling te wachten. De Tweede Kamer zou het stuk, waarin het kabinet aangeeft hoe zij over de wenselijkheid ende mogelijkheden van biotechnologie denkt, in november 2001 behandelen. Dat is al uitgesteld tot eind januari om de commissie voldoende tijd te geven het debat af te ronden. Desondanks is tot de dag van verschijnen aan de conclusies gewerkt hetgeen wel duidelijk maakt onder welke tijdsdruk gewerkt is.

Voor minister Brinkhorst, voorstander van de toepassing van biotechnologie, is het rapport een mooie opsteker. „Uit het rapport blijkt dat we de discussie over biotechnologie moeten depolariseren. Niet meer de felle voor  en tegenstanders moeten het debat bepalen, maar mensen die bewust verder willen."

Dat komt mooi uit, want over twee weken debatteert de Tweede Kamer, die in meerderheid bewust verder wil, over de nota biotechnologie. Nu de publieke opinie volgens Terlouw naadloos aansluit bij de overheersende politieke opvattingen, is het debat al bij voorbat gewonnen. D66'er Terlouw zal vast nog wel eens vaker een klusje voor partijgenoot Brinkhorst mogen doen.


Gen-angst zonder grond

Volkskrant, 12 januari 2002

De invloed van genetisch gemanipuleerde gewassen is amper bekend, schrijft de commissieTerlouw, die deze week het kabinet over biotechnologie adviseerde. Dat is waar, maar de risico's zijn erg klein, legt een expert uit.
Als microbiologen 5 procent in kaart hebben gebracht van de bacteriën en schimmels in de bodem, is het veel. Dat is geen wonder: in één gram grond zitten wel tienduizend soorten bacteriën en wel zes miljard cellen. Als daar een genetisch gemanipuleerde plant op groeit, zijn er vaak veranderingen waarneembaar, terwijl niet duidelijk is wat de effecten zijn van die veranderingen.

Deze week kwam het advies uit dat de commissie Terlouw schreef over toepassing van biotechnologie in voedsel. De teelt van genetisch gemanipuleerde gewassen moet in veel gevallen worden verboden, meent de commissie. Het risico is te groot dat transgene granen, koolzaad en grassen kruisen met de gentech vrije soorten. Bovendien kunnen ze de wilde flora en fauna schaden.

Een volgend probleem is volgens Terlouw dat er veel te weinig bekend is over de biologische processen die zich in de bodem afspelen. Onduidelijk is wat de invloed kan zijn van transgene gewassen op die bodemprocessen. 'Dan moeten inderdaad de alarmbellen gaan rinkelen', waarschuwt microbioloog prof. dr. Hans van Veen. 'Maar moeten we onmiddellijk ophouden met ;iet genetisch modificeren van planten, zo lang het effect ongewis is? Nee, dat is absoluut niet nodig.'

Een duidelijke waarschuwing, meteen gevolgd door sussende woorden, hoe kan dat? Van Veen, hoogleraar microbiële ecologie aan de Universiteit Leiden en directeur van het Centrum voor Terrestrische Oecologie (CTO) in Heteren, probeert de tegenstrijdigheid in zijn betoog uit te leggen.

Eerst de waarschuwing, het risico waar veel tegenstanders van biotechnologie op wijzen. In 1999 werd aangetoond dat rupsen van monarchvlinders doodgingen van het stuifmeel uit gemanipuleerde maïs, terwijl fabrikant Monsanto had beweerd dat alleen schadelijke insecten eraan stierven. Wie garandeert dat vergelijkbare bijeffecten zich niet ook in de bodem voordoen, maar dan zonder dat iemand het merkt?

Bodemkenner Van Veen zal de eerste zijn om het te beamen: processen in de bodem zijn, anders dan in de lucht of in het water, moeilijk te bevatten. 'Bij water ziet iedereen meteen: het is dood, het verkleurt, het stinkt, of het oogt fris en gezond. Maar ja, de bodem? Dat is waar je op loopt en waar je in begraven wordt, meer niet. Terwijl ze de grootste diversiteit aan levende organismen herbergt, de bron is voor essentiële kringlopen, het filter is voor ons water en de groeiplaats van planten.'

Niemand kan dus garanderen dat genetisch gemodificeerd materiaal niets doet met dat bodemleven of alleen schadelijke organismen doodt. 'Maar is dat erg?', vraagt Van Veen. 'Stel, graan is resistent gemaakt tegen ziekteverwekkende schimmels. En stel dat in de bodem onbedoeld óók schimmels worden aangetast die plantenresten afbreken. Dat kán een probleem zijn, maar dat is het vaak niet. 'In de bodem leven talloze bacteriën en schimmels die elkaars functies overnemen. Dus worden plantenresten nog steeds afgebroken en rotten ze weg, alhoewel enkele specifieke schimmels zijn weggevallen.

'De overmaat aan soorten die elkaars functie overnemen, redundantie, lost het probleem op nog vóór wij het konden signaleren. Valt een van die organismen uit, dan is er niets aan de hand. `Het gevaar ontstaat pas, wanneer de functie in de bodem slechts door één of enkele soorten micro organismen kan worden uitgevoerd. Als die organismen schadelijk worden beïnvloed door genetisch gemodificeerde planten, kunnen er problemen ontstaan. Zulke kwestbare functies zijn er wel.

`Het afbreken van houtvezels is zo'n proces dat door enkele gespecialiseerde schimmels wordt uitgevoerd. We moeten dus te allen tijde voorkomen dat die ook worden uitgeschakeld door de genen van een gemanipuleerde plant. Daarom zoekt het CTO naar dergelijke kwetsbare functies in de bodem, en controleren we of die functies intact blijven als er transgene gewassen worden geplant.'

Een volgend probleem dan. Wat gebeurt er als genen uit gemanipuleerde planten de bodem niet direct schaden, maar zich wel over grote afstand in de aarde verspreiden? Een gen dat resistent is gemaakt tegen antibiotica, zou in een ziekenhuis rampzalig zijn. Volgens Van Veen is dat een wel zeer hypothetisch voorbeeld. `De kans dat een gen wordt opgepikt door een bacterie is verwaarloosbaar klein, in de orde van één op de tien miljard. De meeste beïnvloeding onder de grond doet zich voor rondom de wortels, en daar blijft het doorgaans bij.

`Verspreiding van bacteriën en dus van genen in de bodem gebeurt vrij passief. Bacteriën kunnen zich nauwelijks op eigen houtje verplaatsen. Dat gaat via regenwormen of doordat er geploegd wordt. En dan moeten die regenwormen ook nog iets doen met dat genetisch materiaal. Het dus niet afbreken of meteen weer uitpoepen, wat meestal gebeurt.
Toch wil Hans van Veen de risico's van biotechnologie op de bodem niet zonder meer bagatelliseren. Daarom brengt het CTO in een literatuurstudie in kaart wat er tot dusverre bekend is over de bodemecologie in relatie tot genetisch gemodificeerde gewassen. `Tot mijn verrassing zijn er nog vrij veel publicaties boven water gekomen, al is het wel veel hapsnap werk. Er zijn her en der verspreide deelstudies die overigens niet verder kijken dan één groeiseizoen.'

Dat is te kort om conclusies te kunnen trekken, beaamt Van Veen. Misschien zijn effecten pas in na tientallen jaren waarneembaar. `Maar in de studies die wij hebben gezien, verandert er niet zo veel. En als er wel iets gebeurt, zien we niet wat het doet, mogelijk heeft het dus verder geen effect doordat andere organismen de functies overnemen. Ik durf dan ook met genoeg zelfvertrouwen te zeggen dat we de invloed op dominante en belangrijke zaken kunnen controleren. Ik zie geen reden om aan te nemen dat verder onderzoek meer gevaren zal aantonen.'

Maar wat als de genetisch besmette bacterie zo dominant wordt dat hij soortgenoten om zeep helpt en daardoor een monopoliepositie inneemt? `De bodem is een zeer heterogeen milieu, de omstandigheden ook op de schaal van bacteriën verschillen sterk van plek tot plek. Om te kunnen overleven moeten micro organismen zich aanpassen aan die verschillende omstandigheden.

Dossier: www.volkskrant.nl/dna


ANW-vraag: Vijf artikelen over de uitkomst van het publieksdebat ‘Eten en genen’ waar ook veel ANW-leerlingen aan hebben deelgenomen. Is de uitkomst van het debat verrassend? Wat vind je van de inhoud van de argumenten?





Tegen meningokokken


1   2   3


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina