Anw in het nieuws



Dovnload 176.56 Kb.
Pagina1/6
Datum25.07.2016
Grootte176.56 Kb.
  1   2   3   4   5   6

ANW in het NIEUWS


nummer 9, juni/juli/augustus 2002 - St. Bonifatius College, Utrecht

http://www.boni.nl/bonionline/vakken/anw/bestanden/download/





Daar komen de ratbotten!

NRC, 13 mei 2002


In de toekomst zullen we op afstand bestuurbare ratten kunnen inzetten om landmijnen op te sporen, of te zoeken naar mogelijke overlevenden die na een ramp onder puin bedolven zijn.

Het Amerikaanse onderzoeksteam wordt geleid door dr. Sanjiv Talwar. Hij liet ondermeer via een filmpje zien hoe de ratten bestuurd werden. Ze lopen vrij rond, met een rugzakje vol elektronica omgebonden. Daaruit lopen draadjes naar de hersenen. Sommige elektroden zijn geplaatst in het deel van de hersenschors waarin de informatie van de snorharen wordt verwerkt. Daar beslist een rat of hij links- of rechtsaf slaat. Door dit hersengebied 'virtueel' te prikkelen, kreeg de rat de opdracht een bepaalde richting te kiezen. De andere elektroden zijn geplaatst in een verbindingsgebied tussen de hersenstam en het zogenoemde lymbische systeem, het deel van de hersenen waar de emoties 'zetelen'. Met deze elektroden kon de rat beloond worden als hij deed wat hij moest doen.

De onderzoekers zeggen met nadruk dat het niet gaat om een directe besturing van de rat of van zijn brein. Het is meer een bijzondere manier van africhten. Dat africhten op zichzelf is niks bijzonders, dat gebeurt zo vaak en niet alleen met ratten. Legio dieren wordt via een beloningssysteem geleerd bepaalde dingen te doen of na te laten. Alleen bestaan normaal gesproken de beloningen uit lekkere hapjes. Wat nieuw is aan dit experiment is dat de beloning bestaat uit een prettige prikkeling in het MFB, zoals het betreffende hersengebied wordt genoemd. Het MFB is befaamd als belangrijke schakel in het belonings- en motivatiesysteem. De geleerden prikkelden via afstandbesturing dus op twee manieren: in het 'snorharengebied' om hen te motiveren een bepaalde richting te kiezen en daarna in het MFB als ze de opdracht juist hadden uitgevoerd.

De onderzoekers vertellen in Nature: ,,We konden onze ratten gemakkelijk door pijpen leiden en over laddertjes. Ze klommen zelfs in bomen. We konden ze instrueren te klimmen of te springen, als het tenminste niet te hoog was en ze er in principe fysiek toe in staat waren. Zelfs lukte het om de ratten te leiden naar plekken die ze normaal gesproken mijden, zoals fel verlichte open ruimtes.'' Het experiment kreeg kritiek, maar daarop waren de onderzoekers voorbereid. Zelf zeggen ze: ,,Het is niet mogelijk om proefondervindelijk vast te stellen hoe een rat de prikkeling van de MFB ervaart. Maar we gaan er wel van uit dat hij het prettig vindt. Menselijk patiënten, bijvoorbeeld die lijden aan epilepsie, worden bij hun behandeling soms ook uitgerust met elektroden in hun MFB. Zij rapporteren in ieder geval een prettig gevoel bij prikkeling.''
ANW-vraag: Is dit experiment ethisch aanvaardbaar? Voor welk doel mogen ratten ingezet worden?

Leidse jacht op Ebola-vaccin
Trouw, 17 mei 2002

LEIDEN - Het Leidse biotechnologiebedrijf Crucell gaat op zoek naar een vaccin tegen het dodelijke ebolavirus. Dat doet het bedrijf samen met het Amerikaanse National Institute of Health (NIH) in opdracht van de Amerikaanse overheid.

Volgens wetenschappelijk directeur J. Logtenberg van Crucell loopt het onderzoek naar het ebolavirus al enige tijd, ,,maar na 11 september is het in een stroomversnelling gekomen. Het dodelijke virus staat op de lijst met mogelijke bedreigingen door terroristen met biologische wapens. De Amerikaanse overheid heeft daarom druk op de ketel gezet. Zij wil voor alle Amerikanen een vaccin achter de hand hebben.''

Er is al een vaccin ontwikkeld dat werkt bij apen. Crucell gaat nu de werking bij mensen testen. Dat doet het bedrijf op basis van ebola-genen die zijn gecreëerd door het NIH. Volgens Logtenberg duurt het nog zeker vijf jaar voordat een vaccin op de markt komt dat geschikt is voor mensen.

Naast bescherming van de Amerikaanse bevolking is het vaccin tevens bedoeld voor reizigers, diplomaten, militair personeel en de bewoners van de ebolagebieden in Afrika. Met name in centraal Afrika -Congo en Gabon- komt het voor. Het virus verspreid zich razendsnel en maakt per keer in een paar dagen honderden slachtoffers. Het is genoemd naar de rivier de Ebola in Congo, waar de ziekte voor het eerst werd waargenomen.

Crucell richt zich op het ontwikkelen van medicijnen met behulp van biotechnologie, zoals vaccins tegen kanker, ontstekings- en besmettelijke ziekten.



Nederland karig voor leraar
Trouw, 23 mei 2002
Voor ieder uur les aan een leerling op de middelbare school trekt Nederland veel minder geld uit dan een groep vergelijkbare landen. In Frankrijk en Duitsland, waar docenten meer verdienen en minder uren voor de klas staan, bestaat geen lerarentekort. Alleen in Nederland en Nieuw-Zeeland verdienen leraren gemiddeld minder dan andere hoger opgeleiden buiten het onderwijs. In Duitsland en Frankrijk kunnen leraren zich rekenen tot de beter verdienende hoger opgeleiden.

Op het lijstje 'loon per lesuur per leerling' scoort Nederland het laagst van alle onderzochte landen. Een Duitse leraar verdient 4,3 euro per uur per leerling, zijn Nederlandse collega de helft. Nederlandse docenten met het hoogste salaris, 'schaal 12', kunnen wel aardig meekomen. Schaal 12 is echter zeldzaam geworden omdat scholen bezuinigen op de loonkosten sinds ze financieel zelfstandig zijn.

Terwijl een hele baan voor Nederlandse leraren 26 lesuren telt, is hun Franse collega met 18 uur al een voltijdsleraar. Een Franse leraar geeft per jaar 589 uur les, zijn Nederlandse collega 868 en zijn Duitse collega 685. Ook wat de grootte van scholen en klassen betreft, scoort Nederland slecht: nergens zijn de scholen groter. Een klas telt in Nederland gemiddeld 17,2 leerlingen, in Duitsland 15,2 en in Frankrijk 12,8.

Finland kiest tegendraads voor meer kernenergie
Trouw, 25 mei 2002

Finland heeft gisteren besloten een nieuwe kerncentrale te bouwen. Het is voor het eerst sinds de ramp in Tsjernobil in 1986 dat een West-Europees land besluit meer kernenergie te gaan opwekken. Het Finse parlement besloot met 107 tegen 92 stemmen tot de bouw van de centrale, die 2,5 miljard euro moet kosten en uiterlijk in 2010 klaar zal zijn. Momenteel komt 28 procent van de Finse energie uit twee kerncentrales -in Eurajoki en Loviisa- na de bouw wordt dat 35. De Groenen zijn coalitiepartner maar tevens verklaard tegenstander van kernenergie. Zij beraden zich morgen of ze in het kabinet blijven. ,,Het besluit van het parlement is een zware slag voor een duurzame ontwikkeling'', aldus de Groene Milieuminister Satu Hassi.

De voorstanders van kernergie willen met de nieuwe centrale Finland minder afhankelijk maken van Rusland. Dat verschaft het merendeel van de energie in Finland, dat zelf geen olie- en gasvoorraden heeft. Volgens Hassi misbruiken de voorstanders het schrikbeeld van de Koude Oorlog. De gespannen verhouding met de Sovjet-Unie heeft decennialang de Finse binnen- en buitenlandse politiek gedomineerd.

De stap van Finland gaat recht in tegen de Europese trend. Zweden besloot al in de jaren tachtig tot stopzetting van zijn kernenergieprogramma, Duitsland en België volgden bijvoorbeeld vorig jaar nog. Ook Nederland stopt met kernenergie, hoewel de procedure over Borssele nog loopt. Nieuwbouw in West-Europa was al helemaal onbespreekbaar, met uitzondering van het voortzetten van bestaande programma's (zoals in Frankrijk).

Europees commissaris voor energie en transport Loyola de Palacio toonde zich tevreden met het Finse besluit. ,,Het laat zien dat de nucleaire optie voor EU-leden beschikbaar is, willen wij aan de toenemende vraag naar energie en de afspraken van het Kyoto-verdrag kunnen voldoen.'' Dat verdrag verplicht landen hun uitstoot van broeikasgassen te verminderen door bijvoorbeeld minder olie en gas te verbruiken.

Oost-Europese landen zullen hun wenkbrauwen optrekken na het besluit. Litouwen, Slowakije en Bulgarije zijn door de EU gevraagd centrales met een Sovjet-ontwerp te sluiten. Over de Tsjechische centrale in Temelin -bij de grens met Oostenrijk- is al jaren grote ruzie tussen de buurlanden.




Een dozijn priklijnen voor de Utrechtse jeugd

UN, 25 mei 2002


Een gigantische operatie. Naar verluidt heeft de GG & GD Utrecht nog nooit zoiets groots omhanden gehad als zijn aan­deel in de landelijke vaccinatie­campagne tegen meningokok­ken type C, de bacterie die me­ningitis ofwel hersenvliesont­steking kan veroorzaken.

Binnen in totaal acht dagen tijd, verspreid over twee periodes voor en na de zomervakantie, moeten ruim 46.000 Utrechtse kinderen tot en met 18 jaar wor­den gevaccineerd. Omgerekend zijn dat er bijna zesduizend per dag.

Amsterdam heeft er de Arena voor afgehuurd. Stadion Galgen­waard was voor Utrecht geen op­tie, al was het maar omdat het dak niet dicht kan.

In plaats daarvan is hal 12 van de jaarbeurs gehuurd. Het moest een centraal gelegen plek zijn die groot genoeg is om zoveel men­sen op te vangen.

In de jaarbeurshal komen straks tien tot twaalf 'priklijnen'. Zo'n priklijn bestaat in elk geval uit ie­mand die het vaccin uit de ampul aanzuigt, een zogenoemde opha­ler, en iemand die daadwerkelijk de naald in de arm van het kind prikt, de pusher. Verder zijn er mensen die de registratiestrook van de oproepkaart scheuren en is er uitgebreide opvang voor kin­deren die eventueel flauwvallen. Voor vragen is in de priklijn geen gelegenheid. Daarvoor zal een aparte stand worden ingericht.

Het was beter geweest als de vac­cinatie gewoon in de wijkbureaus voor jeugdgezondheidszorg had kunnen plaatsvinden, vindt Van den Akker, net als de andere prik­ken die kinderen in hun leven krijgen. „Maar die kunnen zulke enorme aantallen niet behappen. Daarom moet het op zo'n onper­soonlijke manier, tot onze spijt."





Nasa ziet ijsbergen onder bodem Mars
Trouw, 27 mei 2002

AMSTERDAM - De bodem van Mars bevat ijs. Het gaat niet om sporen van bevroren water tussen het rode gesteente, maar om grote hoeveelheden ijs.

Deskundigen spreken zelfs van ijsbergen, die een halve meter onder de grond zitten. Deskundigen van de Nasa, wel te verstaan. De Amerikaanse ruimtevaartorganisatie zou donderdag bekendmaken dat haar ruimte sonde Mars Odyssey grote concentraties waterstof heeft gemeten.

Volgens de Nasa kan dat alleen maar als bevroren water in de bodem van de rode planeet ligt opgeslagen. Het nieuws, dat donderdag ook in Science wordt gepubliceerd, lekte gisteren al uit. Maar dat is geen nieuws: Nasa-onderzoek dat de aanwezigheid van ijs of water op Mars lijkt te bewijzen, is de laatste jaren nooit voor de officiële publicatiedatum geheim gebleven.


Om een aantal redenen veroorzaakt deze vondst veel ophef. Als er echt zoveel ijs onder het oppervlak zit, wordt een van de raadsels van de rode planeet opgelost. De meeste Nasa-deskundigen zijn het erover eens dat de planeet in zijn beginjaren rijk aan water is geweest. Grote vraag: waar is al dat water gebleven? Daar geeft de Odyssey nu een antwoord op.

Dat het water zo voor het grijpen ligt, maakt de vondst extra opwindend. Een bemande missie naar Mars komt nu dichtbij. Binnen twintig jaar wellicht, speculeren deskundigen, en wat hebben die daar anders te zoeken dan sporen van leven? In de geruchtenstroom wordt de link water- leven met graagte gelegd.

Maar zo ver is het nog niet. De Odyssey heeft gamma- en neutronenstraling gemeten die Mars afgeeft. Die straling ontstaat doordat kosmische straling reageert met atomen in de bodem. Waterstofatomen, concluderen de onderzoekers, maar dergelijke snelle conclusies zijn in het verleden allemaal onderuitgehaald.

De Odyssey die nu een jaar zijn rondjes om Mars draait, heeft apparatuur om water op te sporen. De Nasa wist dus wat ze zocht, en dacht een jaar nodig te hebben. Maar al na een paar weken had ze zoveel 'overweldigend bewijs' binnen dat ze het nieuws niet meer voor zich kon houden.



Goed nieuws van Mars
Trouw, 28 mei 2002

In 'Mannen op de maan' laat Hergé zijn creatie Kuifje uitglijden op een ondergrondse maan-ijsbaan. Zo zal het de eerste Marsreizigers niet vergaan, maar ze weten nu in elk geval dat de bodem van de Rode Planeet rijkelijk voorzien is van waterijs. Tenminste, daar heeft het alle schijn van. De Nasa gaat het donderdag aankondigen, maar eergisteren lekte het nieuws al uit. Het bevroren water reikt hier en daar zelfs tot slechts een halve meter onder het stoffige oppervlak.

En dat is ontegenzeggelijk goed nieuws. In de eerste plaats voor wetenschappers die zich hebben afgevraagd waar het water is gebleven dat in vroeger tijden rijkelijk over het Marsoppervlak moet hebben gevloeid. Vele stroomgeulen en opgedroogde rivierbeddingen zijn daar de stille getuigen van. In betrekkelijk korte tijd is de planeet echter kurkdroog geworden. Waarschijnlijk komt het doordat Mars in zijn jonge jaren al vrij snel geen vulkanische activiteit meer kende, waardoor er minder kooldioxide in de dampkring kwam, de temperatuur afnam en het aanwezige water bevroor.

Door zijn geringe afmeting -Mars is half zo groot als de aarde- is hij in staat slechts een hele ijle dampkring vast te houden. Het eens zo overvloedige water zal deels als waterdamp zijn ontsnapt, maar zal voor een belangrijk deel in de bodem zijn getrokken om zich daar als ijs vast te zetten. Daar heeft het nu tenminste alle schijn van, gezien het nieuws van deze week. En dat is interessant, want het bevroren Marswater kan onderzoekers een boel leren over de ontstaansgeschiedenis van de planeet.

Het is ook erg prettig, als de berichten inderdaad waar blijken te zijn, dat het ijs hier en daar zo dicht onder de oppervlakte zit. Toekomstige robotlanders en menselijke verkenners kunnen er dan beter bij, en zullen dan toch vooral één doel hebben: zien of er tekenen van fossiel leven zijn te vinden. Dat er tegenwoordig nog leven is op Mars, lijkt uitgesloten. Daarvoor is het klimaat echt te bar. Maar de vondst van een vergane levensvorm, al is het een microbe, staat al tijden te boek als een van de grootste wetenschappelijke ontdekkingen die de mensheid kán doen.

De zoektocht naar leven vormt ook de belangrijkste rechtvaardiging voor de honderden miljoenen dollars die de Nasa de laatste tijd steekt in het Marsonderzoek. De trefkans wordt vergroot nu er aanwijzingen lijken te komen over de plaatsen waar het waterijs binnen boorbereik ligt. Het was al bekend dat er zich op de beide polen van de planeet ijs bevindt -daar kan het vermengd met bevroren kooldioxide en stof zelfs aan de oppervlakte bestaan- maar die gebieden zijn minder goed bereisbaar.

De aankondiging van deze week is goed én minder goed nieuws voor degenen die een bemande reis naar Mars voorstaan. Het is plezierig dat het waterijs kennelijk zo makkelijk te bereiken is, omdat er waterstof inzit dat een belangrijk bestanddeel is van raketbrandstof. Marsvaarders zouden dus niet hun hele tank hoeven vullen voor de terugreis, en dat scheelt geld en gewicht. Het wrange is echter dat een bemande reis naar Mars verder weg lijkt dan ooit. Het internationale ruimtestation ISS slokt zoveel geld op dat er voor een ander bemand megaproject simpelweg geen plaats is.

De komende jaren zal wel een aanzienlijke armada van robots afreizen naar Mars, en die zullen het ondankbare voorwerk moeten doen door échte eenduidige aanwijzingen te vinden dat er ooit leven op de planeet is geweest. Pas dán komt er geld vrij voor astronautentickets. Tot die tijd zal de Nasa onderzoeksresultaten als die van deze week fors opkloppen om de belangstelling voor Mars niet te doen bevriezen.


ANW-vraag: Waarom is dit nieuws zo belangrijk voor de Nasa?

'De Pim Fortuyn van de biologie'

NRC, 27 mei 2002

Vorige week overleed de Amerikaanse evolutiebioloog Stephen Jay Gould. ,,Gould was een beetje de Pim Fortuyn van de biologie'', zegt prof.dr. Ronald Plasterk, directeur van het Hubrechtlaboratorium voor ontwikkelingsbiologie in Utrecht. ,,Hij zocht het debat met ander wetenschappers, daarin was hij heel scherp. Hij wist heel goed de zwakke plekken in andermans theorie te vinden. Maar op het laatst ging Gould zichzelf bijna zien als de nieuwe Darwin. Maar wat heeft hij nu eigenlijk wetenschappelijk bijgedragen? Voor zover het nieuw was, was het niet waar en voor zover het waar was, was het niet nieuw.''

Op een aantal punten heeft Gould de evolutietheorie van Darwin aangevuld. Darwin was degene die het idee van de 'natuurlijke selectie' had geopperd en uitgewerkt. Hij zag dat de mens bij het kweken van planten en het fokken van dieren de exemplaren kiest met eigenschappen die het meest van pas komen. Zo kwam hij op de gedachte dat de natuur dat ook doet, met het doel soorten te ontwikkelen die steeds beter zijn toegerust om te overleven in specifieke omstandigheden. Gould bouwde voort op deze theorie en breidde haar uit met nieuwe ideeën. Een daarvan was zijn theorie van het 'onderbroken evenwicht'. Darwin nam aan dat de evolutie heel geleidelijk verloopt. Gould dacht dat het ook heel goed met sprongen kan gaan. Hij toont dat aan met fossielen van 530 miljoen jaar oud die gevonden waren in een grot in de Canadese Rocky Moutains. Die laten zien dat er in die tijd een bizarre variatie aan levensvormen heeft bestaan die nu al heel lang zijn uitgestorven. Uit vondsten van vroegere en latere perioden zijn deze levensvormen niet terug te vinden. Zelfs niet vormen die erop lijken.

Een andere aanwijzing voor zijn theorie zag Gould in het bestaan van zogeheten exaptaties: veranderingen in vorm of functie die niet direct bijdragen tot de overleving van een soort. Volgens professor dr. Edi Gittenberger, directeur van het museum Naturalis in Leiden, is dit de belangrijkste bijdrage van Gould aan de discussie over het evolutieproces. Hij vindt het terecht dat Gould inging tegen de gedachte dat in de evolutie alle veranderingen per definitie nuttige aanpassingen zijn.

Hij zegt: ,,Als je naar de veelheid van levensvormen en bijzondere kenmerken van dieren en planten kijkt, dan krijg je toch de indruk dat een flink deel van de geëvolueerde kenmerken neutraal is. Het punt van natuurlijke selectie is dat als een kenmerk negatief werkt, het zich niet zal kunnen handhaven. Op een neutraal kenmerk dat geen hinder geeft is geen selectiedruk. Een bekend voorbeeld van zo'n exaptatie is de vogelveer. Oorspronkelijk evolueerde die als isolatie, maar het bleek ook een glijvlucht mogelijk te maken. Vanuit die glijvlucht ontstond het vermogen om te vliegen.''

Toch zijn er heel wat evolutiebiologen die Goulds theorie heel zwak vonden, vooral omdat die was afgeleid uit vondsten in die ene grot. En omdat Gould er nog veel verdergaande conclusies aan verbond. Bijvoorbeeld zijn stelling dat de mens door puur toeval is ontstaan. Over dit onderwerp zijn evolutiebiologen nog lang niet uitgepraat, maar in ieder geval zijn er ook wetenschappers die met aanwijzingen komen de stelling van Gould tegenspreken. (Zie bijvoorbeeld het weekkrantartikel De mens is geen ongelukje.) Het verwijt van collega's aan Gould is meestal dat hij weigerde deze andere theorieën serieus te nemen.

Gittenberger: ,,Gould had er een enorme hekel aan de mens aan de top van de evolutie te plaatsen. Hij hield vol dat de mens in het brede scala van levensvormen slechts een randverschijnsel van de evolutie is. En inderdaad: wij zijn natuurlijk een kwetsbare diersoort; na een atoomoorlog zijn wij van de aardbodem weggevaagd, maar de bacteriën zullen nog vrolijk doorleven. Maar ik zei ook wel eens tegen hem dat hij toch moest toegeven dat ons zenuwstelsel zo goed ontwikkeld is geraakt dat het op aarde onovertroffen kan worden genoemd. Het maakt bewustzijn en zelfreflectie mogelijk. Dat is toch heel bijzonder in de evolutie? Hij moest grinniken en zei: 'Zo kijk ik liever niet'. Dat was Gould ten voeten uit.''
ANW-vraag: Vind je de mens een ongelukje of juist de top van de evolutie?





  1   2   3   4   5   6


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina