Apostolische brief Rosarium Virginis Mariae van Zijne Heiligheid Paus Johannes Paulus II



Dovnload 109.3 Kb.
Pagina1/10
Datum17.08.2016
Grootte109.3 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   10
Apostolische brief Rosarium Virginis Mariae

van Zijne Heiligheid Paus Johannes Paulus II

aan de bisschoppen, de geestelijkheid,

de religieuzen en de gelovigen

over de Rozenkrans



Inleiding
De Rozenkrans van de Maagd Maria (Rosarium Virginis Mariae), die zich langzamerhand in het tweede millennium onder de inspiratie van de Geest van God heeft ontwikkeld, is een door het leergezag aanbevolen, geliefd gebed van vele heiligen. In zijn eenvoud en diepzinnigheid blijft de Rozenkrans ook in het derde millennium dat zojuist begonnen is een gebed van grote betekenis en is hij ertoe voorbestemd, vruchten van heiligheid voort te brengen. Dit gebed voegt zich goed in de geestelijke weg van het christendom, dat na tweeduizend jaar niets van de frisheid van zijn oorsprong heeft verloren en dat zich door de Geest van God gedreven voelt, om "van wal te steken" ("duc in altum!"), om de wereld telkens opnieuw tot Christus te voeren, meer nog, Hem "luid te verkondigen": Christus, als de Heer en de Verlosser, als "de Weg, de Waarheid en het Leven" (Joh 14,6), als "doel van de menselijke geschiedenis, het punt waarin alle strevingen van de geschiedenis en de cultuur bij elkaar komen"1.

In werkelijkheid is de Rozenkrans, ook al heeft hij een mariaal karakter, een ten diepste christologisch gebed. In de nuchterheid van zijn onderdelen verenigt hij in zich de diepte van de hele Blijde Boodschap, waarvan hij welhaast een samenvatting2 is. In de Rozenkrans klinkt het gebed op van Maria, haar onophoudelijk Magnificat door het werk van de verlossende Menswording, die in haar maagdelijke schoot begon. Met de Rozenkrans gaat het christelijke volk naar de school van Maria om zich binnen te laten leiden in de beschouwing van de schoonheid van het aanschijn van Christus en in de ervaring van de diepte van zijn liefde. In de overweging van de geheimen van de Rozenkrans ontvangen de gelovigen genade in overvloed, als het ware uit de handen van de moeder van de Verlosser zelf.



De pausen en de Rozenkrans


Veel van mijn voorgangers hebben aan dit gebed groot belang gehecht. Bijzondere verdiensten heeft paus Leo XIII zich verworven, die op 1 september 1883 de encycliek Supremi apostolatus officio uitbracht3, een verklaring van grote betekenis, die aan het begin stond van talrijke andere publicaties over dit gebed en waarin de paus wees op dit gebed als een doeltreffend geestelijk middel tegenover de euvelen van de maatschappij. Onder de pausen van de jongste geschiedenis die in de jongste tijd zich opvallend hebben ingezet voor de verbreiding van de Rozenkrans zou ik willen herinneren aan de zalige Johannes XXIII4 en vooral aan Paulus VI die in de Apostolische Brief Marialis cultus, in overeenstemming met het Tweede Vaticaans Concilie het evangelische karakter van het Rozenkransgebed en zijn gerichtheid op Christus naar voren heeft gebracht.

Ook ik zelf heb in het vervolg geen gelegenheid voorbij laten gaan om aan te sporen tot een veelvuldig bidden van de Rozenkrans. Sedert mijn kinder- en jeugdjaren heeft dit gebed een belangrijke plaats ingenomen in mijn geestelijk leven. Daaraan heb ik moeten denken tijdens mijn laatste reis naar Polen, vooral bij het bezoek aan het bedevaartsoord Kalwaria Zebrydowska. Het bidden van de Rozenkrans heeft mij in momenten van vreugde en van beproeving begeleid. Vele zorgen heb ik neergelegd in dit gebed, en ik heb daardoor steeds sterking en troost ervaren. Vierentwintig jaar geleden, op 29 oktober 1978, precies twee weken na mijn verkiezing op de Stoel van Petrus, heb ik mij, als het ware mijn hart openend, als volgt uitgedrukt: "De Rozenkrans is mijn lievelingsgebed. Het is een prachtig gebed, prachtig in zijn eenvoud en in zijn diepgang (...) Je kunt zeggen dat de Rozenkrans in zekere zin een gebedscommentaar is op het laatste hoofdstuk van de constitutie Lumen gentium van het Tweede Vaticaans Concilie, het hoofdstuk, dat de wondermooie aanwezigheid van de Moeder van God in het mysterie van Christus en van de Kerk behandelt. Zo trekken tegen de achtergrond van de woorden van het Ave Maria aan de ogen van de ziel werkelijk de belangrijkste gebeurtenissen uit het levens van Jezus voorbij. Ze vormen samen de blijde, de droevige en de glorievolle geheimen die ons - zo zouden we kunnen zeggen - door het hart van zijn Moeder in een levende verbinding met Jezus brengen. Tegelijkertijd kan ons hart in de opeenvolging van deze geheimen van de Rozenkrans alle gebeurtenissen omvatten die het leven van de afzonderlijke mensen, hun familie, hun volk, de Kerk en de mensheid vormen: de persoonlijke ervaringen en die van de naaste, op bijzondere wijze die van die mensen die ons het meest nabij zijn, die ons aan het hart gaan. Zo krijgt het eenvoudige gebed van de Rozenkrans het ritme van het menselijk leven".5


Met deze woorden, mijn dierbare broeders en zusters, zette ik het eerste jaar van mijn pontificaat in het dagelijkse ritme van het Rozenkransgebed. Vandaag, aan het begin van het vijfentwintigste jaar van mijn dienst als opvolger van Petrus, wil ik hetzelfde doen. Hoeveel genaden heb ik in deze jaren van de Heilige Maagd door het Rozenkransgebed ontvangen: Magnificat anima mea Dominum! Mijn dank aan de Heer wil ik met de woorden van de heiligste Moeder uitdrukken, onder wier bescherming ik mijn petrinische dienstambt het geplaatst: Totus tuus!

Oktober 2002 - oktober 2003: Jaar van de Rozenkrans


In overeenstemming met mijn overwegingen in de Apostolische Brief Novo millennio ineunte, waarin ik het Volk van God na de ervaring van het Grote Jubileum ertoe heb uitgenodigd, "vanuit Christus een nieuwe start te maken"6, zie ik het als noodzakelijk, een beschouwing over het Rozenkransgebed aan te bieden. Deze dient om zo te zeggen als een Mariale kroning van genoemde Apostolische Brief., om aan te sporen tot de beschouwing van het gelaat van Christus, in eenheid met en in de school van zijn Allerzaligste Moeder. De Rozenkrans bidden is immers niets anders dan met Maria het gelaat van Christus te beschouwen. Om aan deze uitnodiging een nog grotere betekenis te geven, maak ik graag gebruik van de gelegenheid die de komende honderdtwintigste verjaardag van de reeds genoemde Encycliek van paus Leo XIII biedt. Ik wens dat dit gebed in de loop van dit jaar in de verschillende christelijke gemeenschappen bijzondere aandacht krijgt en bevorderd wordt. Daarom verklaar ik het jaar dat loopt van oktober van dit jaar tot en met oktober 2003 tot het Jaar van de Rozenkrans.

Dit pastorale voorstel vertrouw ik toe aan de initiatieven van de afzonderlijke kerkelijke gemeenschappen. Ik heb niet de bedoeling daarmee de pastorale plannen van de deelkerken te belemmeren, maar ze veeleer compleet te maken en te consolideren. Ik vertrouw erop dat het met grote edelmoedigheid en bereidwilligheid wordt ontvangen. Wanneer de Rozenkrans in zijn hele betekenis weer opnieuw wordt ontdekt, voert hij ons binnen in het hart van het christelijke leven zelf. Hij biedt een vertrouwde en tegelijkertijd vruchtbare geestelijke alsook pedagogische mogelijkheid tot persoonlijke meditatie, geestelijke vorming van het Volk van God en nieuwe evangelisatie. Ik zou dit ook willen bevestigen naar aanleiding van een ander vreugdevol jubileum: veertig jaren zijn verstreken sinds het begin van het Oecumenische Tweede Vaticaans Concilie (11 oktober 1962), de "grote genade", die de Geest van God voor de Kerk van onze tijd heeft voorzien.7





  1   2   3   4   5   6   7   8   9   10


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina