Arab titel II hoofdstuk III art 148decies 2 Overmatige warmte van technologische oorsprong



Dovnload 18.44 Kb.
Datum20.08.2016
Grootte18.44 Kb.
ARAB Titel II Hoofdstuk III

Art 148decies 2
4.2. Overmatige warmte van technologische oorsprong.
§ 1. Wanneer in de gesloten werklokalen de bron van hinder en ongemak voorkomt uit een overmatige temperatuur van technische oorsprong te wijten aan convectie, en van zodra de maximumtemperatuur, zoals deze is vastgesteld in artikel 64 van hetzelfde reglement, overschreden wordt op het niveau van de werkpost met zwaarste last, plaatst de werkgever kunstmatige ventilatieinrichtingen, overeenkomstig de bepalingen van artikel 58 van dit reglement.
§ 2. De overmatige warmte van technische oorsprong veroorzaakt door stralingen wordt gemeten op het niveau van iedere werkpost met een vochtige globethermometer of met enige andere methode die op het stuk van de effectieve temperatuur dezelfde resultaten oplevert. (WBGT index)
De hieronder gegeven schaal bepaalt de temperaturen (WBGT index) waarvan het overschrijden tot de toepassing van bijzondere beschermingsmiddelen verplicht:

  • licht werk : ongeveer 150 kcal/uur: 30

  • halfzwaar werk : ongeveer 250 kcal/uur: 26,7

  • zwaar werk : ongeveer 350 kcal/uur: 25

In geval van overschrijding van deze effectieve temperaturen (WBGT index) moeten beveiligingsschermen en/of reflectorische beschermingskleding of beschermingskleding met ingebouwd koelsysteem worden gebruikt.


§ 3. Indien de in de paragrafen 1 en 2 hierboven voorgeschreven maatregelen niet kunnen genomen worden of ondoelmatig blijken, wordt de duur van de blootstelling aan de overmatige warmte ingekort. Deze inkortingen gebeuren door beperkte aanwezigheidstijden op de betrokken werkpost af te wisselen met rusttijden ter plaatse of in ontspanningslokalen waar de effectieve temperatuur (WBGT) lager ligt dan 30.
De afwisseling van de beperkte aanwezigheidstijden op de werkpost en de rustperiodes wordt bepaald overeenkomstig de waardeschalen gegeven in de hiernavolgende tabel:


Niveau van WBGT index

Alternatie in het werk

licht werk

halfzwaar werk

zwaar werk

tijdsduur blootstelling aan warmte

toe te stane rusttijden

30,1

26,8

25,1

110 min.

10 min.

30,4

27,5

25,5

100 min.

20 min.

30,6

28

25,9

45 min.

15 min.

30,9

28,5

26,6

40 min.

20 min.

31,2

29

27,3

35 min.

25 min.

31,5

29,5

28

30 min.

30 min.

31,8

29,8

28,7

25 min.

35 min.

32,1

31,1

29,4

20 min.

40 min.

32,4

31,4

30,1

15 min.

45 min.

32,7

31,7

30,8

10 min.

50 min.

33

32

31,5

5 min.

55 min.



4.3. Overmatige warmte van klimatologische oorsprong.
§ 1. De overmatige warmte van klimatologische oorsprong wordt gemeten op het niveau van elke werkpost met een vochtige globethermometer of met enige andere methode die op het stuk van de effectieve temperatuur dezelfde resultaten oplevert.
De effectieve temperaturen (WBGT index) , vanaf welke er aan klimatologische omstandigheden te wijten hinder bestaat, zijn de volgende:

  • licht werk : ongeveer 150 kcal/uur: 30

  • halfzwaar werk : ongeveer 250 kcal/uur: 26,7

  • zwaar werk : ongeveer 350 kcal/uur: 25

In geval van overschrijding van genoemde maximumtemperaturen (WBGT index), moeten volgende maatregelen genomen worden:


1) de werknemers blootgesteld aan rechtstreekse zonnestraling beschikken over individuele of collectieve beschermingsmiddelen;
2) de werkgever zorgt ervoor dat aangepaste frisdranken worden verstrekt overeenkomstig het ter zake door de arbeidsgeneesheer verstrekte advies;
3) binnen de 48 uur, na het ogenblik van de vaststelling van de hinder, installeert de werkgever in de werklokalen inrichtingen voor kunstmatige verluchting, overeenkomstig de bepalingen van artikel 58 van dit reglement.
Indien na dit tijdsverloop de hinder voortduurt, voert de werkgever een regime in van beperkte aanwezigheidstijd op de werkpost en van rusttijden zoals voorzien in punt 4.2, § 3 van dit artikel.
De hierboven voorziene aanpassingstijd van 48 uur wordt niet in aanmerking genomen wanneer de overmatige warmte haar oorsprong vindt in een samenvallen van technologische en klimatologische factoren.
4.4. Overmatige koude van technologische oorsprong.
De lage temperaturen die ter oorzaken van technische redenen in sommige gesloten werklokalen heersen worden gemeten met een droge thermometer.
Er is hinder wanneer de temperatuur lager ligt dan de volgende minima:

  • zeer licht werk : ongeveer 90 kcal/uur: 20 ºC

  • licht werk : ongeveer 150 kcal/uur: 18 ºC

  • halfzwaar werk : ongeveer 250 kcal/uur: 15 ºC

  • zwaar werk : ongeveer 350 kcal/uur: 12 ºC

Deze hinder verplicht tot het nemen van de volgende maatregelen:


1) de werknemers worden voorzien van gepaste beschermingskleding;
2) deze beschermingskleding is, indien zulks nodig blijkt, voorzien van een ingebouwd verwarmingssysteem;
3) de snelheid van de luchtstroom in de gekoelde lokalen wordt beperkt tot een niveau dat verenigbaar is met de werking van de installaties.
Telkens hij het noodzakelijk oordeelt voor de gezondheid van de betrokkene schrijft de arbeidsgeneesheer bovendien een in de behoorlijk verwarmde ontspanningslokalen door te brengen rusttijd voor.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina