Arbitrageprocedure



Dovnload 17.68 Kb.
Datum23.08.2016
Grootte17.68 Kb.
KAMER VAN ARBITRAGE EN BEMIDDELING VZW

ARBITRAGEPROCEDURE

Art. 1 Dit reglement is steeds van toepassing indien de rechtbank, die uit slechts één arbiter bestaat, op het ogenblik waarop een zaak bij die rechtbank aanhangig wordt gemaakt niet over andere procedureregels beschikt waarover de partijen het eens zijn geworden. De in vet staande bepalingen zijn echter steeds verplicht.


Art. 2 De procedure vangt aan op de datum waarop een initieel verzoek tot arbitrage aankomt bij de Kamer. Gaat het om een eenzijdig verzoek, dan kan de arbiter de tenuitvoerlegging echter afhankelijk maken van het bezorgen aan die arbiter van de kopie van het document waarmee de tegenpartij op de hoogte wordt gebracht in de vorm zoals vereist voor het instellen van de arbitrageprocedure. Het initieel arbitrageverzoek wordt per postdienst, e-mail of fax verzonden naar of wordt afgegeven op de maatschappelijke zetel van de Kamer (Kandelaarsstraat, 18, 1000 Brussel), ter attentie van haar voorzitter. Nadien moet de briefwisseling die bestemd is voor de met de zaak belaste arbiter persoonlijk aan hem worden gericht. De tegenpartij moet kennis krijgen van de instelling van de procedure door middel van een aangetekend schrijven, per fax (indien de tegenpartij houder is van het faxnummer of dat faxnummer zelf gebruikt) of via e-mail waarvan de tegenpartij de ontvangst moet bevestigen. Alle schriftelijke mededelingen tussen partijen en betreffende de arbitrageprocedure, of die uitgaan van de arbiter, worden geacht door hun geadresseerde te zijn ontvangen op de dag zelf in geval van ontvangstbewijs of op de eerste werkdag die volgt op de verzenddatum in de overige gevallen. De data van de door de arbiter vastgelegde schriftelijke mededelingen worden geacht die van hun verzending te zijn.

De voorzitter of, bij diens verhindering, de ondervoorzitter, is belast met het toewijzen van de zaken.
Art. 3 De arbiter nodigt elke partij persoonlijk, eventueel via haar raadsman wiens contactgegevens aan de arbiter worden bezorgd, per fax, aangetekend schrijven of nog via e-mail waarvan de geadresseerde de ontvangst formeel bevestigt, uit op een zitting die moet plaatsvinden binnen een termijn van dertig dagen vanaf de datum waarop die arbiter kennis neemt van het feit dat de zaak bij hem aanhangig is gemaakt of, desgevallend, vanaf de datum van de eventueel gevraagde ontvangst van de kopie van het document waarmee de start van de procedure in de voorgeschreven vorm werd betekend aan de tegenpartij of nog vanaf de datum van de ontvangst van de kosten waarvan de arbiter het houden of handhaven van de zitting ondergeschikt zou hebben gemaakt bij toepassing van artikel 8.

Tenzij de verzoeker de feiten en zijn vordering al heeft uiteengezet in zijn arbitrageverzoek of in het document waarmee hij de tegenpartij kennis geeft van de start van de procedure, vraagt de arbiter hem om die uiteenzetting en vordering binnen een termijn van twee tot twaalf dagen (afhankelijk van de door de arbiter soeverein vastgestelde dringendheid) aan de arbiter en de tegenpartij te bezorgen, vergezeld van de stukken; aan de tegenpartij vraagt de arbiter om aan de verzoeker en hemzelf, op dezelfde wijze en binnen een termijn van twee tot twaalf dagen (afhankelijk van de door de arbiter soeverein vastgestelde dringendheid) een memorie van antwoord te bezorgen. Die uiteenzettingen moeten aan de betrokken partij, haar raadsman of vertegenwoordiger worden bezorgd per aangetekend schrijven, per fax op het nummer zoals bedoeld in artikel 2 of via e-mail, op het adres waarvandaan het ontvangstbewijs zoals bedoeld in hetzelfde artikel afkomstig is of nog aan het e-mailadres dat haar raadsman of vertegenwoordiger gebruikt.

Het feit dat de verzoeker zijn uiteenzetting niet bezorgt binnen de voorgeschreven termijn belet niet dat die uiteenzetting nog wordt verzonden tot aan de zitting, op voorwaarde dat de rechten van de verdediging niet worden geschonden. Daartoe kan de arbiter, in dergelijk geval en indien de tegenpartij nog geen memorie van antwoord heeft bezorgd, de zitting verdagen en aan die tegenpartij een nieuwe termijn toekennen om te repliceren, onverminderd ook de toepassing van artikel 4.

Het feit waarbij de tegenpartij haar memorie van antwoord niet bezorgt binnen de aanvankelijk voorgeschreven of de nieuwe termijn belet niet dat dergelijk memorie van antwoord nog wordt verzonden tot aan de datum van de initiële of verdaagde zitting en evenmin dat de zaak op deze zitting wordt gepleit indien de verzoeker zijn eigen uiteenzetting heeft bezorgd en indien de arbiter van mening is dat de zaak kan worden behandeld in korte debatten of, in ieder geval, met het akkoord van de partijen, onverminderd ook de toepassing van artikel 4.

Het ontbreken van welke uiteenzetting ook op de dag van de zitting betekent niet dat er een einde komt aan het geding als zodanig. Indien geen enkele partij verschijnt, kan de arbiter het geding opschorten.

Bij afwezigheid van een partij op de initiële of, desgevallend, verdaagde zitting, kan de aanwezige partij vragen dat de zaak wordt verdaagd; in dit geval stelt de arbiter de zitting vast op een datum binnen de twee maanden. In dit geval worden de partijen opnieuw opgeroepen in de vormen zoals hierboven bedoeld voor de voorgaande oproepingen. De zitting kan ook worden verdaagd wanneer een partij aan de arbiter het bestaan van een legitieme verhindering om te verschijnen ter kennis brengt.



Indien de verzoekende partij vóór de zitting een bijkomende vordering indient, kan de zitting door de arbiter worden verdaagd om een nog niet uitgeoefend recht van repliek mogelijk te maken.
Art. 4 Indien de arbiter of de partijen menen dat de zaak niet in korte debatten kan worden gepleit op de vastgestelde of, desgevallend, verdaagde zitting overeenkomstig artikel 3, dan stelt de arbiter een kalender op met de termijnen voor het uitwisselen van conclusies; deze termijnen moeten in acht worden genomen op straffe van verwijdering; de arbiter stelt ook de datum van de pleitzitting vast. Deze conclusies moeten in dezelfde vormen worden meegedeeld als die welke vereist zijn voor de uiteenzettingen zoals bedoeld in artikel 3. De arbiter ziet erop toe dat elke partij de tijd krijgt om haar standpunt op de zitting naar voren te brengen. De vordering en het verweer kunnen naargelang de conclusies worden aangevuld of gewijzigd, voor zover het recht van repliek niet wordt geschonden. Hoe dan ook bekrachtigt de arbiter de kalenders voor uitwisselingen zoals ze zijn vastgesteld en meegedeeld door de partijen, maar de pleitzitting wordt definitief vastgesteld in functie van de eigen beschikbaarheid van de arbiter.
Art. 5. De arbitrage vindt plaats op de door de arbiter aangewezen plaats. De taal van de procedure, het Nederlands of het Frans, is die van het aan de Kamer gerichte arbitrageverzoek. Die heeft voorrang op de taal, die eventueel gedeeltelijk of volledig verschillend is, van het bijgevoegd dossier. Voor zover alle partijen en de arbiter daarmee akkoord gaan, kan de procedure, maar dan alleen mondeling, worden gevoerd in een andere taal. De kosten voor een eventuele vertaling krijgen dezelfde behandeling als de overige gedingkosten. Elke rechtzoekende mag zich laten bijstaan door een persoon die geschikt is om in de taal van de procedure te tolken. De arbiter moet de taal van de vordering, het Nederlands of het Frans, beheersen.
Art. 6 De partijen mogen zich laten vertegenwoordigen door de persoon van hun keuze die, tenzij het om een advocaat gaat, een schriftelijke volmacht moet overleggen. De partijen moeten echter persoonlijk verschijnen indien de arbiter dat beslist. Ze mogen zich ook laten bijstaan door gelijk welke persoon van hun keuze.
Art. 7 Tenzij de partijen akkoord gaan met het verlengen, verdagen of opschorten van de beraadslaging van de zaak, moet de arbiter uitspraak doen binnen een termijn van 45 dagen vanaf de zitting bedoeld in artikel 3 of, desgevallend, de zitting die wordt vastgelegd bij toepassing van artikel 4, en meer algemeen, in het kader van een in voortzetting stellen van de zaak als gevolg van, meer bepaald, procedure-incidenten zoals deskundigenonderzoek of plaatsopneming, vanaf de laatste betrokken handeling. Deze termijn wordt verlengd tot 60 dagen op vermelding, door de arbiter uiterlijk binnen een termijn van vijftien dagen vanaf het in beraadslaging nemen van de zaak gedaan, van de omvang of de moeilijkheidsgraad van de zaak. Een opschorting van geding, die ook kan voorkomen krachtens artikel 8 wegens gebrek aan betaling van kosten of onkosten, doet een identieke termijn lopen vanaf de datum waarop de arbiter de ontvangst vaststelt van de bedragen die in dit opzicht nog verschuldigd zijn.

De arbiter betekent aan de partijen een ondertekend exemplaar van de uitspraak binnen een termijn van tien dagen vanaf de uitspraak en uiterlijk vanaf de einddatum van de termijn die voortvloeit uit een opschorting van procedure die voorkomt na voornoemde uitspraak. Hij legt een ondertekend exemplaar van de uitspraak neer bij de griffie van de rechtbank van eerste aanleg, betekent de neerlegging en stuurt een kopie van de uitspraak naar de bewaarder van het archief.


Art. 8 De kosten van de eigenlijke arbitrage schommelen tussen de 100 tot 5.000 euro, naargelang de omvang van de zaak. Ze worden voorgeschoten door de verzoekende partij en zijn uiteindelijk exclusief verschuldigd door de verliezende partij, onder voorbehoud van de verdeling naar oordeel van de arbiter in geval van gedeeld ongelijk. De arbitragekosten mogen niet meer dan 1.240 euro bedragen in een geding dat uitsluitend betrekking heeft op een huurovereenkomst van een hoofdverblijfplaats. De arbiter kan de verzoekende partij uitnodigen om een provisie op kosten te betalen bij de aanhangigmaking en later, alsook alle saldi. De arbitragekosten (zoals communicatiekosten, verplaatsingskosten waarbij de arbiter betrokken is) kunnen ook worden gevorderd. De berekening van de kosten mag niet worden gebaseerd op de middelen van de partijen, behoudens met het oog op hun vermindering. De arbiter mag de uitvoering van het proces, het houden van de zitting evenals de uitspraak, de betekening of de neerlegging van de uitspraak afhankelijk maken van de betaling, naargelang het geval, van de provisies en overige kosten of saldi van de gedingkosten of mag het geding opschorten in afwachting van genoemde betaling. Er kunnen bijkomende kosten worden gevorderd wanneer een zaak terugkomt voor de arbiter op initiatief van een partij. In geval van afstand van geding, opschorting, afsluiting, transactie, na aanhangigmaking van de zaak bij de arbiter, zijn de voorlopige of definitieve kosten verschuldigd door de verzoekende partij, los van haar eventuele schikkingen met de tegenpartij. De verliezende partij kan gehouden zijn aan de tegenpartij, op becijferd verzoek, een rechtsplegingsvergoeding te betalen die definitief op billijke wijze wordt bepaald, ongeacht of deze laatste al dan niet werd bijgestaan of vertegenwoordigd.
Art. 9 Voor al wat hierboven niet wordt bepaald of door de partijen niet van tevoren is vastgelegd bij de aanhangigmaking van de zaak bij de arbiter, stelt die laatste de proceduregels vast naargelang de omstandigheden, ondermeer met betrekking tot de eventuele maatregelen inzake een deskundigenonderzoek. De arbiter kan, met inachtneming van de wet en de algemene rechtsbeginselen, de bovenstaande regels wijzigen of aanpassen indien dat noodzakelijk blijkt met het oog op een goede rechtsbedeling.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina