Ardennen. De oude mijnstreek



Dovnload 7.84 Kb.
Datum20.08.2016
Grootte7.84 Kb.

Ardennen.



De oude mijnstreek.

  • `Minettsdápp' noemt men in Luxemburg de mijnwerkers, die (zoals de Luxemburgese theater­auteur Barnich het omschreef) `in de berg gingen zoals men een woud binnenwandelt'.

  • Gedurende een eeuw hebben zij in het uiterste zuiden van het land de steenkolen en het rode ijzererts naar boven gehaald waarop de welstand van het groothertogdom is gevestigd.

  • Dank zij de `minette', een drie ki­lometer brede rode ertshoudende rotslaag langs de grens met Frankrijk, groeide Luxemburg van een landbouwgewest uit tot een industriële en financiële gigant.

  • De ont­ginning van het gebied, dat nu ge­heel wordt gedomineerd door fa­brieken, is pas in de jaren zeventig van de vorige eeuw gestart.

  • In 1871 werd in het plaatsje Esch sur Al­zette een eerste hoogoven geïnstal­leerd.

  • Snel groeiden de dorpen Du­delange, Rumelange, Differdange, Rodange en Pétange rond Esch uit tot één aaneengesloten industriële agglomeratie.

  • Na Luxemburg stad leeft hier nu de grootste bevol­kingsconcentratie van het Groot­hertogdom (80.000 inwoners).

  • De laatste mijnen zijn in de jaren zeventig van deze eeuw gesloten, maar de staalindustrie kon worden gered, dank zij een mensenverslin­dende herstructurering.

  • Dat de mijnwerkers hier zelf niet rijk wer­den, blijkt uit de rijen kleine huizen die zijn te zien rond Rumelange.

  • Esch sur Alzette (27.000 inwoners) biedt behalve het recreatieterrein Galgieberg, een goed winkelcen­trum en de 's avond verlichte toren van kasteel Belvart (nu het hoofd­kantoor van de staalgigant AR­BED) ook een verzetsmuseum.

  • Een bezoek aan één van de staalfa­brieken is beslist de moeite waard (inlichtingen bij ARBED).

  • In het kleine Rumelange staat te midden van steile, rode rotswan­den het Nationaal Mijnmuseum (geopend van Pasen tot oktober).

  • Bezoekers dalen af in een 900 me­ter lange, 106 meter diepe schacht met echte werkplaatsen.

  • Een be­zoek duurt anderhalf uur, en wie de rode grond van Rumelange heeft gezien, zal snel inzien dat het Groothertogdom niet alleen tot `Petite Suisse' kan worden herleid.

  • Differdange (17.000 inwoners) draagt nog altijd met trots de naam `IJze­ren stad'.

  • In het centrum Noppeney is een verzameling van delfstoffen, fossielen en gereedschappen van mijnwerkers ondergebracht.

  • Het naburige Pétange is een handels­centrum geworden, en vanuit Ro­dange rijdt een toeristisch treintje naar de vallei Fond de Gras, waar opgravingen uit de Romeinse tijd bezichtigd kunnen worden bij de Tetelbierg.





BusTic.nl 20-8-2016






De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina