Armoede: een gekende realiteit?



Dovnload 73.66 Kb.
Datum17.08.2016
Grootte73.66 Kb.

www.ikbeniemandniemand.be

Armoede: een gekende realiteit?

Met fragmenten uit het eindwerk van Sofie Kerkaert – Sociaal cultureel werkster, ex-stagiaire Welzijnsschakels (werd geïllustreerd met veel citaten uit de roman “Ik ben iemand/niemand”).



Inhoudsopgave


Armoede: een gekende realiteit? 1

Met fragmenten uit het eindwerk van Sofie Kerkaert – Sociaal cultureel werkster, ex-stagiaire Welzijnsschakels (werd geïllustreerd met veel citaten uit de roman “Ik ben iemand/niemand”). 1

Inhoudsopgave 1

1 Armoede: een gekende realiteit? 2



1Armoede: een gekende realiteit?


Heel wat jongeren en kinderen groeien op in een context van kansarmoede. 1In 2006 ging het over 12% van de kinderen in België en dit percentage blijft stijgen.

Er werd al heel wat geschreven over armoede en vaak ziet men dezelfde definities terug opduiken. De definitie van professor Vrancken omschrijft armoede als volgt: 2“armoede is een netwerk van sociale uitsluitingen dat zich uitstrekt over meerdere gebieden van het individuele en collectieve bestaan. Het scheidt de armen van de algemeen aanvaarde leefpatronen van de samenleving. Deze kloof kunnen ze niet op eigen kracht overbruggen.”

Graag zou ik deze definitie willen verduidelijken aan de hand van wat men noemt ‘de buitenkant en binnenkant van armoede’. Men spreekt ook wel eens van de multi-dimensionaliteit van armoede3: veel elementen komen samen in één mensenleven en vormen samen vicieuze cirkels.

1.1De buitenkant: armoede is veel meer dan ‘geen geld hebben’




4

1.1.1Banksaldo in het rood5


6Meteen zat ik tot over mijn oren in de problemen. Ik had nog altijd geen inkomen. Audry zou stilaan op flessenvoeding moeten overschakelen en ze kostte nu al een klein fortuin. Bovendien had Nico de voorbije weken de meubels op mijn naam gekocht. Hoe moest dat straks verder als de deurwaarder weer kwam aankloppen?”

In België leeft 14,7% van de inwoners, anderhalf miljoen mensen, onder de armoedegrens. In Wallonië loopt dit percentage op tot 17%. Dit risicopercentage wordt berekend door het inkomen van de betrokkene te vergelijken met het nationaal mediaan equivalent inkomen7. Voor een alleenstaande ligt deze armoedegrens op € 878 per maand. Wie moet rondkomen met een inkomen lager of gelijk aan dit bedrag, loopt het risico in armoede terecht te komen.

Wanneer men dit cijfer naast dat van het leefloon voor een alleenstaande legt, nl. € 711, 56 kan het niet verbazen dat er van die 14,7%, 700.000 mensen permanent in armoede leven.

Tegelijk heeft de economische crisis ook een duidelijke invloed op de financiële toestand van de bevolking. De koopkracht daalt en de voedselprijzen stijgen. Deze ontwikkelingen hebben dramatisch gevolgen voor iedereen, maar toch weegt de crisis zwaarder door voor mensen met een laag inkomen, omwille van hun beperktere draagkracht.

Het vergt niet veel inlevingsvermogen om te beseffen dat een beperkt inkomen onmiddellijk het aantal keuzes en kansen vermindert die jongeren krijgen binnen hun vrije tijd, waar we in het volgende hoofdstuk dieper op ingaan.

1.1.2Een huis op instorten


8“…maar in een oud beschimmeld krot dat niet geïsoleerd was en waar de wind door alle kieren floot. Over Audry’s gewone kleren deed ik haar een skipakje aan. Zelf kroop ik in een dikke slaapzak. Ik voelde me ellendig en ziek, maar ik had geen geld om naar de dokter te gaan. Bovendien bleven de rekeningen maar binnenstromen.”

Mensen hebben recht op een woning. In Vlaanderen merkt men echter dat dit recht niet gemakkelijk te verwezenlijken is. De kosten van huisvesting stijgen jaar na jaar. Mensen in armoede hebben het dan ook erg moeilijk op dit domein. Door een onvoldoend aanbod in de sociale huisvesting moeten velen op zoek naar een huis op de private huurmarkt. Het risico om terecht te komen in een minder kwaliteitsvolle woning is zeer groot. Kwaliteit gekoppeld aan betaalbaarheid is voor velen onhaalbaar9.



10In Vlaanderen zijn er om en bij 200.000 woningen die bewoond en in slechte staat zijn. In België leeft 24 % van de bevolking in een woning die één of meer gebreken kent (gebrek aan klein comfort, twee of meer huisvestingsproblemen en/of gebrek aan ruimte).”

1.1.3Geld over voor voeding?


11“‘De elektriciteit in de keuken is al een tijdje uitgevallen’, legde ik wat overbodig uit. Hilde keek naar het elektrische fornuis. ‘Hoe kookt ge dan?’ ‘We zijn de voorbije dagen een paar keer frieten gaan halen.’ ‘En voor de rest?’ ‘Ik maak ik mezelf wijs dat ik op dieet ben. Ge hebt vrouwen die geld betalen om af te vallen.’”

Voor mensen die moeten rond komen met een laag inkomen, schiet er na het betalen van de huishuur en de energierekeningen vaak niet meer veel over om te voorzien in basisbehoeften zoals voedsel. In 2006 deden er 107.000 mensen beroep op de voedselbank, en dat cijfer blijft stijgen. ‘Gezond voedsel’ is dan minder belangrijker dan ‘goedkoop voedsel’.

De reclame toont ons dagelijks slanke, gezonde mensen die sporten en iedere dag verse groenten en fruit eten. Aan dat ideaal kan vaak niet worden voldaan. Ze krijgen het verwijt zelf verantwoordelijk te zijn voor hun ongezonde levensstijl. Het probleem zit veel dieper: door de stress en de continue problemen waar mensen in armoede mee leven, kunnen ze vaak de energie niet meer opbrengen om veel tijd te steken in koken. Daarnaast hebben ze soms geen uitgeruste keuken, wat de mogelijkheden beperkt.

1.1.4Arm maakt ziek…


12Op een dag waren alle meisjes heel ziek. Griep. Negenendertig graden koorts. We lagen snuivend, snotterend en bibberend bij de kachel. ‘Zo kunnen we ze niet naar boven sturen!’ jammerde mama. ‘Toch niet naar die vochtige, koude kamer?’ Papa knikte.”

Gezondheidsenquêtes leggen een pijnlijke realiteit bloot: mensen die in armoede leven hebben vaker een slechte gezondheid. Door een slechte leef- en werkomgeving worden mensen vaker ziek. De dagelijkse stress en de materiële beperkingen van een leven in armoede wegen door op iemands lichamelijke en geestelijke gezondheid

Arm maakt ziek, ziek maakt arm. Mensen met een laag inkomen hebben vaker last van suikerziekte, rugproblemen, hartziektes, reuma, … . 13Daarom moeten ze veel meer naar de dokter en hebben ze grote gezondheidskosten, maar het inkomen is vaak te beperkt, waardoor zorgen noodgedwongen uitgesteld moeten worden. Ook de toegang tot gezondheidszorg blijft een knelpunt voor wie in armoede leeft. De afstand tussen patiënt en hulpverlener is soms letterlijk, soms figuurlijk enorm groot.

14De cijfers zijn betekenisvol. Mannen met een lagere opleiding sterven gemiddeld 5 jaar vroeger dan mannen met een hogere opleiding. Mensen met een laag opleidingsniveau, die dus al minder lang leven, verkeren gemiddeld ook nog eens 15 jaar in minder goede gezondheid dan mensen met een hoog opleidingsniveau.

15Maar gezond zijn betekent niet alleen ‘niet ziek zijn’, het gaat ook om ‘zich goed voelen in zijn vel’. Mensen in armoede voelen zich minder goed, kampen meer met depressies, angsten en slaapproblemen. De mentale kostprijs van armoede is enorm.

Door deze ongezonde situatie waarin kinderen opgroeien, komen er vaak een groot aantal huishoudelijke taken op hun schouders terecht tijdens hun jonge levensjaren. Naast school, blijft er op die manier niet veel tijd over om de vrije tijd anders te gaan invullen.


1.1.5Gezinnen in moeilijkheden


16De agent negeerde hem en keek strak in mijn gezwollen gezicht. ‘Denk goed na wat ge doet.’ zei hij. ‘Geen enkele vrouw verdient het om door haar man te worden geslagen…”

17De stress van een leven in armoede, weegt zwaar door op een gezin. Stress omwille van de deurwaarder die komt aankloppen, zorgen over de schoolrekeningen, onzekerheid over de kinderen die misschien geplaatst zullen worden, … Vaak krijgen mensen in armoede het gevoel dat het geluk nooit eens aan hun kant staat.

Schijnbaar kleine aanleidingen zorgen soms tot extreme reacties: geschreeuw, bedreigingen, slaan en schoppen, ... .

Daarnaast loert ook het gevaar van de verslaving om de hoek. Als de dagelijkse werkelijkheid zeer zwaar weegt, groeit de verleiding eraan te ontsnappen via roesmiddelen en kicks. Verslavingen aan alcohol, tabak, drugs, eten, seks, gokken… doen de ellende even vergeten. Daaraan weerstaan is moeilijk als het leven weinig te bieden heeft. De gevolgen van dit alles zijn niet min. Echtscheiding, contacten met het crimineel milieu, financiële gevolgen,…

Eén op drie alleenstaande moeders leeft in armoede. Kinderen voelen deze stress en spanning enorm goed aan. Hun gedrag buitenshuis spreekt soms boekdelen: ze zoeken een uitlaatklep om te ontsnappen aan de miserie.


1.1.6Gelijke kansenonderwijs?


18Omdat ik me in de nieuwe school nog rotter voelde dan in de vorige, begon ik al snel opnieuw te brossen. Ik doolde door de stad en hing doelloos in de cafés rond.” 19“Toegegeven, ik was inderdaad geen voorbeeldige leerling. Als er thuis weer eens ruzie was met Frank en Dave – en wanneer was er geen ruzie? - hadden papa en mama het veel te druk om mijn lessen te overhoren. Dan keerde ik naar school terug zonder dat een van hen zelfs maar mijn agenda had ingekeken.”

Het Vlaams onderwijs behoort tot de Internationale top. Positief zou je zeggen maar nergens is de kloof tussen sterke en zwakke leerlingen zo groot.



20Uit onderzoek weten we dat kinderen in armoede achterstand oplopen op volgende gebieden: sociaal - emotionele ontwikkeling, taalontwikkeling en motoriek. Deze sociale ongelijkheid zet zich door in het lager en secundair onderwijs. Veel kinderen uit kansarme gezinnen worden doorverwezen naar het buitengewoon onderwijs, wat uiteraard gevolgen heeft voor later. De kans om in het regulier arbeidscircuit terecht te komen, neemt af.

21Het is hard om vast te stellen, dat de ongelijkheid al in de kleuterschool begint. In het boek ‘In Vrije Val’ stelt Bart Demyttenaere dat er ondanks de goede wil van leerkrachten, toch dringend werk moet gemaakt worden van een andere kijk op kansarme gezinnen. Het onderwijs richt zich nog te vaak tot modale kinderen – begrijpelijk, want leerkrachten zijn zelf hoger opgeleide middenklassers - maar men realiseert zich echter niet dat het organiseren van bepaalde activiteiten kinderen in kansarmoede extra in de problemen brengt. “Zoek dat eens op, op internet?”: het lijkt vanzelfsprekend, maar de kinderen worden opnieuw geconfronteerd met wat ze niet hebben, een computer.

Vaak zijn het ook de kinderen die opgroeien in een kansarm gezin die op school uitsluiting ervaren. De kinderen moeten zich aanpassen aan de gangbare normen en regels, die meestal vreemd zijn aan deze van hun eigen leefwereld. Daarbij worden ze ook zelden uitgenodigd op verjaardagsfeestjes van hun klasgenoten.


1.1.7Moeten/kunnen/willen werken!?


22Ten einde raad besloot Nico opnieuw als chauffeur te gaan werken. Weer hele dagen op de weg. Dat werkte snel op zijn humeur….”

23In België groeit 13,5 % kinderen op in een huishouden waar niemand aan de slag is. Het armoederisico van werkloze huishoudens met kinderen is onrustwekkend hoog. Maar liefst zeven op tien gezinnen met kinderen, waarvan de ouders werkloos zijn, hebben kans om in armoede terecht te komen.

Omwille van bovenstaande cijfers hoort men vaak zeggen: “het is hun eigen schuld, ze moeten maar gaan werken”. Toch wijst onderzoek uit dat 4% van de werkende Belgen in armoede leeft en dat 20% van de “mensen in armoede” werk heeft. Werk hebben is dus niet dé garantie om uit de armoede raken.


1.1.8Conclusie: armoede is meer dan ‘een laag inkomen’


Bovenstaande analyse maakt duidelijk dat armoede gezien kan worden als netwerk van uitsluiting op verschillende levensdomeinen. Armoede tast een aantal grondrechten aan: recht op inkomen, recht op wonen, recht op onderwijs, recht op gezondheidszorg, recht op maatschappelijke dienstverlening, …

Het fundament waarop mensen in armoede hun toekomst moeten bouwen is niet stevig en vertoont gaten, waardoor de problemen op elk domein elkaar blijvend beïnvloeden.

Maar wat zijn de gevolgen van deze vicieuze cirkel? Wat betekent deze uitzichtloosheid voor de gevoelswereld/de binnenkant van mensen armoede?

1.2De verborgen binnenkant…


Als we over de binnenkant van mensen spreken, gaat het over de gevoelens, het welzijn van mensen.

24Welzijn is het welbevinden van mensen in lichamelijk en geestelijk opzicht. Welzijn is iets dat mensen individueel beleven. Welzijn staat los van welvaart. Ook zonder welvaart kunnen mensen zich lichamelijk en geestelijk goed voelen. Omgekeerd kunnen bepaalde gevolgen van welvaart een bedreiging zijn voor het welzijn. Welzijn wordt meer bepaald door sociale stabiliteit en culturele bloei dan door economische vooruitgang”

De subjectieve beleving van mensen, valt moeilijk te achterhalen. Bij mensen in armoede staan echter volgende woorden centraal: uitsluiting, schuldgevoelens, schaamte, niet verworven vaardigheden, niet verworven kennis, laag zelfbeeld, moedeloosheid.


1.2.1Uitsluiting


25Ik was een welgestelde vrouw. Door een pijnlijke scheiding ben ik heel wat kwijtgeraakt. Op één maand tijd, veranderde ik van een welgestelde vrouw waar iedereen vriendelijk en gehoorzaam een hand aan gaf tot een vrouw die het moeilijk had en andere mensen in moeilijkheden wilde helpen. Het aanzien vermindert onmiddellijk.”

Door de vele problemen, trekken mensen in armoede zich vaak terug in een eigen wereld. Door alles wat ze hebben meegemaakt, zijn ze bang opnieuw iets te verliezen. In elke nieuwe relatie duikt meteen de angst op om opnieuw met verlies te worden geconfronteerd. Op die manier ontstaat het gevoel ‘er alleen voor te staan’, ze voelen zich afgesloten van de samenleving. De vaardigheden die noodzakelijk zijn om adequaat met de buitenwereld te communiceren, worden niet verder ontwikkeld, wat nog tot verder uitsluiting leidt.26

Het gevoel van permanente uitsluiting wordt versterkt door de vele pogingen om aansluiting te zoeken bij de samenleving. Om er ook bij te horen, richten armen zich op de uiterlijk waarneembare kenmerken van zogenaamd "geslaagde" midden­klassers.

Maar daardoor worden mensen in armoede nog extra beschuldigd en dus verder van de samenleving weggeduwd. 27Men ervaart dagelijks dat men geen toegang heeft tot het reguliere circuit. Voor jongeren vertaalt zich dat vaak in het gevoel ‘een hopeloos probleemgeval te zijn’.


1.2.2Niet verworven vaardigheden en kennis


28Hilde maakte me vooral wegwijs. Ze kende veel beter de weg in de doolhof van paperassen waarin Nico en ik vaak verdwaalden. Ze slaagde erin dingen te forceren die ons niet lukten. Als wij de een of andere officiële instantie een brief schreven om ons beklag te maken, stonden er ongetwijfeld zulke stomme taalfouten in dat iedereen zich er vrolijk om maakte.”

Op school, thuis, in de jeugdbeweging,… leer je als kind heel wat vaardigheden. Mensen in armoede hebben bepaalde vaardigheden echter niet meegekregen. Deze zijn echter nodig om in onze samenleving aanvaard te worden en ‘normaal’ te functioneren.29

Er gaapt een grote kennis- en vaardigheidskloof tussen beide werelden. Armen kennen bijna niets van de wereld van de niet-armen. Meestal zijn ze zich daarvan niet eens bewust. Als ze met een bepaald probleem zitten, zoeken ze hulp in hun eigen netwerken van familieleden en vrienden die vaak met dezelfde problemen worstelen. De basiskennis die ieder mens nodig heeft om probleemloos zijn weg te vinden in het gecompliceerde leven, blijft voor armen onbereikbaar.30Ze kregen ook niet de vaardigheden mee die noodzakelijk zijn om zich in de samenleving te kunnen handhaven. Bv. de minimale basis om met papieren en administratie om te gaan is hen totaal vreemd.

Kinderen zijn er vaak de dupe van: vaardigheden die ouders nooit geleerd hebben, kunnen ze ook niet doorgeven, waardoor hun kinderen in bepaalde situaties op een negatieve manier opvallen.


1.2.3Laag zelfbeeld (zelfvertrouwen)


31“‘Allemaal nullen’, herhaalde ik toonloos en ik dacht onvermijdelijk aan pa, die zo vaak had gezegd dat ik een nul was en altijd een nul zou blijven.”

Men legt de schuld van de armoede dikwijls bij de mensen zelf. Daardoor voelen ze zich verworpen en vernederd. Mensen dromen over zaken die in hun leefwereld onmogelijk zijn. Fantasieën en soms grootheidswaan moeten het onzekerheidsgevoel onderdrukken. Ze zijn de laatste strohalm om zichzelf voor de buitenwereld te bewijzen. Dat deze strategie gemakkelijk leidt tot probleemgedrag spreekt voor zich. Sommige mensen proberen dit negatieve zelfwaardegevoel te compenseren door zich op materieel vlak ‘gelijk’ te stellen met wat voor hen de ‘maatschappelijke norm’ lijkt.

Daarbij kennen mensen in armoede weinig zekerheden in het leven. Alles lijkt ‘tijdelijk’. Ze hebben nauwelijks greep op hun leven, hun gezin. Dit heeft te maken met regelmatig verhuizen, onregelmatig, wisselend inkomen (interim, klusjes, slecht betaald zwart werk), s angst’ voor plaatsing van de kinderen, bepalende interventies van hulpverleners

De jeugdrechter, de raad van het OCMW, de maatschappelijke assistent, de schooldirecteur, de instellingsverantwoordelijke,… beslissen wat voor hen het beste is.

Het verdriet en de pijn die deze mensen vanuit hun kinderjaren meeslepen is groot. Het basisgevoel ‘er te mogen zijn’ ontbreekt. Zij voelen zich integendeel voortdurend afgeschreven en tekort gedaan. Zij leven met een ‘leeg gevoel’.

Jongeren die opgroeien in zo’n onstabiele omgeving, leren een gedrag aan dat vaak een extreem laag en negatief zelfbeeld camoufleert. Om toch een eigen identiteit te verwerven valt men terug op de klassieke rolpatronen: machogedrag, stoerdoenerij, en stereotiep rolgedrag. Beter een slecht imago en een negatieve identiteit dan helemaal niets betekenen32.


1.2.4Schuldgevoelens


33Ik zeg altijd dingen die hem kwaad maken. Het is mijn schuld. Het is mijn verdomde schuld.”

Mensen praten zichzelf op verschillende manieren een schuldgevoel aan. Ofwel voelen ze zich met de vinger gewezen door buitenstaanders. Niet onlogisch, want er bestaan veel vooroordelen over mensen in armoede: ‘Ze zijn lui, willen niet werken. Ze hebben geen geld voor eten, maar kopen wel een flatscreen. Ze komen zogezegd niet rond, maar kopen wel dagelijks sigaretten, …’.

Tegelijk nemen ze de schuld voor hun situatie op zich, door de weinige steun/veiligheid die ze ondervinden in hun eigen leefomgeving.

1.2.5Schaamte


34Ik deed er alles aan om te verbergen dat ik eigenlijk in een krot leefde. De vochtplekken die toch nog door het behang kwamen, werden zorgvuldig verborgen achter schilderijtjes die ik op de rommelmarkt had gekocht, en als klap op de vuurpijl spaarde ik voor een aquarium met zoetwatervissen. Op den duur zou je nog denken dat ik echt in een minirijkeluishuisje woonde!”

Mensen in armoede verstoppen zich. We spreken over verdoken armoede. Men gaat bv. niet naar het cultureel centrum omdat men denkt dat anderen gaan zien dat ze “anders” zijn en omdat men niet weet hoe zich te gedragen in een voor hen onbekende wereld. (naast het feit dat er misschien geen geld is, geen mogelijkheid om er geraken met het vervoer waarover mens beschikt,…)

Van buitenaf merk je soms niets. Hun kinderen hebben een gsm, spelen op de playstation,… allemaal zaken die we als buitenstaander in vraag stellen, maar die ze alleen maar kopen om erbij te horen en om hun kinderen te plezieren.

1.2.6Verlamd door moedeloosheid


35Ik huilde en wilde dood. Als ik daar dan lag te snotteren, kwam de lieve verpleegster langs. Ze gaf me altijd wel een pilletje, waarna ik snel in slaap viel. Af en toe kwam er eens bezoek.” (pg. 127)

Langdurig leven in armoede en uitsluiting ondergaan, creëert kwetsuren, die slechts heel langzaam genezen. Het zorgt ervoor dat mensen de greep verliezen op het eigen leven. Ze hebben beperkte mogelijkheden om zich te ontwikkelen en raken zo verstrikt in een web van problemen. Afhankelijk van de fysieke en psychische draagkracht, kunnen sommige mensen zware klappen relatief goed verwerken, anderen geraken er alleen nooit bovenop. Op die manier krijgen ze het gevoel het leven niet meer onder controle te hebben, waardoor moedeloosheid ontstaat.

Hier hebben we te maken met een tweede vicieuze cirkel:

36

1.337Oorzaken van armoede


Jan Vranken ontwikkelde op het einde van de jaren '70 een ideaaltypisch verklaringsschema, waarin vier armoedemodellen onderscheiden worden. Elk model geeft zijn eigen visie weer op de oorzaken van armoede. Aangezien die visie het handelen van mensen bepaalt, is het belangrijk om deze modellen hieronder te schetsen.

1.3.1Individueel model


In de volgende twee modellen wordt armoede als een individueel probleem benaderd. Anderen of de samenleving hebben met andere woorden geen invloed op het individuele leven van mensen in armoede.

1.3.1.1Het individueel schuldmodel


Armen zijn lui. Ze verkwisten hun geld en weigeren zich behoorlijk te gedragen.”

Deze vooroordelen geven weer dat men de schuld in dit model bij de mensen zelf legt. Mensen die in dit model geloven, gaan ofwel de persoon aan zijn lot overlaten ofwel gaat men regels opleggen om te laten zien hoe men wel moet leven. Mensen in armoede zijn een hinder voor de samenleving, die geen schuld treft.


1.3.1.2Het individueel ongevalmodel


Hij kan er niets aan doen. Hij is vorig jaar ziek geworden. Ik breng hem elke maandag een maaltijd zodat hij toch iets kan eten.”

In dit model kijkt men duidelijk anders naar armoede dan in het vorige. Men legt de schuld niet zozeer bij de persoon zelf, maar wijt de armoede aan tegenslag. De samenleving of individuen hebben de plicht om mensen te helpen. Dit vertaalt zich in caritatieve hulp en in het sociaal zekerheidsstelsel.


1.3.2Samenleving als oorzaak


Bij de vorige benaderingen wordt voorbijgegaan aan de maatschappelijke context waarbinnen armoede zich situeert. Wat volgens de volgende twee verklaringsmodellen niet correct is. Armoede wordt immers voor een groot deel bepaald door economische en sociale ontwikkelingen in de samenleving.

1.3.2.1Maatschappelijk ongevalmodel


De werkloosheid is nog nooit zo hoog geweest door de economische crisis”

Plotse veranderingen in de maatschappij maken slachtoffers. Economische crisissen, oorlogen, migratie, bedrijven die naar het buitenland verhuizen; het zijn slechts enkele maatschappelijke voorbeelden die een grote invloed hebben op individuele situaties. Wie op die manier naar armoede kijkt veronderstelt dat zodra de maatschappelijke situatie terug "normaal" wordt, de armoede zal verdwijnen.


1.3.2.2Structurele benadering


De maatschappij werkt armoede in de hand.”

Volgens dit structureel model zit armoede ingebakken in de maatschappelijke ordening. Zo zou een gebrek aan armoede een verlies voor de samenleving betekenen, want armoede vervult ook positieve functie. Armen vormen bij voorbeeld een afzetmarkt voor tweedehands kleren, ze voeren onaantrekkelijk en vuil werk uit, ze tonen aan anderen hoe het niet moet,…

Voor individuen is het echter wel negatief! Het is belangrijk om de armoede structureel aan te pakken, toevallige bijsturingen en individuele benaderingen zullen aan deze ongelijkheid niets veranderen.

Deze vier modellen bieden een kader om percepties van mensen, organisaties en maatschappelijke actoren te duiden. Zoals we bij de inleiding van deze paragraaf vermeld hebben, zijn dit typologieën en dient men ze niet eenduidig op te vatten.


1.4Krachten38


Ondanks alle problemen kunnen we bij mensen in armoede veel krachten terug vinden. Solidariteit is er één van. Hoe moeilijk mensen het soms zelf hebben, staan ze toch open om anderen te helpen. Zo kon Emilie uit het boek “ik ben iemand/niemand” telkens bij haar broer Dave die zelf in armoede leeft, terecht. Ook hebben mensen in armoede heel wat overlevingsvaardigheden. We kunnen het omschrijven als de vaardigheid die iemand ontwikkeld om zich recht te houden in een moeilijke situatie. Felix Timmermans illustreert het met volgend citaat” onze gebreken zijn een deel van onze kracht”. In het verhaal wordt Emilie verschillende keren geslagen door haar man, maar blijft ze toch steeds assertief reageren. Wat een overlevingsvaardigheid is, aangezien sommige mensen eerder onderdanig zouden reageren.

Wanneer Nico, de man van Emilie, opgenomen wordt in de Therapeutische Gemeenschap, mist ze hem erg en verkeert ze bovendien in armoede. Het schrijven van brieven biedt haar kracht om verder te gaan. Die kracht omschrijven we als draagkracht. Het is dat waar mensen op terugvallen om zich ondanks alles recht te houden. Soms zijn er daar hulpmiddelen bij nodig zoals de brieven en gedichten die Emilie naar Nico schrijft.

Mensen in armoede zijn ook rechtuit wat een sterkte is. Zo voelde Emilie zich niet goed bij de nieuwe thuisbegeleidster die op bezoek kwam. Daarom besprak ze dit delicaat onderwerp met haar: op een dag hield ik het niet meer uit. Ik vertelde haar dat al het zelfvertrouwen dat ik onder Antje had opgebouwd verdwenen was. Ik had geen kritiek nodig, maar aanmoedigingen. Dan pas kon ik mijn problemen te lijf. De vrouw schrok heel erg van wat ik zei. Ze was zich niet bewust van de afstand die ze schiep. 39

Ook zijn er in het boek en in het leven van mensen in armoede heel wat situaties waarin humor centraal staat. Een andere kracht is creativiteit. Zo ontwerpt Emilie haar kleren. Tot slot is moed een rode draad doorheen het verhaal. Telkens opnieuw doorgaan, nadat er elke dag een deurwaarder aan de deur staat. Telkens opnieuw mensen vergeven, vraagt heel wat moed waar we als buitenstaander soms niet bij kunnen.

De krachten: solidariteit, overlevingsvaardigheden, draagkracht, recht uit zijn, humor, creativiteit en moed zijn belangrijke sterktes in het leven van mensen in armoede. Zo wordt op het einde van het boek volgend gevoel 40“had ik even het gevoel dat mijn leven al met al nog zo kwaad niets was en dat ik, ondanks alles wat ik te weinig had gekregen, toch ook heel wat had om dankbaar te zijn.” beschreven. Ondanks alles put Emilie nog kracht uit de positieve elementen van haar leven. Als we als buitenstaander deze krachten zien en hierop inspelen, verhoogt dit de kans om de cirkel van armoede te doorbreken.

1.5 uitdagingen voor hulpverleners, vrijwilligers en de man of vrouw in de straat. (Bron : Welzijnsschakels, website www.ikbeniemandnieamand.be)

1.5.1 De kracht van mensen zien.

Je kan alleen het negatieve en het falen zien van mensen in armoede. Je kan echter ook het positieve zien en erkennen, de stappen die ze zetten.

Stel jezelf de vraag: hoe zou ik het doen in die situatie? Dan zie je nog beter hun krachten, de positieve elementen in hun leven.

Bevestig het positieve. Benoem wat er wél is. Blijf echter jezelf. Mensen voelen zeer goed aan als je iets niet meent of als je overdrijft.

Voor mij was de ervaring van een vrijwilliger die op huisbezoek kwam en echt naar me luisterde en me het gevoel gaf echt in me te geloven, heel belangrijk.Ik ben stilletjes beginnen groeien.”

1.5.2 hun verhaal beluisteren

Luisteren is interesse hebben, is mensen “au sérieux” nemen en belangrijk vinden.

Je kan de leefwereld van mensen verkennen door deze te bevragen. ‘Hoe reageren buren?’ ‘Hoe doen andere mensen het die in dezelfde situatie zitten?’ ‘Kennen jullie nog mensen die dat meemaken?’ ‘Hoe liep het toen jij kind was?’.Forceer echter niets, laat het ritme van het gesprek bepalen door de mensen zelf.

Door te luisteren help je mensen hun levensverhaal te structureren. Voor henzelf is het vaak ook niet meer duidelijk hoe hun leven liep omdat ze al te veel hebben meegemaakt.

Door tijd te maken om te luisteren probeer je mensen te verstaan. Interpreteer niet te vlug, want heel dikwijls schuilt iets heel anders achter wat ze doen, dan wat we op het eerste zicht zouden denken.

Het gesprek hoeft niet altijd over problemen te gaan. Hun leefwereld leren kennen en verkennen helpt je om beter te begrijpen van waaruit mensen handelen. Er is tijd nodig om wat vertrouwen op te bouwen. Zoek positieve aanknopingspunten voor een gesprek zoals de kinderen of gemeenschappelijke interesses en durf ook over jouw eigen leven vertellen.

Langs twee kanten kennen we elkaars leefwereld niet. We hebben door het contact recht om elkaars leefwereld te leren kennen. Elkaar leren kennen, dat is waar het op aan komt. Hulpverlening heeft een opdracht, ook in het gesprek. Maar een gesprek dat we voeren om elkaar te leren kennen, heeft geen opdracht.”

1.5.3 niet veroordelen

Laat hen echt aanvoelen dat je niet komt om hen te controleren of om hun leven te veranderen, en dat je hen niet beoordeelt of veroordeelt. Laat hen ervaren dat je hen wilt leren kennen als persoon, niet omdat ze arm zijn of problemen hebben. Het doet hen deugd als ze merken dat je niet bang of beschaamd bent om met hen contact te hebben en dat je het niet ‘hun schuld’ vindt dat ze problemen hebben. Ze kunnen in jou een bondgenoot vinden die verontwaardigd is over toestanden die niet mogen bestaan, over onrecht dat mensen wordt aangedaan.

Als je de dingen begint te zien en te verstaan, kom je dicht bij de pijn, het verdriet, de angst waarmee ze leven. Daaruit groeit respect voor hen omdat ze ondanks zoveel miserie niet “kopje onder gaan”.

Bij contacten met gezinnen die anders (moeten) leven, is het belangrijk dat we onze eigen kijk durven loslaten om hun situatie, hun manier van leven en hun keuzes te verstaan.

Heel vaak wordt wat gezinnen in armoede doen verkeerd begrepen. Ze worden veroordeeld, er zijn vooroordelen.

1.5.4 Gedeelde verantwoordelijkheid

We willen mensen die het niet makkelijk hebben direct helpen. We willen van alles “doen” voor hen. Armen zijn mondige mensen en zullen je hulp wel vragen als het nodig is. Niets doen geeft je misschien een gevoel van onmacht. Maar een invulling door jou van wat verkeerd is aan hun situatie kan zeer kwetsend en vernederend zijn.

Door te luisteren en niet in te grijpen, geef je hen veel meer: een stuk zelfwaarde gevoel!

“Concrete solidariteit is de dialoog met maatschappelijk kwetsbare mensen aangaan. Niet zozeer omdat die mensen kwetsbaar zijn, niet in de eerste plaats omdat ze problemen hebben, maar wel omdat ze mens zijn en daarom alleen al minstens één mens naast hen verdienen als supporter in lief en leed” (Luc Vandenabeele - vrijwilliger)

Het is goed om de verantwoordelijkheid ook bij mensen in armoede te laten. Het helpt soms om in plaats van zelf een oplossing aan te reiken, een vraag terug te stellen: ‘Heb je daar al met iemand anders over gesproken?’ of ‘Zie je andere mensen aan wie je het kunt vragen?’ Je kunt dan eventueel helpen zoeken, suggesties doen. Maar laat de verantwoordelijkheid ook bij hen en schiet niet te vlug in actie!

Wij kunnen niets oplossen, of iets aan hun situatie veranderen, als ze het zelf niet willen. Dat is vaak lastig. We kunnen hen enkel aanmoedigen en ondersteunen. Vrijwilligers, leerkrachten, buren kunnen proberen om een tussenschakel te zijn naar de hulpverlening toe. Met vallen en opstaan. De hulpverlening moet op zijn beurt met grote verantwoordelijkheid zijn taken opnemen.

Vrijwilligers kunnen model staan voor dingen die we niet geleerd hebben, bijvoorbeeld vertrouwen hebben, vriendelijk zijn… Zonder dat jullie iets zeggen, zonder te zeggen hoe we het moeten doen, leren we veel van jullie. Als we eerst zelf vertrouwen krijgen, kunnen we ook gaan vertrouwen.

Als jullie laten blijken ook al eens problemen te hebben, neem je ons in vertrouwen. We voelen iets van gelijkwaardigheid. Ik ben opgegroeid in alle negativiteit.

Ik heb nooit iets positiefs gezien. Ik leer positieve dingen zien door jullie. We hebben nooit keuzes gehad. Dus kunnen we ze ook niet maken.

We moeten dat leren. Daarom is het belangrijk dat je ons vraagt: wat denk je erover? Wat zou je willen (kiezen)?”

Je mag niet te veel verwachten. Het gaat met kleine stapjes! Je moeten tegen jezelf zeggen: ik ga als vriend en ik verwacht niets.”



1.5.5 Iedereen is evenveel waard

De hulpverleners waarmee armen te maken hebben, staan altijd een stukje boven hen, hoe goed ze het ook bedoelen. Gewoon al omdat mensen in armoede met hun problemen naar hen toe moeten komen. Ze zijn voor een aantal zaken afhankelijk van hen. Ze moeten aan afspraken en verwachtingen voldoen,...

Vrijwilligers, leerkrachten, buren kunnen gewoon naast mensen in armoede staan, van mens tot mens, vriendschappelijk, omdat niets moet!

We zijn niet gelijk aan mensen in armoede omdat iedere mensen anders is, maar ze kunnen wel gelijkwaardig zijn. Die gelijkwaardigheid zorgt dat het minderwaardigheidsgevoel dat veel mensen in armoede hebben, kan verminderen.

Je moest eens weten hoeveel nood er is aan gewone menselijkheid. Vrijwilligers betekenen heel wat, vooral als ze zichzelf blijven, als mens, en zich bewust zijn dat ze in hun vrijwilligerswerk ook heel wat krijgen dat hun verlangens of noden invult.

Er is vooral nood aan mensen die ons laten zien en voelen wie ze zijn, en die de openheid hebben om ook ons die ruimte te geven… ”

(de citaten in deel 1.5 komen uit de brochure “Schakels die bruggen slaan” van vzw. Welzijnsschakels.)



1.5.6 een relatie aangaan.

Al vele jaren worden grote inspanningen geleverd om armoede te bestrijden. Toch stellen we vast dat de kloof tussen arm en rijk niet gedicht wordt. Naast de hulpverlening en de beleidsmaatregelen om armoede te bestrijden is er nog iets anders nodig.

Mensen raken maar uit de armoede als ze ook vrienden, kennissen, “sociale netwerken” hebben. Het sociaal welbevinden is belangrijk.

Met liefde en aandacht omgaan met mensen. Zorgzaam aanwezig zijn, een relatie aangaan die op vertrouwen gebaseerd is… dat kan alleen maar door naar mensen toe te gaan. Dat lukt niet van achter een bureau. Een langdurig contact opbouwen is nodig. Trouw en hartelijkheid, omgaan met mensen in armoede zoals je zou omgaan met een vriend of familielid. Als je zo met mensen omgaat, doe je het anders dan wanneer je zakelijk en juridisch dingen bekijkt.

Zo een relatie kan opgebouwd worden door een vrijwilliger, een buur, een leerkracht…. Elk gezin in armoede zou minstens ook één hulpverlener over de vloer moeten krijgen die dicht bij hen staat en een bruggenbouwer is naar de andere diensten. Daardoor zal het aantal hulpverleners dat bij één gezin betrokken is alvast verminderen.

Mensen met en zonder armoede-ervaring samenbrengen en groep laten vormen zorgt er ook voor dat mensen zich beter voelen.

Mensen kunnen ervaringen uitwisselen, leren van elkaar, samen genieten van ontspannende of culturele activiteiten en samen strijden tegen het onrecht dat armoede is.

1.5.7 bewaak je grenzen

Als je contacten aangaat met mensen in armoede, moet je ook aan je zelf denken. Anders worden op een bepaald moment grenzen overtreden waar je niet zo gelukkig mee bent.

Wat vertel je over je eigen situatie? Je komt dichter bij elkaar door aan te sluiten met gelijke ervaringen. Maar je moet ook niet alles vertellen. Dat doe je ook bij andere mensen niet.

Je moet niet bang zijn om te zeggen wanneer iets niet past of wanneer je niet kunt ingaan op wat ze vragen. Niet denken dat je hen daarmee in de steek laat. Eerder waakzaam zijn dat het voor jou haalbaar blijft. Want als jij het niet meer aankan, stel je de mensen teleur omdat ook jij afhaakt. Voor mensen die al zo veel teleurstellingen meemaakten in hun leven is dat zwaar.

Je neemt veel indrukken mee als je echte contacten opbouwt met gezinnen in armoede. Die moet je kunnen verwerken! Het kan nodig zijn om een klankbord te hebben, om uit te wisselen met anderen over wat je meemaakt.

Discretie is daarbij heel belangrijk. Zeg het tegen de mensen in armoede als je over hen wil praten met iemand anders. Als je over hen uitwisselt doe het dan op zo’n manier alsof ze er zelf bij zijn en alles mogen horen wat je over hen vertelt.




1 Avondactueel. Brussel, één, 22 mei 2009. (journaal)

2 Vranken, J., Is armoede van alle (leef) tijden? In: CAMPAERT, G., DE BOYSER, K., DEWILDE, C., DIERCKX, D. en VRANKEN, J., Armoede en sociale uitsluiting Jaarboek 2008. Leuven, Uitgevrij Acco, 2008, p.32.

3 www.armoede-in-zicht.be, visietekst

4 Welzijnsschakels vzw, 7 gevoelighedenkrachtuitdagingen. De buitenkant van armoede. Brussel, Welzijnsschakels vzw, z.j. (powerpoint)

5 Deze paragraaf is gebaseerd op CAMPAERT, G., De onderkant van de inkomensladder zakt weg. In: CAMPAERT, G., DE BOYSER, K., DEWILDE, C., DIERCKX, D. en VRANKEN, J., Armoede en sociale uitsluiting Jaarboek 2008. Leuven, Uitgevrij Acco, 2008, p. 61-73.

6 DE PRIL, D. en DIDELEZ, G., Ik ben iemand/niemand. Antwerpen, uitgeverij Manteau/standaard uitgeverij,2009, p.261.

7 www.armoedebestrijding.be, De maatstaf die wordt gehanteerd voor armoede is de grens van 60% van het mediaan nationaal equivalent inkomen. Wanneer het totale inkomen van een huishouden zich onder deze grens situeert, is er sprake van een verhoogd armoederisico.

8 DE PRIL, D. en DIDELEZ, G., Ik ben iemand/niemand. Antwerpen, uitgeverij Manteau/standaard uitgeverij,2009, p.262.

9 Waar kan een arme nog wonen?”. Themadossier 2008. Heusden-zolder, z.u., 2008, p. 8-12.

10 Waar kan een arme nog wonen?”. Themadossier 2008. Heusden-zolder, z.u., 2008, p. 9

11 DE PRIL, D. en DIDELEZ, G., Ik ben iemand/niemand. Antwerpen, uitgeverij Manteau/standaard uitgeverij, 2009,p.320-321.

12 DE PRIL, D. en DIDELEZ, G., Ik ben iemand/niemand. Antwerpen, uitgeverij Manteau/standaard uitgeverij,2009, p. 32.

13 Gezondheid voor iedereen in Erpe-Mere? Mensen in armoede aan het woord! Armoede schaadt de gezondheid. Erpe Mere, Welzijnsschakels ommekeer vzw, 2009, P. 10.

14 DHONDT, B., Armoede schaadt de gezondheid. Achtergronddosier 2008. Brussel, welzijnszorg vzw, 2008.

15 Gezondheid voor iedereen in Erpe-Mere? Mensen in armoede aan het woord! Armoede schaadt de gezondheid. Erpe Mere, Welzijnsschakels ommekeer vzw, 2009, P. 10.

16 DE PRIL, D. en DIDELEZ, G., Ik ben iemand/niemand. Antwerpen, uitgeverij Manteau/standaard uitgeverij,2009, p. 259.

17 VAN DER WILT, A.? Samen armoede uitsluiten. Achtergronddosier campagne 2006 Welzijnszorg. Brussel, Welzijnszorg vzw, 2006, p.34.

18 DE PRIL, D. en DIDELEZ, G., Ik ben iemand/niemand. Antwerpen, uitgeverij Manteau/standaard uitgeverij,2009, p. 83.

19 DE PRIL, D. en DIDELEZ, G., Ik ben iemand/niemand. Antwerpen, uitgeverij Manteau/standaard uitgeverij,2009, p. 57.

20 CAMPAERT, G., ongelijke kansen in het onderwijs. In: CAMPAERT, G., DE BOYSER, K., DEWILDE, C., DIERCKX, D. en VRANKEN, J., Armoede en sociale uitsluiting Jaarboek 2008. Leuven, Uitgevrij Acco, 2008, p.90-91.

21 DEMYTTENAERE, B., In vrije val. Armoede in België. Antwerpen, uitgeverij Manteau/standaard uitgeverij, 2006, p. 190-192.


22 DE PRIL, D. en DIDELEZ, G., Ik ben iemand/niemand. Antwerpen, uitgeverij Manteau/standaard uitgeverij, 2009,p. 248.

23 Deze paragraaf is gebaseerd op BOYSER , K., armoede en deprivatie in de rand van de arbeidsmarkt. In: CAMPAERT, G., DE BOYSER, K., DEWILDE, C., DIERCKX, D. en VRANKEN, J., Armoede en sociale uitsluiting Jaarboek 2008. Leuven, Uitgevrij Acco, 2008, p.75-84.

24 Internet, 4 april 2009. (http://www.encyclo.nl/begrip/welzijn

25 Vrijwilligster Kruishoutem, Mondelinge mededeling. Getuigenis, 20 april 2009.

26 Intern document: Een school voor ieder kind

27 DEMYTTENAERE, B., In vrije val. Armoede in België. Antwerpen, uitgeverij Manteau/standaard uitgeverij, 2006, p. 135-156

28 DE PRIL, D. en DIDELEZ, G., Ik ben iemand/niemand. Antwerpen, uitgeverij Manteau/standaard uitgeverij,2009, p. 321.

29 Intern document: Een school voor ieder kind

30 DEMYTTENAERE, B., In vrije val. Armoede in België. Antwerpen, uitgeverij Manteau/standaard uitgeverij, 2006, p. 135-156

31 DE PRIL, D. en DIDELEZ, G., Ik ben iemand/niemand. Antwerpen, uitgeverij Manteau/standaard uitgeverij,2009, p. 207.

32 Intern document: Een school voor ieder kind

33 DE PRIL, D. en DIDELEZ, G., Ik ben iemand/niemand. Antwerpen, uitgeverij Manteau/standaard uitgeverij,2009, p. 99.

34 DE PRIL, D. en DIDELEZ, G., Ik ben iemand/niemand. Antwerpen, uitgeverij Manteau/standaard uitgeverij,2009, p. 280.

35 DE PRIL, D. en DIDELEZ, G., Ik ben iemand/niemand. Antwerpen, uitgeverij Manteau/standaard uitgeverij, p. 127.

36 Welzijnsschakels vzw,7 gevoelighedenkrachtuitdagingen. De binnenkant van armoede. Brussel, Welzijnsschakels vzw, z.j. (powerpoint)

37 Dit hoofdstuk is gebaseerd op Uit ‘Een kijk op armoede en beleid. Adventscampagne Welzijnszorg 1995. Brussel, Welzijnszorg vzw, 1995, p.17-18.

38 Deze paragraaf is gebaseerd op DE PRIL, D. en DIDELEZ, G., Ik ben iemand/niemand. Antwerpen, uitgeverij Manteau/standaard uitgeverij, 2009.

39 DE PRIL, D. en DIDELEZ, G., Ik ben iemand/niemand. Antwerpen, uitgeverij Manteau/standaard uitgeverij, 2009, p.320.

40 DE PRIL, D. en DIDELEZ, G., Ik ben iemand/niemand. Antwerpen, uitgeverij Manteau/standaard uitgeverij, p. p. 386





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina