Artikel Dit bijzonder decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid. Ar



Dovnload 106.57 Kb.
Pagina3/4
Datum20.08.2016
Grootte106.57 Kb.
1   2   3   4

HOOFDSTUK IV. - Het niveau van de Vlaamse Gemeenschap

Afdeling 1. - De Raad van het Gemeenschapsonderwijs

Onderafdeling A. - Samenstelling


Art. 31. § 1. De Raad van het Gemeenschapsonderwijs, hierna de Raad genoemd, is samengesteld uit :

1° vijf leden, rechtstreeks verkozen door een kiescollege dat bestaat uit de in artikel 7, § 1, 1° en 3°, bedoelde leden van de schoolraden;

2° vijf leden, die worden verkozen door een kiescollege, dat bestaat uit de directeurs en de in artikel 7, § 1, 2°, bedoelde leden van de schoolraad;

3° drie leden die worden aangeduid door de Vlaamse universiteiten met een pedagogische faculteit, op voordracht van de faculteiten pedagogie, economie en rechten van deze universiteiten;

4° twee leden die gezamenlijk worden aangeduid door de Vlaamse Autonome Hogescholen.

§ 2. De Raad wordt verkozen voor een periode van vier jaar. De regering legt de kiesprocedure voor de Raad vast, op voorstel van de Raad.

§ 3. Alle leden van de Raad zijn stemgerechtigd.

§ 4. De afgevaardigd bestuurder woont de vergaderingen van de Raad bij met raadgevende stem.

§ 5. Een verkozen lid van de Raad dat zijn mandaat voortijdig beëindigt, wordt opgevolgd door diegene die bij de laatste verkiezing de eerste niet verkozen kandidaat was. De leden bedoeld in § 1, 3° en 4°, die hun mandaat voortijdig beëindigen, worden opgevolgd door leden die de universiteiten of hogescholen aanduiden. Het aldus verkozen of aangeduid lid voleindigt het mandaat.

Art. 32. Met het lidmaatschap van de Raad is onverenigbaar :

1° het lidmaatschap van een wetgevende vergadering, een provincieraad, een gemeenteraad of een raad van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, van een regering, een bestendige deputatie, of de hoedanigheid van burgemeester;

2° de hoedanigheid van personeelslid van het gemeenschapsonderwijs, behalve voor de leden bedoeld in artikel 31, 2°;

3° de hoedanigheid van lid van een bestuursorgaan van een scholengroep van het gemeenschapsonderwijs;

4° de hoedanigheid van personeelslid of van lid van een schoolbestuur of een inrichtende macht van het gesubsidieerd onderwijs of van een gesubsidieerd centrum voor leerlingenbegeleiding, het hoger onderwijs uitgezonderd;

5° de hoedanigheid van personeelslid van de diensten van de Raad;

6° de hoedanigheid van personeelslid van de pedagogische begeleidingsdienst;

7° de hoedanigheid van personeelslid van de onderwijsinspectie van de Vlaamse Gemeenschap;

8° de hoedanigheid van accountant belast met het toezicht op de organen van het Gemeenschapsonderwijs;

9° de hoedanigheid van verantwoordelijk leider, vast gevolmachtigde of vast afgevaardigde van een vakorganisatie die de beroepsbelangen van het personeel van het onderwijs behartigt;

10° de hoedanigheid van personeelslid van het departement Onderwijs van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap;

11° de hoedanigheid van algemeen directeur van een scholengroep van het gemeenschapsonderwijs.


Onderafdeling B. - Bevoegdheden en werking


Art. 33. § 1. Inzake algemeen beleid is de Raad bevoegd voor :

1° het opstellen van de neutraliteitsverklaring en de verklaring van gehechtheid aan het gemeenschapsonderwijs;

2° de interne kwaliteitszorg van het gemeenschapsonderwijs, op voorstel van de afgevaardigd-bestuurder;

3° het uitwerken van een algemeen strategisch plan voor het gemeenschapsonderwijs, met inbegrip van het formuleren van voorstellen aan de raden van bestuur van scholengroepen inzake onderwijsorganisatie en studieaanbod in het kader van de vrijwaring van de grondwettelijk gewaarborgde keuzevrijheid;

4° de beslissing over het oprichten, samenvoegen en afschaffen van een scholengroep, op voorstel van de raad van bestuur van de scholengroepen waarbij de weigering tot bekrachtiging moet worden gemotiveerd;

5° de beslissing over het oprichten, samenvoegen en afschaffen van scholengemeenschappen met inrichtende machten van het gesubsidieerd onderwijs, op voorstel van de raad van bestuur van de Scholengroepen waarbij de weigering tot bekrachtiging moet worden gemotiveerd;

6° het oprichten, samenvoegen en afschaffen van interne adviesorganen en pedagogische diensten, op voorstel van de afgevaardigd-bestuurder :

7° de programmatie van unieke studierichtingen, op voorstel van de afgevaardigd-bestuurder;

8° de vernietiging van beslissingen tot afschaffing van scholen, internaten, vestigingsplaatsen, of centra voor leerlingenbegeleiding wanneer dit de grondwettelijk gewaarborgde keuzevrijheid in gevaar brengt;

9° de ondersteuning van de andere bestuursniveaus, op voorstel van de afgevaardigd-bestuurder;

10° het opstellen van een procedure voor de aanstelling van de algemeen directeur van een scholengroep, op voorstel van de afgevaardigd-bestuurder;

11° de goedkeuring van het jaarverslag, op voorstel van de afgevaardigd-bestuurder;

12° de toewijzing en beëindiging van het mandaat van afgevaardigd-bestuurder;

13° het afsluiten van samenwerkingsakkoorden met het gesubsidieerd onderwijs en andere instellingen of diensten ter uitvoering van zijn bevoegdheden.

§ 2. In de gevallen bedoeld in artikel 33, § 1, 4° en 5°, kan de Raad na de tweede weigering tot bekrachtiging een beslissing nemen in de plaats van de raad van bestuur van een scholengroep. Elke weigeringsbeslissing wordt gemotiveerd.

Art. 34. Inzake het pedagogisch beleid is de Raad bevoegd voor :

1° het opstellen van het pedagogisch project van het gemeenschapsonderwijs;

2° het opstellen van de leerplannen en de aanvaarding van de door scholen ingediende leerplannen;

3° de organisatie van de pedagogische begeleiding.



Art. 35. Inzake personeelsbeleid is de Raad bevoegd voor :

1° de organisatie van nascholing, op basis van de vraag vanuit de lokale bestuursniveaus en de organisatie van het vormingscentrum van de centra voor leerlingenbegeleiding;

2° de beëindiging van het mandaat van een directeur en van de algemeen directeur, op voorstel van de afgevaardigd-bestuurder, wanneer toepassing wordt gemaakt van artikel 58.

Art. 36. Inzake materieel en financieel beleid is de Raad bevoegd voor :

1° de goedkeuring van de eigen begroting en jaarrekeningen, op voorstel van de afgevaardigdbestuurder;

2° het vaststellen van criteria voor de verdeling tussen de scholengroepen van werkingsmiddelen, middelen voor eigenaarsonderhoud en kleine infrastructuurwerken;

3° het vastleggen van de algemene bouwplanning, de planning van grote infrastructuurwerken, en voor de zware didactische apparatuur op basis van voorstellen van de scholengroepen en op voorstel van de afgevaardigd-bestuurder;

4° de uitvoering van de in 3° bedoelde werken, in samenwerking met de betrokken scholengroep;

5° het opstellen van een algemeen plan voor het leerlingenvervoer;

6° het verwerven, beheren en vervreemden van onroerende goederen, op voorstel van de raad van bestuur van een scholengroep.

Art. 37. § 1. De Raad kan slechts rechtsgeldig beslissen in aanwezigheid van meer dan de helft van de stemgerechtigde leden. De Raad beslist bij gewone meerderheid, behoudens in de gevallen bedoeld in artikel 33, § 1,

1°, en artikel 34, 1°, waarvoor een tweederde meerderheid nodig is om geldig te beslissen. Voor de bepaling van het meerderheidsquorum worden onthoudingen, ongeldige stemmen en blanco stemmen niet meegeteld.

§ 2. De Raad verkiest onder zijn leden, bedoeld in artikel 31, 1°, 3° en

4°, een voorzitter. De regering bepaalt de procedure voor de verkiezing van de voorzitter van de Raad.

§ 3. De Raad stelt een eigen reglement van orde op.

§ 4. De leden van de Raad onthouden zich van het beraadslagen en het stemmen over aangelegenheden die de school waar ze zijn tewerkgesteld of de scholengroep waaronder de school, het centrum voor leerlingenbegeleiding en het internaat waar ze zijn tewerkgesteld, ressorteert, betreffen.



Art. 38. De Raad kan de in dit bijzonder decreet toegewezen bevoegdheden, behoudens deze bedoeld in artikel 33, § 1, 1°, en artikel 34, 1°, delegeren aan de afgevaardigd-bestuurder.

Afdeling 2. - De afgevaardigd-bestuurder

Onderafdeling A. - Toewijzing van het mandaat


Art. 39. § 1. De afgevaardigd-bestuurder wordt aangesteld door de Raad, op basis van een algemeen bekendgemaakte selectieprocedure door de instelling bevoegd voor de personeelswerving voor de Vlaamse Gemeenschap, of door een privaatrechtelijke organisatie voor personeelswerving en -selectie.

§ 2. De regering bepaalt het profiel en de functiebeschrijving van de afgevaardigd-bestuurder.

§ 3. De functie van afgevaardigd-bestuurder is een mandaatfunctie die voor onbepaalde duur wordt uitgeoefend. De Raad kan het mandaat op elk ogenblik beëindigen.

Onderafdeling B. - Bevoegdheden


Art. 40. De afgevaardigd-bestuurder voert het dagelijks beheer en beleid.

Hij leidt de centrale administratie. De afgevaardigd-bestuurder is ertoe gehouden aan de Raad te rapporteren over zijn beheer en beleid.



Art. 41. Inzake het algemeen beleid is de afgevaardigd-bestuurder bevoegd voor :

1° het formuleren van voorstellen inzake de organisatie van de algemene kwaliteitszorg;

2° het formuleren van voorstellen tot het oprichten, afschaffen en samenvoegen van adviesorganen en van pedagogische diensten;

3° het formuleren van voorstellen voor de programmatie van unieke studierichtingen;

4° het formuleren van voorstellen tot het aanbieden van diensten aan de andere bestuursniveaus;

5° het beslechten van geschillen tussen scholengroepen;

6° overleg namens het gemeenschapsonderwijs met de overheid, met andere inrichtende machten dan die van het Gemeenschapsonderwijs en met andere instanties;

7° het opstellen van het jaarverslag;

8° de organisatie van de door de Raad aangeboden diensten, bedoeld onder 4°.

Art. 42. Inzake het pedagogisch beleid is de afgevaardigd-bestuurder bevoegd voor de toewijzing van de centraal toegekende middelen, in het kader van het algemeen strategisch plan bedoeld in artikel 33, § 1, 3°, in overleg met de algemeen directeurs.

Art. 43. § 1. Inzake het personeelsbeleid is de afgevaardigd-bestuurder bevoegd voor :

1° de personeelsleden van de administratie van de Raad, met inbegrip van de pedagogische begeleidingsdiensten en het vormingscentrum van de centra voor leerlingenbegeleiding;

2° het beheer van de bijzondere tewerkstellingscircuits en het beheren van de verloven en de terbeschikkingstellingen van de personeelsleden die op het centrale niveau fungeren;

3° het organiseren van de reaffectaties buiten een scholengroep;

4° het formuleren van voorstellen tot het beëindigen van een mandaat van een directeur of een algemeen directeur, wanneer toepassing wordt gemaakt van artikel 58.

§ 2. De voorstellen bedoeld in § 1, 4°, zijn gesteund op vaststellingen uit de verslagen van de accountants, belast met het financieel toezicht op de scholengroepen of van de onderwijsinspectie van de Vlaamse Gemeenschap.



Art. 44. § 1. Inzake het materieel en financieel beleid is de afgevaardigd-bestuurder bevoegd voor :

1° het opstellen van de begroting en de rekeningen van de Raad;

2° het consolideren van de begroting en de rekeningen van de scholengroepen;

3° het formuleren van voorstellen voor criteria voor de verdeling tussen de scholengroepen van de middelen voor eigenaarsonderhoud en kleine infrastructuurwerken;

4° het formuleren van voorstellen voor de algemene bouwplanning en grote infrastructuurwerken, op voorstel van de scholengroepen;

5° het formuleren van voorstellen voor het algemeen plan voor het leerlingenvervoer;

6° het organiseren van stockaanbiedingen voor materiële uitrusting, waarvan de scholengroepen op vrijwillige basis gebruik kunnen maken;

7° het opleggen van een budgettair saneringsplan aan scholengroepen die een onevenwichtige begroting, die niet kadert in een meerjarenplan, hebben ingediend of die een onevenwichtig meerjarenplan hebben ingediend wanneer toepassing wordt gemaakt van artikel 58.

§ 2. Binnen zijn bevoegdheden kan de afgevaardigd-bestuurder in naam en voor rekening van het Gemeenschapsonderwijs overeenkomsten sluiten.

§ 3. Voor alle aangelegenheden die behoren tot de bevoegdheid van de Raad en van de afgevaardigd-bestuurder, vertegenwoordigt de afgevaardigd-bestuurder het Gemeenschapsonderwijs in en buiten rechte.

§ 4. De algevaardigd-bestuurder kan de hem bij dit bijzonder decreet toegekende en gedelegeerde bevoegdheden delegeren aan personeelsleden van de administratieve diensten bedoeld in artikel 66, na goedkeuring door de Raad.

Art. 45. In spoedeisende gevallen en binnen de bevoegdheden van de Raad en de afgevaardigd-bestuurder, kan de afgevaardigd-bestuurder ter vrijwaring van de belangen van het gemeenschapsonderwijs beslissingen nemen. De beslissingen genomen in toepassing van dit artikel moeten ter bekrachtiging aan de eerstvolgende vergadering van de Raad worden voorgelegd, die ze kan herroepen of wijzigen voor zover nog geen uitvoering aan deze beslissingen is gegeven.



1   2   3   4


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina