Artikel Dit bijzonder decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid. Ar



Dovnload 106.57 Kb.
Pagina4/4
Datum20.08.2016
Grootte106.57 Kb.
1   2   3   4

TITEL IV. - Toezicht

HOOFDSTUK I. - Financieel toezicht

Afdeling 1. - Algemeen


Art. 46. 1. De scholengroepen en het Gemeenschapsonderwijs, bij wege van de Raad, voeren ten aanzien van alle voorzieningen, elk wat hen betreft, een volledige boekhouding, volgens een door de regering vast te stellen eenvormig boekhoudkundig plan.

§ 2. Elk jaar vóór 30 april dienen de scholengroepen een goedgekeurde jaarrekening over het voorgaande begrotingsjaar in bij de Raad.

§ 3. Elk jaar vóór 30 september dient de Raad een goedgekeurde jaarrekening over het voorgaande begrotingsjaar in bij de regering.

§ 4. De regering bepaalt de voorschriften waaraan de jaarrekeningen bedoeld in § 2 en § 3 moeten voldoen.

§ 5. Het college van accountants, en elk lid ervan, beschikt over alle bevoegdheden die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van zijn controleopdracht. Ze kunnen door de algemene vergadering van de scholengroepen en door de afgevaardigd-bestuurder worden gehoord over alle punten die tot hun opdracht behoren en door dezelfden worden verzocht een tussentijds accountantsverslag op te stellen.

Afdeling 2. - Toezicht op scholengroepen


Art. 47. § 1. De financiële controle op het beheer van de scholengroepen wordt voor rekening van het Gemeenschapsonderwijs, verricht door een college van vijf accountants, hiertoe aangesteld door de regering voor een termijn van vier jaar.

§ 2. Het eerste college van accountants wordt aangesteld voor een termijn van 8 jaar.

§ 3. Het college verkiest onder zijn leden een coördinator.

Art. 48. De controle door een lid van het college van accountants heeft betrekking op de aanwending van door de Vlaamse Gemeenschap ter beschikking gestelde financiële middelen.

Art. 49. De controle omvat :

1° het financieel evenwicht van de begroting en de rekeningen;

2° het onderzoek van de rekeningen en de financiële staten.

Art. 50. § 1. Het college van accountants, of elk lid ervan, kan de scholengroepen in het algemeen, of een scholengroep in het bijzonder, adviseren aangaande de boekhoudkundige organisatie en omtrent de aan te brengen correcties.

Art. 51. § 1. Elk lid van het college stelt jaarlijks een verslag op van zijn bevindingen, en deelt het mee aan de raad van bestuur van de betrokken scholengroep en aan de coördinator van het college van accountants.

§ 2. Het verslag, bedoeld in § 1, wordt gevoegd bij het jaarverslag.



Art. 52. § 1. Is de afgevaardigd-bestuurder of de Raad van oordeel dat de goedgekeurde jaarrekening van een scholengroep onregelmatig is, of stellen zij vast dat de door de scholengroep ingediende begroting in onevenwicht is, of dat deze niet kadert in het meerjarenplan van de scholengroep, of dat het meerjarenplan niet in evenwicht is, dan kunnen zij de goedkeuring van de jaarrekening of de begroting bij gemotiveerde beslissing vernietigen binnen de zestig kalenderdagen na de ontvangst ervan.

§ 2. Wordt door de scholengroep een nieuwe goedgekeurde jaarrekening ingediend die onregelmatig is of wordt een nieuwe begroting ingediend die niet voldoet, of blijft de scholengroep in gebreke een nieuwe beslissing te nemen gedurende een termijn van zestig dagen volgend op de eerste vernietigingsbeslissing, dan stelt de afgevaardigd-bestuurder bij gemotiveerde beslissing, en in voorkomend geval na vernietiging, de jaarrekening en/of de begroting van de betrokken scholengroep vast.

§ 3. Bij de beslissing zoals bedoeld in artikel 52, § 2, kan de afgevaardigd-bestuurder aan de betrokken scholengroep een budgettair saneringsplan opleggen.

Afdeling 3. - Het niveau van de Vlaamse Gemeenschap


Art. 53. § 1. Het college van accountants is met betrekking tot het financieel toezicht op de Raad belast met dezelfde opdracht als bepaald in afdeling 2 van dit hoofdstuk.

§ 2. Het college voert zijn controleopdracht op de Raad voor rekening van de regering.



Art. 54. Het college van accountants stelt een jaarlijks accountantsverslag op met zijn bevindingen, en voegt het bij het jaarverslag van de Raad, zoals bedoeld in de artikelen 60 en 61 van dit bijzonder decreet.

HOOFDSTUK II. - Beleidstoezicht

Afdeling 1. - Scholengroepen


Art. 55. Het toezicht over de scholengroepen berust bij de Raad en de afgevaardigd-bestuurder, elk wat hun bevoegdheden betreft.

Art. 56. § 1. Het toezicht bedoeld in artikel 55 wordt uitsluitend uitgeoefend op basis van de doorlichtingsverslagen en tussentijdse verslagen van de onderwijsinspectie van de Vlaamse Gemeenschap en van de jaarlijkse of de tussentijdse accountantsverslagen.

§ 2. De Raad en de afgevaardigd-bestuurder kunnen de onderwijsinspectie verzoeken om tussentijdse inspecties uit te voeren.



Art. 57. § 1. Zijn de conclusies van de in artikel 56 genoemde verslagen geheel of ten dele negatief, dan kan de afgevaardigd-bestuurder daaromtrent een of meer agendapunten doen opnemen op de eerstvolgende vergadering van de raad van bestuur of van het college van directeurs van de betrokken scholengroep.

§ 2. De bestuursorganen van de scholengroep zijn ertoe gehouden binnen de dertig dagen volgend op het verzoek van de afgevaardigd-bestuurder te vergaderen.

§ 3. De afgevaardigd-bestuurder kan de vergaderingen waarop de door hem geagendeerde punten worden behandeld, bijwonen en er voorstellen van beslissing formuleren.

Art. 58. Indien de raad van bestuur of het college van directeurs geen beslissing neemt binnen de zestig dagen vanaf de datum van mededeling van het verzoek tot agendering, of indien de afgevaardigd-bestuurder oordeelt dat de beslissing niet of onvoldoende tegemoetkomt aan de vaststellingen van een in artikel 56 genoemd verslag, dan neemt hij een beslissing in de plaats van de scholengroep.

Afdeling 2. - Het niveau van de Vlaamse Gemeenschap


Art. 59. Het beleidstoezicht over de Raad en de afgevaardigd-bestuurder wordt uitgeoefend door de regering.

Art. 60. Het toezicht bedoeld in artikel 59 wordt uitgeoefend op basis van een jaarverslag dat vóór 30 september van elk jaar aan de regering wordt voorgelegd. De regering deelt het jaarverslag mee aan het Vlaams Parlement.

Art. 61. In het jaarverslag wordt verplicht vermeld :

1° op welke manier de afgevaardigd-bestuurder gebruik heeft gemaakt van zijn injunctierecht, zoals bedoeld in de artikelen 52, 57 en 58 van dit bijzonder decreet;

2° de manier waarop de vrije keuze als grondwettelijke opdracht van het gemeenschapsonderwijs werd gewaarborgd;

3° de wijze waarop de taken van openbare dienst, de acceptatieplicht in het bijzonder, werd vervuld;

4° de stand van de algemene kwaliteitszorg van het gemeenschapsonderwijs

TITEL V. - Financiering


Art. 62. § 1. De financiële middelen van het gemeenschapsonderwijs bestaan uit :

1° de op de begroting van de Vlaamse Gemeenschap uitgetrokken middelen;

2° de vergoedingen voor prestaties geleverd door het gemeenschapsonderwijs;

3° de inkomsten van de onroerende goederen waarvan het gemeenschapsonderwijs het beheer heeft :

4° de schenkingen en legaten;

5° de opbrengst van tegoeden en van de belegging van beschikbare gelden;

6° de opbrengst van de vervreemding van roerende en onroerende goederen;

7° andere inkomsten.

§ 2. De in artikel § 1,1° bedoelde middelen mogen de uitgaven dekken voor :

1° de werking van de bestuurs- en adviesorganen van het gemeenschapsonderwijs;

2° de administratieve dienstverlening van het gemeenschapsonderwijs;

3° de werking en uitrusting van de instellingen van het gemeenschapsonderwijs;

4° de werking en uitrusting van de diensten en centra voor pedagogische begeleiding en vorming van het gemeenschapsonderwijs;

5° de investeringen ten behoeve van het gemeenschapsonderwijs;

6° de infrastructuurwerken en het eigenaarsonderhoud.

De saldi van de middelen bedoeld in 3° zijn, met behoud van hun bestemming, jaarlijks overdraagbaar.



Art. 63. De middelen bedoeld in artikel 62, § 1,1° worden door de Vlaamse Gemeenschap rechtstreeks gestort aan de scholengroepen, conform de criteria die de Raad in toepassing van artikel 36, 2°, van dit bijzonder decreet heeft vastgelegd en aan het centrale niveau voor de aan dit niveau toegewezen bevoegdheden.

Art. 64. Indien op de eerste dag van het begrotingsjaar geen goedkeuring is gegeven aan de begroting van de raad van bestuur van een scholengroep of van de Raad, is de raad van bestuur van de betrokken scholengroep of de Raad ertoe gemachtigd uitgaven te doen ten belope van het bedrag ingeschreven op de begroting van het voorgaande jaar, tenzij het principieel nieuwe uitgaven betreft, waartoe geen machtiging is verleend bij de begroting van het vorige jaar, behoudens andersluidende beslissingen van de regering.

TITEL VI. - Personeel

HOOFDSTUK I. - Personeel van het Gemeenschapsonderwijs


Art. 65. § 1. Het administratief en geldelijk statuut van het personeel van het Gemeenschapsonderwijs wordt bij decreet bepaald.

§ 2. De Vlaamse Gemeenschap betaalt rechtstreeks de wedde uit van de krachtens de geldende wetten en reglementen in dienst genomen personeelsleden.

§ 3. Om als lid van het personeel van het Gemeenschapsonderwijs in dienst te kunnen worden genomen, moet het personeelslid bij de indiensttreding de neutraliteitsverklaring, de verklaring van gehechtheid aan het gemeenschapsonderwijs, zoals vastgelegd in uitvoering van artikel 33, § 1,

1°, en het pedagogisch project van het gemeenschapsonderwijs, zoals vastgelegd in uitvoering van artikel 34, 1°, ondertekenen.


HOOFDSTUK II. - De administratieve diensten


Art. 66. Het centrale niveau beschikt over administratieve diensten. De afgevaardigd-bestuurder bepaalt de dienstaanwijzing en de plaats van tewerkstelling van het personeel van de administratieve diensten.

Art. 67. § 1. De personeelsformatie van de Raad wordt door de regering, op voorstel van de afgevaardigd-bestuurder vastgelegd, in functie van de door dit bijzonder decreet aan de Raad verleende bevoegdheden.

§ 2. De regering bepaalt het administratief en geldelijk statuut van het personeel van de administratieve diensten van de Raad.


TITEL VII. - Slotbepalingen

HOOFDSTUK I. - Opheffings- en overgangsbepalingen


Art. 68. Het bijzonder decreet van 19 december 1988 betreffende de Autonome Raad voor het Gemeenschapsonderwijs wordt opgeheven.

Art. 69. In afwijking op artikel 68 wordt titel VIbis van het bijzonder decreet van 19 december 1988 niet opgeheven. Het opschrift van dit bijzonder decreet wordt gewijzigd in "Bijzonder decreet van 13 juli 1994 betreffende de Vlaamse Autonome Hogescholen". De regering coördineert de tekst, inzonderheid wat de nummering van de artikelen betreft.

Art. 70. § 1. De colleges van directeurs worden samengesteld vóór 1 april 1999. Zij duiden onder hun leden een voorzitter aan.

§ 2. De colleges van directeurs oefenen de bevoegdheden van de scholengemeenschappen, zoals door of krachtens de decreten bepaald, uit met ingang van 1 september 1999.



Art. 71. De schoolraden worden samengesteld vóór 1 april 2001.

Art. 72. De algemene vergaderingen en de raden van bestuur worden vóór 1 april 2002 samengesteld en nemen vanaf 1 april 2002 hun bevoegdheden op. De raden van bestuur stellen vóór 1 mei 2002 de algemeen directeurs aan. De regering legt de kiesprocedure voor de eerste verkiezing van de Raad vast, op voorstel van de centrale raad van de ARGO.

Art. 73. De Raad wordt voor 1 januari 2003 samengesteld en neemt vanaf 1 januari 2003 zijn bevoegdheden op. De Raad stelt op de eerste vergadering de afgevaardigd-bestuurder aan.

Art. 74. § 1. De voorzitters van de lokale raden uit het bijzonder decreet van 19 december 1988, of de door hen aangewezen personen, oefenen vanaf 1 januari 2000 tot 31 maart 2002 de bevoegdheden van de raden van bestuur, zoals bepaald in dit bijzonder decreet, uit.

§ 2. Een voorlopige algemene vergadering oefent met ingang van 1 januari 2000 tot en met 31 maart 2002 de bevoegdheden van de algemene vergadering uit. Deze voorlopige algemene vergadering wordt samengesteld uit twee leden per lokale raad, zoals bedoeld in het bijzonder decreet van 19 december 1988, en wordt als volgt samengesteld :

1° een lid verkozen door en uit de verkozen ouders en de verkozen leden uit de sociale, economische en culturele milieus;

2° een lid verkozen door en uit de gecoöpteerde personeelsleden.



Art. 75. § 1. De lokale schoolraden van de ARGO en de lokale raden van bestuur van de ARGO, bedoeld in artikel 5, § 1, 2° en 3°, van het bijzonder decreet van 19 december 1988 betreffende de Autonome Raad voor het Gemeenschapsonderwijs, oefenen de in dat bijzonder decreet toegewezen bevoegdheden uit tot en met 31 december 1999.

§ 2. De centrale raad van de ARGO, bedoeld in artikel 5, § 1, 1° van het bijzonder decreet van 19 december 1988 betreffende de Autonome Raad voor het Gemeenschapsonderwijs, oefent tot en met 31 december 2002 de in dat bijzonder decreet toegewezen bevoegdheden uit, met uitsluiting van de bevoegdheden die vanaf de inwerkingtreding van dit bijzonder decreet worden uitgeoefend door de bestuursorganen van de scholengroepen, de voorlopige bestuursorganen bedoeld in artikel 74 inbegrepen. De centrale raad oefent de in het bijzonder decreet van 19 december 1988 verleende bevoegdheden ten aanzien van de centra voor leerlingenbegeleiding uit tot en met 31 augustus 2000.

§ 3. De organen van de ARGO blijven gedurende de in § 1 en § 2 vermelde overgangsperiodes fungeren volgens de bepalingen uit het bijzonder decreet van 19 december 1988.

§ 4. In de plaats van de in dit bijzonder decreet voorziene toezichtsregeling blijft de toezichtsregeling voorzien in titel VI van het bijzonder decreet van 19 december 1988, tot en met 31 december 1999 van toepassing op de lokale schoolraden en de raden van bestuur en tot en met 31 december 2002 op de centrale raad.



Art. 76. De centrale raad van de ARGO wijst vóór 1 januari 2000 de scholengroepen aan, alsook de bevoegde centra voor leerlingenbegeleiding op voorstel van de lokale raden, en de lokale raden van bestuur. De centrale raad stelt tegelijk met de vorming van de scholengroepen de criteria vast voor de verdeling van de middelen, met inbegrip van de saldi van de door de centrale raad voorafgenomen werkingsmiddelen, tussen de scholengroepen.

Art. 77. § 1. De organen van het Gemeenschapsonderwijs treden binnen de door dit bijzonder decreet toegekende bevoegdheden in de rechten en verplichtingen van de ARGO die voor de inwerkingtreding van dit bijzonder decreet zijn ontstaan. In deze overdracht zijn begrepen alle rechten en verplichtingen die verbonden zijn aan hangende en toekomstige gerechtelijke procedures.

§ 2. Onverminderd hetgeen werd bepaald in § 1, treden de scholengroepen met ingang van 1 april 2002 in de rechten en verplichtingen van de lokale raden en raden van bestuur die met deze scholengroep overeenstemt, en treedt de Raad met ingang van 1 januari 2003 in de rechten en verplichtingen van de centrale raad van de ARGO. Indien de onderwijsinstellingen, ressorterend onder een lokale raad of raad van bestuur, in uitvoering van dit bijzonder decreet aan meer dan een scholengroep worden overgedragen, bepaalt de centrale raad bij de beslissing bedoeld in artikel 76 welke scholengroep de rechten en verplichtingen van de lokale raad of raad van bestuur overneemt.



Art. 78. § 1. De roerende en onroerende goederen uitsluitend bestemd voor het gemeenschapsonderwijs bedoeld in artikel 2, die overeenkomstig artikel 57, § 1 van de Financieringswet van 16 januari 1989 zonder vergoeding van de Staat aan de Vlaamse Gemeenschap worden overgedragen, worden aan het Gemeenschapsonderwijs overgedragen.

§ 2. De sedert 1 jannari 1989 door de ARGO verworven roerende en onroerende goederen, bestemd voor het Gemeenschapsonderwijs, worden aan het Gemeenschapsonderwijs overgedragen.

§ 3. De saldi vastgesteld op 31 december 1999 bij de lokale raden en de diensten met afzonderlijk beheer, worden op 1 januari 2000 aan de scholengroepen overgedragen. De saldi van lokale raden en diensten met afzonderlijk beheer die onder meerdere scholengroepen zullen ressorteren, worden uitgesplitst over de scholengroepen volgens criteria die de centrale raad van de ARGO vaststelt.

§ 4. De saldi vastgesteld bij de centrale raad van de ARGO op 31 december 2002, worden op 1 januari 2003 overgedragen aan de Raad voor het Gemeenschapsonderwijs.



Art. 79. § 1. Tot de datum van publicatie in het Belgisch Staatsblad van de personeelsformatie van de diensten van de Raad, bedoeld in artikel 66 en 67, worden de administratieve diensten van de ARGO, bedoeld in titel V, hoofdstuk II, van het bijzonder decreet van 19 december 1988 betreffende de Autonome Raad voor het Gemeenschapsonderwijs, ter beschikking gesteld van de instelling bedoeld in artikel 3.

§ 2. Tot de datum van het bereiken van deze personeelsformatie waarborgt de Vlaamse Gemeenschap de middelen voor de werking van de administratieve diensten van de ARGO van het refertejaar 1977. De middelen worden jaarlijks geïndexeerd.



Art. 80. Voor de toepassing van dit bijzonder decreet moet tot de vorming van de centra voor leerlingenbegeleiding, het begrip « centrum voor leerlingenbegeleiding » worden vervangen door het begrip « centrum voor psychologische, medische en sociale begeleiding ».

HOOFDSTUK II. - Inwerkingtreding


Art. 81. Onverminderd het in hoofdstuk 1 bepaalde, treedt dit bijzonder decreet in werking op 1 april 1999.

Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Brussel, 14 juli 1998.

De minister-president van de Vlaamse regering,

L. VAN DEN BRANDE

De Vlaamse minister van Onderwijs en Ambtenzaken,

VAN DEN BOSSCHE

Nota


(1) Zitting 1997-1998 :

Stukken. - Voorstel van bijzonder decreet 1095, nr. 1; Amendementen 1095, nr. 2; Advies van de Raad van State 1095, nr. 3; Verslag 1095, nr. 4; Amendementen 1095, nr. 5.



Handelingen. - Bespreking en aanneming : Vergadering van 9 juli 1998.
Publicatie : 1998-09-30


1 De nota bevindt zich op bl. 25

Bijzonder decreet betreffende het gemeenschaponderwijs - 14 juli 1998


1   2   3   4


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina