Asielzoekers, die ongewenste gasten



Dovnload 73.11 Kb.
Datum22.08.2016
Grootte73.11 Kb.

ASIELZOEKERS, DIE


ONGEWENSTE GASTEN.”

Een artikel over de begeleiding van Alleenstaande Minderjarige Asielzoekers ( AMA’s.)

Door : Diriye Taher Mousse

Inhoudsopgave





Inhoudsopgave 2

Voorwoord. 3

ASIELZOEKERS, DIE ONGEWENSTE GASTEN. 4

1. Inleiding. 4

2. Vraagstelling: 4

voorstellen voor een adequate begeleiding te bieden aan alleenstaande 4

minderjarige asielzoekers; 4

een alternatief te geven om het tekort aan personeel te verminderen. 4



Hoofdstuk 1 Vluchtelingen. 5

Hoofdstuk 2. Het verloop van het eerst gehoor in een aanmeldcentrum en de gevolgen hiervan. 6

Hoofdstuk 3 Het veranderende politieke en maatschappelijk klimaat. 9

Hoofdstuk 4. De belemmeringen waardoor de hulpverlening moeilijk tot stand komt. 11

A.Gebrek aan kennis. 11

B.Tekort aan personeel. 11

Hoofdstuk 5 Hulpverlening aan vluchtelingen. 12

A.Adequate begeleiding. 12

B.Wat zou een alternatief kunnen zijn om het tekort aan personeel op te lossen? 14

3.Conclusies. 15

Er zijn te weinig cultuurgebonden hulporganisaties in het land om de 15

doelgroep een adequate hulp te bieden. 15

Er is gebrek aan theorieën en methodieken om hen te begeleiden. 15

Tenslotte is er geen duidelijk beleid op het niveau van het overheid wat betreft het hulpverlenen aan asielzoekers en met name alleenstaande minderjarigen, zogenaamd Ama’s 15

4.Aanbevelingen 15

5.Samenvatting 16

6.Literatuurlijst. 17



Voorwoord.

Mijn naam is Diriye Taher Mousse. Vorige jaar, september 2002 heb ik mijn opleiding SPH

( sociaal pedagogisch Hulpverlening) op de Hogeschool van Utrecht, faculteit sociaal Agogisch Opleidingen afgerond. Inmiddels heb ik nog steeds geen baan gevonden. Niet dat het moeilijk is om een job te vinden maar ik mag niet werken aangezien ik geen verblijfsvergunning heb om betaalde arbeid te mogen verrichten. En dat kan ik ook niet krijgen omdat ik niet erkend word als vluchteling.
De Nederlandse overheid en met name de Immigratie en Naturalisatie Dienst hebben, mijn land van herkomst, Somalië, als veilig verklaard waardoor ik terug gestuurd kan worden.

Op die reden ben ik dus niet als vluchteling erkend waardoor ik geen rechten heb om in Nederland legaal te verblijven. Volgens het ministerie van Justitie kon ik niet aantonen dat ik een vluchteling was. Ik moest bijvoorbeeld een kogel in mijn benen hebben om te bewijzen dat ik vervolgd was in mijn land van herkomst.


Vreemd? Ja.

Buitengewoon? Nee.


Het is vreemd omdat ik in vergelijking met duizenden allochtonen een aanmerkelijk proces van integratieproces heb doorgemaakt waarin ik trots op ben. In 8 jaar tijd heb ik de Nederlandse taal eigen gemaakt, een nieuw cultuur geleerd, een HBO opleiding afgerond….

Het is vreemd want mijn eigen broer werd als vluchteling erkend maar ik niet.

Maar buitengewoon kun je mijn situatie niet noemen want er zijn talloze vluchtelingen die jarenlang in onzekerheid in Nederland wonen en die ook het risico lopen om het land uitgezet te worden. Dus ik ben geen uitzondering.
Momenteel werk ik nog als vrijwilliger Sociaal Pedagogisch Hulpverlener en niet meer als stagiair bij Somvao ( Somalische vereniging in Amsterdam en Omstrekken). Aangezien ik geen betaalde arbeid mag verrichten,doe ik hulpverleningstaken om mijn kennis en waardigheden in de praktijk toe te passen. En zo breng ik mijn dagelijkse leven door het helpen van de Somalische gemeenschap in Amsterdam die in een achterstand positie dreigen te raken.Dat houdt dus in dat ik ze help om bijvoorbeeld erachter te komen hoe de Nederlandse onderwijssysteem in elkaar zit, hoe je hier je weg vindt, welke gewoontes en gebruiken mensen hier hebben.
Grappig is dat het hier sprake is van de begeleiding van Somaliërs met een Nederlandse paspoort door een uitgeprocedeerd Somaliër met een Sociaal Pedagogisch diploma.
Daarnaast doe ik nog veel integratie bevorderende activiteiten voor ouderen, vrouwen en jongeren zoals:ouders betrokkenheid bij de scholen, wijkparticipatie, huiswerkbegeleiding,voorlichtingsavonden over de opvoeding, het onderwijs, vrouwen besnijdenis......
De laatste tijden werd ik door de gemeente Den haag benaderd om als mentor Somalische jongeren te begeleiden.Dat is weer een van de vele vrijwilligerswerk die ik doe.Doordat ik zo actief ben, kom ik in contact met allerlei instellingen zoals de stichting Pharos,Bureau multiculturele participatie... en zelf binnen de Amsterdam Dienst Welzijn ben ik bekend.

ASIELZOEKERS, DIE ONGEWENSTE GASTEN.

Duizenden minderjarige asielzoekers die zonder hun ouders naar Nederland zijn gekomen dreigen in de knel te komen door een gebrek aan adequate hulpverlening. Heeft dit te maken met gebrek aan kennis over de doelgroep? Of zijn er meer zaken die hierin een rol spelen? Of komt het door het slechte asielbeleid van de overheid? En waar is het recht op kinderbescherming gebleven?



1. Inleiding.

De reden waarom ik voor dit onderwerp heb gekozen is dat ik de manier waarop alleenstaande minderjarige asielzoekers worden begeleid ter discussie stellen.Ik ben ervan overtuigd dat de begeleiding van de alleenstaande minderjarige asielzoekers anders kan. Naar mijn mening worden ze niet genoeg en efficiënt begeleid en ze dreigen hierdoor in de knel te komen.

Volgens mij had heeft dit te maken met:


  1. gebrek aan personeel

  2. door het veranderende asiel politiek in Nederland

  3. maar voor het merendeels door gebrek aan kennis en de juiste expertise.

Dit is voor mij de aanleiding om een visie te ontwikkelen volgens welke deze jongeren tenminste een adequate hulp en ondersteuning geboden kan bieden in hun ontwikkeling binnen de Nederlandse geldende normen en waarden. Het resultaat moet leiden naar effectievere zelfredzaamheid van de Ama´s zodat wanneer ze 18 jaar zijn geworden, zelfstandig in de maatschappij kunnen functioneren. Het ondersteunen van een stukje integratie wat taalkennis en scholing betreft wordt op deze wijze op gang gezet.

Om dat te bereiken ga ik gebruik maken van mijn eigen ervaring als vluchteling. Ik moet niet vergeten dat ik zelf als vluchteling naar Nederland ben gekomen en dat ik dus in staat ben om de situatie vanaf twee standpunten te bekijken, als betrokkene zelf en als toekomstige Sociaal Pedagogisch Hulpverlener.


2. Vraagstelling:

Hoe kun je als hulpverlener adequate hulp bieden om alleenstaande minderjarige asielzoekers efficiënter te begeleiden?

Dit wil ik duidelijk maken door de onderstaande aspecten aan de orde te stellen.


  1. Ten eerste wil ik uitleggen wie de vluchtelingen zijn.

  2. Ten tweede ga ik duidelijk maken dat de begeleiding van Alleenstaande Minderjarige Asielzoekers vanaf het begin van de asiel aanvraag in een aanmeldcentrum een verkeerde start krijgt.

  3. Ten derde wil ik aantonen dat het veranderende politieke en maatschappelijke klimaat een samenhang vertoont met het gebrek aan hulpverlening aan de Ama´s en asielzoekers in het algemeen.

  4. Hierna wil ik de oorzaken noemen waardoor de hulpverlening moeilijk tot stand komt

  5. Daarna wil ik oplossingen geven om de vraagstelling te beantwoorden door;

voorstellen voor een adequate begeleiding te bieden aan alleenstaande

minderjarige asielzoekers;

een alternatief te geven om het tekort aan personeel te verminderen.




Hoofdstuk 1 Vluchtelingen.

Vluchtelingen zijn mensen die hun land ontvluchten uit gegronde vrees voor vervolging, oorlog of geweld. Redenen voor vervolging zijn vaak ras, religie, politieke overtuiging of het lidmaatschap van een bepaalde sociale groep.


Wereldwijd zijn vijftig miljoen mensen op de vlucht. Eén op iedere 120 mensen is dus vluchteling. Het aantal vluchtelingen houdt volgens de UNHCR - de organisatie die zich namens de Verenigde Naties bezig houdt met de problematiek - direct verband met schendingen van mensenrechten die helaas nog in elk werelddeel voorkomen.

Bij schendingen van mensenrechten wordt vaak gedacht aan etnische zuiveringen in Centraal Afrika (Burundi, Rwanda) of dichter bij huis in voormalig Joegoslavië ( denk maar aan de val van Srebrenica.Maar ook op een kleinere schaal worden groepen mensen vervolgd omdat zij openlijk voor democratie pleiten, christen of moslims zijn of gewoon tot een minderheidsgroep behoren.


Vluchtelingen zijn mensen die uit vrees voor hun leven of vrijheid veel hebben moeten opgeven.Ze verlaten gedwongen hun huizen, bezittingen, families, vrienden, kennissen en landen.Ze ruilen alles voor een onzekere toekomst in een vreemd land.

Een groot deel van de vluchtelingen vindt onderdak in de regio.Vluchtelingen uit Afghanistan vinden doorgaans een heenkomen in India of Pakistan.Gevluchte Somaliërs in Kenia, Ethiopië of Jemen.Een klein deel van de vluchtelingen vraagt asiel aan in West -Europa, bijvoorbeeld in Nederland.Die groep noemen we in Nederland alleenstaande minderjarige asielzoekers.



Hoofdstuk 2. Het verloop van het eerst gehoor in een aanmeldcentrum en de gevolgen hiervan.


Volgens een onderzoek dat Marjolein van ´t Pad Bosch* in het studiejaar 1997 – 1998 heeft gedaan naar de psychosociale en psychosomatische gevolgen van het beleid en de hulpverlening in de eerste drie maanden van het verblijf in Nederland van de asielzoeker, gaat het al mis zodra de asielzoeker een asiel heeft aangevraagd.

Dat gebeurt in een zogenaamd aanmeldcentrum, een soort politiebureau waarin de vluchteling zich aanmeldt als hij /zij met de trein of met de auto het land is binnengekomen.

Daar aangekomen, wordt de vluchteling aan de deur al gevraagd uit welk land hij / zij komt. Kom je bijvoorbeeld uit een “ veilig land” zoals Polen, dan krijg je niet eens de gelegenheid om een verzoek in te dienen.


Je hebt geluk als je uit een onveilig land zoals Afghanistan of Somalië komt.Na een lange reis, denk je dat je eindelijk mag uitrusten omdat je asiel hebt aangevraagd en dat je geholpen zult worden.“ Nee je moet even geduld hebben.Jij krijgt eerst een nummer en je moet op je beurt wachten.Want er zijn meer dan 300 wachtenden voor u.”
Als er per dag, zo´n 50 verzoeken worden verwerkt, betekent dat je ongeveer een week op je beurt moet wachten. De hele dag zit je dan in een grote hal, naar de tv te kijken en je krijgt per maaltijd koude melk en een boterham.In dat hokje, krijg je het gevoel dat je in een soort gevangenis bent beland en dat gevoel gaat nooit meer weg. Het is nog erger dan je eigen traumatische ervaringen want hier dacht je dat je geholpen zou worden. Na een verblijf van drie dagen in dat centrum, krijg je het besef dat je niet direct geholpen bent en dat je eigenlijk voor niets bent gevlucht. Maar je houdt vol want “ alles is beter dan een Irakese gevangenis ” zegt een jonge vluchtelingen die ik had begeleid tijdens mijn stage.

Intussen doet de IND onderzoek naar de identiteit, nationaliteit, leeftijd en vluchtroute van een asielzoeker.


Mocht na de eerste inventarisatie in een aanmeldcentrum blijken dat een vreemdeling geen kans maakt op een verblijfsvergunning,dan wordt hij of zij meteen teruggestuurd.In theorie althans, want grote groepen asielzoekers (zoals Irakezen) kunnen vooralsnog niet worden teruggestuurd.Wel zullen zij uit de opvang worden verwijderd.

Waarheen?Dat moeten ze zelf weten want ze zijn immers hier zonder enige hulp van de Nederlandse overheid gekomen.Het maakt niet uit of je een zwangere minderjarige bent, zonder geld en bagage of een moeder met een baby.Waar je vandaan komt telt zwaarder dan je persoon ( of je nou ziek bent of niet).Onvrijwillig word je dan wat in Nederland “ een illegaal ” wordt genoemd met alle consequenties dat met zich meebrengt.


Momenteel wordt ongeveer een op de vijf asielaanvragen al meteen afgewezen, maar dat getal moet volgens de staatssecretaris en de Tweede Kamer omhoog.De overige vluchtelingen worden verhoord of ondergaan een confronterende ondervraging alsof ze een misdrijf hebben gepleegd. Het is verschrikkelijk als je zoiets meemaakt. ´T Pad Bosch beweert dat als de “ de vluchteling eenmaal aan de beurt is voor het eerste gehoor, wordt er met wantrouwen naar zijn vluchtverhaal geluisterd”.
Aangezien ik zelf als vluchteling in Nederland ben binnengekomen, kan ik haar verhaal bevestigen.Op zo´n moment weet je eigenlijk niet meer wat je zeggen moet.Omdat je uit ging dat je als asielzoeker eindelijk geholpen zou worden, word je van de ambtenaar van de IND zo zenuwachtig gemaakt dat het zweet je uitbreekt.Vooral als je uit een land komt waarin ondervraging meestal samenhangt met marteling en mishandeling.Dan krijg je de neiging om niet op de vragen van de ambtenaar in te gaan want vertrouwen moet je ook opbouwen en dat kan niet in zo´n kort gesprek.
Tevens zegt ´t Pad Bosch, “is de tijdsdruk van het eerste gehoor erg hoog. De asielzoeker is vaak nog met zijn vlucht en alle psychische aspecten daaromheen bezig met als gevolg dat hij op dat moment nog geen ruimte heeft om alle feiten in zijn land en het “ waarom” van zijn vlucht duidelijk op een rijtje te hebben. De asielzoeker kan zich dus niet concentreren op wat er wordt gevraagd.”

Eigenlijk zou het eerste gehoor nooit in het aanmeldcentrum moeten plaatsvinden maar ergens anders of misschien een maand later.Asielzoekers zijn zo moe en ze hebben zoveel traumatische ervaringen meegemaakt na een lange reis dat ze niet in staat zijn om helder antwoorden te geven.Ze willen eerst uitrusten, een warme maaltijd krijgen en een plek waar ze kunnen slapen.


Maar daar wordt er geen rekening mee gehouden en het eerst gehoor wordt opgenomen met behulp van een tolk die op de taal wordt geselecteerd en niet op de cultuur, het dialect, de regio, de religie, de clan of andere verschillen.Een voorbeeld hiervan is, dat in het zuiden van Somalië een woord als “lepel” een totale andere betekenis heeft dan in het noorden van het land.Dat wil zeggen dat de tolk, je vluchtverhaal op zijn eigen manier kan vertalen.Op deze manier worden sommige woorden verdraaid of uit hun betekenis gehaald.Dit heeft tot gevolg dat er veel verwarring en onduidelijkheden zijn in het rapport van het eerst gehoor.
Alsof het niet genoeg is krijgt binnenkort de IND langer de tijd om te onderzoeken of een asielaanvraag kansrijk is. Staatssecretaris Kalsbeek van Justitie denkt dat hierdoor de druk op de opvangfaciliteiten zal worden verminderd. Het kan straks zonodig worden verlengd van officieel 48 arbeidsuren (maar in werkelijkheid een week) naar maximaal drie weken. Gedurende die drie weken kan de IND bijvoorbeeld botonderzoek doen om te achterhalen of asielzoekers minderjarig zijn, via taalanalyses iemands herkomst vaststellen en bekijken of een asielzoeker niet eerder,via een ander land de Europese Unie is binnengekomen.

Nu bereiken de resultaten van dergelijke onderzoeken de IND vaak pas na de 48 uur die er nu voor staan, zodat de asielzoeker dan al is overgebracht naar een opvangcentrum.


De huidige faciliteiten in de aanmeldcentra schieten volstrekt tekort aan de benodigdheden zoals aanwezige voorzieningen van de asielzoekers voor een verblijf van drie weken.Eerder dit jaar kwam de Nationale Ombudsman met een vernietigend rapport over de leefomstandigheden in de deze centra, zelfs voor een verblijf van enkele dagen.Als gevolg hiervan wil de staatssecretaris de aanmeldcentra nu aanpassen.Zij verwacht daar zeven tot twaalf maanden voor nodig te hebben.Intussen is de situatie hetzelfde gebleven.
Het lijkt of het niets uitmaakt dat het onmenselijk is om daar langdurig te verblijven.Door het toepassen van deze methodiek wil mevrouw Kalsbeek een boodschap overbrengen aan de rest van de wereld dat Nederland geen asielland meer is.Op lange termijn kan dat effect hebben om de toestroom van toekomstige asielzoekers te verminderen
Maar intussen ervaren de meeste asielzoekers het eerste gehoor als een vernedering.Ze hebben veel te veel traumatische belevenissen meegemaakt en dat willen ze het liefst snel vergeten.Maar dat zal zeker niet snel gebeuren want na het aanmeldcentrum worden de asielzoekers overgebracht naar opvangcentra en ze gaan ze de procedure in.Het is een plaats waarin je je niet veilig voelt.Je woont in een soort container met andere mensen van diverse nationaliteiten.

Mensen die een andere taal spreken, met een andere cultuur en andere gewoontes hebben.En het komt heel vaak voor dat een asielzoeker een kamer deelt met iemand die in zijn land van herkomst zijn eigen moeder, vader, broer of een familielid heeft gemarteld of vermoord.


Ondertussen komt er nog steeds geen hulpverlener in beeld om enige zorg aan de Ama´s te verlenen met als gevolg dat ze alleen nog meer geïsoleerd raken.

En wat betreft de staatssecretaris van Justitie, ze heeft geen oog voor de miserabele toestanden waarin deze mensen verkeren in de diverse asielcentra over het hele land. “ We geven toch een onderdak aan die arme mensen en dat moet genoeg zijn ”, lijkt haar gedachte te zijn. Alsof de plicht om asiel te verlenen als last wordt beschouwd door het veranderende politieke klimaat.Eerst werd gezegd: we hebben een humanitaire plicht. Nu lijkt het zo: “zo min mogelijk mensen erin ”.Er wordt zelfs toegejuicht dat het aantal asielzoekers afneemt.


Hoofdstuk 3 Het veranderende politieke en maatschappelijk klimaat.

Hierbij wil ik duidelijk maken dat de Nederlandse samenleving over het algemeen een negatief beeld over vluchtelingen heeft.Dit beïnvloedt de vluchtelingen negatief.Want tot mijn verbazing wordt ik de laatste tijd vaak geconfronteerd met de negatieve berichtgeving in de media rond de kwestie “ asielzoekers” in het algemeen.Als ik bijvoorbeeld de krant lees of naar de televisie kijk, kom ik de volgende zinnen tegen: “ Asielbeleid staat te ontploffen”,

Asielcentra zijn vol”, “ Terrein wordt vergiftigd om de komst van asielzoekers tegen te houden”, “ Asielzoekers zijn ongewenste gasten”.

Vervolgens wil de overheid met een nieuwe vreemdelingenwet de nieuwkomers afschrikken om naar Nederland te komen door het uitvoeren van een steeds harder wordende aanpak van het kabinet met betrekking tot het asielbeleid.


Nog nooit heeft een begrip in Nederland zoveel ophef veroorzaakt als; asielzoekers.
Politici vinden het een zeer moeilijke politiek portefeuille en praten over de hoofdpijnportefeuille als het gaat over de Staatssecretaris van Justitie die het asielbeleid doorvoert.

Zelf woon ik nu bijna 7 jaar in Nederland en heb tot het heden al drie verschillende staatssecretarissen meegemaakt die deze functie bekleed hebben.Dat zijn Elisabeth Schmitz, Job Cohen en Mevrouw Kalsbeek, de huidige portefeuillehoudster.

Het asielprobleem vinden de oud-staatssecretarissen, “ is onbeheersbaar geworden”. Makkelijk was de functie nooit, maar vanaf midden jaren tachtig is het bijna onmogelijk om nog ongehavend een kabinetsperiode uit te zitten. Glastra van Loon, staatssecretaris tussen1973 en 1975, zei dat hij niet begreep waarom Cohen deze rotjob, had geaccepteerd.

Elisabeth Schmitz zei in een interview in Vrij Nederland hoe vreselijk zwaar het werk haar viel. Haar voorganger Aad de Kosto ( tussen 1989 en 1994) zei dat hij niet had verwacht dat de functie zo slopend zou zijn. Hij vond de totale portefeuille loodzwaar.Aan het einde van zijn termijn weigert hij zijn functie te verlengen want hij vond de psychologische gevolgen en belasting van deze functie te groot.


Daarnaast kan de Immigratie en de Naturalisatie Dienst geen hoofd meer bieden aan het aantal verzoeken.Het is algemeen bekend dat er veel te veel asielzoekers in de diverse centra over het hele land wonen.Uit gegevens die in de Algemeen Dagblad van dinsdag 13 februari 2001 staan, blijkt dat de immigratie en Naturalisatiedienst nog een achterstand van bijna 48.000 bezwaarschriften tegen afgewezen asielzoekers heeft.Ruim 15000 daarvan dateren van 1999 of de jaren daarvoor.Dat komt boven op de ruim 26.000 asielverzoeken waarover de IND nog geen beslissing heeft genomen.
Vervolgens keert een groot deel van de maatschappij zich tegen de asielzoekers waardoor de afgelopen jaren steeds meer mensen negatiever gaan denken over deze doelgroep.

Een mogelijke verklaring voor de negatieve houding ligt volgens mij in de recente gebeurtenissen in de Verenigd Staten en de angst over de groei van het aantal asielzoekers die naar Nederland komen.


Maar intussen verblijven duizenden asielzoekers vooral jongeren of kinderen zonder ouders, jarenlang “opgesloten” in asielzoekerscentra zonder hulp.
Vluchtelingenwerk Nederland, de onafhankelijke organisatie die de belangen van vluchtelingen en asielzoekers in Nederland behartigt, vanaf het moment van binnenkomst tot en met de integratie in de Nederlandse samenleving, maakt zich zorgen over de wijze waarop in deze verkiezingstijd het debat over asielzoekers wordt gevoerd. Steeds vaker wordt over hen gesproken in termen als gelukzoekers of economische migranten.Dit getuigt van te weinig respect voor en kennis van mensen die onder moeilijke omstandigheden hun landen hebben verlaten.
Los van het feit dat ik zelf een asielzoeker ben, roep dit bij mij de vraag op of men tegenwoordig niet bang is dat de humanitaire rechten van vluchtelingen als mensen worden geschonden. Erger nog, het recht voor kinderbescherming.

Wat betekent dat voor de Ama´s? En wat kun je als hulpverlener doen om alleenstaande minderjarige asielzoekers te helpen als je dit hoort?


Hoofdstuk 4. De belemmeringen waardoor de hulpverlening moeilijk tot stand komt.

Maar eerst ga ik de belemmeringen waardoor de hulpverlening moeilijk tot stand komt omschrijven.



  1. Gebrek aan kennis.

De hulpverleners beschikken over onvoldoende kennis over deze specifieke doelgroep.Er zijn te weinig theorieën en methodieken in handbereik om toe te passen.Het omgaan met de problematiek van deze doelgroep vraagt de nodige deskundigheid.Ama´s is een nieuwe begrip in de hulpverlening en het omgaan met hen verlangt een specifiek soort aandacht en een gepaste benadering.Deze groep jongeren heeft een bijzondere achtergrond en problematiek zoals vluchtverwerking, ontworteling, eenzaamheid, onzekere verblijfsstatus en onbekendheid met de Nederlandse taal en cultuur.


De specifieke achtergronden van individuele jongeren zijn totaal anders dan die van Nederlandse jongeren.Voor Ama´s gelden speciale regels vanuit het vreemdelingenbeleid.

Daarnaast kleuren taalproblemen en interculturele communicatieproblemen dikwijls de omgang met de leden van de doelgroep.De opvoeding heeft een andere stijl dan die in Nederland als adequaat wordt beschouwd.

Ama´s zijn in het algemeen kinderen die zonder hun ouders naar Nederland zijn gevlucht.Ze komen uit verschillende landen met zeer uiteenlopende culturen waardoor het moeilijk wordt voor een hulpverlener om al die verschillende normen en waarden van het land van herkomst van deze jongeren te leren kennen.

  1. Tekort aan personeel.

Elk voogd of maatschappelijk werker ( ster) heeft een te grote caseload (het aantal dossiers of cliënten dat een hulpverlener heeft ) en is verantwoordelijk voor meer dan dertig cliënten, waardoor hij/ zij niet genoeg aandacht kan geven aan ieder minderjarige die hij/ zij begeleidt.

Verder worden de weinige hulpverleners die er zijn door bezuinigingen uit de opvangcentra weggehaald.Met andere woorden, Ama´s dreigen tussen de wal en de schip te komen door een tekort aan werknemers.

Hoofdstuk 5 Hulpverlening aan vluchtelingen.

In dit hoofdstuk komt de hulpverlening aan hulpverlening aan de orde.



  1. Adequate begeleiding.

Als je te maken hebt met vluchtelingjongeren, heb je in principe geen specifieke methoden nodig om hen te helpen.Aangezien de doelgroep niet identiek is,is er geen sprake van één bepaalde methodiek die toepasbaar is voor alle vluchtelingen.Ik heb al eerder gezegd dat het onmogelijk is voor een hulpverlener om de kenmerken van de verschillende achtergronden van de alleenstaande minderjarige asielzoekers te leren.Wel kun je als begeleider een aantal specifiek aandachtspunten op het niveau van kennis en vaardigheden die bepalend zijn voor het slagen van de hulpverlening beschikken.Een geschikte begeleidingsmethode die van je wordt vereist kenmerkt zich dan in een open houding, invoelingsvermogen en de bereidheid je in de bijzondere achtergronden te verdiepen, het bieden van veiligheid en vertrouwen.Verder zijn erkenning en begrip van zeer groot belang.


Wat ook een rol van betekenis speelt in het fundament voor de juiste grondhouding en techniek is je kennis over wij –culturen die totaal anders is dan de Ik –cultuur die in de westerse landen en met name in Nederland heerst.


  • Ik - cultuur versus wij - cultuur.

In de ik – cultuur, de individualistische westerse samenleving zijn de onderlinge banden tussen individuen los en wordt ieder geacht uitsluitend voor zichzelf en zijn naaste familie te zorgen. Maar in de wij –cultuur, de groepsgerichte, niet westerse samenleving waar deze vluchtelingen doorgaans vandaan komen,zijn individuen vanaf hun geboorte opgenomen in sterke, hechte groepen die hen levenslang bescherming bieden in ruil voor onvoorwaardelijke loyaliteit. In de ik cultuur wordt de identiteit bepaald door eigen normen en waarden, door eigen zingeving van je leven. In de wij - cultuur wordt de identiteit bepaald door de plaats, die je in de groep inneemt en door de normen, waarden en zingeving van de groep.

De ik – cultuur is vooral gebaseerd op persoonlijke vrijheid en redelijkheid. Intuïtie en religie zijn waarden, die niet direct in het centrum van die leefwereld staan.

In de wij – cultuur staat religie vaak centraal en ligt de vrijheid ingebed binnen de groep.Het is een typische familiecultuur.

De ik – cultuur heeft alle aandacht voor vitaliteit, jeugd, vooruitgaan en dynamiek. Ouderdom, het niet dynamische en dood zijn naar de marge van de samenleving geschoven.

In de wij cultuur daarentegen hoort de ouder wordende mens er helemaal bij.Men is minder gevoelig voor een dynamische vooruitgang, die gevaarlijk is voor de traditioneel waarden.

Naast sociologische belangstelling is in de ik – cultuur ook de psychologie sterk ontwikkeld en heeft men meer aandacht voor het individu.

De wij cultuur kent vanuit de grote groepsgebondenheid veel minder psychologische belangstelling. Men moet goed functioneren binnen de verwachting van de groep.De eigen individuele reactie en reflectie zijn ondergeschikt.


In de ik – cultuur is er veel vrijheid, individuele ruimte in de manier hoe je je rol vervult.In de wij – cultuur ligt in detail vast hoe je je moet gedragen.In de ik –cultuur heeft men hoge verwachtingen van het leven, men wil het leven in de hand hebben.

In de wij – cultuur is het leven door het lot bepaald en ze zijn daarin meer berustend; men neemt het leven zoals het is.In de ik – cultuur zijn tijd en geld zeer dominante factoren in het leven.Men probeert altijd stipt op afspraken te zijn.

In de wij – cultuur zijn betrokkenheid bij mensen, vriendelijkheid en het leggen van betekenisvolle contacten belangrijker dan tijdsschema´s.
En zo kan ik nog urenlang doorgaan met het inventariseren van de verschillen tussen de ik – en de wij –culturen.Maar ik wil me hier beperken.Wat belangrijk voor de hulpverlener is, is dat hij enige kennis heeft over de mate waarin een cultuur groepsgericht is ( wij – cultuur) of persoonsgericht ( ik – cultuur).


  • Eerste contact.

De kennismaking en het leggen van het eerst contact met een vluchteling is belangrijk.Naar mijn mening is dat van cruciaal belang want dat is bepalend voor een verdere begeleiding. Dat vraagt in het begin wat extra aandacht maar het is de moeite waard. Vluchtelingen zijn immers niet bekend met de hulpverlener zoals die in Nederland bekend is. Zo maken de meeste vluchtelingen geen onderscheid tussen een administratief medewerker en een hulpverlener.Ze associëren elk doorsnee Nederlander die een gesprek met hen voert als een hulpverlener in de zin van een verlosser, iemand die hen komt helpen of iemand die hen komt redden.


Wat vluchtelingen heel hard nodig hebben is een luisterend oor.Ze willen zich welkom voelen en niet gedwongen zijn om antwoorden te geven over hun vluchtervaringen aan iemand van de vreemdelingendienst.Dit heeft vaak een averechts effect.Een grote meerderheid van hen is door hun ervaringen in eigen land in het verleden wantrouwend geworden ten opzicht van iedereen die een uniform draagt. Het is dus belangrijk dat de hulpverlener overkomt als iemand die hen wil helpen.Hierdoor kan je getest worden op je betrouwbaarheid en deskundigheid.

Dus niet gelijk beginnen met vragen stellen over zijn verhaal over de politieke situatie in het land van herkomst of de traumatische ervaringen die ze achter de rug hebben,maar probeer met een gesprek over koetjes en kalfjes te praten en stel vragen die betrekking hebben op andere dingen zoals hun gezondheid, het klimaat verschil tussen Nederland en land van herkomst van de cliënt. Dat vergemakkelijk de conversatie en geeft de cliënt een gevoel van begrip en “gastvrijheid” want je moet niet vergeten dat je voor hen het land van “ontvangst” vertegenwoordigt.


In haar scriptie over “de noodzaak tot deskundigheid van psycho – sociale hulpverlening aan vluchtelingen,” adviseert Louky Wark*, dat men bij een eerste contact “ vanuit moet gaan dat er een cliënt tegenover je zit met wie je samen een probleem op moet lossen: zijn probleem om goed geholpen te worden en jóuw probleem om daarvoor de beste manier te vinden”.

Daarna is het handig om de specifieke problematiek van elke cliënt die je begeleidt op een rijtje te zetten.Volgens een onderzoek dat Ingrid Soeterbroek heeft gedaan over “ adequate begeleiding aan adolescente vluchtelingen” kan hierin een onderscheidt gemaakt worden tussen specifieke kennis met betrekking tot transculturele aspecten die van belang zijn in het contact komen met vluchtelingen in het algemeen. Volgens haar “ wordt hulpverlening aan mensen uit andere culturen soms als een moeizaam proces ervaren”.

Daarom is het van belang dat hulpverleners kennis hebben van sociale – en maatschappelijke structuren van de niet westerse cliëntencultuur en zich kunnen verplaatsten in andere normen en waarden.
Verder zegt mevrouw Soesterbroek*² dat het “van belang is dat alle hulpverleners de problematiek van vluchtelingen herkennen als zij geconfronteerd worden met een hulpvraag”.

Het is handig als je gebruik maakt van een plan van aanpak om de hulpvraag van je cliënt te herkennen.

Begin bijvoorbeeld met het aanwijzen van een aantal zaken zoals:


  • Het creëren van een vertrouwd en veilig sfeer.

  • Het aanbrengen van classificatie in de problemen.

  • Het bespreken van actuele problemen of zorgen.

  • Het geven van informatie en uitleg over de klachten.

  • Het geven van praktische of emotionele steun.

  • Het zoeken naar de sterkte kanten van mensen en aansluiting zoeken bij de leefwereld van de cliënt.

  • Het geven van feedback over hun gedrag.

  • Het aanreiken van een dagindeling

  • Het gebruik maken van een woordenboek om iets in het Frans, Engels, Chinese of misschien Arabisch of Farsi uit te leggen om duidelijk te maken.

Het kan zijn dat je tijdens de begeleiding van vluchtelingen opgebrand raakt door het medelijden en het luisteren naar alle die gruwelijke traumatische ervaringen die vluchtelingen hebben meegemaakt.Natuurlijk word je tijdens de opleiding al getraind om met dit soort dingen zoals geweld,mishandelingen en andere ernstige zaken om te gaan.Tijdens de lessen en de supervisie, zijn die thema´s vaker naar voren gekomen waardoor ik genoeg informatie wist te verzamelen om die onderwerpen.

Daarnaast ben ik zelf in mijn diverse stages geconfronteerd geweest met zaken die vooral emoties bij mij opriepen.Maar toch kun je niet vermijden dat je als persoon wordt geraakt en dat je kijk op de wereld, op de mensen en op jezelf wordt beïnvloed.Het is dus van groot belang dat je over enorm incasseringsvermogen beschikt om wat afstand te nemen en niet betrokken te raken.Een andere tip zou kunnen zijn je gevoelens met andere te delen zoals je collega´s of je medestudenten tijdens een supervisie.

  1. Wat zou een alternatief kunnen zijn om het tekort aan personeel op te lossen?

Om het probleem van het personeel tekort op te lossen is het misschien een goed idee om ex - vluchtelingen op te leiden die als mentoren kunnen functioneren om de Ama’s te begeleiden.

Als ik uitga van mijn eigen ervaring als stagiaire maatschappelijk werker bij stichting de opbouw, zou ik kunnen zeggen dat dit de beste oplossing is.Het was voor mij niet moeilijk om in de situatie van de asielzoekers te verplaatsten.Ik wist hoe ze zich voelden, wat ze van me verwachtten en hoe ik hen moest benaderen.Ik kon antwoorden geven op hun vragen, antwoorden die in de boeken niet te vinden zijn.

De drempel met de cliënt is kleiner want je bent zelf als vluchteling naar Nederland gekomen en je begrijpt wat ze meemaken en op welke manier ze geholpen willen worden.Daardoor neemt de vertrouwen van de doelgroep ten opzicht van de hulpverleners toe en wordt de begeleiding proces snel op gang gezet.


Een ander zeer belangrijk punt is dat je voor deze jongeren een soort model bent, iemand met wie ze zich kunnen identificeren.Dit heeft een zeer positief effect op hen en kan in de toekomst hun integratie in de Nederlandse samenleving niet alleen bevorderen en vergroten. maar ook flink aanmoedigen

De overheid moet dus subsidies verlenen aan instellingen die dat soort projecten kunnen en willen starten.Onlangs is Verwey Jonker instituut, een landelijk sociaal –wetenschappelijk onderzoeksinstituut dat in Utrecht is gevestigd, een project begonnen om een gratis cursus aan ex - Ama’s te geven zodat ze jonge vluchtelingen kunnen begeleiden als ze de opleiding goed hebben afgerond.

Op deze manier kunnen bijvoorbeeld Irakese jongeren opgeleid worden om andere Irakese jongeren te begeleiden.Zo kun je voor elke etnisch groep jongeren inzetten die dezelfde achtergrond hebben.Op deze manier kun je twee vliegen in een klap slaan;het tekort op de arbeidsmarkt is vervuld en de jongeren worden goed begeleid.


  1. Conclusies.





  • Vluchtelingen kennen het Nederlandse systeem van hulpverlenen niet waardoor zij er twijfelachtig met argwanend tegenover de hulpverlener staan.
  • Er zijn te weinig cultuurgebonden hulporganisaties in het land om de

doelgroep een adequate hulp te bieden.

  • Er is gebrek aan theorieën en methodieken om hen te begeleiden.

  • Tenslotte is er geen duidelijk beleid op het niveau van het overheid wat betreft het hulpverlenen aan asielzoekers en met name alleenstaande minderjarigen, zogenaamd Ama’s


  1. Aanbevelingen





  • Begeleidingsmethode van Ama’s herzien.

  • Subsidiëren en stimuleren van cultuurgebonden hulporganisaties door de Nederlandse overheid.

  • Onderzoek naar cultuurkenmerken

Maar eigenlijk heb je geen hulpverlening methoden nodig om deze jongeren te begeleiden. Met een goede diagnose, meer kennis van en deskundigheid over de wij – cultuur en een daarop afgestemd houding kun je tijdens de begeleiding hulpverlener heel veel dingen met een vluchteling bereiken.

Met dit artikel roep ik de Nederlandse overheid te komen met een nieuwe een duidelijk beleid dat gericht is op de toekomst van deze jongeren.Er is een plicht om asielzoekers op te vangen en die verantwoordelijkheid moet de toekomstige regering blijven nemen.

  1. Samenvatting

Als eerst heb ik de termen vluchtelingen en Alleenstaande Minderjarige Asielzoekers uitgelegd. Volgens het Verdrag van Geneve van 1951, is een vluchteling iemand die gegronde vrees heeft voor vervolging in het land van oorsprong, op grond van ras, godsdienst, nationaliteit, politiek overtuiging of het behoren tot een bepaalde sociale groep en om die reden, bescherming behoeft.


Vervolgens heb ik het verloop van het eerst gehoor in een aanmeld centrum uitgebreid uitgelegd.Naar mijn mening was dat een heel belangrijk omdat ik ervan overtuigd ben dat dit heel veel invloed heeft over de vluchtelingen.Er spelen zich binnen de aanmeld centra allerlei problemen af met als gevolg dat de Ama´s erg in de knel kunnen komen zitten.In zo´n kleine ruimte, krijgt een asielzoeker geen mogelijkheid om zijn traumatische ervaringen te verwerken.
Hierna vond ik van groot belang één en ander te vertellen over het veranderende politieke en maatschappelijke klimaat omtrent asielzoekers.Het onderwerp “asielzoeker” is een heet hangijzer binnen de politiek en is het actueel. Dit heeft een negatief invloed op de vluchtelingen en met name de Ama´s waardoor ze een vergeten doelgroep zijn of worden.

Hulpverleners worden door bezuinigingen weggehaald uit de divers opvangcentra met als gevolg dat de Ama´s alleen nog maar geïsoleerd raken.



Ook heb ik iets geschreven over de specifieke kennis en deskundigheid die een hulpverlener in huis moet hebben,wil hij Ama´s gaan begeleiden.Het leggen van contact bij een Ama is vraagt in het begin extra aandacht.Een ander aandachtspunt is het ingaan op het verschil tussen de ik en de wij cultuur.Voor een Sociaal Pedagogisch medewerker is dat een voorwaarde om met zijn cliënt te gaan.
Ten slotte, heb ik een alternatief gevonden om het tekort aan personeel te verminderen.Terwijl honderden huisartsen in asielzoekercentra zitten zonder iets te doen, kampt Nederland met een groeiend tekort aan arbeidskracht.Naar mijn mening is er geen tekort aan personeel maar een tekort aan beleid.Als het blijkt dat het moeilijk is voor hulpverleners om met asielzoekers om te gaan,zou het heel handig zijn om andere vluchtelingen op te leiden om bijvoorbeeld nieuwe Ama´s te begeleiden.

  1. Literatuurlijst.





  1. Marjolein van ´t Pad Bosch, Veilig maar toch steeds zieker.Een onderzoek naar de psychosociale en psychosomatische gevolgen van het beleid en de hulpverlening in de eerste drie maanden van het verblijf in Nederland van de asielzoeker.Hogeschool van Utrecht, Faculteit Sociaal Agogische Opleidingen, Maatschappelijk Werk en Dienstverlening ( 1997/1998. p10-19




  1. Louky Wark.. Met het oog op de kwaliteit: dient elk maatschappelijk werker hulp te kunnen verlenen aan een vluchteling met psycho- sociale problemen? Hogeschool van Utrecht, Faculteit Sociaal Agogische Opleidingen, Maatschappelijk Werk en Dienstverlening. 1998. p 26 – 29




  1. Ingrid Soesterbroek.Ontmoeting tussen werelden”; een scriptie over adequate begeleiding aan adolescente vluchtelingen. Hogeschool van Utrecht, Faculteit Sociaal Agogische Opleidingen, Maatschappelijk Werk en Dienstverlening. april 1999.

p 46 – 57


  1. Hossein Jahangari.Vluchten met trauma; hulpverlening aan vluchtelingen met traumatische ervaringen binnen het maatschappelijk werk. Hogeschool van Utrecht, Faculteit Sociaal Agogische Opleidingen, Maatschappelijk Werk en Dienstverlening 1999.




  1. Artikel in de webpagina van www.vluchtelingenwerk.nl en nieuwkomers van 18/10/01. UTRECHT/DEN HAAG.




  1. Overige



 Diriye Taher is een uitgeprocedeerd asielzoeker uit Somalië. In 2002 heeft hij zijn studie Sociaal Pedagogisch Hulpverlening op de hogeschool van Utrecht afgerond. Inmiddels is hij of het land uitgezet of vrijwillig Nederland verlaten.

scriptie in het studiejaar 1997/98 van Marjolein ´t Pad Bosch.

 scriptie in het studiejaar 1997/98 van Marjolein ´t Pad Bosch, blz 12

 artikel in de NRC handelsblad van zaterdag 13 oktober 1998

 intercultureel communicatie van D.Pinto.

 pagina 27 van haar scriptie

 ² blz 47 . hoofdstuk 6 over adequate begeleiding aan Ama´s van de scriptie van I.Soesterbroek.





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina