Atmosferische aantasting en korrosie-preventie van metalen na brand prof dr. Ir J. Defrancq



Dovnload 46.13 Kb.
Datum24.08.2016
Grootte46.13 Kb.
ATMOSFERISCHE AANTASTING

EN KORROSIE-PREVENTIE

VAN METALEN NA BRAND

Prof. dr. Ir J. DEFRANCQ
Labo SOETE voor Weerstand

van Materialen en Lastechniek

Labo voor Elektronenmikroskopie
St. Pietersnieuwstraat 41

9000 GENT

Tel. 09/264.32.64

Fax 09/223.73.26


1. INLEIDING:
Wanneer men de handboeken over korrosie konsulteert, dan zal men daarin geen enkele verwijzing terugvinden naar mogelijke korrosie-reakties die kunnen optreden ingevolge rookgassen die ontstaan zijn door brand.
Dit heeft niets te maken met het feit dat het probleem niet belangrijk zou zijn, doch alles met het feit dat men onder de klassieke korrosie-theorie de gevolgen van een zeer langdurige blootstelling aan een bepaalde omgeving beschouwt, waarbij de korrosie minimaal 0,13 mm/jaar moet bedragen. Onder deze limiet gaat men ervan uit dat het medium niet korrosief is.
Daarbij ziet men meestal alle esthetische aspekten over het hoofd, die uiteraard van zeer groot belang kunnen zijn, evenals als alle aspekten van slecht funktionerende instrumenten als gevolg van de korrosie-reakties, waarbij bijvoorbeeld kan worden gedacht aan elektrische geleiding die door oxydatie of suifidisatie en/of andere reakties kan teniet worden gedaan (zie computers).
Vermits deze informatie ontbreekt, is men dus genoodzaakt zich te wenden tot de kennis betreffende korrosie in het algemeen en atmosferische korrosie in het bijzonder, teneinde daaruit de gegevens te distilleren die van belang zijn voor aantasting, hoe gering ook die na brand kan ontstaan.

Uitgedrukt in tonnage aan materiaal dat door korrosie verloren gaat, was en is atmosferische korrosie de belangrijkste schadepost onder alle korrosie-gevallen. Wanneer we om ons heen kijken, dan valt het op hoeveel metalen konstrukties vrij in de natuur staan opgesteld, zoals bijvoorbeeld gebouwen, bruggen, torens, hoogspanningsmasten, vangrails, verlichtingspalen, het ganse park aan personenauto's, vrachtwagens, schepen, enz.


Het is dan ook niet verwonderlijk dat zo veel aandacht wordt besteed aan deze vorm van aantasting, niet alleen omdat het materiaal ingevolge de aantasting verloren gaat, maar tevens en soms vooral omdat het oog ook wat wil en er om architekturate redenen heel dikwijls geen deterioratie - hoe klein deze ook weze wordt geduid.
Het probleem van de atmosferische invloed in het algemeen op metalen is echter niet eenvoudig.
Enerzijds wordt bij de diverse konstrukties een zeer grote diversiteit aan metalen gebruikt, zoals ongelegeerd staal, roestvast staal, aluminium, kopers, verzinkt staal, bladgoud, enz.... die eik hun eigen typische reaktie vertonen ten opzichte van bepaalde omgevingen, zodat algemene konklusies uitgesloten zijn.
Anderzijds zijn deze konstrukties zowat overal ten lande ingeplant in zeer verschillende makroklimaten en heeft een "industrieel" klimaat een totaal verschillend effekt op een metaal dan een "marien" klimaat.
Daarbovenop moet men nog rekening houden met zogenaamde mikro-klimaten, omdat bijvoorbeeld metalen die door regen worden afgespoeld anders reageren dan metalen waarbij dat niet gebeurt, en omdat een konstruktie die voortdurend onder de rookpluim van een schoorsteen ligt, een ander korrosie-gedrag vertoont dan een konstruktie die middenin een veld van klaprozen en korenbloemen staat.

Zo zal ook bij brand de samenstelling van de rookgassen totaal afhankelijk zijn van het type produkten dat heeft vlam gevat. Zo is de korrosiviteit van de rookgassen van PVC-produkten absoluut verschillend van deze van PE-produkten.


Korrosie-problemen kunnen zich ook voordoen bij het gebruik van reinigingsmiddelen, bijvoorbeeld gebruikt bij het wegnemen van een cementwasem en dit indien ongeschikte produkten worden gebruikt.
2. KORROSIE-PRINCIPES:
Atmosferische aantasting is geen alleenstaande vorm van korrosie en zij voldoet dus aan alle wetten van de klassieke korrosie-theorie. Partikulier aan deze korrosie zijn echter wel de omstandigheden die zich tijdens het korrosie-proces voordoen. Teneinde een idee te bekomen van het partikuliere van deze korrosie-vorm en van de klassieke methodes die worden gebruikt om korrosie te bestrijden, is het nuttig hier de korrosie-principes kort samen te vatten.
Metalen zijn slechts oplosbaar in vloeistoffen indien ze worden omgezet naar hun ionaire vorm volgens de reaktie
Me -> Men+ + ne-
Deze reaktie verloopt aanvankelijk vrij snel, maar vertraagt naarmate de koncentratie aan metaalionen toeneemt (fig. 1 curve A).
Terwijl er tezelfdertijd meer metaalionen in de oplossing terechtkomen, zal de inverse reaktie
Men+ + ne- -> Me
vervolgens sneller en sneller verlopen (fig. 1 curve B).

Waar de beide reaktie-snelheden aan elkaar gelijk zijn, gaat er per eenheid van tijd evenveel metaal in oplossing als er metaal teruggevormd wordt en is het systeem in evenwicht. Onder deze omstandigheden lost het metaal dus niet verder op en kan er dus van korrosie geen sprake zijn.


De klassieke manier die men in de scheikunde gebruikt om reakties toch verder te laten lopen, is de gevormde reaktie-produkten uit het medium verwijderen. Dus, indien men hetzij de metaalionen uit de oplossing, hetzij de elektronen uit het metaal wegneemt, dan voelt het metaal een toestand van onevenwicht en zal het dus verder oplossen om deze evenwichtstoestand opnieuw te kunnen bereiken.
Vermits niemand opzettelijk korrosie wil veroorzaken, zal dus ook niemand hetzij de ionen hetzij de elektronen uit de oplossing wegnemen, doch - jammer of niet - zijn er in de natuur steeds chemische produkten aanwezig die in staat zijn om de elektronen uit het metaal op te nemen, zoals :
2H+ + 2e- -> H2
of 02 + 2H20 + 4e- -> 4OH-
of Ox + ne- -> Red.
waarbij H+ een ion is dat typisch in zuren voorkomt (HCI, H2S04 ... )1 terwijl zuurstof uiteraard in onze atmosfeer aanwezig is en als dusdanig ook in water oplost.

Of wij het dus willen of niet, de natuur zal ervoor zorgen dat metalen blijven in oplossing gaan en dat de metalen die ten koste van veel energie uit ertsen werden gewonnen, opnieuw naar hun ertsvorm terugkeren.


Brengt men dus ijzer in een zuur, dan gaan de volgende reakties door (fig. 2)
Fe -> Fe2+ + 2e-
2H+ + 2e- -> H2
en globaal Fe + 2H+ -> Fe2+ + H2
Brengt men ijzer in zuurstofrijk water, dan gaat de volgende reaktie door:
Fe -> Fe2+ + 2e-
O2+ 2H2O + 4e- -> 40H-
en globaal 2Fe + 02 + 4H2O -> 2Fe2+ + 40H-
Alhoewel op deze wijze de cirkel gesloten is en metalen dus spontaan kunnen korroderen, toch is er nog een derde essentiële voorwaarde nodig om de hoger vermelde reakties te laten verlopen.
De verschillende komponenten die voor deze reakties nodig zijn, moeten namelijk hetzij naar het metaal aangevoerd worden, hetzij van het metaal weggetransporteerd worden en dit kan bij lage temperatuur enkel door middel van vloeistoffen. Uiteraard is in onze atmosfeer water hét transportmiddel bij uitstek en beperken we ons in deze uiteenzetting ook tot water.
Deze laatste voorwaarde is zo essentieel dat men kan stellen dat korrosie totaal is uitgesloten indien er geen vocht aanwezig is.
Essentieel voor het optreden dus van korrosie is het gelijktijdig aanwezig zijn van drie voorwaarden :

oplossen van metaal (oxydatie : anodische reaktie) opname van de elektronen (reduktie : kathodische reaktie) aanwezigheid van water,

en essentieel aan de korrosie-bestrijding is het annuleren van één of meerdere van deze voorwaarden.
3. PASSIVITEIT:
Zoals hoger vermeld, komt het metaalion in de oplossing terecht en kan het na deze eerste stap verschillende reakties met ionen uit de oplossing aangaan (fig. 3).
* ofwel blijft het in oplosbare vorm aanwezig zoals bijvoorbeeld staal in zuren (FeCl2, FeSO4 zijn oplosbaar). Dan wordt het metaalion dus van het oppervlak verwijderd en los het metaal ook verder op ;
* ofwel vormt het metaal met ionen uit de oplossing een onoplosbare verbinding, zoals lood in zwavelzuur (PbSO4 onoplosbaar).
In dit laatste geval zijn er opnieuw twee mogelijkheden, namelijk
- de onoplosbare verbinding vormt zich in de buik van de oplossing (dus ver weg van het metaaloppervlak) zodat het metaal opnieuw onbeschermd achterblijft (roestvorming in waterleidingen) ;
- de onoplosbare verbinding vormt zich direkt op het metaaloppervlak (staal in sterk alkalische oplossingen) en schermt het metaal voor verdere korrosie af.
In dit laatste geval spreekt men van passiviteit van het metaal, wat dus betekent dat de gevormde korrosie-produkten het metaal voor verdere aantasting zullen beschermen.
Het voorbeeld van lood in zwavelzuur (loodaccumulator) werd reeds eerder gegeven. De meest bekende vertegenwoordiger van dit soort metalen is echter het roestvast staal, dat zich door spontane oxydatie tegen verdere aantasting beschermt.
Er dient wel gewezen te worden op het feit dat enerzijds passiviteit geen intrinsieke eigenschap is van het metaal, doch mede wordt bepaald door het medium waarin het metaal wordt gedompeld en dat anderzijds passiviteit geen absolute garantie tegen korrosie is.
Metalen in hun passieve toestand zijn namelijk meer gevoelig voor gelokaliseerde aantasting zoals spleet-, put- en spannings-korrosie (fig. 4) dan metalen die geen passiviteit vertonen.
4. DEPOLARISATOREN:
Zoals bepaalde ionen de korrosie-snelheid van metalen kunnen verlagen (inhibitoren), zo kunnen andere produkten ook de korrosie-snelheid van metalen verhogen. Dergelijke stoffen worden depolarisatoren genoemd.
Voegt men dergelijke produkten aan de oplossing toe, zonder de andere faktoren (pH, temperatuur) in het systeem te wijzigen, dan ziet men de korrosie-snelheid van het metaal plots zeer sterk toenemen.

Van korrosie-technisch standpunt uit is het chloor-ion de meest bekende en alomtegenwoordige depolarisator.


Niet alleen kan het chloor-ion de passivering van metalen verhinderen, het is ook in staat om een reeds gevormde passiveringslaag lokaal te doorbreken en de reeds hoger genoemde vormen van lokale korrosie te initiëren. Het probleem is hierbij dat de korrosie-snelheid lokaal zeer hoog wordt en dus ook de perforatiesnelheid van het metaal.
5. ATMOSFERISCHE AANTASTING VAN METALEN:
5.1. ANODISCHE OXYDATIE VAN HET METAAL:
Om tot korrosie te komen moet het metaal, zoals hierboven gezien, tot zijn ionaire vorm omgezet kunnen worden. Deze oxydatie van het metaal gebeurt, via de reduktie van een oxydans (H+, 02, Fe3+; ... ), des te gemakkelijker naarmate het metaal minder edel is, tenzij het gemakkelijk passiveerbaar zou zijn onder de gegeven omstandigheden.
Het meest bekende voorbeeld van een onder atmosferische omstandigheden niet passiveerbaar metaal is uiteraard ijzer of staal, dat in elke atmosfeer met voldoende water en zuurstof zal korroderen en roesten. Vermits de gevormde roestiaag geen enkele beschermende werking heeft, valt de korrosie niet stil.
Andere metalen zijn onder bepaalde omstandigheden wel passief, maar onder andere omstandigheden niet. Zo krijgt zink in een rurale atmosfeer een patinalaagje ingevolge de reaktie van het zinkoppervlak met het water en de C02 uit de lucht. Deze patina beschermt het onderliggende metaal voor verdere korrosie. Onder mariene omstandigheden nochtans reageert het zink met vorming van zinkoxychiorides die geen bescherming bieden tegen verdere korrosie.
Andere metalen zijn dan weer praktisch totaal passief onder alle atmosferische omstandigheden. Zo is de aantasting van roestvast staal onder quasi alle atmosferische omstandigheden miniem.
Hier moet echter wel worden gewezen op het onderscheid tussen een kleine aantastingssnelheid en de verandering in visueel aspekt, die twee fundamenteel verschillende dingen zijn. Zo is goud een vrij edel metaal met een zeer geringe elektrochemische oxydatie-neiging. Vandaar dat dit materiaal ook in zeer dunne folie kan worden aangebracht voor architekturale doeleinden. Nochtans kunnen bepaalde goudlegeringen onder atmosferische omstandigheden verkleuringen vertonen die helemaal niet gewenst zijn. Vandaar het gebruik van zogenaamd "Torengoud" voor buitentoepassingen.
Hieruit blijkt dus dat de korrosie-snelheid van een metaal niet altijd het primordiale kriterium is voor toepassing van een legering onder atmosferische omstandigheden.
5.2. KATHODISCHE REDUKTIE OP METAAL:
5.2.1. Homogene oppervlakte-struktuur
Met homogene oppervlakte-struktuur wordt hier bedoeld dat het ganse metaaloppervlak aan dezelfde elektrochemische voorwaarden is blootgesteld.
Vermits één van de essentiële voorwaarden voor korrosie de aanwezigheid is van oxyderende stoffen (H+, O2, ... ) kan korrosie verhinderd worden door de koncentratie van deze stoffen tot een minimum te beperken (gebruik van oliën, verf, ... ). Zo vertoont staal in neutraal, zuurstofvrij water geen korrosie.
De atmosferische omstandigheden zijn evenwel van die aard dat een dergelijke remming niet mogelijk is. Ingevolge de luchtpollutie bijvoorbeeld en de daaruitvolgende vorming van zure regen met een pH = 4 worden reeds de voor korrosie noodzakelijke H+-ionen aangeboden.
In mikroklimaten kan de pH nog verder dalen en zoals uit figuur 5 blijkt, stijgt de korrosie-snelheid van metalen dramatisch als de pH daalt onder de 4.
Anderzijds doet atmosferische korrosie zich meestal voor in zeer dunne waterfilmen. Dit heeft dan weer voor gevolg dat de diffusie van zuurstof uit de atmosfeer naar het metaal-oppervlak praktisch niet wordt afgeremd en men quasi altijd met een aan zuurstof verzadigde oplossing te maken heeft.
5.2.2. Heterogene oppervlakte-struktuur :
Indien het totale metaaloppervlak niet overal aan dezelfde elektrochemische voorwaarden is blootgesteld, zoals bijvoorbeeld omdat er zich afzettingen e.a. op het metaal voordoen, dan kan zogenaamde differentiële aëratie optreden (fig. 6).
Dit fenomeen is het gevolg van het feit dat zuurstof zonder remming het onbedekte oppervlak van het metaaloppervlak kan bereiken, terwijl de zuurstofaanvoer naar het bedekte metaaloppervlak beperkt is. Hierdoor passiveert het niet afgeschermde oppervlak, terwijl deze passivatie voor het niet-afgeschermde gedeelte niet mogelijk is. Er ontstaat vervolgens een galvanisch koppel tussen het bedekte en het niet-bedekte oppervlak, waarbij de korrosie-snelheid van het eerste sterk toeneemt.
5.3. TRANSPORTMIDDEL WATER:
5.3.1. Permanente belasting
5.3.1.1. Zuivere atmosfeer
Zoals reeds hoger vermeld, moet er een transportmiddel aanwezig zijn wil men tot enige ernstige vorm van korrosie komen. De meeste metalen reageren wel met droge lucht bij de normale omgevingstemperaturen, doch de reaktie-snelheid is zo klein dat er van aantasting geen sprake kan zijn.
De zaken liggen echter anders wanneer de lucht een zekere graad vochtigheid bevat. In dat geval doet er zich, vanaf een bepaalde kritische relatieve vochtigheid, op het metaaloppervlak een submikroskopische waterfilm voor die voldoende blijkt te zijn om de korrosie-reakties met redelijke snelheid te laten verlopen. Voor staal bijvoorbeeld ligt deze kritische relatieve vochtigheid in niet gepollueerde lucht bij 60 % R.V. Voor magnesium vindt men een waarde van 90 % (figuur 7). Naarmate de R.V. boven deze kritische waarde uitstijgt, neemt de korrosie van het metaal ook toe.

5.3.1.2. Gepollueerde atmosfeer
Het probleem komt echter helemaal anders te liggen wanneer de atmosfeer gepollueerd is. De invloed van de pollutie op de korrosie-processen is meervoudig en afhankelijk van de aard ervan. Afhankelijk van deze aard heeft men het makroklimaat dan ook onderverdeeld in een aantal groepen die rechtstreeks verband houden met de korrosiviteit van de omgeving.
Zo spreekt men van :

- ruraal klimaat

- stedelijk klimaat

- marien klimaat ;

- industrieel klimaat.
De pollutie in een marien klimaat bestaat uiteraard vooral uit chlorides, terwijl deze in een industrieel klimaat vooral uit SO2, NO en stof bestaat.
Het moet duidelijk zijn dat de impakt van eik van deze atmosferen op eenzelfde metaal totaal verschillend is, zoals bijvoorbeeld aangetoond in figuur 8 voor thermisch verzinkt staal.
a. S02:
In industriële atmosferen is S02 de belangrijkste vorm van pollutie. Het wordt ofwel door droge afzetting aan het metaaloppervlak geadsorbeerd, ofwel door afzetting van stof en roetdeeltjes waarop SO2 geadsorbeerd. SO2 kan ook op het metaaloppervlak terechtkomen door natte afzetting, ingevolge de uitwaseming uit de atmosfeer door regen.
De eerste invloed van SO2 op de korrosie-snelheid is de verlaging van de kritische relatieve vochtigheid van 60 % naar ca. 30 %. De tweede invloed is uiteraard de vorming van zwavelzuur, waardoor de korrosie-snelheid wordt verhoogd. De invloed van de graad van vervuiling van de atmosfeer op de korrosie-snelheid van staal wordt gegeven in figuur 9.
Voor staal en zink bekomt men de volgende betrekkingen
Kstaal = 5,28 [SO2] + 176,6
Kzink = 0,22 [SO2] + 6
K = gewichtsverlies in g/m²/jaar

[SO2] = SO2-koncentratie in g/m³


Anderzijds weet men uit de verbrandingstechniek ook dat het dauwpunt van een mengsel van waterdamp en SO2 sterk afhankelijk is van de koncentratie aan SO2 en dat des te hoger deze koncentratie, des te hoger het dauwpunt is gelegen (fig. 10).
b. Chlorides
Chlorides komen uiteraard voor onder mariene omstandigheden waar zij onder de vorm van druppels of kristalletjes op het metaal terechtkomen. Chlorides zijn depolarisatoren, wat betekent dat - onder alle omstandigheden konstant gehouden - de korrosie-snelheid van het metaal toeneemt.
Bovendien zijn nogal wat chloride-verbindingen sterk hygroskopisch, wat betekent dat de vorming van een effektief elektroliet op het metaaloppervlak wordt bevorderd en dus de kritische relatieve vochtigheid daalt. In feite stijgt de korrosie-snelheid van staal kontinu als funktie van de relatieve vochtigheid, zoals getoond in figuur 11. De invloed van chlorides blijft meestal beperkt tot het landsgedeelte in de onmiddellijke nabijheid van de kust, zoals getoond in figuur 12.
Ook HCl kan uiteraard tot verhoogde atmosferische korrosie leiden. Meestal gaat het dan om een lokale uitstoot en blijft dus beperkt tot een probleem van mikro-klimaat.
Enkele voorbeelden van dergelijke mikroklimaten waarbij HCl ontstaat, zijn de verbranding van kunststoffen die chloor bevatten (PVC) of verbranding met lucht die chloorverbindingen bevat (stookketels, CV-ketels, ...).
HCl wordt uiteraard ook in de atmosfeer gebracht wanneer men chloorzuuroplossingen gebruikt bijvoorbeeld voor het wegnemen van cementsluier.
In tegenstelling tot het geval van SO2, heeft de koncentratie aan HCl weinig of geen invloed op het dauwpunt van HCl/H2O-dampmengsels (fig. 13).
C. Stof :
Stof dat afkomstig is van hetzij de bodem in de omgeving, hetzij van de uitstoot door industriële processen en/of verbranding, levert ook een belangrijke bijdrage tot het korrosie-proces, en dit omwille van verschillende redenen.
Op roet, ontstaan uit verbrandingsprocessen, zit over het algemeen heel wat SO2 geabsorbeerd, waardoor de kontaminatie op het metaaloppervlak toeneemt. Stof kan anderzijds aanleiding geven op het oppervlak tot differentiële aëratiecellen, met versnelling van het korrosieproces.
Tot slot verandert de graad van relatieve vochtigheid, waarbij kondensatie van water kan optreden door de aanwezigheid van stof of andere produkten, omdat de dampspanning van een vloeistof verschilt naargelang deze een vlak of een gekromd oppervlak vertoont. Zo kondenseert water bij 50 % R.V. boven een capillair van 1,5 mm, terwijl het slechts zal kondenseren bij 90 % R.V. boven een capillair van 36 mm. Hieruit volgt dat reeds bestaande korrosie-produkten uiteraard ook een belangrijke invloed zullen hebben op de snelheid van de korrosie-processen.
Een heel aparte plaats neemt hierbij ijzerstof in ten opzichte van roestvast staat. Het ijzerstof, op welke wijze dan ook op het roestvast staaloppervlak afgezet, zal tot een sterk gelokaliseerde en vlug perforerende aantasting aanleiding geven.
5.3.2. Wisselende belasting - Graad en duur van de bevochtiging
Uit bovenstaande is het duidelijk dat de koncentratie van de polluerende bestanddelen een belangrijke invloed hebben op de snelheid van het korrosie-proces. Alle faktoren die deze koncentratie kunnen wijzigen, zullen dus ook bepalend zijn voor deze snelheid.
De meest kritische situatie zal zich bijgevolg voordoen wanneer relatief kleine hoeveelheden vloeibaar water op het metaal aanwezig kunnen zijn, zonder dat dit water wordt ververst. Deze situatie doet zich voor wanneer er dauw op het oppervlak ontstaat of onder mist-omstandigheden.
Enerzijds loopt de koncentratie van de polluerende stoffen in de vloeibare fase sterk op (pH tot 3) en anderzijds worden deze stoffen niet weggewassen.
De korrosiesnelheid kan dalen wanneer het oppervlak door bijvoorbeeld regen kan schoongewassen worden. Heel veel zal echter afhangen én van de graad van vervuiling van de atmosfeer én van de verhouding tussen de tijd in natte en de tijd in droge toestand van het oppervlak.
6. KORROSIE-PREVENTIE NA BRAND:
Zoals reeds eerder aangeduid, zijn er voor korrosie drie essentiële voorwaarden noodzakelijk, namelijk een anodische reaktie, een kathodische reaktie en water.
Wil men korrosie verhinderen, dan zal men uiteraard in eerste instantie op deze voorwaarden proberen in te grijpen.
6.1. ANODISCHE REAKTIE:
Vermits vele metalen thermodynamisch niet stabiel zijn onder diverse omstandigheden, meer bepaald deze die na brand kunnen ontstaan, is het oplossen van deze metalen dus niet te verhinderen door in te grijpen op de anodische reaktie.
Het is wel mogelijk om ten spoedigste alle stoffen die de anodische reaktie kunnen stimuleren (depolarisatoren) zoals chlorides van het oppervlak te verwijderen.
Een andere bijkomende voorzorgsmaatregel zou kunnen zijn, dat er korrosieinhibitoren op het Oppervlak worden aangebracht die de anodische reaktie kunnen vertragen.
6.2. KATHODISCHE REAKTIE:
Indien het dan al mogelijk zou zijn om de zuurtegraad van de omgeving te verlagen, toch kan men niet verhinderen dat onze atmosfeer 21 % zuurstof bevat, die dus een potentieel oxydans is om korrosie-reakties in stand te houden.
De aanvoer van zuurstof naar het metaal-oppervlak kan echter wel tijdelijk vertraagd worden door filmen (bv. olie) op het oppervlak aan te brengen, die de diffusie van zuurstof kunnen vertragen.
6.3. TRANSPORTMEDIUM:
De belangrijkste methode om korrosie te verhinderen, lijkt in deze toepassing echter te zijn dat het oppervlak zo snel mogelijk wordt drooggemaakt mét verwijdering van alle kontaminanten.
Als kontaminanten moeten ook gezien worden de verbrandingsresten van organische produkten zoals verven of andere types coatings, enerzijds omwille van mogelijke spleetkorrosie en anderzijds omwille van het feit dat koolstof een zeer edel element is dat met praktisch alle metalen een galvanisch koppel vormt, waarbij het metaal de anode is en dus preferentieel in oplossing gaat.
Opslaan van de materialen in een ruimte met zeer geringe relatieve vochtigheid zal uiteraard eveneens de korrosie-reakties sterk vertragen.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina