Attention Deficit Hyperactivity Disorder Aandachtstoornis met hyperactiviteit



Dovnload 55.38 Kb.
Datum19.08.2016
Grootte55.38 Kb.
ADHD

Attention Deficit Hyperactivity Disorder

Aandachtstoornis met hyperactiviteit

Simon Stroobant

Kevin Sonneville

Kiki Stultjens



Inhoud
1. Definitie pag. 3

2. Diagnose pag. 3

3. Oorzaken pag. 4

4. Verloop pag. 4

5. Problemen

5.1 Overbeweeglijkheid pag. 5

5.2 Impulsiviteit pag. 5

5.3 Concentratiestoornis pag. 6

5.4 Onhandigheid pag. 6

5.5 Stoornis van de conditioneerbaarheid pag. 6

5.6 Leerstoornissen pag. 7

5.7 Emotionele problemen pag. 7

5.8 Rationele problemen pag. 7

5.9 Slaapstoornissen pag. 8


6. Hoe kan je als opvoeder of leerkracht zo’n leerling opmerken?

pag. 8


7. Aanpak ADHD bij adolescenten pag. 8

8. Tips voor opvoeders/leerkrachten pag. 9

9. Bronnen pag. 11

10. Bijlage pag. 12


1. Definitie

ADHD is een gedragstoornis met als hoofdkenmerken: aandachtstekort en hyperactiviteit.

Deze stoornis wordt meestal vastgesteld bij jonge kinderen (7 jaar), maar het is niet uitgesloten dat de vaststelling pas gebeurt bij 12 tot 14 jarigen. We kunnen ADHD onderverdelen in drie groepen: lichte vorm, matige vorm en zware vorm van ADHD. Uit onderzoekingen blijkt dat 2 tot 4% van de jongens lijdt aan deze stoornis. Bij de meisjes komt het minder voor.
2. Diagnose

In een lijst van ziektebeelden met de beschrijving van ADHD, wordt de stoornis aan de hand van twee maal negen symptomen omschreven. Wanneer er minstens zes van een van beide of van beide kenmerken aanwezig zijn, spreekt men van ADHD.


Negen criteria voor aandachtstekort:

  1. slaagt er vaak niet in voldoende aandacht te geven aan details of maakt achteloos fouten;

  2. heeft vaak moeite de aandacht bij een taak of een spel te houden;

  3. lijkt vaak niet te luisteren als hij aangesproken wordt;

  4. volgt vaak aanwijzingen niet op en slaagt er vaak niet in huiswerk, karweitjes af te maken of verplichtingen op het werk na te komen;

  5. heeft vaak moeite met het organiseren van taken en activiteiten;

  6. vermijdt vaak, heeft een afkeer van of wil zich niet bezig houden met taken die een langdurige geestelijke inspanning vragen;

  7. is vaak dingen kwijt;

  8. wordt gemakkelijk afgeleid door uitwendige prikkels;

  9. is vergeetachtig.


Negen criteria voor hyperactiviteit / impulsiviteit:

Hyperactiviteit:

  1. beweegt vaak onrustig met handen of voeten of draait op zijn stoel;

  2. staat vaak op in de klas of in andere situaties waar veracht wordt dat men op zijn

plaats blijft zitten;

3. rent vaak rond of klimt overal op (bij adolescenten of volwassenen kan dit beperkt

zijn tot subjectieve gevoelens van rusteloosheid);

4. kan moeilijk rustig spelen of zich bezighouden met ontspannende activiteiten;




  1. in vaak ‘in de weer’ of ‘draaft maar door’;

  2. praat vaak aan één stuk door.


Impulsiviteit:

  1. gooit het antwoord er vaak al uit voordat de vraag afgemaakt is;

  2. kan moeilijk zijn beurt afwachten;

  3. verstoort vaak bezigheden van anderen of dringt zich op (bijvoorbeeld in

gesprekken of spelletjes)
Op het eerste gezicht lijkt het niet zo moeilijk om de diagnose te stellen, maar de kenmerken van ADHD kunnen zich naargelang de leeftijd, de situatie, de aanwezigheid van andere personen zeer verschillend gaan uiten. Bovendien kunnen deze kenmerken ook het symptoom zijn van een andere, gelijkaardige stoornis.
3. Oorzaken

De oorzaak van dat anders-zijn is in meer dan 90 % van de gevallen biologisch bepaald. Het probleem zit in de hersenen, maar men doet nog steeds onderzoekingen naar de precieze locatie.

Bij 5 % tot 7 % wordt ADHD ontwikkeld door een allergie voor bepaalde voedingsmiddelen.
4. Verloop

De eerste symptomen worden vaak door de ouders vastgesteld rond de leeftijd van 3, 4 jaar. Ze merken op dat hun kleuter uiterst extreem beweeglijk is en zich moeilijk kan inleven in een spel. Daarnaast zijn er vaak tekorten in de ontwikkeling, ze gedragen zich ongewoon en hebben vaak conflicten met andere kinderen.

Op kleuterleeftijd wordt er zelden een diagnose gesteld. Veel leerprocessen zijn nog volop aan de gang en het al dan niet blijvend karakter van de ADHD-kenmerken kan nog niet met zekerheid bepaald worden. Toch is (in geval van heel moeilijk gedrag) deskundige begeleiding aan te raden.

In de lagere school vallen kinderen met ADHD op door hun motorische onrust, grote afleidbaarheid, impulsief en vaak storend gedrag. Ook de bijkomende stoornissen (gedragstoornissen, specifieke leerstoornissen en de secundaire gevolgen van ADHD (laag zelfbeeld, overzitten, sociale uitsluiting, verstoorde gezinsrelaties) worden duidelijk zichtbaar.

In de adolescentiefase (van 13 tot 17 jaar) zien we vaak een vermindering van de motorische onrust. De aandachtsproblemen blijven. De plannings- en de organisatieproblemen
treden duidelijker op de voorgrond. De gedragsproblemen verscherpen onder invloed van de puberteit. Het risico op schooluitval en identificatie met andere probleemjongeren is nu zeer reëel. Delinquent gedrag, alcohol- en drugsgebruik zijn niet veraf.

Bij jongvolwassenen en volwassenen (+ 18 jaar) zet de mildering van de symptomen zich verder door. Het zwakke aandachts- en organisatievermogen blijft vaak voor problemen zorgen en kan leiden tot onderpresteren op het werk. Gedrags- en psychische problemen kunnen de relatievorming en de sociale integratie bemoeilijken.
5. Problemen

5.1 Overbeweeglijkheid:

Vooral bij jongere kinderen. Ze zitten nooit stil. Als ze echt eens flink hun best doen om stil te zitten, dan beweegt er nog alles: voeten, vingers, gezicht…

Andere mensen worden er zenuwachtig van als ze er naar kijken.



Bij oudere kinderen: vooral ingehouden onrust. Voor een

oppervlakkige buitenstaander lijkt zo’n kind dan rustig, maar als u hem nauwlettender gadeslaat of hem beter leert kennen, merkt u goed dat het kind zelden of nooit echt ontspannen is. Het is beheerste spanning, en dat is heel iets anders dan ontspanning.


5.2 Impulsiviteit: Ondoordacht handelen

Dit kan een gevolg zijn van het feit dat veel van deze

kinderen niet goed sequentieel (in stappen) kunnen denken.

Dit is ook het gevolg van afwijking in een deel van de hersenen dat zorgt

voor het ‘afremmen’ van activiteiten.

ADHD’er denkt niet na over de gevolgen van zijn activiteiten.


Lastig probleem van impulsiviteit: In aanraking komen met

politie. (Ze nemen al iets voordat hun geweten hen zegt of dit

mag of niet)

Ook blijkt uit ervaring dat lenige ADHD’ers van 10 à 12 jaar

vaak hulpjes zijn voor grotere jongeren met een echte

delinquente mentaliteit.


5.3 Concentratiestoornis:

Tijdens een activiteit worden ze steeds afgeleid door dingen die om hen heen gebeuren. Sommige kinderen kunnen hun gedachten zelfs niet bij een onderwerp houden ook al is er geen sprake van afleiding. Op school is dit voor die kinderen heel lastig. Leerkrachten klagen vaak dat het kind nooit oplet, dat het steeds verstrooid is, dat het voortdurend zit te dromen, … Deze problemen worden vaak nog erger als het kind moeite heeft om bij- en hoofdzaken van elkaar te onderscheiden.

Als een taak hen echt interesseert, zijn ze dan heel moeilijk af te leiden. Bij hun aandacht en concentratie gaat het als het ware om alles of niets. Jammer is het meestal om niets.
5.4 Onhandigheid: Bij ADHD-kinderen zijn alle spieren in orde, maar de coördinatie tussen de spieren onderling lukt niet.

Problemen bij grove motoriek: (samenwerking tussen grote spieren)



Knallen tegen openstaande deuren, heel vaak struikelen,…

Problemen bij fijne motoriek: (samenwerking tussen kleine spieren)

Heel slecht handschrift, niet kunnen handwerken, …

Problemen bij grove en fijne motoriek

Problemen bij coördinatie van spieren en zintuigen.

Dergelijke problemen kunnen behandeld worden bij ergotherapeut of psychomotorisch therapeut.


5.5 Stoornis van de conditioneerbaarheid, van de leerbaarheid:

Hierbij wordt het heel moeilijk om een oud gedrag af te leren en om een nieuw gedrag aan te leren. (ook al zijn de kinderen intelligent)

Hier spelen aandachts- en concentratieproblemen een rol.

Wanneer een kind onconditioneerbaar is, is het heel moeilijk om een gedrag te veranderen, ook al volgt er onmiddellijk een beloning.


5.6 Leerstoornis: Hierbij hebben de kinderen het moeilijk bij het verwerken van wat ze zien, voelen, horen. Alle zintuigen zijn OK, maar er is een probleem bij het verwerken van de informatie.

Waarnemingsstoornis:

Hier gaat er iets mis bij het waarnemen



Verwerkingsstoornis:

De geregistreerde informatie die binnenkomt via de zintuigen,

moet nog geselecteerd, geordend, geïntegreerd en op elkaar afgestemd worden.

Geheugenstoornis:

Het onthouden is hier heel moeilijk. Voor een verstandig ADHD-kind is het onthouden van een dubbele opdracht bijna onmogelijk.



Uitdrukkingsstoornis:

Hier gaat het om problemen met de fijne spieren van de mond of met de samenwerking tussen deze spieren (spraakstoornissen).



Lees-, schrijf- en rekenstoornis:

Leren lezen, schrijven en rekenen is de zwaarste test voor de informatieverwerkende en coördinerende functie van de

hersenen.

Dyscalculie: stoornis bij het rekenen

Dyslexie: stoornis bij het lezen

Dysorthografie: stoornis bij het schrijven

5.7 Emotionele problemen:

De kinderen zijn emotioneel labiel. Dit wil zeggen dat ze emoties

slecht beheersen.

bv. voor een kleinigheid worden ze extreem boos, agressief of verdrietig.

Eerst zijn ze dolenthousiast en 10 minuten later zijn ze ongeïnteresseerd.

Ze hebben een triest zelfbeeld: ze zien zichzelf als een mislukkeling. Wel gaan ze dit verbergen.


5.8 Rationele problemen:

De problemen van deze aard komen eerst in eigen gezin tot uiting.

Relatie met broers, zussen, ouders wordt als erg moeilijk ervaren.

Wat later duiken de problemen op school op. ADHD-kinderen zijn weinig populair bij leeftijdsgenoten,ze doen vaak ruw, kinderlijk, of clownesk. Ze hebben het moeilijker dan andere kinderen om zich in te leven in andermans gevoelens. Ze hebben het eveneens moeilijk om hun gevoelsuitingen juist te doseren.

Ouders worden vaak verweten dat ze hun kind niet goed opvoeden.

Ze krijgen meer beschuldigingen dan daadwerkelijke hulp. Dit maakt het probleem nog erger.


5.9 Slaapstoornissen: Ze slapen onrustig en zijn beweeglijker dan andere kinderen in hun slaap.
6. Hoe kan je als opvoeder of leerkracht zo’n leerling opmerken?

Enkele impulsiviteits-en hyperactiviteitskenmerken:

Zit te frutselen met kleine dingen – maakt onbewust vreemde geluiden of bewegingen – kan zich moeilijk aan de spelregels houden – vlindert vaak van de ene naar de andere activiteit – doet regelmatig lichamelijk gevaarlijke dingen – praat aan één stuk door – schrijfblad is vol vlekken of kreuken – schat de gevolgen van eigen gedrag niet steeds in – onderbreekt vaak anderen – is voortdurend in actie – verstoort activiteiten van anderen – is onoplettend –

boekentas is vaak een ‘doolhof’ – is dikwijls vergeetachtig – dringt zich ongevraagd op – onhebbelijk gedrag in drukke of nieuwe situaties – heeft weinig besef van fair-play bij het spel - …
7. Aanpak ADHD bij adolescenten

Goede gezinsrelatie bevorderen: enerzijds moeten ze heel veel structuur krijgen en anderzijds moet die structuur wat verminderd worden zodat de adolescent zelf wat structuur in zijn eigen leven kan steken.
Geneesmiddelen: indien er eerder nog geen geneesmiddelen toegediend werden, wordt er nu vaak met medicatie gewerkt. Rilatine is een medicijn die een gunstig effect heeft op de stoornis.
Ontspanningsoefeningen: ADHD-jongeren zijn vaak erg gespannen. Daarom krijgen ze dikwijls korte, krachtige ontspanningsoefeningen. Deze worden ook doorgegeven aan de ouders.
Sociale-vaardigheidstrainingen: Men mag niet verwachten dat één sessie trainingen een definitieve oplossing biedt Het is belangrijk dat deze trainingen regelmatig aangeboden worden.
Cognitieve therapieën: Het is belangrijk dat er strategieën gehanteerd worden, zodat de jongere chaotische gedachten en denkpatronen beter kan ordenen.


8. Tips voor opvoeders / leerkrachten

Als opvoeder van een ADHD-puber kan je je steentje vooral bijdragen in:

De didactische achterstand, t.g.v. de aandachtszwakte, indijken

De negatieve zelfbeleving, t.g.v. het frequent falen, bestrijden

De problemen met leeftijdgenoten, t.g.v. de impulsiviteit, bespreken

De vele negatieve kritiek, t.g.v. de hyperactiviteit en impulsiviteit, halt toeroepen
Andere wenken om als opvoeder met een ADHD-leerling om te gaan:


  1. Hou rekening met het feit dat de ADHD’er niet bewust moeilijk gedrag stelt.

  2. Hou regelmatig contact met ouders en hulpverlenende instanties.

  3. Gebruik signaaltussenkomsten ( = zonder veel worden, zonder de hele groep bij te betrekken, zonder het probleem centraal in de het groepsgebeuren te plaatsen).

Voorbeelden: duim omhoog, vingerknip, tik op de bank, …

  1. Maak je bewust van het wisselende aandachtsniveau van de ADHD’er.

  2. Zoek middelen om de aandacht en de alertheid aan te moedigen (herhalen, ‘opvallend’ maken, verpersoonlijken, vraagstelling)

  3. Grijp de aandacht van deze leerling ook door directe communicatie, oogcontact, korte en eenvoudige instructies, laten herhalen wat er gezegd werd, …

  4. Help het aantal mogelijke afleiders reduceren (bv. enkel het nodige op de bank).

  5. Verduidelijk regelmatig de geldende regels (die sijpelen bij de ADHD’er moeilijk door).

  6. Houdt de leerling zich herhaaldelijk niet aan de regels, blijf ze dan vastberaden in herinnering brengen en zonder de ADHD’er desnoods een tijdje van de opdracht af.

Laat toe dat ook via ervaring kan geleerd worden (niet enkel regelgebonden leren). ADHD’ers hebben immers nood aan zeer veel ervaringen (generaliseren moeilijk).

10.Rem voortdurend het impulsieve of het hyperactieve op een vriendelijke manier af.

bv.: niet lopen bij het verlaten van de klas, niet luidop praten bij individueel werk, …

11. Risicovol gedrag mag niet toegelaten worden (een ADHD-leerling heeft weinig interne sturing en help je dus niet door de teugels los te laten). De manier waarop het ADHD-kind wordt aangesproken, is van groot belang( gedragsgericht, niet persoonsgericht).

12. Zorg af en toe voor ontladingsmogelijkheden: boodschap doen, iets ophalen, …

13. Help de leerling het werk organiseren: vaste plaats van het materiaal, opdelen van de

opdracht, afwerking controleren, anticiperen (b.v. wat zou je kunnen doen om … niet te

vergeten?), zichzelf laten instrueren: wat moet ik doen – wat wordt er gevraagd – hoe kan ik het aanpakken – hoe voer ik het uit – wat vind ik van het resultaat?



  1. Bewaak het zelfbeeld van de ADHD’er en bevorder het door het positieve aan te moedigen

en door ondersteunende feedback (leg hiervoor eventueel een lijst aan van materiële en immateriële beloningen).

15.Stel je op de hoogte of de leerling zich blijft aanvaard voelen door de klasgroep en de leraren. Hou eventueel een groepsgesprek. Zorg indien nodig voor een vertrouwensfiguur bij wie de ADHD-leerling kan ontladen, op verhaal komen, kan ‘bijtanken’. Laat regelmatig blijken dat je er vertrouwen in hebt dat de leerling steeds bereid is om zijn/haar best te doen.



Nog dit …


  • De meeste ouders willen hun volledige medewerking geven, wacht niet steeds tot zij een beroep doen op u, maar neem zelf ook initiatief.

  • Het groene mens/leerkrachten-systeem (vertrouwensleerkracht) kan temperen, deviëren, verzachten op voorwaarde dat de leerling ervan overtuigd is dat die persoon zijn zijde kiest (ombudsfunctie), …

  • Sommige onderdelen van de begeleiding van leerlingen met ontwikkelingsstoornissen kunnen ingepast worden in andere opvoedingsprojecten van de school: project ‘pesten op school’, ‘drugspreventiebeleid’ …


9. Bronnen

* Zit stil! Handleiding voor het opvoeden van overbeweeglijke kinderen

Compernolle en Doreleijers
* Zit stil! Op school Omgaan met ADHD in de klas - voor ouders, leerkrachten en

Hulpverleners

Rita Bollaert
* Syllabus vormingsavond leerkrachten humaniora Oostkamp 08/02/2000

Leerlingen met ontwikkelingsstoornissen


* Syllabus + bijlage pedagogische werkdag 07/03/05 Hotelschool Ter Duinen

Aanpak van leerstoornissen op school


* Klasse voor leraren 65 (pag. 34-35) Ze zitten nooit stil
* http://www.zitstil.be/index.php?option=com_content&task=view&id=457&Itemid=137
* http://www.adhd-volwassenen.be/index.php?option=com_content&task=view&id=457

&Itemid=46


* ADHD-KINDEREN Eerst een pilletje, dan naar school








De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina