Augustus 2006 Hannie van Doorn Inleiding



Dovnload 137.24 Kb.
Datum07.10.2016
Grootte137.24 Kb.





ARNHEMS

FONDS

ACHTERSTANDSWIJKEN





VERSLAG OVER DE PERIODE 2005





augustus 2006

Hannie van Doorn



Inleiding

Sinds 1 juli 1996 is een landelijk achterstandsgebiedenbeleid van kracht, als onderdeel van de afspraken van de toenmalige Paritaire Werkgroep Huisartsenzorg (bestaande uit vertegenwoordigers van LHV, ZN en VWS). Dat beleid heeft de ondersteuning van huisartsenzorg in achterstandsgebieden tot doel. Deze ondersteuning vindt enerzijds plaats via een compensatie van de inkomensachterstand van huisartsen in achterstandsgebieden en anderzijds via een stedelijk fonds, van waaruit activiteiten kunnen worden gefinancierd die (op een blijvende wijze) bijdragen aan vermindering van de werkdruk en verbetering van de kwaliteit van de huisartsenzorg in de achterstandsgebieden.


De stedelijke fondsen worden gevuld door afdrachten van de zorgverzekeraars. De hoogte van die afdracht wordt bepaald door het aantal (ziekenfonds)verzekerden in de achterstandsgebieden van een bepaalde stad. Op grond van een landelijke indeling is vastgesteld welke wijken achterstandsgebied zijn. Volgens de destijds gemaakte afspraken tussen LHV en ZN beheren huisartsen en regionale zorgverzekeraar dit fonds paritair en zijn de plannen voor de besteding van het fonds gebaseerd op de knelpunten zoals die door de huisartsen in de betreffende stad worden ervaren.
Ook in Arnhem bestaat sinds 1996 een fonds voor de ondersteuning van huisartsen in achterstandsgebieden: het Arnhems Fonds Achterstandswijken (AFA). Het beheer wordt uitgevoerd door een paritaire commissie, bestaande uit vertegenwoordigers van de Arnhemse huisartsen en van de regionale zorgverzekeraar Menzis.
De paritaire commissie heeft, op voorstel van een werkgroep van huisartsen uit de Arnhemse achterstandsgebieden een bestedingsplan vastgesteld, op grond waarvan in de periode 1997 – 1999 activiteiten zijn gefinancierd. De herziening van de indeling van de achterstandsgebieden per 1 januari 2000 maakte een nieuw bestedingsplan nodig, nu voor de periode 2000 – 2003. Dit plan is vervolgens met een jaar verlengd, omdat de geplande herziening van de indeling van de achterstandsgebieden per 1 januari 2004 werd uitgesteld. In de eerder verschenen verslagen van het Arnhemse fonds is te lezen tot welke activiteiten de beide bestedingsplannen in de periode 1996 – 2004 hebben geleid.
Eind 2004 werd duidelijk dat de nieuwe indeling ook daadwerkelijk per 1 januari 2005 ingevoerd zou worden; in ieder geval voor de periode van een jaar. In Arnhem bleven met de nieuwe indeling wel dezelfde postcodes als achterstandsgebied gelden, zij het niet meer het volledige postcodegebied, maar gedeelten daarvan (buurten). De gebieden zijn dus kleiner en dat betekent minder inkomsten voor het Arnhemse fonds: naar schatting ca. 1/3 minder.
Ook werd eind 2004 bekend dat Carans als regionale ondersteuningsstructuur (ROS) zorg zou gaan dragen voor het (paritaire) beheer van het Arnhemse fonds, na het wegvallen van de DHV Groot Gelre in 2005.
Vanwege deze onduidelijkheden en wisselingen heeft de paritaire commissie ervoor gekozen om het nieuwe bestedingsplan voor het fonds voor 2005 grotendeels te baseren op het vorige plan. Daardoor was het niet nodig het plan het eerst weer ter beoordeling voor te leggen aan de huisartsen in de Arnhemse achterstandswijken en kon onnodige vertraging voorkomen worden. In bijlage 1 is het bestedingsplan voor 2005 te vinden.
In dit verslag wordt weergegeven welke activiteiten uit dit bestedingsplan in 2005 zijn gerealiseerd.
Activiteiten in 2005

Praktijkbudgetten

Een deel van het fonds wordt als sinds het begin in de vorm van praktijkbudgetten ter beschikking gesteld aan huisartsenpraktijken in Arnhemse achterstandsgebieden. Het aantal ziekenfondspatiënten in de achterstandsgebieden (met als peildatum 1-1-2005) is maatgevend of een praktijk in aanmerking komt voor een praktijkbudget. Daarbij wordt een ondergrens van 400 patiënten gehanteerd. Op deze wijze kregen 24 praktijken in 2005 een praktijkbudget voor dat jaar variërend van € 2.000 tot € 3.600. Dat zijn de praktijken waar de achterstandsproblematiek zich concentreert.


Een praktijk krijgt dit budget pas als de paritaire commissie het plan voor de besteding van dit budget heeft goedgekeurd. Vervolgens kunnen zij de kosten die zij op basis van dit plan maken declareren bij het fonds met als maximum de hoogte van het jaarlijkse praktijkbudget. Als een budget in een jaar niet volledig wordt besteed, mag dit onder bepaalde voorwaarden worden meegenomen naar het volgende jaar. Een overzicht van de bestedingsplannen voor de budgetten is te vinden in bijlage 2.
Een beperking bij de besteding van de praktijkbudgetten is dat maximaal 50% van het jaarbudget besteed mag worden aan waarneming. Dit om te stimuleren dat het praktijkbudget wordt gebruikt voor activiteiten met een meer structurele bijdrage aan het verminderen van de werkdruk in achterstandswijken. Voor huisartsen van 55 jaar en ouder geldt deze beperking niet als zij hun praktijkbudget willen besteden aan het inzetten van een waarnemer voor hun nachtdiensten.
In grote lijnen zijn de praktijkbudgetten besteed conform de ingediende plannen en hebben zich daar geen problemen bij voorgedaan. In 2005 was € 61.700 gereserveerd voor deze praktijkbudgetten. In voorgaande jaren waren niet alle budgetten volledig besteed. Sommige huisartsen kozen ervoor de budgetten van meerdere jaren te reserveren voor een wat grotere investering, bijv. een aanpassing in de praktijkinrichting. Met deze reserveringen was in 2005 in totaal € 117.318 beschikbaar voor praktijkbudgetten. De betreffende praktijken hebben dit jaar in totaal voor € 87.834 aan declaraties ingediend en ontvangen. Het restant, € 29.484 wordt overgeheveld naar de praktijkbudgetten voor 2006.
Stimuleren HOED-vorming

In 2005 heeft de paritaire commissie de volgende verzoeken om een financiële bijdrage aan de vorming van een HOED gehonoreerd:



  • Een huisartsengroep (9 huisartsen) oriënteert zich samen met een andere solopraktijk op de mogelijkheden voor de vorming van een of twee HOED-en. Zij hebben daarvoor uit het fonds het bedrag gekregen dat maximaal voor hen beschikbaar is voor de oriëntatiefase, nl. € 9.000.

  • Een solo- en een duopraktijk hebben onderzocht of het mogelijk is een HOED te vormen, maar zijn tot de conclusie gekomen dat dit financieel niet haalbaar is. De kosten die zij voor dit onderzoek hebben gemaakt, € 3.274 kregen zij uit het fonds vergoed.

  • Een groep van 7 solistische huisartsen, afkomstig uit verschillende huisartsengroepen is met een maatschap van apothekers in overleg over een te vormen A-HOED. Daarbij hebben zij voor een eenmalig advies een eigen architect ingeschakeld. De kosten van dit advies, € 2.163 hebben zij vergoed gekregen uit het fonds.

In totaal is op deze wijze € 14.437 uit het fonds besteed aan HOED-initiatieven.


De paritaire commissie heeft het verzoek van een huisartsengroep om een nieuwe bijdrage uit het fonds voor de begeleiding van de HOED-vorming afgewezen, omdat deze groep in het verleden al een aanzienlijke bijdrage uit het fonds heeft gekregen.

Inhoudelijke projecten

Om na te gaan welke inhoudelijke projecten de voorkeur hebben, is medio 2005 een peiling uitgevoerd onder de huisartsen in de achterstandsgebieden. Als grootste wens kwam daar uit naar voren een betere samenwerking met het maatschappelijk werk, gevolgd door het werken met een allochtone zorgconsulent, een gericht zorgaanbod patiënten met chronische aandoeningen en een voorlichtingsproject voor ouders van jonge kinderen (bevorderen zelfzorg).

In het verleden is al eens geprobeerd de lijnen tussen huisartsen en maatschappelijk korter te maken door te werken met vaste contactpersonen en vaste bereikbaarheidstijden voor overleg. Het maatschappelijk onderschreef het belang hiervan, maar bleek door gebrek aan menskracht niet in staat dit te realiseren.


In 2005 is opnieuw met het maatschappelijk werk bekeken worden wat nu wel haalbaar is in het verbeteren van de samenwerking. In Arnhem werd in 2005 gewerkt met 1 fte maatschappelijk werk op 12.000 inwoners. Het landelijk gemiddelde is 1 op 7.000 (de norm 1 op 6.000). Het beleid van de gemeente Arnhem is dat het accent ligt op het ondersteunen van de onderkant van de samenleving. Daarnaast wordt er geld vrijgemaakt voor projecten, zoals het voorkomen van huisuitzettingen.
Het maatschappelijk werk zou graag nauwer met de huisartsen willen samenwerken, maar is bang dat dan de wachtlijsten (nu 4 maanden) daardoor alleen maar langer zullen worden. Conclusie: er is voorlopig geen zicht op verbetering van de samenwerking met het maatschappelijk werk.


  • Allochtone zorgconsulent

In Nijmegen heeft Stichting Osmose de inzet van allochtone zorgconsulenten bij een drietal (groeps)praktijken begeleid. Om in Arnhem gebruik te maken van de ervaringen die zij daarmee hebben opgedaan, is een gezamenlijk projectvoorstel gemaakt. Voorlopig financiert het fonds dit project, maar er wordt nog gezocht naar aanvullende financiering via gemeente, Provincie en zorgverzekeraar (open module Modernisering en Innovatie). In totaal zullen 16 huisartsen (11 praktijken) gaan deelnemen aan het project, dat in 2006 voor de duur van 2 jaar start.



Dit onderdeel is nog niet verder uitgewerkt. De begeleiding van patiënten met chronische aandoeningen in achterstandswijken vergt extra deskundigheid en vaardigheden van de praktijkondersteuning, vanwege taalproblemen en cultuurverschillen, ook bij Nederlandse patiënten. Adviezen over leefregels blijken in deze wijken niet altijd goed aan te slaan. Er zijn een paar initiatieven die in dit opzicht interessant zijn.




  • Begeleiding ouders jonge kinderen (bevorderen zelfzorg)

Ook dit onderdeel is nog niet verder uitgewerkt. In Den Haag zijn goede ervaringen opgedaan met een voorlichtingsproject voor ouders (niet alleen allochtoon) van jonge kinderen over ziekte bij kinderen, gebaseerd op de waaier en verzorgd door praktijkassistentes in groepspraktijken. Een dergelijk project zou ook in Arnhem opgezet kunnen worden, waarbij ook naar samenwerking met de Jeugdgezondheidszorg (0 – 4 jaar) gekeken kan worden.



Overige activiteiten

In 2004 was al afgesproken dat huisartsen uit achterstandsgebieden, die extra assistentie moeten inzetten om nieuwe patiënten in te schrijven, in het kader van de verschuiving van Arnhem Noord naar Arnhem Zuid, een tegemoetkoming kunnen krijgen uit het fonds. Eén praktijk heeft van die mogelijkheid gebruik gemaakt en heeft € 1.091 ontvangen.
Eind 2004 is het boekje “Velperweg 31A” verschenen, waarin ter gelegenheid van het 25 jarig bestaan een beeld wordt geschetst van de praktijk van Gerard Haverkamp. Huisartsen in Arnhem die interesse hadden in dit boekje, konden dit via het achterstandsfonds krijgen na intekening. Het boekje is begin 2005 verspreid onder de betreffende huisartsen, 15 in totaal. De kosten hiervan bedroegen € 130.
In aansluiting hierop heeft het fonds een financiële bijdrage van € 1.049 geleverd aan het symposium “Gezondheidszorg Allochtonen” in Arnhem, dat als vervolg op dit boekje is georganiseerd.
Verder heeft de paritaire commissie besloten een financiële bijdrage te leveren aan het project “Bewegen op recept”. Dit project wordt vanuit Carans in Arnhem geïnitieerd naar het voorbeeld van Den Haag en is een samenwerking tussen zorg (met name fysiotherapeuten) en sport. Voor huisartsen ontstaat hiermee een concrete mogelijkheid om patiënten met klachten gerelateerd aan bewegingsarmoede door te verwijzen. De bijdrage vanuit het achterstandsfonds is bedoeld voor het produceren van voorlichtingsmateriaal over “Bewegen op recept” voor gebruik in de huisartsenpraktijken in de Arnhemse achterstandsgebieden. Dit project zal als de financiering rond is, in 2006 starten.
In het bestedingsplan voor 2005 is opgenomen dat, evenals in voorgaande jaren huisartsen in achterstandsgebieden een beroep kunnen doen op het fonds voor een financiële tegemoetkoming als zij supervisie willen of een praktijkvisitatie willen laten doen. Van deze mogelijkheid is in 2005 geen gebruik gemaakt.

Afsluitend

In 2005 is minder aan projectactiviteiten besteed dan begroot was. Een verklaring daarvoor is dat het fonds van DHV Groot Gelre naar Carans is verhuisd, wat de nodige tijd heeft gekost. Ook heeft het opnieuw berekenen van praktijkbudgetten tijd gevergd, die niet besteed kon worden aan het initiëren en stimuleren van projectactiviteiten. De verwachting is dat dit in 2006 anders zal zijn met de start van het project “Allochtone zorgconsulent” en de bijdrage vanuit het fonds aan het project “Bewegen op recept”.
Bijlagen



  1. Plan besteding Arnhems Fonds Achterstandswijken 2005

  2. Overzicht plannen besteding praktijkbudgetten per 1-1-2005

  3. Organisatiestructuur

  4. Jaarrekening 2005


Bijlage 1 Plan besteding Arnhems Fonds Achterstandswijken 2005

Inleiding

Sinds 1 juli 1996 is een landelijk achterstandsgebiedenbeleid van kracht, als onderdeel van de afspraken van de Paritaire Werkgroep Huisartsenzorg (bestaande uit vertegenwoordigers van LHV, ZN en VWS). Dat beleid heeft de ondersteuning van huisartsenzorg in achterstandsgebieden tot doel. Deze ondersteuning vindt enerzijds plaats via een compensatie van de inkomensachterstand van huisartsen in achterstandsgebieden en anderzijds via een stedelijk fonds, van waaruit activiteiten kunnen worden gefinancierd die (op een blijvende wijze) bijdragen aan vermindering van de werkdruk en verbetering van de kwaliteit van de huisartsenzorg in de achterstandsgebieden.


Paritair beheer

De stedelijke fondsen worden gevuld door afdrachten van de zorgverzekeraars. De hoogte van die afdracht wordt bepaald door het aantal ziekenfondsverzekerden in de achterstandsgebieden van een bepaalde stad. Volgens de destijds gemaakte afspraken tussen LHV en ZN beheren huisartsen en regionale zorgverzekeraar dit fonds paritair en zijn de plannen voor de besteding van het fonds gebaseerd op de knelpunten zoals die door de huisartsen in de betreffende stad worden ervaren.


Bestedingsplan 2005
De praktijkbudgetten die sinds 1997 zijn ingesteld, blijven bestaan. De nieuwe indeling van de achterstandsgebieden per 1-1-2005 is de basis waarop de nieuwe budgetten worden berekend.
Naast de praktijkbudgetten zal het fonds aan de volgende drie deelplannen worden besteed.
Plan 1 – Stimuleren HOED-vorming

Om de vorming van de HOED-en te stimuleren kunnen de huisartsen die betrokken zijn bij HOED-vorming vanuit het achterstandsfonds een vergoeding krijgen voor de begeleiding bij de HOED-vorming, waarbij een onderscheid wordt gemaakt in de volgende fasen:




  1. Oriënterende fase; eindresultaat: intentieverklaring.

Hiervoor geldt een eenmalige vergoeding van € 5.000 voor een groep van minimaal 3 huisartsen. Voor elke huisarts extra komt daar € 1.000 bij tot een maximumbedrag van

€ 10.000.


Voorwaarde:

    • De betrokken huisartsen hebben ieder minstens 100 ziekenfondspatiënten in achterstandswijken (volgens de geldende landelijke indeling)

De paritaire commissie beslist over de aanvragen. Aanvragen die niet geheel aan deze voorwaarde voldoen zijn ter beoordeling van de paritaire commissie.




  1. Haalbaarheidsonderzoek; eindresultaat: samenwerkingsovereenkomst en programma van eisen.

Hiervoor geldt een eenmalige vergoeding van € 10.000 voor een groep van minimaal 3 huisartsen. Voor elke huisarts extra komt daar € 2.000 bij tot een maximumbedrag van

€ 20.000.


Bijlage 1 Plan besteding Arnhems Fonds Achterstandswijken 2005 (vervolg)

Voorwaarden:



    • De betrokken huisartsen hebben ieder minstens 100 ziekenfondspatiënten in achterstandswijken (volgens de geldende landelijke indeling)

    • De betrokken huisartsen hebben een intentieverklaring ondertekend, waarin tevens aangegeven wordt welke (potentiële) knelpunten voortkomend uit achterstandsproblematiek met de beoogde HOED-vorming opgelost dan wel voorkomen kunnen worden (bijv. praktijkopvolging, zorg voor specifieke groepen in de patiëntenpopulatie).

De paritaire commissie beslist over de aanvragen. Aanvragen die niet geheel aan deze voorwaarde voldoen zijn ter beoordeling van de paritaire commissie.


Bovengenoemde vergoedingen zijn een aanvulling op de ondersteuning bij HOED-vorming die geboden kan worden vanuit de ROS voor de regio Arnhem en Oost-Gelderland.


Plan 2 – Inhoudelijke projecten


Met de vorming van HOED-en ontstaan nieuwe mogelijkheden de kwaliteit van de huisartsenzorg in achterstandsgebieden te verbeteren. Vanuit het achterstandsfonds worden daarom de volgende activiteiten geïnitieerd:


  1. Specifieke praktijkondersteuning voor allochtone patiënten

  • In kaart brengen welke praktijken met welke groepen allochtonen te maken, inclusief een inschatting van de aantallen en de samenstelling (leeftijd en geslacht)

  • In kaart brengen welke vormen van praktijkondersteuning voor allochtone patiënten vanuit ervaringen elders bekend zijn (bijv. allochtone zorgconsulent) en welke voorwaarden daarvoor aanwezig moeten zijn

  • In kaart brengen in hoeverre de benodigde praktijkondersteuning in deze regio beschikbaar is en tegen welke kosten

  • Opstellen plan van aanpak voor de inzet van specifieke praktijkondersteuning voor allochtone patiënten




  1. Maatschappelijk werk

  • In kaart brengen welke praktijken veel met problematiek geconfronteerd, die (ook) thuishoort bij maatschappelijk werk, inclusief een inschatting van de aantallen en de aard van de problemen

  • In kaart brengen welke vormen van samenwerking met maatschappelijk werk vanuit ervaringen elders bekend zijn en welke voorwaarden daarvoor aanwezig moeten zijn

  • In kaart brengen in hoeverre het maatschappelijk werk in de gemeente Arnhem mogelijkheden heeft voor deze vorm(en) van samenwerking

  • Opstellen plan van aanpak voor samenwerking met maatschappelijk werk




  1. Gericht zorgaanbod patiënten met chronische aandoeningen

  • In kaart brengen welke praktijken veel patiënten met chronische aandoeningen, inclusief een inschatting van de aantallen en de aard van de aandoeningen

  • In kaart brengen welke vormen van praktijkondersteuning voor patiënten met chronische aandoeningen vanuit ervaringen elders bekend zijn en welke voorwaarden daarvoor aanwezig moeten zijn

  • In kaart brengen welke vorm van praktijkondersteuning (niveau en fte) hiervoor nodig is en tegen welke kosten

  • Opstellen plan van aanpak voor gericht zorgaanbod patiënten met chronische aandoeningen

Bijlage 1 Plan besteding Arnhems Fonds Achterstandswijken 2005 (vervolg)



  1. Begeleiding ouders jonge kinderen (bevorderen zelfzorg)

  • In kaart brengen welke praktijken veel jonge kinderen, inclusief een inschatting van de aantallen en het al dan niet allochtoon zijn

  • In kaart brengen welke vormen van begeleiding voor ouders van jonge kinderen vanuit ervaringen elders bekend zijn en welke voorwaarden daarvoor aanwezig moeten zijn

  • In kaart brengen welke rol de jeugdgezondheidszorg (0-4 jaar) hierbij kan spelen

  • In kaart brengen welke vorm van praktijkondersteuning (niveau en fte) hiervoor nodig is en tegen welke kosten

  • Opstellen plan van aanpak voor begeleiding ouders van jonge kinderen bij het bevorderen van de zelfzorg bij veelvoorkomende, kleine aandoeningen



Plan 3 – Overige ondersteuning

Naast deze plannen blijft de mogelijkheid bestaan voor huisartsen in achterstandsgebieden een beroep te doen op het fonds t.b.v. supervisie en praktijkvisitatie. Daarvoor gelden de volgende afspraken:


Supervisie

Huisartsen die gebruik willen maken van supervisie, kunnen de kosten hiervan declareren bij het achterstandsfonds met een maximum van € 750,- per huisarts. Voorwaarde hiervoor is dat zij gebruik maken van een supervisor uit de NHG-pool. Dit laatste is bedoeld om verzekerd te zijn van de kwaliteit van de begeleiding.


Als zij de supervisie in Hagro-verband willen doen, kunnen zij daarnaast ook de kosten van een waarnemer declareren voor de uren dat zij de gezamenlijke supervisie hebben met als maximum het basisuurtarief (€ 40,40 per uur tot 2.750 patiënten; 10% extra voor elke 250 patiënten meer).

Praktijkvisitatie


Het verzoek van een praktijk in een achterstandswijk om een visitatie op kosten van het fonds te mogen laten doen (ca. € 1.000) is gehonoreerd. Doel van de visitatie is een beeld te krijgen in hoeverre de praktijkvoering in deze praktijk afwijkt van een “gemiddelde” praktijk en zo een indicatie te krijgen van de kansen op opvolging van deze praktijk.


Bijlage 2 Overzicht plannen besteding praktijkbudgetten 2005







praktijkassistente

administratief medewerkster

waarnemer

diversen

Presikhaaf













v. Beerendonk (55+)

-

-

diensten

-

Bülbül

-

-

diensten

scholing assistente (ander HIS)

Busser (55+)

2 uur per week; mutaties

4 uur per week; reguliere admin.

-

-

Delleman

8 uur per week; bepaalde patiëntengroepen

-

-

-

Twee Poorten














Diemel (55+)

-

-

nascholing (gesprekstechniek en ethiek)

cursus (gesprekstechniek en ethiek i/d zorg)

Leenen

-

3 uur per week

diensten

telefonische boodschappendienst

Melai (55+)

4 uur per week; bepaalde patiëntengroepen

-

-

telefonische boodschappendienst

Joh. de Wittlaan


-

-

-

scholing ass.; investering praktijkvoering

Stroom (55+)


-

-

nachtdiensten

-

Noord-Oost














v. Duivenboden

8 uur per week, bepaalde patiëntengroepen

-

-

-

Gribnau

-

-

hidha; waarneming, structurering prev. zorg

investering praktijkvoering

Hammink en Marée

8 uur per week; bepaalde patiëntengroepen

200 uur per jaar; administratieve achterstand, automatisering

-

scholing ass.; investering praktijkvoering

Vestjens (55+)


4 uur per week verpleegkundige; bepaalde patiëntengroepen

-

-

scholing assistente

Mispel













Haverkamp (55+)

20 uur per week; reguliere assistentie

-

-

visitatie van de praktijk

Ouburg

-

-

diensten

-

Willems (55+) en Polling

18 uur per week; bepaalde patiëntengroepen

-

-

scholing assistente

Zypendaal













Kimenai en Verheij (55+)

-

-

evt. nachtdiensten

investering praktijkvoering

Malburgen














Aarts en Vreeling

3 uur per week; mutaties

-

regulier werk; inlopen achterstallig onderhoud en organisatie praktijk

scholing assistentes; spreekuur diëtiste

Doran (55+)

16 uur per week; regulier

4 uur per week

nachtdiensten

scholing assistentes

v. Dijk, Manuhutu v/d Pol en Wiepkema

20 uur per week; regulier + andere praktijkvoering

8 uur per week; administratieve achterstand; automatisering

-

scholing assistentes; investering praktijkvoering

Jansen (55+)


-

-

diensten; nascholing

-

van Lieshout/Jakobs


6 uur per week

-

diensten; vakanties collega’s

investering praktijkvoering


Bijlage 3 Organisatiestructuur achterstandsgebieden



  1. Ten behoeve van het paritaire beheer van het Arnhemse Achterstandsfonds heeft de DHV Groot Gelre in 1997 een samenwerkingsovereenkomst gesloten met de regionale zorgverzekeraar Amicon. Omdat de DHV per 1 januari 2005 werd opgeheven hebben de RHV Arnhem e.o. en Amicon begin 2005 een overeenkomst met dezelfde strekking afgesloten.




  1. In die overeenkomst is opgenomen dat een paritaire commissie verantwoordelijk is voor de aard van de besteding van het fonds. Daartoe stelt de commissie een bestedingsplan vast. Voorstellen voor de besteding van het fonds worden door de commissie getoetst aan dit plan en aan de landelijke criteria, opgesteld door LHV en ZN. De paritaire wordt gevormd door twee vertegenwoordigers van de huisartsen en twee vertegenwoordigers van de regionale zorgverzekeraar.

Samenstelling van paritaire commissie in 2005:

  • Boudewijn Leenen (huisarts)

  • Carlo Knüppe (huisarts)

  • Tinco de Goede (Amicon) – tot oktober 2005

  • Evelien Pikkemaat (Amicon) – sinds oktober 2005

  • Bep Snelder (Amicon)




  1. In december 1996 heeft de RHV Arnhem e.o. de huisartsen in de achterstandsgebieden het mandaat gegeven het plan voor de besteding van het fonds voor te dragen aan de paritaire commissie. Daarbij geldt een huisarts als huisarts in een achterstandsgebied als in zijn of haar praktijk meer dan 100 ziekenfondspatiënten uit de landelijk geïdentificeerde Arnhemse achterstandsgebieden zijn.




  1. Een werkgroep bestaande uit huisartsen in achterstandsgebieden maakt een voorstel voor het bestedingsplan en legt dit ter goedkeuring voor aan de betrokken huisartsen (degenen met meer dan 100 ziekenfondspatiënten uit de geïdentificeerde achterstandsgebieden). Bij de besluitvorming over het bestedingsplan wordt gestreefd naar consensus. Als dit niet mogelijk is geldt dat minimaal een tweederde meerderheid het eens moet zijn met het voorstel of daar geen bezwaar tegen heeft.

Samenstelling van werkgroep 2005:

  • Gerard Haverkamp

  • Agaath Vreeling

  • Boudewijn Leenen




  1. De administratie van het fonds wordt uitgevoerd onder de verantwoordelijkheid van de stichting Achterstandsfonds Arnhem. Dit is een zelfstandige aparte beheersstichting, opgericht in 2000, die de uitvoering van de administratie sinds 1 januari 2005 heeft ondergebracht bij Carans. Het bestuur van de stichting bestond in 2005 uit:

  • Lex Maussart, directeur Carans

  • Carlo Knüppe, huisarts, tevens bestuurslid RHV Arnhem e.o.




  1. Zowel de werkgroep, de paritaire commissie als het stichtingsbestuur worden ondersteund door een medewerkster, die voor 0,2 fte bij Carans is aangesteld ten behoeve van de voorbereiding, implementatie en evaluatie van de bestedingplan voor het fonds.




  1. Voor de administratie van het fonds heeft Carans een administratief medewerker voor 0,1 fte aangesteld.



Bijlage 4 Jaarrekening 2005



Balans 31-12-2005
































Activa

31 december 2005




31 december 2004

























Vorderingen en overlopende activa










Nog te ontvangen










Rekening courant SAN

-3.130




-2.943

Bijdragen verzekeraars

7.679




0

Aflossing lening CHRA

9.075




9.075

Lening CHRA

18.150




27.225

Rente

1.705




1.720
















33.479




35.077

























Liquide middelen










ABN-AMRO, bestuursrekening

135.358




143.672

ABN-AMRO, depositorekening

291.569




285.412
















426.927




429.084

























Totaal

460.406




464.161

























Passiva


































Eigen vermogen










Vrije reserves










Saldo per 1 januari

381.103




314.902

Resultaat lopende boekjaar

35.346




66.201

Saldo per 31 december

416.449




381.103

























Kortlopende schulden










Nog te betalen










Budgetten praktijkniveau reeds ingediend

12.687




15.669

Budgetten praktijkniveau nog in te dienen

29.484




54.918

Overige projecten

851







Vacatiegeld

935




440

Groot Gelre







12.031

Totaal

43.957




83.058

















































Totaal

460.406




464.161


























Bijlage 4 Jaarrekening 2005 (vervolg)


Resultaat 2005



































Werkelijk




Begroot




Werkelijk




2005




2005




2004

Baten

















Afdrachten verzekeraars

136.800




140.000




204.346

Rente

6.847




4.000




6.642



















Totaal baten

143.647




144.000




210.988





































Lasten
















Algemene kosten
















Kosten beleidsmedewerker

14.520




14.520




14.500

Secretariële en administratieve ondersteuning

5.650




5.650




4.430

Kosten projectmedewerker

-




-




6.833

Materiele kosten

7.500




7.500




9.896

Stichtingskosten

26




55




95

Bureaukosten

40




-




130

Vacatiekosten bestuur

990




1.200




1.100

Landelijke coördinatie

-




2.220




5.387




28.726




31.145




42.371



















Projecten
















Praktijkbudgetten

63.107




61.700




95.978

HOED-vorming

14.437




-




4.800

Overige projecten

2.031




51.155




1.638




79.575




112.855




102.416



















Totale lasten

108.301




144.000




144.787



















Resultaat

35.346




-




66.201



















Totaal

143.647




144.000




210.988

























De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina