Auteur: Wiel Hupperets



Dovnload 53.16 Kb.
Datum22.07.2016
Grootte53.16 Kb.
HERAKLES
een toneelstuk voor de vijfde klas

auteur: Wiel Hupperets

Bernard Lievegoed School Maastricht

Herakles
Toneel voor klas 5.

Door Wiel Hupperets, Bernard Lievegoed School Maastricht.
Vooraf: Hexameter: zie bijlage.

SCÈNE 1
Koor: Herakles was de zoon van Zeus, maar zijn wieg had gestaan bij een aardse vrouw: de schone Alkmene uit Thebe. Immers, in oude tijden schonken de onsterfelijken ook aan de mensen, kinderen van goddelijke afkomst. De opperste God zelf had de Olympiërs over Herakles’ toekomst grote dingen voorspeld. Vlak na de geboorte, werd het leven van de kleine Herakles al bedreigd met de dood.


(Slang 1 en 2 sluipen het podium op. Herakles ligt in zijn “bedje”)
Slang 1: Die kleine dat is een gemakkelijke prooi voor ons, hij slaapt zelfs. Jij nadert hem van de andere kant. Eén beet van ons beide moet genoeg zijn om het wicht te doden.
(Herakles grijpt de slangen achter de kop en wurgt de beide. Ondertussen schreeuwt hij het uit. Vader, moeder en een bediende stormen toe)
Moeder: Ach en wee, twee slangen bij ons kind!

Vader: En ze zijn dood. Wat betekent dit?

Bediende: Een wonder! Een wonder!

Vader: ik begrijp dit niet. Laten we de ziener Teiresias roepen.

(Moeder + bediende rennen weg en komen terug met Teiresias. Deze kijkt naar Herakles en spreekt)
Teiresias: Wat is dit? Wat is dit? Dit kind wacht een buitengewoon leven. In hem woont de kracht en de wijsheid van Zeus. Hij zal moeite hebben zijn krachten te beheersen. Ik zie veel verdriet en overwinningen. Hij zal zware opdrachten moeten vervullen maar ook kwaad doen aan eigen troost. Het einde is moeilijk te zien. Wellicht wacht hem eeuwig leven bij de Goden op de Olympus. Een groots leven wacht hem. Een heldhaftig bestaan.

SCÈNE 2
Koor:Amfitryoon , de vader besloot zijn zoon een goede opvoeding te geven. Toen de jonge Herakles groot geworden was, liet hij hem onderrichten in de kunst van het wagenmennen, het boogschieten, het zwaardvechten, het vuistvechten en worstelen, evenals het zingen en het bespelen van de lier.

(sommige activiteiten worden achtereenvolgens uitgevoerd door leerlingen op het toneel)

Ook de wetenschappen werden niet verwaarloosd. De beroemde Linos, Apollo’s zoon, leerde hem het letterschrift. Maar Linos had een gemelijke aard en strafte Herakles een keer. Maar Herakles was onschuldig en werd onrechtvaardig behandeld. Herakles werd driftig en gooide de lier tegen het hoofd van de oude Linos. De oude viel dood neer.

Herakles (schreeuwt): Nee, dat wilde ik niet!{ Herhaalt dit enkele keren en rent weg van schrik)
-Stilte-

SCÈNE 3
Koor: Koning Amfitryoon, de pleegvader van Herakles was bevreesd dat zijn sterke zoon zich opnieuw tot een dergelijke gewelddadigheid zou laten meeslepen en zond hem naar zijn kudden vee op het land.

Daar, in de vrije natuur groeide Herakles op, te midden van herders, tot een jongeling en onderscheidde zich weldra door zijn ongehoorde lichaamskracht. Toen hij achttien jaar werd was hij de mooiste en sterkste man in de hele omtrek. Zou hij de krachten ten goede gebruiken of ten kwade?
Op een dag verliet Herakles zijn kudden om alleen te zijn.. Op een steen zittend, diep in gedachten verzonken, zag hij opeens twee vrouwen op zich af komen. Hoe verschillend waren ze in kleding en in wezen.
SCENE 4
Vrouw 1( Mooi en zelfs opzichtig gekleed): Ik zie Herakles, dat gij nog niet tot een besluit gekomen zijt welke levensweg gij kiezen zult. Wilt gij mij tot gezellin en leidster nemen. Ik beloof u een schoon en hoogst aangenaam leven. Niets van wat uw lust kan bevredigen zal u onthouden worden. Al wat u tegenstaat zal verre van u blijven. Om geen nood of strijd hoeft ge u te bekommeren. Gij zult u aan de kostelijkste spijzen en dranken verlustigen, op zachte kussens rusten en elk genot zult gij u zonder moeite kunne verschaffen.
Vrouw 2 (eenvoudig gekleed): Herakles. Ik zal u geen ijdel genot en wellustig leven voorspiegelen. Ik wil u voorhouden zoals het is naar Gods wil. Een mens moet weten dat de goden hem niets laten toekomen zonder dat het moeite en inspanning kost.

Wie de liefde van de goden wil winnen moet die verdienen. Wie geëerd wil zijn bij de mensen moet er iets voor doen.


Vrouw 1: Ha, ha, ha (schamper). Als gij de beide wegen, haar lange en moeizame met de korte en gemakkelijke van mij vergelijkt, zal de beslissing u niet zwaar vallen. Ha, ha, ha. Ik wacht op je, Herakles.
Herakles (wachtte even, stond op, volgde tweede vrouw):Ik volg haar die mij de moeilijkere weg wijst.
Koor: Zo begon het volwassen leven van de jonge held. Hij kwam al spoedig gelegenheden tegen, zich nuttig te maken bij de mensen. Zo hielp hij zwakkeren bij het oorlogvoeren om een zaak waarbij ze benadeeld werden. Ook hielp hij de Olympische goden in hun strijd tegen de giganten. Van de goden kreeg hij wapens ten geschenke:

Scène 5
( Herakles wordt gekleed,)


Hermes gaf hem zijn zwaard,

Apollo zijn trefzekere pijlen,

Hefaistos een gouden koker,

en Athene een wapenrok.

In Thebe leefde de held gelukkig met zijn vrouw en drie kinderen die zij hem schonk. Maar het geluk was niet van lange duur.

SCENE 5
(Herakles is zelf ondertussen bij zijn drie kinderen. Zijn vrouw brengt een waterkruik met bekers: een gelukkig gezin,).


Koor: Ooit had Zeus in de raad der goden beloofd dat de eerstgeboren kleinzoon van Perseus, heerser zou worden voor diens nakomelingen. Nu zou Herakles de eerstgeborene zijn maar Hera, Zeus’ vrouw, had gezorgd dat net vòòr Herakles een andere kleinzoon eerder geboren werd. Deze Eurysteus mocht dus heersen voor zijn familie. Dus ook over Herakles.

Dankzij de jaloerse Hera, Herakles wendde zich tot het orakel van Delphi.


Orakel ( 2 stemmen): Eurysteus mag zijn rechten doen gelden. Herakles moet 12 werken volbrengen die door Eurysteus worden opgedragen. Als hij die tot een goed einde brengt zal hem onsterfelijk leven, te midden van de goden, zijn deel zijn.

SCENE 6
Koor:

Toen Herakles dat vernam werd hij razend van woede en in razernij doodde hij zijn drie kinderen met eigen pijl en boog.(Deze kindermoord is in sc`ene gezet.)

Toen het vreselijke was gebeurd kwam hij in diepste droefenis weer tot zichzelf. Hij sloot zich op in zijn eigen huis en hield zich lange tijd schuil voor de mensen. Tenslotte besloot hij als boetedoening de opdrachten van Eurysteus trouw te volbrengen.


(Eurysteus op zijn troon. Herakles staat voor hem).
Eurysteus: Herakles, in Nemea op de Peloponnesos huist een leeuw die niet alleen dieren maar ook mensen aanvalt. Men zegt dat het beest onkwetsbaar is voor speren en pijlen. Herakles, ga naar Nemea en breng mij de huid van de leeuw.

SCENE 7


(Het gevecht. Herakles besluipt de leeuw).
Herakles: Wat een dier. Wat een kop. Wat een achterpoten. Ik moet voorzichtig zijn. Eens zien of het waar is dat pijlen afketsen op het beest. (hij schiet wel 5 pijlen, alle ketsen af)
Herakles: Warempel, nu is ‘ie woedend. Pijlen deren hem niet. Een speer heb ik niet. Mijn mantel en mijn knots.
(Herakles vangt ’t beest op in de sprong en slaat toe met zijn knots. Versuft blijft het beest liggen).
Herakles: Je bent een geweldenaar. Maar dit is je einde. Je zult geen vee en kinderen meer aanvallen.
(Herakles wurgt de leeuw. Keert terug naar Eurysteus)
Koor: Toen Eurysteus het volk hoorde juichen wist hij dat Herakles was aangekomen. Toen hij hem zag, verstopte hij zich achter zijn zetel.

Koor:Het volk riep: Eurysteus kom tevoorschijn!

Eurysteus kom tevoorschijn!

Herakles is hier met de huid van het dier!

(Toen de koning weer op de troon zat, droeg hij Herakles zijn tweede werk op.)
Eurysteus: Herakles. Ga naar Argolis ,. Daar huist de Hydra-slang. Zij brengt veel schade toe aan het vee en de akkers.
Herakles: Ik zal doen wat u me opdraagt.

SCENE 8.

(Negen kinderen zitten op hun knie”en naast elkaar, wiegend als een slang. Over hun hoofd een slangenhuid ,handen op de rug.
Koor: Herakles drenkte repen stof in pek en zwavel. Wond dit om de pijlen en richtte die brandend op het ondier dat bij de grot lag te ronken. Het monster richtte al haar koppen op, en schoot op de held toe. Maar zie, als een kop verpletterd was verschenen op die plaats twee andere.(een vuist naar voren, ook met een slangen huid bedekt).

Wat nu?


Herakles greep zijn knots en brak de rug van de slang. Stak een grote fakkel aan en verschroeide de nieuw ontstane koppen. De middelste van de negen koppen was onsterfelijk. Dat wist Herakles. Hij sloeg die kop van de romp af en begroef hem in de aarde. Hij wentelde daarna een reusachtig rotsblok boven de kop. Tenslotte doopte Herakles al zijn pijlen in het gif van de slang. Wie ook maar door zo’n pijl geschramd werd, mens of dier, moest onherroepelijk sterven. Zo keerde de held terug. Argolis had hij bevrijd van een monster. De mensen waren blij.

Bij Eurysteus gekomen wachtte hem een nieuwe taak.


Eurysteus sprak: Herakles, ik wil de mooiste hinde van het land. Het dier draagt een gouden gewei en behoort toe aan Artemis, de godin van de jacht. Breng het dier levend hier.

SCENE 9
De hinde loopt door de zaal. Herakles kan haar niet inhalen.


Herakles: Zij is te snel voor mij. Ik moet haar verwonden maar niet dodelijk. Ik zal haar raken in een poot.
(Herakles schiet en de hinde valt gewond neer. Herakles verbindt de poot en zegt een gebed voor Artemis.

Herakles: O goddelijke Artemis.

Schenk mij een van uw dierbaarste en mooiste kinderen van het woud.

Ik beloof u bij mijn eer haar zal niets gebeuren.

Dan neemt Herakles de hinde op zijn schouders en draagt ze tot voor Eurysteus.
Eurysteus: Herakles aanhoor de vierde opdracht. Rond de berg Erymantos huist een gevaarlijk everzwijn Met zijn slagtanden heeft het zelfs al boeren gedood. Ga en vang he beest levend.
Koor: De vreselijke ever, die met zijn gewelddadigheid heeArtemis gewijd. Toen het zwijn de komst van de held bemerkte, trok het zich terug in het kreupelhout. Maar Herakles dreef hem naar een uitgestrekt sneeuwveld waar het snel van uitputting neerviel. Het zwijn zakte steeds weg in de diepe sneeuw. Herakles kon hem makkelijk vangen. Hij bond de poten vast, nam het op zijn rug en droeg de ever naar Eurysteus.
Herakles: Eurysteus. Hier is het everzwijn. Morgen ben ik bereid voor de volgende taak.
Eurysteus: Je moet gaan naar het moeras van Symphalos. Daar leven roofvogels met ijzeren snavels en klauwen. Zij vallen mens en dier aan. Verjaag ze voorgoed.
(De vogels vliegen rond en vallen mens en dier aan)
Herakles: Hier is een list geboden. Ik zal ze opjagen en een aantal dieren doden. Dat zal ze afschrikken.
(Herakles maakte zoveel kabaal dat de vogels schrokken en opvlogen. Herakles doodde en veel. De rest vluchtte weg. De streek was vrij van de agressieve beesten en Herakles meldde dat aan Eurysteus.

Herakles: De taak is volbracht.


Eurysteus: Ga naar het eiland Kreta. Daar huist een wilde stier die verwoestingen aanricht in de dorpen. Hij is sterk als tien paarden. Ik wil de stier levend hier.
Koor: Herakles zeilt naar Kreta. Als hij de stier vindt besluit hij het beest eerst uit te putten en dan te dwingen hem te volgen.

SCÈNE 10. Het gevecht.


Herakles: Kom, kom, (lokt hem met een rode lap. Dit duurt zolang tot het dier uitgeput is). Zo, eens zien of ik je wil kan breken. Neer met jou. Neer!
(hij pakt het dier bij de hoorns en duwt de kop op de grond. Tenslotte gaat ’t dier liggen: het heeft zijn meerdere gevonden en volgt Herakles als een lammetje.
Herakles: Zo stiertje. En nu op naar Eurysteus.
(Bij Eurysteus)
Herakles: Eurysteus. Hier is de stier van Kreta.

Eurysteus: Maak je op voor de volgende taak. Aan de oever van de wereldzee, in de heilige tuin, groeien gouden appelen. Ze worden bewaakt door vier Hesperiden. Een draak helpt ze. Haal de appelen Herakles!

SCENE 11

Koor: Weer loerden vele avonturen onderweg. Met reuzen moest hij strijden. Tenslotte kwam hij in het land waar Atlas het gewicht van de hemel droeg.


Herakles: Wie ben jij?
( Atlas zit op een knie en draagt het hemelgewelf:houdt beide armen uitgestrekt naar achteren.)
Atlas: Ik ben Atlas. De drager van het hemelgewelf. Ik ben de oom van de vier Hesperiden.
Herakles: Atlas, ik ben een lange weg gekomen om de gouden appelen van de Hesperiden te halen. Ik verzoek u de vrouwen over te halen ze aan mij te schenken. Ondertussen zal ik het hemelgewelf dragen.
Koor: Toen begaf Atlas zich naar de tuin, wist de draak in slaap te krijgen, nam de Hesperiden de appelen af en bracht ze Herakles.
Atlas: Hier zijn de appelen van goud. Maar de last van het hemelgewelf wil ik niet meer dragen.
Herakles: Goed. Ik neem het gewicht van het uitspansel van je over. Maar laat me nog een ogenblik rusten.
Atlas: Goed. Voor even dan.
Herakles nam de appelen en verdween zonder Atlas nog te groeten. Zo moest Atlas het hemelgewelf blijven dragen. Herakles bracht de appelen naar Eurysteus.
Bij Eurysteus.

Herakles: Eurysteus, ik breng u de appelen van de Hesperiden. Dan loopt Herakles langzaam lemniscaten op het podium, terwijl het koor spreekt.)


Koor: Maar de boosaardige Eurysteus wilde nog eenmaal van zijn macht genieten. De laatste opdracht was, de hellehond Cerberos uit de Hades, de hel, te halen. Maar ook hierin slaagde Herakles. Nu de 12e opdracht was vervuld, was Herakles van de slavernij van Eurysteus bevrijd. Maar het was hem nog niet beschoren een gelukkig leven te leiden. In een driftbui doodde Herakles zijn vriend en beledigde de goden. Voor straf werd hij weer onderworpen aan een slavernij van drie jaar. Na deze tijd van beproeving wilde Herakles in een strijd de hand van de schone Deianeira. Nog was de lijdensweg van Herakles niet voorbij.

SCENE 12.


Koor:

Op een keer op weg naar Thebe, doorkruiste Herakles met zijn vrouw een rivier met hoog water. De kentaur Nessos was hier veerman. Die droeg Deianeira over de rivier. Halverwege viel hij haar lastig. Herakles' pijl trof de kentaur, maar deze zei tegen de goedgelovige vrouw:

 

Nessos: "Je moet mijn bloed opvangen. Als je daarmee het gewaad van je gemaal bestrijkt, zul je voor altijd verzekerd zijn van Herakles' liefde voor jou  Dan kan hij nooit een andere vrouw liefhebben dan jou".



 

Weldra had zij reden, zo meende zij, om de zalf waarin het bloed van de kentaur zat, te gebruiken. Er werd een feest gegeven. Ze bestreek het gewaad met zalf.

 

(Vooraan op het podium bestrijkt Deianeira het kleed)



SCÈNE 13
Koor:

Zonder vermoeden trok Herakles het feestgewaad aan. Nauwelijks was het hemd op zijn huid warm geworden of Herakles voelde een brandende pijn. De held fff een gebrul uit van pijn en trachtte het kleed van zich af te rukken. Tevergeefs.


: Herakles rent gillend rond in het brandende feestkleed. Herakles gaat uitgeput de brandstapel op en gaat er op liggen.
Koor: Niemand wilde het vuur aansteken. Onverwacht sloegen de bliksemstralen van Zeus neer. Alles wat sterfelijk was verbrandde. Onder donderslagen en in een wolk, werd Herakles opgenomen bij de Goden op de Olympus.

Eind


Bijlage
Een hexameter over Herakles.

Een hexameter wordt in een rustig en rustgevend tempo gelopen. De schuine streep betekent een rustmoment bij het spreken, het lopen ( schrijden), gaat gewoon door. De hoofdletters geven de klemtoon aan. Behalve soms bij eigennamen en aan het begin van de zin.Het wijst zich vanzelf.

Herakles.
HEracles ZOON van ZEUS / EN van de GRIEKse AlkMEne./
Als ZUIGeling beZAT hij de KRACHT / twee GIFtige SLANGen te DOden./
WonderBAARlijk STERK was HIJ./ Als JONGeling grOEIde hij OP./ Werd HANdig mrt Boog en SPEER./
Werd HERder teMIDden van KUDden./ in het ZONnige GRIEKse LAND.
Hij ontMOEtte TOEN twee VROUwen / en KOOS de ZWAARste WEG./

Die LEIdde tot DEUgd en EER / niet tot WEELde EN geMAK./


EurYSteus KOning van THEbe / droeg TWAALF TAken hem Op /
HErakles WUrgde de LEEUW / het VEL dat DIENde als MANtel /
EuRYSteus verZON toen een TAAK / die ZEker te ZWAAR zou ZIJN./
De HYdra DAT was een SLANG/ met NEgen KOPpen geTOOID.
HErakles verBRANdde er ACHT / de LAATste beGROEF hij SNEL./
De DERde TAAK dat WAS / Een HERtekoe LEvend te VANGen /
Via een beZOEK aan cenTAUren / BRACHT hij het Everzwijn THUIS./
HErakles verLEGT een riVIER / verOLAATST zo d’enORme MESTberg /
IN de moeRASsen van SymPHAlos / verJOEG hij de IJzeren VOgels./
Met ZWAre RAtels van IJzer / SLOEG hij ze OP de VLUCHT.
Op KREta HUISde een STIER / HErakles DRUkte diens KOP /
eigenHANdig OP de GROND./ en BRAK de DRIFT van het BEEST.
DioMEdes’ WILde PAARden / bracht HErakles per SCHIP naar HUIS./
OOK de GOUden GORdel / der AmaZONEN MAAkte hij BUIT.
TOEN de NE gende TAAK / BIJ de AtlANtische ZEE.
GeryOnes het MON ster uit SPANje / WERD door de HELD geHAALD.
Eind

Een enkele opmerking wat betreft de attributen;



voor de dieren bv. de leeuw, gebruikte ik maskers gesneden uit engels karton.

Herakles, pagina




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina