Auteursinstructies It Beaken Artikel



Dovnload 31.55 Kb.
Datum23.08.2016
Grootte31.55 Kb.
Auteursinstructies It Beaken

Artikel

  1. wordt geschreven in het Fries, Engels, Nederlands of Duits (de in het Fries of Nederlands gestelde stukken worden voorafgegaan door een door de auteur mee te leveren samenvatting in het Engels [Summary] van ten hoogste 250 woorden; stukken in het Engels of Duits worden voorafgegaan door een samenvatting in het Fries [Gearfetting] van ten hoogste 250 woorden, welke eventueel in een andere taal wordt aangeleverd door de auteur; de redactie van It Beaken zorgt dan voor de Friese vertaling).

  2. heeft een lengte welke de auteur voldoende acht om zijn/haar ‘punt te kunnen maken’ (mocht het stuk volgens de redactie toch te lang zijn, dan wordt dat aan de auteur verteld nadat de redactie haar mening over de eerste versie van het artikel heeft kunnen vormen).

  3. wordt zo plat mogelijk (zonder extra ‘opmaak’) aangeleverd in WORD via de e-mail op het onderstaande adres, met een uitdraai-op-papier.

  4. de weinige opmaak die wél toegepast moet worden, is de volgende:

    1. titel van het artikel cursief;

    2. naam van de auteur daaronder romein; kopje Summary/Gearfetting romein;

    3. de summary/gearfetting zelf cursief; tussenkopjes in het artikel cursief;

    4. nieuwe alinea’s beginnen op een nieuwe regel (er wordt niet ingesprongen).

  5. gaat vergezeld van een korte biografie van de auteur

  6. De tekstbestanden dienen zo schoon mogelijk aangeleverd te worden, dat wil zeggen:

    1. instellingen zoveel mogelijk (alleen) boven aan de documenten;

    2. niet zelf zo mooi mogelijk gaan opmaken: korte citaten doorlopend in de tekst; lange citaten in blok met voorafgaand en afsluitend een regel wit;

    3. cursiveren en dergelijke met behulp van functietoetsen, geen ander font kiezen;

    4. inspringen door middel van tabs en niet door middel van spaties;

    5. lettertype Times New Roman, puntgrootte 12, regelafstand 1,5.



Spelling en titelbeschrijvingen


Aangezien de uitgever het manuscript (uitzonderingen daargelaten) niet corrigeert, vragen wij u dringend uw spelling nog eens grondig te controleren voor u de kopij aanlevert. Titelbeschrijvingen in noten graag consequent en volgens een gangbaar systeem van titelbeschrijving. Volgende regels dienen daarbij in acht te worden genomen.

Citaten en bijzondere begrippen


Voor de weergave van citaten gelden de volgende regels:

  1. Citaten uit moderne literatuur en moderne hertalingen van bronfragmenten en -teksten worden tussen enkele aanhalingstekens geplaatst.

  2. Bijzondere- en/of niet gangbare begrippen worden tussen dubbele aanhalingstekens geplaatst.

  3. Rechtstreekse citaten uit eigentijdse bronnen (dus oud-nederlands, latijn en oudfries etc.) worden cursief weergegeven en niet tussen aanhalingstekens geplaatst.

Voetnoten


Teksten worden alleen met voetnoten aangeleverd. In het opmaakprogramma waarmee de uitgever werkt, worden de noten losgekoppeld van de nootcijfers. Dat betekent dat in de proeven geen noten toegevoegd of weggehaald mogen worden, omdat anders alle noten met de hand hernummerd moeten worden.
NB: Bij de eerste vermelding van een werk c.q. artikel wordt de titel volledig in de noot opgenomen.
Algemene regels:

  1. Nootnummers achter de punt van een zin.

  2. Vermeld alleen voorletters, geen volledige voornamen van auteurs.

  3. Achter de auteursnaam van een boek volgt een komma.

  4. Titel van een monografie of zelfstandige publicatie in cursief.

  5. Titel van een artikel tussen enkele aanhalingstekens.

  6. Plaats en jaar van uitgave tussen ronde haken. Geen komma tussen plaats en jaar.

  7. Series tussen vierkante haken.

  8. Plaats een komma tussen de titel van een reeks en het reeksnummer.


Voorbeelden van zelfstandige publicaties
Voorbeelden (boeken en artikelen):

1. H. Nijdam, Lichaam, eer en recht in middeleeuws Friesland. Een studie naar de Oudfriese boeteregisters (Hilversum 2008) p. 71-73.

2. J. Spaans, Armenzorg in Friesland 1500-1800. Publieke zorg en particuliere liefdadigheid in zes Friese steden. Leeuwarden, Bolsward, Franeker, Sneek, Dokkum en Harlingen (Hilversum 1997) pp. 9-10.
Bundel met een of twee uitgevers:


  1. A.C. Duke and C.A. Tamse (eds.), Too mighty to be free. Censorship and the Press in Britain and the Netherlands (Zutphen 1987) [Britain and the Netherlands, IX].


Bundel met meer dan twee uitgevers:

  1. J. Frieswijk e.a. (eds.) Fryslân, staat en macht 1450-1650. Bijdragen van het historisch congres te Leeuwarden van 3 tot 5 juni 1998 (Hilversum 1999).


Bronneneditie:

  1. R. Häpke (ed.), Niederländische Akten und Urkunden. Urkunden zur Geschichte der Hanse und zur deutschen Seegeschichte, II (Lübeck 1923).


Editie van zelfstandig bronnencorpus:

  1. Resolutiën der Staten-Generaal. Nieuwe reeks 1610-1670, I 1610-1612, ed. A. Th. van Deursen (Den Haag 1971) [Rijks Geschiedkundige Publicatiën. Grote Serie, 135, hierna RGP].

  2. Die Recesse und anderen Akten der Hansetage von 1356-1430, ed. Verein für Hansische Geschichte. 8 dln. (Leipzig 1870-1879) I/1 no. 475 §6.


Editie van werken met contemporaine auteur:

  1. Ph. De Commynes, Mémoires, ed. J. Calmette (Parijs 1924-1925) 3 dln.


Bijdragen in series:

1. J.A. Mol, Vechten, bidden en verplegen. Opstellen over de ridderorden in de Noordelijke Nederlanden (Hilversum 2010) [Bijdragen tot de geschiedenis van de Ridderlijke Duitsche Orde, Balije van Utrecht, 5].



2. A.C.L. Wierema, ‘Denmark as an ally of the Dutch Republic during the “Guerre d’Hollande” (1674-1679)’, in: J. Ph. S. Lemmink and J. S. A. M. van Koningsbrugge (eds.), Baltic affairs. Relations between the Netherlands and North-Eastern Europe 1500-1800 (Nijmegen 1990) pp. 397-399 [Baltic Studies, I].
Voorbeelden van artikelen: Algemene regels:

  1. Titel van het artikel tussen enkele aanhalingstekens en niet cursief of onderstreept.

  2. Na de naam van de auteur volgt altijd een komma. Na de titel van het artikel volgt na het afsluitende aanhalingsteken altijd een komma.

  3. Titels van tijdschriften bij de eerste vermelding altijd volledig en in cursief. Vervolgens kunnen afkortingen worden toegepast.

  4. Tussen titel van het tijdschrift en de jaargang wordt een komma geplaatst.

  5. Het nummer van de oplage wordt in superscript boven het jaartal van verschijnen geplaatst.

  6. Vermelding van de bundel na in: Vervolgens weergave zoals een boek of bundel.

  7. Opgave van alleen de aangehaalde pagina’s, dus niet de paginaomvang van het artikel.

  8. Indien het artikel in een bundel uit een reeks is opgenomen volgt de reekstitel tussen vierkante haken na de vermelding van de relevante pagina’s.

  9. Tijdschriften en bronnenreeksen en bronnencollecties worden bij herhaling verkort weergegeven. De afkorting wordt na de eerste vermelding aan het einde tussen haakjes aangeduid.

Voorbeelden


L. van der Valk, ‘Taak, bevoegdheid en prestaties van “risico-overdracht“ onder de Nederlandse Ongevallenwet 1901‘, Tijdschrift voor Sociale- en Economische Geschiedenis (hierna TSEG) 7/4 (2010) pp. 50-74.
Bronnenuitgaven

  1. G. von der Ropp (ed.), Hanserecesse. Zweite Abtheilung (von 1431-1476) 7 vol. (Leipzig 1870-1892) II/2, nr. 312 §1.

  2. Die Bremer Chronik von Rinesberch, Schene und Hemeling, ed. H. Meinert (Bremen 1968) cap. 459, p. 135 [Die Chroniken der deutschen Städte vom 14. bis ins 16. Jahrhundert, vol. 37].

  3. Hansisches Urkundenbuch, I, p. 476 (hierna HUB).

  4. Bremisches Urkundenbuch, I, p. 264 (hierna BUB).


Tweede en volgende vermeldingen van boeken, bundels, edities en artikelen

  1. Namen van auteurs of uitgevers zonder voorletters.

  2. Titel van boek, bundel of editie afkorten, maar in cursief stellen, gevolgd door een komma, p. of pp. en de relevante pagina aanduiding.

  3. Titel van het artikel afkorten maar tussen aanhalingstekens, gevolgd door een komma, p. of pp. en relevante pagina-aanduiding.

  4. In bronnenedities met lemmanummers, alleen verwijzen naar het nummer.

  5. Titel van tijdschrift afkorten op hoofdletters en in cursief zetten.

Voorbeelden

Spaans, Armenzorg in Friesland, p. 234.

Wierema, ‘Denmark as an ally’, p. 123.

HUB I, p. 476.

BUB I, p. 264.

HR II/1, nr. 12.
Tabellen en Grafieken
Tabellen en Grafieken die in Excel of andere software dan Word gemaakt zijn, mogen niet in de tekst opgenomen worden, maar moeten worden aangeleverd als aparte bestanden in de oorspronkelijke software, voorzien van een goede uitdraai. Wordbestanden hoeven niet apart te worden aangeleverd, maar moeten wel vergezeld gaan van een goede uitdraai. Bij het maken van tabellen geen spaties gebruiken, maar tabs.
Afbeeldingen

Afbeeldingen worden aangeleverd door de auteurs op het volgende formaat: 300 dpi bij 12,5 cm. Rechten: De auteur bestelt alle afbeeldingen en regelt zelf de rechten. De redactie beschikt over een zeer beperkt budget om de rechten op de afbeeldingen te betalen. Gegeven deze beperking houdt de redactie zich het recht voor het definitieve aantal afbeeldingen zelf vast te leggen.


Bijschriften en plaatsing illustraties

De afbeeldingen dienen genummerd te zijn. In de uitdraai kan aangegeven worden waar de afbeeldingen (ongeveer) geplaatst zouden moeten worden. Als de plaats niet zo nauw luistert, kan volstaan worden met het aangeven van de paragraaf waar de afbeelding bij hoort. Alle afbeeldingen dienen voorzien te zijn van een bijschrift. De bijschriften graag in een apart bijschriftenbestand aanleveren.


Kaartjes

Aan kaartjes worden dezelfde eisen gesteld als aan andere afbeeldingen. Mocht u kaartjes willen laten maken, dan kunnen wij u in contact brengen met een professionele kaartenmaker. Indien kaartjes zelf worden getekend, dienen deze in de oorspronkelijke programmatuur te worden aangeleverd.


Proeven

Er zijn twee proefgangen. Reeds in de eerste proef is ruimte gereserveerd voor de afbeeldingen. Als de afbeeldingen in dit stadium al gescand zijn, worden ze in de proef opgenomen. Als dat niet het geval is, staan er grijze vlakken op de plaats van de afbeeldingen en zijn de afbeeldingen zelf pas in de tweede proef te zien. De bijschriften zullen wel worden toegevoegd en dienen door de auteurs gecontroleerd te worden

Het is aan te raden om de eerste proef regel voor regel door te lezen. Daarbij moet vooral gelet worden op typefouten, afbreekfouten, los voor of achter aan de regel voorkomende gedachtestreepjes; foutieve aanhalingstekens (met name sluittekens aan het begin van een citaat) en andere opmaakfouten. De correcties dienen in de proeven te worden aangebracht (dus geen lijst van correcties maken). Er hoeft niet gewerkt te worden met speciale correctietekens, maar het mag wel. Allerbelangrijkste is dat de correcties duidelijk leesbaar worden aangegeven.

De tweede proef is bedoeld om te controleren of de correcties op de eerste proef goed zijn uitgevoerd. In deze proef moeten ook de paginacijfers in de inhoudsopgave ingevuld worden c.q. gecontroleerd. Het register graag met de gecorrigeerde tweede proef opsturen (zie hierboven onder 'register'). De tweede drukproef wordt in principe alleen door de eindredactie gecontroleerd.


Planning

De redactie levert binnen vier weken commentaar op de manuscripten. De eerste drukproef wordt na aanlevering binnen 2 weken door iedere auteur afzonderlijk gecorrigeerd en naar de redactie teruggestuurd. Vervolgens worden correcties door de redactie in één enkel bestand naar de uitgever gezonden. De tweede drukproef wordt uitsluitend door de eindredactie gecorrigeerd. Slechts in noodzakelijke gevallen wordt contact met de auteurs opgenomen.




Bij voorbaat dank voor de medewerking,
De redactie van het tijdschrift It Beaken
Adres

Redactie It Beaken

Fryske Akademy

Postbus 54

8900 AB Leeuwarden

+31(0)58 234 30 42



boosterhaven@fryske-akademy.nl

www.fryske-akademy.nl


autovorm 1





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina