Avmn goes Classic



Dovnload 191.59 Kb.
Pagina1/4
Datum21.08.2016
Grootte191.59 Kb.
  1   2   3   4
Klassieke Muziek
Een vervolg op de avond

De avond van de AVMN op 29 juni 2006 ("AVMN goes Classic") verliep tot ons grote genoegen met veel succes. Ik had zelf nogal wat tijd besteed aan het maken van plaatjes om de muziek te begeleiden. Leo Busscher had zijn prachtige installatie meegenomen en samen met Ron Hoogerwerf een goede opstelling gemaakt. Het klonk fraai en vrijwel iedereen vond de gespeelde muziek mooi. Wat wil je nog meer?

Wel, sommigen vroegen om een kopie van de presentatie. Het was een PowerPoint presentatie van ruim 25 MB, die dus niet zo gemakkelijk per e-mail verzonden kan worden. De grote omvang komt door de vele plaatjes, van de CD-hoesjes en portretten van componisten. Daar ging het de geïnteresseerden volgens mij niet om. Men had eerder belangstelling voor de technische informatie. Bijvoorbeeld de tijd waarin componisten leefden, de uitleg over 'stemmen' en frequentiebereik, de termen voor muziektempi.

Ik heb daarom de informatie die ik over dit soort zaken had in dit eenvoudige Word documentje samengevat. Dat is veel makkelijker te hanteren, te kopiëren, enzovoort. Veel plezier ermee.

Namens Leo, Ron en mijzelf nogmaals hartelijk dank voor jullie enthousiaste reactie tijdens de avond. Als er nog vragen zijn, bel of mail dan.
John Juijn, Zilvermeeuwstraat 10, 6883 CE Velp

Tel: 026-3634607. E-mail: jajuijn@xs4all.nl


Componisten

In twee tabellen(achterin) staan overzichten van componisten. In Tabel I staan ze op volgorde van hun geboortejaar. In Tabel II staan ze in alfabetische volgorde, dat zoekt wat makkelijker.


Muziekstijlen

Dit plaatje uit de presentatie toont de vier belangrijkste stijlen, voor het gemak ongeveer ge­concentreerd rond de eeuwwis­selingen. Van de opgegeven componisten werden muziek­stukken gespeeld.



Barok is eerder een naam voor een bouwstijl, met overdadige vormen. Dat geldt ook in zekere mate voor de muziek uit die tijd.

Klassiek: er is blijkbaar een "klassieke" stijl binnen de klas­sieke muziek. Grondlegger is Haydn, belangrijkste vertegen­woordiger is Beethoven. Het belangrijkste kenmerk is de strenge opbouw van de muziek: meer de vorm dan de inhoud dus.

Romantiek: hierbij moeten we niet denken aan Candlelight of de Bouquetreeks. Nee, romantiek in de muziek is met veel passie, grote effecten. Met steeds grotere orkesten, grote contrasten. In het plaatje ontbreken de grote voorbeelden uit deze periode: Liszt, Wagner, Bruckner, Mahler.

Modern: de romantische stijl kon niet nóg verder doorgetrokken worden. Er kwam een reactie. De muziek wordt strakker, ritmischer (veel slagwerk), dissonanten zijn niet langer verboden. Strawinski en Bartok zijn belangrijke voorbeelden. De 'modernste' muziek was rond 1920-1930 de twaalftoonsmuziek, geschreven door o.a. Schönberg en Webern. Kern was dat in iedere maat alle twaalf (halve) tonen moesten voorkomen, in welke volgorde dan ook. Een vrijwel wiskundige aanpak. Het is bij het grote publiek nooit aangeslagen ('plink-plonk-muziek') en deze muziek staat vrijwel nooit meer op het programma.
Stemmen en Frequentiebereik



Voor het stemmen van instrumenten moet een duidelijke afspraak bestaan. Zo maar twee voorbeelden: samenspel mag niet vals klinken; een hobospeler uit Oostenrijk moet met zijn instrument in Amerika geen problemen krijgen. Daarom is in 1939 tijdens een muziekcongres in Londen afgesproken om te stemmen op a=440Hz.

Op het plaatje hiernaast staat waar de a zit op het klavier en welke a op de vleugel bedoeld wordt met a=440 Hz. Voor het stemmen kan een stemvork gebruikt worden (doet de pianostemmer), maar in het orkest geeft de hoboïst deze toon aan, waarna de orkestleden in schijnbare wanorde hun instrumenten stemmen.

Het plaatje geeft meteen aan hoe groot het bereik van een orkestvleugel is: van 27,5 tot bijna 4000 Hz. Alles daarboven zijn boventonen.

Het is vrijwel zeker dat vroeger lager werd gestemd. Dat heeft er mee te maken dat oude strijkinstrumenten met darmsnaren niet zo gemakkelijk hoog te stemmen zijn. Tegenwoordig is hoog stemmen in de mode (zelfs boven 440 Hz): "dat klinkt frisser". Misschien dezelfde mode als dat tegenwoordig alles sneller gespeeld moet worden. Maar op authentieke opnamen, met oude instrumenten, wordt vaak weer laag gestemd. We luisterden naar een voorbeeld met a=415 Hz (vioolconcert Vivaldi).



Het tweede plaatje, van het bereik van het orkest, geeft aan dat er maar weinig instrumenten lagere of hogere tonen dan de vleugel voortbrengen! De contrafagot heeft een zeer diep bereik, de piccolo een heel hoog. Lagere tonen komen van een grote trom, nóg lagere van het pedaal van een groot orgel. Hogere tonen komen van een triangel. Nogmaals, dit alles betreft alleen de grondtonen. Boventonen bepalen in grote mate de klankkleur.

De weergave van klassieke muziek op een installatie is al met al niet zo eenvoudig. De lage-tonenweergave is heel belangrijk. Er is meestal geen constante basmelodie, maar als er 'gerommeld' wordt is het vaak heel heftig. Voor een goede weergave is lage en snelle bas daarom belangrijk. Een tweede moeilijkheid is het aantal stemmen in een orkest (zie het plaatje). Om die allemaal transparant en ruimtelijk gescheiden weer te geven, is zeer goede apparatuur nodig. Ter geruststelling: het menselijk gehoor is voor een gedeelte 'denkwerk'. Bijvoorbeeld: waar de lage grondtoon ontbreekt, menen we die toch te horen, door de informatie van de boventonen.
Octaaf, hele en halve tonen

Op de witte toetsen van de piano kan een toonladder do-re-mi-fa-so-la-si-do gespeeld worden. Een andere aanduiding is CDEFGABC. Hierin zitten vijf hele toonafstanden en

twee halve: mi-fa (EF) en si-do (BC). Maar er zitten ook nog vijf zwarte toetsen tussen de witte. Van wit naar zwart is ook steeds een halve toon.

Al met al kun je het octaaf – van C naar de volgende C – onderverdelen in twaalf halve toonafstanden. Daarbij ga je in twaalf stapjes naar de dubbele frekwentie, in Herz uitgedrukt. Wiskundig lijkt het dan eenvoudig: ieder stapje moet de twaalfde-machts wortel uit 2 groot zijn:



Iedere keer een kleine 6% erbovenop en klaar is kees. Helaas is het niet zo eenvoudig. De halve toonsafstand van wit-naar-wit is niet helemaal gelijk aan die van wit-naar-zwart. Belangrijk is dat er enkele dubbelklanken zijn waarvan de frekwentieverhoudingen EXACT moeten kloppen. Een grote terts samenklank klinkt zo fraai omdat de verhouding precies 5:4 is. De achtergrond is dat de 5-de harmonische van de lage toon precies samenvalt met de 4-de harmonische van de hoge toon. Maar 5:4=1,25 en dat getal krijg je niet precies als je vier stapjes van 1,0595 met elkaar vermenigvuldigt (1,2599). Een soortgelijk probleem is er met een "reine kwart" (verhouding 4:3) en een "reine kwint" (verhouding 3:2). Er moet dus op een intelligente manier gesmokkeld worden!

Deze rekenpartijen met toonfrekwenties zijn al heel oud. Pythagoras hield zich er 2500 jaar geleden al mee bezig.
Beperkingen van blaasinstrumenten

Op een piano kun je al die twaalf tonen in het octaaf spelen: ze zitten op het klavier en de pianostemmer heeft ze goed gestemd. Op een viool, cello of contrabas gaat het ook: je kunt je vingers overal op de snaar zetten. Maar met blaasinstrumenten was er een probleem. Die hebben een bepaalde lengte van de luchtkolom en op een oude hoorn of trompet moest je het daar mee doen.

Als op 4 mei de Last Post geblazen wordt, gebeurt dat door een topmusicus, want alle tonen moeten alleen door lipspanning, hard en zacht blazen gemaakt worden. In feite regelt hij constant het aantal knopen en buiken in de trillende luchtkolom. De melodie is zo gecomponeerd dat alle tonen geblazen kunnen worden, natuurtonen, ook al is het niet gemakkelijk. Maar het is begrijpelijk dat er ook tonen zijn die op zo'n instrument helemaal niet geproduceerd kunnen worden.

Met fluiten, hobo's, fagotten en klarinetten, was er een overeenkomstig probleem. Componisten moesten met al deze onmogelijkheden rekening houden. Daar moest wat op gevonden worden.

De uitkomst is bekend: op koperblaasinstrumenten zijn ventielen gekomen. Daarmee worden kleine stukjes luchtkolom toegevoegd aan de basislengte. Bij de trombone is dat ook gebeurd (ventieltrombone), maar in klassieke muziek wordt eigenlijk altijd de schuiftrombone gebruikt. Hiermee kan de lengte van de luchtkolom op iedere waarde ingesteld worden.





Ventielen

Dit is een pistonventiel.

Er zijn ook draaiventielen.


Kleppenmechaniek op fluiten.

Bij fluiten, hobo's, fagotten en klarinetten zijn er gaten bijgekomen en de gaten zijn vaak groter gemaakt. Meest opvallend is dat op al deze instrumenten een kleppen- en stangenmechaniek is gekomen waardoor kleine variaties in de toonhoogte ingesteld kunnen worden. De basisontwikkeling is van Theobald Böhm (1832) die een dwarsfluit ontwierp met twaalf vingergaten, voor de twaalf tonen in het octaaf. Men spreekt nog steeds van een Böhm-fluit. Hetzelfde principe werd toegepast op de hobo.

Sinds ongeveer 1850 kunnen stukken voor orkest door alle instrumenten meegespeeld worden, of ze nu in C-groot, as, re-mineur, of wat dan ook staan.
Terminologie

De aanduidingen in partituren (bladmuziek) zijn bijna altijd in het Italiaans. Dat is traditie, maar uitzonderingen zijn sinds 1900 niet zeldzaam meer. Bijvoorbeeld bij Mahler zijn er aanwijzingen als Langsam en Lebhaft.

Voor tempo's verzamelde ik de volgende aanduidingen.


Tempo-aanduiding in het Italiaans

Vertaling

adagio

rustig

lento

langzaam

largo

breed

larghetto  adagietto

enigszins breed

moderato

matig snel

andante

vloeiend (“loopsnelheid”)

andantino

iets sneller dan andante

allegretto

een beetje vrolijk en opgewekt

allegro

vrolijk en snel

allegrissimo  vivo

iets sneller dan allegro

vivace

levendig

vivacissimo

zeer levendig

presto (“snel”)

heel snel

prestissimo

niet bij te houden

Deze tempo-aanduidingen zijn ook vaak de namen van delen van een muziekstuk. bijvoorbeeld: het Largo uit de achtste symfonie van Sjostakovitsj.


In aanvulling zijn er vaak aanduidingen voor de “lading”die de muziek moet uitstralen.


Sfeer-aanduidingen in het Italiaans

Vertaling

appassionato

hartstochtelijk

con brio

met vuur

con spirito

met geestdrift

energico

krachtig

freddo

koel

furioso

stormachtig

maestoso

groots, verheven

misterioso

geheimzinnig

In feite stond vivace (levendig) in het verkeerde (eerste) rijtje, maar het is gewoonte geworden dat als een tempo-aanduiding te zien: sneller dan allegro.


Dan zijn er nog wat bijvoeglijke bepalingen.


Aanvullingen in het Italiaans

Vertaling

assai

zeer

molto

veel, rijkelijk

moderato

matig

poco

beetje

Bijvoorbeeld: een allegro moderato is dus wat langzamer dan een allegro.


Tenslotte zijn er aanduidingen hoe luid of zacht de muziek gespeeld moet worden. Dat is altijd in de vorm van afkortingen van p (piano) en f (forte).


Afkorting

Italiaanse term

Vertaling

ppp

pianississimo

ongelooflijk zacht

pp

pianissimo

behoorlijk zacht

p

piano

zacht

mp

mezzopiano

nogal zacht

mf

mezzoforte

normaal

f

forte

hard

ff

fortissimo

zeer hard

fff

fortississimo

ongelooflijk hard


  1   2   3   4


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina