Awbz-pakketmaatregel: Handreiking gemeenten



Dovnload 59.56 Kb.
Datum21.08.2016
Grootte59.56 Kb.
AWBZ-pakketmaatregel: Handreiking gemeenten


Het Ministerie van VWS biedt u met deze brochure een handreiking voor het ondersteunen van mensen met een beperking, die als gevolg van de AWBZ-pakketmaatregel een beroep doen op de gemeente. Deze handreiking bestaat uit een stappenplan en enkele voorbeelden van activiteiten die in dit verband door gemeenten zijn ontwikkeld.


De Wmo

De gemeente is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), die negen prestatievelden kent. De gemeente geeft hieraan invulling, toegespitst op de eigen specifieke situatie. Belangrijke taken die sinds de invoering van de Wmo aan gemeenten zijn toebedeeld, zijn bijvoorbeeld het ondersteunen van mantelzorgers en vrijwilligers. Ook het bieden van ondersteuning aan mensen met een beperking, een chronisch psychisch, of een psychosociaal probleem is een taak voor de gemeente.


Het doel van de Wmo is dat iedereen, jong of oud, met of zonder beperkingen, kan meedoen aan de samenleving. Daarom is in de Wmo onder meer een compensatieplicht voor gemeenten opgenomen. Dit betekent dat een gemeente, als compensatie van de beperkingen die een inwoner ondervindt in zijn zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie, verplicht is hem of haar in staat te stellen een huishouden te voeren, zich te verplaatsen in en om de woning, zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel en medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale verbanden aan te gaan.
Het uitgangspunt van de Wmo is dat mensen in de eerste plaats voor zichzelf zorgen, daarin bijgestaan door familie en vrienden. Ook de versterking van het sociale netwerk en de inzet van vrijwilligers is van groot belang. Dit vraagt om specifiek beleid op buurt- of wijkniveau. Mensen met een beperking kunnen ook een beroep doen op voorzieningen. Als gemeente kunt u hieraan op vernieuwende wijze invulling geven, door verbindingen te leggen tussen verschillende beleidsvelden. Bij de toekenning van een voorziening en het bepalen van het type voorziening moet u rekening houden met de persoonskenmerken en behoeften van de aanvrager en met de capaciteit van iemand om eventueel zelf in een ondersteuningsbehoefte te voorzien.
De AWBZ-pakketmaatregel

De AWBZ is de afgelopen jaren gegroeid in aantal cliënten en uren waardoor de uitgaven in de AWBZ zijn gestegen. Om de kwaliteit en betaalbaarheid van langdurige zorg op lange termijn te kunnen waarborgen, heeft het kabinet besloten de AWBZ terug te brengen naar haar oorspronkelijke doelstelling.


Met ingang van 2009 zijn daarom enkele wijzigingen doorgevoerd. De functies ‘ondersteunende begeleiding’ (OB), ‘activerende begeleiding’ (AB) en ‘behandeling’ zijn samengevoegd tot de nieuwe functies ‘begeleiding’ en ‘behandeling’.
De nieuwe functie ‘begeleiding’ heeft als doel de zelfredzaamheid van mensen te vergroten. Het element van maatschappelijke participatie - zoals dat vroeger onder de functie OB werd geïndiceerd – is daarmee komen te vervallen. Daar komt bij dat mensen nu alleen nog aanspraak kunnen doen op ‘begeleiding’ als sprake is van een matig of ernstig regieverlies en beperkingen. Mensen met lichte beperkingen komen niet meer in aanmerking voor begeleiding op grond van de AWBZ. En mensen die wel recht houden op begeleiding, krijgen mogelijk te maken met een vermindering van het aantal uren begeleiding.
Gemeenten hebben geen nieuwe taak erbij gekregen door deze wijziging, maar mensen die hun recht op AWBZ-zorg verliezen kunnen wel ondersteuning aanvragen bij gemeenten op grond van de Wmo (of op basis van andere domeinen zoals onderwijs of jeugdzorg), als zij niet zelf, of via hun eigen netwerk, in ondersteuning kunnen voorzien.
De effecten

In 2009 zijn alle mensen met een indicatie voor OB en/of AB geherindiceerd door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) en Bureau Jeugdzorg. De verwachting was dat een derde van hen de bestaande aanspraak verliest, een derde een kleinere aanspraak krijgt en een derde de bestaande aanspraak behoudt. De uitwerking van de maatregel komt vooralsnog overeen met deze verwachting.


Omdat er sprake was van een overgangsregeling wordt in de loop van 2010 duidelijk welke vragen om alternatieve ondersteuning aan de gemeente worden gesteld. De cliëntenmonitor langdurige zorg laat vooralsnog zien dat in geval van het deels of volledig verliezen van begeleiding, cliënten in ongeveer 60 procent van de gevallen een eigen oplossing vinden. Een deel van de mensen die begeleiding deels verliezen, of niets meer krijgen, wendt zich voor alternatieve vormen van ondersteuning tot bijvoorbeeld de gemeente, het onderwijs of de jeugdzorg.
De rol van de gemeente

Om gemeenten in staat te stellen burgers te ondersteunen die gevolgen ondervinden van de AWBZ-pakketmaatregel, is structureel € 127 miljoen toegevoegd aan het Wmo-budget.


Voor gemeenten biedt de AWBZ-pakketmaatregel gelegenheid om meer inhoud te geven aan de Wmo. De pakketmaatregel kan een katalysator zijn om bestaande en nieuwe gemeentelijke taken op het gebied van de Wmo vorm te geven. Tegelijk blijkt uit meerdere onderzoeken dat veel gemeenten het lastig vinden om de gevolgen van de pakketmaatregel op dit moment te overzien voor mensen die hun AWBZ-begeleiding (deels) verliezen. Sommige gemeenten zijn proactief aan de slag gegaan om zicht te krijgen op de gevolgen van de AWBZ-pakketmaatregel en benaderen burgers zelf acties. Andere gemeenten helpen vooral cliënten die zich melden bij de gemeente.
Het stappenplan

In deze paragraaf presenteren we een stappenplan waarmee de gemeente de gevolgen van de pakketmaatregel in het gemeentelijk domein kan opvangen. Dit betreft ook de groep mensen die niet eerder een AWBZ indicatie voor begeleiding heeft gehad, maar nu wel een beroep doet op gemeentelijke ondersteuning. Het stappenplan gaat uit van de mogelijke vraag die cliënten aan de gemeente kunnen stellen. Het is van belang te weten om welke doelgroepen burgers het gaat en welke ondersteuningsbehoefte zij hebben en of die vraag onder het compensatiebeginsel valt. Vervolgens moet hieraan inhoud gegeven worden. Deze stappen werken we hieronder verder uit.


1. Ken de doelgroepen

Burgers die ondersteuning vragen bij gemeenten als gevolg van de pakketmaatregel zijn betrekkelijk nieuw in het gemeentelijk domein. Om deze doelgroep adequaat te kunnen ondersteunen is het belangrijk zicht te krijgen op de doelgroepen en de aantallen burgers waar het om gaat.


De doelgroepen

Om zicht te krijgen op de doelgroepen, kunt u zich bijvoorbeeld oriënteren op onderzoek dat in opdracht van het Ministerie van VWS is uitgevoerd. Daarin is, op basis van het toepassen van de nieuwe beleidsregels op de database van het CIZ, nagegaan welke mensen niet meer in aanmerking komen voor begeleiding op grond van de AWBZ. Uit dat onderzoek zijn tien doelgroepen naar voren gekomen die door het CIZ worden geïndiceerd (1 t/m 10) en vier klantgroepen die een indicatie voor begeleiding van het Bureau Jeugdzorg krijgen (A t/m D).


Naast deze klantgroepen vraagt ook de groep mantelzorgers om ondersteuning. Onderstaande klantgroepen worden namelijk vaak ondersteund door mantelzorgers. Door het wegvallen van AWBZ begeleiding kan de ondersteuning door mantelzorgers verder onder druk komen te staan. Het verdient daarom sterke aanbeveling ook deze doelgroep in aard en omvang en ondersteuningsbehoefte in kaart te brengen, zodat u ook daar passende voorzieningen voor kunt treffen.


1

Ouderen met beginnende ouderdomsklachten, zoals vergeetachtigheid en mobiliteitsproblemen, zonder dat een duidelijke diagnose is gesteld.

2

Ouderen met beginnend geheugenverlies en concentratiestoornissen die vaak kampen met gemis van partner of vrienden.

3

Ouderen waarbij beginnende dementie is gediagnosticeerd, die doorgaans nog thuis wonen, vaak een partner hebben en/of mantelzorg krijgen.

4

Volwassenen die als gevolg van chronische invaliderende aandoeningen beperkt zijn in de Persoonlijke Verzorging.

5

Volwassenen die als gevolg van chronische invaliderende aandoeningen licht beperkt zijn in hun psychisch functioneren.

6

Chronisch psychiatrische patiënten, zowel stabiel als instabiel, die niet of niet altijd zelfstandig kunnen functioneren.

7

Volwassenen met somatische of psychiatrische problematiek die ondersteund worden in de gezinssituatie.

8

Mensen met lichte verstandelijke beperkingen die zelfstandig of thuis bij de ouders wonen.

9

Jongeren met lichte gedragsproblemen als gevolg van een lichte verstandelijke beperking, die buiten andere sectoren (zoals psychiatrie, jeugdzorg of justitie) vallen.

10

Mensen met zintuiglijke beperkingen die met diverse hulpmiddelen redelijk tot goed zelfstandig kunnen wonen.

A

Jongeren die bepaalde vaardigheden moeten oefenen.

B

Jongeren waarbij ouders vragen om de ontlasting van de gezinssituatie.

C

Jongeren waarbij ouders niet in staat zijn het kind te ondersteunen.

D

Jongeren die geen hulp van ouders accepteren.

Tabel 1. Doelgroepen burgers die begeleiding verliezen als gevolg van de pakketmaatregel
In de rapportage van dat onderzoek is per klantgroep en de doelgroep mantelzorgers aan de hand van casuïstiek aangegeven welke zorgvraag en ondersteuningsbehoefte deze cliënten doorgaans hebben.
De aantallen

Om per doelgroep zicht te krijgen op de betreffende aantallen cliënten in uw gemeente, kunt u gebruik maken van de gegevens die het CIZ hiervoor op postcodeniveau verstrekt. Het CIZ geeft ook informatie over de grondslag en leeftijdscategorie. Deze krijgt u sinds 2009 aangeleverd in een kwartaalrapportage. Zo kunt u zien hoeveel mensen geen begeleiding, minder begeleiding of juist meer begeleiding krijgen. De groep die niet eerder een beroep op AWBZ-begeleiding heeft gedaan maakt geen onderdeel uit van de rapportage. Het CIZ kan de beschikbare gegevens ook op cliëntniveau aanleveren, mits de cliënt hiervoor toestemming geeft. Dit betreft een maandelijkse rapportage waarvoor u zich bij het CIZ moet aanmelden. In de praktijk blijkt dat ongeveer tweederde van de cliënten ermee instemt dat het CIZ wijzigingen in de begeleiding doorgeeft aan gemeenten.


Een gedeelte van de mensen die hun begeleiding verliezen vindt hiervoor zelf een oplossing. Anderen kloppen bijvoorbeeld aan bij MEE voor tijdelijke ondersteuning bij het zoeken naar alternatieven. Weer anderen vertonen zorgmijdend gedrag. Dit maakt het voor gemeenten lastig om in te schatten hoeveel burgers daadwerkelijk een beroep zullen doen op de Wmo.
Door nadere informatie op te vragen bij MEE in uw regio krijgt u zicht op de verschillende doelgroepen, cijfers op gemeentelijk niveau, gedetailleerde cliëntinformatie en informatie over mogelijke hiaten in het aanbod die bij deze organisatie zijn gemeld. Door gebruik te maken van de gemeentelijke basisadministratie en gegevens van het Sociaal Cultureel Planbureau kunt u deze gegevens extrapoleren naar uw eigen gemeente.
Voor meer informatie over de aantallen mensen in uw gemeente die begeleiding hebben verloren, kunt u ook terecht bij zorgaanbieders en welzijnsorganisaties in uw gemeente, evenals bij cliëntenraden, vrijwilligersorganisaties en mantelzorgsteunpunten. Zij kunnen ook aangeven welke doelgroepen mogelijk zorgmijdend gedrag vertonen.
Het verdient aanbeveling periodiek en structureel met al deze partijen overleg te voeren. Geen enkele partij heeft namelijk een totaalbeeld van de doelgroep. Bovendien kunnen zich ook mensen melden die niet eerder ondersteuning uit de AWBZ hebben gehad, maar nu wel een beroep op gemeenten doen omdat ondersteuning nodig is voor hen en op grond van de AWBZ niet meer verkregen kan worden.
Het college van B&W van een gemeente wil zicht krijgen op de doelgroepen die als gevolg van de pakketmaatregel begeleiding vanuit de AWBZ (deels) verliezen. Hiervoor neemt de gemeente contact op met MEE in hun regio. De gemeente verzoekt MEE te onderzoeken welke doelgroepen in de gemeente in het bijzonder gevolgen ondervinden van de pakket­maatregel. MEE heeft zicht op deze doelgroepen omdat zij in opdracht van het Ministerie van VWS voorziet in een tijdelijke ondersteuning bij het zoeken naar alternatieven voor begeleiding. MEE initieert netwerkbijeenkomsten over mogelijke alternatieven en denkt mee bij het zoeken naar oplossingen.
Een gemeente vraagt zich af wat de wijzigingen in de AWBZ betekenen voor haar taken en verantwoordelijkheden. Om zicht te krijgen op de samenstelling en omvang van de doelgroepen organiseert de gemeente een brainstormsessie met vertegenwoordigers van zorgaanbieders, welzijnsorganisaties en cliëntenorganisaties. De doelstelling van de bijeenkomst is bewustwording bij alle betrokken partijen wat betreft de effecten van de AWBZ pakketmaatregel. Daarnaast draagt de bijeenkomst bij aan de ontwikkeling van een gemeentelijke Wmo-visie.
In een gemeente is de Wmo-indicatiestelling uitbesteed aan het CIZ. Het CIZ kent de huidige AWBZ zorgbehoefte en in het geval van (deels) verlies van begeleiding de resterende Wmo behoefte van de betreffende burger. De gemeente vraagt het CIZ om de situatie van de cliënt die niet meer in aanmerking komt voor AWBZ begeleiding in kaart te brengen en waar gewenst Wmo hulp bij het huishouden te indiceren als ondersteuning. Het CIZ rapporteert over deze groep in kwartaalrapportages naar de gemeente. Het CIZ rapporteert ook aan de gemeente over de groep die voor het eerst een beroep doet op de gemeente, en die niet eerder begeleiding vanuit de AWBZ heeft ontvangen. De rapportages van het CIZ zorgen er voor dat deze ook in beeld komt voor de gemeente.

2. Weet wat nodig is

Om goed te kunnen inspelen op vragen van burgers die begeleiding verliezen is het belangrijk om niet alleen zicht te hebben op de aantallen burgers die in uw gemeente begeleiding verliezen.


Inzicht krijgen in de ondersteuningsbehoefte van de verschillende doelgroepen is van even groot belang. Dit kan door zo goed mogelijk in kaart te brengen wat het huidige gebruik van AWBZ begeleiding is, welke begeleiding mensen verliezen en welk beroep zij mogelijk doen op de Wmo.
Het eerder genoemde onderzoek biedt hiervoor een eerste aanzet. Daarin is per klantgroep globaal aangegeven waaruit de AWBZ-begeleiding bestond, waarbij in de nieuwe situatie het element van maatschappelijke participatie is komen te vervallen. In globale termen wordt OB/AB om de volgende reden geïndiceerd:

  • bieden van ondersteuning bij praktische vaardigheden/handelingen ten behoeve van zelfredzaamheid;

  • bieden van toezicht;

  • bieden van ondersteuning bij het oefenen met het aanbrengen van structuur, het voeren van regie en/of het uitvoeren van handelingen die zelfredzaamheid tot doel hebben.


De ondersteuningsbehoeften

Voor het verhelderen van de ondersteuningsbehoeften van mensen die begeleiding verliezen kunt u te rade gaan bij cliëntenorganisaties, maar ook bij cliënten zelf en hun mantelzorgers. Ook zorgaanbieders, welzijnorganisaties en organisaties voor informele zorg binnen uw gemeente en/of regio kunnen hierin verdieping aanbrengen. Daarnaast kan gebruik worden gemaakt van recent verschenen onderzoeken, rapportages en evaluaties. U kunt deze gegevens zelf verzamelen, maar ook één van de genoemde organisaties inschakelen.


MEE-organisaties ondersteunen mensen bij het zoeken naar alternatieven. Van de ruim 3.500 cliënten die zich in 2009 bij MEE hebben gemeld, is de ondersteuningsvraag dus bekend. Deze is onderverdeeld naar verschillende leefgebieden (zoals wonen en samenleven, leren en werken, regelgeving en geldzaken, vrije tijd en sport, vrienden en relaties, jeugd en gezin, zingeving en inspiratie). U kunt de regionale MEE-organisatie vragen aan te geven met welke vragen de inwoners van uw gemeente zich hebben gemeld.
Ook de cliëntenmonitor langdurige zorg geeft meer informatie over de ondersteunings­behoefte van bovengenoemde doelgroepen. Zo krijgt 40% van gezinnen met een gehandicapt kind, of een kind dat psychische problemen heeft, te maken met afnemende hulp uit de AWBZ. Zij hebben minder kans om de ontwikkeling van hun kind te stimuleren. De grote(re) belasting van het gezin en/of de mantelzorger betekent ook dat ouders minder tijd voor eventuele andere kinderen of zichzelf hebben.
Bijna de helft van de volwassenen met een chronische ziekte of handicap gaat achteruit in de toegekende begeleiding. De resterende hulp wordt veelal als ontoereikend ervaren. Mensen kunnen onvoldoende meedoen in de samenleving en hebben te maken met dreigende eenzaamheid. Een derde van deze groep twijfelt of men nog wel zelfstandig kan blijven wonen. Dit kan tot extra belasting van de mantelzorgers leiden.
De helft van de groep mensen met psychiatrische problematiek (volwassenen) krijgt minder begeleiding uit de AWBZ. Driekwart van hen ervaart deze situatie als buitengewoon moeilijk. Mensen kunnen zich niet goed redden in het dagelijks leven,het aantal sociale contacten neemt af en mantelzorgers raken mogelijk overbelast. Ook is soms begeleiding nodig bij ziekte ter ondersteuning van de wijkverpleging.
Van de ouderen met een langdurige hulpbehoefte geeft 40% aan dat een nieuwe indicatie heeft geleid tot minder AWBZ-zorg. Dagactiviteiten vallen weg en mensen zijn bang voor vereenzaming en overbelasting van hun partner. Ook hier kan extra druk op de partner en/of de mantelzorgers ontstaan.

Een gemeente wil zicht krijgen op de ondersteuningsbehoeften van ouderen en chronisch psychiatrische burgers. De AWBZ begeleiding die zij ontvingen is in veel gevallen gericht op regievoering. Het is bekend dat een deel van deze groepen zorgmijdend gedrag kan gaan vertonen. Het bestaande dienstenaanbod vanuit de Wmo sluit nog niet aan bij de specifieke wensen van deze doelgroep. De gemeente besluit om tijdelijk ter overbrugging hulp in de huishouding aan te bieden. Hoewel sprake is van een ‘second best’ oplossing wordt verwaarlozing voorkomen en biedt het de gemeente de kans om specifieke behoeften van ouderen en chronisch psychiatrische burgers in beeld te krijgen. In de tussentijd wordt uitgediept welke ondersteuningsbehoefte deze doelgroepen en hun mantelzorgers hebben. Hiervoor doet de gemeente een inventariserend onderzoek onder de huidige zorgaanbieders, maar ook onder welzijnsorganisaties die met aanpassing van het aanbod passende ondersteuning kunnen bieden.
Een gemeente geeft het Wmo-loket opdracht om in kaart te brengen welke doelgroepen te maken hebben met de AWBZ pakketmaatregel en wat de ondersteuningsbehoeften van deze burgers zijn. De gemeente kiest ervoor om alle burgers, die aan het CIZ hebben aangegeven dat wijzigingen in de begeleiding mogen worden doorgegeven aan de gemeente, uit te nodigen voor een Wmo-spreekuur. Dit doet het Wmo-loket door iedereen telefonisch te benaderen. Daarnaast plaatst de gemeente een oproep in een huis aan huis blad. Tijdens het spreekuur wordt antwoord gezocht op de vraag welke behoeften de burgers en mantelzorgers hebben en op welk levensterrein zij knelpunten ervaren. Het benaderen van burgers en mantelzorgers kan ook plaatsvinden door een intermediair.
In het kader van een Wmo-pilot besluit een gemeente alle cliënten die te maken hebben met de pakketmaatregel volgens de CIZ-informatie te bezoeken. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een brede, integrale vragenlijst waarmee professionals van meerdere organisaties de cliënten beoordelen om te bepalen welke bijdrage vanuit de pilot kan worden geleverd. Voor het zoeken naar (creatieve) oplossingen, wordt in het integrale lokale zorgnetwerk intensief door alle betrokkenen samengewerkt en afgestemd.

3. Kies aanknopingspunten en een rol

Als u zicht hebt op de doelgroepen die door de AWBZ-pakketmaatregel getroffen worden, de aantallen en de ondersteuningsbehoefte bepaalt u op welke wijze u passende invulling wilt geven aan het Wmo-compensatiebeginsel.


De aanknopingspunten

U kunt er voor kiezen burgers op verschillende wijzen te ondersteunen:



  • U kunt bijvoorbeeld prioriteit geven aan het versterken van de ‘Eigen Kracht’ van burgers, zodat zijzelf eigen oplossingen kunnen vinden als het gaat om zelfredzaam­heid en maatschappelijk participatie;

  • U kunt focussen op versterking van het sociale netwerk voor mensen die begeleiding verliezen. Hierbij kunt u denken aan het ondersteunen van mantelzorgers zoals partners, familie, vrienden, kennissen of buren, maar ook aan de inzet van vrijwilligers, zoals van kerken en verenigingen.

  • U kunt zich richten op het bieden van voorzieningen voor burgers met bepaalde specifieke behoeften aan ondersteuning. Daarbij kunt u denken aan:

  • voorzieningen die mensen met beperkingen tot sociale participatie brengen (welzijn, dagvoorziening, et cetera);

  • herkenbare plekken waar mensen in kwetsbare posities terecht kunnen (bijvoorbeeld inloophuizen voor mensen met psychische problematiek);

  • de versterking van het sociale netwerk van mensen (bijvoorbeeld met subsidies voor een Alzheimercafé, mantelzorgsteunpunten, maatjes­­projecten);

  • het bieden van individuele hulp aan mensen die vastlopen in samenleving (voorbeeld: ouderenadviseurs en vrijwillige adviseurs naast de beroepskrachten);

  • het beschikbaar stellen van budgetten voor welzijnsvoorzieningen op wijk- of dorpsniveau ten behoeve van mensen met beperkingen of ter ondersteuning van mantelzorgers;

  • het belonen van woningcorporaties die zich extra inspannen als het gaat om woonvoorzieningen voor volwassenen met een lichte, verstandelijke handicap, of met lichte, psychische problematiek.


Rolkeuze

Met de invoering van de Wmo is de rol van de gemeente wezenlijk veranderd. Om te waarborgen dat mensen die hun begeleiding verliezen in passende mate worden ondersteund, ligt een regierol voor de hand. Deze kan op verschillende manier worden ingevuld:



  • U kunt er bijvoorbeeld voor kiezen om de rol van zorginkoper in te nemen, waarbij u gebruik maakt van bestaand aanbod bij instellingen voor zorg en/of welzijn.

  • Ook kunt u er voor kiezen als ‘regisseur’ nieuwe verbindingen tot stand te brengen tussen de verschillende betrokken partijen en tussen de formele (professionele) en de informele (vrijwillige) vormen van hulpverlening op wijk- en buurtniveau.

De keuze daarbij is ook of u als gemeenten optreedt als:



  • Initiator die dit proces van samenwerking en verbinding gaat organiseren en trekken;

  • Facilitator die de betrokkenen partijen gaat ondersteunen en stimuleren zelf met voorstellen te komen.




    Afstemming met relevante partners is in ieder geval noodzakelijk. Vanwege de raakvlakken met (resterende) AWBZ zorg, is het van belang om af te stemmen met het zorgkantoor. De aard en inhoud van de nieuwe functie begeleiding maakt het voor de gemeente relevant te weten welke ondersteuning wordt geleverd. Het is in het belang van de cliënten dat het gemeentelijke aanbod aansluit op het AWBZ pakket. Afstemming daarover kan er bovendien toe leiden dat de alternatieven in de sfeer van de Wmo eenvoudiger zijn te organiseren.



Afhankelijk van de lokale situatie kunt na afstemming:


Aansluiting bij bestaande voorziening:

In een gemeente is een inloophuis voor en door burgers met een chronisch psychiatrisch probleem. Dit is een georganiseerde vorm van onderlinge steun waarbij ontmoeten en delen centraal staan. De voorziening bestaat al enkele jaren en is vanuit de Wmo gefinancierd. In het kader van het opvangen van de pakketmaatregelen kiest de gemeente ervoor om de bestaande voorziening uit te breiden. Hiervoor stelt zij financiële middelen beschikbaar.

Met het Wmo-loket en MEE zijn afspraken gemaakt over doorverwijzing naar het inloophuis.
Inrichten van een nieuwe voorziening:

In een gemeente hebben vrijwel uitsluitend ouderen te maken met de AWBZ pakket­maatregel. De gemeente kiest er voor om een lokaal initiatief voor dagbesteding van een zorgaanbieder en ouderenbond te subsidiëren. De ouderenadviseurs van de gemeente leggen een huisbezoek af bij elke oudere die AWBZ Dagbesteding verliest. Indien van toepassing worden de burgers verwezen naar de Dagopvang. Drie dagdelen per week kunnen ouderen onder begeleiding van vrijwilligers en verpleegkundigen deelnemen aan een divers activiteitenaanbod, gecombineerd met een maaltijd. Na evaluatie wordt gekeken of, en zo ja, hoe verder wordt gegaan met de dagbesteding. Als het nodig is kan de dagbesteding ook naar andere doelgroepen worden uitgebreid.
Vijf regionaal samenwerkende gemeenten hebben de mantelzorgondersteuning uitbesteed aan een regionale stichting. Onderdeel van de mantelzorgondersteuning is het versterken van de mogelijkheden voor (professionele) respijtzorg thuis en logeeropvang. Dit om met de inzet van professionele zorg mantelzorgers tijdelijk te ontlasten van hun taken. In het verlengde van de pakketmaatregel zijn in het traject gesprekken gevoerd met de mantelzorgers, zorgkantoren, het CIZ en de zorgaanbieders. Er wordt nu een convenant opgesteld waarin ook afspraken worden gemaakt over de (professionele) respijtzorg van cliënten die gevolgen ondervinden van de pakketmaatregel. Daarbij wordt vooral gekeken naar de mantelzorgers van (dementerende) ouderen.
Een gemeente heeft, samen met vier verzorgingshuizen en een welzijnsstichting, geconstateerd dat een voorziening in de vorm van een activiteiten- en ontmoetingscentrum gewenst is. Dit als gevolg van de pakketmaatregel, de vergrijzing en de behoefte aan respijtzorg. In de buurt wonen veel mensen waarbij eenzaamheid en zingeving vaak tot een diversiteit aan klachten leidt. Mensen voelen zich dan overbodig. In het centrum kunnen mensen daarom niet alleen binnenlopen voor een kop koffie, maar ook één of meerdere dagdelen per week verblijven en deelnemen aan diverse activiteiten. Hierbij gaat het om zaken als gymnastiek, biljarten, een film kijken, muziek maken, spelletjes doen, samen eten, een excursie, et cetera. Het centrum gaat vooral uit van wat mensen zelf kunnen, en kent daarom een hoge vorm van zelforganisatie. Zo wordt een alternatief geboden aan de mensen die nu gebruik maken van de dagverzorging, maar niet meer in aanmerking komen voor AWBZ-financiering. In de toekomst wordt deze doelgroep uitgebreid met andere mensen. In het centrum worden getrainde vrijwilligers ingezet.
Focus op eigen kracht en sociaal netwerk:

In een gemeente is gekozen voor een ambitieuze invulling van de Wmo. Voor alle jongeren die begeleiding verliezen door de pakketmaatregel betekent dit dat wordt nagegaan wat zij zelf kunnen en welk beroep kan worden gedaan op het sociaal netwerk. Hierbij maakt de gemeente gebruik van een ‘vlechtwerk’ van zorgaanbieders en welzijnsorganisaties. Tijdens de casusbesprekingen wordt gezocht naar slimme oplossingen voor ondersteuningsbehoeften. Hierbij worden tussen betrokken partijen creatieve dwarsverbanden gelegd. De gemeente heeft een belangrijke initiërende, regisserende en faciliterende rol (budget beschikbaar stellen). De gemeente streeft naar een vergelijkbare benadering voor andere doelgroepen.
Een andere gemeente maakt gebruik van Eigen Kracht-conferenties. Dit zijn besloten bijeenkomsten waar families in eigen kring, soms met buren, leerkrachten enzovoort, een plan maken om hun problemen op te lossen en/ of af te stemmen wie er in een netwerk iets voor een persoon kan doen. De Eigen Kracht-conferentie biedt een model voor besluit­vorming binnen een familie bij problemen. Dit betreft bijvoorbeeld families waarin problemen zijn ontstaan als gevolg van de chronisch psychiatrische problematiek van een ouder/kind of families waarin onenigheid is ontstaan omtrent de zorg voor een demente ouder.

4. Organiseer de ontwikkeling

Op basis van de vorige stappen heeft u nu alle informatie beschikbaar over de vraag en het gewenste ondersteuningsaanbod. Het is mogelijk dat u nieuw aanbod moet ontwikkelen om de gemeentelijke doelstellingen te realiseren. U heeft een keuze gemaakt wat u naar aanleiding van de AWBZ-pakketmaatregel wil bereiken, welke rol u daarbij kiest en welke samenwerkingspartners nodig/gewenst zijn.


Ongetwijfeld werkt u daarin samen met partijen uit het veld. Het is dan ook van belang dat u nagaat welke welzijnsorganisaties, zorgaanbieders en organisaties voor informele zorg op de relevante terreinen binnen de gemeente actief zijn en welke diensten en producten zij nu of toekomstig willen en kunnen leveren. U kunt met hen in gesprek gaan over welke ondersteuning en diensten zij op grond van de Wmo kunnen leveren voor uw burgers en hun ondersteuningsbehoefte.
Het ontwikkelen van nieuwe vormen van ondersteuning kost tijd. Daarom kunt u overwegen voor een bepaalde (beperkte) periode ondersteuning te bieden aan burgers die gevolgen ondervinden van de pakketmaatregel AWBZ via de bestaande (AWBZ)voorzieningen. U kunt daarbij denken aan dagopvang voor (dementerende) ouderen en mensen met psychiatrische beperkingen.
In een gemeente voeren vrijwilligers en ouderenwerkers activerende huisbezoeken uit bij sociaal geïsoleerde en eenzame ouderen om ze te stimuleren actief mee te doen in de wijk. Bij deze mensen worden niet alleen hun problemen, maar ook hun sociale netwerk in kaart gebracht. Er wordt toegewerkt naar concrete afspraken om weer ‘in beweging’ te komen. De buurtgerichte werkwijze richt zich sterk op het matchen van de hulpvragen en het welzijnsaanbod in de wijk. De vrijwilligers en ouderenwerkers krijgen hiervoor een training en coaching aangeboden door een instelling voor maatschappelijke dienstverlening, een organisatie voor maatschappelijke ontwikkeling, een opbouwwerkorganisatie en een protestantse kerk.
Een gemeente heeft gekozen voor een vernieuwende vorm van dagbesteding. Dit om de Pakketmaatregelen op te vangen, maar nadrukkelijk ook als participatie-instrument om eenzaamheid en sociaal isolement te bestrijden. In een ambtelijke projectgroep - versterkt met externe ondersteuning - zijn de eerste uitgangspunten en doelstellingen benoemd. Vervolgens is met lokale aanbieders van zorg en welzijn en andere partijen (horeca, hobbywerkplaats, et cetera) het concept ontwikkeld. Dit is een voorziening waarbij de nadruk ligt op het individueel ‘zelfstandig’ activeren van burgers met een lichte beperking, in plaats van het voor hen organiseren van dagvullende activiteiten. Het gaat om het stimuleren van de eigen kracht, de zelfredzaamheid en mogelijkheden van de burger, in combinatie met het zo goed mogelijk benutten en eventueel verbreden van zijn persoonlijke netwerk en steunsystemen. De bedoeling is dat burgers met beperkingen de mogelijkheid krijgen zich laagdrempelig te laten ondersteunen bij hun eigen, individuele zoektocht naar een voor hen zinvolle besteding van de dag(en). Er wordt optimaal gebruikgemaakt van de in de wijk aanwezige zorg – en welzijnslocaties. Ondersteuning wordt voornamelijk geleverd door vrijwilligers, met een coördinerende rol vanuit de betrokken zorg– en welzijns­organisaties. In januari 2010 zijn drie pilots van start gegaan. Onder leiding van de gemeente zijn voortgangoverleg en evaluatie ingepland. Afhankelijk van het succes wordt besloten of de pilotfase uitgebreid moet worden. De gemeente financiert de pilots.
Een gemeente heeft de ambitie om op wijkniveau vraag en aanbod van ondersteunings­diensten op maat te realiseren, variërend van eenvoudige reparaties tot ondersteuning bij verzorging of begeleiding van sociale activiteiten. Hierdoor kunnen mensen met een beperking langer zelfstandig blijven wonen, terwijl mensen die niet (meer) werkzaam zijn op de arbeidsmarkt meer participeren in de maatschappij door deel te nemen aan activiteiten in hun eigen wijk. De gemeente heeft eerst onderzocht waar op wijkniveau behoefte aan is. Vervolgens is draagvlak gecreëerd bij lokale organisaties die betrokken zijn in de wijk. Dit heeft geleid tot een woonzorgservicepunt. Door de koppeling van vraag (bij mensen met een beperking) en aanbod (gerealiseerd door mensen met een WWB-uitkering) van diensten worden beide groepen meer betrokken bij de samenleving en wordt de betrokkenheid bij de samenleving(wijk) bevorderd. Deze ontwikkeling leidt er toe dat de sociale cohesie in de wijk wordt versterkt. Het project loopt in ieder geval tot 2011. afhankelijk van het succes wordt het project voortgezet waarbij projectgelden worden omgezet naar structurele inkomsten.
In een gemeente wonen relatief veel mensen die zich in een uitkeringssituatie bevinden en die niet actief participeren in hun leefomgeving. De gemeente heeft een methode voor integrale wijkaanpak ontwikkeld, met als doel inwoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt te bereiken en te activeren. De insteek is in eerste instantie het verrichten van niet betaalde activiteiten in de wijk (klussen in het openbaar gebied, en/of bij mensen thuis). De deelname is tijdelijk, waarbij de deelnemers trainingen volgen, groepsopdrachten doen en individuele doelen stellen. Het doel is dat deze doelgroep uiteindelijk doorstroomt naar stages, vrijwilligerswerk re-integratietrajecten of betaald werk. Uiteindelijk wordt er naar gestreefd dat de wijkbewoners weer de regie over hun leven in eigen hand nemen en meedoen in de samenleving.

Kortom, de gemeente kan het opvangen van de gevolgen van de AWBZ pakketmaatregel begeleiding zien als een uitdaging om de Wmo beleidsrijk in te vullen. Door de komst van nieuwe, relatief onbekende groepen cliënten, wordt de vraag actueel hoe de gemeente invulling geeft aan het compensatiebeginsel. Het nadenken over en organiseren van alternatieven voor cliënten die de AWBZ-begeleiding (deels) missen, vraagt om bewuste keuzes en acties van de gemeente.



Bijlage 1

Wilt u meer informatie over de AWBZ pakketmaatregel en de Wmo? Dat kan door gebruik te maken van de onderstaande verwijzingen naar websites en organisaties.




  • Op de website van het invoeringsbureau Wmo van het Ministerie van VWS vindt u meer specifieke informatie over de AWBZ pakketmaatregel 2009. Onder andere de uitgebreide beschrijving van de klantgroepen en een beschrijving van de kanteling zijn hier te vinden. Kijk op www.invoeringwmo.nl onder de thema’s, bij Ondersteunende Begeleiding.



  • Op de website van het Ministerie van VWS staat een overzicht van de veranderingen in de AWBZ waar zorginstellingen mee te maken krijgen. De belangrijkste veranderingen komen hierbij voort uit de pakketmaatregel voor de functie begeleiding. Kijk op www.rijksoverheid.nl/ministeries/vws bij het onderwerp ‘AWBZ’.



  • De website van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) biedt informatie over de veranderingen in de AWBZ, het project herindicaties voor mensen met begeleiding en rapportages aan gemeenten. Informatie over het project herindicatie en vragen- en antwoordenlijst kunt u vinden via de website van het CIZ. Heeft u een andere vraag? Bel dan het Centraal Informatiepunt AWBZ-zorg, telefoonnummer 0900 – 1404, of kijk op www.cizmo.nl.



  • De website van de VNG over maatschappelijke ondersteuning biedt een actueel en uitgebreid overzicht van documenten en praktijkvoorbeelden. Inclusief informatie over het Wmo project de kanteling en wonen, welzijn en zorg. Kijk op www.vng.nl/wmo en www.vng.nl bij het beleidsveld Wonen en Zorg.



  • De website van MEE biedt informatiefolders en rapportages met informatie over cliënten die zich bij MEE hebben gemeld voor de AWBZ pakketmaatregel en signalen en trends die MEE organisaties op basis van hun ervaringen constateren. MEE-organisaties hebben een landelijke dekking. Een MEE-organisatie bij u in de buurt en een overzicht van alle MEE-organisaties vindt u op www.mee.nl of via het landelijk telefoonnummer 0900-9998888.



  • Op de website van Mezzo vindt u meer informatie over de ondersteuning van mantelzorg en vrijwilligerszorg. In het Wmo-dossier zijn verschillende handreikingen opgenomen die gemeenten kunnen gebruiken bij de realisatie van hun Wmo-beleid en bij het waarderen van mantelzorgers. Kijk op www.mezzo.nl of bel 030-6592222.



  • Verwijzingen naar rapportages:

    • Cliëntenmonitor langdurige zorg. Veranderende toegang tot de AWBZ: ervaringen van zorgvragers en cliënten in 2009. De Cliëntenmonitor AWBZ beschrijft de ervaringen van zorgvragers en cliënten. Het is een gezamenlijk initiatief van: Centrale Samenwerkende Ouderenorganisaties, Chronisch zieken en Gehandicapten Raad, Landelijk Platform Geestelijke Gezondheidszorg, LOC Zeggenschap in zorg, Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie, Per Saldo en Platform VG. In samenwerking met Mezzo, Zorgbelang Nederland en de regionale zorgbelang organisaties. Voor meer informatie zie www.npcf.nl.

    • Eindrapport Op zoek naar begeleiding. Eerste resultaten van onderzoek onder chronisch zieken, ouderen, lichamelijk en verstandelijk gehandicapten. Een onderzoek in opdracht van de landelijke cliëntenorganisaties en ouderenbonden. Voor meer informatie zie www.npcf.nl.

    • MEE signaal. Kwartaal rapportages pakketmaatregel AWBZ. Het doel van de rapportages is om te informeren over de cliëntondersteuning van MEE-organisaties bij de pakketmaatregel AWBZ. Deze kwartaalrapportages schetsen het beeld van cliëntaantallen, cliëntinformatie, signalen en ontwikkelingen in het veld in 2010 vanuit het perspectief van de MEE-organisaties. Voor meer informatie zie www.meenederland.nl.

    • MOVISIE Wmo Trendrapport 2010. Het spel op het maatschappelijk middenveld. Voor meer informatie zie www.movisie.nl.

    • Sociaal en Cultureel Planbureau. Op weg met de Wmo. Evaluatie van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2007-2009. Voor meer informatie zie www.scp.nl.

    • SGBO. Jaarpublicatie Benchmark Wmo 2009. Resultaten over het jaar 2008 Voor meer informatie zie www.sgbo.nl.







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina