B. S. 1 februari 2011) Gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van: 10 juni 2011



Dovnload 0.73 Mb.
Pagina1/17
Datum27.09.2016
Grootte0.73 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   17


VLAREL – gecoördineerde versie 3 mei 2013





Besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010 tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake erkenningen met betrekking tot het leefmilieu (VLAREL)
(B.S. 1 februari 2011)
Gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van:
10 juni 2011 (B.S. 2 augustus 2011)

1 maart 2013 (B.S. 23 april 2013)

DE VLAAMSE REGERING,


Gelet op de wet van 28 december 1964 betreffende de bestrijding van de luchtverontreiniging, artikel 1 en 4;


Gelet op de wet van 18 juli 1973 betreffende de bestrijding van de geluidshinder, artikel 7;
Gelet op de wet van 28 maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw- en zeevisserijproducten, artikel 3, §1;
Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 20 en artikel 87, §1;
Gelet op het decreet van 24 januari 1984 houdende maatregelen inzake het grondwaterbeheer, artikel 3 en artikel 12;
Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, artikel 20, artikel 22ter tot en met 22novies en artikel 29;
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, artikel 3.2.1, §§ 6, 7 en 10, artikel 3.3.2, §5, artikel 4.3.2 en artikel 10.2.4, §§ 4 en 5, artikel 16.1.2, 1°, f), artikel 16.3.9, §2, artikel 16.3.16 en artikel 16.4.27;
Gelet op het decreet van 24 mei 2002 betreffende water bestemd voor menselijke aanwending, artikel 7, §4;
Gelet op het decreet van 19 december 2003 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2004, artikel 25;
Gelet op het decreet van 27 maart 2009 houdende wijziging van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, wat betreft de aanvulling met een regeling inzake erkenningen, en houdende wijziging van diverse andere wetten en decreten, artikel 15;
Gelet op de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, artikel 4.7.13, tweede lid;
Gelet op het koninklijk besluit van 2 april 1974 houdende de voorwaarden en modaliteiten voor de erkenning van de laboratoria en lichamen die, in het kader van de bestrijding van de geluidshinder, belast zijn met het beproeven van en de controle op apparaten en inrichtingen;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 22 maart 1984 tot vaststelling van de voorwaarden voor de erkenning van laboratoria ter uitvoering van het decreet van 24 januari 1984 houdende maatregelen inzake het grondwaterbeheer;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 23 maart 1989 houdende organisatie van de milieueffectbeoordeling van bepaalde categorieën van hinderlijke inrichtingen;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 23 maart 1989 houdende bepaling voor het Vlaamse Gewest van de categorieën van werken en handelingen, andere dan hinderlijke inrichtingen, waarvoor een milieueffectrapport is vereist voor de volledigheid van de aanvraag van een bouwvergunning;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 24 maart 1993 tot vaststelling van de modaliteiten voor de subsidiëring van de aankoop van apparatuur voor geluidsmetingen door provincie- en gemeentebesturen;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 29 juni 1994 tot vaststelling van de voorwaarden voor de erkenning van laboratoria voor wateranalyse;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 13 december 2002 houdende reglementering inzake de kwaliteit en levering van water, bestemd voor menselijke consumptie;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juli 2005 tot instelling van een bedrijfstoeslagregeling en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers en tot toepassing van de randvoorwaarden, artikel 9;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 2006 betreffende het onderhoud en het nazicht van stooktoestellen voor verwarming van gebouwen of voor de aanmaak van warm verbruikswater;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid;
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 22 september 2010;
Gelet op advies 48.780/3 van de Raad van State, gegeven op 26 oktober 2010, met toepassing van artikel 84, §1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op voorstel van de Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur;
Na beraadslaging,

BESLUIT:



HOOFDSTUK 1

DEFINITIES EN TOEPASSINGSGEBIED



Artikel 1. Dit besluit voorziet in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt, in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van [beroepskwalificaties, in] de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2009/90/EG van de Commissie van 31 juli 2009 tot vaststelling van technische specificaties voor de chemische analyse en monitoring van de watertoestand krachtens Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad [en in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2010/31/EU van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 betreffende de energieprestatie van gebouwen (herschikking)].
Gewijzigd bij artikel 85 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
Art. 2. De bepalingen van dit besluit zijn van toepassing op de erkenningen, vermeld in artikel 6, die bij wet, decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan, worden ingesteld voor het uitoefenen van bepaalde functies, het verstrekken van opleidingen, het nemen van monsters en het uitvoeren van metingen, beproevingen en analyses door rechtspersonen of natuurlijke personen.
Art. 3. De minister kan de bijlagen bij dit besluit wijzigen, met uitzondering van bijlage 11.
Art. 4. [§1]. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:

  1. wet Geluidshinder: de wet van 18 juli 1973 betreffende de bestrijding van de geluidshinder;

  2. decreet Milieubeleid: het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid;

  3. titel I van het VLAREM: het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning;

  4. titel II van het VLAREM: het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne;

  5. besluit inzake het onderhoud en nazicht van [centrale] stooktoestellen: het besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 2006 betreffende het onderhoud en het nazicht van [centrale] stooktoestellen voor verwarming van gebouwen of voor de aanmaak van warm verbruikswater;

  6. [de afdeling, bevoegd voor erkenningen:] de afdeling Milieuvergunningen van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie, zoals thans bepaald met toepassing van artikel 10 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 oktober 2003 tot regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de hoofden van de departementen van de Vlaamse ministeries;

  7. de afdeling, bevoegd voor milieuvergunningen: de afdeling Milieuvergunningen van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie, zoals thans bepaald met toepassing van artikel 10 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 oktober 2003 tot regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de hoofden van de departementen van de Vlaamse ministeries;

  8. de afdeling, bevoegd voor geluidshinder: de afdeling Lucht, Hinder, Risicobeheer, Milieu en Gezondheid van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie, zoals thans bepaald met toepassing van artikel 10 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 oktober 2003 tot regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de hoofden van de departementen van de Vlaamse ministeries;

  9. de afdeling, bevoegd voor luchtverontreiniging: de afdeling Lucht, Hinder, Risicobeheersing, Milieu en Gezondheid van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie, zoals thans bepaald met toepassing van artikel 10 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 oktober 2003 tot regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de hoofden van de departementen van de Vlaamse ministeries;

  10. de afdeling, bevoegd voor milieueffectrapportage: de afdeling Milieu-, Natuur- en Energiebeleid van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie, zoals thans bepaald met toepassing van artikel 10 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 oktober 2003 tot regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de hoofden van de departementen van de Vlaamse ministeries;

  11. de afdeling, bevoegd voor natuurlijke rijkdommen: de afdeling [Land en Bodembescherming, Ondergrond, Natuurlijke Rijkdommen] van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie, zoals thans bepaald met toepassing van artikel 10 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 oktober 2003 tot regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de hoofden van de departementen van de Vlaamse ministeries;

  12. de afdeling, bevoegd voor bodembescherming: de afdeling [Land en Bodembescherming, Ondergrond, Natuurlijke Rijkdommen] van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie, zoals thans bepaald met toepassing van artikel 10 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 oktober 2003 tot regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de hoofden van de departementen van de Vlaamse ministeries;

  13. de afdeling, bevoegd [voor het toezicht] volksgezondheid: de afdeling Toezicht Volksgezondheid van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid;

  14. de afdeling, bevoegd voor veiligheidsrapportage: de afdeling Milieu-, Natuur- en Energiebeleid van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie, zoals thans bepaald met toepassing van artikel 10 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 oktober 2003 tot regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de hoofden van de departementen van de Vlaamse ministeries;

  15. het één-loket: het ondernemersloket, vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 11 december 2009 tot gedeeltelijke omzetting van artikel 6 en 8 van richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt;

  16. de minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu [en het waterbeleid];

  17. gebruik van de erkenning: het uitoefenen van bepaalde functies, het verstrekken van opleidingen, het nemen van monsters en het uitvoeren van metingen, beproevingen en analyses waarvoor de erkenning geldt;

  18. referentielaboratorium: geaccrediteerde organisatie of internationaal of nationaal erkende organisatie die voldoet aan de eisen van ISO/IEC 17043 en die programma’s van geschiktheidsbeproeving organiseert voor de laboratoria, [vermeld in artikel 6, 5°, voor een gedeelte van een pakket of een volledig pakket als vermeld in bijlage 3, die bij dit besluit is gevoegd,] in voorkomend geval op concentratieniveaus die door de minister vastgelegd kunnen worden;

  19. drinkwater: water, bestemd voor menselijke consumptie, als vermeld in het decreet van 24 mei 2002 betreffende water, bestemd voor menselijke aanwending;

  20. compendium: bundel met methoden voor het nemen van monsters en het uitvoeren van metingen en analyses, die Europese (EN), internationale (ISO) of andere genormeerde methoden of methoden die door [het referentielaboratorium van het Vlaamse Gewest] werden gevalideerd in opdracht van de Vlaamse overheid, omvatten. Het compendium wordt goedgekeurd bij ministerieel besluit en de inhoudstafel wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad;

  21. code van goede praktijk: door de [bevoegde] afdeling aanvaarde en voor het publiek toegankelijke geschreven regels met betrekking tot de activiteiten en maatregelen, vermeld in dit besluit;

  22. deeldomein afvalwater: water waarbij de te meten parameters concentratieniveaus bestrijken die representatief zijn met betrekking tot de emissiegrenswaarden voor afvalwater, vermeld in titel II van het VLAREM. Die concentratieniveaus kunnen door de minister vastgelegd worden;

  23. deeldomein oppervlaktewater: water waarbij de te meten parameters concentratieniveaus bestrijken die representatief zijn met betrekking tot de milieukwaliteitsnormen voor oppervlaktewater, vermeld in titel II van het VLAREM. Die concentratieniveaus kunnen door de minister vastgelegd worden;

  24. deeldomein grondwater: water waarbij de te meten parameters concentratieniveaus bestrijken die representatief zijn met betrekking tot de milieukwaliteitsnormen voor grondwater, vermeld in titel II van het VLAREM. Die concentratieniveaus kunnen door de minister vastgelegd worden;

  25. deeldomein drinkwater: water waarbij de te meten parameters concentratieniveaus bestrijken die representatief zijn met betrekking tot het besluit van de Vlaamse Regering van 13 december 2002 houdende reglementering inzake de kwaliteit en levering van water, bestemd voor menselijke consumptie. Die concentratieniveaus kunnen door de minister vastgelegd worden;

[26°Materialendecreet: het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen;

  1. Bodemdecreet: het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming;

  2. VLAREBO: het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering en de bodembescherming;

  3. OVAM: Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij;

  4. de afdeling, bevoegd voor afval- en materialenbeheer: de afdeling Afval- en Materialenbeheer van de OVAM;

  5. afdeling, bevoegd voor bodembeheer: de afdeling Bodembeheer van de OVAM;

  6. Mestbank: de afdeling Mestbank van de Vlaamse Landmaatschappij;

  7. Mestdecreet: het Mestdecreet van 22 december 2006;

  8. gps-datalogger: systeem dat plaats en tijdstip van een monsterneming ondubbelzinnig registreert op basis van global positioning;

  9. het compendium bemonsterings- en analysemethodes in het kader van het Mestdecreet: het methodenboek met bemonsterings- en analysemethodes voor meststoffen, bodem en diervoeders in het kader van het Mestdecreet, vermeld in artikel 62, §7, van het Mestdecreet;

  10. het referentielaboratorium van het Vlaamse Gewest: de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek;

  11. VMM: Vlaamse Milieumaatschappij;

  12. de afdeling, bevoegd voor grondwater: de afdeling Operationeel Waterbeheer van de VMM;

  13. de afdeling, bevoegd voor operationeel waterbeheer: de afdeling Operationeel Waterbeheer van de VMM;

  14. de afdeling, bevoegd voor het ecologisch toezicht: de afdeling Ecologisch Toezicht van de VMM;

  15. de afdeling, bevoegd voor het opvolgen van de luchtkwaliteit: de afdeling Lucht, Milieu en Communicatie van de VMM;

  16. agentschap Onroerend Erfgoed: het agentschap Onroerend Erfgoed van het beleidsdomein Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed;

  17. bevoegde afdeling:

  1. voor de aanvragen tot erkenning, vermeld in artikel 6, 1°, 2°, 4°, b) tot en met f), en 5°, a) tot en met c): de afdeling, bevoegd voor erkenningen;

  2. voor de aanvragen tot erkenning, vermeld in artikel 6, 3° en 4°, a): de afdeling, bevoegd voor milieuvergunningen;

  3. voor de aanvragen tot erkenning, vermeld in artikel 6, 5°, d): de Mestbank;

  4. voor de aanvragen tot erkenning, vermeld in artikel 6, 5°, e): de afdeling, bevoegd voor afval- en materialenbeheer;

  5. voor de aanvragen tot erkenning, vermeld in artikel 6, 4°, g), 5°, f), en 6°: de afdeling, bevoegd voor bodembeheer;

  6. voor de aanvragen tot erkenning, vermeld in artikel 6, 7°: de afdeling, bevoegd voor grondwater.]

[§2. Voor de toepassing van artikel 25/1 en 25/2 wordt verstaan onder in dienst hebben: kennis of ervaring op continue basis ter beschikking hebben van:



  1. een werknemer die zich via arbeidsovereenkomst ertoe verbindt om tegen loon en onder het gezag van de bodemsaneringsdeskundige arbeid te verrichten;

  2. een zelfstandige op voorwaarde dat hij zijn dienstverlening met betrekking tot die kennis of ervaring maximaal aan drie bodemsanerings­deskundigen ter beschikking stelt.]


Gewijzigd bij artikel 86 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013




  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   17


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina