B. S. 1 februari 2011) Gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van: 10 juni 2011



Dovnload 0.73 Mb.
Pagina10/17
Datum27.09.2016
Grootte0.73 Mb.
1   ...   6   7   8   9   10   11   12   13   ...   17

Hoofdstuk 2 – Lijst met minimumgegevens voor het certificaat van bekwaamheid, en de puntenlijsten de cursistenlijst van het examen tot het behalen van het certificaat van bekwaamheid inzake vloeibare brandstof, inzake gasvormige brandstof, inzake de verwarmingsaudit of inzake de controle en het onderhoud van stookolietanks


Hoofdstuk opgeheven bij artikel 152 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013


Hoofdstuk 3 – Opleidingsprogramma's




Afdeling 1 - Opleiding vloeibare brandstof: minimumprogramma van de algemene opleiding en van de bijscholing



Onderafdeling 1 - Het programma van de technische opleiding vloeibare brandstof
[De technische opleiding vloeibare brandstof omvat 24 uur theorie en 44 uur praktijk met betrekking tot de centrale stooktoestellen, gevoed met vloeibare brandstof, waarbij het totale aantal te besteden lesuren als richtwaarde geldt.]

Het programma omvat minstens de volgende leerstof:



  1. de kenmerken van de stookoliën;

  2. toegepaste elektriciteit voor verwarmingstechnieken;

  3. de technologie en de uitrusting van stookketels;

  4. de verschillende types van oliebranders;

  5. de onderdelen van een oliebrander;

  6. de compatibiliteit stookketel-brander;

  7. de regelings- en de veiligheidsapparatuur;

  8. de afstelling van de oliebrander;

  9. de reparatie en het ontstoren van stookketels, branders;

  10. het reinigen van stookketels en branders;

  11. de verbranding van stookolie;

  12. de warmtetransmissie;

  13. de verbrandingscontrole;

  14. de schoorsteen;

  15. het nazicht en het vegen van de schoorsteen;

  16. de inrichting en de verluchting van het stooklokaal;

  17. de werking, het gebruik, de controle en het onderhoud van de meetapparatuur, vereist voor het uitvoeren van de controleproeven met betrekking tot de goede werking;

  18. de rol van de erkende technicus vloeibare brandstof;

  19. het invullen van het reinigingsattest en het verbrandingsattest;

  20. het opmaken/invullen van een keuringsrapport;

  21. de reglementering over het opslaan van de brandstof;

  22. elementen van rationeel energiegebruik en energiebesparing bij verwarming
    met vloeibare brandstof;

  23. milieuaspecten, verbonden aan verwarming met vloeibare brandstof;

  24. het uitvoeren van de verwarmingsaudit:

  1. bepalen van verbrandingsrendement, waterzijdig rendement, keteljaarrendement;

  2. energiebesparende maatregelen;

  3. het correct hanteren en invullen van het rekeninstrument, vermeld in artikel 14, van het besluit inzake het onderhoud en nazicht van stooktoestellen en het verwarmingsauditrapport;

  4. bestaande steunmaatregelen van de overheid of derden met het oog op de vervanging van oudere, slechtwerkende toestellen en energieverspillende installaties door energiezuinigere en CO2-vriendelijkere verwarming;

  1. de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal in en rond stookketels en rond
    verwarmingsbuizen: wat is asbest, de gezondheidsrisico’s van asbest, het
    voorkomen in en rond stookketels en rond verwarmingsbuizen, hoe herkennen, wat te doen bij aantreffen, de noodzaak van bewerken en afbraak van asbesthoudend materiaal in en rond stookketels en rond verwarmingsbuizen, persoonlijke beschermingsmiddelen en nuttige websites met betrekking tot asbest.


Gewijzigd bij artikel 153 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
Onderafdeling 2 - Programma van de opleiding van de Vlaamse wetgeving en de daarin opgenomen terminologie inzake vloeibare brandstof centrale verwarming
Het programma van de opleiding van de Vlaamse wetgeving en de daarin opgenomen terminologie inzake vloeibare brandstof centrale verwarming (minstens 2 uur) omvat:

  1. de relevante wetgeving over de bestrijding van de luchtverontreiniging die veroorzaakt wordt door centrale stooktoestellen, gevoed met vloeibare brandstof, vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering [van 8 december 2006] betreffende het onderhoud en het nazicht van [centrale] stooktoestellen voor de verwarming van gebouwen of voor de aanmaak van warm verbruikswater;

  2. de overzichtslijst van de meest gangbare termen en begrippen met betrekking tot de ketel/branderinstallaties, die de taakuitvoering en de dienstverlening van de technicus aan de klant ten goede zullen komen.


Gewijzigd bij artikel 154 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
Onderafdeling 3 - Programma van de bijscholing vloeibare brandstof centrale verwarming
[Het programma van de bijscholing vloeibare brandstof bestaat uit een herhaling van de belangrijkste aspecten met betrekking tot het verwarmen met een centrale verwarming, gevoegd met vloeibare brandstof]: de eigenschappen van de brandstof, de verbranding van de brandstof, het rendement, de verbrandingscontrole en het onderhoud, het afstellen van een brander en het belang van een goede afstelling, de meetprocedures en de meetapparatuur (controleproeven met betrekking tot de goede staat van werking), de vigerende wetgeving, [de rol van een erkende technicus vloeibare brandstof] en het invullen van de verschillende attesten. Verder wordt ingegaan op de nieuwste technologische ontwikkelingen op het vlak van de ketels en branders, de regelingen en de meetapparatuur. Daarnaast wordt informatie verstrekt over bestaande steunmaatregelen door de overheid of derden met het oog op de vervanging van oudere, slechtwerkende toestellen en energieverspillende installaties door energiezuinigere en CO2-vriendelijkere verwarming. Die bijscholing duurt minstens 8 uur, [proeven] inbegrepen.
Gewijzigd bij artikel 155 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013

Afdeling 2 - Opleiding gasvormige brandstof: minimumprogramma van de algemene opleiding en van de bijscholing



Onderafdeling 1 – Inleiding
De opleiding van een technicus gasvormige brandstof wordt modulair georganiseerd. Ze bestaat uit drie modules: een basismodule (module G1) en twee uitbreidingsmodules (module G2 en module G3). Elke module heeft betrekking op een categorie van gastoestellen. [Er kan pas deelgenomen worden aan het examen over module G2 nadat module G1 met vrucht is afgerond.] [Aan het examen over module G3 kan pas deelgenomen worden nadat module G2 met vrucht is afgerond en nadat de persoon geslaagd is voor een voorafgaande test over elektriciteit.]

Daardoor worden drie niveaus van technici gasvormige brandstof gecreëerd:



  1. technicus niveau G1 met certificaat niveau G1: onderhoud en nazicht van gastoestellen type B;

  2. technicus niveau G2 met certificaat niveau G2: onderhoud en nazicht van gastoestellen type B en C;

  3. technicus niveau G3 met certificaat niveau G3: onderhoud en nazicht van gastoestellen type B, C en gasketels met ventilatorbrander.


Gewijzigd bij artikel 156 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
Onderafdeling 2 - Programma van de technische opleiding gasvormige brandstof, module G1
[De technische opleiding gasvormige brandstof, module G1, omvat 68 uur met betrekking tot gastoestellen type B, waarbij het totale aantal te besteden lesuren en, in voorkomend geval, het aantal te besteden lesuren per programmaonderdeel als richtwaarden gelden. Het programma bestaat uit de volgende onderdelen (niet limitatief):]

  1. inleiding – doelstelling;

  2. eenheden, grootheden en symbolen (4 uur):

  1. druk, temperatuur, dichtheid, debiet;

  2. k.o.w., k.b.w., verbrandingswaarde;

  3. wobbe-index;

  4. dauwpunt, kookpunt;

  5. dampspanning;

  1. reglementering (4 uur):

  1. Europese normen;

  2. Belgische normen (NBN D51-003, NBN B61-001 en PR NBN B61-002);

  3. rol van de erkende technicus gasvormige brandstof niveau G1;

  4. veiligheidsvoorschriften;

  1. technologie (20 uur):

  1. kennis van de gassoorten;

  2. de verbranding van gas – verbrandingsproducten – milieubelastende rookgassen;

  3. het verbrandingsrendement;

  4. bouw en werking van atmosferische gastoestellen;

  1. inrichting van de stookplaats: 8 uur:

  1. verluchting van de stookplaats;

  2. afvoer van de rookgassen.

[c) de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal in en rond stookketels en rond verwarmingsbuizen: wat is asbest, de gezondheidsrisico’s van asbest, het voorkomen in en rond stookketels en rond verwarmingsbuizen, hoe herkennen, wat te doen bij aantreffen, de noodzaak van bewerken en afbraak van asbesthoudend materiaal in en rond stookketels en rond verwarmingsbuizen, persoonlijke beschermingsmiddelen en nuttige websites met betrekking tot asbest;]

  1. toestelleer (6 uur):

  1. toegestane materialen;

  2. toegestane gassen;

  3. dichtheid van een gastoestel;

  4. aflezen van het gasdebiet;

  5. meten van de gasdruk;

  1. regelingen (4 uur):

  1. thermostaten;

  2. ketelapparatuur;

  3. thermische terugslagbeveiliging;

  4. atmosferische beveiliging;

  5. ionisatiebeveiliging;

  6. pressostaten;

  1. toegepaste elektriciteit (8 uur):

  1. opzoeken van fouten;

  2. lezen van een elektrisch schema;

  3. meten van een spanning;

  4. meten van een weerstand;

  1. onderhoud, nazicht en ontstoring van het gastoestel (6 uur):

  1. onderhoud en nazicht van de brander;

  2. onderhoud en nazicht van de warmtewisselaar;

  3. opsporen en verhelpen van storingen;

  4. controle van het toestel na onderhoud en ontstoring;

  5. uitvoeren van de controleproeven;

  6. het verbrandingsrendement;

  7. invullen van de verschillende attesten;

  1. verwarmingsaudit (8 uur):

  1. het verbrandingsrendement;

  2. het waterzijdig rendement;

  3. het keteljaarrendement;

  4. energiebesparende maatregelen;

  5. het correct hanteren en invullen van het rekeninstrument, vermeld in artikel 14 van het besluit inzake het onderhoud en nazicht van stooktoestellen en het verwarmingsauditrapport;

  6. bestaande steunmaatregelen van de overheid of derden met het oog op de vervanging van oudere, slechtwerkende toestellen en energieverspillende installaties door energiezuinigere en CO2-vriendelijkere verwarming.

[…]
Gewijzigd bij artikel 157 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
Onderafdeling 3 - Programma van de technische opleiding gasvormige brandstof, module G2
[De technische opleiding gasvormige brandstof, module G2, omvat 28 uur met betrekking tot gastoestellen type C, waarbij het totale aantal te besteden lesuren en, in voorkomend geval, het aantal te besteden lesuren per programmaonderdeel als richtwaarden gelden. Het programma bestaat uit de volgende onderdelen (niet limitatief):]

  1. toegepaste elektriciteit (8 uur):

  2. technologie (14 uur):

  1. bouw en werking van gasunits;

  2. branderautomaten;

  3. gas- en luchtdrukmetingen;

  4. verhoudingsregelaar gas/lucht;

  1. [onderhoud], nazicht en ontstoring van het gastoestel (5 uur):

  1. onderhoud en nazicht van de verschillende onderdelen;

  2. opsporen en verhelpen van storingen;

  3. controle van het toestel na onderhoud en ontstoring;

  4. uitvoeren van de controleproeven;

  5. het meten van de verbranding;

  6. het invullen van de verschillende attesten;

  1. reglementering (1 uur):

  1. rol van de erkende technicus gasvormige brandstof niveau G2.

[…]
Gewijzigd bij artikel 158 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
Onderafdeling 4 - Programma van de technische opleiding gasvormige brandstof, module G3
[De technische opleiding gasvormige brandstof, module G3, omvat 56 uur met betrekking tot gasketels met ventilatorbrander, waarbij het totale aantal te besteden lesuren en, in voorkomend geval, het aantal te besteden lesuren als programmaonderdeel als richtwaarden gelden. Het programma bestaat uit de volgende onderdelen (niet limitatief):]

  1. technologie (14 uur):

  1. aangeblazen gasbranders: bouw, werking;

  2. gaskleppen;

  3. eentrapsbranders, tweetrapsbranders, modulerende branders;

  4. servo motoren;

  1. branderautomaten en toegepaste elektriciteit (14 uur):

  1. ionisatiebeveiliging;

  2. UV-beveiliging;

  3. bescherming van de fasen;

  4. aarding;

  1. gasverbranding (8 uur):

  1. techniek van de gasverbranding;

  2. low NOx-techniek;

  3. CO-vorming;

  1. onderhoud, nazicht en ontstoring van het gastoestel (19 uur):

  1. onderhoud en nazicht van de verschillende onderdelen;

  2. opsporen en verhelpen van storingen;

  3. afstellen van de brander;

  4. bepaling van het gasdebiet;

  5. meten van de druk;

  6. controle van het toestel na onderhoud en ontstoring;

  7. controle van de veiligheden;

  8. uitvoeren van de controleproeven;

  9. bepaling van het verbrandingsrendement;

  10. meten van de trek;

  11. meten van de luchttoevoer;

  12. invullen van de verschillende attesten;

  1. reglementering (1 uur):

  1. rol van de erkende technicus gasvormige brandstof niveau G3.

[…]
Gewijzigd bij artikel 159 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
Onderafdeling 5 - Programma van de opleiding van de Vlaamse wetgeving en de daarin opgenomen terminologie inzake gasvormige brandstof
Het programma van de opleiding van de Vlaamse wetgeving en de daarin opgenomen terminologie inzake gasvormige brandstof centrale verwarming [(minstens 2 uur)] omvat:


  1. de relevante wetgeving over de bestrijding van de luchtverontreiniging die veroorzaakt wordt door centrale stooktoestellen, gevoed met gasvormige brandstof, vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering [van 8 december 2006] betreffende het onderhoud en het nazicht van [centrale] stooktoestellen voor de verwarming van gebouwen of voor de aanmaak van warm verbruikswater;

  2. de overzichtslijst van de meest gangbare termen en begrippen met betrekking tot de ketel/branderinstallaties, die de taakuitvoering en de dienstverlening van de technicus aan de klant ten goede zullen komen.


Gewijzigd bij artikel 160 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
Onderafdeling 6 - Programma van de bijscholing gasvormige brandstof
Het programma van de bijscholing bestaat uit een herhaling van de belangrijkste aspecten van de verwarming met gasvormige brandstof: de eigenschappen van de gassen, de verbranding van gas, het onderhoud en het nazicht van de stooktoestellen, gevoed met gasvormige brandstof, het uitvoeren van de controleproeven met betrekking tot de goede staat van werking, de meetprocedures en de

meetapparatuur, de vigerende wetgeving, de rol van een erkende technicus gasvormige brandstof en het invullen van de verschillende attesten. Verder wordt ingegaan op de nieuwste technologische ontwikkelingen op het vlak van de stooktoestellen, gevoed met gasvormige brandstof, de regelingen en de meetapparatuur. Daarnaast wordt informatie verstrekt over bestaande steunmaatregelen door de overheid of derden met het oog op de vervanging van oudere, slechtwerkende toestellen en energieverspillende installaties door energiezuinigere en CO2-vriendelijkere verwarming. Het programma van de bijscholing omvat voor de erkende technicus gasvormige brandstof niveau G1 (atmosferische gasketels) [minstens] 4 uur opleiding, voor de erkende technicus niveau G2 (atmosferische gasketels en gasunits) [minstens] 6 uur opleiding, en voor de erkende technicus niveau G3 (atmosferische ketels, gasunit en gasketels met ventilatorbrander) [minstens] 8 uur opleiding, gevolgd door [proeven].


Gewijzigd bij artikel 161 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013

Afdeling 3 – Uitbreidingsmodule verwarmingsaudit (installaties met totaal geïnstalleerd nominaal vermogen kleiner of gelijk aan 100 kW)



Afdeling opgeheven bij artikel 162 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013

Afdeling 4 - Opleiding technicus verwarmingsaudit (installaties met totaal geïnstalleerd nominaal vermogen groter dan 100 kW, installaties gevoed met vaste brandstof of installaties bestaande uit meerdere ketels): minimumprogramma van de algemene opleiding en van de bijscholing



Onderafdeling 1 - Het programma van de technische opleiding verwarmingsaudit
De technische opleiding verwarmingsaudit (installaties met totaal geïnstalleerd nominaal vermogen groter dan 100 kW, of installaties bestaande uit meerdere ketels) omvat minstens 24 uur (theorielessen en praktijk). Het programma omvat minstens de volgende leerstof:


  1. de reglementering;

  2. de inhoud van de software;

  3. de componenten van een cv-installatie:

  1. de productie-eenheden;

  2. de hydraulica;

  3. de productie van sanitair warm water;

  4. de regelingen;

  5. de algemene componenten;

  6. de verluchting van stookplaatsen;

  7. de isolatie van leidingen;

  1. de componenten in een gebouw: de ventilatie en invloed op de verluchting van de stookplaats;

  2. de premies en fiscale maatregelen;

  3. het bezoek aan stookplaats;

  4. oefeningen.

[…]
Gewijzigd bij artikel 163 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
Onderafdeling 2 – Programma van de bijscholing verwarmingsaudit (installaties met totaal geïnstalleerd vermogen groter dan 100 kW, installaties gevoed met vaste brandstof of installaties bestaande uit meerdere ketels)
Onderafdeling opgeheven 164 bij artikel 151 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013

Afdeling 5 - Opleiding stookolietechnicus: minimumprogramma van de algemene opleiding en van de bijscholing



Onderafdeling 1 - Het programma van de technische opleiding stookolietechnicus
De technische opleiding stookolietechnicus omvat minstens 14 uur theorielessen en minstens 10 uur praktijk. Het programma omvat minstens de volgende leerstof:


  1. kenmerken, classificering en eigenschappen van stookoliën:

  1. viscositeit, stolpunt, densiteit, vlampunt, enzovoort;

  2. impact van stookolie op een tank;

  1. codes van goede praktijk en de regels van goed vakmanschap in verband met de bouw, het transport en de plaatsing van opslaginstallaties voor brandstof (inkuipingen inbegrepen):

  1. bouw van stookolietanks:

  1. materialen (metaal, gewapende thermohardende kunststof, andere), met inbegrip van de brandweerstand en de weerstand tegen de inwerking van stookolie;

  2. enkelwandige, dubbelwandige opslaghouders;

  3. prototypekeuring en stukkeuring;

  1. types en materialen en manieren van opslag van een installatie:

  1. het plaatsen van de stookolietank (codes van goede praktijk) en de wijze van opslag;

  2. metaal, kunststof (thermohardend, thermoplastisch, GTK, PE, …);

  3. prefab betonnen tanks;

  4. afstandsregels;

  5. rechtstreeks ingegraven tanks;

  6. inkuiping;

  7. groeve (+ vulmaterialen);

  8. aanvulmaterialen;

  9. controle bij de plaatsing;

  1. toebehoren bij de houder:

  1. vulleiding, ontluchtingsleiding;

  2. aanzuigleiding, terugloopleiding;

  3. overvulbeveiligingssystemen en -technieken (fluitje, elektronisch, maximelders, ...);

  4. peilmeting;

  5. inhoudsbepaling van de houder;

  1. transport van een stookolietank :

  1. elementaire begrippen;

  2. codes van goede praktijk;

  1. codes van goede praktijk en de regels van goed vakmanschap in verband met. de bescherming tegen corrosie en de bepaling van de [corrosiviteit] van de bodem:

  1. corrosiebegrippen en soorten :

  1. definitie van corrosie;

  2. soorten corrosie;

  1. beïnvloedende factoren en bescherming van de tank:

  1. corrosieonderzoek;

  2. beïnvloedende factoren;

  3. bescherming: elementaire begrippen (verven, bekleding, ...);

  4. kathodische bescherming (hoe, welke mogelijkheden en wanneer …?);

  1. codes van goede praktijk en de regels van goed vakmanschap in verband met de controle van opslaginstallaties en dichtheidsbeproevingen;

  1. verificatie vorig onderhoudsattest (+ attest van plaatsing);

  2. visuele inspectie van de gehele opslaginstallatie;

  3. controle op aanwezigheid van stookolie buiten de tank;

  4. controle op de aanwezigheid van water en slib in de tank;

  5. systemen en technieken van peilmeting (mechanisch, pneumatisch, elektropneumatisch, elektronisch);

  6. inhoudsberekeningen van de opslaghouder;

  7. controle van de vulleiding, ontluchtingsleiding, aanzuigleiding, terugloopleiding;

  8. controle van het overvulbeveiligingssysteem;

  9. lekdetectie - controle van het lekdetectiesyteem;

  10. controle van het peilmeetsysteem;

  11. controle van het mangat en de aansluitingen;

  12. afpersen/dichtheidsbeproevingen (tank, leidingen);

  13. controle van de bekleding van de tank;

  14. meten van het potentiaalverschil tussen (metalen tank) en de omhulling;

  15. definitieve buitengebruikstelling van de houder;

  1. methodes en systemen voor lekdetectie:

  1. organoleptisch;

  2. door overdruk of onderdruk;

  3. ultrasoon;

  4. (andere) systemen en principes (permanente en niet permanente);

  1. basiskennis brandertechniek (4 uur):

  1. werking brander;

  2. types stookolieaanvoer;

  3. soorten stookoliefilters;

  4. ontluchten stookolieleiding;

  5. interpreteren van pompdruk en vacuümmeting.


Gewijzigd bij artikel 165 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
Onderafdeling 2 - Programma van de opleiding van de Vlaamse wetgeving en de daarin opgenomen terminologie inzake de controle en het onderhoud van stookolietanks
Het programma van de opleiding van de Vlaamse wetgeving en de daarin opgenomen terminologie inzake stookolietanks omvat minstens 3 uur:

  1. de relevante wetgeving over de bestrijding van de luchtverontreiniging die veroorzaakt wordt door centrale stooktoestellen, gevoed met vloeibare brandstof, vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering betreffende het onderhoud en het nazicht van stooktoestellen voor de verwarming van gebouwen of voor de aanmaak van warm verbruikswater:

  1. definitie waterwingebieden/beschermingszones;

  2. particuliere stookolietanks < 5000 liter (hoofdstuk 6.5 van titel II van het VLAREM);

  3. ingedeelde eindopslag van stookolie voor verwarming (hoofdstuk 5.17 van titel II van het VLAREM, voor wat betreft de toegestane taken voor de stookolietechnicus);

  4. toegestane wijzen van opslag;

  5. controle bij de plaatsing;

  6. periodieke controles: wanneer, welke, wat, hoe en door wie;

  7. buitengebruikstellen van tanks: wanneer en hoe;

  8. reglementering nieuwe tanks /bestaande tanks (overgangsbepalingen);

  9. rol van de erkende technicus;

  10. het meldingsformulier;

  11. het conformiteitsattest (= onderhoudsattest);

  12. het merken van tanks (rood - oranje - groen);

  13. domein van de stookolietechnicus versus dit van de milieudeskundige;

  1. de overzichtslijst van de meest gangbare termen en begrippen met betrekking tot de controle en het onderhoud van stookolietanks, die de taakuitvoering en de dienstverlening van de technicus aan de klant ten goede zullen komen.



Onderafdeling 3 - Programma van de bijscholing inzake de controle en het onderhoud van stookolietanks.
Het programma van de bijscholing inzake de controle en het onderhoud van stookolietanks bestaat uit een herhaling van de belangrijkste aspecten met betrekking tot de controle en het onderhoud van stookolietanks, de vigerende wetgeving, naast de rol en verplichtingen van een erkende stookolietechnicus. Het programma omvat minstens 4 uur [en wordt gevolgd door proeven].
Gewijzigd bij artikel 166 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013


1   ...   6   7   8   9   10   11   12   13   ...   17


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina