B. S. 1 februari 2011) Gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van: 10 juni 2011



Dovnload 0.73 Mb.
Pagina17/17
Datum27.09.2016
Grootte0.73 Mb.
1   ...   9   10   11   12   13   14   15   16   17

BIJLAGE 11

Bijlage ter toevoeging van bijlage XXII aan het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid,


Bijlage achterhaald. Bijlage XXII van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid werd hernummerd naar bijlage XXIII bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 oktober 2011 en vervangen door bijlage3 van het besluit van 1 maart 2013 van de Vlaamse Regering tot wijziging van het VLAREL en tot wijziging van diverse andere besluiten wat betreft erkenningen met betrekking tot het leefmilieu.

BIJLAGE 12

Opleiding en bijscholing met bijhorend examen als vermeld in artikel 43/4, 1° en 2°


Bijlage ingevoegd bij artikel 180 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
1° De opleiding met het bijhorende examen van een airco-energiedeskundige als vermeld in artikel 6, 1°, f), bestaat uit minstens 32 uren. In de opleiding komen de volgende onderwerpen aan bod:
a) module 1: wetgeving:

1) titel I en titel II van het VLAREM inzake koelinstallaties;

2) certificeringsplichtige handelingen aan koelinstallaties;

3) het VLAREL met betrekking tot airco-energiedeskundigen;

4) Europese regelgeving met betrekking tot energieprestaties van gebouwen;

5) energiedeskundigen;


b) module 2: energetische aspecten:

1) inzicht in het energetische concept en beheer van gebouwen;

2) elektriciteit;

3) verlichting;

4) energetische aspecten van koeltechniek:


  • invloed van verschillende parameters;

  • met betrekking tot de verschillende onderdelen van een koelinstallatie;

  • met betrekking tot de werking en regeling van een koelinstallatie;

  • energiebesparing bij koelinstallaties;

  • soorten koelafgiftesystemen en hun invloed op het energieverbruik;

  • met betrekking tot directe en indirecte koelsystemen;

  • met betrekking tot warmtepompen;

5) soorten, opbouw, werking en regeling van luchtbehandelingssystemen en hun invloed op het energieverbruik;

6) warmteafgiftesystemen: soorten warmteafgiftesystemen en hun invloed op het energieverbruik;


c) module 3: het correct uitvoeren van de keuring, vermeld in artikel 5.16.3.3, §3, 4°, artikel 5bis.15.5.4.5.4, §6, eerste lid, en artikel 5bis.19.8.4.8.4, §6, eerste lid, van titel II van het VLAREM.
2° De bijscholing met het bijhorende examen van een airco-energiedeskundige als vermeld in artikel 6, 1°, f), bestaat uit minstens 6 uren. De bijscholing bestaat uit een herhaling van de belangrijkste aspecten, vermeld in punt 1°, rekening houdend met de evolutie van de regelgeving en de technieken, en eventuele wijzigingen in de uitvoering van de keuring, vermeld in artikel 5.16.3.3, §3, 4°, artikel 5bis.15.5.4.5.4, §6, eerste lid, en artikel 5bis.19.8.4.8.4, §6, eerste lid, van titel II van het VLAREM.

BIJLAGE 13

Bijzondere erkenningsvoorwaarde als vermeld in artikel 13/1, 2°, en toelatingsvoorwaarden voor de opleiding voor het behalen van het certificaat van bekwaamheid inzake de keuring van airconditioningsystemen met een nominaal koelvermogen van meer dan 12 kW als vermeld in artikel 24/1, 1°



Bijlage ingevoegd bij artikel 180 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
Een airco-energiedeskundige als vermeld in artikel 6, 1°, f), voldoet aan minstens een van de volgende voorwaarden:


  1. een certificaat als vermeld in artikel 14, §1, 1° en 2°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 september 2009 inzake de certificering van koeltechnische bedrijven en hun koeltechnici, behaald hebben; 

  2. een master in de Ingenieurswetenschappen, een master in de Bio-ingenieurswetenschappen, een master in de Industriële Wetenschappen of een bachelor in de Elektromechanica, afstudeerrichting Klimatisering behaald hebben;

  3. een diploma van het secundair onderwijs in koel- en warmtetechnieken, industriële koeltechnieken of koeltechnische installaties behaald hebben;

  4. een van de volgende door de Vlaamse overheid erkende getuigschriften behaald hebben:

a) een getuigschrift van technicus klimaatbeheersing – airconditioning;

b) een getuigschrift van installateur airco- en warmtepompen;

c) een getuigschrift van koeltechnicus;

d) een modulegetuigschrift airco;



  1. in het volwassenenonderwijs het diploma van koeltechnicus, het certificaat van aircotechnicus of het certificaat van koeltechnicus behaald hebben;

  2. onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte en in het bezit zijn van de kwalificatie of erkenning die in het andere gewest of in de andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte verplicht wordt gesteld voor de keuring van airconditioningsystemen als vermeld in artikel 15 van richtlijn 2010/31/EU van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 betreffende de energieprestatie van gebouwen (herschikking);

  3. minstens drie jaar aantoonbare ervaring hebben in onderhoud en afregelaspecten van airconditioningsystemen met een nominaal koelvermogen van meer dan 12 kW. 

Een opleidingscentrum als vermeld in artikel 6, 4°, f), laat alleen personen tot de opleiding toe die voldoen aan minstens een van de bovenstaande voorwaarden.



BIJLAGE 14

Lijst met minimumgegevens van het certificaat als vermeld in artikel 43, §2, artikel 43/1, §3, artikel 43/2, §3, artikel 43/3, §2, en artikel 43/4, §3


Bijlage ingevoegd bij artikel 180 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013


  1. de naam, het adres, het telefoon- en faxnummer en het e-mailadres van het opleidingscentrum;

  2. het erkenningsnummer dat is toegekend door de Vlaamse overheid aan het opleidingscentrum;

  3. het logo van het opleidingscentrum;

  4. de voor- en achternaam en de geboortedatum en -plaats van de geslaagde persoon;

  5. de voor- en achternaam en de handtekening van alle juryleden en van de directeur van het erkende opleidingscentrum en de handtekening van de geslaagde persoon;

  6. in geval van een bijscholing: de datum van de bijscholing;

  7. in geval van een opleiding: als een persoon voldoet aan de bijzondere erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 13/1, 14, 15, 16 of 17: het erkenningsnummer dat toegekend wordt aan de geslaagde persoon en de aanvangsdatum van de erkenning.

BIJLAGE 15

Lijst met minimumgegevens voor het verslag als vermeld in artikel 43, §3, artikel 43/1, §4, artikel 43/2, §3, artikel 43/3, §3, en artikel 43/4, §4


Bijlage ingevoegd bij artikel 180 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013


  1. de datum van het afgelegde examen;

  2. een lijst van de aanwezige examenjuryleden, met vermelding van de voorzitter van de examenjury;

  3. een aanwezigheidslijst van alle kandidaten, met hun handtekeningen;

  4. voor elke kandidaat, de vermelding van de behaalde percentages per onderdeel van het examen en, in voorkomend geval, het totaalpercentage;

  5. de voor- en achternaam, de geboortedatum en -plaats, het adres, het telefoonnummer en het e-mailadres van de geslaagde persoon;

  6. de naam, het adres, het telefoon- en faxnummer en het e-mailadres van de werkgever van de geslaagde kandidaat;

  7. in voorkomend geval, onregelmatigheden of bijzonderheden over het examen;

  8. in geval van een bijscholing: de datum van de bijscholing;

  9. in geval van een opleiding: als een persoon voldoet aan de bijzondere erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 13/1, 14, 15, 16 of 17: het erkenningsnummer dat toegekend wordt aan de geslaagde persoon en de aanvangsdatum van de erkenning.



BIJLAGE 16

Inhoud van de algemene opleiding en bijscholing, vermeld in artikel 25/3, 2°, b), en artikel 53/6, 2° en 3°


Bijlage ingevoegd bij artikel 180 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
De programma's van de algemene opleiding en bijscholing beantwoorden ten minste aan de volgende voorwaarden:

  1. ze zijn zo opgevat dat ze de kandidaat in staat stellen de nodige kennis en bekwaamheid te verwerven voor het vervullen van het geheel van de decretale en reglementaire taken;

  2. ze omvatten ten minste:

- 16 uur theoretisch onderricht en 8 uur praktisch onderricht voor de algemene opleiding;

- 4 uur theoretisch onderricht en 4 uur praktisch onderricht voor een bijscholing.


In de algemene opleiding komen, als dat relevant is, de volgende onderwerpen aan bod:

  1. wetgeving:

    1. titel I en II van het VLAREM met betrekking tot de werken, vermeld in artikel 6, 7°, van het VLAREL;

    2. het decreet van 24 januari 1984 houdende maatregelen inzake het grondwaterbeheer en de uitvoeringsbesluiten ervan met betrekking tot de werken, vermeld in artikel 6, 7°, van het VLAREL;

    3. VLAREL met betrekking tot boorbedrijven;

  2. de verschillende boortechnieken;

  3. de bediening en werking van de machines;

  4. (hydro)geologie;

  5. geotechniek;

  6. de monsternames;

  7. de afwerking van pomp- en peilputten en boringen;

  8. het buiten gebruik stellen van pomp- en peilputten en boringen;

  9. het boorverslag;

  10. informatiebronnen.

De bijscholing bestaat uit een herhaling van de belangrijkste aspecten van de algemene opleiding, rekening houdend met de evolutie van de regelgeving en de technieken, en de disciplines waarvoor het boorbedrijf erkend is.


BIJLAGE 17

Programma van de aanvullende vorming voor bodemsaneringsdeskundigen


Bijlage ingevoegd bij artikel 180 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
1° Het programma van de aanvullende vorming beantwoordt ten minste aan de volgende voorwaarden:

  1. het programma is zo opgevat dat het de kandidaat in staat stelt de nodige kennis en bekwaamheid te verwerven met betrekking tot de taken van de bodemsaneringsdeskundige, vermeld in artikel 6, 6°;

  2. het programma wordt opgesplitst in de volgende twee modules:




PROGRAMMA-INHOUD

Module 1. Relevante milieuwetgeving in verband met bodem, de standaardprocedure 'oriënterend bodemonderzoek’, de standaardprocedures en codes van goede praktijk inzake het grondverzet, en het compendium voor de monsterneming en analyse in het kader van het Materialendecreet en Bodemdecreet, afgekort CMA

1.1. Relevante milieuwetgeving in verband met bodem

Kennis van de volgende wetgeving:

1° het Bodemdecreet en het VLAREBO;

2° bijlage 1 van titel I van het VLAREM;

3° de bepalingen over verminderde milieuheffing van de afvalstoffenreglementering;

4° de bepalingen van het VLAREL met betrekking tot de erkenning als bodemsaneringsdeskundige.


1.2. Standaardprocedure 'oriënterend bodemonderzoek'

Inhoudelijk vertrouwd raken met de standaardprocedure 'oriënterend bodemonderzoek'. Een oriënterend bodemonderzoek correct kunnen uitvoeren en erover rapporteren.

1.3. Standaardprocedures en codes van goede praktijk inzake het grondverzet

Kennis van de wettelijke bepalingen inzake de grondverzetsregeling. Het inhoudelijk vertrouwd raken met de bestaande standaardprocedures en codes van goede praktijk zodat de verschillende studies en verslagen correct kunnen worden uitgevoerd en gerapporteerd:

1° standaardprocedure 'studie van de ontvangende grond';

2° standaardprocedure 'opmaak van een technisch verslag'.


1.4. Het CMA wat betreft de monsterneming in het kader van het Bodemdecreet en de uitvoeringsbesluiten ervan

Module 2. Overige standaardprocedures en codes van goede praktijk, vermeld in het Bodemdecreet en de uitvoeringsbesluiten ervan

2.1. De overige standaardprocedures

Inhoudelijk vertrouwd raken met de bestaande standaardprocedures zodat de verschillende bodemonderzoeken en projecten correct kunnen worden uitgevoerd en gerapporteerd:

1° standaardprocedure 'beschrijvend bodemonderzoek';

2° standaardprocedure 'oriënterend en beschrijvend bodemonderzoek';

3° standaardprocedure 'bodemsaneringsproject';

4° standaardprocedure 'beperkt bodemsaneringsproject';

5° standaardprocedure 'bodemsaneringswerken, eindevaluatieonderzoek en nazorg'.



2.2. De overige codes van goede praktijk

Inhoudelijk vertrouwd raken met de belangrijkste elementen van de verschillende door de OVAM opgestelde en gepubliceerde codes van goede praktijk.

  1. het programma omvat ten minste 30 uur voor module 1 en 30 uur voor module 2. Beide modules van de aanvullende vorming kunnen afzonderlijk worden gevolgd;

2° Beide modules van de aanvullende vorming worden afgesloten met een examen. Een persoon die slaagt voor het examen, krijgt een getuigschrift van de aanvullende vorming voor bodemsaneringsdeskundigen voor de overeenstemmende module.


Een persoon die het onderricht van module 1 van de aanvullende vorming voor bodemsaneringsdeskundigen heeft gevolgd, kan deelnemen aan het examen voor module 1.
Een persoon die het onderricht van module 2 van de aanvullende vorming voor bodemsaneringsdeskundigen heeft gevolgd, kan deelnemen aan het examen voor module 2 als hij in het bezit is van een getuigschrift van de aanvullende vorming voor bodemsaneringsdeskundigen, module 1.
3° In afwijking van punt 2° worden de personen, vermeld in artikel 53/4, §3, artikel 103/2 en 103/3, door de erkende opleidingscentra toegelaten om deel te nemen aan het examen van de overeenstemmende module zonder dat ze voorafgaandelijk het onderricht van de modules hebben gevolgd.

Bijlage 18

Retributies voor de behandeling van de aanvraag en de uitoefening van het toezicht op de erkenningen met betrekking tot het leefmilieu


Bijlage ingevoegd bij artikel 180 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013



  1. Retributie voor de behandeling van de aanvraag tot erkenning




categorie erkenning

bedrag

deskundigen

- milieudeskundige in de discipline houders voor gassen of gevaarlijke stoffen

- milieudeskundige in de discipline bodemcorrosie

- milieudeskundige in de discipline geluid en trillingen

- MER-deskundige

a) voor een eerste discipline

b) per bijkomende discipline

- VR-deskundige


500 euro
500 euro

500 euro
500 euro

125 euro


500 euro

milieucoördinatoren en milieuverificateurs

- milieucoördinatoren


250 euro


bodemsaneringsdeskundigen

500 euro

boorbedrijven

  1. voor een eerste discipline

  2. per bijkomende discipline

500 euro


125 euro



  1. Retributie voor de uitoefening van het toezicht op de erkenning




categorie erkenning

bedrag

deskundigen

- milieudeskundige in de discipline houders voor gassen of gevaarlijke stoffen

- milieudeskundige in de discipline bodemcorrosie

- milieudeskundige in de discipline geluid en trillingen

- MER-deskundige

a) voor een eerste discipline

b) per bijkomende discipline

- VR-deskundige

- airco-energiedeskundige

500 euro


500 euro

500 euro
500 euro

125 euro

500 euro


125 euro

technici:

- technicus vloeibare brandstof

- technicus gasvormige brandstof

- technicus verwarmingsaudit

- technicus stookolietanks

125 euro


125 euro

125 euro


125 euro

milieucoördinatoren en milieuverificateurs

- milieucoördinatoren

- milieuverificateurs

250 euro


250 euro

bodemsaneringsdeskundigen

500 euro

boorbedrijven

  1. voor een eerste discipline

  2. per bijkomende discipline

500 euro


125 euro




1   ...   9   10   11   12   13   14   15   16   17


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina