B. S. 1 februari 2011) Gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van: 10 juni 2011



Dovnload 0.73 Mb.
Pagina3/17
Datum27.09.2016
Grootte0.73 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   17

HOOFDSTUK 4

ERKENNINGSVOORWAARDEN




Afdeling 1. Algemene bepalingen erkenningsvoorwaarden



Art. 7. Met behoud van de toepassing van de bepalingen inzake erkenning van rechtswege wordt de erkenning verleend als de aanvrager het bewijs levert dat hij voldoet aan de algemene en bijzondere erkenningsvoorwaarden die overeenkomstig hoofdstuk 4 van toepassing zijn op de aangevraagde erkenning.
Bij het onderzoek en de beslissing over de erkenningsaanvraag wordt rekening gehouden met de gelijkwaardige erkenningsvoorwaarden waaraan de aanvrager al in een ander gewest in België of in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte heeft voldaan.


Afdeling 2. Algemene erkenningsvoorwaarden



Art. 8. De hierna vermelde algemene erkenningsvoorwaarde geldt voor alle erkenningen, vermeld in artikel 6: de aanvrager van de erkenning en, in voorkomend geval, de natuurlijke personen waarvan de identiteit moet worden vermeld in de aanvraag, hebben in de periode van drie jaar die de erkenningsaanvraag voorafgaat, in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte geen strafrechtelijke veroordeling opgelopen voor overtredingen van de milieuwetgeving die verband houden met het gebruik van de erkenning.


Afdeling 3. Bijzondere erkenningsvoorwaarden



Onderafdeling 1. Erkenningsvoorwaarden voor deskundigen
Art. 9. De hierna vermelde bijzondere erkenningsvoorwaarden gelden voor een milieudeskundige in de discipline houders voor gassen of gevaarlijke stoffen, vermeld in artikel 6, 1°, a):

1° een natuurlijke persoon zijn;

2° a) hetzij minstens de graad van bachelor uit een afstudeerrichting of opleiding, vermeld in bijlage 5, die bij dit besluit is gevoegd, of een daarmee gelijkgeschakelde graad hebben behaald, en minstens één jaar praktische ervaring in de discipline houders voor gassen of gevaarlijke stoffen hebben verworven binnen vijf jaar voorafgaand aan de erkenningsaanvraag;

b) hetzij minstens de opleiding secundaire of secundaire technische leergangen hebben genoten of een gelijkwaardig getuigschrift of certificaat hebben behaald, en een praktische ervaring van minstens vijf jaar in de discipline houders voor gassen of gevaarlijke stoffen hebben verworven binnen tien jaar voorafgaand aan de erkenningsaanvraag.


Art. 10. De hierna vermelde bijzondere erkenningsvoorwaarden gelden voor een milieudeskundige in de discipline bodemcorrosie, vermeld in artikel 6, 1°, b):

1° een natuurlijke persoon zijn;

2° a) hetzij minstens de graad van bachelor uit een afstudeerrichting of opleiding, vermeld in bijlage 5, die bij dit besluit is gevoegd, of een daarmee gelijkgeschakelde graad hebben behaald, en minstens één jaar praktische ervaring in de discipline bodemcorrosie hebben verworven binnen vijf jaar voorafgaand aan de erkenningsaanvraag;

b) hetzij minstens de opleiding secundaire of secundaire technische leergangen hebben genoten of een gelijkwaardig getuigschrift of certificaat hebben behaald, en minstens vijf jaar praktische ervaring in de discipline bodemcorrosie, hebben verworven binnen tien jaar voorafgaand aan de erkenningsaanvraag.


Art. 11. De hierna vermelde bijzondere erkenningsvoorwaarden gelden voor een milieudeskundige in de discipline geluid en trillingen, [vermeld in artikel 6, 1°, c)]:

1° een natuurlijke persoon zijn;

2° a) hetzij minstens de graad van master of een daarmee gelijkgeschakelde graad hebben behaald en minstens drie jaar praktische ervaring hebben met het uitvoeren van opdrachten in het kader van de erkenning, verworven binnen vijf jaar voorafgaand aan de erkenningsaanvraag;

b) hetzij minstens de graad van bachelor of een daarmee gelijkgeschakelde graad hebben behaald en minstens vijf jaar praktische ervaring hebben met het uitvoeren van opdrachten in het kader van de erkenning, verworven binnen zeven jaar voorafgaand aan de erkenningsaanvraag;

3° met gunstig gevolg een opleiding hebben genoten waarin minstens de onderwerpen aan bod zijn gekomen, vermeld in bijlage 9, die bij dit besluit is gevoegd.
Gewijzigd bij artikel 89 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
Art. 12. §1. De hierna vermelde bijzondere erkenningsvoorwaarden gelden voor de MER-deskundigen, vermeld in artikel 6, 1°, d):

1° een natuurlijke persoon zijn;

2° a) hetzij minstens de graad van master of een daarmee gelijkgeschakelde graad hebben behaald en minstens drie jaar praktische ervaring hebben met het meewerken aan het opstellen van milieueffectstudies in de aangevraagde disciplines en deeldomeinen, verworven binnen vijf jaar voorafgaand aan de erkenningsaanvraag;

b) hetzij minstens de graad van bachelor of een daarmee gelijkgeschakelde graad hebben behaald en minstens vijf jaar praktische ervaring hebben met het meewerken aan het opstellen van milieueffectstudies in de aangevraagde disciplines en deeldomeinen, verworven binnen zeven jaar voorafgaand aan de erkenningsaanvraag;

3° met gunstig gevolg een opleiding hebben genoten per deeldomein of als er geen deeldomeinen zijn, per discipline, waarin minstens de onderwerpen aan bod zijn gekomen, vermeld in bijlage 9, die bij dit besluit is gevoegd.
§2. Met behoud van de toepassing van paragraaf 1, 1°, 2° en 3° gelden de hierna vermelde bijzondere erkenningsvoorwaarden voor de MER-deskundigen in de discipline geluid en trillingen, vermeld in artikel 6, 1°, d), 7):

1° als de erkenning wordt aangevraagd als MER-deskundige in de discipline geluid en trillingen, deeldomein geluid, in het bezit zijn van een erkenning als milieudeskundige in de discipline geluid en trillingen, deeldomein geluid, vermeld in artikel 6, 1°, c), 1);



2° als de erkenning wordt aangevraagd als MER-deskundige in de discipline geluid en trillingen, deeldomein trillingen, in het bezit zijn van een erkenning als milieudeskundige in de discipline geluid en trillingen, deeldomein trillingen, vermeld in artikel 6, 1°, c), 2).
Art. 13. De hierna vermelde bijzondere [erkenningsvoorwaarden] gelden voor de VR-deskundige, vermeld in artikel 6, 1°, e):

  1. een natuurlijke persoon zijn;

    1. a) hetzij minstens de graad van master of een daarmee gelijkgeschakelde graad hebben behaald en minstens drie jaar praktische ervaring hebben met het meewerken aan het opstellen van veiligheidsrapporten en het uitvoeren van kwantitatieve risicoanalyses, risico-inventarisaties en risico-evaluaties met betrekking tot risico’s, voor mens en milieu, bij industriële ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn, verworven binnen vijf jaar voorafgaand aan de erkenningsaanvraag;

b) hetzij minstens de graad van bachelor of een daarmee gelijkgeschakelde graad hebben behaald en minstens vijf jaar praktische ervaring hebben met het meewerken aan het opstellen van veiligheidsrapporten en het uitvoeren van kwantitatieve risicoanalyses, risico-inventarisaties en risico-evaluaties met betrekking tot risico’s, voor mens en milieu, bij industriële ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn, verworven binnen zeven jaar voorafgaand aan de erkenningsaanvraag;

    1. met gunstig gevolg een opleiding hebben genoten waarin minstens de onderwerpen aan bod zijn gekomen, vermeld in bijlage 9, die bij dit besluit is gevoegd.


Gewijzigd bij artikel 90 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
[Art. 13/1. De hierna vermelde bijzondere erkenningsvoorwaarden gelden voor de airco-energiedeskundige, vermeld in artikel 6, 1°, f):

  1. een natuurlijke persoon zijn;

  2. voldoen aan minstens een van de voorwaarden, vermeld in bijlage 13, die bij dit besluit is gevoegd;

  3. in het bezit zijn van het certificaat van bekwaamheid inzake de keuring van airconditioningsystemen met een nominaal koelvermogen van meer dan 12 kW, dat uitgereikt is door een erkend opleidingscentrum als vermeld in artikel 6, 4°, f), nadat de persoon de opleiding gevolgd heeft en geslaagd is voor het bijhorende examen, vermeld in artikel 43/4, §1. Als het certificaat van bekwaamheid ouder is dan vijf jaar na de datum van het slagen voor het examen, moet hij een bewijs voorleggen dat hij een bijscholing gevolgd heeft en geslaagd is voor het bijhorende examen, vermeld in artikel 43/4, §2, in een erkend opleidingscentrum als vermeld in artikel 6, 4°, f). De datum van het slagen voor het examen van de bijscholing mag niet ouder zijn dan vijf jaar, voorafgaand aan de datum van de betaling van de retributie, vermeld in punt 4°;

  4. een geldig bewijs van betaling van de retributie, vermeld in artikel 54/1, §2, hebben voorgelegd aan de afdeling, bevoegd voor erkenningen of aan een erkend opleidingscentrum als vermeld in artikel 6, 4°, f).]


Ingevoegd bij artikel 91 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
Onderafdeling 2. Erkenningsvoorwaarden voor technici
Art. 14. De hierna vermelde bijzondere erkenningsvoorwaarden gelden voor een technicus vloeibare brandstof als vermeld in artikel 6, 2°, a):

  1. een natuurlijke persoon zijn;

[2° in het bezit zijn van een certificaat van bekwaamheid inzake vloeibare brandstof, dat uitgereikt is door een erkend opleidingscentrum als vermeld in artikel 6, 4°, b), nadat de persoon de opleiding gevolgd heeft en geslaagd is voor het examen, vermeld in artikel 43, §1. Als het certificaat van bekwaamheid ouder is dan vijf jaar na de datum van het slagen voor het examen, moet hij een bewijs voorleggen dat hij een bijscholing gevolgd heeft en geslaagd is voor het bijhorende examen, vermeld in artikel 40, eerste lid, 3°, in een erkend opleidingscentrum als vermeld in artikel 6, 4°, b). De datum van het slagen voor het examen van de bijscholing mag niet ouder zijn dan vijf jaar, voorafgaand aan de datum van de betaling van de retributie, vermeld in punt 3°;

  1. een geldig bewijs van betaling van de retributie, vermeld in artikel 54/1, §2, hebben voorgelegd aan de afdeling, bevoegd voor erkenningen, of aan een erkend opleidingscentrum als vermeld in artikel 6, 4°, b).]


Gewijzigd bij artikel 92 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
Art. 15. De hierna vermelde bijzondere erkenningsvoorwaarden gelden voor een technicus gasvormige brandstof als vermeld in artikel 6, 2°, b):

  1. een natuurlijke persoon zijn;

[2° in het bezit zijn van een certificaat van bekwaamheid inzake gasvormige brandstof, dat uitgereikt is door een erkend opleidingscentrum als vermeld in artikel 6, 4°, c), nadat de persoon de opleiding gevolgd heeft en geslaagd is voor het examen, vermeld in artikel 43/1, §1. Als het certificaat van bekwaamheid ouder is dan vijf jaar na de datum van het slagen voor het examen, moet hij een bewijs voorleggen dat hij een bijscholing gevolgd heeft en geslaagd is voor het bijhorende examen, vermeld in artikel 40, eerste lid, 3°, in een erkend opleidingscentrum als vermeld in artikel 6, 4°, c). De datum van het slagen voor het examen van de bijscholing mag niet ouder zijn dan vijf jaar, voorafgaand aan de datum van de betaling van de retributie, vermeld in punt 3°;

  1. een geldig bewijs van betaling van de retributie, vermeld in artikel 54/1, §2, hebben voorgelegd aan de afdeling, bevoegd voor erkenningen, of aan een erkend opleidingscentrum als vermeld in artikel 6, 4°, c).]


Gewijzigd bij artikel 93 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
Art. 16. De hierna vermelde bijzondere erkenningsvoorwaarden gelden voor een technicus verwarmingsaudit als vermeld in artikel 6, 2°, c):

  1. een natuurlijke persoon zijn;

  2. erkend zijn als technicus vloeibare brandstof of als technicus gasvormige brandstof als vermeld in artikel 6, 2°, a) respectievelijk b);

[3° in het bezit zijn van een certificaat van bekwaamheid inzake de verwarmingsaudit, dat uitgereikt is door een erkend opleidingscentrum als vermeld in artikel 6, 4°, d), nadat de persoon de opleiding gevolgd heeft en geslaagd is voor het bijhorende examen, vermeld in artikel 43/2, §1. Als het certificaat van bekwaamheid ouder is dan vijf jaar na de datum van het slagen voor het examen, moet hij een bewijs voorleggen dat hij een bijscholing gevolgd heeft en geslaagd is voor het bijhorende examen, vermeld in artikel 40, eerste lid, 3°, in een erkend opleidingscentrum als vermeld in artikel 6, 4°, d). De datum van het slagen voor het examen van de bijscholing mag niet ouder zijn dan vijf jaar, voorafgaand aan de datum van de betaling van de retributie, vermeld in punt 4°;

  1. een geldig bewijs van betaling van de retributie, vermeld in artikel 54/1, §2, hebben voorgelegd aan de afdeling, bevoegd voor erkenningen, of aan een erkend opleidingscentrum als vermeld in artikel 6, 4°, d).]


Gewijzigd bij artikel 94 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
Art. 17. De hierna vermelde bijzondere erkenningsvoorwaarden gelden voor een stookolietechnicus als vermeld in artikel 6, 2°, d):

  1. een natuurlijke persoon zijn;

[2° in het bezit zijn van een certificaat van bekwaamheid inzake de controle en het onderhoud van stookolietanks, dat uitgereikt is door een erkend opleidingscentrum als vermeld in artikel 6, 4°, e), nadat de persoon de opleiding gevolgd heeft en geslaagd is voor het bijhorende examen, vermeld in artikel 43/3, §1. Als het certificaat van bekwaamheid ouder is dan vijf jaar na de datum van het slagen voor het examen, moet hij een bewijs voorleggen dat hij een bijscholing gevolgd heeft en geslaagd is voor het bijhorende examen, vermeld in artikel 40, eerste lid, 3°, in een erkend opleidingscentrum als vermeld in artikel 6, 4°, e). De datum van het slagen voor het examen van de bijscholing mag niet ouder zijn dan vijf jaar, voorafgaand aan de datum van de betaling van de retributie, vermeld in punt 3°;

  1. een geldig bewijs van betaling van de retributie, vermeld in artikel 54/1, §2, hebben voorgelegd aan de afdeling, bevoegd voor erkenningen, of aan een erkend opleidingscentrum als vermeld in artikel 6, 4°, e).]


Gewijzigd bij artikel 95 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
Onderafdeling 3. Erkenningsvoorwaarden voor milieucoördinatoren en verificateurs
Art. 18. §1. De hierna vermelde bijzondere erkenningsvoorwaarden gelden voor de milieucoördinator, vermeld in artikel 6, 3°, a), voor het uitoefenen van de functie bij inrichtingen, aangeduid met de kenletter A in de vijfde kolom van de lijst van de als hinderlijk beschouwde inrichtingen, vastgesteld in bijlage 1 van titel I van het VLAREM:

  1. een natuurlijke persoon zijn;

  2. de graad van master of een daarmee gelijkgeschakelde graad bezitten;

  3. in het bezit zijn van een getuigschrift van aanvullende vorming voor milieucoördinatoren van het eerste niveau of van het overgangsniveau dat, nadat de persoon het vastgelegde onderricht heeft gevolgd en geslaagd is voor het examen, vermeld in bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd, uitgereikt is door een erkend opleidingscentrum als vermeld in artikel 6, 4°, a);

  4. minstens één jaar praktische ervaring in het beheersen en voorkomen van milieuhinder en risico’s op bedrijfsniveau verworven hebben binnen vijf jaar voorafgaand aan de erkenningsaanvraag.

§2. De hierna vermelde bijzondere erkenningsvoorwaarden gelden voor de milieucoördinator, vermeld in artikel 6, 3°, a), voor het uitoefenen van de functie bij inrichtingen, aangeduid met de kenletter B in de vijfde kolom van de lijst van de als hinderlijk beschouwde inrichtingen, vastgesteld in bijlage 1 van titel I van het VLAREM:



  1. een natuurlijke persoon zijn;

  2. minstens de graad van bachelor of een daarmee gelijkgeschakelde graad bezitten;

  3. in het bezit zijn van een getuigschrift van aanvullende vorming voor milieucoördinatoren van het tweede niveau dat, nadat de persoon het vastgelegde onderricht heeft gevolgd en geslaagd is voor het examen, vermeld in bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd, uitgereikt is door een erkend opleidingscentrum als vermeld in artikel 6, 4°, a);

  4. minstens één jaar praktische ervaring in het beheersen en voorkomen van milieuhinder en risico’s op bedrijfsniveau verworven hebben binnen vijf jaar voorafgaand aan de erkenningsaanvraag.


[Art. 19. De hierna vermelde bijzondere erkenningsvoorwaarden gelden voor de milieuverificateur die belast is met de validatie van de decretale milieuaudit, vermeld in artikel 6, 3°, b):

  1. houder zijn van de titel van milieuverificateur, vermeld in verordening nr. 1221/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 inzake de vrijwillige deelneming van organisaties aan een communautair milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS), tot intrekking van Verordening (EG) nr. 761/2001 en van de Beschikkingen 2001/681/EG en 2006/193/EG van de Commissie;

  2. een geldig bewijs van betaling van de retributie, vermeld in artikel 54/1, §2, hebben voorgelegd aan de afdeling, bevoegd voor milieuvergunningen.]


Vervangen bij artikel 96 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
Onderafdeling 4. Erkenningsvoorwaarden voor opleidingscentra
Art. 20. De hierna vermelde bijzondere erkenningsvoorwaarden gelden voor een opleidingscentrum voor het verstrekken van de aanvullende vorming voor milieucoördinatoren, vermeld in artikel 6, 4°, a):

  1. naargelang de gewenste erkenning de cursussen van het eerste, het tweede of het overgangsniveau, met inbegrip van de examens, organiseren, waarvan de programma’s minstens beantwoorden aan de voorwaarden, vermeld in bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd;

  2. over in de materie onderlegde docenten beschikken die de graad van master of een daarmee gelijkgeschakelde graad bezitten, of die meer dan drie jaar ervaring hebben in het lesdomein in kwestie;

  3. over een opvolgingscommissie beschikken die de organisatie en de programma-inhoud van de cursussen bewaakt.[..]


Gewijzigd bij artikel 97 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
[Art. 21. De hierna vermelde bijzondere erkenningsvoorwaarden gelden voor een opleidingscentrum voor het uitreiken van het certificaat van bekwaamheid en bijscholing inzake vloeibare brandstof, vermeld in artikel 6, 4°, b):

  1. beschikken over degelijke procedures om de opleiding of de opleiding en de bijscholing inzake vloeibare brandstof met het bijhorende examen, vermeld in artikel 43, §1, te organiseren;

  2. beschikken over bevoegd technisch personeel dat belast wordt met het theoretische en praktische onderricht. Het personeel dat belast wordt met het onderricht, beschikt over een erkenning als technicus vloeibare brandstof als vermeld in artikel 32, §2, eerste lid, 1°. Het certificaat van bekwaamheid inzake vloeibare brandstof werd behaald in een ander opleidingscentrum dan waar het personeelslid onderricht geeft;

  3. een examenjury samenstellen, waarbij aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

    1. de jury bestaat uit minstens drie specialisten in de onderwezen vakken en staat onder het voorzitterschap van een master of een bachelor uit een afstudeerrichting of opleiding als vermeld in bijlage 5, die bij dit besluit is gevoegd, of een persoon met minstens tien jaar ervaring in de materie die erkend is als technicus vloeibare brandstof en die actief is in het vak;

    2. minstens twee juryleden beschikken over een erkenning als technicus vloeibare brandstof als vermeld in artikel 32, §2, eerste lid, 1°. Het certificaat van bekwaamheid inzake vloeibare brandstof werd behaald in een ander opleidingscentrum dan waar ze jureren;

    3. minstens een van de leden van de examenjury is een erkende technicus vloeibare brandstof die extern is aan het opleidingscentrum en die actief is in de verwarmingswereld.]


Vervangen bij artikel 98 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
[Art. 22. De hierna vermelde bijzondere erkenningsvoorwaarden gelden voor een opleidingscentrum voor het uitreiken van het certificaat van bekwaamheid en bijscholing inzake gasvormige brandstof, vermeld in artikel 6, 4°, c):

  1. beschikken over degelijke procedures om de opleiding of de opleiding en de bijscholing inzake gasvormige brandstof module G1 of de modules G1 en G2 of de modules G1, G2 en G3 met het bijhorende examen, vermeld in artikel 43/1, §1 en §2, te organiseren;

  2. beschikken over bevoegd technisch personeel dat belast wordt met het theoretische en praktische onderricht. Het personeel dat belast wordt met het onderricht, beschikt over een erkenning als technicus gasvormige brandstof als vermeld in artikel 32, §2, eerste lid, 2°. Het certificaat van bekwaamheid inzake gasvormige brandstof werd behaald in een ander opleidingscentrum dan waar het personeelslid onderricht geeft;

  3. een examenjury samenstellen, waarbij aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

    1. de jury bestaat uit minstens drie specialisten in de onderwezen vakken en staat onder het voorzitterschap van een master of een bachelor uit een afstudeerrichting of opleiding als vermeld in bijlage 5, die bij dit besluit is gevoegd, of een persoon met minstens tien jaar ervaring in de materie die erkend is als technicus gasvormige brandstof en die actief is in het vak;

    2. minstens twee juryleden beschikken over een erkenning als technicus gasvormige brandstof als vermeld in artikel 32, §2, eerste lid, 2°. Het certificaat van bekwaamheid inzake gasvormige brandstof werd behaald in een ander opleidingscentrum dan waar ze jureren;

    3. minstens een van de leden van de examenjury is een erkende technicus gasvormige brandstof die extern is aan het opleidingscentrum en die actief is in de verwarmingswereld.]


Vervangen bij artikel 98 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
[Art. 23. De hierna vermelde bijzondere erkenningsvoorwaarden gelden voor een opleidingscentrum voor het uitreiken van het certificaat van bekwaamheid en bijscholing inzake de verwarmingsaudit, vermeld in artikel 6, 4°, d):

  1. erkend zijn als opleidingscentrum vloeibare brandstof of gasvormige brandstof als vermeld in artikel 6, 4°, b) of c);

  2. beschikken over degelijke procedures om de opleiding of de opleiding en de bijscholing inzake de verwarmingsaudit met het bijhorende examen, vermeld in artikel 43/2, §1, te organiseren;

  3. beschikken over bevoegd technisch personeel dat belast wordt met het theoretische en praktische onderricht. Het personeel dat belast wordt met het onderricht, beschikt over een erkenning als technicus verwarmingsaudit als vermeld in artikel 32, §2, eerste lid, 3°. Het certificaat van bekwaamheid inzake de verwarmingsaudit werd behaald in een ander opleidingscentrum dan waar het personeelslid onderricht geeft;

  4. een examenjury samenstellen, waarbij ten minste aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

    1. de jury bestaat uit minstens twee specialisten in de onderwezen vakken en staat onder het voorzitterschap van een master of een bachelor uit een afstudeerrichting of opleiding als vermeld in bijlage 5, die bij dit besluit is gevoegd, of een persoon met minstens tien jaar ervaring in de materie die erkend is als technicus verwarmingsaudit en die actief is in het vak;

    2. minstens één jurylid beschikt over een erkenning als technicus verwarmingsaudit als vermeld in artikel 32, §2, eerste lid, 3°. Het certificaat van bekwaamheid inzake de verwarmingsaudit werd behaald in een ander opleidingscentrum dan waar het jurylid jureert;

    3. minstens een van de leden van de examenjury is een erkende technicus verwarmingsaudit die extern is aan het opleidingscentrum en die actief is in de verwarmingswereld.]


Vervangen bij artikel 98 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
[Art. 24. De hierna vermelde bijzondere erkenningsvoorwaarden gelden voor een opleidingscentrum voor het uitreiken van het certificaat van bekwaamheid en bijscholing inzake de controle en het onderhoud van stookolietanks, vermeld in artikel 6, 4°, e):

  1. beschikken over degelijke procedures om de opleiding of de opleiding en de bijscholing inzake de controle en het onderhoud van stookolietanks met het bijhorende examen, vermeld in artikel 43/3, §1, te organiseren;

  2. beschikken over bevoegd technisch personeel dat belast wordt met het theoretische en praktische onderricht. Het personeel dat belast wordt met het onderricht, beschikt over een erkenning als stookolietechnicus als vermeld in artikel 32, §2, eerste lid, 4°. Het certificaat van bekwaamheid inzake de controle en het onderhoud van stookolietanks werd behaald in een ander opleidingscentrum dan waar het personeelslid onderricht geeft;

  3. een examenjury samenstellen, waarbij ten minste aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

    1. de jury bestaat uit minstens drie specialisten in de onderwezen vakken en staat onder het voorzitterschap van een master of een bachelor uit een afstudeerrichting of opleiding als vermeld in bijlage 5, die bij dit besluit is gevoegd, of een persoon met minstens tien jaar ervaring in de materie die erkend is als stookolietechnicus en die actief is in het vak;

    2. minstens twee juryleden beschikken over een erkenning als stookolietechnicus als vermeld in artikel 32, §2, eerste lid, 4°. Het certificaat van bekwaamheid inzake de controle en het onderhoud van stookolietanks werd behaald in een ander opleidingscentrum dan waar ze jureren;

    3. minstens een van de leden van de examenjury is een erkende stookolietechnicus die extern is aan het opleidingscentrum en die actief is in de verwarmingswereld.]


Vervangen bij artikel 98 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S.23 april 2013
[Art. 24/1. De hierna vermelde bijzondere erkenningsvoorwaarden gelden voor een opleidingscentrum voor het uitreiken van het certificaat van bekwaamheid en bijscholing inzake de keuring van airconditioningsystemen met een nominaal koelvermogen van meer dan 12 kW als vermeld in artikel 6, 4°, f):

  1. beschikken over degelijke procedures om de opleiding en de bijscholing met het bijhorende examen, vermeld in artikel 43/4, §1 en §2, te organiseren, waarbij alleen de personen tot de opleiding worden toegelaten die voldoen aan minstens een van de voorwaarden, vermeld in bijlage 13, die bij dit besluit is gevoegd;

  2. het personeel dat belast wordt met het onderricht, beschikt over een erkenning als airco-energiedeskundige als vermeld in artikel 32, §2, eerste lid, 6°;

  3. een examenjury samenstellen, waarbij aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  1. de voorzitter van de examenjury is master in de ingenieurs­wetenschappen, master in de bio-ingenieurswetenschappen, master in de industriële wetenschappen, bachelor in de elektromechanica met afstudeerrichting klimatisering, of een persoon met minstens drie jaar praktijkervaring in de koelsector;

  2. minstens één examenjurylid beschikt over een erkenning als airco-energiedeskundige als vermeld in artikel 32, §2, eerste lid, 6°.]


Ingevoegd bij artikel 99 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
[Art. 24/2. De hierna vermelde bijzondere erkenningsvoorwaarden gelden voor een opleidingscentrum voor het verstrekken van de aanvullende vorming voor bodemsaneringsdeskundigen, vermeld in artikel 6, 4°, g):

  1. de cursussen en de examens organiseren, waarvan het programma minstens beantwoordt aan de voorwaarden, vermeld in bijlage 17, die bij dit besluit is gevoegd;

  2. over in de materie onderlegde docenten beschikken die de graad van master of een daarmee gelijkgeschakelde graad bezitten, of die meer dan vijf jaar ervaring hebben in het lesdomein in kwestie;

  3. over een opvolgingscommissie beschikken die de organisatie en de programma-inhoud van de cursussen bewaakt.]


Ingevoegd bij artikel 99 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
Onderafdeling 5. Erkenningsvoorwaarden voor laboratoria
[Art. 25. De hierna vermelde bijzondere erkenningsvoorwaarden gelden voor een laboratorium als vermeld in artikel 6, 5°:

  1. een rechtspersoon zijn;

  2. voor de aangevraagde pakketten over een gunstige beoordeling van het referentielaboratorium van het Vlaamse Gewest beschikken, gegeven op basis van de evaluatie van beproevingen, monsternemingen, metingen en analyses op typemonsters van referentiestalen of reële stalen die door een referentielaboratorium ter beschikking gesteld zijn en die door de aanvrager uitgevoerd zijn. De beproevingen, monsternemingen, metingen en analyses zijn uitgevoerd volgens de methoden, vermeld in artikel 45. Een gedeelte van een pakket of een volledig pakket wordt beoordeeld:

  1. in geval van een ringtest op basis van de evaluatie van de criteria, vermeld in bijlage 10, hoofdstuk 1, die bij dit besluit is gevoegd. Alleen de resultaten van ringtesten die georganiseerd zijn overeenkomstig de voorwaarden, vermeld in bijlage 10/1, die bij dit besluit is gevoegd, komen in aanmerking voor evaluatie;

  2. in geval van een technische proef op basis van de evaluatie van de criteria, vermeld in bijlage 10, hoofdstuk 2, die bij dit besluit is gevoegd;

  1. voor ten minste één parameter per discipline waarvoor het laboratorium de erkenning aanvraagt, over een ISO/IEC 17025-accreditatie beschikken met betrekking tot de te volgen methoden, vermeld in artikel 45. Als het laboratorium over een ISO/IEC 17025-accreditatie beschikt voor een parameter waarvoor het al een erkenning heeft verkregen en die deel uitmaakt van dezelfde discipline als de parameter waarvoor het de erkenning aanvraagt, wordt deze erkenningsvoorwaarde als vervuld beschouwd;

  2. voor de overige parameters die het voorwerp uitmaken van de erkenningsaanvraag, beschikken over:

  1. hetzij een ISO/IEC 17025-accreditatie met betrekking tot de te volgen methoden, vermeld in artikel 45;

  2. hetzij een gunstige beoordeling van het referentielaboratorium van het Vlaamse Gewest over de toepassing van ISO/IEC 17025 met betrekking tot de te volgen methoden, vermeld in artikel 45.

De gunstige beoordeling, vermeld in het eerste lid, 2° en 4°, b), mag niet ouder zijn dan één jaar, voorafgaand aan de datum van de indiening van de volledige erkenningsaanvraag.


Een laboratorium dat alleen erkend wil worden voor een pakket dat alleen monstername en monstervoorbehandeling ter plaatse omvat of een laboratorium als vermeld in artikel 6, 5°, b), dat alleen erkend wil worden voor het pakket L.11.1, L.11.2 of L.18, vermeld in bijlage 3, 2°, die bij dit besluit is gevoegd, is vrijgesteld van de erkenningsvoorwaarden, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°. Dat laboratorium moet beschikken over een gunstige beoordeling van het referentielaboratorium van het Vlaamse Gewest over de toepassing van ISO/IEC 17025 met betrekking tot de te volgen methoden, vermeld in artikel 45. De gunstige beoordeling mag niet ouder zijn dan één jaar, voorafgaand aan de datum van de indiening van de volledige erkenningsaanvraag.
Voor monstername wordt ISO/IEC 17020 evenwaardig beschouwd aan ISO/IEC 17025.
Een laboratorium als vermeld in artikel 6, 5°, e) en f), kan maximaal 10 % van de parameters van een pakket uitbesteden aan andere laboratoria op voorwaarde dat het pakket tien of meer parameters bevat. De laboratoria waaraan de parameters worden uitbesteed, moeten erkend zijn voor de analyse van de desbetreffende parameters en moeten de analyses zelf uitvoeren.]
Vervangen bij artikel 100 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
[Onderafdeling 6. Erkenningsvoorwaarden voor bodemsaneringsdeskundigen]
Onderafdeling ingevoegd bij artikel 101 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
[Art. 25/1. §1. Om als natuurlijke persoon te worden erkend als bodemsaneringsdeskundige van type 1 als vermeld in artikel 6, 6°, gelden de hierna vermelde bijzondere erkenningsvoorwaarden:

  1. a) ofwel minstens de graad van master of een daarmee gelijkgeschakelde graad hebben behaald in een opleiding of in opleidingen waarin de disciplines bodemkunde, geologie en scheikunde aan bod komen, en minstens drie jaar praktische ervaring hebben wat betreft het onderzoek inzake bodemverontreiniging, verworven binnen zes jaar, voorafgaand aan de erkenningsaanvraag;

b) ofwel minstens de graad van bachelor of een daarmee gelijkgeschakelde graad hebben behaald in een opleiding of in opleidingen waarin de disciplines bodemkunde, geologie en scheikunde aan bod komen, en minstens zes jaar praktische ervaring hebben wat betreft het onderzoek inzake bodemverontreiniging, verworven binnen tien jaar, voorafgaand aan de erkenningsaanvraag;

  1. in het bezit zijn van een getuigschrift van aanvullende vorming voor bodemsaneringsdeskundigen, module 1, dat door een erkend opleidingscentrum als vermeld in artikel 6, 4°, g), is uitgereikt met toepassing van de bepalingen van bijlage 17, die bij dit besluit is gevoegd.

§2. Om als rechtspersoon te worden erkend als bodemsaneringsdeskundige van type 1 als vermeld in artikel 6, 6°, gelden de hierna vermelde bijzondere erkenningsvoorwaarden:



  1. een natuurlijke persoon in dienst hebben die voldoet aan de volgende vereisten, of verschillende natuurlijke personen in dienst hebben die afzonderlijk of samen voldoen aan de volgende vereisten:

  1. minstens de graad van master of een daarmee gelijkgeschakelde graad hebben behaald in een opleiding waarin de discipline scheikunde aan bod komt, dan wel minstens de graad van bachelor of een daarmee gelijkgeschakelde graad hebben behaald in een dergelijke opleiding op voorwaarde dat die personen minstens zes jaar praktische ervaring hebben in het uitvoeren van bodemonderzoeken, verworven binnen tien jaar, voorafgaand aan de erkenningsaanvraag;

  2. minstens de graad van master of een daarmee gelijkgeschakelde graad hebben behaald in een opleiding waarin de disciplines geologie en bodemkunde aan bod komen, dan wel minstens de graad van bachelor of een daarmee gelijkgeschakelde graad hebben behaald in een dergelijke opleiding op voorwaarde dat die personen minstens zes jaar praktische ervaring hebben in het uitvoeren van bodemonderzoeken, verworven binnen tien jaar, voorafgaand aan de erkenningsaanvraag;

  1. minstens één natuurlijke persoon in dienst hebben die minstens drie jaar praktische ervaring heeft in een milieusector die relevant is voor het onderzoek inzake bodemverontreiniging, verworven binnen zes jaar, voorafgaand aan de erkenningsaanvraag;

  2. minstens één natuurlijke persoon in dienst hebben die in het bezit is van een getuigschrift van aanvullende vorming voor bodemsaneringsdeskundigen, module 1, dat door een erkend opleidingscentrum als vermeld in artikel 6, 4°, g), is uitgereikt met toepassing van de bepalingen van bijlage 17, die bij dit besluit is gevoegd.]


Ingevoegd bij artikel 101 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
Art. 25/2. De volgende bijzondere erkenningsvoorwaarden gelden voor een bodemsaneringsdeskundige van type 2 als vermeld in artikel 6, 6°:

  1. een rechtspersoon zijn;

  2. een natuurlijke persoon in dienst hebben die voldoet aan de volgende vereisten, of verschillende natuurlijke personen in dienst hebben die afzonderlijk of samen voldoen aan de volgende vereisten:

  1. minstens de graad van master of een daarmee gelijkgeschakelde graad hebben behaald in een opleiding waarin de discipline biologie aan bod komt, dan wel minstens de graad van bachelor of een daarmee gelijkgeschakelde graad hebben behaald in een dergelijke opleiding op voorwaarde dat die personen minstens zes jaar praktische ervaring hebben in het uitvoeren van bodemonderzoeken en bodemsanering, verworven binnen tien jaar, voorafgaand aan de erkenningsaanvraag;

  2. minstens de graad van master of een daarmee gelijkgeschakelde graad hebben behaald in een opleiding waarin de discipline microbiologie aan bod komt, dan wel minstens de graad van bachelor of een daarmee gelijkgeschakelde graad hebben behaald in een dergelijke opleiding op voorwaarde dat die personen minstens zes jaar praktische ervaring hebben in het uitvoeren van bodemonderzoeken en bodemsanering, verworven binnen tien jaar, voorafgaand aan de erkenningsaanvraag;

  3. minstens de graad van master of een daarmee gelijkgeschakelde graad hebben behaald in een opleiding waarin de discipline scheikunde aan bod komt, dan wel minstens de graad van bachelor of een daarmee gelijkgeschakelde graad hebben behaald in een dergelijke opleiding op voorwaarde dat die personen minstens zes jaar praktische ervaring hebben in het uitvoeren van bodemonderzoeken en bodemsanering, verworven binnen tien jaar, voorafgaand aan de erkenningsaanvraag;

  4. minstens de graad van master of een daarmee gelijkgeschakelde graad hebben behaald in een opleiding waarin de disciplines geologie en bodemkunde aan bod komen, dan wel minstens de graad van bachelor of een daarmee gelijkgeschakelde graad hebben behaald in een dergelijke opleiding op voorwaarde dat die personen minstens zes jaar praktische ervaring hebben in het uitvoeren van bodemonderzoeken en bodemsanering, verworven binnen tien jaar, voorafgaand aan de erkenningsaanvraag;

  1. een of meer natuurlijke personen in dienst hebben of contractueel ter beschikking hebben die minstens de graad van master of een daarmee gelijkgeschakelde graad hebben behaald in een opleiding waarin de disciplines bouwkunde en grondmechanica aan bod komen, dan wel minstens de graad van bachelor of een daarmee gelijkgestelde graad hebben behaald in een dergelijke opleiding op voorwaarde dat die personen minstens zes jaar ervaring hebben in het leiden van de bodemsanering, verworven binnen tien jaar, voorafgaand aan de erkenningsaanvraag;

  2. minstens één natuurlijke persoon in dienst hebben die minstens drie jaar praktische ervaring heeft in een milieusector die relevant is zowel voor het uitvoeren van bodemonderzoeken als voor het onderzoek inzake risico’s van bodemverontreiniging, verworven binnen zes jaar, voorafgaand aan de erkenningsaanvraag;

  3. minstens één natuurlijke persoon in dienst hebben die minstens vijf jaar praktische ervaring heeft in een milieusector die relevant is voor het leiden van de bodemsanering, verworven binnen tien jaar, voorafgaand aan de erkenningsaanvraag;

  4. minstens één natuurlijke persoon in dienst hebben die minstens vijf jaar praktische ervaring heeft met werfopvolging, verworven binnen tien jaar, voorafgaand aan de erkenningsaanvraag;

  5. minstens één natuurlijke persoon in dienst hebben die in het bezit is van een getuigschrift van aanvullende vorming voor bodemsaneringsdeskundigen, module 2, dat door een erkend opleidingscentrum als vermeld in artikel 6, 4°, g), is uitgereikt met toepassing van de bepalingen van bijlage 17, die bij dit besluit is gevoegd;

  6. minstens één natuurlijke persoon in dienst hebben die met gunstig gevolg een opleiding heeft genoten waarin minstens de volgende onderwerpen aan bod zijn gekomen: de Vlaamse reglementeringen inzake de milieuvergunning, het grondwaterbeheer en de stedenbouw en ruimtelijke ordening;

  7. minstens één natuurlijke persoon in dienst hebben of contractueel ter beschikking hebben met de nodige ervaring om een mathematisch grondwatermodel te hanteren en de resultaten ervan correct te interpreteren.]


Ingevoegd bij artikel 101 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
[Onderafdeling 7. Erkenningsvoorwaarden voor boorbedrijven]
Onderafdeling ingevoegd bij artikel 102 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
[Art. 25/3. De hierna vermelde bijzondere erkenningsvoorwaarden gelden voor een boorbedrijf als vermeld in artikel 6, 7°:

  1. een rechtspersoon zijn;

  2. voor elk operationeel boortoestel voor het uitvoeren van de werken in het kader van de gewenste erkenning een natuurlijke persoon in dienst hebben die aan minstens een van de volgende voorwaarden voldoet:

  1. over minstens drie jaar praktische ervaring beschikken in het uitvoeren van werken in het kader van de gewenste erkenning, verworven binnen vijf jaar, voorafgaand aan de erkenningsaanvraag;

  2. over een attest beschikken dat een algemene opleiding als vermeld in bijlage 16, die bij dit besluit is gevoegd, met gunstig gevolg werd gevolgd binnen vijf jaar, voorafgaand aan de erkenningsaanvraag.]


Ingevoegd bij artikel 102 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013




1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   17


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina