B. S. 1 februari 2011) Gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van: 10 juni 2011



Dovnload 0.73 Mb.
Pagina5/17
Datum27.09.2016
Grootte0.73 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   17

HOOFDSTUK 6

GELIJKWAARDIGHEID VAN TITELS TEN AANZIEN VAN ERKENNINGEN



Art. 31. §1. De aanvraag van gelijkwaardigheid van een niet door de Vlaamse overheid of een door haar erkende organisatie verleende titel met een erkenning als vermeld in artikel 6, wordt ingediend bij [de bevoegde afdeling]. De aanvraag bevat alle bewijsstukken die aantonen dat de titel gelijkwaardig is aan de erkenning, vermeld in artikel 6.
§2. [De bevoegde afdeling] kan in het kader van het onderzoek dat ze voert naar aanleiding van de aanvraag, aanvullende adviezen of inlichtingen van andere overheden en organisaties inwinnen.
§3. [De leidinggevende ambtenaar van het agentschap of departement waartoe de bevoegde afdeling behoort, beslist] over de volledige of gedeeltelijke gelijkwaardigheid van de titel.
§4. De beslissing over de gelijkwaardigheid wordt binnen een termijn van zestig dagen, te rekenen vanaf de datum van de ontvangst van de aanvraag, door [de bevoegde afdeling] meegedeeld aan de aanvrager.
§5. De gelijkwaardigheid van een bepaalde titel ten aanzien van een erkenning geldt voor alle andere identieke titels.
§6. De titel die gelijkwaardig wordt bevonden aan een erkenning als vermeld in artikel 6, wordt opgenomen in de lijst van gelijkwaardige titels die wordt gepubliceerd op de website van [de bevoegde afdeling].
Gewijzigd bij artikel 107 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013


HOOFDSTUK 7

ERKENNINGEN VAN RECHTSWEGE



Art. 32. §1. Personen die houder zijn van een titel die krachtens artikel 31 gelijkwaardig is bevonden aan een erkenning als vermeld in artikel 6, zijn voor die laatste erkenning van rechtswege erkend.
[De erkenning gaat in op de datum waarop het gebruik van de erkenning wordt gemeld aan de bevoegde afdeling en een geldig bewijs van betaling van de retributie, vermeld in artikel 54/1, §2, wordt voorgelegd aan de bevoegde afdeling.]
§2. De volgende personen zijn van rechtswege erkend als:

  1. technicus vloeibare brandstof als vermeld in artikel 6, 2°, a): de personen die voldoen aan de bijzondere erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 14;

  2. technicus gasvormige brandstof als vermeld in artikel 6, 2°, b): de personen die voldoen aan de bijzondere erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 15;

  3. technicus verwarmingsaudit als vermeld in artikel 6, 2°, c): de personen die voldoen aan de bijzondere erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 16;

  4. stookolietechnicus als vermeld in artikel 6, 2°, d): de personen die voldoen aan de bijzondere erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 17;

  5. milieuverificateurs, belast met de validatie van de decretaal verplichte milieuaudit, vermeld in artikel 6, 3°, b): de personen die voldoen aan de bijzondere [erkenningsvoorwaarden], vermeld in artikel 19;

[6° airco-energiedeskundige als vermeld in artikel 6, 1°, f): de personen die voldoen aan de bijzondere erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 13/1.]
[De erkenning, vermeld in het eerste lid, 5°, gaat in op de datum waarop het gebruik van de erkenning wordt gemeld aan de afdeling, bevoegd voor milieuvergunningen, en een geldig bewijs van betaling van de retributie, vermeld in artikel 54/1, §2, wordt voorgelegd aan de afdeling, bevoegd voor milieuvergunningen.]
§3. De erkenning van rechtswege, vermeld in paragraaf 1 en 2, is niet van toepassing op personen die niet voldoen aan de algemene erkenningsvoorwaarde, vermeld in artikel 8.
Gewijzigd bij artikel 108 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013


HOOFDSTUK 8

GEBRUIKSEISEN VOOR ERKENNINGEN




Afdeling 1. Algemene bepalingen gebruikseisen voor erkenningen



Art. 33. §1. Het gebruik van de erkenning, met inbegrip van de erkenning van rechtswege, is onderworpen aan de naleving van de algemene en bijzondere gebruikseisen.
§2. De eisen die gesteld worden aan het gebruik van uitrusting en materiaal zijn niet van toepassing op dienstverrichters die gevestigd zijn in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte of in een ander gewest in België, als de goede kwaliteit van de uit te voeren taken daardoor niet in het gedrang wordt gebracht.


Afdeling 2. Algemene gebruikseisen



Art. 34. §1. Het uitoefenen van functies, het verstrekken van opleidingen, het nemen van monsters en het uitvoeren van metingen, beproevingen en analyses waarvoor een persoon erkend is, verloopt op een kwalitatief goede wijze.
[De erkende persoon neemt daarbij een objectieve en onafhankelijke houding aan. Het is hem verboden om zijn erkenning te gebruiken als:

  1. hij, in rechte of in feite, bestuursmandaten opneemt of bestuursfuncties uitoefent bij de opdrachtgever;

  2. de opdrachtgever, zelf of met een tussenpersoon, in rechte of in feite bestuursmandaten opneemt of bestuursfuncties uitoefent bij de erkende persoon;

  3. hij bloed- of aanverwant in de rechte lijn tot en met de derde graad en in de zijlijn tot en met de vierde graad is met de opdrachtgever;

  4. er financiële banden zijn tussen hem en de opdrachtgever;

  5. hij rechtstreeks of onrechtstreeks, geheel of gedeeltelijk, gecontroleerd of beheerd wordt door de opdrachtgever.

Het gebruiksverbod, vermeld in het tweede lid, is niet van toepassing op bodemsaneringsdeskundigen. Voor de bodemsaneringsdeskundige geldt de onverenigbaarheidsregeling, vermeld in artikel 53/5.]


§2. De erkende persoon past de normen en codes van goede praktijk toe die voor het gebruik van de erkenning in het Vlaamse Gewest van toepassing zijn.
§3. De erkende persoon beschikt over een verzekering tot dekking van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid, inclusief de beroepsaansprakelijkheid, ten gevolge van het gebruik van de erkenning. In afwijking hiervan zijn de opleidingscentra verzekerd voor de ongevallen, schade en de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van leraren en studenten.
§4. De attesten, vaststellingen, verslagen en andere documenten die door een erkende persoon worden afgeleverd, zijn voldoende duidelijk en uitgebreid zodat het uit de lezing ervan mogelijk is om na te gaan of aan de reglementaire voorschriften is voldaan. Die attesten, vaststellingen, verslagen en andere documenten worden ondertekend door de erkende persoon.
§5. De erkende persoon deelt elke wijziging in de identificatiegegevens, elke wijziging van de gegevens die tot de erkenning hebben geleid, waardoor hij niet meer voldoet aan de erkenningsvoorwaarden, of de definitieve stopzetting van het gebruik van de erkenning onverwijld mee aan [de bevoegde afdeling].
De erkende persoon stelt aan [de bevoegde afdeling] alle inlichtingen en documenten ter beschikking waar ze om vraagt met betrekking tot de erkenning en richt zich naar de instructies die door [de bevoegde afdeling] en de toezichthouders worden gegeven.
§6. Het is de erkende persoon, zelfs na het beëindigen van zijn functie, verboden vertrouwelijke gegevens kenbaar te maken, waarvan hij ten gevolge van zijn opdrachten kennis heeft gekregen.
§7. Ambtenaren kunnen hun erkenning niet gebruiken als ze met betrekking tot de erkenning of de taken van de erkenninghouder een adviserende, toezichthoudende of beslissende functie uitoefenen.
§8. De erkende persoon verleent zijn medewerking aan periodieke evaluaties die door [de bevoegde afdeling] worden opgezet.
[§9. De erkende persoon legt vijfjaarlijks een bewijs van betaling van de retributie, vermeld in artikel 54/1, §2, voor aan de bevoegde afdeling.]
Gewijzigd bij artikel 109 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013


Afdeling 3. Bijzondere gebruikseisen



Onderafdeling 1. Gebruikseisen voor deskundigen
Art. 35. De erkende milieudeskundige in de discipline houders voor gassen of gevaarlijke stoffen, vermeld in artikel 6, 1°, a):

  1. beschikt over het behoorlijk onderhouden materiaal dat voldoet aan alle reglementaire eisen en dat noodzakelijk is voor de uitvoering van de taken waarvoor de erkenning werd verkregen;

  2. beschikt over de nodige vakliteratuur en technische gegevens over de uit te voeren taken met betrekking tot de erkenning.


Art. 36. De erkende milieudeskundige in de discipline bodemcorrosie, vermeld in artikel 6, 1°, b):

  1. beschikt over het behoorlijk onderhouden materiaal dat voldoet aan alle reglementaire eisen en dat noodzakelijk is voor de uitvoering van de taken waarvoor de erkenning werd verkregen;

  2. beschikt over de nodige vakliteratuur en technische gegevens over de uit te voeren taken met betrekking tot de erkenning.


Art. 37. De erkende milieudeskundige in de discipline geluid en trillingen, vermeld in artikel 6, 1°, c), 1) en 2):

  1. beschikt minstens over de apparatuur, [vermeld in bijlage 8, die bij dit besluit is gevoegd];

  2. kan de softwareprogramma’s voor de verwerking van de meetresultaten hanteren en de resultaten ervan correct interpreteren;

  3. houdt een kwaliteitshandboek bij dat minstens de inhoud, vermeld in bijlage 7, [die bij dit besluit is gevoegd,] bevat;

  4. beschikt over de nodige vakliteratuur en gegevens over de uit te voeren taken met betrekking tot de erkenning;

[5° blijft op de hoogte van de recentste ontwikkelingen en wetgeving inzake de discipline geluid en trillingen door jaarlijks een bijscholing van minstens acht uur te volgen;]

  1. keurt de sonometers die door de overheden, belast met de controle op de toepassing van de wet Geluidshinder en de uitvoeringsbesluiten ervan, worden aangeboden, en levert daarvan een attest af dat de deugdelijkheid en de nauwkeurigheid van de apparatuur waarborgt voor een periode van twaalf maanden;

  2. heeft geen rechtstreeks belang in een bedrijf dat apparaten of toestellen die met geluidsmeting of lawaaibestrijding te maken hebben, fabriceert of verhandelt;

[8° houdt de logboeken en de procedures, vermeld in bijlage 7/1, die bij dit besluit is gevoegd, ten minste vijf jaar bij;

  1. kalibreert de meetapparatuur op de tijdstippen die hieronder aangegeven worden, en houdt de resultaten daarvan bij in een logboek:

  1. eerstelijnskalibratie: ijking van meetapparatuur voor en na elke meting;

  2. tweedelijnskalibratie: jaarlijkse reciproque ijking van meetapparatuur met behulp van een extern gekalibreerd referentiemeetapparaat;

  3. derdelijnskalibratie: tweejaarlijkse externe ijking van een referentiemeetapparaat;

  1. houdt de meetgegevens van onderzoeken in het kader van de erkenning ten minste vijf jaar bij.]


Gewijzigd bij artikel 110 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
Art. 38. De erkende MER-deskundige, vermeld in artikel 6, 1°, d):

  1. beschikt over de nodige softwareprogramma’s voor het voorspellen van effecten van plannen en projecten op mens en milieu en kan die hanteren en de resultaten ervan correct interpreteren;

  2. beschikt over de nodige vakliteratuur en gegevens over de uit te voeren taken met betrekking tot de erkenning;

  3. blijft op de hoogte van de recentste ontwikkelingen en wetgeving inzake de discipline waarvoor hij erkend is, door daarvoor jaarlijks een bijscholing van minstens acht uur te volgen per discipline.


Art. 39. De erkende VR-deskundige, vermeld in artikel 6, 1°, e):

  1. beschikt over de nodige softwareprogramma’s voor het berekenen van risico’s voor mens en milieu bij industriële ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn, en kan die hanteren en de resultaten ervan correct interpreteren;

  2. beschikt over de nodige vakliteratuur en gegevens over de uit te voeren taken met betrekking tot de erkenning;

  3. blijft op de hoogte van de recentste ontwikkelingen en wetgeving inzake veiligheidsrapportage door daarvoor jaarlijks een bijscholing van minstens acht uur te volgen.


[Art. 39/1. De erkende airco-energiedeskundige, vermeld in artikel 6, 1°, f):

  1. toont op verzoek het materiaal dat hij gebruikt bij de uitvoering van de werkzaamheden met betrekking tot de erkenning;

  2. voert de keuring, vermeld in artikel 5.16.3.3, §3, 4°, artikel 5bis.15.5.4.5.4, §6, eerste lid, of artikel 5bis.19.8.4.8.4, §6, eerste lid, van titel II van het VLAREM correct uit en interpreteert de resultaten correct;

  3. bezorgt na iedere keuring van airconditioningsystemen met een nominaal koelvermogen van meer dan 12 kW als vermeld in artikel 5.16.3.3, §3, 4°, artikel 5bis.15.5.4.5.4, §6, eerste lid, of artikel 5bis.19.8.4.8.4, §6, eerste lid, van titel II van het VLAREM, een verslag van de keuring aan de exploitant van het gebouw met het airconditioningsysteem. Het keuringsverslag bevat het resultaat van de keuring, alsook aanbevelingen voor een kostenefficiënte verbetering van de energieprestatie van het gekeurde systeem en, in voorkomend geval, de evaluatie van de aanbevelingen die bij de vorige keuring werden geformuleerd;

  4. houdt alle gegevens van de keuring op dusdanige wijze bij dat een controle op het verloop van de keuring mogelijk is. Die gegevens en het keuringsverslag worden gedurende ten minste drie jaar bewaard en worden ter beschikking gehouden van de afdeling, bevoegd voor erkenningen, en de keuringsinstelling, vermeld in artikel 58/2;

  5. houdt een overzichtslijst bij van alle keuringen als vermeld in artikel 5.16.3.3, §3, 4°, artikel 5bis.15.5.4.5.4, §6, eerste lid, of artikel 5bis.19.8.4.8.4, §6, eerste lid, van titel II van het VLAREM, die hij in het voorbije kalenderjaar uitgevoerd heeft;

  6. volgt vijfjaarlijks de bijscholing en slaagt voor het bijhorende examen, vermeld in artikel 43/4, 2°, in een erkend opleidingscentrum als vermeld in artikel 6, 4°, f).

Als een geldig bewijs van betaling van de retributie, vermeld in artikel 13/1, 4°, na een termijn van vijf jaar na het behalen van het certificaat van bekwaamheid inzake de keuring van airconditioningsystemen met een nominaal koelvermogen van meer dan 12 kW, vermeld in artikel 13/1, 3°, voorgelegd wordt, moet de airco-energiedeskundige de bijscholing gevolgd hebben en voor het bijhorende examen geslaagd zijn, vermeld in het eerste lid, van dit artikel, voor hij de erkenning van rechtswege, vermeld in artikel 32, §2, eerste lid, 6°, kan gebruiken.]


Ingevoegd bij artikel 111 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
Onderafdeling 2. Gebruikseisen voor technici
Art. 40. De erkende technicus, vermeld in artikel 6, 2°:

  1. toont, op eenvoudig verzoek, het materiaal dat hij gebruikt bij het uitvoeren van de taken met betrekking tot de verleende erkenning;

  2. maakt uitsluitend gebruik van apparatuur die voldoet aan alle reglementaire eisen, vermeld in bijlage 6, die bij dit besluit is gevoegd;

  3. volgt vijfjaarlijks de bijscholing, vermeld in bijlage 1, hoofdstuk 3, die bij dit besluit is gevoegd, en slaagt voor de bijhorende proef. Die bijscholing wordt gevolgd in een daartoe erkend opleidingscentrum;

[4° voert de keuring, onderhoudsbeurt of verwarmingsaudit, vermeld in artikel 12, 13, en 14 van het besluit inzake het onderhoud en nazicht van stooktoestellen, correct uit;

  1. levert de attesten en rapporten af en houdt die ter beschikking, zoals bepaald in artikel 15 van het besluit inzake het onderhoud en nazicht van stooktoestellen.]

[Als een geldig bewijs van betaling van de desbetreffende retributie, vermeld in artikel 14, 3°, artikel 15, 3°, artikel 16, 4°, of artikel 17, 3°, na een termijn van vijf jaar na het behalen van het desbetreffende certificaat van bekwaamheid, vermeld in artikel 14, 2°, artikel 15, 2°, artikel 16, 3°, of artikel 17, 2°, voorgelegd wordt, moet de technicus de bijscholing, vermeld in het eerste lid, 3°, gevolgd hebben, en voor het bijhorende examen, vermeld in het eerste lid, 3°, geslaagd zijn voor hij de desbetreffende erkenning van rechtswege, vermeld in artikel 32, § 2, eerste lid, 1° tot en met 4°, kan gebruiken.]


Gewijzigd bij artikel 112 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
Onderafdeling 3. Gebruikseisen voor milieucoördinatoren
Art. 41. §1. De erkende milieucoördinator, vermeld in artikel 6, 3°, a), schoolt zich permanent bij inzake milieuwetenschappen, inclusief milieutechnologie en recht, alsook inzake de taken, vermeld in het decreet Milieubeleid door cursussen, seminaries, studiedagen, en dergelijke te volgen. Seminaries, studiedagen en dergelijke komen alleen in aanmerking als de inhoud van de bijscholing betrekking heeft op de leefmilieuproblematiek in het algemeen.
De bijscholing van de milieucoördinator bedraagt ten minste dertig uur per kalenderjaar.
§2. De milieucoördinator is evenwel vrijgesteld van het volgen van de bijscholing in een bepaald kalenderjaar voor het aantal uren dat hij in datzelfde kalenderjaar de aanvullende vorming volgt, als vermeld in bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd.
Onderafdeling 4. Gebruikseisen voor opleidingscentra
Art. 42. Het erkende opleidingscentrum voor het verstrekken van de aanvullende vorming voor milieucoördinatoren, vermeld in artikel 6, 4°, a):

  1. beschikt over de nodige infrastructuur (leslokalen, didactisch materiaal, bibliotheek) om de cursist in staat te stellen de nodige kennis en bekwaamheid te verwerven voor het vervullen van de taken van de milieucoördinator;

  2. aanvaardt alleen cursisten die voldoen aan de volgende toelatingsvoorwaarden:

  1. voor de aanvullende vorming van het eerste niveau: de graad van bachelor of een daarmee gelijkgeschakelde graad bezitten;

  2. voor de aanvullende vorming van het tweede niveau: het diploma van secundair onderwijs of gelijkwaardige getuigschriften of certificaten bezitten;

  3. voor de overgangscursussen van het tweede niveau naar het eerste niveau: het getuigschrift van aanvullende vorming voor milieucoördinatoren van het tweede niveau;

  1. kan op basis van de opleiding die ze tot dan toe al hebben genoten, de cursisten vrijstelling verlenen van het volgen van bepaalde onderdelen van de aanvullende vorming. De vrijstelling geldt niet voor het maken van een eindwerk;

[4°brengt de afdeling, bevoegd voor milieuvergunningen, minstens één maand vooraf op de hoogte van de datum van de examens en van de bespreking van de eindwerken. Een lijst met de vermelding van de titels van de eindwerken wordt gelijktijdig met de lijst van voormelde data aan de afdeling, bevoegd voor milieuvergunningen, bezorgd. De afdeling, bevoegd voor milieuvergunningen, kan zetelen in de examen- of eindwerkjury;

5° stelt ten minste tweemaal per jaar een verslag op over de inhoudelijke werking van de opvolgingscommissie die waakt over de organisatie en de programma-inhoud van de cursussen. Dit verslag omvat minimaal een beschrijving van de vergadering en activiteiten, en wordt aan de afdeling, bevoegd voor milieuvergunningen, bezorgd;



  1. nodigt de afdeling, bevoegd voor milieuvergunningen, uit op elke vergadering van de opvolgingscommissie. Het afdelingshoofd van de afdeling, bevoegd voor milieuvergunningen, of zijn afgevaardigde maken van rechtswege deel uit van de opvolgingscommissie;

  2. moet, als daarom wordt verzocht door de afdeling, bevoegd voor milieuvergunningen, ambtenaren de mogelijkheid bieden om de opleidingen en examens bij te wonen.]


Gewijzigd bij artikel 113 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
[Art. 43. §1. Het erkende opleidingscentrum voor het uitreiken van het certificaat van bekwaamheid en bijscholing inzake vloeibare brandstof, vermeld in artikel 6, 4°, b), organiseert de opleiding met het bijhorende examen inzake vloeibare brandstof, waarvan de inhoud en de minimale duur van de opleiding worden vastgelegd in bijlage 1, hoofdstuk 3, afdeling 1, onderafdeling 1 en 2, die bij dit besluit is gevoegd, en organiseert, in voorkomend geval, de bijscholing met het bijhorende examen inzake vloeibare brandstof, waarvan de inhoud van de bijscholing en de minimale duur van de bijscholing en het bijhorende examen worden vastgelegd in bijlage 1, hoofdstuk 3, afdeling 1, onderafdeling 3, die bij dit besluit is gevoegd.
Het bijhorende examen bestaat uit vijf onderdelen:

  1. een schriftelijk theoretisch deel;

  2. een praktische proef;

  3. een mondeling theoretisch deel;

  4. een onderdeel over de kennis van de Vlaamse wetgeving en de daarin opgenomen terminologie;

  5. een proef over de verwarmingsaudit.

De proef over de verwarmingsaudit bestaat uit het beoordelen van het rendement en de correcte dimensionering van centrale verwarmingsketels met het rekeninstrument, vermeld in artikel 14 van het besluit inzake het onderhoud en nazicht van stooktoestellen.


Een persoon is geslaagd voor het examen als hij voldoet aan de volgende voorwaarden:

  1. voor het schriftelijke theoretische deel, de praktische proef, het mondelinge theoretische deel en het onderdeel over de kennis van de Vlaamse wetgeving en de daarin opgenomen terminologie telkens minstens vijftig procent van de punten behalen en voor die vier onderdelen in totaal minstens zestig procent van de punten behalen;

  2. voor de proef over de verwarmingsaudit minstens zestig procent van de punten behalen.

§2. Het erkende opleidingscentrum, vermeld in paragraaf 1, reikt een certificaat van bekwaamheid of, in voorkomend geval, van bijscholing inzake vloeibare brandstof uit nadat een persoon de opleiding of, in voorkomend geval, de bijscholing gevolgd heeft en geslaagd is voor het bijhorende examen, vermeld in paragraaf 1.


Het certificaat bevat minstens de gegevens, vermeld in bijlage 14, die bij dit besluit is gevoegd. Voor de opmaak van het certificaat volgt het opleidingscentrum de instructies van de afdeling, bevoegd voor erkenningen. Het model van het certificaat wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de afdeling, bevoegd voor erkenningen. Een kopie van het uitgereikte certificaat wordt bezorgd aan de afdeling, bevoegd voor erkenningen.
§3. Het erkende opleidingscentrum, vermeld in paragraaf 1, bezorgt binnen een maand na elk examen een verslag van de examenzitting aan de afdeling, bevoegd voor erkenningen. Dat verslag wordt ondertekend door de aanwezige examenjuryleden en bevat minstens de gegevens, vermeld in bijlage 15, die bij dit besluit is gevoegd.
§4. Het erkende opleidingscentrum, vermeld in paragraaf 1, bezorgt binnen een maand nadat door de geslaagde kandidaat een geldig bewijs van betaling van de retributie, vermeld in artikel 14, 3°, of artikel 34, §9, voorgelegd is, een kopie van dat bewijs aan de afdeling, bevoegd voor erkenningen.
§5. Het erkende opleidingscentrum, vermeld in paragraaf 1, beschikt over de infrastructuur en het materiaal, vermeld in bijlage 1, hoofdstuk 1, afdeling 1, die bij dit besluit is gevoegd, om de opleiding, theoretische en praktische oefeningen, examens en, in voorkomend geval, de bijscholing te organiseren. De infrastructuur biedt elke leerling de mogelijkheid om zelf proefnemingen uit te voeren.
§6. Het erkende opleidingscentrum, vermeld in paragraaf 1, houdt een register bij met de resultaten van de examens van de voorbije vijf jaar.
§7. Het erkende opleidingscentrum, vermeld in paragraaf 1, brengt de afdeling, bevoegd voor erkenningen, minstens een maand voor een opleiding of, in voorkomend geval, de bijscholing van start gaat, op de hoogte van de plaats en het tijdstip van de geplande opleiding of, in voorkomend geval, van de bijscholing en het bijhorende examen. Het erkende opleidingscentrum moet, als daarom wordt verzocht door de afdeling, bevoegd voor erkenningen, ambtenaren de mogelijkheid bieden om de opleidingen, bijscholingen en examens bij te wonen. De afdeling, bevoegd voor erkenningen, kan zetelen in de examenjury.
§8. Het erkende opleidingscentrum, vermeld in paragraaf 1, behandelt en onderzoekt klachten, ingediend door de afdeling, bevoegd voor erkenningen.]
Vervangen bij artikel 114 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
[Art. 43/1. §1. Het erkende opleidingscentrum voor het uitreiken van het certificaat van bekwaamheid en bijscholing inzake gasvormige brandstof, vermeld in artikel 6, 4°, c), organiseert de opleiding met het bijhorende examen inzake gasvormige brandstof, waarvan de inhoud en de minimale duur van de opleiding worden vastgelegd in bijlage 1, hoofdstuk 3, afdeling 2, onderafdeling 1 tot en met 5, die bij dit besluit is gevoegd, en organiseert, in voorkomend geval, de bijscholing met het bijhorende examen inzake gasvormige brandstof waarvan de inhoud en de minimale duur van de bijscholing worden vastgelegd in bijlage 1, hoofdstuk 3, afdeling 2, onderafdeling 6, die bij dit besluit is gevoegd.
De opleiding en bijscholing gasvormige brandstof bestaan telkens uit drie modules: een basismodule G1 over algemeenheden met betrekking tot het verwarmen met gasvormige brandstof en over de atmosferische gastoestellen, en twee uitbreidingsmodules, namelijk module G2 over gasunits en module G3 over gasketels met ventilatorbrander. Na elke module volgt een examen.
Het bijhorende examen van de module G1 bestaat uit vijf onderdelen:

  1. een schriftelijk theoretisch deel;

  2. een praktische proef;

  3. een mondeling theoretisch deel;

  4. een onderdeel over de kennis van de Vlaamse wetgeving en de daarin opgenomen terminologie;

  5. een proef over de verwarmingsaudit.

De proef over de verwarmingsaudit bestaat uit het beoordelen van het rendement en de correcte dimensionering van centrale verwarmingsketels met het rekeninstrument, vermeld in artikel 14 van het besluit inzake het onderhoud en nazicht van stooktoestellen.


Een persoon is geslaagd voor het examen module G1 als hij voldoet aan de volgende voorwaarden:

  1. voor het schriftelijke theoretische deel, de praktische proef, het mondelinge theoretische deel en het onderdeel over de kennis van de Vlaamse wetgeving en de daarin opgenomen terminologie telkens minstens vijftig procent van de punten behalen en voor die vier onderdelen in totaal minstens zestig procent van de punten behalen;

  2. voor de proef over de verwarmingsaudit minstens zestig procent van de punten behalen.

Het bijhorende examen van de module G2 bestaat uit drie onderdelen:



  1. een schriftelijk theoretisch deel;

  2. een praktische proef;

  3. een mondeling theoretisch deel.

Een persoon is geslaagd voor het examen module G2 als hij voor ieder onderdeel minstens vijftig procent van de punten behaalt en in totaal minstens zestig procent van de punten behaalt.


Het bijhorende examen van de module G3 bestaat uit drie onderdelen:

  1. een schriftelijk theoretisch deel;

  2. een praktische proef;

  3. een mondeling theoretisch deel.

Een persoon is geslaagd voor het examen module G3 als hij voor ieder onderdeel minstens vijftig procent van de punten behaalt en in totaal minstens zestig procent van de punten behaalt.


§2. Het erkende opleidingscentrum, vermeld in paragraaf 1, past de volgende voorwaarden voor toelating tot het bijhorende examen van de betreffende module toe:

  1. aan het examen met betrekking tot de uitbreidingsmodule G2 over gasunits kan alleen deelgenomen worden door een technicus met een certificaat van bekwaamheid inzake gasvormige brandstof niveau G1;

  2. aan het examen met betrekking tot de uitbreidingsmodule G3 over gasketels met ventilatorbrander kan alleen deelgenomen worden door een technicus met een certificaat van bekwaamheid inzake gasvormige brandstof niveau G2, die geslaagd is voor een voorafgaande test over elektriciteit.

§3. Het erkende opleidingscentrum, vermeld in paragraaf 1, reikt een certificaat van bekwaamheid of, in voorkomend geval, van bijscholing inzake gasvormige brandstof uit nadat een persoon de opleiding of, in voorkomend geval, de bijscholing gevolgd heeft en geslaagd is voor het bijhorende examen, vermeld in paragraaf 1.


Het certificaat bevat minstens de gegevens, vermeld in bijlage 14, die bij dit besluit is gevoegd. Voor de opmaak van het certificaat volgt het opleidingscentrum de instructies van de afdeling, bevoegd voor erkenningen. Het model van het certificaat wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de afdeling, bevoegd voor erkenningen. Een kopie van het uitgereikte certificaat wordt bezorgd aan de afdeling, bevoegd voor erkenningen.
§4. Het erkende opleidingscentrum, vermeld in paragraaf 1, bezorgt binnen een maand na elk examen een verslag van de examenzitting aan de afdeling, bevoegd voor erkenningen. Dat verslag wordt ondertekend door de aanwezige examenjuryleden en bevat minstens de gegevens, vermeld in bijlage 15, die bij dit besluit is gevoegd.
§5. Het erkende opleidingscentrum, vermeld in paragraaf 1, bezorgt binnen een maand nadat de geslaagde kandidaat een geldig bewijs van de betaling van de retributie, vermeld in artikel 15, 3°, of artikel 34, §9, voorgelegd heeft, een kopie van dat bewijs aan de afdeling, bevoegd voor erkenningen.
§6. Het erkende opleidingscentrum, vermeld in paragraaf 1, beschikt over de infrastructuur en het materiaal, vermeld in bijlage 1, hoofdstuk 1, afdeling 2, die bij dit besluit is gevoegd, om de opleiding, theoretische en praktische oefeningen, examens en, in voorkomend geval, de bijscholing te organiseren. De infrastructuur biedt elke leerling de mogelijkheid om zelf proefnemingen uit te voeren.
§7. Het erkende opleidingscentrum, vermeld in paragraaf 1, houdt een register bij met de resultaten van de examens van de voorbije vijf jaar.
§8. Het erkende opleidingscentrum, vermeld in paragraaf 1, brengt de afdeling, bevoegd voor erkenningen, minstens een maand voor een opleiding of, in voorkomend geval, de bijscholing van start gaat, op de hoogte van de plaats en het tijdstip van de geplande opleiding of, in voorkomend geval, van de bijscholing en het bijhorende examen. Het erkende opleidingscentrum moet, als daarom wordt verzocht door de afdeling, bevoegd voor erkenningen, ambtenaren de mogelijkheid bieden om de opleidingen, bijscholingen en examens bij te wonen. De afdeling, bevoegd voor erkenningen, kan zetelen in de examenjury.
§9. Het erkende opleidingscentrum, vermeld in paragraaf 1, behandelt en onderzoekt klachten, ingediend door de afdeling, bevoegd voor erkenningen.]
Ingevoegd bij artikel 115 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
[Art. 43/2. §1. Het erkende opleidingscentrum voor het uitreiken van het certificaat van bekwaamheid en bijscholing inzake verwarmingsaudit, vermeld in artikel 6, 4°, d), organiseert de opleiding met het bijhorende examen inzake de verwarmingsaudit, waarvan de inhoud en de minimale duur van de opleiding worden vastgelegd in bijlage 1, hoofdstuk 3, afdeling 4, onderafdeling 1, die bij dit besluit is gevoegd, en organiseert, in voorkomend geval, de bijscholing met het bijhorende examen inzake de verwarmingsaudit. De minister kan de inhoud en de minimale duur van de bijscholing vastleggen.
Het bijhorende examen bestaat uit twee onderdelen:

  1. een schriftelijk deel;

  2. een praktische proef.

De proef over de verwarmingsaudit bestaat uit het beoordelen van het rendement en de correcte dimensionering van centrale verwarmingsketels met software die geschikt is voor toestellen op vloeibare en gasvormige brandstof.


Een persoon is geslaagd voor het examen als hij in totaal minstens zestig procent van de punten behaalt.
§2. Het erkende opleidingscentrum, vermeld in paragraaf 1, reikt een certificaat van bekwaamheid of, in voorkomend geval, van bijscholing inzake de verwarmingsaudit uit nadat een persoon de opleiding of, in voorkomend geval, de bijscholing gevolgd heeft en geslaagd is voor het bijhorende examen, vermeld in paragraaf 1.

Het certificaat bevat minstens de gegevens, vermeld in bijlage 14, die bij dit besluit is gevoegd. Voor de opmaak van het certificaat volgt het opleidingscentrum de instructies van de afdeling, bevoegd voor erkenningen. Het model van het certificaat wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de afdeling, bevoegd voor erkenningen. Een kopie van het uitgereikte certificaat wordt bezorgd aan de afdeling, bevoegd voor erkenningen.


§3. Het erkende opleidingscentrum, vermeld in paragraaf 1, bezorgt binnen een maand na elk examen een verslag van de examenzitting aan de afdeling, bevoegd voor erkenningen. Dat verslag wordt ondertekend door de aanwezige examenjuryleden en bevat minstens de gegevens, vermeld in bijlage 15, die bij dit besluit is gevoegd.
§4. Het erkende opleidingscentrum, vermeld in paragraaf 1, bezorgt binnen een maand nadat de geslaagde kandidaat een geldig bewijs van de betaling van de retributie, vermeld in artikel 16, 4°, of artikel 34, §9, voorgelegd heeft, een kopie van dat bewijs aan de afdeling, bevoegd voor erkenningen.
§5. Het erkende opleidingscentrum, vermeld in paragraaf 1, beschikt over de infrastructuur en het materiaal, vermeld in bijlage 1, hoofdstuk 1, afdeling 3, die bij dit besluit is gevoegd, om de opleiding, theoretische en praktische oefeningen, examens en, in voorkomend geval, de bijscholing te organiseren. De infrastructuur biedt elke leerling de mogelijkheid om zelf proefnemingen uit te voeren.
§6. Het erkende opleidingscentrum, vermeld in paragraaf 1, houdt een register bij met de resultaten van de examens van de voorbije vijf jaar.
§7. Het erkende opleidingscentrum, vermeld in paragraaf 1, brengt de afdeling, bevoegd voor erkenningen, minstens een maand voor een opleiding of, in voorkomend geval, de bijscholing van start gaat, op de hoogte van de plaats en het tijdstip van de geplande opleiding of, in voorkomend geval, de bijscholing en het bijhorende examen. Het erkende opleidingscentrum moet, als daarom wordt verzocht door de afdeling, bevoegd voor erkenningen, ambtenaren de mogelijkheid bieden om de opleidingen, bijscholingen en examens bij te wonen. De afdeling, bevoegd voor erkenningen, kan zetelen in de examenjury.
§8. Het erkende opleidingscentrum, vermeld in paragraaf 1, behandelt en onderzoekt klachten, ingediend door de afdeling, bevoegd voor erkenningen.]
Ingevoegd bij artikel 115 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
[Art. 43/3. §1. Het erkende opleidingscentrum voor het uitreiken van het certificaat van bekwaamheid en bijscholing inzake de controle en het onderhoud van stookolietanks, vermeld in artikel 6, 4°, e), organiseert de opleiding met het bijhorende examen inzake de controle en het onderhoud van stookolietanks, waarvan de inhoud en de minimale duur van de opleiding worden vastgelegd in bijlage 1, hoofdstuk 3, afdeling 5, onderafdeling 1 en 2, die bij dit besluit is gevoegd, en organiseert, in voorkomend geval, de bijscholing met het bijhorende examen inzake de controle en het onderhoud van stookolietanks, waarvan de inhoud en de minimale duur van de bijscholing worden vastgelegd in bijlage 1, hoofdstuk 3, afdeling 5, onderafdeling 3, die bij dit besluit is gevoegd.
Het bijhorende examen bestaat uit vier onderdelen:

  1. een schriftelijk theoretisch deel;

  2. een praktische proef;

  3. een mondeling theoretisch deel;

  4. een onderdeel over de kennis van de Vlaamse wetgeving en de daarin opgenomen terminologie.

De praktische proef wordt afgesloten met het invullen van het bijhorende certificaat van de gecontroleerde opslaghouder.


Een persoon is geslaagd voor het examen als hij voor ieder onderdeel minstens vijftig procent van de punten behaalt en in totaal minstens zestig procent van de punten behaalt.
§2. Het erkende opleidingscentrum, vermeld in paragraaf 1, reikt een certificaat van bekwaamheid of, in voorkomend geval, van bijscholing inzake de controle en het onderhoud van stookolietanks uit nadat een persoon de opleiding of, in voorkomend geval, de bijscholing gevolgd heeft en geslaagd is voor het bijhorende examen, vermeld in paragraaf 1.
Het certificaat bevat minstens de gegevens, vermeld in bijlage 14, die bij dit besluit is gevoegd. Voor de opmaak van het certificaat volgt het opleidingscentrum de instructies van de afdeling, bevoegd voor erkenningen. Het model van het certificaat wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de afdeling, bevoegd voor erkenningen. Een kopie van het uitgereikte certificaat wordt bezorgd aan de afdeling, bevoegd voor erkenningen.
§3. Het erkende opleidingscentrum, vermeld in paragraaf 1, bezorgt binnen een maand na elk examen een verslag van de examenzitting aan de afdeling, bevoegd voor erkenningen. Dat verslag wordt ondertekend door de aanwezige examenjuryleden en bevat minstens de gegevens, vermeld in bijlage 15, die bij dit besluit is gevoegd.
§4. Het erkende opleidingscentrum, vermeld in paragraaf 1, bezorgt binnen een maand nadat de geslaagde kandidaat een geldig bewijs van de betaling van de retributie, vermeld in artikel 17, 3°, of artikel 34, §9, voorgelegd heeft, een kopie van dat bewijs aan de afdeling, bevoegd voor erkenningen.
§5. Het erkende opleidingscentrum, vermeld in paragraaf 1, beschikt over de infrastructuur en het materiaal, vermeld in bijlage 1, hoofdstuk 1, afdeling 4, die bij dit besluit is gevoegd, om de opleiding, theoretische en praktische oefeningen, examens en, in voorkomend geval, de bijscholing te organiseren. De infrastructuur biedt elke leerling de mogelijkheid om zelf proefnemingen uit te voeren.
§6. Het erkende opleidingscentrum, vermeld in paragraaf 1, houdt een register bij met de resultaten van de examens van de voorbije vijf jaar.
§7. Het erkende opleidingscentrum, vermeld in paragraaf 1, brengt de afdeling, bevoegd voor erkenningen, minstens een maand voor een opleiding of, in voorkomend geval, de bijscholing van start gaat, op de hoogte van de plaats en het tijdstip van de geplande opleiding of, in voorkomend geval, van de bijscholing en het bijhorende examen. Het erkende opleidingscentrum moet, als daarom wordt verzocht door de afdeling, bevoegd voor erkenningen, ambtenaren de mogelijkheid bieden om de opleidingen, bijscholingen en examens bij te wonen. De afdeling, bevoegd voor erkenningen, kan zetelen in de examenjury.
§8. Het erkende opleidingscentrum, vermeld in paragraaf 1, behandelt en onderzoekt klachten, ingediend door de afdeling, bevoegd voor erkenningen.]
Ingevoegd bij artikel 115 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
[Art. 43/4. §1. Het erkende opleidingscentrum voor het uitreiken van het certificaat van bekwaamheid en bijscholing inzake de keuring van airconditioningsystemen met een nominaal koelvermogen van meer dan 12 kW, vermeld in artikel 6, 4°, f), organiseert de opleiding met het bijhorende examen voor de keuring van airconditioningsystemen met een nominaal koelvermogen van meer dan 12 kW waarvan de inhoud van de opleiding en de minimale duur van de opleiding en het bijhorende examen worden vastgelegd in bijlage 12, 1°, die bij dit besluit is gevoegd.
De opleiding bestaat uit drie modules:

  1. module 1: wetgeving;

  2. module 2: energetische aspecten;

  3. module 3: de correcte uitvoering van de keuring, vermeld in artikel 5.16.3.3, §3, 4°, artikel 5bis.15.5.4.5.4, § 6, eerste lid, en artikel 5bis.19.8.4.8.4, §6, eerste lid, van titel II van het VLAREM.

Het bijhorende examen bestaat uit twee onderdelen:



  1. een theorieonderdeel over de onderwerpen die in de opleiding aan bod zijn gekomen;

  2. een oefening over de keuring, vermeld in artikel 5.16.3.3, §3, 4°, artikel 5bis.15.5.4.5.4, §6, eerste lid, en artikel 5bis.19.8.4.8.4, §6, eerste lid, van titel II van het VLAREM.

Een persoon is geslaagd voor het examen als hij voor ieder onderdeel minstens zeventig procent van de punten behaalt.


§2. Het erkende opleidingscentrum, vermeld in paragraaf 1, organiseert de bijscholing met het bijhorende examen voor de keuring van airconditioningsystemen met een nominaal koelvermogen van meer dan 12 kW waarvan de inhoud van de bijscholing en de minimale duur van de bijscholing en het bijhorende examen worden vastgelegd in bijlage 12, 2°, die bij dit besluit is gevoegd.
Het bijhorende examen bestaat uit een oefening met betrekking tot de keuring, vermeld in artikel 5.16.3.3, § 3, 4°, artikel 5bis.15.5.4.5.4, § 6, eerste lid, en artikel 5bis.19.8.4.8.4, § 6, eerste lid, van titel II van het VLAREM.
Een persoon is geslaagd voor het examen als hij minstens zeventig procent van de punten behaalt.
§3. Het erkende opleidingscentrum, vermeld in paragraaf 1, reikt een certificaat van bekwaamheid of van bijscholing inzake de keuring van airconditioningsystemen met een nominaal koelvermogen van meer dan 12 kW uit nadat een persoon de opleiding of, in voorkomend geval, de bijscholing, gevolgd heeft en geslaagd is voor het bijhorende examen, vermeld in §1, respectievelijk §2.
Het certificaat bevat minstens de gegevens, vermeld in bijlage 14, die bij dit besluit is gevoegd. Voor de opmaak van het certificaat volgt het opleidingscentrum de instructies van de afdeling, bevoegd voor erkenningen. Het model van het certificaat wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de afdeling, bevoegd voor erkenningen. Een kopie van het uitgereikte certificaat wordt bezorgd aan de afdeling, bevoegd voor erkenningen.
§4. Het erkende opleidingscentrum, vermeld in paragraaf 1, bezorgt binnen een maand na elk examen een verslag van de examenzitting aan de afdeling, bevoegd voor erkenningen. Dat verslag wordt ondertekend door de aanwezige examenjuryleden en bevat minstens de gegevens, vermeld in bijlage 15, die bij dit besluit is gevoegd.
§5. Het erkende opleidingscentrum, vermeld in paragraaf 1, bezorgt binnen een maand nadat de geslaagde kandidaat een geldig bewijs van betaling van de retributie, vermeld in artikel 13/1, 4°, of artikel 34, §9, voorgelegd heeft, een kopie van dat bewijs aan de afdeling, bevoegd voor erkenningen.
§6. Het erkende opleidingscentrum, vermeld in paragraaf 1, beschikt over de nodige infrastructuur en apparatuur om de opleiding, bijscholing en examens, vermeld in paragraaf 1 en 2, te organiseren.
§7. Het erkende opleidingscentrum, vermeld in paragraaf 1, houdt een register bij met de resultaten van de examens van de voorbije vijf jaar.
§8. Het erkende opleidingscentrum, vermeld in paragraaf 1, brengt de afdeling, bevoegd voor erkenningen, minstens een maand voor een opleiding of bijscholing van start gaat, op de hoogte van de plaats en het tijdstip van de geplande opleiding of bijscholing en het bijhorende examen. Het erkende opleidingscentrum moet, als daarom wordt verzocht door de afdeling, bevoegd voor erkenningen, ambtenaren de mogelijkheid bieden om de opleidingen, bijscholingen en examens bij te wonen. De afdeling, bevoegd voor erkenningen, kan zetelen in de examenjury.
§9. Het erkende opleidingscentrum, vermeld in paragraaf 1, behandelt en onderzoekt klachten, ingediend door de afdeling, bevoegd voor erkenningen.]
[Art. 43/5. Het erkende opleidingscentrum voor het verstrekken van de aanvullende vorming voor bodemsaneringsdeskundigen, vermeld in artikel 6, 4°, g):

  1. beschikt over de nodige infrastructuur om de cursist in staat te stellen de nodige kennis en bekwaamheid te verwerven voor het vervullen van de taken van de bodemsaneringsdeskundige;

  2. brengt de afdeling, bevoegd voor bodembeheer, minstens één maand vooraf op de hoogte van de datum van de examens. De afdeling, bevoegd voor bodembeheer, kan zetelen in de examenjury;

  3. moet, als daarom wordt verzocht door de afdeling, bevoegd voor bodembeheer, ambtenaren de mogelijkheid bieden om de opleidingen en examens bij te wonen;

  4. nodigt de afdeling, bevoegd voor bodembeheer, uit op elke vergadering van de opvolgingscommissie. Het afdelingshoofd van de afdeling, bevoegd voor bodembeheer, of zijn afgevaardigde maakt van rechtswege deel uit van de opvolgingscommissie. De afdeling, bevoegd voor bodembeheer, wordt ook in het bezit gesteld van het verslag van de vergadering van de opvolgingscommissie.]


Ingevoegd bij artikel 115 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
Onderafdeling 5. Gebruikseisen voor laboratoria
Art. 44. Het erkende laboratorium neemt […] deel aan de door [de bevoegde afdeling] georganiseerde controle op de kwaliteit van de beproevingen en monsternemingen, metingen en analyses […] waarvoor het laboratorium erkend is. Die controle kan er in bestaan deel te nemen aan het maken van vergelijkingen tussen de laboratoria, proefmonsters te analyseren en gebruik te maken van standaarden of referentiemateriaal.
[De bevoegde afdeling] kan zich voor die controle laten bijstaan [door het referentielaboratorium van het Vlaamse Gewest] die het beoordelingsverslag opstelt. De kosten voor de controle worden voor de helft gedragen door het Vlaamse Gewest. De andere helft komt voor rekening van de deelnemende laboratoria. [Het referentielaboratorium van het Vlaamse Gewest] zorgt voor de facturatie en de inning van de kosten die niet door het Vlaamse Gewest worden gedragen.
[…]
[Een gedeelte van een pakket of een volledig pakket wordt beoordeeld:

  1. in geval van een ringtest op basis van de evaluatie van de criteria, vermeld in bijlage 10, hoofdstuk 1, die bij dit besluit is gevoegd;

  2. in geval van een technische proef op basis van de evaluatie van de criteria, vermeld in bijlage 10, hoofdstuk 2, die bij dit besluit is gevoegd.]

[Bij de beoordeling kan ook rekening gehouden worden met het geheel van pakketten waarvoor een laboratorium erkend is binnen een discipline, of, in voorkomend geval, het deeldomein, of met de resultaten van de ringtesten of technische proeven van de voorbije twee kalenderjaren.


Het erkende laboratorium geeft op verzoek van de bevoegde afdeling het nodige gevolg aan het beoordelingsverslag en legt, in voorkomend geval, een plan van aanpak met corrigerende maatregelen en termijnen van uitvoering voor aan de bevoegde afdeling en het referentielaboratorium van het Vlaamse Gewest. Het plan van aanpak moet door de bevoegde afdeling goedgekeurd worden. Het erkende laboratorium voert de corrigerende maatregelen uit binnen de termijn die is opgenomen in het plan van aanpak.]
Gewijzigd bij artikel 116 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
[Art. 45. §1. Het erkende laboratorium past voor de monsternemingen, beproevingen, metingen en analyses waarvoor het erkend is, de volgende methoden toe:

  1. een erkend laboratorium als vermeld in artikel 6, 5°, a): het compendium voor de monsterneming, meting en analyse van water, afgekort WAC;

  2. een erkend laboratorium als vermeld in artikel 6, 5°, b): het compendium voor de monsterneming, meting en analyse van lucht, afgekort LUC;

  3. een erkend laboratorium als vermeld in artikel 6, 5°, c): het compendium voor de monsterneming, meting en analyse in het kader van bodembescherming, afgekort BOC;

  4. een erkend laboratorium als vermeld in artikel 6, 5°, d): het compendium bemonsterings- en analysemethodes in het kader van het Mestdecreet, afgekort BAM;

  5. een erkend laboratorium als vermeld in artikel 6, 5°, e) en f): het compendium voor de monsterneming en analyse in het kader van het Materialendecreet en het Bodemdecreet, afgekort CMA.

§2. Het erkende laboratorium past voor de monsternemingen, beproevingen, metingen en analyses waarvoor het erkend is, en waarvoor in de compendia, vermeld onder paragraaf 1, geen methoden opgenomen zijn, de volgende methoden toe:



  1. de methoden, vermeld in de toepasselijke bepalingen in de wetten, decreten en besluiten die van toepassing zijn in het Vlaamse Gewest;

  2. de methoden, vermeld in Belgische normen die uitgegeven zijn door het NBN;

  3. de methoden, vermeld in normen die uitgegeven zijn door het Comité Européen de Normalisation (CEN);

  4. de methoden, vermeld in normen die uitgegeven zijn door de International Organisation for Standardization (ISO);

  5. de methoden van een in die materie onderlegde instelling of erkend laboratorium, die door het referentielaboratorium van het Vlaamse Gewest en de bevoegde afdeling geschikt bevonden zijn.

De volgorde, vermeld in het eerste lid, is bepalend. De minister kan de methoden als vermeld in punt 3° en 4° bepalen.]


Vervangen bij artikel 117 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
Art. 46. §1. Het erkende laboratorium verleent zijn medewerking aan [de bevoegde afdeling] en […][het referentielaboratorium van het Vlaamse Gewest] voor audits die door [de bevoegde afdeling] in het laboratorium of op de meetlocatie worden georganiseerd.
§2. Het erkende laboratorium stelt aan de bevoegde personeelsleden van [het referentielaboratorium van het Vlaamse Gewest] alle inlichtingen en documenten ter beschikking die ze vragen [in het kader van de audit].
[§3. Het referentielaboratorium van het Vlaamse Gewest stelt het verslag op van de uitgevoerde audit. Het erkende laboratorium geeft op verzoek van de bevoegde afdeling het nodige gevolg aan het auditverslag en legt in voorkomend geval een plan van aanpak met corrigerende maatregelen en termijnen van uitvoering voor aan de bevoegde afdeling en het referentielaboratorium van het Vlaamse Gewest. Het plan van aanpak moet door de bevoegde afdeling goedgekeurd worden. Het erkende laboratorium voert de corrigerende maatregelen uit binnen de termijn die is opgenomen in het plan van aanpak.]
Gewijzigd bij artikel 118 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
Art. 47. Het erkende laboratorium verleent op elk moment toegang tot het laboratorium aan [de bevoegde afdeling] en de bevoegde personeelsleden van [het referentielaboratorium van het Vlaamse Gewest]. [Het erkende laboratorium, vermeld in artikel 6, 5°, c), verleent bovendien op elk moment toegang tot het laboratorium aan de afdeling, bevoegd voor bodembescherming.]
Gewijzigd bij artikel 119 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
[Art. 48. Het erkende laboratorium beschikt voor ten minste één parameter per discipline waarvoor het erkend is, over een ISO/IEC 17025-accreditatie met betrekking tot de te volgen methoden, vermeld in artikel 45. Voor de overige parameters waarvoor het laboratorium erkend is, wordt ISO/IEC 17025 met betrekking tot de te volgen methoden, vermeld in artikel 45, toegepast.
Een laboratorium dat alleen erkend is voor een pakket dat alleen monstername en monstervoorbehandeling ter plaatse omvat of een laboratorium als vermeld in artikel 6, 5°, b), dat alleen erkend wil worden voor het pakket L.11.1, L.11.2 of L.18, vermeld in bijlage 3, 2°, die bij dit besluit is gevoegd, is vrijgesteld van de gebruikseis, vermeld in het eerste lid. Het voormelde laboratorium moet ISO/IEC 17025 met betrekking tot de te volgen methoden, vermeld in artikel 45, toepassen.
Voor monstername wordt ISO/IEC 17020 evenwaardig beschouwd aan ISO/IEC 17025.]
Vervangen bij artikel 120 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
[Art. 49. Op de verslagen en andere documenten die afgeleverd worden door een erkend laboratorium, wordt een erkenningslogo aangebracht en wordt duidelijk vermeld voor welke uitgevoerde monsternemingen, metingen, beproevingen en analyses het laboratorium erkend is en voor welke niet. Het erkenningslogo kan door de minister vastgesteld worden.]
Vervangen bij artikel 121 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
[Art. 50. §1. Alle gegevens van de monsternemingen, metingen, beproevingen en analyses die nuttig kunnen zijn, worden bijgehouden en blijven op dusdanige wijze bewaard dat een controle mogelijk is, zowel op het verloop van de verrichtingen als op de wijze waarop de resultaten verkregen zijn. Die gegevens blijven gedurende ten minste drie jaar bewaard en worden ter beschikking gehouden van de bevoegde afdeling en het referentielaboratorium van het Vlaamse Gewest.

§2. Het erkende laboratorium stelt over de uitgevoerde monsternemingen, metingen, beproevingen en analyses telkens een verslag op dat op zijn minst de volgende gegevens bevat:



  1. de naam en hoedanigheid van de persoon die de monsters genomen heeft, de volledige identificatie van de monsters en de datum en het uur van monsterneming;

  2. het resultaat van de uitgevoerde monsternemingen, metingen, beproevingen en analyses, met vermelding van de gebruikte methode, de meet- en analyseomstandigheden en, in voorkomend geval, de afwijkingen van de monsternemingsmethode, de meet- en analysemethode en de reden daarvoor.

Als een erkend laboratorium als vermeld in artikel 6, 5°, e) of f), analyses heeft uitbesteed aan andere erkende laboratoria, vermeldt het analyseverslag dat wordt opgesteld door het erkende laboratorium, waaraan de desbetreffende parameters zijn uitbesteed, de gebruikte methoden en de gedetailleerde verwijzing naar het monster. Dat analyseverslag wordt gevoegd bij het analyseverslag van de parameters die niet zijn uitbesteed.]


Vervangen bij artikel 122 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
Art. 51. […]
Opgeheven bij artikel 123 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
Art. 52. Het erkende laboratorium, vermeld in artikel 6, 5°, c), stelt de adviezen met betrekking tot het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juli 2005 tot instelling van een bedrijfstoeslagregeling en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers en tot toepassing van de randvoorwaarden op, conform de Code van goede praktijk bodembescherming.
Art. 53. Het erkende laboratorium voert de opdrachten met betrekking tot de erkenning zelf uit, tenzij in een van de volgende gevallen:

  1. bij tijdelijke en onvoorziene omstandigheden, waarbij de opdracht uitbesteed wordt aan een laboratorium, dat erkend is voor het pakket inzake de uitvoering van de opdracht […]. Als het laboratorium monsternemingen, metingen, beproevingen en analyses laat [uitvoeren door] een ander daartoe erkend laboratorium, moet de uitbesteding in kwestie expliciet vermeld worden op de verslagen en andere documenten die afgeleverd worden door het erkende laboratorium. [Het verslag bevat ook de gedetailleerde verwijzing naar het monster;]

  2. bij monsterneming inzake een erkend laboratorium als vermeld [in artikel 6, 5°, a), c), d) en e)]. Als de monsterneming uitgevoerd wordt door derden in opdracht van het erkende laboratorium, blijft het erkende laboratorium verantwoordelijk voor de correcte uitvoering ervan;

[3° als een erkend laboratorium als vermeld in artikel 6, 5°, e) of f), gebruikmaakt van de mogelijkheid, vermeld in artikel 25, vijfde lid. Als de analyses uitgevoerd worden door derden in opdracht van het erkende laboratorium, blijft het erkende laboratorium verantwoordelijk voor de correcte uitvoering ervan.]
Gewijzigd bij artikel 124 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
[Art. 53/1. §1. Voor bepaalde door de minister vastgestelde monsternemingen en analyses die uitgevoerd worden in het kader van het Mestdecreet, wordt een aanmelding gedaan door het erkende laboratorium, vermeld in artikel 6, 5°, d), aan de Mestbank via een webapplicatie die de Mestbank ter beschikking stelt. De minister bepaalt de nadere regels voor de aanmelding en de webapplicatie. Alleen de analyseresultaten van de monsternemingen die voorafgaand zijn aangemeld bij de Mestbank, kunnen gebruikt worden om bepaalde rechten te verkrijgen in het kader van het Mestdecreet of om te voldoen aan bepaalde verplichtingen in het kader van het Mestdecreet.
§2. Het erkende laboratorium, vermeld in artikel 6, 5°, d), bezorgt van elke aangemelde monsterneming de analyseresultaten aan de Mestbank. De minister bepaalt de procedure voor die gegevensoverdracht.
§3. Het erkende laboratorium, vermeld in artikel 6, 5°, d), maakt gebruik van een gps-datalogger bij de uitvoering van de monsternemingen die betrekking hebben op monsterneming en analyse van de bodem voor het bepalen van:

  1. het nitraatresidu, vermeld in artikel 13, §12 en §13, en artikel 14 van het Mestdecreet;

  2. de fosfaatverzadigingsgraad en het fosfaatbindend vermogen, vermeld in artikel 17, §2, §5 en §6, van het Mestdecreet;

  3. het gehalte aan stikstof uit kunstmest of uit andere specifieke meststoffen bij de bodemanalyses, vermeld in artikel 4, §2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 oktober 2008 betreffende nadere regels rond tuinbouw ter uitvoering van het decreet van 22 december 2006 houdende de bescherming van water tegen de verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen;

  4. het gehalte aan fosfaat uit kunstmest bij de bodemanalyses, vermeld in artikel 6, § 1, van het besluit, vermeld in punt 3°;

  5. het nitraatresidu en het koolstofgehalte met het oog op het opbrengen van compost op percelen met een te laag koolstofgehalte, vermeld in artikel 8 van het besluit, vermeld in punt 3°;

  6. het nitraatresidu, vermeld in artikel 58, 9°, van het ministerieel besluit van 11 juni 2008 betreffende het sluiten van beheersovereenkomsten en het toekennen van vergoedingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling.

De minister kan bijkomende categorieën van monsternemingen bepalen waarvoor het erkende laboratorium moet gebruikmaken van een gps-datalogger.


De gps-dataloggegevens worden bezorgd aan de Mestbank. De minister bepaalt de nadere regels voor het gebruik van de gps-datalogger en de procedure voor de overdracht van de gps-dataloggegevens.]
Ingevoegd bij artikel 125 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
[Art. 53/2. Voor bepaalde door de minister vastgelegde monsternemingen en analyses die uitgevoerd worden in het kader van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juli 2005 tot instelling van een bedrijfstoeslagregeling en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers en tot toepassing van de randvoorwaarden, moet het erkende laboratorium, vermeld in artikel 6, 5°, c), een rapportering van de analyseresultaten bezorgen aan de afdeling, bevoegd voor bodembescherming. De minister bepaalt de procedure voor die rapportering.
De minister bepaalt voor welke monsternemingen die uitgevoerd worden in het kader van het voormelde besluit, het erkende laboratorium moet gebruikmaken van een gps-datalogger.]
Ingevoegd bij artikel 125 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
Onderafdeling 6. Gebruikseisen voor bodemsaneringsdeskundigen
Onderafdeling ingevoegd bij artikel 126 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
[Art. 53/3. §1. De erkende bodemsaneringsdeskundige, vermeld in artikel 6, 6°:

  1. ziet erop toe dat alle monsters die genomen zijn in het kader van het Bodemdecreet, geanalyseerd worden overeenkomstig het CMA, door een laboratorium als vermeld in artikel 6, 5°, f);

  2. voert het veldwerk uit of ziet erop toe dat het veldwerk wordt uitgevoerd overeenkomstig het CMA;

  3. deelt op eenvoudig verzoek onmiddellijk aan de afdeling, bevoegd voor bodembeheer, mee waar veldwerk in het kader van het Bodemdecreet en de uitvoeringsbesluiten ervan wordt gepland in de periode die is aangegeven in het verzoek van de afdeling, bevoegd voor bodembeheer;

  4. voert de taken, vermeld in artikel 6, 6°, uit in overeenstemming met de standaardprocedures of de codes van goede praktijk, vermeld in het Bodemdecreet en de uitvoeringsbesluiten ervan;

  5. houdt een klachtenregister bij dat ter inzage ligt voor de toezichthoudende overheid;

  6. beschikt zelf over een model voor risicoanalyse van bodemverontreiniging dat aanvaard wordt door de afdeling, bevoegd voor bodembeheer;

  7. stelt jaarlijks een jaarverslag op dat minstens de volgende elementen bevat:

  1. een overzicht van de personen die beschikken over de vereiste kennis en beroepservaring;

  2. een evaluatie van de genomen acties voor de kwaliteitsborging, de opleiding van het personeel en de inhoud van het klachtenregister;

  1. houdt een kwaliteitshandboek bij;

  2. schoolt zich of de personen die bij hem in dienst zijn, permanent bij wat betreft het milieucompartiment bodem, inclusief milieutechnologie en milieuwetgeving in verband met bodem, door cursussen, seminaries, studiedagen en dergelijke te volgen. De totale bijscholing van de bodemsaneringsdeskundige van type 1 of de personen die bij hem in dienst zijn, bedraagt ten minste vijftien uur per kalenderjaar. De totale bijscholing voor de personen die in dienst zijn bij een bodemsaneringsdeskundige van type 2, bedraagt ten minste zestig uur per kalenderjaar.

§2. De erkende bodemsaneringsdeskundige van type 2 beschikt bovendien over een mathematisch grondwatermodel dat aanvaard wordt door de afdeling, bevoegd voor bodembeheer.]


Ingevoegd bij artikel 126 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
[Art. 53/4. §1. De verslagen en rapporten die worden opgesteld in het kader van de taken van de bodemsaneringsdeskundige van type 1, vermeld in artikel 6, 6°, worden ondertekend door de bodemsaneringsdeskundige of door minstens één persoon die bij hem in dienst is die beschikt over de individuele handtekeningsbevoegdheid, vermeld in §2, eerste lid, van dit artikel.
De verslagen, rapporten en projecten die worden opgesteld in het kader van de taken van de bodemsaneringsdeskundige van type 2, met uitzondering van de taken van de bodemsaneringsdeskundige van type 1, vermeld in artikel 6, 6°, worden ondertekend door minstens één persoon die bij de bodemsaneringsdeskundige in dienst is en die beschikt over de individuele handtekeningsbevoegdheid, vermeld in §2, tweede lid, van dit artikel.
§2. Het afdelingshoofd van de afdeling, bevoegd voor bodembeheer, verleent op aanvraag de bevoegdheid om verslagen en rapporten van de bodemsaneringsdeskundige te ondertekenen aan de personen die in het bezit zijn van een getuigschrift van de aanvullende vorming voor bodemsaneringsdeskundigen, module 1.
Het afdelingshoofd van de afdeling, bevoegd voor bodembeheer, verleent op aanvraag de bevoegdheid om verslagen, rapporten en projecten te ondertekenen aan de personen die in het bezit zijn van een getuigschrift van de aanvullende vorming voor bodemsaneringsdeskundigen, module 2.
§3. Naar aanleiding van de vaststelling van een ernstige fout of van herhaalde fouten in de verslagen, rapporten of projecten van de erkende bodemsaneringsdeskundige, opgesteld in het kader van de taken, vermeld in artikel 6, 6°, kan het afdelingshoofd van de afdeling, bevoegd voor bodembeheer, de persoon met de individuele handtekeningsbevoegdheid, vermeld in paragraaf 2, die de verslagen, rapporten of projecten heeft ondertekend, de verplichting opleggen om binnen een termijn van één jaar, te rekenen vanaf de datum van die beslissing, deel te nemen aan het examen van de aanvullende vorming voor de overeenstemmende module, vermeld in bijlage 17, die bij dit besluit is gevoegd.
Als die persoon niet slaagt voor dat examen of binnen die termijn niet deelneemt aan dat examen, vervalt van rechtswege de individuele handtekeningsbevoegdheid, vermeld in paragraaf 2, die aan hem toegekend is.
De afdeling, bevoegd voor bodembeheer, betekent de beslissing aan de bodemsaneringsdeskundige en aan de houder van de individuele handtekeningsbevoegdheid, per adres van de bodemsaneringsdeskundige.]
Ingevoegd bij artikel 126 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
[Art. 53/5. §1. Van de erkenning als bodemsaneringsdeskundige kan niet gebruikgemaakt worden in de volgende gevallen:

  1. de bodemsaneringsdeskundige of een persoon die bij de bodemsanerings­deskundige een bestuursmandaat opneemt of een bestuursfunctie uitoefent, is bloed- of aanverwant in de rechte lijn tot en met de derde graad en in de zijlijn tot en met de vierde graad met:

  1. de opdrachtgever;

  2. de uitvoerder van de bodemsaneringswerken of risicobeheers­maatregelen;

  3. iedere andere persoon die bij de voormelde opdrachtgever of uitvoerder een bestuursmandaat opneemt of een bestuursfunctie uitoefent;

  1. de bodemsaneringsdeskundige of een persoon die bij de bodemsanerings­deskundige een bestuursmandaat opneemt of een bestuursfunctie uitoefent, is zelf of met een tussenpersoon eigenaar of werkende vennoot van:

  1. de opdrachtgever;

  2. de uitvoerder van de bodemsaneringswerken of risicobeheers­maatregelen;

  1. de bodemsaneringsdeskundige of een persoon die bij de bodemsanerings­deskundige een bestuursmandaat opneemt of een bestuursfunctie uitoefent, oefent zelf of met een tussenpersoon, in rechte of in feite, een bestuursmandaat of bestuursfunctie uit bij:

  1. de opdrachtgever;

  2. de uitvoerder van de bodemsaneringswerken of risicobeheers­maatregelen;

  1. de bodemsaneringsdeskundige wordt rechtstreeks of onrechtstreeks, geheel of gedeeltelijk, gefinancierd, gecontroleerd of beheerd door:

  1. de opdrachtgever;

  2. de uitvoerder van de bodemsaneringswerken of risicobeheers­maatregelen;

  3. een persoon die ook de voormelde opdrachtgever of uitvoerder rechtstreeks of onrechtstreeks, geheel of gedeeltelijk, financiert, controleert of beheert.

§2. In afwijking van paragraaf 1 kan de minister op schriftelijk verzoek van de opdrachtgever of de bodemsaneringsdeskundige beslissen dat toch gebruikgemaakt kan worden van de erkenning als bodemsaneringsdeskundige als de verzoeker:



  1. aantoont dat de kwaliteit van de uitvoering van de werkzaamheden kan worden gewaarborgd;

  2. zich ertoe verbindt de bijkomende controlekosten van de OVAM te vergoeden.

De minister neemt een beslissing binnen vijfenveertig dagen na de ontvangst van het gemotiveerde schriftelijke verzoek.]


Ingevoegd bij artikel 126 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
Onderafdeling 7. Gebruikseisen voor boorbedrijven
Onderafdeling ingevoegd bij artikel 127 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
[Art. 53/6. Het erkende boorbedrijf, vermeld in artikel 6, 7°:

  1. beschikt over de nodige actuele vakliteratuur en technische gegevens over de uit te voeren werken met betrekking tot de erkenning;

  2. zorgt ervoor dat een van de volgende voorwaarden vervuld is:

  1. ieder boortoestel wordt bediend door, of de bediening staat onder het directe toezicht van een verantwoordelijke die over minstens drie jaar praktische ervaring beschikt in het uitvoeren van werken in het kader van de erkenning;

  2. ieder boortoestel wordt bediend door een werknemer die beschikt over een attest dat hij de algemene opleiding, vermeld in bijlage 16, die bij dit besluit is gevoegd, met gunstig gevolg heeft gevolgd;

  1. zorgt ervoor dat het personeel dat de werken in het kader van de erkenning uitvoert, vijfjaarlijks een opleiding met gunstig gevolg volgt. Die opleiding bestaat uit de algemene opleiding, vermeld in bijlage 16, die bij dit besluit is gevoegd, of uit een bijscholing als vermeld in dezelfde bijlage, voor het personeel dat de algemene opleiding al met gunstig gevolg heeft gevolgd;

  2. zorgt ervoor dat het personeel dat de werken in het kader van de erkenning uitvoert, over het meest geschikte en in goede staat verkerende materieel beschikt dat voldoet aan alle reglementaire eisen en dat noodzakelijk is voor de uitvoering van de werken waarvoor de erkenning werd verkregen;

  3. zorgt ervoor dat het personeel de nodige notities neemt tijdens de werken in het kader van de erkenning en, in voorkomend geval, een volledig boorverslag als vermeld in bijlage 5.53.1 van titel II van het VLAREM, opstelt;

  4. blijft op de hoogte van de recentste ontwikkelingen en wetgeving inzake de werken waarvoor de erkenning werd verkregen;

  5. voert alleen werken uit met betrekking tot ingedeelde inrichtingen als de nodige vergunning of aktename daarvoor voorhanden is, en houdt zich strikt aan de geldende milieuvoorwaarden;

  6. houdt een inventaris ter beschikking van de toezichthouders van alle werken die de laatste vijf jaar zijn uitgevoerd, met telkens de unieke code die verkregen is bij de Databank Ondergrond Vlaanderen, een boorverslag en de datum van de vergunning of aktename dan wel een verklaring dat het werken betrof voor een niet-ingedeelde inrichting;

  7. bezorgt minimaal tweemaandelijks via een webapplicatie van de Databank Ondergrond Vlaanderen een inventaris van de werken die de voorbije periode zijn uitgevoerd, waarbij de boorverslagen in het formaat, vastgesteld door de Databank Ondergrond Vlaanderen, digitaal worden bezorgd.]


Ingevoegd bij artikel 127 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013




1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   17


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina