B. S. 1 februari 2011) Gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van: 10 juni 2011



Dovnload 0.73 Mb.
Pagina6/17
Datum27.09.2016
Grootte0.73 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   17

HOOFDSTUK 9

Schorsing en opheffing van de erkenning



Art. 54. §1. [De leidinggevende ambtenaar van het agentschap of departement waartoe de bevoegde afdeling behoort,] kan de erkenning geheel of gedeeltelijk schorsen of opheffen in een of meer van de volgende gevallen:

  1. er is niet meer voldaan aan een of meer van de algemene of bijzondere erkenningsvoorwaarden;

  2. een of meer van de algemene of bijzondere gebruikseisen van de erkenning wordt geschonden;

  3. bij een controle worden foutieve resultaten vastgesteld bij de monsternemingen, metingen, beproevingen of analyses;

[4° geen enkele werknemer die geslaagd is voor de ringtest met betrekking tot het pakket voor een erkend laboratorium als vermeld in artikel 6, 5°, c), of voor de technische proef, vermeld in bijlage 10, hoofdstuk 2, 8°, die bij dit besluit is gevoegd, werkt nog bij het erkende laboratorium;

5° de retributie als vermeld in artikel 54/1, §2, niet betaald wordt.]


§2. [De bevoegde afdeling] brengt de erkende persoon met een aangetekende brief op de hoogte van het voornemen om de erkenning volledig of gedeeltelijk te schorsen of op te heffen, met vermelding van de redenen, en nodigt hem tegelijkertijd uit zijn verweermiddelen in te dienen en aanwezig te zijn op een hoorzitting.
§3. [De leidinggevende ambtenaar van het agentschap of departement waartoe de bevoegde afdeling behoort, neemt] een beslissing over de volledige of gedeeltelijke schorsing of opheffing van de erkenning, rekening houdend met de eventueel vervulde formaliteiten en meegedeelde verweermiddelen.
§4. Als de erkenning volledig of gedeeltelijk wordt geschorst of opgeheven, betekent [de bevoegde afdeling] de beslissing met een aangetekende brief aan de persoon in kwestie.
§5. Als de procedure tot volledige of gedeeltelijke schorsing of opheffing van de erkenning wordt stopgezet, wordt de erkende persoon daarvan op de hoogte gebracht.
Gewijzigd bij artikel 128 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013


HOOFDSTUK 9/1

RETRIBUTIE



Hoofdstuk ingevoegd bij artikel 129 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
[Art. 54/1. §1. Voor de behandeling van een aanvraag tot erkenning wordt een retributie geheven, waarvan de opbrengst rechtstreeks en integraal in het Fonds voor de behandeling van de erkenningsaanvragen en de uitoefening van het toezicht op de erkenningen met betrekking tot het leefmilieu wordt gestort, ten laste van elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die een aanvraag tot erkenning als vermeld in artikel 6, indient.
De bedragen van die retributie worden vastgesteld in bijlage 18, A, die bij dit besluit is gevoegd.
§2. Voor de uitoefening van het toezicht op de erkenning wordt een retributie geheven, waarvan de opbrengst rechtstreeks en integraal in het Fonds voor de behandeling van de erkenningsaanvragen en de uitoefening van het toezicht op de erkenningen met betrekking tot het leefmilieu wordt gestort, ten laste van elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die in het bezit is van een erkenning als vermeld in artikel 6. Die retributie is op de volgende tijdstippen verschuldigd:

  1. in geval van personen die van rechtswege erkend zijn conform artikel 32, §2, eerste lid, 1° tot en met 4° en 6°: een eerste keer voor het verkrijgen van het erkenningscertificaat en vervolgens vijfjaarlijks, te rekenen vanaf de datum, vermeld op dit certificaat;

  2. in alle andere gevallen: uiterlijk op 31 december 2014 en vervolgens vijfjaarlijks.

De bedragen van die retributie worden vastgesteld in bijlage 18, B, die bij dit besluit is gevoegd.


§3. De retributies, vermeld in paragraaf 1 en 2, gelden niet voor de volgende categorieën van erkenningen:

  1. de opleidingscentra, vermeld in artikel 6, 4°;

  2. de laboratoria, vermeld in artikel 6, 5°.

§4. De retributies, vermeld in paragraaf 1 en 2, gelden ook niet in de volgende gevallen:



  1. bij een uitbreiding van de erkenning van een milieudeskundige als vermeld in artikel 6, 1°, a) en c), in de discipline waarvoor de milieudeskundige erkend is;

  2. bij een uitbreiding van de erkenning van een MER-deskundige in de discipline waarvoor de MER-deskundige erkend is;

  3. bij de erkenning als MER-deskundige in de discipline geluid en trillingen als vermeld in artikel 6, 1°, d), 7);

  4. bij een uitbreiding van de erkenning van een technicus gasvormige brandstof als vermeld in artikel 6, 2°, b), met de modules G2 of G2 en G3.

§5. De retributie, vermeld in paragraaf 1, is niet van toepassing op de personen die van rechtswege erkend zijn conform artikel 32.


§6. In uitzonderlijke gevallen kan het afdelingshoofd van de bevoegde afdeling of diens plaatsvervanger op basis van een gemotiveerde aanvraag beslissen een persoon geheel of gedeeltelijk vrij te stellen van een verschuldigde retributie, vermeld in paragraaf 2.]
Ingevoegd bij artikel 129 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
[Art. 54/2. §1. De retributiebedragen, vermeld in bijlage 18, A, en 18, B, worden jaarlijks aangepast aan de schommelingen van de gezondheidsindex op basis van de volgende formule: retributiebedrag x het nieuwe indexcijfer / het basisindexcijfer.

Het nieuwe indexcijfer is de gezondheidsindex van de maand oktober van het voorgaande jaar, en het basisindexcijfer is de gezondheidsindex van oktober 2010, namelijk 113,46 met het jaar 2004 als basisjaar. De retributiebedragen worden afgerond op een geheel getal.


§2. De geïndexeerde retributiebedragen worden jaarlijks gepubliceerd op de website van de bevoegde afdeling, uiterlijk vijftien dagen voorafgaand aan het jaar waarvoor de retributiebedragen gelden.]
Ingevoegd bij artikel 129 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013


HOOFDSTUK 10

VERVAL VAN RECHTSWEGE VAN DE ERKENNING



Art. 55. §1. De erkenning vervalt van rechtswege op de dag dat de erkenninghouder aan [de bevoegde afdeling] de stopzetting van het gebruik van de erkenning meedeelt.
[§2. De erkenning van een airco-energiedeskundige als vermeld in artikel 6, 1°, f), of een technicus als vermeld in artikel 6, 2°, vervalt ook in een van de volgende gevallen:

  1. als hij de bijscholing niet heeft gevolgd;

  2. als de erkende persoon niet tijdig slaagt voor de proef inzake de bijscholing.

In dat geval moet, voor de erkenning opnieuw kan worden verleend, de airco-energiedeskundige of de technicus de bijscholing volgen en slagen voor het bijhorende examen, vermeld in artikel 39/1, eerste lid, 6°, respectievelijk artikel 40, eerste lid, 3°.]


[§2/1. De erkenning van een deskundige als vermeld in artikel 6, 1°, c), d) of e), of een milieucoördinator als vermeld in artikel 6, 3°, a), vervalt ook als hij gedurende twee opeenvolgende kalenderjaren het totale aantal te volgen uren van de bijscholing niet gevolgd heeft.
In dat geval moet hij, voor de erkenning opnieuw kan worden verleend, het resterende aantal nog te volgen uren van de bijscholing volgen.
Met behoud van de toepassing van hoofdstuk 9 en 13 van dit besluit zijn de bijzondere erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 18, §1, 2°, of §2, 2°, niet van toepassing voor milieucoördinatoren die erkend zijn op basis van een aanvraag die is ingediend voor 1 januari 2016, en die opnieuw een erkenning willen verkrijgen nadat hun erkenning van rechtswege is vervallen.
Met behoud van de toepassing van hoofdstuk 9 en 13 van dit besluit zijn de bijzondere erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 18, §1, 3°, of §2, 3°, niet van toepassing voor milieucoördinatoren die erkend zijn op basis van een aanvraag die is ingediend voor 1 januari 2000, en die opnieuw een erkenning willen verkrijgen nadat hun erkenning van rechtswege is vervallen.]
§3. In afwijking van paragraaf 2 vervalt de erkenning niet van rechtswege als [de bevoegde afdeling] beslist, op basis van de door de erkende persoon voor te leggen bewijzen, dat hij om redenen van overmacht niet in staat was de bijscholing te volgen of de proef af te leggen. Als [de bevoegde afdeling] tot die beslissing komt, zal ze de erkende persoon een nieuwe termijn opleggen waarbinnen die de bijscholing moet volgen of met gunstig gevolg de proef moet afleggen, opdat zijn erkenning niet van rechtswege zou vervallen.
§4. [De bevoegde afdeling] brengt de persoon op de hoogte van het verval van rechtswege van zijn erkenning.
Gewijzigd bij artikel 130 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013




1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   17


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina