B. S. 1 februari 2011) Gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van: 10 juni 2011



Dovnload 0.73 Mb.
Pagina8/17
Datum27.09.2016
Grootte0.73 Mb.
1   ...   4   5   6   7   8   9   10   11   ...   17

HOOFDSTUK 15

SLOTBEPALINGEN




Afdeling 1. Opheffingsbepalingen



Art. 87. De volgende regelingen worden opgeheven:

1° het koninklijk besluit van 2 april 1974 houdende de voorwaarden en modaliteiten voor de erkenning van de laboratoria en lichamen die, in het kader van de bestrijding van de geluidshinder, belast zijn met het beproeven van en de controle op apparaten en inrichtingen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 15 april 1977 en de besluiten van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 en 29 mei 2009;

2° het besluit van de Vlaamse Regering van 22 maart 1984 tot vaststelling van de voorwaarden voor de erkenning van laboratoria ter uitvoering van het decreet van 24 januari 1984 houdende maatregelen inzake het grondwaterbeheer, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 7 januari 1992, 29 juni 1994 en 29 mei 2009;

3° het besluit van de Vlaamse Regering van 23 maart 1989 houdende organisatie van de milieueffectbeoordeling van bepaalde categorieën van hinderlijke inrichtingen, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 27 april 1994, 25 januari 1995, 24 mei 1995, 4 februari 1997, 10 maart 1998, 23 april 2004, 10 december 2004, 7 maart 2008 en 4 december 2009;

4° het besluit van de Vlaamse Regering van 23 maart 1989 houdende bepaling voor het Vlaamse Gewest van de categorieën van werken en handelingen, andere dan hinderlijke inrichtingen, waarvoor een milieueffectrapport is vereist voor de volledigheid van de aanvraag om bouwvergunning, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 25 januari 1995, 4 februari 1997, 10 maart 1998, 10 december 2004, 7 maart 2008 en 4 december 2009;

5° het besluit van de Vlaamse Regering van 29 juni 1994 tot vaststelling van de voorwaarden voor de erkenning van laboratoria voor wateranalyse, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 23 april 2004 en 7 maart 2008.




Afdeling 2. Overgangsbepalingen



Art. 88. Overeenkomstig artikel 13, eerste lid van het decreet van 27 maart 2009 houdende wijziging van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, wat betreft de aanvulling met een regeling inzake erkenningen, en houdende wijziging van diverse andere wetten en decreten, worden de aanvragen tot erkenning die werden ingediend voor de datum van de inwerkingtreding van dit decreet, behandeld overeenkomstig de bepalingen die van kracht zijn op het ogenblik dat de aanvraag wordt ingediend.

De erkenningen worden verleend of geweigerd overeenkomstig de wettelijke en reglementaire bepalingen die van kracht waren voor de datum van de inwerkingtreding van dit besluit.


Art. 89. §1. Overeenkomstig artikel 14, §1 van het decreet van 27 maart 2009 houdende wijziging van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, wat betreft de aanvulling met een regeling inzake erkenningen, en houdende wijziging van diverse andere wetten en decreten, blijven de erkenningen die werden of worden verleend op grond van de bepalingen die van toepassing zijn voor de datum van de inwerkingtreding van dit decreet, geldig voor de vastgestelde duur van [de erkenning.Erkenningen] die voor een onbepaalde erkenningstermijn werden verleend, blijven voor de toekomst hun geldigheid behouden.
§2. De regeling, vermeld in paragraaf 1, laat de bepalingen van hoofdstuk 9 en 10 onverkort van toepassing.
Gewijzigd bij artikel 133 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
Art. 90. In afwijking van respectievelijk artikel 9, 2°, en artikel 10, 2°, kan op basis van een aanvraag die moet worden ingediend binnen een termijn van vijf jaar, te rekenen vanaf de datum van de inwerkingtreding van dit besluit, een persoon respectievelijk als milieudeskundige in de discipline houders voor gassen of gevaarlijke stoffen en de discipline bodemcorrosie worden erkend als hij op het vlak van toepasbare materie over een praktijkervaring van minstens vijf jaar beschikt.
Art. 91. [§1. In afwijking van artikel 11, 3°, kan op basis van een aanvraag die moet worden ingediend binnen een termijn van vijf jaar, te rekenen vanaf de datum van de inwerkingtreding van dit besluit, een persoon die de onderwerpen, vermeld in bijlage 9, die bij dit besluit is gevoegd, niet heeft gevolgd, als milieudeskundige in de discipline geluid en trillingen in de van toepassing zijnde deeldomeinen worden erkend als hij minstens vijf jaar ervaring heeft met de uitvoering van opdrachten in het kader van de erkenning.
In afwijking van artikel 11, 3°, moet die milieudeskundige van wie de erkenning van rechtswege is vervallen en die zijn erkenning opnieuw aanvraagt, de opleiding, waarvan de inhoud wordt beschreven in bijlage 9, 1°, niet volgen als hij minstens vijf jaar ervaring heeft in de uitvoering van de opdrachten in het kader van de erkenning.]
§2. De lichamen, erkend met toepassing van het koninklijk besluit van 2 april 1974 houdende de voorwaarden en modaliteiten voor de erkenning van de laboratoria en lichamen die, in het kader van de bestrijding van de geluidshinder, belast zijn met het beproeven van en de controle op apparaten en inrichtingen, zijn binnen de perken van hun erkenning erkend binnen het deeldomein geluid voor het beproeven en controleren van apparaten en inrichtingen die lawaai kunnen veroorzaken, die bestemd zijn om het lawaai te dempen, op te slorpen, te meten of de hinder ervan te verhelpen. Die erkenning geldt niet voor het opstellen en begeleiden van saneringsplannen als vermeld bijlage 4.5.3 van titel II van het VLAREM.
Gewijzigd bij artikel 135 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
Art. 92. In afwijking van artikel 12, §1, 3°, kan op basis van een aanvraag die moet worden ingediend binnen een termijn van vijf jaar, te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van dit besluit, een persoon die de onderwerpen, vermeld in bijlage 9, die bij dit besluit is gevoegd, niet heeft gevolgd, als MER-deskundige in de van toepassing zijnde disciplines en deeldomeinen worden erkend als hij minstens vijf jaar ervaring heeft met het opstellen van milieueffectstudies.
[In afwijking van artikel 12, §1, 3°, moet die MER-deskundige van wie de erkenning van rechtswege is vervallen en die zijn erkenning opnieuw aanvraagt, de opleiding, waarvan de inhoud wordt beschreven in bijlage 9, 2° of 3°, niet volgen als hij minstens vijf jaar ervaring heeft in de uitvoering van de opdrachten in het kader van de erkenning.]
Gewijzigd bij artikel 136 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
Art. 93. In afwijking van artikel 13, 3°, kan op basis van een aanvraag die moet worden ingediend binnen een termijn van vijf jaar, te rekenen vanaf de datum van de inwerkingtreding van dit besluit, een persoon die de onderwerpen, vermeld in bijlage 9, die bij dit besluit is gevoegd, niet heeft gevolgd, als VR-deskundige worden erkend als hij minstens vijf jaar ervaring heeft met de uitvoering van opdrachten in het kader van de erkenning.
[In afwijking van artikel 13, 3°, moet die VR-deskundige van wie de erkenning van rechtswege is vervallen en die zijn erkenning opnieuw aanvraagt, de opleiding, waarvan de inhoud wordt beschreven in bijlage 9, 4°, niet volgen als hij minstens vijf jaar ervaring heeft in de uitvoering van de opdrachten in het kader van de erkenning.]
Gewijzigd bij artikel 137 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
Art. 94. In afwijking van artikel 18, §1, 2°, en §2, 2°, kan op basis van een aanvraag die moet worden ingediend binnen een termijn van vijf jaar, te rekenen vanaf de datum van de inwerkingtreding van dit besluit, een persoon als milieucoördinator worden erkend als hij op het vlak van bedrijfsinterne milieuzorg over een praktijkervaring van minstens vijf jaar respectievelijk minstens drie jaar beschikt.
Art. 95. De diploma’s, getuigschriften en attesten die werden afgeleverd of nog zullen worden afgeleverd op grond van een erkenning, verleend met toepassing van de voor de datum van de inwerkingtreding van dit besluit geldende regelgeving, zijn binnen de voorwaarden waaronder ze werden afgeleverd, geldig voor de toekomst en gelijkwaardig aan die welke door de krachtens dit besluit erkende personen worden afgeleverd.
Art. 96. Overeenkomstig artikel 13, tweede lid van het decreet van 27 maart 2009 houdende wijziging van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, wat betreft de aanvulling met een regeling inzake erkenningen, en houdende wijziging van diverse andere wetten en decreten, worden de aanvragen tot instemming met de gezamenlijke aanstelling als milieucoördinator die werden ingediend voor de datum van de inwerkingtreding van dit decreet, behandeld overeenkomstig de bepalingen die van kracht zijn op het ogenblik dat de aanvraag wordt ingediend.Die instemmingen worden verleend of geweigerd overeenkomstig de wettelijke en reglementaire bepalingen die van kracht waren voor de datum van de inwerkingtreding van dit besluit.
Art. 97. Overeenkomstig artikel 14, §2 van het decreet van 27 maart 2009 houdende wijziging van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, wat betreft de aanvulling met een regeling inzake erkenningen, en houdende wijziging van diverse andere wetten en decreten, blijven de instemmingen die werden of worden verleend met toepassing van de bepalingen die gelden voor de datum van de inwerkingtreding van dit decreet, geldig als de milieucoördinator niet is erkend. Als de milieucoördinator erkend is, geldt de instemming als de melding, vermeld in artikel 4.1.9.1.1, §4, 1°, van titel II van het VLAREM.
Art. 98. De toegangsvoorwaarden voor de cursussen aanvullende vorming voor milieucoördinatoren zijn die welke van kracht waren op de datum van de inschrijving van de cursisten. Als het een cursus betreft die retroactief werd erkend met toepassing van het tot voor de datum van de inwerkingtreding van dit besluit bestaande artikel 4.1.9.1.6, §6, van titel I van het VLAREM, gelden de toegangsvoorwaarden die op de datum van die erkenning van toepassing waren.
Art. 99. Als voor het gebruik van een bepaalde erkenning tot de datum van de inwerkingtreding van dit besluit geen verzekering of een verzekering met beperktere waarborg was vereist, wordt in afwijking van artikel 34, §3, aan die gebruikseis uiterlijk voldaan binnen een termijn van een jaar na die datum.
Art. 100. Het erkende laboratorium in de discipline water, in de discipline lucht of in de discipline bodem, deeldomein bodembescherming voldoet uiterlijk twee jaar na de datum van de inwerkingtreding van dit besluit aan de erkenningsvoorwaarde, [vermeld in artikel 25, eerste lid, 3°].
Gewijzigd bij artikel 138 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
[Art. 100/1. Het erkende laboratorium in de discipline afvalstoffen en andere materialen, in de discipline bodem, deeldomein bodemsanering, in de discipline bodem, deeldomein bemesting, in de discipline mest of in de discipline diervoeder voldoet uiterlijk op 1 juli 2014 aan de erkenningsvoorwaarde, vermeld in artikel 25, eerste lid, 3°.]
Ingevoegd bij artikel 139 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
[Art. 100/2. In afwachting van de goedkeuring door de minister van het BAM ter uitvoering van artikel 4, §1, 20°, van dit besluit, geldt als BAM het compendium bemonsterings- en analysemethodes in het kader van het Mestdecreet, dat als bijlage 2 is gevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 januari 2011 betreffende de erkenning van laboratoria in het kader van het Mestdecreet.]
Ingevoegd bij artikel 139 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
Art. 101. Een milieudeskundige in de discipline oppervlaktewater en grondwater, erkend volgens titel II van het VLAREM, of een laboratorium voor wateranalyse, erkend volgens het besluit van de Vlaamse Regering van 29 juni 1994 tot vaststelling van de voorwaarden voor de erkenning van laboratoria voor wateranalyse kan een nieuwe aanvraag tot erkenning indienen met het oog op de aanpassing van de pakketten overeenkomstig de pakketten, vermeld in bijlage 3, 1°, die bij dit besluit is gevoegd, en de deeldomeinen, vermeld in artikel 6, 5°, a).
Art. 102. Een milieudeskundige in de discipline lucht, erkend volgens titel II van het VLAREM kan een nieuwe aanvraag tot erkenning indienen met het oog op de aanpassing van de pakketten overeenkomstig de pakketten, vermeld in bijlage 3, 2°, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 103. §1. Een MER-deskundige die op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit erkend is in de discipline monumenten en landschappen en materiële goederen in het algemeen of in de discipline onroerend erfgoed en materiële goederen in het algemeen, is met toepassing van dit besluit erkend in de discipline landschap, bouwkundig erfgoed en archeologie waarbij de erkenning voor de deeldomeinen cultureel erfgoed en materiële goederen in het algemeen nu geldt als erkenning voor de deeldomeinen bouwkundig erfgoed en archeologie en de erkenning voor het deeldomein onroerend erfgoed nu geldt als erkenning voor het deeldomein bouwkundig erfgoed.
§2. Een MER-deskundige die op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit erkend is in de discipline licht, warmte en stralingen, is met toepassing van dit besluit erkend als een MER-deskundige in de discipline licht, warmte en elektromagnetische golven.
§3. Een MER-deskundige die op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit erkend is in de discipline water, deeldomein oppervlaktewater, is met toepassing van dit besluit erkend als een MER-deskundige in de discipline water, deeldomein oppervlakte- en afvalwater.
§4. Een MER-deskundige die op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit erkend is in de discipline lucht is met toepassing van dit besluit erkend als een MER-deskundige in de discipline lucht, deeldomeinen geur en luchtverontreiniging.
[§4/1. Een MER-deskundige die op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit erkend is in de discipline geluid en trillingen, is met toepassing van dit besluit erkend als MER-deskundige in de discipline geluid en trillingen voor de deeldomeinen geluid en trillingen.]
§5. Een milieudeskundige die op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit erkend is in de discipline oppervlakte- en grondwater of een laboratorium voor wateranalyse, dat op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit erkend is volgens het besluit van de Vlaamse Regering van 29 juni 1994 tot vaststelling van de voorwaarden voor de erkenning van laboratoria voor wateranalyse, is met toepassing van dit besluit erkend als een laboratorium in de discipline water, deeldomeinen afvalwater, oppervlaktewater, grondwater en drinkwater.
§6. Een milieudeskundige die op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit erkend is in de discipline lucht is met toepassing van dit besluit erkend als een laboratorium in de discipline lucht.
§7. Een milieudeskundige die op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit erkend is in de discipline bodem, deeldomein bodembescherming, is met toepassing van dit besluit erkend als een laboratorium in de discipline bodem, deeldomein bodembescherming.
[§8. Een milieudeskundige die op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit erkend is in de discipline geluid en trillingen, is met toepassing van dit besluit erkend als milieudeskundige in de discipline geluid en trillingen voor de deeldomeinen geluid en trillingen.
§9. Een milieudeskundige die op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit erkend is voor de code 1), a, mag met toepassing van dit besluit ook geluidsplannen als vermeld in artikel 5.32.2.2bis, §2, 4°, b), van titel II van het VLAREM, opmaken.
§10. Een deskundige die op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit erkend is als deskundige voor het opstellen van omgevingsveiligheidsrapporten, is met toepassing van dit besluit erkend als VR-deskundige voor het opstellen van omgevings- en ruimtelijke veiligheidsrapporten.]
Gewijzigd bij artikel 140 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
[Art. 103/1. In afwijking van artikel 32, §2, eerste lid, 6°, wordt tot uiterlijk 1 januari 2015 een persoon die minstens aan een van de volgende voorwaarden voldoet, beschouwd als een erkende airco-energiedeskundige:

  1. een certificaat als vermeld in artikel 14, §1, 1° en 2°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 september 2009 inzake de certificering van koeltechnische bedrijven en hun koeltechnici, behaald hebben; 

  2. een bachelor in de elektromechanica, afstudeerrichting klimatisering behaald hebben

  3. een diploma van het secundair onderwijs in koel- en warmtetechnieken, industriële koeltechnieken of koeltechnische installaties behaald hebben;

  4. een van de volgende getuigschriften behaald hebben die erkend zijn door de Vlaamse overheid: 

  1. een getuigschrift van technicus klimaatbeheersing - airconditioning;

  2. een getuigschrift van installateur airco- en warmtepompen; 

  3. een getuigschrift van koeltechnicus;

  4. een modulegetuigschrift airco;

  1. in het volwassenenonderwijs het diploma van koeltechnicus, het certificaat van aircotechnicus of het certificaat van koeltechnicus behaald hebben;

  2. onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte en in het bezit zijn van de kwalificatie of erkenning die in het andere gewest of in de andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte verplicht is voor de keuring van airconditioningsystemen als vermeld in artikel 15 van Richtlijn 2010/31/EU van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 betreffende de energieprestatie van gebouwen (herschikking);

  3. minstens drie jaar aantoonbare ervaring hebben in onderhoud en afregelaspecten van airconditioningsystemen met een nominaal koelvermogen van meer dan 12 kW.

De persoon is vrijgesteld van de retributie, vermeld in artikel 34, §9.]


Ingevoegd bij artikel 141 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
[Art. 103/2. De personen aan wie de afdeling, bevoegd voor bodembeheer, in het kader van artikel 36, 6°, van het VLAREBO handtekeningsbevoegdheid heeft verleend voor de vereiste grondige kennis van het Bodemdecreet en de uitvoeringsbesluiten ervan en voor de vereiste drie jaar ervaring in het uitvoeren van bodemonderzoeken, krijgen van rechtswege uiterlijk tot 31 december 2017 de handtekeningsbevoegdheid, vermeld in artikel 53/4, §2, eerste lid, van dit besluit, met behoud van de toepassing van artikel 53/4, §3, van dit besluit.]
Ingevoegd bij artikel 141 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
[Art. 103/3. De personen aan wie de afdeling, bevoegd voor bodembeheer, in het kader van artikel 36, 6°, van het VLAREBO handtekeningsbevoegdheid heeft verleend voor de vereiste vijf jaar ervaring in het leiden van de bodemsanering en voor de vereiste drie jaar ervaring in het uitvoeren van bodemonderzoeken, krijgen van rechtswege uiterlijk tot 31 december 2017 de handtekeningsbevoegdheid, vermeld in artikel 53/4, §2, tweede lid, van dit besluit, met behoud van de toepassing van artikel 53/4, §3, van dit besluit.]
Ingevoegd bij artikel 141 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
Art. 104. Het decreet van 27 maart 2009 houdende wijziging van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, wat betreft de aanvulling met een regeling inzake erkenningen, en houdende wijziging van diverse andere wetten en decreten, treedt in werking op 1 januari 2011, behalve artikel 9.
Art. 105. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2011 […].
Gewijzigd bij artikel 142 B.Vl.Reg. 1 maart 2013, B.S. 23 april 2013
Art. 106. Dit besluit wordt aangehaald als het VLAREL.
Art. 107. De Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid is belast met de uitvoering van dit besluit.



1   ...   4   5   6   7   8   9   10   11   ...   17


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina