B. van acker



Dovnload 0.87 Mb.
Pagina1/13
Datum19.08.2016
Grootte0.87 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   13



ONDERZOEK NAAR DE JURIDISCHE VERANTWOORDELIJKHEDEN EN AANSPRAKELIJKHEDEN INZAKE VEILIGHEID EN NOODPLANNING BIJ VOETBALWEDSTRIJDEN EN ANDERE EVENEMENTEN IN STADIONS.
EINDRAPPORT
Prof. Dr. L. VENY

Promotor


L. DE WULF

B. VAN ACKER

Auteurs

LIJST VAN AFKORTINGEN.

BW Burgerlijk Wetboek

BS. Belgisch Staatsblad

E.V.R.M. Europees Verdrag van de Rechten van de Mens

G.W. Grondwet

J.L.M.B. Revue de jurisorudence de Liège, Mons et Bruxelles

J.T. Journal des tribunaux

Journ. Proc. Le Journal des procès

N. Gem. W. Nieuwe gemeentewet

Pas. Pascrisie belge

R.C.J.B. Revue critique de jurisprudence belge

R.G.A.R. Revue générale des assurances et des responsabilités

R.W. Rechtskundig Weekblad

Rev. not. b. Revue du notariat belge

SV Wetboek van Strafvordering

SW Strafwetboek

T.B.B.R. Tijdschrift voor Belgisch Burgerlijk Recht

T.B.H. Tijdschrift voor Belgisch Handelsrecht


Afgekorte wetgeving:
Algemene verzekeringswet van 1992

Wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst, BS 20 augustus 1992

Arbeidsinspectiewet Wet van 16 november 1972 betreffende de arbeidsinspectie, BS 8 december 1972

KB infrastructuur KB van 2 juni 1999 houdende de in voetbalstadions na te leven veiligheidsnormen, BS 10 juli 1999

KB NIP KB van 16 februari 2006 betreffende de nood- en interventieplannen, BS 15 maart 2006

Politiewet Wet van 5 augustus 1992 op het politieambt, BS 22 december 1992

Provinciedecreet Provinciedecreet van 9 december 2005, BS 29 december 2005

Provinciewet Provinciewet van 30 april 1836, BS 23 december 1891

Voetbalwet Wet van 21 december 1998 betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden, BS 3 februari 1999

Welzijnswet Wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, BS 18 september 1996

Wetboek Waalse Gewest

Wetboek van 22 april 2004 van de plaatselijke democratie en decentralisatie, BS 12 augustus 2004 (eerste uitgave), err., BS 22 maart 2005 (eerste uitgave)

Wet civiele bescherming

Wet van 31 december 1963 betreffende de civiele bescherming, BS 16 januari 1964

Wet civiele veiligheid

Wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid, BS 31 juli 2007



INHOUDSTAFEL
INLEIDING 1


  1. RATIONE LOCI 2




  1. RATIONE MATERIAE 4




  1. RATIONE PERSONAE 6

III.1. De verschillende actoren zowel betrokken bij voetbalgerelateerde evenementen als bij andere evenementen 6


§1: De bestuurlijke overheden 6


  1. De federale overheid 6

A.1. FOD Binnenlandse Zaken 6

§ 1. De Voetbalcel 8

§ 2. De afwijkingscommissie 12

§ 3. De Algemene Directie Civiele Veiligheid 13

§ 4. De Algemene Directie Crisiscentrum 13


A.2. FOD werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg 14
A.3. FOD Volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu 15
A.4. De FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie 16


  1. De provincie 17

B.1. De provincieraad 17


B.2. De deputatie 18
B.3. De provinciegouverneur 20

B.4. De arrondissementscommissaris 23


B.5. Het Brussels-Hoofdstedelijk Gewest 24


  1. De gemeente 25

C.1. De Gemeenteraad 26


C.2. Het College van Burgemeester en Schepenen 28
C.3. De Burgemeester 29
§ 2: De hulpdiensten 35


  1. De politie 35

  2. De brandweer 37

  3. De medische hulpdiensten 40

§ 3: De deskundigen belast met de controle 43


§ 4: De eigenaars 45
§ 5: De uitbaters/exploitanten 45
§ 6: Ambulante handelaars 46
§ 7: De organisatoren van evenementen in voetbalstadions 49
§ 8: De veiligheidsverantwoordelijke 49
§ 9: De werknemers 53
§ 10: Huurders/verhuurders 55
III.2. De verschillende actoren specifiek binnen het voetbalgebeuren 57
§ 1: De organisatoren van een voetbalwedstrijd 57

a. Algemene verplichtingen 58

b. Bijzondere verplichtingen 59

c. Toezichtfunctie 61

d. Overige verplichtingen 61

e. Sancties 63

§ 2: De stewards 64
§ 3: De lokale adviesraad 66
III.3. Controle op de naleving van de (andere relevante) wetgeving 68
§1: Controle op het welzijn van de werknemers 68


  • Controle op elektrische installaties 72

§2: Controle op de voedselveiligheid 75
III. 4: De noodplanning en de evacuatie 82

III. 5: De aansprakelijkheid van de voetbalactoren 87


A. De burgerlijke aansprakelijkheid 87
A.1. De contractuele aansprakelijkheid 87

A.2. De extracontractuele aansprakelijkheid 88

A.2.1. Aansprakelijkheid voor eigen fouten (art. 1382 B.W.) 88

a. De organisatoren 88

b. De overheid 89

c. De veiligheidsverantwoordelijke 90

d. De stewards 90
A.2.2. Aansprakelijkheid voor aangestelden en gebrekkige zaken (artikel 1384 B.W.) 91

a. De organisatoren 91

b. De overheid 93
A.2.3. Aansprakelijkheid voor abnormale burenhinder (artt. 544 B.W. en 1382-1383 B.W.) 95

A.2.4. Aansprakelijkheid voor de instorting van een gebouw (1386 B.W.) 96

B. De strafrechtelijke aansprakelijkheid 96
IV. DE VERZEKERINGEN 98

1. Arbeidsongevallen 103

2. De deputatie 104

3.Bewakingsonderneming, interne bewakingsdienst en beveiligingsonderneming

104

4. Civiele veiligheid 105



5. College van Burgemeester en Schepenen 106

6. Controle organismen 107

7. Gezondheidsberoepen 108

8. Kermisactiviteit 110

9. Motorrijtuigen 111

10. Publiek toegankelijke inrichtingen 113

11. Veiligheidscoördinator 118

12. Voetbalsteward 119

13. Vrijwilligers 121

14. Besluit 124


V. ONDERZOEKSVRAGEN 125


VI. AANBEVELINGEN 140
VII. BIBLIOGRAFIE 156

VIII. BIJLAGE I: Schema

VIIII. BIJLAGE II: Vergunningsysteem

INLEIDING
Dit onderzoek betreft een studie naar de juridische verantwoordelijkheden en aansprakelijkheden van de diverse actoren betrokken bij de organisatie van evenementen in voetbalstadions. De wetenschappelijke studie wordt uitgevoerd door de vakgroep Publiekrecht (UGent) in opdracht van de FOD Binnenlandse Zaken, Algemene Directie Veiligheid en Preventie.

De algemene doelstelling van het onderzoek is het bieden van een juridisch overzicht van:



  1. de verantwoordelijkheden en aansprakelijkheden van alle betrokken partners;

  2. een inventaris van de controles die plaatsvinden in stadions, hun periodiciteit, wie hiervoor verantwoordelijk is;

  3. de wettelijke en reglementaire bepalingen en richtlijnen inzake noodplanning van toepassing op voetbalstadions;

  4. een inventaris van de bestaande evacuatieoefeningen en noodplannen in voetbalstadions.




  1. RATIONE LOCI

Hoewel de focus van dit onderzoek ligt op de evenementen in het stadion, moet zeker rekening worden gehouden met de situatie rond het stadion; zo wordt bijvoorbeeld de organisator aangewezen als verantwoordelijke in het stadion, terwijl de burgemeester verantwoordelijk is voor het handhaven van de openbare orde op zijn grondgebied, wat zowel betrekking heeft op de situatie in1 als rond2 het stadion.


Sinds het van kracht worden van de Voetbalwet hebben bepaalde incidenten zich evenwel ook verplaatst naar de onmiddellijke omgeving buiten het stadion. De wetgever heeft hierdoor het toepassingsgebied ratione loci van de Voetbalwet aanzienlijk uitgebreid; dit heeft vooral belang bij de toepassing van bestuurlijke sancties in het kader van de Voetbalwet.3
Er moet dus rekening worden gehouden met de situatie in en rond het stadion, met inbegrip van de wettelijk vastgelegde perimeter rond het stadion. Artikel 2, 9° van de Wet betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden bepaalt de wettelijk vastgelegde perimeter als volgt: “de ruimte aansluitend bij de buitenomheining van het stadion waarvan de geografische grenzen vastgesteld worden door de Koning, na raadpleging van de betrokken burgemeester, politiediensten en organisator; deze ruimte mag een straal van 5000 meter vanaf de buitenomheining van het stadion niet overschrijden. De perimeter moet derhalve op grond van een uitvoeringsbesluit voor elk stadion apart worden bepaald. In de vastgelegde perimeter is de Voetbalwet toepasselijk voor wat het supportersgedrag betreft, waarbij stewards kunnen worden ingezet.
Voor de uitvoering van dit onderzoek is er een selectie gemaakt van 13 voetbalstadions representatief voor het grondgebied België; zo werd er telkens in elke provincie én in het Brussels – Hoofdstedelijk Gewest één stadion of meer geselecteerd.

Als eerste criterium worden enkel de stadions in acht genomen van clubs die in eerste en tweede nationale afdeling spelen. Een tweede criterium betreft het eigendomsrecht betreffende het stadion: publiek, particulier, PPS, …


De volgende stadions werden geselecteerd:

  1. Club Brugge KV/ Cercle Brugge KSV: Jan Breydelstadion

  2. KAA Gent: Arteveldestadion;

  3. KSC Lokeren OVL: Daknamstadion;

  4. R. Antwerp: Bosuilstadion;

  5. KRC Genk: Cristal Arena

  6. K. St. – Truiden VV: Stadion Staaien;

  7. Oude Heverlee Leuven: Den Dreef;

  8. AFC Tubize: Stade Leburton;

  9. RSC Anderlecht: Constant van der Stock Stadion;

  10. R. Standard de Liegé: Stade Maurice Dufrasne;

  11. R. Excelsior Virton: Stade Yvan Georges;

  12. Union Royal Namur: Stade Michel Soulier;

  13. RAEC Mons: Stade Charles Tondreau



  1. RATIONE MATERIAE

De nadruk van dit onderzoek ligt op de infrastructuur, de noodplanning en de evacuatie. Naast de wetgeving moeten eveneens de veiligheidsvoorschriften ter zake in acht worden genomen. Die laatste zijn voorschriften met betrekking tot de algemene veiligheid; te denken valt aan voorschriften inzake elektriciteits - en gasinstallaties, veiligheidsverlichting, brandpreventie, brandweerstand, normen inzake circulatie en evacuatie van mensen, breedte van deuren en dergelijke meer. Grosso modo liggen die voorschriften ondermeer vervat in (a) het algemeen reglement op de arbeidsbescherming en (b) het algemeen reglement op de elektrische installaties.

Naast de voormelde algemene normen moet melding worden gemaakt van normen die gelden binnenin een stadion. Meerbepaald moet rekening worden gehouden met de voorschriften inzake compartimentering, omheining, EHBO lokaal, sanitaire voorzieningen,… ; betreffende het voetbalgebeuren zijn die bijzondere veiligheidsnormen bepaald in de Voetbalwet en in het KB van 2 juni 1999 houdende de in voetbalstadions na te leven veiligheidsnormen4.

Zo bepaalt artikel 3 van de Voetbalwet: “Onverminderd de door of krachtens de wet nader bepaalde maatregelen te treffen door de organisator van een voetbalwedstrijd en onverminderd de door de bevoegde overheden genomen maatregelen, rust op de organisator van elke voetbalwedstrijd de verplichting om alle noodzakelijke voorzorgsmaatregelen te nemen om schade aan personen en goederen te voorkomen, daaronder begrepen alle praktische maatregelen tot voorkoming van wangedrag door de toeschouwers.



Om de draagwijdte van deze verplichting te bepalen wordt onder meer rekening gehouden met overeenkomsten die aangegaan worden tussen de organisator enerzijds en de hulpdiensten en de bestuurlijke en politionele overheden of diensten anderzijds.
Tot de door de organisator te nemen voorzorgsmaatregelen behoren zowel maatregelen van actieve5 als passieve6 veiligheid. Die maatregelen van actieve en passieve veiligheid zijn sterk met elkaar verweven; bij wijze van voorbeeld: er worden op de zwarte markt te veel tickets verkocht voor een wedstrijd waardoor “overbevolking” in het stadion ontstaat, het aantal stewards hierop niet is afgestemd en de supporters niet efficiënt kunnen worden gescheiden (actieve veiligheid). Hierdoor ontstaan rellen waarbij de stabiliteit van het stadion, tribunes, in het gedrang komen (passieve veiligheid).
Verder bepaalt artikel 4 van de Voetbalwet: “Voor elke voetbalwedstrijd maakt de organisator uitsluitend gebruik van stadions of delen van stadions die aan de door de koning bepaalde veiligheidsnormen voldoen”.

Die veiligheidsnormen worden eveneens weergegeven in het KB Infrastructuur. Bijlage I van dit besluit behandelt de normen met betrekking tot bescherming van de toeschouwers en bevat algemene bepalingen, bepalingen inzake de binneninrichting van het stadion, bepalingen inzake evacuatie en circulatie van toeschouwers, bepalingen inzake de tribune en rijen, bepalingen inzake aangrenzende lokalen, signalisatie, bepalingen inzake berichten bestemd voor het publiek, bepalingen inzake gasinstallaties en elektrische installaties, bepalingen omtrent het onderhoud van het stadion en bepalingen m.b.t. brandpreventie. Bijlage II van het KB handelt over de beproevingsmethode om te bepalen of een tribunestoeltje al dan niet als brandgevaarlijk moet worden beschouwd.


De Voetbalwet en het KB infrastructuur vormen de basiswetgeving inzake de infrastructuur, de evacuatie en de noodplanning, gebruikt als uitgangspunt voor de studie. Verder moet rekening worden gehouden met andere specifieke wetgeving zoals de Wet op de civiele bescherming en zijn uitvoeringsbesluiten, de voorschriften met betrekking tot de algemene veiligheid vervat in het A.R.A.B. en het A.R.E.I., de Wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk en zijn uitvoeringsbesluiten, edm.


  1. RATIONE PERSONAE

Opdat het onderzoek representatief is voor het hele grondgebied België moet steeds rekening worden gehouden met de bevoegdheden van het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels – Hoofdstedelijk Gewest; de bevoegdheden van die drie gewesten zijn gelijklopend.7 Indien er andere bepalingen zijn voorzien in de wetgeving m.b.t. het Vlaamse of het Waalse Gewest worden die vermeld en een apart deel wordt gewijd aan het Brussels-Hoofdstedelijk Gewest.


In wat volgt worden de juridische bevoegdheden weergegeven van de actoren die actief zijn in het voetbalgebeuren. Een overzicht van die regelgeving is noodzakelijk om de verantwoordelijkheden en aansprakelijkheden van de betrokken actoren te bepalen. Eveneens wordt in de praktijk nagegaan hoe dit juridisch kader wordt uitgevoerd, dit voornamelijk aan de hand van gesprekken met de mensen werkzaam in het veld. Hierbij wordt nagegaan hoe zij de werking van het voetbalgebeuren ervaren. Hierna volgt een bespreking van de voornaamste actoren betrokken in het voetbalgebeuren.
III.1. De verschillende actoren betrokken bij zowel voetbalgerelateerde evenementen als bij andere evenementen.
§ 1. De bestuurlijke overheden


  1. De federale overheid

A.1. FOD Binnenlandse Zaken


Een belangrijke focus in dit onderzoek behelst het nagaan van de verantwoordelijkheid en de aansprakelijkheid van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken, hierna verkort aangehaald als FOD BiZa.
Algemeen is de FOD BiZa bevoegd voor opdrachten bepaalt door de Grondwet of door de wet. In het kader van de Copernicushervormingen heeft de FOD BiZa 4 grote opdrachten8:
1° de instellingen, de wetgeving en de bevolking;

2° het vreemdelingenbeleid en het asielbeleid;

3° de openbare orde en de veiligheid :

- politiebeleid en -beheer;

- coördinatie van de openbare ordehandhaving;

- controle op de organisaties die de privé-beveiliging verzekeren;

- politionele en niet-politionele preventie;

- beheer van het crisiscentrum van de regering.

4° de burgerlijke veiligheid :

- algemene coördinatie naar aanleiding van calamiteiten, rampen en schade;

- organisatie en beheer van de permanente eenheden van de Civiele Bescherming;

- beheer van de 100-diensten,

- inspectie van de brandweerdiensten en uitvoeren van gezamenlijke aankopen,

- algemene reglementering van de brandpreventie,

- interventie en noodplanning,

- erkenning van rampen; behandeling schadedossiers evenals van oorlogsschade.


Als onderdeel van de Copernicushervormingen werden een aantal belangrijke moderniseringsprojecten doorgevoerd bij BiZa. Sinds de start van het eerste moderniseringsproject in 2004 is reeds verbetering waarneembaar; in het kader van het voetbalgebeuren valt te denken aan een verbetering van de veiligheid en de uitbouw van de stadioninspecties door de Voetbalcel.9
§1. De Voetbalcel
Situering. De voetbalcel is opgericht in de schoot van de Algemene Directie van de Algemene Rijkspolitie, Ministerie van Binnenlandse Zaken.10 Thans is de Voetbalcel een onderdeel van Algemene Directie Veiligheids – en Preventiebeleid die instaat voor het vaststellen van inbreuken op de Voetbalwet en de betreffende uitvoeringsbesluiten.
Artikel 18 van de Voetbalwet voorziet in de mogelijkheid van het opleggen van bestuurlijke geldboetes aan de organisator van een nationale of internationale voetbalwedstrijd ingeval die de verplichtingen inzake het protocolakkoord of de maatregelen bedoeld in artikel 10 van de Voetbalwet niet nakomt.

Daarnaast kan aan de organisatoren van een nationale of internationale voetbalwedstrijd of aan de overkoepelende sportbond een bestuurlijke geldboete worden opgelegd bij het niet nakomen van de verplichtingen in de Voetbalwet (titel II). Bovendien kan aan elke organisator een geldboete worden opgelegd in geval van ontstentenis van de noodzakelijke voorzorgsmaatregelen om schade aan personen en goederen te voorkomen11 of indien ze gebruik maken van stadions of delen van stadions die niet aan bepaalde veiligheidsnormen voldoen12.


De vaststelling van die gebreken en het opleggen van de bestuurlijke geldboete gebeuren door ‘een koning aangewezen ambtenaar’. In eerste instantie werd hier gedacht aan ambtenaren van het ministerie van Binnenlandse Zaken.13 Sinds de inwerkingtreding van het Besluit van 3 juli 200714 wordt de bevoegdheid voor het opleggen van een bestuurlijke sanctie gedelegeerd aan de ambtenaren van de Voetbalcel van de Algemene Directie Veiligheids – en Preventiebeleid die ten minste tot klasse A1 behoren15.
Taken. De opdrachten16 van de Voetbalcel bestaan uit:

1° het coördineren van de fenomeenanalyses die betrekking hebben op de veiligheid inzake voetbal;

2° de Minister adviseren inzake de principes die de veiligheid en de ordehandhaving bij voetbal moeten beheersen;

3° de Minister adviseren voor het opstellen en het tenuitvoerleggen van de normen of de richtlijnen betreffende de veiligheid inzake voetbal;

4° fungeren als overlegforum voor de coördinatie en de uitwisseling betreffende de veiligheid en de openbare orde inzake voetbal en het geregeld samenbrengen van de diverse actoren;

5° de ambtenaren bedoeld in de artikelen 25, eerste lid, en 26 van de wet bijstaan in de uitvoering van hun taken door hun de nodige expertise te verlenen;

6° advies uitbrengen over de goedkeuring van de experten bedoeld in artikel 4, eerste lid, 2°, van het Koninklijk Besluit van 2 juni 1999 houdende de in voetbalstadions na te leven veiligheidsnormen;

7° de nodige raadplegingen uitvoeren en advies uitbrengen betreffende de afwijkingen bedoeld in artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 2 juni 1999 houdende de in voetbalstadions na te leven veiligheidsnormen;

8° de Minister van Binnenlandse Zaken vertegenwoordigen in de internationale werkgroepen betreffende de veiligheid inzake voetbal.
Stadioninspecties. Ter controle op de naleving van de Voetbalwetgeving worden stadioninspecties uitgevoerd door de ambtenaren van de Voetbalcel. Die stadionbezoeken gebeuren op grond van een interne risicoanalyse, zijnde elke club buiten wedstrijd om de 2 jaar en eenmaal per seizoen bij wedstrijden. Indien de Voetbalcel kennis heeft van elementen die een eerder bezoek of een meer regelmatig bezoek aanraden, dan wordt eveneens een stadioninspectie uitgevoerd; het kan gaan om eigen observaties van de Voetbalcel, om informatie verkregen van externen (politie, brandweer, burgemeester, club) dan wel van de media.
Bestuurlijke sanctie. Bij de vaststelling van een inbreuk op de voetbalwetgeving gepleegd door de organisator, stelt een politieambtenaar of de door de Koning aangewezen ambtenaar een proces – verbaal op.17 In het geval waarbij de door de koning aangewezen ambtenaar beslist om een bestuurlijke procedure aan te vatten, stuurt een andere ambtenaar dan die het PV heeft opgesteld18 van de Algemene Directie Veiligheids – en Preventiebeleid die ten minste tot klasse 1 behoort, hiervoor een aangetekend schrijven naar de overtreder.19

De organisator heeft de mogelijkheid tot een schriftelijk en/of mondeling verweer. Op grond van het PV en het verweer beslist de door de Koning aangewezen ambtenaar over de betreffende sanctie.20 De sanctiebeslissing wordt ter kennis gebracht aan de overtreder door middel van een ter post aangetekend brief en heeft uitvoerende kracht na een termijn van 1 maand.21 Die beslissing kan eveneens bepalen binnen welke termijn de inbreuken moeten worden verholpen.22

De door de Koning aangewezen ambtenaar kan evenwel geen bestuurlijke sanctie meer opleggen na een termijn van 6 maanden, vanaf de dag waarop het feit werd gepleegd.23

Bij het nemen van de bestuurlijke beslissing heeft de door de Koning aangewezen ambtenaar verschillende mogelijkheden: 1° een bestuurlijke beslissing zonder bestuurlijke geldboete en zonder termijnen; 2° een bestuurlijke beslissing zonder bestuurlijke geldboete en met termijnen; 3° een bestuurlijke beslissing met bestuurlijke geldboete en zonder termijnen; 4° een bestuurlijke beslissing met bestuurlijke geldboete en met termijnen.

Bij het opleggen van de termijnen kan per inbreuk een andere termijn worden bepaald en de verweermiddelen met de daarbij horende planning zijn hierbij van belang.

Indien de inbreuk niet wordt verholpen binnen de opgelegde termijn geldt deze inbreuk, bij een nieuwe bestuurlijke beslissing, als herhaling en kan de inbreuk in aanmerking worden genomen als een verzwarende omstandigheid.

Indien de organisator buiten zijn wil de opgelegde termijn niet kan naleven, dan moet de FOD BiZa hiervan op de hoogte worden gesteld. Het naleven van de opgelegde termijnen kan worden nagegaan door bewijzen van de organisator of door een nieuwe controle van de door de Koning aangewezen ambtenaar van de FOD BiZa of politieambtenaar. Tevens wordt er gebruik gemaakt van een procedure van autocertificatie. 24
De bestuurlijke geldboete kan variëren van 500 tot 250.000 euro, dit afhankelijk van de inbreuk en al dan niet de aanwezigheid van verzachtende omstandigheden.25

Tegen de sanctiebeslissing kan beroep worden aangetekend binnen één maand na kennisgeving van de beslissing; het aantekenen van het beroep gebeurt door middel van een verzoekschrift bij de politierechtbank. Het beroep bij de politierechtbank heeft een schorsende werking, maar heft de verplichting van de organisator niet op om de verplichtingen door of krachtens de wet na te leven. Tegen de beslissing van de politierechtbank staat geen hoger beroep open.26 De bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende het beroep bij de politierechtbank en de buitengewone rechtsmiddelen, zoals o.m. cassatie, zijn van toepassing.


Praktijk. Bij navraag over de werking van de Voetbalcel bij de verschillende voetbalclubs zijn er uiteenlopende opmerkingen waarneembaar. Vooreerst wordt opgemerkt dat veel verschillende controles plaatsvinden in een voetbalstadion. Toch is er begrip voor de controles van de Voetbalcel; professioneel advies met inbegrip van dialoog om tot een gezamenlijke oplossing te komen is noodzakelijk. De voetbalclubs merken evenwel op dat het sanctiebeleid van de Voetbalcel te zwaar is. De clubs moeten de kans krijgen om fouten ‘te herstellen’; zo wordt gewezen op de noodzaak van een herinspectie zonder eerst een PV op te stellen.

§ 2: De afwijkingscommissie.




  • De afwijkingscommissie van de Civiele Bescherming.

Vóór de bouw van een stadion kunnen afwijkingen op de basispreventienormen inzake de preventie van brand en ontploffing worden aangevraagd door de bouwheer of zijn afgevaardigde. Die afwijkingen kunnen enkel worden toegestaan op advies van een Commissie voor afwijking. De Commissie bestaat uit ingenieurs van de Algemene Directie civiele veiligheid, beroepsbrandweerofficieren en deskundigen aangewezen op basis van hun bijzondere wetenschappelijke of technische bekwaamheid inzake brandvoorkoming.27 Het is de minister van Binnenlandse Zaken die uiteindelijk de beslissing neemt. Evenwel moeten er door de bouwheer alternatieve oplossingen worden voorgesteld die minimum aan het veiligheidsniveau voldoen zoals bepaald in de voorschriften.

Indien werknemers worden tewerkgesteld in deze gebouwen wordt voorafgaandelijk een gunstig advies van de minister van Tewerkstelling en Arbeid vereist.28




  • De afwijkingscommissie i.k.v. het voetbalgebeuren.

Meer specifiek tot het voetbalgebeuren kan de exploitant/organisator van het stadion afwijkingen aanvragen inzake stewarding en infrastructuur.

Betreffende stewarding kan de organisator een aanvraag indienen om minder of geen stewards in te zetten.29

Meer van toepassing op het thema van dit onderzoek zijn de aanvragen inzake infrastructuur. De aanvraag moet steeds alternatieve veiligheidsmaatregelen vermelden om aan de veiligheidsvereisten te voldoen. De exploitant van het stadion kan deze aanvraag richten tot de minister van Binnenlandse Zaken.30 De minister wint hiervoor advies in bij de Afwijkingscommissie.
De Commissie wordt voorgezeten door de Voetbalcel en bestaat verder uit een afgevaardigde van de federale politie, een afgevaardigde van de lokale politie, een afgevaardigde van de organisatoren van voetbalwedstrijden en/of de overkoepelende sportbond en tenslotte een expert gespecialiseerd inzake stabiliteit en veiligheid.31




  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   13


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina