Baaierd wanboel, wanorde baai in Afrika



Dovnload 1.52 Mb.
Pagina11/24
Datum22.07.2016
Grootte1.52 Mb.
1   ...   7   8   9   10   11   12   13   14   ...   24

14 aapjeskoetsier, adjunct-commies, administra-teur, armenverzorger, autoverhuurder, beursspecu-lant, bibliothecairs, binnenschipper, bioscoophou- der, boerenarbeider, boodschaploper, boterhande-laar, buffetbediende, concertmeester, consul-gene-raal, diamantslijper, elektromonteur, filmverhuur-der, frescoschilder, fruithandelaar, fysiotherapeut, garnalenvisser, gecommitteerde, generaal-majoor, graanhandelaar, grondspeculant, groothandelaar, handelsattaché, hoofdambtenaar, hoofdredacteur, huisonderwijzer, hypotheekgever, hypotheekne-mer, kleinhandelaar, kolenhandelaar, kunsthande-laar, legerpredikant, legioensoldaat, linnenjuffrouw, logementhouder, magazijnmeester, melkcontro-leur, metaalbewerker, onderdirecteur, onderluite-nant, oudheidkundige, paardenkoopman, pakhuis-meester, parlementariër, pluimveehouder, postcommandant, putjesschepper, radiohandelaar, rechtsgeleerde, rijksaccountant, rijksarchivaris, rijschoolhouder, scheidsrechter, schriftkundige, schoolopziener, sergeant-majoor, sierkunstenaar, sluikhandelaar, soldaat-commies, sportredacteur, straatmuzikant, tabaksmakelaar, terrazzowerker, toonkunstenaar, trambestuurder, tramconducteur, veilingmeester

15 aardrijkskundige, advocaat-fiscaal, bouwvakarbeider, concessiehouder, detailhandelaar, dia-mantbewerker, dierenhandelaar, effectenmake- laar, equipagemeester, gerechtsdienaar, geschied-kundige, geslachtkundige, handelsbediende, har-monicaspeler, hoofdconducteur, hoofdinspecteur, hoofdonderwijzer, hypotheekhouder, instrumen-talist, instrumentmaker, kamerverhuurder, kapi-tein-ter-zee, kleinkunstenaar, kloosterbroeder, korpscommandant, kroniekschrijver, kunsthisto-ricus, landbouwkundige, legercommandant, loge-menthouder, luitenant-ter-zee, magazijnbediende, obligatiehouder, portretschilder, productieleider, raadspensionaris, reclameschilder, reclameteke-naar, rijwielhandelaar, scheepskapitein, spoor-wegbeambte, straathandelaar, tabakshandelaar, tabaksimporteur, tandheelkundige, textielarbei-der, treinconducteur, tuinbouwkundige, tussen-handelaar, varkensslachter, vicaris-generaal, woninginrichter, ziekenverpleger, zuivelconsulent

16 adjunct-directeur, admiraal-generaal, advocaat generaal, auditeur-militair, brievenbesteller, cere-moniemeester, fietsenbewaarder, elektrotechnicus, evangeliedienaar, fabrieksarbeider, geluidstech-nicus, geschiedschrijver, grootindustrieel, horos-cooptrekker, huwelijksmakelaar, kapitein-adju-dant, kapitein-generaal, kostschoolhouder, lantarenopsteker, loco-burgemeester, logementhouder, luitenant-kolonel, ondercommissaris, opperbevel-hebber, oppergezaghebber, plaatscommandant, procuratiehouder, rijwielhersteller, scenario-schrijver, scheepstimmerman, schoolinspecteur, schoorsteenveger, sectie-commandant, sigaretten-fabrikant, staatssecretaris, theaterdirecteur, victu-alie-meester, vuurtorenwachter

17 assistent-resident, bestuursambtenaar, bestuursassistente, bloembollenkweker, brigade-commandant, cavalerie-officier, directeur-gene-raal, divisiecommandant, gemeenteambtenaar, ge-meenteontvanger, gevangenbewaarder, kapitein-ingenieur, kapitein-luitenant, landbouwingenieur, landbouwconsulent, landschapschilder, luitenant-adjudant, luitenant-admiraal, luitenant-generaal, noordpoolreiziger, opperwachtmeester, ordonnans officier, politie-inspecteur, procureur-generaal, scheepsbevrachter, tuinbouwconsulent, veeteelt-consulent, vertegenwoordiger, verzekeringsagent

18 adjunct-commissaris, artillerieofficier, aspirant-controleur, assistent-apotheker, belastingconsulent, oodschappenjongen, catechiseermeester, evange-lieprediker, gemeentearchivaris, gemeentesecreta- ris, gouverneur generaal, hypotheekbewaarder, in-specteur generaal, karikatuurtekenaar, luitenant  ingenieur, politiecommissaris, rechter commissa-ris, scheepsbouwkundige, secretaris generaal, sub-stituut griffier, substituut officier

19 apothekersassistent, bataljonscommandant, bin-nenhuisarchitect, commies verificateur, commis-saris generaal, compagniecommandant, districts-commandant, gezantschapsattaché, ontdekkings- reiziger, regimentscommandant, substituut-procu- reur

20 begrafenisondernemer, boordwerktuigkundige, districtscommissaris, garnizoenscommandant, handelscorrespondent, oorlogscorrespondent, voordrachtskunstenaar, waterstaatsingenieur

21 adjudant onderofficier, adjunct administrateur

22 gezantschapssecretaris, gouvernementsambte-naar, scheepswerktuigkundige, volksvertegenwoor-diger

23 kapitein kwartiermeester

24 luitenant kwartiermeester

26 arrondissements-commissaris,

29 arrondissements-schoolopziener

beroepen, vrouwelijke-

3 non, min

4 hoer, meid

5 baker, minne

6 agente, boerin, kokkin ,pilote, zuster

7 actrice, barones, cheffin, docente, hofdame, hos-pita, juriste, kapster, lerares, modiste, pakster, porster, prinses, priores, typiste, waardin

8 acrobate, advocate, analiste, artieste, breister, cassière, celliste, coupeuse, danseres, danseuse, dentiste, dienares, diëtiste, dokteres, drogiste, etnologe, filmster, firmante, geograve, harpiste, herderin, juffrouw, kamenier, kelnerin, koningin, kookster, kopiiste, manicure, naaister, ouvreuse, pedagoge, pedicure, pianiste, ponseuse, serveuse, spinster, studente, theologe, violiste, voedster, wasvrouw, werkster, zangeres

9 adviseuse, astrologe, astronome, ballerina, bureliste, caissière, coiffeuse, dichteres, dirigente, fluitiste, fotografe, gitariste, grafologe, huisvrouw, kookvrouw, koopvrouw, kostvrouw, laborante, mannequin, markiezin, molenarin, mosselwijf, neurologe, organiste, radiologe, sociologe, soubrette, spoelster stripster strijkster tailleuse tekenares vocaliste wijkzuster

10 ambtenares, arbeidster, architecte, bewaakster, calligrafe, cardiologe, chauffeuse, componiste, costumière, dienstbode, directrice, dramaturge, fabrikante, facturiste, inkoopster, interniste, keukenmeid, komediante, koorzuster, kweke-linge, lokettiste, melkmeisje, omroepster, predi-kante, psychologe, publiciste, raadsvrouw, regisseuse, schilderes, schrijfster, scriptgirl, souffleuse, stenografe, stewardess, strijkvrouw, vroedvrouw, zendelinge

11 colportrice, conductrice, controleuse, dans-lerares, decoratrice, detailliste, filmactrice, gou- vernante, inspectrice, journaliste, kamermeisje, kasteleinse, logopediste, metereologe, ontwerpster, pianolerares, ponstypiste, redactrice, ser-veerster, telefoniste, uitgeefster, verkoopster, vertaalster, waarzegster

12 ambassadrice, archivaresse, bacteriologe, bel-lenmeisje, boekhoudster, bontwerkster, caféhoud- ster, chansonnière, chiropodiste, dameskapster, declamatrice, dienstmeisje, ekwilibriste, exami-natrice, groentevrouw, handwerkster, heilgym-naste, huishoudster, huisnaaister, informatrice,

instructrice, juwelierster, kaartlegster, kamenier-ster, kantwerkster, keukenmeisje, kindermeisje, linnenmeisje, onderwijzeres, orthopediste, pornpnaaister, reumatologe, scheidsvrouw, secretaresse, steno typiste, verdedigster, ver-pleegster, vlasspinster



13 ateliermeisje, beeldhouwster, bloemenmeisje, hotelhoudster, illustratrice, keukenprinses, koorddanseres, koppelaarster, marketentster, operazangeres, persfotografe, pottenbakster, propagandiste, taillewerkster, verloskundig,

14 balletdanseres, beschermvrouwe, buffetjuf-frouw , correspondente, fabrieksmeisje, herber-gierster, hoedenmaakster, huisbewaarster, kinderjuffrouw, kleuterleidster, kloosterzuster, koffiejuffrouw, linnenjuffrouw, marktkoopvrouw, nettenboetster, pensionhoudster, schoonmaakster, toiletjuffrouw, verkeersagente, winkeljuffrouw,

15 administratrice, concertzangeres, costuum-naaister, filiaalhoudster, kleuterleidster, pension-houdster, speldenwerkster, verslaggeefster, wijkverpleegster

16 bibliothecaresse, instrumentaliste kamerverhuurster

17 garderobejuffrouw

18 fabrieksarbeidster

19 belastingconsulente, vertegenwoordigster

20 apothekersassistente, binnenhuisarchitecte

21 voordrachtkunstenares

22 schoonheidsspecialiste

24 bewaarschoolonderwijzeres

beroepen – convoceren

beroep in de tropen – planter

beroep in de winter – baanveger

beroeping – benoeming, nominatie, vocatie

beroep op hogere rechter – appel

beroep van makelaar - makelarij

beroeps – prof

beroepsbezigheden vaarwel zeggen – afdeinzen retireren, terugtrekken

beroepsdanser – balletdanser, gigolo, playboy

beroepsdanser in danshuizen – gigolo

bertoepsdanseres – ballesteuse, figuurdanseres, ronggeng, serimpi, taledek (Ind.)

beroepsfotograaf - vakfotograaf

beroepsgenoot – collega, confrater, confrère

beroepshalve – e.o., e.p, .r.o.

beroepskleding   livrei, overall, tenue, uniform, werkkleding

beroepsonderwijs – vakonderwijs

beroepsorganisatie - vakbond

beroepspaardrijder   jockey

beroepsspeler – professional

beroepssportbeoefenaar – professional

beroepssportman – prof., professional

beroepstaal - (vak)jargon

beroepsuitoefening – praktijk

beroepsverandering - omscholing

beroepsverenigig – gilde, vakbond

beroepswerkzaamheden – praktijk

beroepswerkzaamheid – bezigheden

beroepszielte – loodvergiftiging, silicose

beroepsziekte van steenhouwers - silicose

beroerd   akelig, belabberd, deplorabel, ellendig, erg, gammel, hopeloos, lam(lendig), lammenadig, lamlendig, lelijk, lui, misselijk, miserabel, naar, onaangenaam, ongedisponeerd, ongestels, onlekker, onpasselijk, onwillig, slecht, treurig, vervelend

beroerd geval – lelijkerd

beroerde vent – lammeling, naarling

beroerdigheid – akeligheid, ellende, misère, narigheid

beroeren - aanraken, aangrijpen, ontstellen, turberen, verontrusten

beroering – aandoening, aanraking, agitatie, beweging, deining, emotie, fermentatie, gisting, onrust, ontsteltenis, opwinding, perturbatie, rel, rep, roerte, sensatie, tumult

beroerling – bliksemstraal, ellendeling, etre, lelijkerd, mispunt, naarling, rotzak

beroerte – aanval, apoplexie, attaque, bloeduitstorting(hersenen), onrust, paraly(i)se, toeval, verlamming

beroerten – onlusten, rustverstoring

beroest – rauw, schor, verroest

berokkenen – aandoen, teweegbrengen, veroorzaken, verschaffen

beroofd   berold, bestolen, platzak, uitgeschud, verstoken

beroofd van – verstoken

beroofd van verstand – ontzind, verdwaasd

beroofd van zijn zinnen – dwaas, onbesuisd, razend

berooid   arm(oedig), armzalig, bekaaid, blut, haveloos, kaal, ledig, leeg, miserabel, platzak, uitgeput

berooid persoon – armoedzaaier, kalis, schooier, vagebont

berouw – bekering, bezinning, boetvaardigheid, droefheid, deemoed, gebrokenheid, (gewetens)wroeging, gewetensknaging, hartzeer, inkeer, leedwezen, metanola, naberouw, schuldbesef, spijt, wroeging, zielskwelling, zondebewustzijn

berouwen   spijten

berouw gevoelen - inkeren

berouw hebben – spijten

berouwhebbend door schuldgevoel – bezorgd, bekommerd, ,bezwaard

berouwhebbebde in deemoed en oprechtheid des harten - tollenaar

berouw uit vrees voor straf - attritie

berouwvol – boetvaardig, deemoedig, ootmoedig, rouwaardig

berouwvolle belijdenis - biecht

beroven – bestelen, doden, ontnemen, ontstelen, opsluiten, plukken, plunderen, priveren, rampokken, uitkleden

berovend - privatief

beroving – plundering, privatie

beroving van nationaliteit   denaturalisatie

berrie   baar, brancard, burie, disselboom, draagbaar, drek, hooiraam, katafalk, lamoen, slat

berst – barst, scheur(tje), spleet

bersten – creveren, (vaneen)splijten

bertram – duizendblad, kwijlwortel

berucht- bekend, kwaadwillig, kwalijk, notoir, slacht, ongeacht, ongeëerd, openbaar

berucht gangster   Al Capone, Dillinger, Lamothe, Landru

berucht legeraanvoerder - Tilly

berucht moordenaar – Landru

berucht moordenaar (bijbel) - Barabbas

berucht Romeinse keizer   Nero

berucht staatsman   Franco, Hitler, Napoleon, Stalin

berucht uit de 80 jarige oorlog   Alva

beruchte buurt – gribus

beruchte dief (begin 18e eeeuw in Parijs) - Cartouche

beruchte Duitse organisatie - SD

beruchte verleider   Casanova, Don Juan

beruchte ziekte   cholera, kanker, lepra, pest, pokken, polio, t.b.c., tering, tumor

berusten – baseren, resigneren, schikken, steunen, verblijven

berusten in - neerleggen

berustend   geduldig, gedwee, gelaten, geresigneerd, lijdelijk, lijdzaam, onderworpen, passief, stoïsch

berustend op – votief

berustend op de rede – rationeel, redelijk, verantwoord, weldoordacht, zakelijk

berustend op de wet – legitiem

berustend op ervaring – empirisch

berustend op experimenten – proefondervindelijk

berustend op geschiedenis – historisch

berustend op vertrouwen – fiduciair, trouwhartig, vertrouwelijk

berusting – bewaring, bezit, fatalisme, geduld, gelatenheid, lijdzaamheid, onderworpenheid, overgave, resignatie, stoicisme, zenoïsme

berijder van een auto – chauffeur

berijder van een olifant – kornak

berijder van een paard – ruiter

berijder van een wagen – menner, voerman

berijder van een zeker dier – kameelruiter

berijdster van een paard – amazone

berylistiek - spiegelwaarzeggerij

beryllium – Be

berijmd verhaal – sproke

berijmde kunstproza van Arabische oorsprong - makame

berijmen - versmaat

bes – aalbes, bei, beier(rozenkrans), bezie, b (verlaagd), bosbes, braam, oudje

besant – medaille, penning

besappel - bloeiheester

beschaafd – beleefd, correct, fatsoenlijk, fijn, geciviliseerd, gecultiveerd, gedistingeerd, gemanierd, keurig, net(jes), ontwikkeld, poliet, urbaan, (wel)gemanierd, welopgevoed, wellevend

beschaafde man – gentleman, heer

beschaafde mensen – adel, dames, elite, herenedelen

beschaafde vrouw – dame, douarièrte, edeldame, freule, gravin, hertogin, mevrouw

beschaafde vrouw van losse zeden - Hetraere

beschaafdheid – beleefdheid, fatsoen, verfijning, wellevendheid

beschaafd persoon – aristocraat

beschaamd – bekaaid, blozende, confuus, honteus, schaamachtig, schaamtevol, verlegen, (ver)schut,



beschaamdheid – confusie, schaamt, verlegenheid

beschaamd maken - praam

beschadigd – aangeslagen, bedorven, defekt, gedegradeerd, gehavend, gekneusd, gekreukt, gemultileerd, gescheurd, geschonden, geteisterd, kaduuk, kapot, ongaaf, ontrampeneerd, romp, slecht, toegetakeld, stuk, vervallen, verwoest, wankel, ziek

beschadigd schip   wrak

beschadigen – aantasten, bederven, besmetten, gescheurd, havenen, kneuzen, krenken, kreukelen, misvormen, mutileren, ontheiligen, ontwijden, ramponeren, schenden, scheuren, teisteren, toerichten, toetakelen, verknoeien, vernield, vernielen, verwoesten,

beschadiging   averij, barst, breuk, deuk, gat, kras, laesie, molest, schade, schending

beschadiging aan schepen – averij

beschadiging van een graf – grafschennis

beschaduwd – lommerrijk

beschaduwen – belommeren, ombrageren

beschamen - mortificeren

beschamend – genant, mortifiant, vernederend

beschaming – mortificatie, schande

beschaven   civiliseren, cultiveren, gladmaken, humaniseren, ontwikkelen, polijsten, verlichten, vormen

beschaving – beleefdheid, civilisatie, cultuur, hoffelijkheid, kultuur, ontwikkeling, techniek, veredeling

bescheid – akte, antwoord, bericht, (bewijs)stuk, document, inlichting, kondschap, responsum, uitleg

bescheid doen – repliceren

bescheid geven - antwoorden

bescheiden – bedeesd, bleu, deemoedig, discreet, eenvoudig, eerbaar, gering, ingetogen, kuis, matig, modest, nederig, onaanzienlijk, ongunstig, onopvallend, ootmoedig, schadelijk, sober, verlegen, voorzichtig, zedig

bescheiden   beknorren, berispen

bescheidenheid  eenvoud, discretie, ingetogenheid, modestie, nederigheid, soberheid, voorzichtigheid

bescheid geven - antwoorden

beschenden   belasteren

beschenken - begiftigen

bescheren – toebedelen

beschering - beschikking

beschermbeeld   schutsbeeld, palladium

beschermd – behoed, beschut, beveiligd, bewaakt, geborgen, safe, veilig

beschermd gebied   domein, reservaat

beschermd geleide - konvooi

beschermd jachtgebied – revier, warande

beschermd landschap – natuurgebied

beschermd natuurgebied in Nederland – Biesbos, Wadden

beschermeling(e) – begunstigde, cliënt, protégé(e), pupil

beschermende huisgoden   penaten, laren

beschermeling   protégé

beschermen   afdekken, bedekken, behoeden, beschutten, beveiligen, bewaken, bewaren, dekken, hoeden, patroneren, protegeren, verdedigen, waren

beschermend – beschuttend, veveiligendtutelair

beschermend geleidster – chaperonne

beschermend jachtterrein – waranda

beschermend omhulsel – bekleding, integument, omkleedsel, omwinding, verpakking



beschermende huisgoden – laren, penaten

beschermende kleuraanpassing   mimicry, schutkleur

beschermende penning – amulet, talisman

beschermer – begunstiger, (be)hoeder, borg, goed, lijfwacht, patroon, protectorschutsheer, toeverlaat, tuteur, tutor

beschermer (bevorderaar) – voorstander

beschermer der artsen – Esculaap

beschermer der boogschutters - Sebastiaan

beschermer der brandweerlieden - Barbara

beschermer der Engelsen – Joris

beschermer der gehuwde vrouwen – Anna

beschermer der leren – Patrick, Patricius

beschermer der jagers – St. Hubertus

beschermer der politie – Hermandad

beschermer der schilders – Lucas, Lukas

beschermer der schoenmakers – Chrispijn

beschermer der timmerlieden – Jozef

beschermer der tuinders – Adam

beschermer der vissers - Petrus

beschermers van een vorst   garde, lijfwacht

beschermgeest – Ariël, fee, geleigeest, genius, goeroepatroon, peri, goeroe

beschermgod – totem

beschermgodin – schutspatrones

beschermgodin van de bronnen en (kl) rivieren – najade

beschermgodin van de paarden – Epona (Rom.)

beschermgodin van kunsten en wetenschappen – muze, zanggodin

beschermgodin van Rome - Egera

beschermheer   patroon, protector, schutspatroon

beschermheerschap   patrocinium, patronaat, patronage

beschermheer van een rederijkerskamer – keizer

beschermheerschap – patronaat, patronage, protectie, protectoraat

beschermheilige – schuts(patroon), schutsheer, schutsvrouw

beschermheilige van Ierland   Patrick

bescherming – aegis, asiel, auspiciën, beschermgod, beschutting, beveiliging, bewaarengel, bewaring, geleide, hoede, protectie, schuilplaats, schutsengel, schutsel, steun, toeverlaat, toevlucht, voorspraak, vrijwaring

bescherming burgerbevolking - bb

beschermingsplaat - asbalans

bescherming tegen de wind – rietmat

bescherming tegen de wind – zeewering

bescherming tegen de zon – markies, parasol

bescherming van staatshoofd – garde, lijfwacht

bescherminstantie van oude bouwwerken - monumentenzorg

beschermschap – patronaat

beschermster - patrones

beschermvrouwe – beschermheilige, patrones, protectrice, schutsheilige, schutsvrouw

beschermvrouw der gehuwde vrouwen – Anna

schutsvrouwe van Parijs - Genoveva

beschermwal – berm, brandmuur, contregarde

bescheten – bekaaid, krenterig, slecht, verkeerd

beschieten - afsluiten, bekleden, betekenen, opleveren, vorderen

beschieten met een machinegeweer – mitrailleren

beschieten uit de lucht – bombarderen, platgooien

beschieting – bambrezering, beschot, bombardement, kanonnade

beschijnen – verlichten

beschik - bestel, regeling

beschikal - bemoeial

beschikbaar – aanwezig, disponibel, vacant, veil, verkrijgbaar, voorhanden, voorradig, vrij

beschikbaar aantal – bestand, collectie

beschikbaar stellen – aanbieden

beschikbaar worden – loskomen, vrijkomen

beschikbaarheid - disponibiliteit

beschikken – beredderen, beslissen, besluiten, besturen, bezorgen, determineren, disponeren, distineren, inwilligen, ordenen, ordonneren, regelen

beschikking – arrest, bepaling, beslissing, besluit, bestel, bestemming, decisie, decreet, destignatie, determinatie, dispositie, doel, lot, maatregel, noodlot, oekase, ordening, regeling, resolutie, slotsom, testament, uitspraak, ukase, wil(sbeschikking)

beschilderd aardewerk - gleiergoed

beschilderen – begiftigen, bemalen, beschamen, decoreren, kleuren, decoreren, kleuren, ridderen, verven

beschildering van het gelaat - grime



beschimmeld - beschaamd, bleek, kamig, muf, onfris, oud, schimmelig, verlegen

beschimmelen - kamen

beschimpen – smaden, smalen, beledigen, (be)spotten, honen, opproberen, schrollen, uitjoelen, uitjouwen, (uit)schelden


1   ...   7   8   9   10   11   12   13   14   ...   24


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina