Baaierd wanboel, wanorde baai in Afrika



Dovnload 1.52 Mb.
Pagina2/24
Datum22.07.2016
Grootte1.52 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   24

baldakijn   choepa, draaghemel, mahmal, overkapping, overspanning, troonhemel

balderen - baltsen, bulderen, razan, tieren

baldoveren – klikken, nakijken

Balearen, een der   Cabrera, Formentera, Ibiza, Malloca, Menorca, Minorca, Pityusen

Balearen, monument op de - navetas, talayoten

balein – walvisbaard

baleintje – pijpdoorsteker, soutien

balen – kotsen, walgen

balenger – baliekluiver, leuningbijter

baleniet   kunstbalein

balg   bast, buik, huid, maag, scalp, vel

balgentreder – orgeltrapper

balhoofd - kogelgewricht

Bali, berg op - Tabanan

Bali, vulkaan op - Batur

balie   advocatenstand, bak, balustrade, bar, bijl (barg.), hekwerk, kuip, leuning, mand, teil, tob, tobbe, receptie, rechtbank, reling, spijsbak, toonbank

baliekluiver   balenger, leegloper, nietsnut, niksnut, sjap

baliemand - balie

Balinees heiligdom - meru, paru

Balinees rund - banteng

Balinees weefsel – ikat

Balinese dans – ardja, baris, barong, djanger, ketjak

baljaren   ravotten, schreeuwen, stoeien, tieren

baljurk - avondjapon

baljuw – ambtenaar, bestuursambtenaar, drossaard, drost, landdrost, landrechter, meier, schout, schouw,

balk   badding, barkoen, bint, draag, dwarsbalk, faas, gording, karbeel, keper, kesp, korbeel, latting, notenbalk, paal, rafter, rib, schoor, slof, spant, stijl, stut, wallen(ogen), zakmes

balk (herald)   faas

balk in dakstoel – hanebalk

balk in de wapenkunde - faas

balk van een hooiberg   laan

balk van een kozijn   dorpel

balk van Noors grenehout - batting

Balkan, berg op de - Botev

Balkanstaat   Albanië, Bulgarije, Griekenland, Hongarije, Joegoslavië, Kroatië, Roemenië, Servie

balken – iaen, roepen

balken, waarop men de zolderbalken legt - rooster

balkenbrij – kwet

balkenlichter – penter

balkenpaleis – konak

balkenschoeisel - opank

balkhaak – duivelsklauw

balkhaar (scherts) – kat



balk (herald.) - faas

balk in dak - spant

balk in dakstoel - hanebalk

balklep   kogelklep

balk of bint - keper

balkon – altaar, balustrade, gaanderij, galerij, loggia, platform, staanplaats, uitbouw, uitstek, veranda, zitplaats

balksteen – draagsteen, console

balk tegen sluisdeur - tempel

balk van een hooiberg - laan

balkwerk   gebint(e)

ballade - danslied, romance, romantisch gedicht

ballade van Goethe - Erlkőnig



balladevorm - piedi, ripresa

ballast - lading, saburraverzwaring, vracht

ballasten van een schip - lestage

ballaster – ballastschop, bats, schop, zandschop

balleganter - herrieschopper, zwetser

Balleny-eilenden, een der - Buckle, Sturge, Young

balleeina – danseres

ballerina - balletdanseres

ballet   dans , toneeldans, zie choreografie

balletdanser   ballerino

balletdanseres   ballerina

balletje drek van een geit - keutel

balletje meel - knoedel

balletje papier   prop, prul

balletkunst – choreografie, danskunst

balletsprong - cabriole

balletrokje - tutu

ballettenontwerp(st)er – choreograaf

balletteuse - balletdanseres

balling – banneling, exulant, galoet, golah, paria, uitgestotene, uitgewekene, uitgeworpene, verbannene, verstotene

ballingschap – ballingsoord, exil, exilium, verbanning

ballistische raketten – minuteman, polaris, scamp, scrooge, skean, sandal

ballon - luchtbol

ballonbouwer - Blanchard, Mongolfier

ballonmouw – pofmouw

ballonreiziger – ballonreiziger, ballonvaarder

ballonvaart - luchtreis

ballorig – balsturig, boos, gemelijk, grillig, humeurig, kittelorig, ongehoorzaam, ongezeglijk, ontevreden, ontstemd, onwillig, prikkelbaar, rebels, recalcitrant, weerbarstig, weerspannig

ballorigheid – koppigheid, ontevredenheid

ballotage – stemming

ballote - stinknetel

balloteren - stemmen

ballpoint - balpen, kogelpen

ballroom – danszaal

balmuziek – dansmuziek

balorig – dwars, kittelorig, onwillig, wrevelig

bal papier - prop

balpartij – danspartij

balpen – kogelpen

balregister – orgelregister

balroos - sneeuwbal

balschoen   dansschoen

balsem – amoon, crème, harsoplossing, kloosterbalsem, nardus, olie, opbeuring, pasta, smeersel, spijkerbalsem, troost, wond(er)balsem, zalf

balsemachtig gomhars - storax

balsemen – smeren, zalven

balsem tegen reumatiek   opodeldoc(h)

balsemiek – welriekend

balsemine – springzaad

balseming – stichting, verzachting, zalving

balsemkruid – brasilicom, brasilicum, watermunt

bal van garen   kluwen

balspel   badminton, balspel, bandy, base-ball, basketbal, beugelen, biljart(en), boccia, bowling, casti(e), cricket, croquet, golf, grensbal, handbal, hockey, honkbal, kaats(en), kastie, kegelen, kolf, korfbal, lawntennis, microkorfbal, minigolf, muurbal, pelote, pluimbal, polo, pushbal, rugby, slagbal, slingerbal, soccer, softbal, squash, tafel(tennis), tafelvoetbal, tennis, veldbal, voetbal, volley(bal), waterpolo, zaalhandbal, zaalvoetbal

balspel, term uit het - ace, set

balspel beoefenen – kegelen

balspel in het water - waterpolo

balspel met bal en pluim - badminton

ba lspel met bereden spelers - polo

ba lspel met met keu - biljarten

ba lspel met racket - tennis

ba lspel met stick – hockey

balspel op het groene laken - biljard

balspel op het ijs   curling

balspel op veld – voetbal

balspel te paard – polo

balspel van de Basken – pelota, pelote

balsturig   grillig, halsstarrig, koppig, rebels, ongezeglijk, eigenzinnig, weerspannig

Balt - Let

Baltisch land - Estland, Koerland, Letland, Litouwen, Lijfland

Baltisch volk - Letten, Litouwers, Pruisen

Baltische taal - Lets, Litouws, Oostptuisisch

Baltische zee - Oostzee

Baltsen - balderen

baluster   stijl

balustrade   afzetting, balie, baluster, borstwering, heining, hek, hekwerk, leuning, reling, terras

balvanger   bilmoquet

bal van opgewonden garen - kluwen

balzaal   dancing, redoute

balzak – beurs, scrotum

bamboche   marionet

bambocheren - pierewaaien

bambocheur - nietsnut, pierewaaier

bamboe - palmriet

bamboebeer – panda, reuzenpanda

bamboefluit - shakuhachi

bamboerustbank – balebale
bamboestok - lathi

bamboe visnet   ( Ind. ) sero

bamis - herfsttijd

ban   afkondiging, anathema, bekoring, betovering, bezwering, exil, interdict, landvoogd, podesta, satraap, straf, uitsluiting, vloek

ban   podesta, satraap, stadhouder, landvoogd

ban, gebied onder een - banaat, mark

banaal   afgezaagd, alledaags, goedkoop, gewoon, huisbakken, onbeduidend, ordinair, plat, platvloers, triviaal, vulgair

banaan   bacove, pisang

banaan achtige plant – abaco

banaliteit - gemeenplaats



bananeneter - toerako

bananenvlieg - drosophilla

band – belegsel, binding, ceintuur, dansorkest, galon, gordel, hoepel, kluister, koord, kordon, ligament, lint, muziekkorps, relatie, riem, ring, samenhand, sjerp, snoer, strook, tape, verbinding, verbintenis, zwachtel

band aan de hemel – melkweg

band aan de zijkant van een affuit - kouseband

Banda-eilanden, hoofdstad der - Bandaneira

bandafdruk - spoor

bandage - verband, windsel, zwachtel

bandbreedte – resonantiegebied

bande (herald) – balk, schuinbalk

banddeel – ventiel

bandel - hoepel

band der gewrichten - ligament

bandelier – bandoulière, degenhanger, draagband, draagriem, koppelriem, schouderband, schouderriem, wapenriem

bandeloos   onbeteugeld, ongeremd, onbeteugeld, ongetemperd, onordelijk, schouw, teugelloos, tomeloos, verwilderd, vrijgevochten, wild

bandeloosheid - brulziekte, ordeloosheid

bandelotte – oorhanger

bandenbelegsel voor een geweer – geweerbeslag

bandengestel - halster

bandenstelsel van leer – halster

banderol – lansvaantje, spreukband, strook

banden van een nieuw loopvlak voorzien - coveren

bandiet   aartsboosdoenerboef, booswicht, bosrover, dief, fielt, gangster, misdadiger, overvaller, rover, schurk, schavuit, straatrover, struikrover

bandiet van een jongen – schavuit

bandietenleider op Sicilië – Mesina

bandietenpak - geboefte

bandietenwezen – banditisme, straatroverij, struikroverij

banditisme – bandietenwezen, straatroverij

bandje - orkestje

bandje om een sigaar – banderol

bandje van de rietdekker – roop

bandje van een onderscheiding – baton

bandkraal - ojiefschaaf

band om het middel - gordelriem

band om te plakken - tape

band om tonnen – hoepel

band op een architraaf – taenia(plat)

bandopnameapparaat   bandrecorder, dictafoon, taperecorder

bandopnemer - taperecorder

band over eenwapenschild - balk, faas

bandrecorder – tapedeck

bandsteek - zoomsteek

band ter versiering – sjerp

band van een Arabische hoofddoek – (l)igaal

band van een boek – ligatuur

band van een priester - manipel

band van stof – lint

band voor versiering – picot

bandvormige verbreding van plantestengels – fasciatie

bandwipper – bandlichter

bandworm – ingewandsworm, lintworm

bandijk – rivierdijk

bandzaag - lintzaag

banen   effenen, stroken, tippelen, slenteren

bang   angstig, angstvallig, beangst, bedeesd, beducht, beklemd, benard, benauwd, benard, benepen, beschroomd, bevreesd, bezorgd, bleu, blo(de), blohartig, huiverig, kopschuw, laf, lafhartig, ongerust, pages, schichtig, schrikachtig, schroomvallig, schuchter, schuchtig, schuw, timide, vervaard

bangheid   angst, bevreesdheid, lafheid, schroom, vrees

bang maken – dreigen

bang makend – benauwend

bang mens – bangerd, lafaard

bang voor vreemden - eenkennig, verlegen

bang weer - onweer

bang worden – verliezen, versagen

bang zijn - vrezen

Bangai-eilander, een der - Banggai, Bangkulu, Labobo, Peleng

bange droom - nachtmerrie

bangelijk – angstig, angstvallig, bevreesd, bioharig, blo, blode, lafhartig, schrikachtig, vreesachtig

bangerd – bangerik, bloodaard, haas, lafaard, lafbek,

bangerik – bangerd, lafaard, lafbek, schijtebroek, schijtkont, schijtvink

Bangladesh, bevolkingsgroep in - Bihari´s

Bangladesh, hoofdstad van - Dacca

Bangladesh, provincie van - Choelna, Dacca, Rajsjahi

Bangladesh, stad in - Barisal, Silhat

baniaanboom   waringin

banier   bandera, blazoen, driekleur, dundoek, gonfalon, oriflamme, vaan(del), vlag standaard, wimpel

banieren en vlaggen, kennis van – banistiek

baniervoerder - gonfalonière



banjaar – baaierd

banjer – banjerheer, branie, druktemaker, opschepper

banjeren – trekken, zwerven

banjerheer - branie, druktemaker,

bank – geldinstelling, rif

bankbeambte – loper

banken buiten het Texelse zeegat - Haaksgronden

bankbiljet – banknoot, flap, geeltje, groentje, joetje, lap, meier, papiergeld, riks, rug, tientje, vijfje

bankbiljetten   bankpapier, papiergeld

bankbiljet van honderd gulden - snip

bankbiljet van tien gulden - joetje

bankdebacle – krach

bank die effecten uitgeeft - emittent

bankemployé – kassier

bank en twee fauteuls - bankstel

bankerd - bastaard

banket – baksel, gastmaal, feestmaaal, gebak, koek, taart

banketbakker - Confiseur, confiturier, patissier

banketbakkers artikel - gebak

banketbakkers ijs - roomijs

banketbakkers winkel - confiserie

banketbakkerij   patisserie

banketletter - boterletter

bankbeambte – bankemployé, loper

bankbiljet – flapje, geeltje, lap,joetje, meier, riks, tientje

bankbiljetten – bankpapier, papiergeld

bankbriefje – bankbiljet, lommerdbriefje

bankdebâcle – krach

bankemployé - kassier



banken – feestvieren, fuiven, vertoeven

banken buiten hetTexelse zeegat – Haaksgronden

bankerd – bastaard

banket – feestmaaltijd, gastmaal, gebak, koek, steunberm, taart,

banketbakker – confiseur, patissier

banketbakkersijs - roomijs

banketbakkerij - patisserie

bankgeld – banco

bankhouder - bankier

bankier   bankhouder, financier, geldhandelaar, geldschieter, leenheer

bankiersbeslacht - Rothschild

bank in Nederland   ABN, AMRO, HBU, Heldring, Mees MBZ, NOB, Labouchére, Mees, Patijn, Pierson, Rabobank, Ribank, Slavenburg, Staalbank, Strausbank, Vermeer

bankje – bankbiljet, schemel, taboeret

bankkluis - safe

bankloper - bediende

banknoot – bankbiljet

bank of bankier die nieuwe aandelen uitgeeft - emittent

bankovervaller – bandiet, misdadiger,

bankroet – bankbreuk, blut, déconfiture, failliet, faillissement, fiasco, krach, machteloosheid, misrekening, over de kop, perke, pleite(barg.), schadepost, tegenvaller

bankschroef – klem

Banks-eilanden, een der - Gaua

bankterm - banco, credit, debet, rente, saldo

bank van lening – lombard, lomberd, lommerd, pand(jes)huis

bankwerker – draaier, frezer, koperslager, kotteraar,

banneling – balling, gedeporteerde

bannen – bezweren, uitwijzen, verjagen

banner van de duivel - exorcist

banst   tondel

Bantoeneger - kaffer

Bantoetaal - Bemba, Cewa, Ganda, Kamba, Kikoejoe Lozi, Ndebele, Nyanja, Ruanda, Shona, Sotho, Swahili Tswana, Xhosa, Zoeloe

Bantoevolk - Akwa, Amba, Ambo, Amoe, Bemba, Bena, Boenda, Bondei, Dwala, Emboe, Fan, Fang, Fipa, Ganda, Gisoe, Gogo, Gwere, Ha, Haja, Hehe, Herero, Himba, Hoetoe, Jaka, Jao, Ua, Kamba, Karanga, Kongo, Jasa, Kigu, Kikoejoe, Konjo, Lamba, Limba, Loeba, Loenda, Lozi, Lwena, Makoealomwe, Makonde, Malawi, Mbere, Mboendoe, Mboko, Meroe, Namba, Ndebele, Ngala, Ngangela, Ngoni, Njamkore, Njamwezi, Njawanda, Njika, Njoekoesa, Njoro, Nyanja, Okavango, Sjambala, Orambo, Pamue, Pokomo, Roendi, Ruanda, Saga, Toemboeka Tora, Sjangana, Sjewa, Sjokwe, Soekoema, Songo, Sotho, Swazi, Taita, Tanga, Tchaga, Terta, Tonga, Tsonga, Tswana Venda, Xhosa, Xosa, Zinza, Zoeloes

banus - landvoogd

banvloek   anathema, ban, excommunicatie, interdict, kerkelijke ban, verkettering, vervloeking, wraking

beobab   apenbroodboom

Baptist – doper

baptisteterrum   doopkapel

bar   akelig, bloot, bodega, buffet, café, cru, ellendig, eng, erg, ernstig, geducht, (on)guur,onvruchtbaar honds, kaal, kil, koud, lam, naakt, naar, nacht, nors, onguur, schraal, stuurs, tapkast, tapperij, vreeslijk, vreselijk

bar – bodega, buffet, café, bodega, disco, drankhuis, dranklokaal, nachtclub, tapkast

barak   hok, keet, loods, noodgebouw, schuur, tent, veldhospitaal

barang (Mal.) - bagage

barathandel   ruilhandel

barbaar – kanibaal, monster, onbeschaafdeonmens, vandaal, vernieler, wilde, woesteling, wreedaard

barbaars – cru, hardvochtig, medodenloos, onbarmhartig, onbeschaafd, onmeedogend, onmenselijk, ruw, smakeloos, wild, woest, wreed

barbaarse toestand – barbarij

barbaarse vernielzucht - vandalisme

Barbados, hoofdstad van – Bridgetown

barbarakruid – winterkers

barbarisme – anglicisme, gallicisme, germanisme, latinisme

barbarijse vorst - bei

barbeel - barm, berf

barbier   coiffeur, figaro, friseur, haarsnijder, heren(kapper), kapper, scheerbaas, scheerder

barbieren   scheren

barboks - scherts

barbot   riviergrondel, smeerling

barcarolle   gondellied

barchent   barachaan, barka(a)n, bombazijn

bard   dichter, minnezanger, minstreel, rapsode, skald, troubadour, zanger troubadour, zanger, volksdichter, volkszanger

bareel – slagboom, spoorboom, tolhek

barema - loonschaal

baren – bevallen, teweegbrengen, veroorzaker, voortbrengen

bar en boos – akelig

barensteel (heraldiek) – lambel, palesteel, toernooikraag

baret   alpino, bonnet, muts, soldatenmuts, zeskant

barg - hooiberg

barge   snik, trekschuit

bargoens   argot, cant, dieventaal, geheimtaal, jargon, koeterwaals, kramerslatijn, slang

bargoens voor duizend gulden – rooie, rootje, rug

bargoens voor honderd gulden   meier

bargoens voor rijksdaalder   knaak

bargoens voor tien gulden   joetje

bargoens voor vijf en twintig gulden – geeltje

bargoense betiteling voor gevangenis – lik

barboense kerel - gozer

bariet – zwaarspaat

barietgeel - ultramarijngeel

baring - bevalling, partus

baringspijn – barenswee

bariton - zangstem

Barium – Ba

bariumfosfaatglas - uviolglas

bariummanganaat - barietgroen

bariumsulfaat - bariet

bark – driemaster

bark(a)n – barchent, bombazijn

barkas – launch, motorboot, sloep

barkas door stoom gedreven - stoombarkas

barkeeper – barman, buffethouder

barkoen – dwarsbalk, berkoen, stut

Barlow, ziekte van - zuigelingenscheurbuik

barm - baardvis, barbeel

barman – barkeeper, bartender, kastelein

barmen - branden

barmhartig   genadig, goedertieren(d), goedhartig, lankmoedig, medelijden(d), meedogen(d), menslievend, mild, ontfermend, zachtmoedig

barmhartigheid   deelneming, genade, goedertieren, lankmoedigheid, mededogen, medelijden, ontferming, veroveraar, zachtmoedigheid

barmhartig mens - Samaritaan

barmsijsje   paapje, steenbarm

barmte – berm, hoogte, hoop, tas

barnen - branden

barnsteen   amber, electron, hars

barnsteenolie – succinol

barnsteenzuur - ethaandicarbonzuur

bar of buffet – tapkast

bar of cafe – kroeg

barogram - luchtdrukdiagram

barok   bizar, grillig, grotesk, onregelmatig, overladen, zonderling

barometer   aneroïde, luchtdrukmeter, weerglas, weervis

barometerdaling – depressie, verschijnsel

barometervis – donderaal, weeraal

barometer zonder kwik   aneroide

baron – baanderheer, banierheer, burchtheer, edelman, kasteelheer, vrijheer

baron (afk.) - bar

barones – edelvrouw

baronet - bt



barrage – baslissingspartij, herkansing, spervuur, stuwdam, versperring

barreel   slagboom, spoorboom, tolhek

barrel   afval, bende, doordraaier, dronkaard, fust, ploert, rommel, rotzooi, uitschot

barre landstreek – woesternij, woestijn

barrelen – doordraaien, pierewaaien

barre vlakte - ijsveld

barrevoetbroeder   franciscaan

barrevoets – blootsvoets, ongeschoeid

barribal – bullebak

barricade – barrière, hek, slagboom, straat(versperring)

barricaderen - versperren

barrière – barricade, hek, slagboom, obstakel, tolboom, versperring

barrière stad   Ath

barroom – gelabkamer

bars – bar, boos, breuk, bruusk, fractuur, kloof, kraak, nors, onvriendelijk, reet,ruptuur, ruw, scheur, spleet, straf, streng, stug, stuurs, terugstotend


1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   24


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina