Baaierd wanboel, wanorde baai in Afrika



Dovnload 1.52 Mb.
Pagina20/24
Datum22.07.2016
Grootte1.52 Mb.
1   ...   16   17   18   19   20   21   22   23   24

bloemaar van lisdodde - sigaar

bloembed – border, parterre, perk, rabat

bloembegin – albastrum, knop

bloembolgewas   anemoon, borliris, gladiool, hyacint, iris, krokus, lelie, narcis, ranonkel, sneeuwklokje, tulp, vogelmelk, sneeuwklokje

bloembekleedsel - periant

bloembiesachtigen - juncaceeën

bloembodem – torus

bloembollencentrum   Keukenhof

bloembollenkweker - bollenbaas

bloembos   boeket, corsage, ruiker, tuil

bloem, deel van een -

4 kelk, stijl

5 kroon, ovula, steel, torus

6 bijkelk, discus, pollen, sepaal, stylus, tepaal

7 athere, loculus, avarium, stamper, stempel,

stengel


8 bloemdek, epicalex, gynofoor, helmknop,

kelkblad, perianth, staminum, stigmata

9 gynaecium, helmdraad, kroonblad, meeldraad,

nectarium, pastillum, stuifmeel

10 androecium, hypanthium, pedicellus

11 honingklier, staminodium

12 receptacullum, zaadbeginsel

14 vruchtbeginsel



bloem der onsterfelijkheid - amarat

bloem van een fuchsia - bag, bel

bloem van een hyacint - nagel

bloem van een vruchtboom - bloesem

bloem van roggemeel - mik

bloemencorso - optocht

bloemendek   perigonium

bloemendekblad - tepaal

bloem der onsterfelijkheid   amarat

bloemdier - koraal(dier), zeeanemoon, zeester, zeelelie,

bloemdieren   anthozoa

bloemdragend – bloeiend

bloemen en bladeren - festoen

bloemenetend - anthofaag

bloemenfeest   Floralia

bloemenhandelaar – bloemist, bloemverkoper, kweker

bloemenhof  rosarium, siertuin

bloemenhouder - vaas

bloemenkweker - bloemist, florist

bloemenkluwen – glomerumus

bloemenminnend - anthofiel

bloemenoptocht – corso

bloemenornament - festoen, feston, fleuron

bloemenpoeder – stuifmeel

bloemenprikker – bastaard, honingvogel

bloemenrand   border

bloemenring - krans

bloemenslinger   festoen, guirlande

bloementafel   jardinière

bloemententoonstelling - floriade

bloementooi   bloesem

bloemenvaas kostbare   jardinière

bloemengodin   Flora

bloemetje – boeket

bloemetjes buitenzetten - feestvieren

bloemfeest – floralia

bloemfeest in oud Rome - floralia

bloemfestoen - guirlande, krans, slinger

bloemgarnering - corsage

bloemgestel - aar, katje, inflorescentie, tros

bloemgodin - Flora

bloemgras - muurbloem

bloemhof - bloementuin

bloemhoofdje van de bij - klis

bloemig - bebloemd, bloemrijk, droog, kruimig, melig

bloem in de weide - boterbloem, pinksterbloem

bloemist – florist, kweker, bloemenhandelaar, bloemkweker

bloemisterij – kwekerij

bloemklokje - klokbloem, woudnarcis

bloemknop   albastrum

bloemkoek - caenanthium, hypanthodium

bloemkoolziekte   boren, klemhart, schift, waterziek

bloemkrani - kroon, wrong

bloemkroon   corolla

bloemkroonblad   petaal

bloemkoolneus - rinofyma

bloemkroonachtig - petaloïd

bloemkweker – bloemist, florist

bloemlezing   analecta, anthologie, antologie, chrestomathie, heul, krestomat(h)ie,

bloemmotief   arabesk

bloemornament   feston

bloemperk in een tuin – bed, rabat

bloempje - madelief, melati, viooltje

bloempje uit de bergen - alpenklokje

bloemplant – anthofyta, bloeier

bloemriet - canne

bloemrijk – beeldend, polyanthisch

bloemrijk feest - corso

bloemruiker - boeket

bloemschede - spata

bloemsierkunst, (Jap.) - ikebana

bloemslingers   guirlandes

bloemsteker - snuittor

bloemstuk   boeket, corsage, krans, ruiker

bloemsijsje - barnsijs

bloemsoort - buisbloem, lipbloem, muilbloem, steelschaalbloem, sterbloem, vlinderbloem, windbloem

bloemtros   bel

bloemtuil   ruiker

bloemvak   perk

bloem van meel - donst

bloem van roggemeel   mik

bloemvormig ornament   fleuron

bloemzoet - lief, vriendelijk

bloemzoom - limbus

bloesem dragen - bloeien

bloesem van zekere vruchtboom   perenbloesem, kersenbloesem, appelbloesem, pruimenbloesem

blohartig   bang, beschroomd, laf(hartig), schuchter,

bloheid   lafheid, schuchterheid

blok – boomschacht, complex, figuur, huizengroep, katrol, klamp, klomp (Z.N.), klos, offerblok, onderstel, partijgroep, patroon, pootkluister, stapel, stronk, stuk, tronk

blok (scheepsterm)   katrol

blok (fig.)   last, lastpost

blok aan een paardenbeen – bengel

blok brandhout - stomme

blok dat twee palen bijeen houdt   ezelshoofd

blok, deel van een - nagel, neut, wang, wartel

blokdruk – xylografie

blokhaak - kruishaak, winkelhaak

blok hout – klomp

blok hout onder paardehoeven - trip

blokhuis – citadel, seinhuisje, wachthuisje

blokje – klos, klont

blokje brandstof - briket

blok kalksteen - clint

blok staal – bram

blokje steen onder een kozijn - neut

blokje van een strijkstok - slof



blok turf – briket

blok ijzer waaruit blik wordt geperst - bram

blokkade   afsluiting, beleg(ering), belemmering, blokkering, hindernis, insluiting, vastlegging

blokkadebreker   runner

blokken   afsluiten, blokkeren, sloven, studeren, vossen, zwoegen

blokkeren - afsluiten, caleren, stremmen, verhinderen

blokkering – afsluiting, blokkade, insluiting, omsingeling, versperring

blokkeringscondensator - sperring

blokleem - keileem

blokmaker - chemigraaf, clichémaker

blok om te hijsen – katrol

blokschaaf - gerfschaaf, roffel, voorloper

blokschoen – klomp

blokvorming - coalitie, pact

blokwalsen - blooming

blokwerk - fluitregister

blond - licht

blond meisje   blondine, blondje

bloodaard   bangerd, lafaard

bloosangst - erytrofobie

bloot – adamskostuum, baar, blik, eenvoudig, enkel, kaal, naakt, onbedekt, ongekleed, ongewapend, ontkleed, open, poedelnaakt

blootgesteld aan - onderhevig, onderworpen

blootleggen – denuderen, exponeren, ontdekken, onthullen, openbaren

blootlegging - denudatie, ontbloting

blootgelegd   openbaar

blootstellen – riskeren

blootwol - plootwol

blootsvoets – barrevoets, ongeschoeid

blos   fleur, gloed, (schaam)rood, tint

blotelijk - alleen, eenvoudig, enkel

bloter - ploter

bloterik - naaktloper, nudist

blouse – bovenlijfje, jongensbuisje, kiel, shirt, werkkiel

blouson - windjak

blouwel - hennepbraak

blowen - roken

blozen   bleken, kleuren

blubber – bagger, derrie, dras, modder, prut, slib, slik, slijk

blubberen – baggeren, modderen

blubberig - modderig

bluf – blague, bluffen, boerenbedrog, branie, dapper, durf, fanfaronnade, gepoch, grootspraak, humbug, lust, moed(ig), muf, onverschrokkenheid, opschepperij, ostentatie, pocherij, poeha, poempa, pompa, praal(zucht), pralerij, poeha, puf, renommage, snoeverij, trek, vertoon, vertoonmaking, zwetserij

bluffen   bogen, geuren, grootspreken, opscheppen, opsnijden, pochen, pralen, protsen, roemen, snoeven, steunen, trots

bluffer   blaaskaak, blageur, bramarbas, branie, dikdoener, grootspreker, keker, opschepper, opsnijder, pocher, poen, praler, proleet, proneur, snoever, zwetser,

blufferig - astentatisch, dikdoenerij, grootsprakig, opschepperig, pocherig, protserig, snoeverig, winderig

blufferij – grootsprekerij, opschepperij, snoeverij

blunder – betise, bok, domheid, enormiteit, flater, fout, miskleun, poedel, stommiteit, vergissing

blusapparaat – brandblustoestel, brandslang, poederblusser,

sprinkler(installatie)



blusmiddel – brandkraan, brandslang, doofpot, extincteur, schuim, schuimblusser, spuit, stikstof, water, zand

bluspot - doofpot

blussen   doven, lessen, smoren, uitdoen, uitmaken

blusser – brandweerman

blustoestel - annihilator

blut – arm, berooid, gust, kaal, platzak, rut

bluts   braam, buil, deuk, eschaard, kneuzing, kwetsuur, schaard,

blutsen – kneuzen, kwetsen

blij - blakend, glunder, heuglijk, ingenomen

blij(de) - ballista, blijgeestig, blijmoedig, gelukkig, heuglijk, monter, opgeruimd, opgetogen, opgewekt, vrolijk, verblijd(end), vergenoegd, verheugd, verrukt

blijde boodschap - Evangelie, verkondiging

blijdschap - genoegen, plezier, pret, voldoening vreugde



blijft na het kaas maken over - wei

blijgeestig - gulhartig, opgeruimd, opgewekt, vrolijk, joviaal,

blijheid - levenslust, blijdschap, opgetogenheid, opgewektheid, verheugenis, vreugde, vrolijkheid,



blijk - betoon, bewijs, geloof, geschenk, kenteken, merk, proef, proefteken, proeve, teken, uiting

blijde - opgewekt

blijde boodschap   evangelie, verkondiging

blijdschap – blijheid, genoegen, vreugde

blij en jolig - vrolijk

blijft er na brand over - as, sintels, verbrandingsproduct

blijft er na het kaasmaken van de melk over - wei

blijf staan – halt, ho, stop

blijgeestig   hartelijk, joviaal, levenslustig, opgeruimd,

opgewekt, verheugd, vrolijk



blijheid   blijdschap, blijgeestigheid, geestigheid, levenslust, opgewektheid, vrolijkheid

blijk   betoon, betuiging, bewijs, proef, teken

blijkbaar – apert, blijkend, duidelijk, evident, kenbaar, kennelijk, klaar, merkelijk, ogenschijnlijk

blijken – aantonen, beseffen

blijkens   volgens

blijkens de akten – t.a.

blijkens het voorafgaande   derhalve, dus, ergo

blijk geven - betonen, uiting

blijk van aandacht - attentie

blijk van aandacht   attentie

blijk van erkentelijkheid – dank, dankbaarheid

blijk van genegenheid - gunst, kus, liefde, omhelzing, present

blijk van hoogachting – eerbewijs, egard

blijk van innerlijk vuur - vurig

blijk van tevredenheid - beloning

blijk van verdienste - erekruis, ridderorde

blijk van verering – eerbetoon, eerbetuiging eerbewijs, ereblijk, groet, knieval, referentie

blijk van vroegere aanwezigheid   spoor

blijk van waardering   beloning

blijkbaar - apert, blijkend, duidelijk, evident, kennelijk, klaar,

manifest, merkelijk, ongetwijfeld, onmiskenbaar, tastbaar



blijkens - volgens

blijkgevende van gebrek aan inzicht - onoordeelkundig

blijkgevende van gezond oordeel - oordeelkundig

blijmoedig - opgeruimd, opgetogen, opgewekt, vrolijk

blijmaken – plezieren, verblijden,

blijmoedig   opgeruimd, opgetogen, opgewekt, vrolijk

blijspel   klucht, komedie, treurspel

blijspel van Hooft - warenar

blijven – standhouden, toeven, voortbestaan

blijven aandringen – persistentie, persisteren, perseveren, volharden, volhouden

blijvend   bestendig, definitief, duurzaam, immer, passend, permanent, stabiel, standhoudend, stationair, voorgoed

blijven hangen – lijmen, plakken

blijven plakken - kleven

blijven slapen – logeren, overnachten

blijven steken   haperen, stagneren, ophouden, stokken, stoppen

blijven zitten – doubleren

blijvend - aanhoudend, aldoor, altijddurend, bestemd, definitief, durabel, duurzaam, eeuwig, onophoudelijk, permanent, stabiel, standhoudend, stationair, vast, voortdurend

blijvend deel ven een gewei - rozestok

blijvend verwijderen van haren - epileren



blijvende haargolf   permanent

blijvende waarde - klassiek

blijvende ziekte   kwaal

boa – bontsjaal, halsbont, koningsslang, serpent, slang, verenbont

bob – slede, slee, thuisbrenger

bobbekop   bullebak, dikkop, dwarskop, waterhoofd

bobbel   bal, bel, blaar, blaas, buil, buit, bult, gezwel, knobbel, oneffenheid, pukkel, zwelling

bobbelig - hobbelig

bobbeltje – bultje, puistje, pukkel

bobbeltjesstof   everglaze

bobben - bobsleeen

bobberd   dikkop, dikzak, lomperd

bobberen - poperen

bobby - politieagent

bobine – inductie(klos)

bobijn - klos, spoel

bobo – kopstuk, voorman

bobslee rijden   bobben

bocaja - apache, boef, (Mal.) kaaiman

bocconia - macleaya

bochel - bult, bultenaar, gebochelde, gibbositas, gibbositeit, kyfose

bochelen - ranselen

bocht   afval, baai, boezem, boog, bot, buiging, curve, detour, draai, draaiing, flexuur, golf, inbuiging, inham, knie, kink, knik, kromming, kromte, kronkel, kronkeling, krul, meander, melkplaats, ontuig, pacotille, slag (om een paal), sinus, slinger, strip, trend (Eng.), uitschot, wending, wikkeling, winding, uitschot, zwenking

bocht in de endeldarm - sigma

bocht van het been - ham

bochtig   angelus, ingewikkeld (fig.), kronkelend, kronkelig, tortueus, verwrongen,

bochtig deel - meander

bochtige kronkelende streep   ader

bochtige weg   kronkelpad

bod   aanbieding, aanbod, annonce, kooppoging, offerte, propositie, prijsopgave

bod, een-doen - bieden

bodder - assepoester, sloof, werkezel

bode   afgezant, agent, bediende, berichtgever, besteller, boodschapper, brenger, dienstmeisje, facteur, gezant, koerier, lakei, loper, nuntius, overbrenger, pedel, postbezorger, vrachtrijder, werkster

bode aan een universiteit - pedel

bode der goden   Hermes, Iris, Mercurius

bode van een academie   pedel

bode van vrede en geluk - arkduif

bodega   bar, taverne, wijnhuis, wijnkelder, wijnlokaal

bodeloon – transportkosten, vrachtloon, vrachtprijs

bodem   aarde, aardkorst, aardoppervlakte, basis, bedding, bodemafzetting, fond, fundus, grond, grondgebied, land, grondvlak, minimumprijs (beurs), onderkant, onderstuk, oorlogsbodem, prijslimiet, schip, schoot (der aarde), sediment, substraat, terrein, vlakte, vloer

bodemademhaling - aëratie

bodemafzetting   sediment, sedimentatie

bodemgesteldheid - reliëf

bodemgroef - gergel, glee, inkrozing, kroost,

bodemhorizont   (ijzer)oerlaag, koffiebank, loodzand

bodeminzinking   depressie, ponor, slenk

bodeminzinking in Azië   Dode Zee, Toerfan

bodemkunde   pedologie

bodemkundige   pedoloog

bodemlaag – aardkorst, bed, bedding

bodemloos - grondeloos, onverzadelijk

bodemloos vat - danaïdevat

bodemopening – gat, put

bodemprofiel   podzol, tsjernozom

bodemrijkdom - erts, mineraal, olie

bodemrijzing bijhoudend – antecedent

bodemslijtage - erosie

bodemsoort - podsol, podzal

bodemsoorten - duingronden, geestgronden, kleibodem, veenbodem, zandbodem



bodemverheffing - berg, bergketen, duin, hoogte, klif, steilte

bodemverschijnsel   erosie, inspoeling, profielvorming, uitspoeling, verkitting, verwering ,verzakking

bodemverzakking - slenk

bodemvlak - grondvlak

bodemvloeiing - solifluctie

bodemvorming – pedogenese

bodemwater – grondwater, kwelwater, welwater

bodemziekte - boutvuur, klem, miltvuur

bodes der goden - Iris

bod op een veiling – inzet

bodverhoger – (op)bieder

body – corpus, lichaam, lijf

bodyguard – bewaker, lijfwacht

boeba - boeman, bietebauw

Boeddha - Gautama (Ind. prins), Fo, Mo, (bij de Chinezen)

Boeddha, leer van - boeddhisme, dharma

Boeddha, neef en leerling van - Ananda

Boeddhisme, soort - hinajana, mahajana, theravada

Boeddhisme, stichter van het - Boeddha

Boeddhistisch begrip   Nirwana, Nirvana

Boeddhistisch dogma – karma

Boeddhistisch geschrift   Soetra

Boeddhistisch heiligdom – Boroboedoer, pagode, stoepa tempel

Boeddhistisch hiernamaals - Nirvana, Nirwana

Boeddhistisch ideaaltoestand - Nirvana

Boeddhistisch monument - dagob(a)

Boeddhistisch monument op Java   Djago, Dsjago

Boeddhistisch nieuwjaar   Thet

Boeddhistisch oerprincipe - brahman

Boeddhistisch stadium - kalpa, nirvana

Boeddhistische bedelmonnik   bhiksjoe

Boeddhistische canonieke boeken - santri

Boeddhistische concentratie - samadhi

Boeddhistische geestelijke - bonze

Boeddhistische gemeenschap - sangha

Boeddhistische heilige   Bodhisattva

Boeddhistische heilige stad   Lhasa

Boeddhistische kerk   tera

Boeddhistische kuisheid - ahimsa

Boeddhistische kwade geest   Mara

Boeddhistische leek - spasaka

Boeddhistische literatuur - gatha

Boeddhistische meditatie   samadhi

Boeddhistische moeder   Maya

Boeddhistische monnik - arhat, bo, bonze, bhiksjoe, lama, sthavira, thera

Boeddhistische monnikenleven - bhiksjoe

Boeddhistische monnikenorde - Sangha

Boeddhistische onsterfelijkheld   Nirvana, Nirwana

boeddhistische priester - bachsji

boeddhistische priester in Tibet - lama

Boeddhistische school - sjinto, tantra, tendai, tientai, vinaja, yoga, zen

Boeddhistische taal – pali Sanskriet

Boeddhistische tempel – pagod, dagob, dagoba, stoepa, tjandie

Boeddhistische tempel op Java   Boroboedoer

Boeddhistische titel   Mahatma

Boeddhistische tucht - vinaja

Boeddhistische weg naar de ideale toestand - yoga

Boeddhistische wet - dharma

Boeddhistische zaligheidstoestand - nirvana

boedel   erfenis, huisraad, inboedel, inventais, legaat, meubilair, nalatenschap, vermogen

boedelbeschrijving   inventaris

boedelceel - inventaris

boedelkamer   weeskamer

boedellijst - ce(d)el

boedelrechter   curator

boedelverkoping – veiling

boederie - gemak, gepruil

boef   bandiet, belhamel, boosdoener, deugniet, galeiboef, guit, misdadiger, rakker, schavuit, schelm, schurk, snoodaard, straatjongen, niet-korpslid (stud), vagebont

boefje   deugniet, rakker, schelmpje, stouterd, straatbengel

boeg – neus, paardeborst, steven, voorschip

boegbeeld - schegbeeld

boegen - koersen, varen, zeilen

boegseren - remorqueren

boegslag - scheepswending, slagboeg,

boegspriet   kluifhout

boeg van een schip - punt

boei   baak, baakjoon, baken, bank, belboei, breel, brulboei, dobber, joon, halsijzer, hand(voet)beugel, keten, kluister, knevel, lichtboei, prang, ton

boei aan een net   joon

boeien - betoveren, bezighouden, binden, captiveren, fascineren, interessant, interesseren, ketenen, kluisteren, knevelen, manchetten, vastbinden, vinculeren

boeien losmaken - slaken

boeiend – fascinerend, interessant, onderhoudend, pakkend, spannend, verrukkelijk

boeilicht – holmeslicht

boeiton op de beug - breel

boek   band, bundel, encyclopedie, foliant, geschrift, lectuur, naslagwerk, novelle, roman, turf, volume, woordenboek

boek Hebr.   sefer

boek dat geslachtswapens beschrijft – armoriaal

boek der boeken - bijbel

boek der getallen – Numeri

boek der Hindoes - veda

boek der Mohammedanen – koran

boek der liederen   sje-ting

boek der oorkonden - sjoe-ting

boek der riten   litji


1   ...   16   17   18   19   20   21   22   23   24


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina