Baaierd wanboel, wanorde baai in Afrika



Dovnload 1.52 Mb.
Pagina21/24
Datum22.07.2016
Grootte1.52 Mb.
1   ...   16   17   18   19   20   21   22   23   24

boek der veranderingen – itjing

boek met gebeden - brevier, getijdenboek

boek met kaarten   atlas

boek met lege bladen – album

boeken met monsters - staalboeken

boek met reisgegevens   baedeker, reisgids

boeken om te lezen - lectuur

boek over de Britse adel – debrett

boek over dieren en hun eigenschappen - bestiarium

boek , groot   foliant

boek voor verzamelingen – album

boek van de notariële akten - protocol

boek van groot formaat   folio

boek van Mozes - Deuteronomium, Exodus, Genesis, Numeri,

Leviticus



boek van M. Twain – Tom Sawyer

boek van voor de uitvinding der boekdrukkunst - codex, handschrift

boek uit de beginperiode der boekdrukkunst - incunabel, wiegedruk

boekaankondiging - bespreking, recensie

boekachtig – onnatuurlijk, stijf

boekanier   buffeljager, filibuster, kaper, piraat, vrijbuiter, wilddief, wildstroper, zeerover

boekband – omslag

boekband met ribbels - ribbeband

boekbandversiering – kapitaalbandje

boekbeoordelaar - recensent

boekbeoordeling - bespreking, recensie

boekbeschrijver   bibliograaf

boekbeschrijving - bibliografie

boekbespreker - referent

boekbespreking   recensie, kritiek

boekbewaarder - bibliothecaris

boekbindersleer - kunstleer

boekbinderslinnen - bougram, buckram

boekbinderstempel   filet

boekbindersterm   folio, katern, kwarto, oblong, octavo

boekbinderswerktuig   dunmes

boekdeel   band, boekwerk, tomus, volume

boekdruk - hoogdruk

boekdrukkersfamilie   Blaeu, Elsevier, Plantijn

boekdrukker - typograaf

boekdrukkerswerktuig – ferlet, kruk, kruis, tenakel

boekdrukkunst   typografie

boekdrukterm - toestel

boekdrukzethaak - ferlet

boekeboom - beuk, beukeboom

boekehout - beukehout

boekel – haarkrul

boekelegger - leeswijzer

boeken   aantekenen, bespreken, debiteren, inschrijven, noteren, optekenen, registreren, turven

boeken (de 5) - pentateuch

boekenafschrijver - kopiist

boekenbeschrijver - bibliograaf

boekenbezit   bibliotheek

boekenclub - lezerskring

boekengek – biliofiel, bibliomaan

boekenkamer – boekerij

boekenkenner - bibliograaf

boekenkennis - bibliologie, bibliognosie

boekenlegger   lees en bladwijzer

boekenliefhebber - bibliofiel

boekenlijst - catalogus

boekenmens - kamergeleerde

boekenplank – regaal

boekenrek - boekenplank, regaal,

boekenschrijver - auteur

boekenstandaard – lessenaar

boekentas - map

boeken ter verstrooiing - ontspanningslectuur

boeken uitleenbedrijf - stuiversbibliotheek

boekenverzameling – bibliotheek, boekerij, kloosterboekerij, librije, stadsboekerij

boekenvriend   bibliofiel

boekenwurm - student

boekenzot - bibliomaan

boekerij   bibliotheek, leeszaal

boeket – bloemstuk, bos, bosje, dot, kuif, pluk, ruiker, toef, tuil, tuiltje, wijngeur

boeket bloemen - bloemetje, ruiker

boekformaat   duodecimo, folio, kwarto, kwartijn, oblong, octavo, octodecimo, sextesimo

boekhouddiploma - P.D., S.P.D.

boekhouder – klerk, pennelikker

boekhouding inzake lonen - loonadministratie

boekhoudkundige   accountant

boekhoudmethode - rekensysteem

boekhoudplan - rekeningstelsel

boekhoudterm   balans, bank, budget, calculatie, credit, debet, deficit, giro, kas, kasgeld, kruispost, post, rente, saldo

boeking – inschrijving, registratie

boekit (Mal.) - berg, heuvel

boekje – aantekenboekje, (zak)agenda,

boekje dat tekst van opera of operette bevat - libretto

boekje met examenopgaven - toetsnaald

boekje van postpapier - katern

boekje voor diverse dingen - livret

boekmaag – bladmaag, boekpens, omasus

boekmerk - ex-libris

boek met gedichten - bundel

boek met landkaarten - atlas

boeknaam   titel

boekomslag – coverstofomslag, kaft

boekonderdeel   band, katern

boekorgel - harmonika

boeksharing - bokking

boekslot - krap

boekstaven   opschrijven, noteren

boekteken - ex-libris

boek ter beoordeling - recensie-exemplaar

boek van de schrijver - auteursexemplaar

boek van groot formaat - foliant

boek van Mohammed – koran

boek voor loonadministratie - loonboek

boek voor verzamelingen - album

boekvergrendeling - krap

boekverhaal   roman

boekverluchter - illustrator

boekverzameling   bibliotheek

boek voor verzamelingen – album

boek waarin gegevens over de adelstand staan - adelboek

boek waarin voorname bezoekers hun naam zetten -

guldenboek



boekweit - graansoort

boekweit breken - grutten

boekweitgort - grutten

boekweitkruid - zwaluwtong

boekweitvergiftiging - fagopyrie

boekwerk   boekdeel, bundel, foliant, last, novelle, paperback, roep, roman, volume

boekwinst - imaginair

boel   brui, dingen, drukte, herrie, hoop, inboedel, massa, menigte, ordeloosheid, rataplan, reut, rommel, troep, veel, wanorde, zooi, zwik

boelage - minnerij, overspel

boeldag - veiling, verkoopdag

boel die overhoop is - bende, rommel

boeleerder – minnaar, overspelige

boeleerster - hoer, prostituee

boelen – hokken, samenwonen

boeleren – hokken, samenwonen

boelig   rommelig, wanordelijk

boelhuis – veiling, verkoophuis

boelkenskruid - agrimona, koninginnekruid, leverkruid

boelmansvorke - waterboelkenskruid

boeltje – rommel(tje), zwikje

boelijnspruit - hanepoot

boelijnsteek - ankersteek

boeman   bietebauw, bullebak, spook

boemel - stoptrein

boemelaar - bamser, flierefluiter, fuifnummer, kroegloper, losbol, pierewaaier

boemelen – bambrocheren, brassen, dweilen, pierewaaien, wallebakken, zwieren

boemeltrein  boemel, stoptrein

boemerang - werphout

boender – borstel, luiwagen, schrobber, schuier

boendergras – bentgras, smele

boenen   kuisen, rossen, poetsen, reinigen, rossen, schoonmaken, schrobben, verdrijven, wassen, wegjagen, wrijven

boenmiddel - poeder, was, zeep

Boeotië, hoofdstad van - Thebe

Boeotië, stad in - Tanagra

boer   Afrikaan, agrariër, akkerman, bouwman, buitenman, dorpeling, farmer, heiboer, heikneuter, hoevenaar, huisman, kaffer, keuterboer, kinkel, landbouwer, landman, lomperd, oprisping, plattelander, ploeger, ructatie, ructus, veehouder

boer, kleine - keuter

boer (Arab.)   fellah

boer (ind.)   tani

boer (Rusl.) – koelak, moejik

boer in kaartspel enz, - Jack, Piet, pion, zwartepiet,

boer in U.S.A.   farmer

boer met kleinbedrijf   keuter

boerachtig - boers

boerderij – bedoening, boerenhoeve, boerenhuis, boerenwerf, farm, gedoe, havezate, heem, heemstede, heemstee, hoef, hoeve, hof, hofstede, keuterij, landhoeve, ranch, State (Fries), stede, stee, stel, stulp, stolphuis, zate

boerderij, deel van een - boenhok, dars, deel, hooivak, karnhuis, karnmolen, koehuis, melkkelder, schuur, stal, voorhuis, wisch

boerderij in Amerika - farm

boerderij in Friesland - state

boerderij in Z.Am. – estancia, hacienda

boerderijtype - hoeve, langgeveltype, los-hoes, stelp, stolp

boeren – eructatie, landvolk, oprispen

boerenaal   paling, aal

boerenbedrieger – kwakzalver

boerenbedrog - humbug, kwakzalverij, oogverblinding

boerenbedrijfje - keuterij, kolchoz



boerenbende - troep

boerenbezit – landgoed, zate

boerenboon - tuinboon

boerenbuis - kiel

boerendans – klompendans, villanelle

boerendochter - deern(e)

boerendoening – boerderij, hoeve



boerendozijn   dertien

boerendracht - kiel

boerenerf – brink, heem

boerenfluit – herdersfluit, schalmei

boerenhengst - boerenlul, kinkel, lomperik, pummel

boerenhoeve - boerderij, hofstede

boerenhofstede   havezaat, bisette

boerenhooi - zate

boerenhufter – botterik, kaffer, kinkel, lomperd, lomperik, pummel

boerenkant - bisette

boerenkers – herik, tasjeskruid, veldkruidkers

boerenkiel   boezeroen, hes, kazak, smock (Eng.)

boerenkinkel   kinkel, lomperd, loebas, pummel

boerenknecht - boerenarbeider (inw), boever, landarbeider, (Sp.) peon

boerenknoop - (bargoens) rijksdaalder, hielingsteek

boerenkool - kruikooi

boerenkool slijpen - beunhazen, knoeien

boerenland - platteland

boerenleenbank - Rabo, Raiffeisenbank

boerenlook - kraailook

boerennachtegaal - basterdnachtegaal, (hegge)mus, huismus, kikvors

boerenopstand (van 1358 in Frank rijk) – Jacquerie

boerenpartij - bp

boerenplaag – akkerdistel, vederdistel

boerenplaats - hoeve, landgoed, 4stee, stolp, stuip, werf, zate

boerenpummel – kinkel

boerenroos - pioen, pioenroos

boerensjees - tilbury

boerenspraak - patois, plattelandsdialekt

boerentrien – totebel, troela, trut

boerenvlegel - kinkel, pummel

boerenvoertuig - boerensjees, boerenslede, beugelsjees,

bolderwagen, disselsjees, sjees



boerenvrouw - boerin

boerenwafel   wentelteefje

boerenwagen (4 wielen) voor landbouwgebruik - brak

boerenwerktuig – dorsvlegel, eg(ge), gaffel, hark, hooivork, kam, karn, kouter, nek, pikkel, ploeg, reek, riek, sikkel, vlegel, vork, wan, zeis

boerenwoning   heem, hoeve, hofstee, boerderij, havezaat

boerenwoning met alles onder één dak – taswoning

boerenwormkruid - ganzebloem, reinevaar, steenvaren

boerenzwaluw – zwaalf

boerig – boers

boerin - boerenvrouw, dorpelinge

boerinachtige vrouw - trien

boerinnenkostuum in Oostenrijk en Zuid-Duitsland - dirndl

boer met klein bedrijf - keuter

Boeroendi, bevolkingsgroep in - Hutu, Toetsi, Twa

boerig   boers

boers – agrest, arcadisch, boerachtig, boerig, dorps, grof, landelijk, lomp, onbehouwen, onbeleefd, onbeschaamd, ongemanierd, plat, plomp, ruraal, rustiek, smakeloos

boerschap   buurt, gehucht

boerse lompe vrouw - trien

boers en grof - lomp

boersheid - lompheid, platheid, rusticiteit, ruwheid

boers en grof - lomp

boersheid - platheid

boert   aardigheid, anecdote, bak, badinage, farce, geestigheid, gein, gekheid, grap, gril, grol, jen, jocus, jokkernij, klucht, kortswijl, kuur, kwinkslag, leut, loer, lolletje, luim, mop, poets, pots, raillerie, scherts, snakerij, spot, ui, zwank (Z.N.)

boertachtig - kluchtig, schertsend

boerten - gekscheren, jokken, mallen, schertsen, schetsen

boertend – schertsenderwijs

boerterij - boert

boertig   aardig, burlesque, gekscheren, grappig, guitig, kluchtig, komisch, luimig, olijk, oubollig, plat, snaaks

boertige nabootsing – parodie

boertigheid - scherts

boertje - plattelander

boesman - bosjesman

boet   schuur, loodsje, poena, vuurtoren

boete – bekeuring, bon, expiatie, geldstraf, penaal, pene, penetentie, poena, poene, straf

boetedoend kluizenaar   fakier, fakir

boetedoening   expiatie, penitentie

boetedoening van 40 dagen - quadrageen

boetedrank - poenitet

boetekleed - cilicium

boeteling   bekeerling, penitent

boetemonnik - fakir

boeten   aanleggen, bekopen, betalen, bevredigen, bezuren, genezen, goed, helen, herstellen, lappen, lessen, lijden, maken, ontgelden, ontsteken, repareren, voldoen

boetende bedelmonnik – fakir

boetezang - miserere

boethuis - boede

boetiek – modewinkel, winkel

boetpredikatie - strafsermoen

boetprofeet - Jeremia, Jona

boetseerdeeg – plasticine

boetseerder - beeldmaker, modelleur, modelmaker, vormgever, vormer

boetseerhoutje – ébauchoir

boetseerklei - chamotte

boetseerkunst   plastiek

boetseerstof - plastiline

boetseerstokje – mirette, ebouchoir

boetseerwerktuig - mirette

boetseren – modelleren, vormen

boetserend - plastisch

boetvaardig   berouwvol, deemoedig, ootmoedig, penitent

boetvaardige zondares   Magdalena

boevenbende   gang, dieventroep

boevennet - enternet, vinkenet

boeventaal - argot, bargoens, dieventaal

boeventuig - penose

boevenwagen – gevangeniswagen

boevenwereld - onderwereld

boever - boerenknecht

boeverig – schelmenstreek

boezel - boezelaar, werkmanssloof

boezelaar   eva, schort, sloof, voorschoot

boezem   atrium, borst(en), buste, gemoed, golf, gremium, (in)borst, inham, schoot, sinus, spui, watercomplex, zeeboezem

boezem van het hart – atrium, boezemrib, steekbalk

boezeroen van wol - onderbaadje

boezemvriend   bel ami, intimus, kameraad

boezemvriend van Achilles - Patrochus

boezeroen – buis, hemd, kazak, kiel, overhemd, shirt, werkkiel

boezeroen van wol   onderbaadje

bof   buitenkansje, geluk, klap, meevaller, plons, slag, stoot, toeval, tref(fer)

boffen – treffen, zwijnen

boffer   geluksvogel, mazzelaar

bofje - luk

bofkont – geluksvogel, mazzelaar

bogaard - boomgaard

bogen – bluffen, pochen, pralen, pronken, roemen, schitteren

bogengaanderij – arcade, portiek

bogengalerij – arcade, berceaux, bogengang

bogger - fielt, smeerlap, sodomiet

Boheems aardewerk - sideroliet

Boheems glas - filiglas, kaliglas, kalkkristal

Boheems musicus - Smetana

Boheemse broeders - hernhutters

Boheemse dans - polka, regdona

bohemiene Boheemse berg - Jeseniky, Snezka

Boheems gebergte - Kirkonôse, Sumara

Boheems glas - kaliglas, kalkkristal

Boheems musicus - Benda

Boheemse dans - polka

Boheemse nationale dans   polka

Boheemse sekte voor Abraham’s besnijdenis - Abrahamieten

Boheemse sterrenkundige - Kepler

Boheemse zomerschoen   opank

Bohemen, rivier in - Berounka, Bilina, Labe, Ohoe, Sazara, Tepla, Vltava

Bohémien   artiest, zwerver

Bohol, hoofdstad van – Tagbilaran

Boisering - beschot, boisage, lambrizering

bok   blunder, domkop, ezel, flater, fout, geit, lomperd, misslag, sik, stommiteit, takel, vergissing

bok van hijswerk   dirkkraan

bokaal   beker, kelk, poculum, ro(e)mer, wijnglas, wisselbeker

bokachtig - bokkig, koppig, lomp, onbeleefd, ruw

bokkalf   kitsbok

bokkebaard - boksbaard, puntbaard, sik

bokkekruid - tuinheester

bokken - pruilen

bokkenpoot – teerkwast

bokkepit - beukenootje, bokkepoot, koekje, teerkop, teerkwast

bokkerig - humeurig, knorrig, kregel, nors

bokkerij - stotig

bokkesprong - kuitenflikker

bokkensprongen – cabriolen, capriolen, luchtsprongen

bokkever - boktor

bokkig   nors, koppig, lomp, nors, ritsig, stuurs, tochtig, hardnekkig, tegendraads

bok of blunder – flater

bok of sik - geit

bokkraan - brugkraan

bokleer - marokijn

boks – duw, stoot

boksbaard – morgenster, salzafij

boksbeugel - kneukelijzer

boksbom - lupine, waterdrieblad

boksboon - lis, lupine, waterdrieblad

boksen – knokken, pugileren, vechten, vuistvechten

boksenpoffer - broekeman

bokser – pugilist, vuistvechter

boksersoor - bloemkooloor

boksharing - bokking

bokspartij - pugilist, vuistgevecht

bokspeterselie - pimpernel

bokspodium - ring

bokspoot – duivel, faun, pan, sater,

bokspotige Pan - Aegipan

boksstoot – kopstoot, k.o.stoot, linkse, rechtse, swing, uppercut

boksterm   bantam-, clinch, counter, blokken, clinch, counter, directe, groggy, hoekstoot, nastoot, halfzwaar-,licht-, midden-veder-, welter-, zwaargewicht, hoek, k.o., linkse, opstoot, punch, rechtse, ring, ronde, stoot, uppercut

boksvoet - duivel, Pan, sater

bokswedstrijd voor het kampioenschap   titelgevecht

boktor - acrocinus, bokkever, clytus, macrotoma

boksijzer - boksbeugel

bol – aardbol, bal, broodje, bul, cilindervormig, convex, globe, hemellichaam, hoed, hoofd, kluwen, kogelvormig, kraan, opgezet, pafferig, plantenstengel, pof, prop, rond, sfeer, stier, zaaddoos

bol gedeelte van een fles   buik

bol naar buiten uitsteken - uitpuilen

bol zijn - puilen



bola - lasso

bolder - belder, brileend, duikereend, werpbol

bolderik - brileend

bola – lasso, werpkoord

boleet - buiszwam, eekhoorntjesbrood

bolgewas – amaryllis, bieslook, crocus, eslook, hyacint, knoflook, krokus, look, lelie, narcis, nerine (Z.A.), rammenas, saffraan, siepel, sjalot, sneeuwklokjes, sneeuwroem, tulp, ui

bolheid - gevuldheid, rondheid, weldoorvoedheid

bolhoed – derby, garibaldi, kaasbolletje, pothoed

bolhol - concaaf, convex

bolide - vuurbal

Boliviaanse berg - llampu, llimani, Musurata, Ollaqué, Sajama, Tacora

Boliviaanse hoofdstad – Sucre

Boliviaanse letterkundige -

4 Diaz, Lara

5 Fabre, Finot, Pinto

6 Echazu, Freyre, Geurra, Tamayo

7 Aquirre, Alarcon, Cerruto, Coimbra, Gerruto, Jimenez, Mendoza, Mercado, Ramallo, Torrico

8 Bedregal, Cespedes, Reynolds



Boliviaans meer - Poöpomeer, Titicacameer

Boliviaanse munt   boliviano, centavo, peso

Boliviaanse munt, oude - sueldo

Boliviaanse rivier - Beni, Irénez, Mamoré, Potosi

Boliviaanse staatsman - Sucre

Boliviaanse staatsmijnen - Comibol

Boliviaanse vallei - yunga

bolkap   kalot

bolknak - sigaar

bolknop   bijbol, klister

bolkruid - wolfsmelk

bolkwast - pompon

bolleboos – heksenmeester, kei, kraan, uitblinker

bollebuisje   poffertje

bollen - zwellen

bollepraat - larie, nonsens, onzin

boller worden   opzetten, zwellen

bolletje - kadet

bolletje papier - propje

bolletreeboom – balata

bolletriehout - paardevleeshout

bolle vorm - ronding, sfeer, sferisch

bollig - tochtig

bol maken   bomberen, rondzetten, welven

boloferiet - hedenbergier

bolplant - tulp

bolrond – convex, sferisch

bolrond horloge - savonet

bolrond zaad - erwt

bol staan - uitpuilen

bolstaande plooi - pof

bolster   bast, buitenschil, bulster, dop, kaf, korst, omhulsel, palie, pel, peul, peluw, schil, sloester

bolster van graan - zemel

bolus   aardkluit, billen, gebak, kleiaarde, stroopballetje, strooppil, zegelaarde

bolvorm – kogelvorm

bolvormig   bol, convex, globosus, globuleus, rond, sferisch


1   ...   16   17   18   19   20   21   22   23   24


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina