Baaierd wanboel, wanorde baai in Afrika



Dovnload 1.52 Mb.
Pagina3/24
Datum22.07.2016
Grootte1.52 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   24

bars en bits – stug

barse kerel – bietebauw, boeman, bullebak

barse portier – cerberus

barst   bres, breuk, fractuur, gaping, keen, kloof, knak, knik, krak, ruptuur, scheur, spleet

barsten – bezwijken, breken, kenen, knappen, scheuren, splijten, springen, uiteenspatten

barstende hoofdpijn – migraine

barstende van droogte - spakerig

barsten in de huid - kloven

barstoel - kruk

barst of kier – spleet

bart - waterstoepje

barysfeer   aardkern

bascule   brugbalans

bas - kardoes

basaal – beneden, fundamenteel

basaalcellencarcinoom – bassalioom

basale breuk - schedelbasisfractuur

basale metabolie – grondstofwisseling

basaltine – kunstbasalt

basaltplateau in Frankrijk – Aubrac, Velay

bascule - balans, brugbalans, weegschaal,unster

base   alkali, loog

baseball - honkbal

Basedow, ziekte van - Hypertyreoïde, thyreotoxicose

basement – fundering, plint, sokkel, voetstuk

baseren   funderen, gronden, grondvesten, stammen, steunen

Basilan, hoofdstad van - Isabela

basilicum - balsemkruid, koningskruid

basiliek   kerk, dom. Kathedraal

basiliekruid - basilicum

basinstrument – basbazuin, contrabas

basis   beginsel, fundament, fundering, grondslag, grondvest, brondvlak, ondergrond, onderkant, vloer, voetstuk

basis van een driehoek - grondlijn

basis voor pensioen - pensioengrondslag

basisch - alkalisch

basislid bij insekt – scapus

basisschip - moederschip

basketbalterm – pivot

Baskisch spel   pelote

Baskische dans – Agarrao, fandango Zortico, Zortiko,

Baskische hoofdstad - Guernica

Baskische provincie - Alava, Guipuzkoa, Viscaya

Baskische trommel   pandero

basofyle leukocyt - basocyt

Baskische wetten - fueros

basklok – bourdon

basluit – teorbe, theorbe

baspijp – fagot

bassethoorn – klarinet, kromhoorn

bassnaar - bourdon

bassaangans - Jan van Gent

bassen – blaffen, snauwen

bassin   bekken, zwembad, meer, kom, waterbekken, zwembad

bassin voor vissen – aquarium, vijver

bassist - basspeler

bassnaar   bourdon

basson   fagot

bast   balg, bolster, boomschors, buik, buitenlaag, cortex, huid, korst, lichaam, lijf, pel, pens, romp, sassafras (laurier), schil, schors, vel

basta   afgedaan, afgelopen, einde, fini, beeindigd, genoeg, uit

bastaard – basterd, creool, hybride, indo, mulat, onecht

bastaardaap – halfaap

bastaardachtig - hybridisch



bastaarddier   muildier, muilezel

bastaarddier van forel en zalm - muil

bastaardering - hybridisatie

bastaardmuur – guichelheil, hoornbloempje

bastaardnachtegaal – boerennachtegaal, doornkruiper, heggemus, winterzanger

bastaardpen – spatpen

bastaardpopulier – abeel

bastaardsmaragd - peridot

bastaardspin – hooiwagen, langbeen

bastaardsterkte - heterosis

bastaarduitgang   age, aat, elen, eren, ier, ment, teit

bastaard van konijn en haas – leporide

bastaard van paard en ezel - muildier

bastaardvloek   jakkes, jandorie, jesses, nondeju, parbleu, sakkerloot, sakkerment, verdorie

bastion   bolwerk, citadel, fort, lunet, rastel, schans, sterkte, vesting

bastkant van hout – wankant

bastkever - dennescheerder



bastuba   bombardon

bast van een boom – schors

bast van noten en dergelijke – bis

bastweefsel – floëem, kurk

basviool   knieviool, violoncel

bastzijde van hout – wankant

basvetterij – gakanker

basviool – knieviool, violoncel

basvioolspeler – violonnist

baszanger (Tsech.) - Dubceck

bat   racket, slaghout

Bataaf – Batavier, Germaan, mannetjesputter, manwijf

Bataafs profetes – Veleda

Bataafse priesteres – Veleda

Battiljonscommandant - majoor

bataljonsvlag - banier, fanion, richtvlag, vaandel

Batanes, een der - Batan, Itabayat

Batanes, hoofdstad van – Basco

Batavieren – feestvieren, tekeergaan

bate   nut, rente, voordeel

bateleur - buitelarend

bate van interest - rentewinst

baten – activa, helpen, naderen, nutten, opbrengst

baten van boedel – activa, rentewinst

bathometer - dieptemeter

bathymetriche lijn - dieptelijn

batig – gunstig, lonend, nuttig, voordelig

batig saldo – excedent, opbrengst, winst

batig slot - boni, saldo

batist   cambric, lawn, lijnwaad

batnet - kruisnet, totebel

bâton (fr) – chocoladestaafje, dirigeerstok,

batraaf - rakker, rekel

bats – achterste, ballaster, bil, dij, hoogmoedig, overmoedig, panschop, schep, schop, spa, trots, zandschop

batterij   accu, geschutlaag, geschutsschans, legereenheid

battledress (Eng.) - veldtenue

bauwen – galmen

bauxiet - mineraal

bavaria   Beieren

bavet – slab, slabbetje

baviaan   amubis, hondskopaap, kuifmakaak, mandril, mantelaap, mensaap, papio, woudduivel

baviaan (Z.Afr.) - bobbejaan

bavianegezicht - apebakker

Bavo, feestdag van St. - Bamis

bazaangans - Jan van Gent

bazaar   bazar, fancyfair, magazijn,marktplaats, marktplein, politiebureau, shop, toko, verkoping, warenhuis, winkel

bazaltsoort - basaniet

bazaltsteenslag   split

bazalaar - revelaar

bazel – kletspraat, larie, onzin

bazelen   beuzelen, dazen, dievageren, fantaseren, kletsen, leuteren, meieren, raaskallen, radoteren, revelen, wauwelen, ijlen, zwammen

bazig – autoritair, boosaardig, pinnig

bazige keukenmeid – keukenprinses

bazige ruwe vrouw – haaiebaai, heibei, manwijf

bazige vrouw – dragonder, haai, haaibaai, helleveeg, ka, kenau, matrone

bazilkruid – basilicum, basilikruid

bazin   meesteres

bazooka - antitankwapen

bazuin – (blaas)hoorn, schuiftrompet, (tromp)et, trombone, tuba

bazijn – bombazijn, streepjesgoed

beaarden - begraven

beaarding - begrafenis

beaat - verheerlijkt

beademen - reanimeren

beambte – agent, burocraat, commies, employé, functionaris, griffier, klerk, officiant

beambte van lagere rang (Ind.) - mantri, mantrie

beambte voor loketdienst - lokettist

beamen – bevestigen, goedkeuren, instemmen, toegeven, toestemmen

beangst   angstig, angstvallig, bang, benauwd, bevreesd, schuw, vreesachtig

beangstigen - examineren

beangstigend – angstaanjagend, bekneld, benauwend

beantwoorden – responderen, slagen, voldoen

beantwoorden met tegenbewijzen   weerleggen

beantwoording – antikritiek, antwoord, dupliek, overeenkomst repliek, responsie, teruggroeting, terugschieting, weerlegging

bearbeiden - bewerken

beast - bestoven

beatificatie – zaligverklaring

beatisme – femelarij, schijnheiligheid

beatnik – damslaper, bohémien, zwerver

beau - fat

beauty   beauté, schoonheid

bebbe – beppe, grootmoeder, oma, opoe

beboeten – bekeuren, straffen

bebording   dakbeschot, beplanking

bebouwd – gecultiveerd, ontgonnen

bebouwd deel van een dorp   kom

bebouwd oppervlak   areaal

bebouwen – aanbouwen, betelen, bewerken, cultiveren, exploiteren, ontginnen

bebouwing der grond - cultuur

bebouwingsleer   planologie

bebroed maar onbevrucht – schier

becijferde bas - partimento

becijferen   berekenen, calculeren, nagaan, uitrekenen, voorrekenen

bed – bedding, bedstede, bloemperk, brits, kazemat, kermisbed, koffer, kooi, kraambed, kribbe, ledikant, leger(stede), libbing, lits-jumeaux, perk, rustplaats, slaapplaats, slaapzak, sponde, tuinvak, veldbed

bed in trein   couchette

bed in een rivier – bedding, kil, winterbedding, zomerbedding

bedaagd   oud, bejaard, weloverdacht

bedaagde dame   matrone

bedaard – adagio, beheerst, bezadigd, bezonken, bezonnen, discreet, flegmatiek, geduldig, gelijkmatig, gelijkmoedig, gematigd, geposeerd, gerust, gezapig, goedmoeds, ingetogen, kalm, koel, koelbloedig, koest, lakoniek, nuchter, onbewogen, overwogen, placide, rustig, stagig, sedaat, stil, vredig, weloverwogen, zacht, zoetjes

bedaardheid – gemak, kalmte

bedacht – gefingeerd, opzettelijk, overwogen, verzonnen, voorbereid

bedacht zijn – voorbereid

bedachte taal – esperanto, ido, kunsttaal, volapuk, wereldtaal

bedachtzaam   behoedzaam, bezonnen, kalm, omzichtig, rustig, voorzichtig, weloverwogen

bedachtzaamheid – atie, bezonnenheid, ernst, reser

bedak(Ind,) – banketsel, rijstpoeder

bedaking   dak, dakwerk

bedanken – afslaan, afzeggen, dankzeggen, ontslaan, ontslag, opzeggen, weigering

bedanking   ontslag, weigering

bedankt   merci

bedaren – afnemen, apaiseren, bevredigen, kalmeren, luwen, ontspannen, stelpen, stillen, sussen, temperen, terechtkomen, troosten, verademen

bedbehangsel   draperie

bedbewaarder – euneuch, vrouwenbewaarder(harem)



bed bloemen - tuinperk

beddegoed – beddedek, bulster, deken, goeling(Ind.), hoofdkussens, kussens, laken, matras, onderdeken, onderlaken, peluw, sierlaken, sloop sprei,

beddegoed afnemen - afhalen

beddek – deken, sprei

beddeklokje – angelus

beddepisser – bedwateraar, keldermot, pissebed

beddepan - bedwarmer, ondersteek

beddewarmer – echtgeno(o)t(e), kruik,

beddezak – bulster, matras, onderbed

bedding - bed, bodem, bodemlaag, grondslag, petitie, riviergeul, smekinf, verzoek, verzoekschrift, zaat, zelling

bede – aanroep, gebed, rekest, verzoek, vraag

bedeelde - arme, behoeftige

bedeeld met - begaafd

bedeesd   angstvallig, beangst, bedremmeld, bedrukt, beschroomd, bleu, blo(de), eenkennig, laf, schroomvallig, schuchter, sip, schuw, terneergeslagen, timide, verlegen

bedeesdheid – beschroomdheid, schroom, schroomvalligheid, timiditeit, verlegenheid,

bedeesd persoon - blodaard

bedegar - hondsrozenspons

bedehuis – basiliek, bidkapel, dom, godshuis, kapel, kerk, missigit, moskee, pagode, synagoge, tempel

bedehuis (Turks) – dsjami, dsjamie

bedehuisje (Ind.) - tangar

bedekken – aanstrijken, afdekken, bekleden, beleggen, beschermen, bestrooien, dekken, kleden, lamineren, maskeren, onderdekken, overdekken, toedekken, verbergen, verbloemen, verdoezelen, vervloeren

bedekken met een sluier – sluieren

bedekken onder aarde - bedelven

bedekking – bekleding, dak,dek, deken, dekking, deklaag, escorte, geleide, gordijn, huls, kap, karpet, kleed, konvooi, linoleum, mat, omhulsel, tectum, tegmentum, tegument, velum, voorhang, zeil

bedekking met een andere stof - bekleding

bedekking van een gebouw – dak(bedekking), kap, leidak, riet

bedekking van een kamer - zoldering

bedekking van een luikopening   merkel, scheerstok

bedekking van een trap – traploper

bedekking van een vishuid – schub

bedekking van een vogel   pluimage, veren

bedeklokje   angelus

bedekt   bewolkt, clandestien, gemaskerd, heimelijk, ironisch, klandestien, steels, stiekem, tersluiks, verbloemd, vérborgen, verholen, verstolen,

bedekt bloeiend   cryptogaam

bedekt bloeiende plant - mos

bedekt met stof - stoffig

bedekt spottend – ironisch

bedekt te kennen geven - insinueren

bedekt zadigen - angiospermen, cryptogamen

bedekt zijn - liggen

bedekte aanduiding – toespeling, verbloeming, zinspeling

bedekte aantijging – aanwrijving, imputatie, insinuatie, tenlastelegging

bedekte hatelijke toespeling - steek

bedekte mededeling - wenk

bedekte scherts - spot

bedekte spot   ironie

bedekte toespeling – dubbelzinnigheid, equivoque, hint, insinuatie

bedekte toespelingen uiten - insinueren

bedekte waarschuwing – wenk

bedektkieuwigen - tectibranchiata

bedelaar - bietser, dakloze, dalver, kalis, landloper, mendicant, profiteur, schobbejak, schooier, topper, vagebond,

bedelaar in Napels   lazzarone

bedelachtig - schooierig

bedelarij – gebedel, mendiciteit

bedelbeurs - francy-fair

bedelbroeder – mendicant

bedelbrood – aalmoes

bedelderwish - kalender

bedelen – bidden, bietsen, dalven, klaplopen, manzen, schooien, toppen, vragen

bedelgebied van monniken   termijn

bedeling - armenzorg

bedelkruid - bosrank

bedelmonnik   derwisj, dominicaan, fakir, franciscaan, kapucijn, karmeliet, serviet

bedelmonniken, orde van - Servieten

bedelorde - dominicanen, franciscanen, hiëronymianen, jezuïeten, karmelieten, mendicant(orde), miniemen, servieten, teutoniërs

bedelstand - mendiciteit

bedeltje - charivari

bedelven   bedekken, ondergooien, overstelpen

bedelvrouw   bedelares

bedelzak – aalmoezenzak, knapzak

bedenk - overweeg

bedenkelijk – aanvechtbaar, alarmerend, betwistbaar, critiek, critisch, discutabel, erg, ernstig, gespannen, gevaarlijk, hachelijk, lastig, moeilijk, netelig, onheilspellend, onrustbarend, onzeker, periculeus, precair, riskant, schromelijk, serieus, speculatief, suspect, twijfelachtig, verdacht, zorgelijk, zwaar

bedenken – beramen, begroten, bewaar, fantaseren, maar, smeden, ontwerpen, ontwerping, overweging, uitbroeden, uitdenken, uitpeinzen, uitvinden, verzinnen, weten, zie aldaar

bedenker – fantast, ontwerper

bedenking – aanmerking, aanvechtbaar, betwistbaar, bezwaar, maar, opwerping, overdenking, overweging, reflectie, tegenwerping

bedenksel   fantasie, idee, verdichtsel, verzinsel, vondst

bedeplaats – kapel, kerk

bederf   achteruitgang, contaminatie, corruptie, depravatie, deterioratie, kwaal, ondergang, ontaarding, ontbinding, rotting, sepsis, stagnatie, verderf, verrotting, verval

bederf in graan – leng, molm

bederf in hout – houtworm, molm, paalworm, vuur

bederf tegengaan   conserveren,verduurzamen

bederfwerend   antiseptisch, aseptisch, ontsmet

bederfwerend apparaat - diepvriezer, ijskast, vrieskast

bederfwerend middel   alcohol, creosoot, koelkast, salol, salicylzuur, ijskast, vriezer, zout

bederfwerende middelen - antiseptica

bederfwerende vloeistof   carbolineum

bederfwerende verfstof   carbolineum, taan

bederven – abimeren, bedorven, beschadigen, ondermijnen, ontbinden, putresceren,

ramponeren, rotten, ruïneren, slopen, stagneren, verbruien, verderven, vergaan, vergallen, verknallen, verknoeien, verpesten, verprutsen, verrotten, verstoren, verzwakken, verwennen



bedervend   adellijk

bedestond   bidstond, biduur

bedevaart   pelgrimage

bedevaart in Spanje - romeria

bedevaart naar Mekka - hadj

bedevaartganger   pelgrim

bedevaartplaats  pelgrimsoord

bedevaartplaats   Banneux, Beauraing, Benares, Bethlehem, Brielle, Brugge, Chartres, Dokkum, Fatima, Halle, Jeruzalem, Kevelaar, Lisieux, Lourdes, Mariazell, Medina, Mekka, Nazareth, Rome, Santiago

bedevaart aan de Niers – Kevelaar

bedevaartplaats van Hindoes - Benares

bedevaart van muzelman   hadj

bedgenoot – bijslaapje,echtgeno(o)t(e), partner,

bedfles – urinaal

bedhemel – baldakijn

bedienaar der begrafenis – aanspreker, bidder, kraai, lijkbezorger

bedienaar der H.mis – acoliet, koorknaap, misdienaar

bedienaar der outaars - priester

bedienaar des woord   dominee, predikant, priester

bedienaar van een stoomlier – donkeyman



bedienaar van machines - machinist

bediend - stervend

bediende – bankloper, baboe(Mal.), beambte, bode, butler, chasseur, dienaar, dienstbode, dienster, dienstmeid, dienstmeisje, cemployé, groom, hulp, kelner, klerk, knecht, lakei, magazijnbediende, ober, oppas, page, pedel, serveerder, serveerster, serveuse, serviteur, valet

bediende   (Eng.) groom

bediende - (Ind.) oppas

bediende aan het hof   nestellakei

bediende in café – kelner, ober

bediende in laboratorium – amanuensis, laborant

bediende in wijnkelder – bottelier

bedienen – dienen, gerieven, helpen, opdienen, serveren

bediening   ambt, betrekking, dienst, ministerie, office, officie, service

bedieningsgeld - baksjisj, fooi, tip

bedieningsknop – druktoets, schakelaar

bedieningsman – machinistt, operator

bedieningspaneel – instrumentenbord

bedienwagentje - serveerboy, serveerwagen

bedijen - uitzetten

bedijken – inpolderen

bedijking - polder

bedijkt land – kavel, polder

bedilal - albedil

bedilgeest - albedil, bedilal, bediller, vitter

bedillen - bekritiseren, vitten

bediller – bemoeial, criticus, vitter

bedillerig – bazig, bemoeizuchtig, critiserend, critisch, ringelorig, vitterig



bedilziek - bedillig, bedilzuchtig, bemoeial, laakziek

bedilzucht – betweterij, vitlust, vitten

bedilzuchtig – laakziek, vitterij

beding – clausule, conditié, convenant, mits, overeenkomst, reserve, stipulatie, voorbehoud, voorwaarde

beding bij levering - cif

bedingen – afdingen, afspreken, bepalen, conditioneren, eisen, stipuleren, verwerven,

bedinging – afspraak, bepaling, voorwaarde

bediscusiëren – bediscuteren, bepraten, bespreken

bedisputeren - redetqisten

bedisselen   beredderen, fiksen, gladmaken, klaren, kronkelen, ordenen, regelen

bedissen - opduikelen, stelen, verdienen

bedjasje – slaapjak

bedkastje - nachtkastje

bedkleding – babydoll, pon, hansop, nachthemd, nachtjak, tenderen, nachtpon, pyama

bedkleed – sprei

bedkussen   peluw

bedlinnen – laken, sloop

bedoeken - doubleren

bedoeld - bemeend

bedoelen – beogen, menen , voorhebben, willen

bedoeling – betekenis, doel, doelstelling, intentie, mikpunt, oogmerk, opzet, project, strekking, streven, tendens, toeleg, voornemen

bedoening – bedrijfje,boerderijtje, drukte, gedoe, omslag, toestand

bedoïnenstam - Anaze, Aneze, midianieten

bedolven veengrond – darg, derrie

bedomen - beslaan, bewasemen

bedompt   benauwd, dompig, duf, muf, onfris, vuns

bedomptheid - mufheid

bedonderd - beroerd, lam, verbaasd

bedonderen - bedriegen, misleiden

bedongene - reservaat

bedorven   adellijk, beurs, corrupt, goor, ontaard, oneetbaar, pervers, rottig, slecht, vaats, verbruid, vergald, (ver)rot, vertroeteld, vervallen, verwend, vuil, wrak

bedot – verschalkt

bedotten – aannaaien, beetnemen, bedot, bedotting, bedriegen, beduvelen, deluderen, delusie, foppen, misleiden, neppen, verlakken, vernachelen, verneuken, vernikkelen, verraden, verschalken

bedotting   delusie

bedotterij – bedrog, fopperij, misleiding

bedouïenen hoofdman – shaik, sheik

bedovertrek – hoes, tijk

bedpo - ondersteek

bedrag   beloop, (geld)som, hoeveelheid, inzet, kwantum, kwantiteit, product, provenu, quantum, som(ma), summa, tantum, tarief

bedrag aan geld – geldsom

bedrag boven de inschrijvingsprijs – opzet, opzetje

bedrag dat een perceel aan huur kan opbrengen   huurwaarde

bedrag der belasting   aanslag

bedrag (fr.) – montant

bedrag jaarlijks te voldoenvoor erfpacht - canon


1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   24


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina