Baaierd wanboel, wanorde baai in Afrika



Dovnload 1.52 Mb.
Pagina6/24
Datum22.07.2016
Grootte1.52 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   24

behorend bij dezelfde xone – isozonaal

behorende bij een inwijding - inaugureel

behoren tot – ressorteren

behorende tot – barok

behorende tot afgescheiden kerkelijke groep – dolerende

behorende tot de retorica - retorisch

behorende tot een ander land - buitenlander

behorend tot een groep - lid, element, groepslid

behorende tot een kerkbemeenschap - kerkelijk

behorende tot geestelijkheid   klerikaal

behorende tot Griekse of Romeinse oudheid   klassiek

behoren tot een notaris – notarieel

behorende tot een sekte - sektarisch

behorende tot een vreemd volk – allofiel

behoren tot een zekere categorie - kenmerken

behorende tot het middelste octaaf in onze toon – engestreepte

behorende tot het midden – centraal

behorende tot Indië - Indisch

behorende tot niet blanke ras – indo, kleurling, mulat, neger

behorende tot oude kunst - klassiek

behoen oeten - dienen

behoud – bewaring, conservatie, redding

behouden   behoeden, bewaren, conserveren, garderen, gered, gespaard, gezond, heelhuids, houden, onbeschadigd, ongedeerd, redden, safe, sauveren, zeker

behoudend – conservatief, rechts, vasthoudend

behoudens   behalve, buiten, exclusief, mits, salma, voorbehouden, uitgenomen, uitgezonderd

behoudens bekrachtiging - s.r.

behoudens de eer   s.h, (salvo honore)

behoudens de verschuldigde eer – s.t.

behoudenis - instandhouding, redding, safe

behoudens de rekenfouten   s.e.c., (salvo errore calculi)

behoudens de titel   s.t. (salvo tituto)

behoudens eer en titel - shet

behoudens gezind – conservatief

behoudens goedkeuring – s.a.

behoudens vergissingen   e. e. (errore excepto)

behoudens vergissingen en weglatingen   s.e.e.o. (salvo errore et omissione)

behoudens weglatingen   s.o. (salvis, om issis)

behouder - conservatief, redder

behoudsman - conservatief

behoudzucht   consorvatisme

behoudzuchtig   consorvatief

behuild - bekreten, betraand, nat

behuizing - bungalow, flat, huis, villa, woning

behuizing in het bos - hut

behuizing van dieren - hok, hol,kooi, kot, leger, mand, nest, ren, stal, voliere

behuizing van kampeerder – tent

behuizing van reiziger – hotel

behuizing van reptielen – terrarium

behuizing van soldaten – barak, kamp

behuizing van vee – hok, hol, kot, leger, nest, ren, stal, til, volière

behuizing van vogels - nest, ren, til, volière

behulpelijk – armoedig, armzalig, schamel

behulpzaam - attent, dienend, dienstvaardig, gedienstig, hulpvaardig, vriendelijk

behulpzaamheid – gedienstig, hulpvaardig

behulpzaam zijn   dienen, helpen

behuwd - aangetrouwd

behuwdbroeder   zwager

behuwdvader   schoonvader

bei - bes

beiaard   carillon, klokkenspel, schelleboom

beiaardier - carillonnist, klokkenist

beiaarddrager - beiaardier

beide – allebei, samen

beiden - allebei, beiden, tweetal , vertoeven, wachten

beiderzijds – bilateraal, wederzijds

beier - aalbes, kruisbes

beierd - gelagkamer

beieren – kleppen, klingelen, luiden, schommelen, slingeren, zwaaien

Beieren - Bavaria

Beieren, deel van - Franken(land), Schwaben

Beieren, hoofdstad van - Munchen

Beierse politieke partij - C.S.U.

Beieren politicus - Straus

beignet - appelgebak

beijveren - streven

beïnvloeden – bewerken, influenceren, manipuleren, suggestie

beïnvloedend – suggestief

beïnvloeding – bewerking, influentie, manipulatie

beisje - dubbeltje

beitel – draaibeitel, guts, fermoor, hakbeitel, hakijzer, kloofbeitel, koubeitel, snikkenbeitel, steekbeitel

beiteleg - kruimelaar

beitelen – hakken, houwen

beitel, deel van een - arend, blad, borst, hals, hecht, heft,

houder, kraag, snede, vouw



beitel, met een - afhakken, bikken

beitel, holle - guds, guts

beitel, soort - burijn

beitelkunst - beeldhouwkunst

beits - verf

bejaard – bedaagd, hoogbedaagd, oud

bejaarde - oude

bejaardengeneeskunde – geriatrie

bejaardentehuis – bejaardenoord, besjeshuis, hofje

bejaarde gezelschapsdame - duenne

bejaard iemand – grijsaard, ouderling, oudje

bejag - winststreven

bejammeren   betreuren

bejegenen   behandelen

bejegening – dreiging, onthaal

bejubelen - toejuichen

bek – babbel, klep, mond, muil, neb, smoel, snater, snavel, sneb, snuit, tater, waffel

bekaaid - beduusd, misdeeld, slecht, verlegen

bekaf – afgemat, doodmoe, doodop, op, uitgeput, uitgeteld

bekakt – aanstellerig, arrogant, gemaakt, houterig, stadhuisachtig, stijf

bekampen   bestrijden, bevechten

bekant – bijkans, bijna, haast, ongeveer, vrijwel, zowat

bekeerde moor in Spanje – morisco, morisk

bekeerder – apostel, geloofsbode, prediker, verkondiger

bekeerling   convertiet, renegaat, neofiet, proseliet

bekeken – afgelopen, gezien

bekend   befaamd, beroemd, berucht, bewust, gekend, kenbaar, gerenommeerd, kenbaar, kennelijk, notoir, openbaar, publiek, ruchtbaar, vermaard, vertrouwd

bekend architect   Oud, Dudok., Vriend, Berlage, Corbusier

bekend beeldhouwer – Asndriessen, Brancussie, Greco, Michelangelo, Moore, Picasso, Rodin, Zadkine

bekend borduurster – Bloch, Mier Dreesman

bekend comité - N.O.C.

bekend componist – Bach, Beethoven, Chopin, Franck, Grieg, Händel, Mozart, Ravel, Wagner

bekend congrescentrum – RAI

bekend dal in Duitsland – Neanderdal

bekend dichter – Boutens, Dante, Goethe, Hooft, Vondel

bekend Engels admiraal - Nelson

bekend Engels stadje – Cambridge, Eton, Oxford, Stratford

bekend epos – Aeneïde, Aeneïs, ilias, Odyssee

bekend door oliebronnen - Bakoe

bekend feit – gegeven

bekend filmacteur – Brando, Burton, Chaplin, Hoffman, Piccolo, Sinatra, Wayne

bekend Frans schrijver - Verne

bekend Italiaans geslacht   Este, Forza, Borgia, Medici

bekend gebouw   RAI, Tower, Eifeltoren, Ridderzaal

bekend gebouw in Londen – Towe

bekend gebouw in Parijs – Eiffeltoren

bekend grbouw in Rome – Colosseum

bekend heldendicht – Ilias

bekend Italiaans geslacht – Borgia, Este, Forza, Medici

bekend Italiaans sterrenkundige - Galilei

bekend koekje - sprits

bekend maken   aankondigen, adverteren, annonceren

bekend marionettentoneel te Antwerpen - Poesjenellenkelder

bekend Nederlands kasteel - Loevestein

bekend Noors schrijver - Ibsen

bekend oeroud gebied in Italië - Etruria

bekend om ongunstige eigenschap - berucht

bekend onderdeel van een uurwerk - echappement

bekend operafiguur – Aïda, Carmen, Figaro

bekend persbureau - Aneta, A.N.P., Reuter, Tass

bekend plein in Wenen – Prater

bekend redenaar – Brugman, Cicero

bekend roofdier – beer, leeuw, panter, tijger

bekend sagenboek   Edda

bekend schaaldier – oester

bekend schaker – Botwinnik, Larsen, Reshevsky, Reti, Smislow, Spassty

bekend schilder – Giotto, Picasso, Potter

bekend soort haven – petkuserhaven

bekend station - C.S.



bekend type zeilboot - B. M.

bekend uit een kinderrijmpje - dei

bekend verondersteld – gegeven

bekend verteller van moppen - Tailleur

bekend zijn met – kennen, weten

bekend zijn met iets - kenner

bekende   connectie, kennis, relatie, vriend

bekende architect – Corbusier, Berlage, Dudok, Hertzberger, Oud, Vriend

bekende badplaats – Domburg, Ems, Bergen, Brighton, Katwijk,

Nice, Noordwijk, Ostende, Scheveningen, Spa, Zandvoort



bekende dammer – Andreiko, Sybrands, Wiersma

bekende diamant   Betty, Braganza, Cullinan, Excelsior, Hope, Jonker. Jubilee, Kohinoor, Nassak, Orloff, Regent, Sancy, Victoria

Bekende dichter - Dante, Goethe, Hooft

bekende Engelse ridderorde   kousenband

bekende feiten   data, gegevens

bekende filmactrice – Bardot, Cardinale, Day, Deneuve, Fonda, Monroe, Taylor

bekende filmregisseur – Antonioni, Bunuel, Lellini, Godard, Hitchcock, Malle, Pasolini, Polanski

bekende herdruk van een kookboek - aaltje

bekende Italiaanse sterrenkundige – Galilei

bekende Italiaanse zangeres - Callas

bekende motorraces   T.T.

bekende naam bij Zwolle - Katerveer

bekende oorlogsuitvinding – atoombom, radar

bekende Oostenrijkse zanger - Tauber

bekende opera   Aida, Carmen, Faust, Fidelio, Lohengrin, Oberon, Othello, Parsifal, Rigoletto, Tannhauser, Tosca, Zauberflote

bekende operafiguur   Aida; Carmen, Figaro

bekend pedagoog - Fröbel

bekende planeet   aarde, Jupiter, Mars, Mercurius, Neptunus, Pluto, Saturnus, Uranus, Venus

bekende profeet   Amos, Elia, Ezechiël, Daniel, Habakuk, Hosea, Jesaja, Jeremia, Joël,Jona, Micha, Nahum, Obadja

bekende sageverzameling   Edda

bekende schaker   Aljechin, Botwinnik, Donner, Euwe, Fischer, Larson, Petrosian Tal

bekende schilder – Albrecht, Appel, Bosch, Degas, Durer, Goya, Hals, Holbein, Holstein, Manet, Maris, Miro, Monet, Picasso, Potter, Rembrandt, Renoir, Rubens, Steen, Titiaan, Vermeer

bekende schrijver (dichter)   Andersen, Bocaccio, Balzac, Byron, Cervantes, Dante, Dickens, Dumas, Goethe, Heine, Hooft, Homerus, Ibsen, May, Molière, Poe, Racine, Rostand, Shakespeare, Sinclair, Strindberg, Tagore, Tolstoi, Twain, Verne, Vondel, Voltaire, Zola

bekende spaarpot - varken

bekende vaarweg bij Denemarken   Sont

bekende vaarweg bij Turkije   Bosporus

bekende vaarweg in Midden Oosten   Suezkanaal

bekende vaarweg tussen Noord  en Zuid Amerika   Panamakanaal

bekende voetbalclub - Ajax, AZ, Feyenoord, PSV, Roda-JC

bekende vogel – spreeuw, zwaluw

bekende volksleider – mao, Tito

bekende vrucht - aardbei

bekende zevis - kabeljouw

bekende Zweed   Nobel, Hamarskjold

bekendheid – beroemdheid, celebriteit, ervaring, faam, kennis, naam, notoriteit, openbaarheid, publiciteit, reputatie, roem, roep, ruchtbaarheid, vermaardheid, wetenschap

bekendmaken – aandienen, aanklagen, aankondigen, aanzeggen, adverteren, afkondigen, annonceren, berichten, meedelen, melden, openbaren, opgeven, uitroepen

bekendmaking   aankondiging, aanwijzing, aanzegging, advertentie, afkondiging, annonce(ring), bekendgeving, bericht, boodschap, dagorder, declaratie, edict, kennisgeving, manifest, mare, mededeling, naricht, notificatie, openbaring, oproeping, order, plakkaat, proclamatie, publicatie, tijding, verkondigen

bekendmaking aan de verliezende - betekening

bekendmaking in het leger   dagorder

bekend met verstand - kennis

bekennen – avoueren, belijden, bemerken, bespeuren, biechten, doorslaan, erkennen, naderen, omslaan, opbiechten, toegeven, uitkomen

bekentenis   belijdenis, biecht, erkenning, confessie, confiteor

bekentenis van schuld - biecht, confessie, schuldbelijdenis

beker   bokaal, cup, kelk, kom, kop, kroes, mok, nap, pint, poculum, roemer

beker van een blaasinstrument - pavillon

beker zonder voet   tumbler

bekeren – dopen, kerstenen, ompraten, overhalen, poculeren

bekeren tot het christendom – evangeliseren

bekerglas zonder voet – tumbler

bekering – berouw, inkeer, kerstening, metanoia

bekeringsijver – proselitisme

beker(korst)mos – cladopnia, rendiermos

bekerkraakbeentjes – arykraakbeentjes

bekerkwal – stauromedusa

bekerpaddestoel – bekerzwam, judasoor

bekerplant - nepenthes

bekertje – napje

bekervormig - vaasvormig

bekervrucht - besanjelier

bekerwedstrijd – cupfinale, cupmatch, cupwedstrijd, Europacup

bekerzwam – judasoor

bekeurder - verbalisant

bekeuren –beboeten, calangeren, opmaken, proces, verbaal, verbaliseren

bekeuren van belastingontduikers - calangeren

bekeuring  ban,boete, bon, calange, geldstraf, proces(verbaal)

bekeuring voor belastingontduiking – calange

bekisting – beplanking, kistwerk, mal, schotwerk

bekje – meisje, mondje

bekijken – aanschouwen, aanstaren, aanzien, beoordelen

bewonderen, bezichtigen, gadeslaan, bezien,monsteren, opnemen, opserveren, waarnemen



bekijks - aandacht

bekijven - berispen

bekken – afbekken, bassin, cimbaal, fontein, gong, holte, kom, kijven, laagte, lichaamsdeel, monden, pelvis, schaal, scheerbekken, schotel, slaginstrument, smaken, snauwen, stroomgebied, vechten

bekken(It.) - cinelli

bekken, deel van het - darmbeen, heiligbeen, heupgewricht, heupkom, promontorium, schaambeen, staartbeen, zitbeen

bekkeneel   doodshoofd, hersenpan

bekkeneelberg – Golgotha

bekkeneelnaad – schedelnaald

bekkenmeter - pelvimeter

bekkenmeting - pelvimetrie

bekkenist – bekkenslager

bekkens (It.) - piatti

bekkenslager - bakkenist, omroeper

bekkentrekken - grijnzen

bekken waarin water wordt verzameld – spaarbekken

bekkig - brutaal

beklaagde - beschuldigde, betichte verdachte

beklaaglijk - jammerenswaardig

bekladden – aantasten, barbouilleren, belasteren, bemorsen, besmeren, besmeuren, bevlekken, bevuilen, bezoedelen, denigreren, zwartmaken

bekladder – kwaadspreker, roddelaar

beklag   klacht, reclamatie, reclame

beklagen – aanklagen, beschuldigen, weeklagen

beklagenswaardig   armzalig, bedroevend, deernis, deerniswekkend, deerniswaardig, droevig, ellendig, erbarmelijk, jammerlijk, hartbrekend, hartverscheurend, lamentabel, stumperig, triest, treurig, zielig

beklagenswaardig mens – stakker

beklagenswaardig persoon - stumper

beklagenswaardige   arme, stakker, stumperd, zielenpoot

beklag indienen – klagen, reclameren

beklaging – klacht

beklanten – achalanderen

beklanting – cliëntèle, klandizie

beklauteren   beklimmen

bekleden   bedekken, beschieten, beschoeien, bestaan, bezetten, innemen, omkleden, overdekken, overtrekken, stofferen, voeren, vullen

bekleden met een dunne laag riet over panlatten - lateren

bekleding – bedekking, beslag, deklaag, omhulsel, stoffage, stoffering, tapisserie

bekleding van boom   bast, schors

bekledingsbuis - boorbuis, casing

bekledingsmuur - grondkeermuur

bekledingsstof – gobelin, leer, skai, trijp

bekleed – gestoffeerd, omgeven, omhuld,

bekleedsel – behangsel, beschot, hama, schot

bekleedsel van de huid – integument

bekleedsel van een oeverwal – plating

bekleedsel van stoelen - trijp

bekleedsel van wanden   behang, betimmering, granol, schrootjes, tapisserie, tegel

bekleding voor meubelen – trijp

beklemd   bang, beangst, bedrukt, benauwd, benepen, bevreemd, bevreesd, bezet, gedrongen, knel, nauw, vast, vastgeklemd, vastgeknepen

beklemde breuk - hernia

beklemmend - benauwend

beklemmen - benauwen, prangen

beklemming – angst, angustatie, benauwdheid, benauwing, druk, klem, knel, (op)pressie

beklemtonen   accentueren, benadrukken

beklemtoning   accentuatie, accentuatie, accentuering, emfase, nadruk

beklemtoonde lettergreep – arsis

beklimmen – bestijgen, opklauteren

beklimming met ladder – bestorming, escalatie

beklinken - bezegelen

beklijven   gedijen

beklonken - afgevallen, vermagerd, vast

bekloppen – betasten, palperen, palpeteren, percuteren

beklopping – betasting, palpatie(geneesk), palpitatie

bekneld – beklemd, benauwd, vast, vastgeklemd

beknellen – beangstigen, benauwen, drukken

beknelling - knijp

beknibbelaar – afdinger, dinger, pingelaar

beknibbelen   afdingen (op), bekorten, bezuinigen, tornen

beknopt – begrensd, beperkt, bondig, compendieus, concies, klein, kort, samengevat, summair, summarisch, summier, succint, synoptisch, verkort

beknopt en zakelijk – bondig

beknoptheid - concisie

beknopt herhalen – resumeren, samenvatten

beknopt overzicht – compendium, resumé. excerpt, uittreksel

beknopte inhoudsopgave van oorkonde - regest

beknopte dictionaire   handwoordenboek

beknopte handleiding   gids, leidraad, vademecum

beknopte herhaling – resumé, samenvatting

beknopte samenvatting – excerptcummarium

beknot – beperkt

beknotten – bekorten, beperken, fnuiken, inperken, verkleinen

bekoelen – afkoelen, afnemen, bedaren, verminderen, verwijderen

bek of kwebbel - mond

bekokstoven – bekonkelen

bekomen – erlangen, herademen, krijgen, ontvangen, verkrijgen, verwerven

bekommerd – bedrukt, bezorgd, ongerust, zorgelijk

bekommerd zijn - vrezen

bekommering – angst, bekommernis, bezordheid, kommer, ongerustheid, onrust, preoccupatiew, zorg

bekommernis - onrust, zorg

bekomst   verzadiging

bekonkelen - bekokstoven

bekoorlijk – aanbiddelijk, aanlokkend, aanlokkelijk, aanminnig, aantrekkelijk, aanvallig, ardig, bevallig, charmant, delicieus, genoeglijk, gracieus, innemend, leuk, lief, lief(e)lijk, lieftallig, minnelijk, mooi, nogal, prettig, riant, schoon, snoeperig, verlokkelijk

behoorlijk oord   Dorado, elim, Elysee, Elyseum, lusthof, paradijs

bekoorlijk tafereeltje   idylle

bekoorlijk uitziende - riant

bekoorlijk verleidster – Circe, Lorelei, sirene,

bekoorlijke eigenschap - charme

bekoorlijkheid   charme, gratie

bekoorster – verleidster, verlokster

bekopen – betalen, boeten, ontgelden

bekoren – aanlokken, aantrekken, behagen, bevallen, chanteren, charmeren, enchanteren, innemen, lokken, tenteren, verlakken, verleiden, verlokken, verzoeken

bekoring - aantrekking, ban, betovering, temptatie, verleiding, verzoeking

bekorten – afkorten, afsnijden, afzagen, beperken, inkrimpen, inperken, kortermaken

bekorting – aanmerking, beknotting, restrictie

bekostigen – betalen

bekrachten - bezegelen

bekrachtigen – affirmeren, bevestigen, bezegelen, confirmeren, homologeren, promulgeren, ratificeren, sanctioneren, staren, staven, versterken, verzekeren, wettigen

bekrachtigend – bevestigend, canfirmatief

bekrachtiging   affirmatie, bevestiging, bezegeling, corroboratie, goedkeuring, homologatie, obsignatie, promulgatie, ratificatie, ratihabitiesanctie, staving, wettiging

bekrachtiging door een eed –beëdiging

bekrachtiging van een document – overeenkomst, ratificatie, verdrag

bekrachtiging van een pauselijk stuk door een regering – placet

bekrachtiging van een pauselijke afkondiging door een regering - exequatur

bekrimpen – besnoeien, bezuinigen

bekritiseren – afkammen, beoordelen

bekrompen  armelijk, armhartig, (be)nauw(d), begrensd, benepen, beperkt, burgerlijk, dom, duf, eenzijdig, eng, enggeestig, enghartig, geborneerd, halsstarrig,huisbakken, karig, keutelig, klef, kleinburgerlijk, kleingeestig, kleinhartig, kleinmoedig, kleinsteeds, klein(zielig), kortzichtig, krap, krenterig, krap, maltentig, mesquin, nauw, pietluttig, provinciaals, saai, schriel, smal, steil, vernepen

bekrompen burgerlijk iemand – filister, krent, krentenbakker

bekrompen van geest – anghartig

bekrompen van verstand – geborneerd

bekrompenheid – beperktheid, engte, exiguiteit, kleingeestigheid, kortzichtigheid

bekrompen wijsheid - dom


1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   24


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina