Bariloche Pucon 8 19 april



Dovnload 33.99 Kb.
Datum21.08.2016
Grootte33.99 Kb.

Bariloche - Pucon 

8 - 19 april

Die maandagmorgen had ik maar een doel: Die ene fietsenwinkel bezoeken waar ze volgens een andere fietsenverkoper wel "Lowriders" zouden hebben. Ik reed er natuurlijk met mijn fiets naartoe en was al opgelucht dat ik het bordje "abierto" zag. Ik deed mijn probleem uit de doeken en alsof ze het iedere dag deden haalden ze een nieuwe bagagedrager tevoorschijn. Ik moest mijn blijdschap een beetje intomen. Ik kon wel dansen van contentement. De prijs deed er niet meer toe. Ik betaalde 50 dollar maar was blij dat ik de volgende dag verder zou kunnen fietsen en dat was onbetaalbaar. Ik liet er mijn fiets achter omdat ik even geen zin had om die bagagedrager zelf te monteren. Ik begon mij die dag voor te bereiden voor de volgende fietsetappes naar Villa Angostura , San Martin en San Junin de los Andes en Pucon. Ik ging een laatste keer naar de supermarkt en liep een laatste keer door de veel te druk aandoende winkelstraat van Bariloche. `s Avonds nadat ik mijn fiets terug had opgehaald regelde ik nog mijn fietstassen zodat die perfect op mijn nieuwe bagagedrager pasten. Ik was klaar om te vertrekken en moest alleen nog maar mijn bagage pakken.



Die haast onoverkomelijke opdracht, bagage pakken stelde ik uit tot de volgende morgen zodat ik rond het middaguur zou kunnen vertrekken. De avond voor mijn vertrek maakte ik nog kennis met Gabriel en Maria, (hun beider ouders lazen waarschijnlijk meer de bijbel dan de krant) een koppel uit Buenos Aires. Gabriel lokte mij uit mijn tuinhuisje door me een wijntje en een Frans broodje aan te bieden. Ze waren even op vakantie in Bariloche en na een langdurig gesprek bood Gabriel me aan om bij aankomst in Buenos Aires hem op te bellen zodat ik mijn laatste nachten voor mijn terugvlucht bij hem zou kunnen slapen. Hij beloofde me om samen uit te gaan en de beste bars en restaurants van Buenos Aires te bezoeken. Ik had meteen een goedkoop onderdak gevonden en beloofde hem dat ik zou bellen. Na mijn laatste nachtje in het tuintje van omaatje begon ik mijn fietstassen te pakken. Er lag nog zoveel op de tafel en mijn tassen leken al zo vol. Maar uiteindelijk vond ik voor alles een plaatsje en zelfs mijn nieuwe rugzak kon ik achteraan ergens vastbinden. Ik begon mij om te kleden toen ik merkte dat ik mijn wielerschoenen nog niet was tegengekomen. Ze zaten nergens in mijn tassen en waren nergens te bespeuren. Misschien lagen ze nog in de garage maar ook dat leek me onwaarschijnlijk. Het was sedert de camino austral geleden dat ik nog eens fietste en ik begon te vrezen dat mijn schoenen ergens in Chaiten of Puerto Montt zijn achtergebleven. Na een kleine zoektocht in de garage was ik ervan overtuigd dat ik voortaan met sandalen of met wandelschoenen zou moeten fietsen. Zo erg vond ik het nu ook weer niet. Mijn schoenen waren toch bijna goed voor verassing. Alleen ben ik ze anderhalve maand te vroeg verloren.

Met wandelschoenen dus liet ik Bariloche achter me. Na zo`n twee weken van uitstekend weer had ik de pech dat ik samen met de regendruppeltjes buiten kwam. De eerste kilometers waren vrij saai. Ik moest een ommetje maken om uiteindelijk langs de oevers van de "Lago Nahuel Huapi" verder naar "Angostura" te kunnen fietsen. Nog een paar keer zag ik de "Cerro Caedral" en de "Tronador" aan de andere kant van het meer maar die momenten van opklaringen en verreikende zichten waren eerder een uitzondering. Nog voor "Villa Angostura" hield ik het voor bekeken. Ik kampeerde als enige gast op een godverlaten  camping. Tegen de eigenaar zei ik dat ik niet extra wou betalen voor een douche omdat ik nog maar net een douche had genomen. "Maar je kunt ook een douche nemen zonder te betalen, iedereen doet dat hier" was zijn oplossing. Goed dan maar. Ik nam een douche zonder te betalen en spaarde weer een peso. Ik sliep die nacht in een bosje aan de oever van het grote meer en de zon had `s ochtend moeite om mijn kampeerplaatsje te verwarmen. Ook nadat ik op de fiets zat had ik het in de schaduw behoorlijk koud. Mijn handschoenen zaten te diep in mijn tassen maar kon ze toen wel goed gebruiken. Rond het middaguur kwam ik in Villa La Angostura aan  en reed naar de supermarkt om vers brood te kopen. Ik zag op een muurtje Anita zitten. Ik had Anita en Jochen leren kennen toen we samen in hetzelfde hostal in Coyhaique verbleven. Ze was een beetje verrast toen ze me zag aan komen fietsen maar moest uiteindelijk alles weten. Waar ik sedert Coyhaique nog was geweest en wat mijn verdere plannen waren. Jochen, die ik tussen de pastas en de soepjes in de supermarkt verraste vertelde me dat ze ook op weg waren naar Pucon en er meer dan waarschijnlijk de vulkaan Villarica willen beklimmen. We fietsten nadien nog een paar kilometer samen maar toen ze vertelden dat ze drie dagen uittrokken om van Angostura naar San Martin te fietsen moest ik toch even slikken. Ik wou de volgende dag al in San Martin aankomen en had al niet veel zin meer om met hen te fietsen. We spraken af om elkaar in Pucon of Villarica op te zoeken toen ik ze na een kleine nijdige tempoversnelling achter liet. Ik denk dat Jochen graag had meegefietst met mij maar Anita had teveel problemen met de knieën en dat was trouwens de reden waarom ze het rustig aan deden. Nadat ik de oevers van het meer verliet en de onverharde weg opdraaide waande ik me meteen terug in de tijd. Het was alsof ik langs de Camino Austral in Chili reed. Door mooie bossen en van het ene meertje naar het andere. Dit traject heet niet voor niets: "Camino de los siete lagos". De zon was al over haar hoogste punt van de dag heen maar gaf voldoende warmte om in korte broek en met sandalen verder te fietsen. Het was zo`n drie maanden geleden, toen ik Chiloe bezocht dat ik nog eens in kort broek fietste. Al mijn ritjes in Patagonie deed ik met allesbedekkende kledij en kon nu eindelijk mijn armen en benen door de zon wat laten bijkleuren. Ik zag onderweg heel wat leuke kampeerplaatsje en begon al uit te zien naar de avond om mijn tentje op te zetten langs de oevers van een meertje of kabbelend beekje. Ik zag al heel wat bordjes die het wildkamperen moesten tegengaan maar zag minstens evenveel verlaten niet officiële kampeerplaatsen. Rond vijf uur had ik er genoeg van, het begon te snel af te koelen en wou nog wat kilometers overlaten om de volgende dag te fietsen. San Martin moest dan nog zo´n 55 km fietsen zijn. Ik vond een mooi plaatsje in een open weide waar volgens mijn schatting nog anderhalf uur zonlicht zou op vallen vooraleer de zon achter de bergen verdween. Na mijn potje deegwaren zag ik nog een kudde koeien voorbij-wandelen die door wat honden en ruiters de weg werden gewezen. Een simpele "Hola" en ik wist meteen dat ik toestemming had om daar te kamperen. Die nacht koelde het nogal snel af zodat ik  ´s nachts iets warmers moest aantrekken. Maar toen ik in de vroege ochtend even uit mijn tent moest voor een plasje zag ik dat alles bevroren was. Het water in mijn drinkfles in de tent was ijs geworden en het tentzeil zag wit van de aangevroren vochtigheid. Buiten zag ik onder het felle licht van een bijna volle maan dat alles wit was. Mijn fiets, de weide, de bomen rondom. Op het thermometertje aan mijn fiets zag ik dat het kwik (eigenlijk was het alcohol) dichter bij de min tien dan bij de min vijf gezakt was. Koud dus! Maar in mijn slaapzak had ik het warm genoeg om verder te slapen tot diep in de morgen, voormiddag. Ik begon mijn ontbijt met twee truien en rillende billen maar zag een beetje verder al zon op een bergflank. Nog geen kwartier later was de grens van schaduw en zonneschijn tot tegen mijn tentje opgeschoven en zag ik aan paar zonnestraaltjes van over de bergen schijnen. Alles was zo anders eens de zon erover scheen. Ik kreeg het behoorlijk warm, deed een trui uit en zag wat later dampen van mijn tent en fiets opstijgen. Het deed goed om na zo´n ijskoude nacht de zon te voelen en gewoon zelf wat op te warmen terwijl je alles van wit terug naar groen ziet kleuren. Het was er zo aangenaam en San Martin, mijn volgende bestemming was maar een goeie 50 kilometer meer fietsen zodat ik net niet voor het middaguur klaar was met pakken en terug begon te fietsen. Ik startte meteen in korte broek en deed even later ook die trui met lange mouwen uit. Het was een dagje van uitersten. ´s Nachts vroor het behoorlijk hard en overdag fietste ik alsof het zomer was. Ik reed verder van het ene meer naar het andere en bereikte veel vroeger dan verwacht een stuk geasfalteerde weg. Ik reed van de ene "mirador" naar de andere. Allemaal boden ze uitzicht op een meertje of watervalletje. Bij een van die miradors zag ik een man naar mij komen. Ik reed wat verder en hij bleef me maar achtervolgen. Ik had eigenlijk geen zin om weeral dezelfde vragen te beantwoorden maar uiteindelijk stond hij voor me en vroeg nogal kortaf vanwaar ik afkomstig was. Even snedig zei ik;"Belgica". "Aaahh, Eddy Merxks, bla bla ba". "Eddy" was zowat het enige wat hij van België kende en hij bleek nogal een wielerliefhebber te zijn. Ik moest met hem op de foto omdat ik van het land van Eddy was. Het land van ooit...  Bij een volgende mirador bleek er aanvankelijk niets te zien maar het informatiebordje maakte me duidelijk dat het water van dat beekje die daar splitste aan de linkerkant naar de Atlantische oceaan vloeit en het water aan de rechterkant naar de Stille oceaan. Ik moest meteen denken aan die twee waterdruppeltjes die samen de berghelling afrollen en dikke vriendje geworden zijn. Het ene waterdruppeltje zag niet dat er een belangrijke splitsing van de beek was en dus niet zoals de vorige splitsingen die altijd weer samen kwamen. Andere druppeltjes vragen hem; "Ook op weg naar de pacifico ? Voor de Atlantico moest je linksaf, je wist dat toch hé?" Uiteindelijk bleek dat de twee goed bevriende waterdruppeltjes elkaar nooit meer hebben ontmoet omdat ze beiden een andere waterweg kozen.  Geloof me, er spelen zich daar drama´s af in die beek. Na nog een vrij lange bergaf en een  paar kilometers langs het meer kwam ik in San Martin de los Andes aan en ging meteen op zoek naar een camping. Mijn avond werd nog druk met het verkennen van het kleine stadje en internetten. Ik was immers die dag weer "nonkel" geworden. Die avond had ik er spijt van dat ik op een camping kampeerde. Ik betaalde 5 dollar voor heel wat nachtlawaai. Heel wat Argentijnen waren tijdens de "Semana Santa" op vakantie en profiteerden met hun kampeeruitrusting blijkbaar van de laatste warme dagen van het jaar. Vooral die drie jongens met hun tjingeltjangelmuziek werkten het meeste op mijn zenuwen. En lang nadat ik ging slapen kwam er nog een bestelwagentje toe dat op enkele meter van mijn tent halt hield en ook die toeristen maakten nogal wat lawaai tijdens het opzetten van hun tent. ´s Morgens had ik gezien dat hun tent binnenstebuiten was opgezet en lachte ik in mijn vuistje. Maar voor die vijf dollar had ik een douche genomen die aan warm water alleen al misschien tien dollar kost. De volgende morgen reed ik verder naar San Junin de los Andes zo´n veertig kilometer verder langs een drukke weg. Ik reed van west naar oostelijk richting, weg van de bergen dus en zag het landschap geleidelijk aan veranderen in een ruta 40- landschap maar dan met veel minder wind. Het kon mij niet echt boeien en wou zo snel mogelijk terug naar het oosten om in de bergen te gaan fietsen. In een supermarktje in San Junin had ik nog een babbel met een bejaarde Amerikaan die van Ushuaia kwam gefietst en die in zijn rijkelijke leven al drie keer de ruta 40 had afgefietst. Het oorspronkelijke uitwisselen van verhalen en ervaringen bleek al gauw een spelletje overtroeven en ik kreeg het plots nogal koud en moest verder fietsen. Als Amerikaan was hij natuurlijk de beste en omdat hij nog voor geen inch de bus nam verdient hij een eervolle vermelding in ´s lands wielergeschiedenisboeken. "Ouwe stoefer". Na San Junin kon ik op een veel kalmere weg verder fietsen en merkte dat mijn wegenkaart niet klopte met het eigenlijke wegennet. Een paar op de bus wachtende Argentijnen bevestigden dat ik op weg was naar de "Paso Tromen" en Chili. Ik volgde een rivier stroomopwaarts en had dus helemaal geen moeite om een geschikt kampeerplaatsje te vinden. Ik sloeg mijn tent op in een "Zona de Pesca" en kreeg later nog het gezelschap van een paar vliegvissers. Ik zag ze met hun rubberlaarzen tot boven hun navel in het water staan maar zag ze nooit vis bovenhalen. Als ik vis was zou ik ook niet bijten voor zo´n stelletje dikbuikige avonturiers. Van de wind die ´s avonds was opgekomen was ´s morgens helemaal geen sprake meer maar ik had des te meer last van de zanderige ondergrond van het erbarmelijke wegdek. Ik zou tijdens mijn laatste (voorlopig toch) dag in Argentinië naar de Paso Tromen fietsen die aan de voet van de vulkaan Lañin ligt. De pas is volgens de kaart zo´n 1200 meter maar die morgen toen de pas volgens mijn fietscomputertje helemaal niet ver meer kan zijn, klom de weg nauwelijks. Ik dacht dat ik nog een foutje had ontdekt op mijn wegenkaart. Ik reed opnieuw het nationaal park "Lañin" binnen en enkele kilometers verder kon ik in de rij aanschijven voor een Argentijnse "Salida" stempel. Tussen de Argentijnse en Chileense grenspost kneep ik een paar keer flink aan de remmen. Het was al de ganse dag wat bewolkt en die vulkaan, de Lañin die ik al vanop de "Cerro Lopez" nabij Bariloche kon zien had ik die dag nog geen glimp opgevangen. Nochtans lag die berg op een paar kilometer van de weg verwijderd en passeerde ik eerder de "camino al refugio Lañin" Die vulkaan bleef de ganse dag verborgen in een wolkendek. Maar toen het plots opklaarde en ik de vulkaan voor mij zag opdoemen moest ik even stoppen. Het was net alsof er iemand het gordijn van het venster met uitzicht op de Lañin open deed en ik de Lañin plots in al zijn glorie kon bewonderen. Een perfecte kegel met een besneeuwde top van 3900 meter. Mijn bedoeling was om de Lañin te beklimmen maar al gauw bleek dat daarvoor heel wat specifieke uitrusting nodig was om over het ijs en de gletsjers te klimmen. Ik liet mijn plan voor wat het was maar was wel vastbesloten om later de vulkaan "Villarica" te beklimmen. Na vijftien kilometer kwam ik aan in "Puesco", de Chileense grenspost. Ik was helemaal vergeten dat bij het binnenkomen van Chili heel wat producten zoals zuivel, verse groenten en fruit de grens niet over mogen. Ik verklaarde eerst dat ik niets bij had die de grens niet over mocht maar toen ik een van de douaniers zag zoeken in een auto en er een blok kaas uit tevoorschijn toverde, kon ik nog net een ander briefje weggrabbelen en verklaarde voor alle zekerheid maar wat ik bij had. Ik wou geen problemen om een stuk kaas of een pakje boter. Ik had al een paar keer Chili binnengefietst maar deze keer werden al mijn fietstassen grondig onderzocht. Mijn brood mocht ik meenemen maar al mijn kaas, zelfs ongeopende verpakkingen en groenten moest ik ofwel achterlaten ofwel ter plaatse consumeren. Ik maakte mezelf dan maar een broodje met mijn avocado´s en ajuin, deed er nog een flinke plak kaas bij en moest duwen om mijn brood binnen te werken. Hetgeen ik niet op kreeg gaf ik aan een van de geüniformeerde  douanebeambten. "Wil je dit niet meer opeten?" vroeg hij. Ik zei nogal ondeugend:"Nee, dat doen jullie vanavond wel". Ik was er bijna van overtuigd dat ze al hun kostbare vondsten mee naar huis namen en zelf opaten. Een beetje geprikkeld toonde hij wat er gebeurde met in beslag genomen voedsel. Deurtje open en hup, een grote oven in die lekker aan het smeulen was. Ook de banden van mijn fiets werden ontsmet en na een veel te lange controle aan de Chileense grens moest ik om verder te kunnen fietsen net als de auto´s nog door een speciaal bad met een ander ontsmettend middel rijden. Ze zijn op hun hoede die Chilenen voor ongedierte die van Argentinië komt. Maar eens voorbij de grens merkte ik dat ik wel degelijk een pas was overgestoken. Ik moest meer remmen dan stampen. Ik volgde een beekje, riviertje stroomafwaarts en begon al uit te kijken naar een kampeerplaatsje. Door het tijdsverschil tussen Chili en Argentinië moest ik nu rond vijf uur op zoek gaan naar een kampeerplaats. Ik vond geen geschikt plaatsje en al heel wat mooie grasveldjes langs de oever van de rivier waren al bebouwd of met prikkeldraad afgezet. Maar net toen ik bijna de moed opgaf en naar een willekeurig huis wou fietsen zag ik aan de overkant een camping. Ik zag niemand om aan te betalen en ging daar ook niet naar op zoek. Wat jongeren kwamen ´s avonds samen om een partijtje te voetballen op het lege kampeerterrein maar voor de rest had ik geen bezoekers maar een rustige avond op een kampeerplaats die helemaal voor mij alleen was. Voor mijn ontbijt had ik geen kaas meer. Dan maar een extra laag confituur om dat bijna droge brood met smaak te kunnen eten. Ik wist dat ik niet zover meer van Pucon was en dat ik vermoedelijk in een paar uur fietsen zou aankomen. Ik nam dus alle tijd om te ontbijten en om van mijn ochtend te genieten. Ik kon ook de vulkaan Villarica zien en kon zo ongeveer inschatten waar Pucon lag, aan de voet van de vulkaan. De laatste dertig kilometer naar Pucon reed ik in tijdrittempo en -houding. Alles zat mee. De wind, het wegdek en het hellingspercentage. Toen ik in de hoofdstraat in Pucon aankwam zag ik bijna enkel reisbureau´s die een gans pakket van avontuurlijke activiteiten aanboden. Uiteraard was de beklimming van de Villarica een topper. Maar voor ik me door een van de reisbureautjes liet overhalen zocht ik naar een goedkoop hostalletje en nam een flinke douche. Het was al weer een hele tijd geleden dat ik een bed sliep want in Argentinië sliep ik altijd in een tent. Ik vond een kamertje in de tuin van Eliana die net als mijn omaatje in Bariloche haar pensioentje met de verhuur van kamers wat wou aandikken. De rest van de middag ging ik op verkenning door het toeristische stadje Pucon waar ik eigenlijk geen ganse namiddag voor nodig had. Pucon is ocharme maar een paar straten groot waar je dus na een uurtje doorheen bent. Mijn vuile was moest ik bijhouden want op Pasen waren er maar bitterweinig wassalons open. Eigenlijk vond ik er geen enkele die open was en Eliana had dus ongelijk. De volgende dag ging ik eens werk maken van mijn beklimming van de vulkaan. I! k ging op zoek naar het goedkoopste aanbod en besloot om met Trancura voor 17000 pesos de beklimming van de Villarica te maken. Mijn bedoeling was om na de beklimming van de Villarica meteen een trektocht te maken rond de vulkaan en misschien verder te trekken naar de voet van de Lañin. Die twee trektochten kunnen volgens de Lonely Planet gecombineerd worden tot een zes a achtdaagse tocht. Ik had mijn ticket voor de Villarica op zak en een paar uur later stond ook mijn rugzak klaar om zeven dagen er op uit te trekken. Ik had geen kompaan gevonden om mee op trektocht te gaan en mijn rugzak was dus nogal zwaar. Ik moest alles zelf dragen. De volgende morgen zat ik als eerste te wachten voor de gesloten deuren van "Trancura" en even later kreeg ik het gezelschap van drie Duitsers en een jonge meid uit Santiago. In het bureau van Trancura werd de uitrusting voor de beklimming verdeeld en gepast. Speciale schoenen met stijgijzers, een pikkel, broek en jas, een rugzak, handschoenen en zelfs een gasmasker. Een minibusje die op de hobbelige weg naar de refugio Villarica bijna uit elkaar viel bracht ons meteen 16 kilometer verder tot op een paar uur wandelen van de top van de vulkaan. De vorige dag toen ik mijn beklimming betaalde stond de verkoopster in radioverbinding met de gids en vertelde ze me dat de refugio Villarica in brand stond. Toen ik de dag er na zelf passeerde zag ik een skelet van steen en staal met daartussen zwartgeblakerde restanten van wat ooit een rufugio moest geweest zijn. Er steeg nog heel wat rook op en hier en daar zag ik nog wat vlammetjes tussen de brokstukken. De refugio was ook het eindpunt van een zetellift. Ik zag dat door de brand ook die installatie vernield was en dat de kabel van de lift geknapt was. De slappe kabel hing gewoon over de grond en over de weg waar we net met het busje over reden.  We hadden voor die prijs nog een attractie bijgekregen en moesten slalommen tussen de kabels. Onze gids reed met zijn busje zo ver mogelijk de berg op. En daar waar de banden slipten en hij geen centimeter meer vooruit geraakte stapten we uit en begonnen aan de eerste etappe van onze beklimming. We liepen helemaal niet alleen. Heel wat andere organisaties waren ook al aangekomen en namen ook heel wat toeristen mee naar de top. Onze gids, Rodrigo vertelde me dat in de zomer Trancura alleen al zo`n zestig mensen per dag naar de top brengt. De Villarica is dus echt wel een kassa kassa kaskraker voor het toerisme in Pucon. Al heel gauw bleek dat onze Susanna uit Santiago het tempo van drie Duitsers en een Belg niet kon volgen en aan de eerste halte werd ze overgedragen aan een andere groep. Voor de eerste rustpauze stopten we aan het einde van een verouderde zetellift. Er waren nog heel wat andere liften maar allemaal boden ze een verouderde aanblik. Ze kunnen wellicht een mooi beeld geven van de skistations in de Alpen twintig jaar terug. Daarna wandelden we gedurende een driekwartier mooi achter elkaar tot de sneeuwgrens. Rodrigo demonstreerde hoe we die pikkel moesten hanteren in geval van een slippartij. De sneeuw was zacht genoeg en die stijgijzers hadden we eigenlijk niet nodig. We moesten mooie achter elkaar wandelen maar ik wou ze snel mogelijk naar de krater. Ik wou wel sneller wandelen maar mocht jammergenoeg niet. Het zicht was tijdens de beklimming gewoonweg schitterend, en ik keek met spanning uit naar het moment dat vanaf de top een zicht van 360 graden zou hebben. Tijdens een laatste rustpauze vertelde Rodrigo dat de top maar 15 minuten meer wandelen was. Ik vroeg me af waarom we dan eigenlijk rustten en stelde voor om meteen weer te vertrekken. Ik kreeg er toch alleen maar koud. Na nog een laatste klim over lavagesteenten bereikten we eindelijk de top. We deden er in totaal zo`n drie uur over. Ik kon de vulkaangassen al ruiken en liep met een ontembare nieuwsgierigheid verder naar de rand van de krater. Whaaaw. Ik zag aanvankelijk geen lava maar was toch al onder de indruk van de rode, groen en gele gesteenten in de krater en van de talloze gasontsnappingen. Ik daalde wat af in de krater om een nog beter zicht te krijgen in die diepe put waar volgens de gids lava te zien was. Ik was iets te enthousiast en zonder dat ik even uitrustte en op adem kwam van de beklimming raakte ik in die krater meteen in ademnood. De talloze gasontsnappingen ontnamen me alle zuurstof en ik moest noodgedwongen terugkeren naar de rand van de krater en er met mijn snoet in de wind gaan staan om verse lucht op te zuigen. Mijn longen piepten al als een versleten kettingroker en de fluimen spoog ik per kilo uit. Nadat ik even was bekomen waagde ik opnieuw een wandeling rond de krater. Deze keer wandelde ik echt op de rand van de krater en kon zo indien nodig genoeg verse lucht inademen. Een paar keer werd ik opgeschrikt door luide explosies en dacht dat er lava naar boven zou komen. Jammergenoeg waren het telkens gasontsnappingen die zoveel lawaai maakten. Ik probeerde nog eens om wat af te dalen in de krater en gebruikte mijn gasmasker maar ik bedacht dat zo`n masker al niet veel kan helpen als er al gewoon niet genoeg zuurstof in de lucht zit. Misschien hielp het een beetje om die schadelijke, naar zwavel ruikende gassen tegen te houden. Rodrigo vertelde me de namen van alle gassen die er ontsnapten maar ik herinner me alleen maar "toxisch" Het deed er me niet wat de wetenschappelijke naam was van die gassen maar de ze schadelijk waren heb ik wel degelijk ondervonden. De Villarica zou ik niet elke dag willen beklimmen zoals de gidsen. Hun longen moeten er erger aan toe zijn dan die van een kettingroker. Aan de andere kant van de krater kon ik uiteindelijk ook een glimp opvangen van de roodgloeiende lava diep in de binnenste krater. Die dag was de vulkaan "kalm" vertelde Rodrigo ons maar ik was toch onder de indruk. Ook het zicht vanop de vulkaan was ongeëvenaard, gewoonweg buitengewoon. Ik zag rondom mij alle toppen van het Lake District van Chili en Argentinië. De Osorno was maar een heel klein meer maar de Lañin die ik tijdens de beklimming niet kon zien leek maar een steenworp van de Villarica te liggen. Dat de Lañin nog eens 1000 meter hoger was leek vanaf de Villarica zo onwaarschijnlijk. In het noorden zag ik de Laima en nog heel wat meren. Het zicht was niet klaar genoeg om de Stille Oceaan te zien, die zo`n 80 kilometer verder gelegen was. Maar alle bergen in de buurt leken in een nevelen kleedje gehuld. Een flinterdun mistgordijn omhulde de flanken van de bergen met een vleugje mystiek en enkel de hoogste toppen priemden de staalblauwe hemel  in. Ik had er wat langer willen blijven temeer omdat we als eersten van de dag op de top waren aangekomen. Maar onze gids wou blijkbaar nog iets aan zijn middag hebben en besloot om na een halfuurtje "lavaspotting" terug te keren. Voor de afdaling kozen we een andere weg en al gauw bleek waarom. Ik zag een soort glijbaan in de sneeuw en Rodrigo demonstreerde hoe je met de speciale broek van Trancura kon glijden. Met die pikkel in de hoogte, met de voeten vooruit en hup, op mijn zitvlak gleed ik de berg af. Soms dacht ik dat ik in een bobbaan zat. Die glijbaan leek soms wel echte bobbaan die zo diep in de sneeuw was uitgehold zodat je in de bochten door de snelheid over de zijkant van de glijbaan gleed. Soms ging het iets te snel en moest er wat bijgeremd worden met de hielen of met onze pikkel. Maar dat het dolle pret was hoop ik met mijn dia’s te kunnen bewijzen. Veel sneller dan verwacht stonden we beneden het sneeuwveld en moesten nog wat afdalen over de zanderige lavahellingen. Maar door het mulle zand afdalen ging zo makkelijk en was helemaal niet belastend voor de knieën. Als eersten stonden we die dag op de top en als eersten waren we rond drie uur terug aan het minibusje. De drie Duitsers keerden terug met Rodrigo naar Pucon en ik nam mijn zwaar bepakte rugzak uit het busje en ging meteen op zoek naar een kampeerplaatsje om de volgende dag op trektocht te vertrekken. Achter het huis van de arbeiders van het skicentrum die het ganse jaar instaan voor het onderhoud van de skiliften en de wegen in het skicentrum vond ik een vlak stukje grond en sloeg er al vrij vroeg mijn tent op. Ik had toen eigenlijk al een beetje willen wandelen maar omwille van het gebrek aan water tijdens de eerste etappe van de trektocht leek het me beter om geen risico`s te nemen en de rest van de middag daar te blijven. Ik kon mijn drinkflessen vullen met "Vulkaanwater" in de keuken van die arbeiders en maakte een praatje met een van hen. Hij vertelde me over de brand van de vorige dag en relativeerde het ganse gebeuren. Het was al de tweede keer dat de refugio in de fik stond en telkens verschijnt er in twee maanden een volledig nieuwe refugio. Dat de eigenaar van het skicentrum, die tevens eigenaar is van het duurste hotel in Pucon en Temuco zich verrijkt met drugshandel is hier door iedereen geweten. De mensen in Pucon hebber dan ook helemaal geen medelijden mee dat de refugio weeral tot as is herleidt. Ik denk dat ze er zelfs "hun kot in hebben". Ik genoot voor de rest van de namiddag van het uitzicht over de vallei en het Villarica meer en speurde met mijn verrekijkertje de berghelling af op zoek naar late afdalers, las wat in mijn boek en bestudeerde het parcours voor de volgende dag. Toen de bewolking `s avonds samen met de duisternis kwam opzetten dook ik in mijn tent. Ik hoorde `s avonds nog heel wat natuurelementen tekeer gaan. Vooral dat geroffel van de bergen deed me allerlei rampverhalen verzinnen. Ik vroeg me af wat ik zou doen in geval van een plotse uitbarsting van de Villarica. Blijven en foto`s nemen of  zo snel mogelijk terug naar Pucon keren. Ik kon er geen antwoord op geven. Het zou allemaal wel afhangen van de ernst van de situatie. Het had geen zin om me daarover zorgen te maken. Maar het lawaai die ik van de vulkaan (of was het de gletsjer van de vulkaan) kon horen hield me iets langer wakker dan dat de bedoeling was. Later in de nacht hoorde ik de regen op mijn tentzeil vallen. Eerst heel zachtjes motregen maar tegen de ochtend hoorde ik heuse buien neerpletsen en had uiteraard helemaal geen zin om op te staan.  Maar met mijn volle blaas moest ik wel even uit mijn tent en toen pas merkte ik dat alles in een dichte mistbank verstopt was. Ik kon amper dertig meter zien en begon al te vrezen voor mijn trektocht. Ik dook terug in mijn tent en zonder dat de buien ophielden at ik mijn ontbijt in de tent en besloot om tot de middag te wachten. Als het weer tegen de middag niet beter was zou ik niet eens aan mijn trektocht beginnen. Temeer omdat de eerste etappes over lavavelden en zand lopen en met rechtopstaande houten stokken worden aangegeven. Die eerste stok die ik de dag voordien al had gezien was `s ochtends onzichtbaar. Er zouden wel meerdere stokken zijn die ik niet zou kunnen zien en ik had er helemaal geen zin in om ze allemaal te zoeken en daarbij verloren te lopen. Ook een dagje wachten zag ik niet zitten. Ik keerde dan liever terug naar Pucon om daar wat te wachten in plaats van het skicentrum waar er helemaal niets te beleven valt. Tegen elf uur was er nog helemaal geen verbetering waar te nemen en ik moest eerst mijn moed en dan mijn boeltje samen rapen om terug naar Pucon te keren. Er was uiteraard helemaal geen transport en dat betekende dat ik een wandeling van 16 kilometer voor de boeg had. Oké dan maar. Ik vertrok in de regen aan mijn wandeling bergaf (gelukkig) en na een vijftal kilometer zag ik een auto bergop rijden. Het had geen zin om te gaan liften maar als die auto terugkeerde zou ik hem wel tegenhouden. Een half uurtje later keerde die auto inderdaad terug en kon ik met een grote schoenlepel plaats nemen op de achterbank van een piepklein Opelleke. De rest van de achterbank werd in beslaggenomen door de uitrusting van het zeven maanden oude babytje. Het Argentijnse koppel dat op vakantie was in Chili brachten me terug tot op een paar honderd meter van mijn hostal waar Eliana verrast was om mij al zo vroeg terug te zien. Ze gaf mij veel gelijk om met zo`n schijtweer niet op trektocht te gaan en gaf me meteen dezelfde kamer waar ik mijn fiets en wat spullen achterliet. De rest van de dag bleef het bewolkt en regenachtig en doolde ik wat rond in Pucon. Ook de volgende morgen hoorde ik flinke regenbuien en bleef weer iets langer dan normaal onder de wol. Boven Pucon domineerden de wolken en dat was voor mij wel het teken  om naar andere gebieden te reizen. Ik heb het gevoel dat ik het Lake disrtict wel gezien heb en denk dat ik met de bus terug naar Santiago reis. Vandaar kan ik dan makkelijk naar Valparaiso en Mendoza of Buenos Aires in Argentinie. Ik ga in ieder geval Patagonie nu definitief achter mij laten en zeg vaarwel tegen de Andes.
je hoort het wel 
jeroen

Terug naar main page



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina