Basisfuncties Lokale ondersteuning vrijwilligerswerk en mantelzorg Basisfuncties Lokale ondersteuning vrijwilligerswerk Inhoudsopgave



Dovnload 170.58 Kb.
Pagina1/5
Datum21.08.2016
Grootte170.58 Kb.
  1   2   3   4   5
Basisfuncties
Lokale ondersteuning vrijwilligerswerk en
mantelzorg


Basisfuncties
Lokale ondersteuning vrijwilligerswerk

Inhoudsopgave


1.Waarom basisfuncties? 4

2.Alles op het bordje van de gemeente? 5

3.Oude functies en nieuwe functies, doen we het dunnetjes over? 5

4.Basisfuncties 7

4.1Vertalen maatschappelijke ontwikkelingen 7

4.2Verbinden en makelen 9

4.3Versterken 10

4.4Verbreiden 11

4.5Verankeren 13

Samenhang basisfuncties 14

Informatie 25

Advies en begeleiding 26

Emotionele steun 27

Educatie 27

Praktische hulp 28

Respijtzorg 28

Financiële tegemoetkoming 29

Materiële hulp 29

6Uitgangspunten voor mantelzorgbeleid 30

Bijlage 31




Voorwoord
Er zijn dingen die burgers helemaal zelf doen zonder dat de overheid er aan te pas komt. Het omgekeerde bestaat ook. Binnen deze twee extremen zijn er talrijke mengvormen.

Vrijwilligerswerk is bij uitstek een terrein waar sprake is van spontaniteit en autonomie van de burgers zelf. Dat moet ook zo blijven. Maar het kan geen kwaad als er van de kant van de overheid waardering, steun en soms bescherming wordt geboden aan vrijwilligers en hun organisaties. De manier en de omvang waarmee dit gebeurt is tijdsgebonden; het houdt rekening met omstandigheden en met recente inzichten en ontwikkelingen.

Sinds het Internationaal Jaar van Vrijwilligers (2001) zijn van het ministerie van VWS diverse impulsen uitgegaan, die gemeenten ondersteunden om hieraan vorm te geven. De Commissie Vrijwilligersbeleid gaf een theoretisch kader met handreikingen voor het opstellen van vrijwilligerswerkbeleid en het invullen van de ondersteuning van vrijwilligers en vrijwilligersorganisaties in diverse sectoren. De Tijdelijke Stimuleringsregeling Vrijwilligerswerk (TSV) voegde daar een financiële vergoeding aan toe, waarmee gemeenten in staat werden gesteld een ondersteuningsinfrastructuur in te richten. De Beleidsbrief Vrijwillige Inzet 2005 – 2008 voorzag met name in het verbeteren van de kwaliteit van lokale vrijwillige inzet, onder andere door de werking van het project AVI 130.

Met de komst van de Wmo, is de ondersteuning van vrijwilligerswerk door gemeenten wettelijk vastgelegd. Gemeenten kunnen in hun regiefunctie zelf een keuze maken hoe deze ondersteuning vorm krijgt.

Op 9 oktober 2007 stuurde de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een beleidsbrief over mantelzorg en vrijwilligerswerk ‘Voor elkaar’ naar de Tweede Kamer (Kamerstukken II, 2007-2008, 30 169, nr. 11). In deze brief staan haar ambities op het terrein van onder meer het lokale vrijwilligersbeleid, waaronder het formuleren van een aantal basisfuncties. Deze basisfuncties bieden gemeenten ondersteuning bij het formuleren en uitvoeren van beleid. Wanneer er sec naar de ondersteuning van vrijwilligers en vrijwilligersorganisaties gekeken wordt, doet dat tekort aan de geest van de Wmo van ‘Iedereen moet (kunnen) meedoen’. Daarom is deze handreiking breder dan alleen de invulling van prestatieveld 4 van de Wmo. Ook binnen de andere prestatievelden is een rol voor vrijwilligers en vrijwilligersorganisaties weggelegd. In feite draait dan ook om het bevorderen van actief burgerschap.
Het document is opgebouwd uit een vijftal basisfuncties, eenvoudig te reproduceren kreten, waarmee de verschillende aspecten van het ondersteunen van het (lokale) vrijwilligerswerk worden uitgedrukt.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Vereniging Nederlandse Organisaties Vrijwilligerswerk

Ministerie van VWS



De samenleving is continu in beweging. In beweging door factoren als vergrijzing, ontgroening, migratie en integratie. Ook veranderend overheidsbeleid en nieuwe wetgeving zorgt voor beweging. Denk aan de vermaatschappelijking van de zorg en een terugtredende overheid. We stellen steeds nieuwe eisen aan bijvoorbeeld leefbaarheid en veiligheid. Om deze vraagstukken van nu en de toekomst te kunnen oplossen, moet de samenleving voldoende veerkracht hebben. Het betrekken van burgers en andere stakeholders bij het aanpakken van vraagstukken zorgt voor de juiste veerkracht. Een gezonde civil society is dé basis voor een veerkrachtige lokale samenleving. Want een veerkrachtige samenleving vindt voor iedere nieuwe uitdaging een passende oplossing!

Vier tot vijf miljoen burgers verrichten gezamenlijk zo’n 20 miljoen uur vrijwillige inzet per week. Dat is dus ruim 1 miljard uur of ongeveer 600.000 fulltime arbeidsplaatsen per jaar. Vrijwillige inzet vertegenwoordigt een enorm sociaal, economisch, democratisch en dienstverlenend kapitaal. Kapitaal dat ingezet kan worden om uitdagingen op te pakken. Maar ook kapitaal dat onderhouden moet worden. Vrijwillige inzet is de hefboom om te komen tot een veerkrachtige lokale samenleving waarin zoveel mogelijk burgers - zo niet allen - participeren. Burgers die in vertrouwen samenwerken met anderen en uit vrije wil diensten aan elkaar en derden leveren. Gemeenten zijn op zoek naar wegen om dit lokale kapitaal ofwel de lokale civil society verder te versterken. In dit pleidooi geeft de VNG een aantal richtingen om te komen tot verdere versterking hiervan. Hierbij gaat het niet alleen over hoe gemeenten meer burgers kunnen ondersteunen en verleiden ‘mee te doen’ maar ook om de eigen dienstverlening daar beter op af te stemmen.

De VNG roept kabinet, burgers en andere stakeholders op om de gemeenten te ondersteunen bij het realiseren van een nog veerkrachtiger civil society.

VERENIGING VAN NEDERLANDSE GEMEENTEN

NOVEMBER 2006

Uitgereikt ter gelegenheid van het congres ‘Wat burgers bezielt’ op 2 november 2006 te Den Haag.




  1. Waarom basisfuncties?

De Wmo heeft de regie voor het bevorderen van actief burgerschap bij de gemeenten gelegd. Ook het beleidsprogramma van kabinet Balkenende IV legt de nadruk op het vergroten van de sociale samenhang. Mantelzorg en vrijwilligersbeleid spelen daarbij een belangrijke rol. In haar beleidsbrief Mantelzorg en vrijwilligersbeleid 2008-2011”Voor elkaar” ontvouwt de staatssecretaris van VWS haar doelen op dit terrein. Een van die doelen betreft het ondersteunen van het gemeentelijk beleid. Dit door het bieden van kaders, zoals bedoeld in de beleidsbrief "Voor elkaar". Dit zijn primair handvatten voor de uitvoering en bieden een houvast aan lokale partijen om met elkaar het debat te voeren over de concrete invulling van het Wmo-beleid. Deze beleidsbrief geeft de ambities van de staatssecretaris weer op het terrein van vrijwilligerswerk ook voor wat betreft de basisfuncties.


Doel basisfuncties

De basisfuncties geven gemeenten kaders (zoals bedoeld in de beleidsbrief "Voor elkaar") bij het invullen van het gemeentelijk vrijwilligersbeleid ten behoeve van reflectie en discussie op lokaal niveau.

Wij geloven niet in one size fits all, omdat zoiets niet in de Wmo-filosofie past. We kiezen dus voor maatwerk en niet voor confectie. Maar het is uiteraard wel de bedoeling – om de vergelijking met kleding vol te houden – dat de kleding prettig draagbaar en betaalbaar is, warmte en bescherming biedt, en niet op de laatste plaats qua smaak en stijl beantwoordt aan de eisen van degenen die er in moeten rondlopen.
Lokale invulling

Uitgangspunt is dat elke gemeente een adequaat beleid heeft voor vrijwilligers. Gemeenten hebben wel de ruimte om zelf invulling te geven aan de ondersteuning van vrijwilligers(werk), daarbij ondersteund door de basisfuncties. Gezien de grote diversiteit die er is tussen gemeenten, is een uniform kader voor elke gemeente niet opportuun. Daarom is het goed om als gemeente een keuze te maken op welk niveau de basisfuncties gebruikt worden. De Wmo stimuleert dat er steeds meer op wijk- en buurtniveau verbindingen worden gemaakt tussen personen en partijen. In plattelandsgemeenten is het insteken op het niveau van dorpskernen steeds meer in zwang. Uiteraard zal een bepaalde vorm van ondersteuning voor een hele gemeente moeten gelden. Sommige vraagstukken kunnen nog beter bovenlokaal of regionaal aangepakt worden.

Ook hierin hebben gemeenten ruimte. Wel is het goed om per gemeente weer te geven hoe bijvoorbeeld bovenlokale vraagstukken lokaal ingevuld worden. Per slot van rekening kent elke gemeente haar eigen Wmo-nota en vrijwilligerswerkbeleid.




  1   2   3   4   5


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina