Basiswoordenlijst



Dovnload 3.04 Mb.
Pagina1/22
Datum06.12.2017
Grootte3.04 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   22
BASISWOORDENLIJST

LATIJN


Drs. J. K. L. Babeliowsky

Drs. D. den Hengst

Drs. W. Holtland

Drs. W. van Lakwijk

Drs. J. Th. K. Marcelis

Dr. H. Pinkster

Drs. J. J. L. Smolenaars
Staatsuitgeverij, 's-Gravenhage 1975

ISBN 90 1200872 7


-------------------------------------
www.stilus.nl/woorden
-------------------------------------

Inleiding 2

Samengestelde woorden 5

Basisvocabularium 9

Micro-lexica

Caesar 149

Catullus 154

Cicero 159

Horatius 165

Livius 174

Lucretius 178

Ovidius 182

Sallustius 184

Seneca 189

Tacitus 192

Vergilius 201

Woorden in micro-lexica 205

-------------------------------------


Inleiding
1 . De selektie van het materiaal
a. Het corpus

Bij het samenstellen van een basiswoordenlijst doet zich allereerst het probleem voor van de selektie van het materiaal. In principe is het mogelijk een woordenlijst te maken waarin met alle Latijnse auteurs rekening wordt gehouden, maar het is duidelijk dat een dergelijke lijst een onaanvaardbare omvang zou krijgcn en dat de leerlingen zouden worden belast met een grote hoeveelheid kennis waarvan ze bij hun lektuur geen profijt zouden hebben. Om die reden is deze basiswoordenlijst afgestemd op die Latijnse auteurs die in het Nederlandse onderwijs het meest gelezen worden. Welke auteurs dat zijn, is vastgesteld middels een in 1972 gehouden enquete onder alle bij het VWO werkzame classici.1 Het meest werden de volgende tien auteurs genoemd: Caesar, Cicero (redevoeringen en filosofische werken), Sallustius, Livius, Seneca (brieven), Tacitus, Catullus, Vergilius, Horatius (oden) en Ovidius.

Omdat de indruk bestaat, op grond van een aantal in voorbereiding zijnde en reeds voltooide schooledities, dat Lucretius de laatste jaren steeds meer op de scholen wordt gelezen, is ook deze auteur in het corpus opgenomen.
b. De frequentie

Van deze auteurs behalve Lucretius, voor wie gebruik is gemaakt van J. Paulson Index Lucretianus, Leipzig 1926, zijn de woorden per computer naar frequentie geselekteerd bij het Laboratoire d'Analyse Statistique des Langues Anciennes te Luik. Daarbij is als norm aangehouden dat gemiddeld op elke 100 woorden die bij deze auteurs worden aangetroffen er ten minste 85 in de basiswoordenlijst moeten voorkomen.

Die woorden die bij slechts één auteur zo dikwijls worden aangetroffen dat zij gegeven moeten worden om het vereiste dekkingspercentage te verkrijgen, zijn afzonderlijk gegroepeerd in zogenaamde micro-lexica per auteur. Alle overige woorden zijn bijeengeplaatst in het algemene gedeelte van de basiswoordenlijst.
2. De bewerking van het materiaal
a. De voorbeeldzinnen

Bij de bewerking van het materiaal is niet volstaan met het opgeven van de meest voorkomende betekenis(sen), maar is aan de grote meerderheid van de woorden een voorbeeldzin toegevoegd. Deze voorbeeldzinnen zijn ontleend aan authentieke teksten. De zinnen zijn zoveel mogelijk gekozen uit het werk van de auteurs die tot het corpus behoren.

De overwegingen die hebben geleid tot het opnemen van voorbeeldzinnen zijn deels van taalkundige, deels van didaktische aard.

Wat het taalkundige aspekt betreft, moeten de voorbeelden de leerlingen inzicht geven in de gebruikswijze van de woorden in de zin. Zo zal uit de voorbeelden bij preposities moeten blijken met welke naamval(len) zij verbondcn worden. Bij werkwoorden is het voor de leerling van belang te weten of hij te maken heeft met een eenplaatsig werkwoord (intransitivum), een tweeplaatsig werkwoord (transitivum, koppelwerkwoord) of een drieplaatsig werkwoord (waarbij naast subjekt en objekt nog een derde komponent verplicht is, bijv. adimere alci alqd, afficere alqm alqa re). Verder is aangegeven welke konstruktie (Aci, bijzin ingeleid door ut e.d.) op een bepaald werkwoord pleegt te volgen. Behalve voorbeeldzinnen die dienen als illustratie van de wijze waarop het woord in de zin funktioneert, zijn ook veel voorkomende uitdrukkingen (res adversae, domi militiaeque) en idiomatische wendingen (ubi gentium) vaak als voorbeeld opgenomen.

Didaktisch gezien kunnen de voorbeeldzinnen steun bieden doordat van een kontekst - hoe minimaal ook - een suggestieve werking kan uitgaan ten aanzien van de woordbetekenis. Met name is dat het geval waar een voorbeeld kon worden gevonden waarin woorden van verwante of juist tegengestelde betekenis naast elkaar voorkomen (bijv. frustra ac sine causa aliquid facere, exercitum fundere atque fugare, credo deos immortales sparsisse animos in corpora humana).

Er is verder naar gestreefd de voorbeeldzinnen zo te selekteren dat daarin alleen woorden voorkomen die elders in de woordenlijst terugkeren. Ook door dezelfde voorbeeldzinnen bij verschillende woorden opnieuw te gebruiken is in de woordenlijst bewust een element van herhaling ingebracht.


b. De vertalingen

Het leek noodzakelijk de voorbeeldzinnen vergezeld te doen gaan van vertalingen. De voorbeelden hebben, zoals gezegd, de taak de wijze waarop de woorden in zinsverband funktioneren te illustreren en behoeven niet tevens als vertaaloefening te dienen.

Bij de vertaling is ernaar gestreefd verzorgd, hedendaags Nederlands te bezigen. Te dikwijls wordt in woordenlijsten en beginleergangen een Nederlands aangetroffen dat met de moderne omgangstaal weinig overeenkomst vertoont.

Voor een groot deel van de Latijnse woorden biedt het Nederlands geen equivalent. In die gevallen is er niet naar gestreefd de leerlingen een reeks vertaalrecepten te geven, maar alleen de onmisbare grondbetekenissen. Uit de vertaling van de voorbeeldzinnen kan dan blijken hoe in een bepaalde kontekst een van de grondbetekenis afgeleide weergave moet worden gezocht. De konstatering dat de Nederlandse vertaling in bouw sterk afwijkt van het Latijnse voorbeeld zal de leerling ertoe dwingen langer na te denken over de manier waarop de mededeling in het Latijn is uitgedrukt dan wanneer hij gekonfronteerd wordt met een mot-à-mot vertaling. In veel gevallen zal de leraar of de leerling in staat zijn een andere, evenzeer acceptabele, vertaling van het voorbeeld te geven. Een en ander zal hopelijk de neiging van veel leerlingen tegengaan om woord voor woord Nederlandse "equivalenten" achter elkaar te plaatsen om vervolgens te zien hoe daarvan een Nederlandse zin kan worden gemaakt, en ertoe bijdragen dat zij eerst proberen de zin als geheel te begrijpen om daarna de daarin vervatte mededeling in korrekt Nederlands weer te geven.


3. Suggesties met betrekking tot het gebruik van de basiswoordenlijst

De term basiswoordenlijst moet niet in die zin opgevat worden dat al in het beginonderwijs deze lijst aan de leerlingen zou moeten of kunnen worden voorgelegd. De grote hoeveelheid woorden en de moeilijkheidsgraad van de syntaktische verschijnselen die in de voorbeelden terloops aan de orde komen, zouden ontmoedigend werken. Wel verdient het aanbeveling om al tijdens het beginonderwijs aan de hand van de basiswoordenlijst na te gaan welke woorden in de beginleergang wel en welke niet noodzakelijkerwijs gekend moeten worden om bij de lektuur van authentieke teksten een degelijke lexikale ondergrond te hebben.

Wanneer de leerlingen authentieke teksten gaan lezen, kan de basiswoordenlijst dienen als woordenboekje waarop de leraar in zijn annotatie kan voortbouwen.

Iedere leraar zal voor zichzelf moeten beslissen of hij de woordenlijst door zijn leerlingen wil laten memoriseren. Als men daartoe besluit, verdient het aanbeveling niet voor de vijfde klas tot memoriseren over te gaan. De leerling heeft dan en door de woordenkennis opgedaan bij de beginleergang en door het gebruik dat hij van de lijst heeft gemaakt bij de eerste lektuur een gunstige uitgangspositie.

Ook voor het eindonderwijs geldt dat het de leraar, c.q. de toekomstige vervaardiger van geannoteerde tekstedities, een aanzienlijke tijdsbesparing kan opleveren wanneer hij in zijn annotatie onvermeld kan laten wat in de basiswoordenlijst gegeven is.

Wij zijn dank verschuldigd aan de heren drs. H. Chr. Albertz, dr. A. J. Kleywegt, dr. P. G. van der Nat en drs. S. van Oorde voor de kritische opmerkingen die wij van hen mochten ontvangen. Op- en aanmerkingen van gebruikers, waarvoor wij ons aanbevolen houden, kunnen worden toegezonden aan het bureau van de CML klassieke talen, Hinthamereinde 721, 's-Hertogenbosch.


Drs. J. K. L. Babeliowsky

Drs. D. den Hengst

Drs. W. Holtland

Drs. W. A. van Lakwijk

Drs. J. Th. K. Marcelis

Dr. H. Pinkster

Drs. J. J. L. Smolenaars
Samengestelde woorden
Veel Latijnse woorden zijn gevormd door toevoeging van voorvoegsels (prefixen) of achtervoegsels (suffixen) aan andere woorden of stammen van woorden. In de regel is de betekenis van dergelijke samengestelde woorden gemakkelijk af te leiden. Wanneer dat inderdaad het geval is, zijn deze woorden niet in de basiswoordenlijst opgenomen.
Substantiva
Van adiectiva kunnen substantiva worden gevormd door de suffixen  tas,  ia of  tia en  tudo.
Voorbeelden:
liber vrij libertas, atis vrijheid

celer, is snel celeritas, atis snelheid

verus waar veritas, atis waarheid
ignavus laf ignavia lafheid

potens, tis machtig potentia macht

tristis bedroefd tristitia bedroefdheid
pulcher mooi pulchritudo, inis schoonheid

longus lang longitudo, inis lengte

magnus groot magnitudo, inis grootte
Ook van werkwoorden worden substantiva gevormd, door de uitgang  um van het supinum te vervangen door  io of  tor.
Voorbeelden:
accusare aanklagen accusatio, ionis aanklacht

(sup.: accusatum)

dominari overheersen dominatio, ionis overheersing



(sup.: dominatum)

prodere verraden proditio, ionis verraad



(sup.: proditum)
accusare aanklagen accusator, is aanklager

(sup.: accusatum)

gubernare besturen gubernator, is stuurman



(sup.: gubernatum)

scribere schrijven scriptor, is schrijver



(sup.: scriptum)
Adiectiva
Het prefix in  geeft aan een adiectivum een betekenis die tegengesteld is aan die van het grondwoord (vgl. het nederlandse on ).
Voorbeelden:
dignus waardig indignus onwaardig

firmus sterk infirmus zwak

mortalis sterfelijk immortalis onsterfelijk
In het laatste voorbeeld is te zien hoe de laatste letter van het prefix invloed ondergaat van de eerste letter van het grondwoord. Dit verschijnsel (assimilatie) doet zich bij samenstelling met prefixen heel dikwijls voor.

Het prefix dis  geeft een betekenisverandering die veel lijkt op wat we hierboven bij in  zagen.


Voorbeelden:
similis gelijk dissimilis ongelijk

facilis makkelijk difficilis moeilijk


In het laatste voorbeeld is te zien dat er assimilatie optreedt, maar ook dat de klinker   a   van het grondwoord facilis verandert in   i  . Dergelijke klinkerwisselingen doen zich bij samenstelling dikwijls voor.

Van werkwoorden kunnen adiectiva worden afgeleid met behulp van de suffixen  bilis en  ax.


Voorbeelden
amare beminnen amabilis beminnelijk

horrēre huiveren horribilis huiveringwekkend

mirari bewonderen mirabilis bewonderenswaardig

audēre durven audax, acis (over)moedig

fugere vluchten fugax, acis vluchtig, snel

rapere roven rapax, acis roofzuchtig


Van substantiva kunnen adiectiva worden afgeleid met behulp van de suffixen  lis en  osus.
Voorbeelden:
hostis, is vijand hostilis vijandig, van de vijand

vir man virilis mannelijk

natura natuur naturalis van de natuur, natuurlijk

umbra schaduw umbrosus schaduwrijk

aestus, us hitte aestuosus gloeiend

periculum gevaar periculosus gevaarlijk


Verba
Werkwoorden die eindigen op  scere geven het begin van een handeling aan. Zij worden inchoativa genoemd.
Voorbeelden:
gemere steunen, kermen ingemiscere beginnen te kermen

dormire slapen obdormiscere in slaap vallen

creber veelvuldig percrebrescere zich algemeen verbreiden

senex, senis oude man senescere oud worden


Zijn inchoativa afgeleid van andere werkwoorden, zoals in de eerste twee voorbeelden, dan is de vorm van het perfectum gelijk aan die van het grondwerkwoord. Dus: gemui   ingemui, dormivi   obdormivi.
Van veel werkwoorden kunnen andere werkwoorden gevormd worden door de uitgangen  are of  itare achter de stam (meestal de supinum stam) te plaatsen. Deze werkwoorden geven aan dat de handeling van het grondwerkwoord in versterkte mate (intensiva) of herhaalde malen (frequentativa) wordt verricht.
Voorbeelden:
ostendere tonen ostentare nadrukkelijk tonen,

(sup.: ostentum) pronken met

quatere schokken quassare hevig schokken



(sup.: quassum)

venire komen ventitare geregeld komen



(sup.: ventum)

dicere zeggen dictitare bij herhaling zeggen



(sup.: dictum)

en dictare nadrukkelijk zeggen,

dicteren
Zeer talrijk zijn de werkwoorden die samengesteld zijn met een prepositie. Zij worden composita (samengestelde werkwoorden) genoemd ter onderscheiding van simplicia (enkelvoudige werkwoorden). In de onderstaande lijst zijn de meest voorkomende preposities in hun meest gangbare betekenis gegeven.
Voorbeelden:
Composita met re- (terug, opnieuw)
vocare roepen revocare terugroepen

pellere drijven repellere terugdrijven


novare nieuw maken renovare herstellen

visere bezoeken revisere weer opzoeken


Composita met con  (bijeen)
loqui spreken colloqui samen spreken

trahere trekken contrahere samentrekken

vocare roepen convocare bijeenroepen
Composita met di(s)  (uiteen)
gradi lopen digredi uiteengaan

(klinkerwisseling!)

iacere werpen disicere uiteenwerpen


Composita met e(x)  (uit, weg)
ferre dragen efferre naar buiten dragen

rumpere breken erumpere een uitval doen


Composita met de  (naar omlaag)
ponere zetten deponere neerzetten, afleggen

iacere werpen deicere neerwerpen


Composita met trans  of tra  (over heen)
gradi lopen transgredi overschrijden

ducere leiden traducere overzetten


Composita met circum  (omheen)

sistere gaan staan circumsistere er om heen gaan staan

venire komen circumvenire omsingelen

Composita met a , ab , abs (vanaf, weg)


ferre brengen auferre wegnemen

cedere gaan abscedere weggaan


Composita met ad  (naartoe, bij)
iungere verbinden adiungere toevoegen

ponere zetten apponere erbij zetten


Composita met pro  (naar voren, in het openbaar)
ferre brengen proferre naar voren brengen

ponere zetten proponere in de openbaarheid brengen


Composita met per  (door heen, door en door)
agere doen peragere voltooien

terrēre verschrikken perterrēre doodsbang maken


Composita met prae  (vooruit)
mittere zenden praemittere vooruitzenden

figere bevestigen praefigere aan de voorzijde bevestigen


Composita met praeter  (voorbij)
ire gaan praeterire passeren

vehi varen praetervehi varen langs




a(b)

abdere

-didi, -ditum


abesse

afui
abire

-ii,  itum

abstinēre

-tinui
ac, atque


accedere

 cessi,  cessum


accendere

-cendi, -censum




accidere

-cidi
accipere

-cipio, -cepi,

-ceptum




van(af)
door

verbergen

afwezig -, verwijderd zijn

weggaan

afhouden van

en
naderen, erbij komen

in brand steken
aanvuren

gebeuren


ontvangen, krijgen
vernemen

venimus a theatro

we komen van het theater
ab urbe condita

sinds de stichting van de stad
laudari ab aliquo

door iemand geprezen worden
penitus in Apuliam se abdidit

hij verborg zich in de binnenlanden van Apulië
querelae ab initio operis mei certe absint

laat ik althans aan het begin van mijn werk niet klagen
nos Danaos abiisse rati urbe exiimus

wij kwamen de stad uit, omdat we dachten dat de Danai weggegaan waren
(se) cibo abstinere

zich van voedsel onthouden, vasten

accedit quod; accedit ut



er komt nog bij dat

plebis animum oratione accendit



hij zette het volk door zijn toespraak in vuur en vlam
casu accidit ut id primus nuntiaret

het kwam toevallig zo uit dat hij het als eerste berichtte
accipere pecuniam

geld in ontvangst nemen
aliquem benigne accipere

iemand hoffelijk ontvangen
a maioribus sic accepimus

van onze voorouders hebben we het zo geleerd

acer, -ris

acies
acutus

ad

addere

 didi, -ditum


adducere

 duxi,  ductum



adeo

adesse

 fui



hevig, fel vurig

slag


slaglinie

scherp


naar

tot


bij

toevoegen

brengen naar

brengen tot

zo(zeer)

aanwezig zijn

steunen


equus acer

een vurig paard
multi in hac acie ceciderunt

velen zijn in deze slag gesneuveld
copias in aciem instruere

de troepen in slagorde opstellen
cacumen collis acutum

een spitse heuveltop
tendere manus ad caelum

zijn handen uitstrekken naar de hemel
duae cohortes ad id ipsum instructae

twee cohorten speciaal hiertoe opgesteld
villa quae est ad Baulos

een villa bij Bauli
ea res multum animis eorum addidit

dit maakte hun moed veel groter
feras gentes in Italiam adducere

onbeschaafde volkeren Italië binnen brengen
his rebus adducti

door deze omstandigheden ertoe gebracht
adeone ignarus es ut haec nescias?

ben je zo slecht op de hoogte dat je dit niet weet?
omnes qui aderant

alle aanwezigen
si fortuna coeptis aderit

als het geluk onze onderneming welgezind is




adhibēre

-hibui, -hibitum


adhuc

adicere

 icio,  ieci,  iectum


adimere

-emi, -emptum


adipisci

-eptus sum


adire

 ii,  itum



aditus,  us

adiungere

 iunxi,  iunctum



adiuvare

 iuvi,  iutum


administrare

admirari

er bij halen


gebruiken

tot nu toe
nog

toevoegen


ontnemen


verkrijgen

gaan naar

zich wenden tot

toegang


toevoegen

helpen


beheren, besturen

bewonderen

zich verwonderen

sive medicum adhibueris sive non adhibueris, convalesces



of je er een dokter bijhaalt of niet, je zult beter worden
saevitiam in servos adhibere

wreed optreden tegen slaven

si quis adhuc precibus locus



als er nog plaats is voor smeekbeden
ad belli laudem doctrinae et ingenii gloriam adiecit

aan zijn faam als militair voegde hij nog de roem van geleerdheid en intelligentie toe
alicui libertatem adimere

iemand de vrijheid ontnemen
potentiam apud unum, odium apud omnes adeptus est

invloed verkreeg hij bij één man, gehaat maakte hij zich bij allen
abeam an maneam, adeam an fugiam?

moet ik weggaan of blijven, er naar toe gaan of vluchten?
aliquem scripto adire

zich schriftelijk tot iemand wenden
aliquem aditu arcere

iemand de toegang ontzeggen
Ciliciam ad imperium populi Romani adiunxit

hij voegde Cilicië toe aan het rijk van het Romeinse volk
fortes fortuna adiuvat

het geluk is met de dapperen
rem familiarem administrare

zijn vermogen beheren
eum admiror atque diligo

ik bewonder hem en mag hem graag
admiratus sum brevitatem epistulae

ik heb me verwonderd over de kortheid van je brief




admonēre

 monui,  monitum



adolescens,  tis

adstare

-stiti
adventus,  us



adversus (adj)

adversus, adversum (prep)
adulterium

aedes,  is

aegre


wijzen op

aansporen

jonge man

erbij staan

aantocht, aankomst

toegewend, recht tegenover

tegen(over)

jegens

overspel

vertrek, tempel

pl.: huis
met moeite


Catilina alium egestatis, alium cupidinis suae admonebat

Catilina herinnerde sommigen aan hun armoede, anderen aan hun begeerte
me admonuit ut scriberem ad te

hij spoorde me ertoe aan jou te schrijven
adolescens vel puer potius

een jonge man of, liever gezegd, een jongen
arrectis auribus adstant

met gespitste oren staan ze erbij
sub adventum triumvirorum

kort voor de komst van de Driemannen
vulnus adversum accipere

een wond in de voorkant van het lichaam oplopen
adverso amne

stroomopwaarts
res adversae

tegenspoed
ubi nemo hostium adversus eum prodiit

toen niemand van de vijanden op hem toe kwam
pietas est iustitia adversus deos

`pietas' is gerechtigheid jegens de goden

in adulterio deprehendi



op overspel betrapt worden
aedes Minervae

de tempel van Minerva
bellum sumitur facile, aegerrime desinit

een oorlog breekt gemakkelijk uit, maar komt heel moeilijk tot een einde


  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   22


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina