Basiswoordenlijst



Dovnload 3.04 Mb.
Pagina9/22
Datum06.12.2017
Grootte3.04 Mb.
1   ...   5   6   7   8   9   10   11   12   ...   22




levis

lēvis

levare
lex, legis

libare

libenter

liber, libri

liber, liberi
liberare

liberi,  orum


licht

gering

glad

oprichten, ondersteunen



verlichten, verminderen

wet(svoorstel)


voorschrift, regel


voorwaarde

plengen, offeren

graag

boek


vrij
bevrijden

kinderen


sit tibi terra levis

moge de aarde niet zwaar op je drukken
levi causa atrox caedes orta est

uit een onbetekenende aanleiding ontstond een gruwelijke slachting
levia pocula

gepolijste bekers
ales levavit se alis

de vogel verhief zich op zijn vleugels
multa fidem promissa levant

veel beloven vermindert het vertrouwen
lege lata eos exsules fecit

door een wetsvoorstel in te dienen heeft hij hen verbannen
quis nescit primam esse historiae legem ne quid falsi dicere audeat

wie weet niet dat het de eerste eis van geschiedschrijving is de waarheid geen geweld te durven aandoen?
redeat, sed ea lege ne umquam Romam revertatur

laat hij teruggaan, maar op voorwaarde dat hij nooit meer naar Rome komt
tristia dona cineri Hectoris libant

zij offeren droevige geschenken aan de as van Hector
homines ferme libenter id quod volunt credunt

de mensen geloven graag wat ze willen
Homeri libros antea confusos disposuit

hij bracht in de boeken van Homerus een orde aan die er tevoren niet was
omni metu liberi locuti sumus

wij hebben zonder enige angst gesproken
populum metu liberavit

hij heeft het volk bevrijd van vrees
omnes liberos interfici iussit

hij beval alle kinderen te doden




libertus

libet

libuit, libitum est


libīdo,  inis


licentia

licet

licuit, licitum est



licet (voegwoord)


lictor,  is


lignum

limen,  inis
lingua

linquere

liqui, lictum




vrijgelaten slaaf

graag willen

begeerte

willekeur

(onbeperkte) vrijheid

het is geoorloofd

het is mogelijk

ook al

dienaar van een (hoge)

magistraat, drager van de



fasces
hout

drempel
tong, taal

(achter)laten

verlaten


Ciceronis libertus Tiro est

Tiro is een vrijgelatene van Cicero
ego ibo pro te, si tibi non libet

ik zal voor jou in de plaats gaan, als jij geen zin hebt
mala libido Lucretiae per vim stuprandae Tarquinium cepit

een boze begeerte om Lucretia te overweldigen maakte zich meester van Tarquinius
instruitur acies ad libidinem militum

de soldaten stellen zich op zoals ze zelf willen
ex hac nimia licentia exsistit tyrannus

uit deze al te grote vrijheid komt een tiran voort
licet nemini contra patriam ducere exercitum

niemand mag tegen zijn vaderland optrekken
subitam commutationem fortunae videre licuit

men kon een plotselinge omslag in het lot zien
vita brevis est, licet supra annos mille exeat

het leven is kort, ook al zou het langer duren dan

duizend jaar
in silvam ligna ferre

water naar de zee dragen

hi omnes lingua inter se differunt



zij allen verschillen van elkaar in taal
nil inausum linquamus

laten we niets onbeproefd laten




liquidus

lis, litis

littera

litus,  oris

locare

locus

longe
longus
loqui

locutus sum




vloeibaar, helder

strijd, proces

letter, pl.: brief

pl. wetenschap, literatuur


strand, kust

plaatsen


plaats, positie

toestand

gelegenheid, ruimte

ver, lang

+ superl. verreweg

lang
spreken, noemen



haec super imposuit liquidum aethera

hierboven plaatste hij de heldere hemel
adhuc sub iudice lis est

de zaak is nog bij de rechter in behandeling
litteras ad aliquem componere

een brief aan iemand schrijven
sit mihi orator tinctus litteris

een redenaar moet volgens mij zeer belezen zijn
doctus est et Graecis litteris et Latinis

hij is goed thuis in Grieks en Latijn
se deserto in litore condunt

zij verbergen zich op het verlaten strand
primos et extremos locaverat tribunos

hij had de tribunen vooraan en achteraan opgesteld
honesto loco natus est

hij is van goede familie
missi sunt nuntii quo loco res essent

er werden boodschappers gezonden om te vertellen hoe de situatie was
nunc defendendi negandive est locus

nu is er gelegenheid voor verdediging of ontkenning
longe mihi obviam processerunt

zij trokken mij van verre tegemoet
Graecorum longe doctissimus est

hij is verreweg de geleerdste van de Grieken
horae quibus exspectabam longae videbantur

de uren waarin ik wachtte schenen lang
naves longas aedificandas curavit

hij liet oorlogsschepen bouwen
nil nisi classes et exercitus locuti sunt

zij spraken alleen maar over vloten en legers

lucrum
luctus,  us


lucus
ludere

lusi, lusum



lugēre

luxi, luctum


lumen,  inis
luna
lupus

lustrare

lux, lucis


winst
rouw(klacht)

(heilig) woud


spelen, zich amuseren

(be)treuren

licht

oog


maan
wolf

verlichten

inspecteren

doorkruisen

licht, leven


ita varie laetitia, maeror, luctus atque gaudia agitabantur



zo heerste er afwisselend blijdschap, droefheid, rouw en vreugde
Ennium sicut sacros vetustate lucos adoremus

laten we Ennius vereren als wouden geheiligd door ouderdom

illo tempore otiosi carmina lusimus



toen hebben wij onbekommerd voor ons plezier gedichten gemaakt
mortem Trebonii populus lugebat

het volk treurde om de dood van Trebonius
lumine quarto prospexi Italiam

op de vierde dag zag ik Italië in de verte liggen
lumina defixa in solo tenebant

zij bleven strak naar de grond kijken

inter audaces lupus errat agnos



de wolf zwerft tussen roekeloze lammeren
sol omnia flammis lustrabat

de zon verlichtte alles met zijn stralen
exercitum apud Brundisium lustrabat

hij inspecteerde het leger bij Brundisium
Aegyptum lustrabat Germanicus

Germanicus bereisde heel Egypte
prima luce in hostes currebant

bij zonsopgang stormden ze op de vijanden af




luxuria


lympha

maerēre

maerui
maestus



magis

magister

magistratus,  us
magnus

maior, maximus



maiestas,  atis

maior (maximus) natu
maiores,  um

malle

malo, malui



(zucht naar) weelde

water


(be)treuren

bedroefd


meer

(leer)meester

ambt

magistraat



groot

belangrijk

gezag, aanzien

ouder, oudst

voorouders

liever willen




luxuria atque avaritia respublica perit

door verlangen naar weelde en door hebzucht gaat de staat te gronde
vulnera lymphis abluebant

zij wasten de wonden schoon met water
amici tuo dolore maerent

je vrienden treuren om jouw verdriet
se domi maestus cohibebat

bedroefd bleef hij thuis
quo magis haec cogito, eo maestior sum

hoe meer ik hierover nadenk des te bedroefder word ik
natura artis magistra

de natuur is de leermeesteres van de kunst
frustra magistratum petebat

tevergeefs probeerde hij het ambt te verkrijgen
isti homines magistratus creati sunt?

zijn die mannen tot magistraat verkozen?
si parva licet componere magnis

als het geoorloofd is klein met groot te vergelijken
magnum opus et arduum

een belangrijk en lastig karwei
aliquem maiestatis deferre

iemand aanklagen wegens majesteitsschennis

mores maiorum



de zeden van de voorouders
mavult bonam vitam quam bonam opinionem

hij prefereert een fatsoenlijke manier van leven boven een goede reputatie




malus

peior, pessimus



malum

manare

mandare

mandatum (meestal pl.)
manēre

mansi, mansum



manes,  ium

manifestus


manus,  us
mare,  is

marītus


slecht

slechte daad, ramp

stromen

opdragen, gelasten


toevertrouwen

opdracht, bevel

blijven, voortduren

te wachten staan

zielen van de overledenen, schimmen


tastbaar, duidelijk

hand


bende

zee


echtgenoot

haec inter bonos amicitia est, inter malos factio

bij goede mensen is dit vriendschap, bij slechte kliekvorming
mortem in malis ponit

hij beschouwt de dood als één van de slechte dingen
rumor tota urbe manavit

het gerucht verbreidde zich over de gehele stad
Caesar militibus mandavit ut Ariovistum adirent

Caesar droeg de soldaten op zich te wenden tot Ariovistus
se fugae mandaverunt

ze zochten hun heil in de vlucht
mandata eius exsecuti sunt

zij voerden zijn opdrachten uit
Priami regna manebant

het rijk van Priamus bestond nog
omnes una manet nox

iedereen staat dezelfde nacht te wachten
nocturnos ciet manes Dido

Dido roept de nachtelijke schimmen op
manifestam defectionem virium tegebat

hij trachtte het kennelijk verval van zijn krachten te verbergen
manum cum hoste conferunt

zij leveren slag met de vijand
cum praedatoria manu bellum gerebat

hij voerde de strijd met een bende bandieten
vastum maris aequor

de uitgestrekte oppervlakte van de zee

mater,  ris
materia, materies

maturus

meditari
medium

medius
mel, mellis
membrum
meminisse

memor,  is


memorare


moeder
materie, materiaal

rijp

(vroeg)tijdig

overwegen

uitdenken

openbaarheid

in het midden
honing
lichaamsdeel
zich herinneren

denkend aan


melding maken van



saepe bona materia cessat sine artifice



dikwijls komt goed materiaal niet tot zijn recht zonder een bewerker
nondum maturus imperio Ascanius erat

Ascanius was nog niet oud genoeg om de heerschappij over te nemen
tuo adventu nobis opus est maturo

je komst is dringend gewenst
mecum quid dicerem meditatus sum

ik dacht na over wat ik zou zeggen
Atreus meditatur poenam in fratrem novam

Atreus denkt een ongehoorde straf uit voor zijn broer
quae scitis proferatis in medium

maakt bekend wat jullie weten
locum medium inter exercitus delegit

hij koos een plaats uit midden tussen de legers
mediam mulierem complectitur

hij slaat zijn armen om het middel van de vrouw
tu, Romane, memento parcere subiectis et debellare superbos

denk eraan, Romein, de onderworpenen te sparen en de hooghartigen uit te schakelen
virtutis tuae memores non erant

ze dachten niet aan jouw capaciteiten

maiorum fortia facta memoravit



hij sprak over de dappere daden van de voorouders




memoria

mens,  tis
mensa

mensis,  is
mercator,  is
merces,  edis


merēre

merui, meritum



merēri

meritus sum



merito
meta


geheugen

herinnering

tijd die men zich kan herinneren
geest, verstand

gedachte


tafel

maand
handelaar


loon, betaling

verdienen

dienen

zich verdienstelijk maken


terecht
keerpunt



fuit in Caesare ingenium, ratio et memoria

Caesar was begaafd, theoretisch onderlegd en had een goed geheugen
recens memoria parentis

de nog levendige herinnering aan zijn vader
usque ad meam memoriam

tot mijn tijd
homines habent mentem acrem et vigentem

de mensen hebben een scherp en krachtig verstand
permulta mihi in mentem veniebant

ik moest aan veel dingen denken
lumen in mensa appositum

een lamp die op de tafel is gezet
Verres mercede maiestatem rei publicae minuit

Verres schaadde het aanzien van de staat door zich te laten omkopen
multorum odium meruit

hij haalde zich de haat van velen op de hals
equestria stipendia meruit

hij diende bij de ruiterij
vir de re publica optime meritus

een man die zich buitengewoon verdienstelijk heeft gemaakt voor de staat

equi circum metam currunt



de paarden rennen rond de keerpaal






metuere

metui


metus,  us

meus
miles,  itis

militaris

militia

mille

minae,  arum

minax,  acis
minuere

minui, minutum



mirari


eindpunt

bang zijn, vrezen


angst

mijn, van mij


soldaat

krijgs , soldaten­-

krijgsdienst

duizend


(be)dreiging

dreigend
verminderen


zich verwonderen

bewonderen


metas pervenit ad aevi

zijn leven kwam ten einde
metuo ne sero veniam

ik ben bang dat ik te laat kom
te suis matres metuunt iuvencis

moeders zijn bang voor jou wegens hun zonen
Stoici definiunt formidinem metum permanentem

de Stoicijnen omschrijven `formido' als blijvende vrees

ad arma milites concurrunt



de soldaten snellen te wapen
scientia rei militaris

krijgskunde
domi militiaeque

in Rome en te velde
tria milia militum capti sunt

er zijn drieduizend soldaten gevangen genomen
minae Clodii modice me tangunt

de dreigementen van Codius raken mij nauwelijks

Verres mercede maiestatem rei publicae minuit



Verres schaadde het aanzien van de staat door zich te laten omkopen
eius temeritatem satis mirari non possum

ik blijf me verbazen over zijn driestheid
orationes tuas miror

ik bewonder jouw redevoeringen




miscēre

miscui, mixtum



miser
miserari

miseria


misericordia
mittere

misi, missum



mobilis

modestia

modo


door elkaar mengen
in beroering brengen

ongelukkig


beklagen

ellende

medelijden
werpen

zenden, laten gaan

beweeglijk

gematigheid, zelfbeheersing

slechts

zoëven


aestu miscentur arenae

het zand wordt door het kolkende water opgewoeld
miscere utile dulci

het nuttige met het aangename verenigen
magno miscetur murmure caelum

de lucht wordt onder luid gedonder in beroering gebracht

fortunam suam miserabatur



hij jammerde over zijn lot
eis otium et divitiae oneri miseriaeque fuerunt

een ambteloos leven en rijkdom waren voor hen een last en een bron van ellende

saxa certatim miserunt



ze gooiden om het hardst stenen
speculatores ad oppidum mittere

verspieders naar de stad sturen
genus hominum mobile et infidum

een grillig en onbetrouwbaar slag mensen
neque modum neque modestiam victores habuerunt

de overwinnaars kenden maat noch zelfbeheersing
biduum modo laetati sunt

hun blijdschap duurde maar twee dagen
non modo reus improbus adductus est, sed etiam diligens accusator venit

niet alleen werd er een schurkachtige beklaagde voorgeleid, maar er verscheen ook een nauwgezette aanklager
quos modo fugere credebant ad se ire viderunt

de mannen van wie ze kort te voren nog dachten dat ze vluchtten, zagen ze op zich af komen




modo ... modo

modo (voegw)


modus

moenia,  ium

moles,  is

moliri

mollis

monēre

monui, monitum



mons,  tis


monstrum


monumentum


nu eens ... dan weer

mits

maat

manier



(stads)muren

grote last, moeite

groot voorwerp, massa

ondernemen

zacht, buigzaam

herinneren aan

waarschuwen

berg

wonderlijk verschijnsel

monument, gedenkteken



ire modo ocius, modo consistere

nu eens sneller gaan, dan weer stil houden
manent ingenia senibus, modo permaneat studium

oude mannen blijven bij de tijd, als ze maar bezig blijven
navium modum formamque demonstravit

hij gaf de grootte en de vorm aan van de schepen
easdem res aliis modis efferre possumus

wij kunnen dezelfde dingen op verschillende manieren onder woorden brengen
moenia defensoribus erant vacua

de muur was zonder verdedigers
tantae molis erat Romanam condere gentem

zo een grote inspanning kostte het Rome te grondvesten
aditus insulae munitus erat mirificis molibus

de toegang tot het eiland was beschermd door indrukwekkende havenhoofden
num montes moliri sede sua paramus?

zijn we soms van plan bergen van hun plaats te duwen?
Falculam placidum mollemque reddidi

ik heb gemaakt dat Falcula kalm en meegaand werd
memorem mones

je herinnert me aan iets dat ik al wist
te moneo ut tuum officium memineris

ik wijs je erop dat je je plicht niet moet vergeten
milites naturam montis cognoverunt

de soldaten hebben onderzocht wat de natuurlijke gesteldheid van de berg was
monstra et irae deum indicia cernebat

hij zag voortekens en aanwijzingen voor de toorn der goden
veterum monumenta virorum

gedenktekens van mensen uit het verleden




mora

morari
morbus

mori

morior, mortuus sum


mors,  tis

mortalis

mos, moris

motus,  us

movēre

movi, motum



mox
mulier,  ieris

multitudo,  inis


vertraging, uitstel

vertragen, ophouden

talmen, treuzelen

ziekte


sterven

dood


sterfelijk, sterveling

zede, gewoonte

beweging

bewegen
spoedig


vrouw

menigte


periculum in mora

uitstel is gevaarlijk
misit equitatum qui agmen moraretur

hij zond de ruiterij om de kolonne tegen te houden
nec ultra moratus

zonder verder te treuzelen
morbus est habitus corporis contra naturam

ziekte is een onnatuurlijke toestand van het lichaam
comitemne sororem sprevisti moriens?

heb je je zuster als metgezellin in de dood versmaad?

tota vita nihil aliud quam ad mortem iter est



het hele leven is slechts een reis naar de dood
omnes mortales se laudari optant

alle stervelingen willen graag geprezen worden
mores maiorum

de zeden van de voorouders
terra ingenti motu concussa est

er was een hevige aardbeving
loco moveri non poterat

het kon niet verplaatst worden
una cura cor meum movet

ik word door één zorg gekweld

mediam mulierem complectitur



hij slaat zijn armen om het middel van de vrouw
in omnes partes dispersa est multitudo

de menigte verspreidde zich naar alle kanten




multus

plures, plurimi



mundus

municipium
munire

munus,  eris
murmur,  is


murus

musa

mutare
mutus
mutuus

nam, namque


veel

wereld


provinciestad
versterken

taak


geschenk

geluid

muur

muze


veranderen

verwisselen

geluidloos, stom
wederkerig

want


quamvis multos nominatim proferre possum

ik zou net zoveel mensen als men maar wil met name kunnen noemen
terra in medio mundo sita est

de aarde bevindt zich in het centrum van het heelal

urbs munita terra marique



een stad die aan land  en zeezijde versterkt is
exsequi consulis officia et munera

de plichten en taken van een consul vervullen
aliquem munere donare

iemand een geschenk geven
magno miscetur murmure caelum

de lucht wordt onder luid gedonder in beroering gebracht
de muro sese deiecerunt

zij stortten zich van de muur af
incussit suavem mi in pectus amorem musarum

hij bracht de zoete liefde voor de muzen in mijn hart
una epistula totum mutaverat hominem

één brief had de man volkomen veranderd
mutato equo evasit

hij ontsnapte na van paard verwisseld te zijn

amor mutuus



wederkerige liefde

nancisci na(n)ctus sum
narrare

nasci

natus sum


natio,  ionis

natura

natus,  us

nauta
navis,  is

 ne






nē ... quidem


(ver)krijgen

vertellen

geboren worden

stam, volk

natuur

aard



geboorte, leeftijd

zeeman
schip

soms?

of


opdat niet, om niet

zelfs niet, niet eens


ook niet


nanctus est idoneam ad navigandum tempestatem

hij trof goed weer om te varen
tibi soli ea narrare velim

alleen aan jou zou ik dit willen vertellen
amplissimo genere natus

van zeer aanzienlijke afkomst
nationes natae servituti

volkeren geboren om slaaf te worden
satis nos instruxit ratione natura

de natuur heeft ons van voldoende inzicht voorzien
milites naturam montis cognoverunt

de soldaten hebben onderzocht wat de natuurlijke gesteldheid van de berg was
homo magno natu

een man van hoge leeftijd

naves longas aedificandas curavit



hij liet oorlogsschepen bouwen
tune te esse militem dicere audes?

wou jij soms beweren dat je een soldaat bent?
scisne Publiliusne iturus sit in Africam?

weet jij soms of Publilius van plan is naar Afrika te gaan?
Caesar suis imperavit ne tela reicerent

Caesar beval zijn soldaten de speren niet terug te gooien
eis rebus ne di quidem immortales pares esse possint

zelfs de onsterfelijke goden zouden daar niet tegen op kunnen
si quid numquam oritur, ne occidit quidem umquam als iets nooit ontstaat, vergaat het ook nooit




nec, neque

necare

necessarius

necesse

necessitas,  atis


nectere

nexui, nexum


nefas

negare
neglegere

neglexi, neglectum


negotium

nemo, -inis


en niet
noch

doden


noodzakelijk, onvermijdelijk
nodig

noodzaak, dwang


knopen, verbinden

zonde

ontkennen



weigeren

verwaarlozen


bezigheid, zaak


moeilijkheid, moeite

niemand


mors nec ad mortuos pertinet nec ad vivos



de dood raakt noch de doden noch de levenden
complures hostes necati sunt

verscheidene vijanden zijn gedood

necesse est mihi de me ipso dicere



ik moet nu over mezelf praten
tempori cedere, id est necessitati parere, sapientis est

wijken voor de omstandigheden, d.w.z. gehoorzamen aan het noodlot, kenmerkt een wijs man
nectere dolum

een list beramen
ei nihil umquam nefas fuit

in zijn ogen was alles altijd geoorloofd
ille negat se Numidam pertimescere

hij ontkent dat hij bang wordt voor de Numidiër
patriae opem negat

hij weigert zijn vaderland te helpen
iram meam neglexit

hij trok zich van mijn woede niets aan

negotium municipii administrare



de stadsaangelegenheden behartigen
in otio de negotiis cogitavit

in zijn vrije tijd dacht hij nog aan zijn werkzaamheden
Cato Siciliam tenere nullo negotio potuit

Cato had zonder enige moeite Sicilië kunnen behouden
ita fit ut omnino nemo possit esse beatus

zo komt het dat volstrekt niemand echt gelukkig kan zijn




nemus,  oris

nepos,  otis
nequire

nequeo, nequivi, nequitum


nequiquam
nervus

nescire

nesci(v)i



nescius

neve, neu


nex, necis


ni (zie nisi)
nidus
niger
nihil


bos, woud

kleinzoon


niet in staat zijn

tevergeefs


pees

niet weten


niet wetend

en niet

moord
nest


zwart
niets


consonat omne nemus strepitu

het hele woud weerklinkt van het lawaai

Demosthenes rho dicere nequibat



Demosthenes kon de rho niet zeggen

emicuit nervo penetrabile telum



weg van de pees sprong de alles doorborende pijl
nescio an hoc futurum sit

ik weet niet of dit niet zal gebeuren, dit zou best wel eens kunnen gebeuren
nescius impendentis mali

zich niet bewust van de ramp die hem bedreigde
cohortatus est ne eos frumento neve alia re iuvarent hij drong er op aan om hen noch met koren noch met iets anders te helpen
in liberos vitae necisque potestatem habent

zij hebben de macht over leven en dood van hun kinderen
­
nihil omnino curo

ik trek me helemaal nergens iets van aan






nimbus

nimis, nimium
nisi, ni

niti

nisus, nixus sum


nitidus
niveus


nobilis

nocēre

nocui, nocitum


nocte, noctu

nocturnus

nolle

nolo, nolui



regenbui, wolk

te, te veel
als niet

behalve

steunen op

zich inspannen


glanzend, schitterend


sneeuwwit

aanzienlijk, beroemd

schaden, benadelen

's nachts

nachtelijk

niet willen


dea nimbo succincta



een godin gehuld in een wolk
nimis iam dixi

ik heb reeds te lang gesproken
nimium diu

al te lang
memoria minuitur nisi eam exerceas

het geheugen gaat achteruit als je het niet traint
stare respublica nisi uno regente non potest

de staat kan geen stand houden tenzij één man de leiding heeft
consilio atque auctoritate Ciceronis nitebatur

hij steunde op het advies en het gezag van Cicero
summa vi Cirtam irrumpere nititur

hij spant zich tot het uiterste in om Cirta binnen te dringen

omnibus his nivea cinguntur tempora vitta



van al dezen zijn de slapen omgeven door een sneeuwwitte wollen band
nobili genere nati sunt

zij zijn van hoge geboorte
non solum rei publicae sed etiam tibi ipsi nocebis

je zult niet alleen de staat maar ook jezelf schaden
noctu vigilias agunt

zij staan 's nachts op wacht
nocturnos ciet manes Dido

Dido roept de nachtelijke schimmen op
noli putare quemquam meliorem fuisse

denk niet dat iemand beter is geweest

nomen,  inis

nominare
non
nondum


nonnullus

nos
noscere

novi, notus


noster

novus
novissimus

nox, noctis

nubere

nupsi, nuptum


nubes,  is


naam, titel

benoemen
niet


nog niet

enige


wij
leren kennen

onze


nieuw
laatste, achterste

nacht


trouwen

wolk


vos me imperatoris nomine appellavistis

jullie hebben mij begroet met de titel van imperator
nondum maturus imperio Ascanius erat

Ascenius was nog niet oud genoeg om de heerschappij over te nemen
Rhodanus nonnullis vadis transitur

de Rhone is op sommige plaatsen doorwaadbaar

linguam Etruscam probe noverat



hij kende uitmuntend Etruskisch
hostes impetum in nostros fecerunt

de vijanden deden een aanval op onze soldaten
homo novus

een man van niet aanzienlijke afkomst
caedem principis et res novas cogitat

hij zint op moord op de keizer en op revolutie
agmen novissimum

de achterhoede
ad multam noctem pugnatum est

tot diep in de nacht is er gevochten
haec mulier ipsi Oppianico nupsit

deze vrouw is met die bewuste Oppianicus getrouwd
venti vis nubes differt

de kracht van de wind jaagt de wolken uiteen




nudare

nudus
nullus,  ius


numen,   inis


numerus


numquam

nunc

nuntiare

nuntius


nuper
nuptiae,  arum
nympha


ontbloten

naakt
geen


goddelijke kracht


getal, aantal


nooit


nu

berichten

koerier, bericht

niet lang geleden


huwelijk
nimf

agros populando nudavit

hij plunderde de akkers volkomen kaal

nullius apud me auctoritas maior est quam M. Lepidi



van niemand weegt het gezag bij mij zo zwaar als van Marcus Lepidus
di immortales numine et auxilio urbis tecta defendunt

de onsterfelijke goden beschermen met hun kracht en hun steun de huizen van de stad
oppida omnia, numero ad duodecim, incendunt

ze steken al hun steden, ongeveer twaalf in getal, in brand
numquam minus solus sum quam cum solus sum

nooit ben ik minder eenzaam dan wanneer ik alleen ben
tribuni plebis nunc fraudem, nunc neglegentiam consulum accusabant

de volkstribunen legden de consuls nu eens bedrog, dan weer nalatigheid ten laste
casu accidit ut id primus nuntiaret

het kwam toevallig zo uit dat hij het als eerste berichtte
de Quinto fratre tristes nobis nuntii venerunt

over je broer Quintus hebben ons treurige berichten bereikt

ob

obicere

 icio,  ieci,  iectum




obire

 ii,  itum


obliquus
oblivisci

oblitus sum


obscurus


obsidēre

 sedi,  sessum


obstare

 stiti,  statum


obstupescere

 stupui
obtinēre

 tinui,  tentum


voor

wegens, omwille van


voor iemand (iets) neergooien
verwijten

tegemoet gaan

scheef
vergeten

duister

belegeren, bezet houden

staan voor, hinderen

verbaasd worden

bezet  , vast houden

in bezit nemen


mors ob oculos saepe versata est

vaak stond ons de dood voor ogen
pecuniam accepit ob necem hospitis sui

hij ontving geld voor het vermoorden van zijn gast
quam ob rem

waarom
cibum canibus obiecit

hij gooide voedsel neer voor de honden
ignobilitatem mihi obiecit

hij wees laatdunkend op mijn lage afkomst
Iulia supremum diem obiit

Iulia stierf

dum tu ades, virgines sunt oblitae sui



zolang jij aanwezig was, vergaten de meisjes zichzelf
aut falsa aut certe obscura opinio

een opvatting die of wel verkeerd of tenminste onduidelijk is
omnes aditus armati obsidebant

gewapende soldaten hielden alle toegangen bezet
meis commodis obstitit

hij stond mijn belangen in de weg
eius aspectu obstupui

bij het zien van hem was ik met stomheid geslagen
Hispaniam citeriorem cum imperio obtinebat

hij had Noord Spanje als goeverneur onder zijn bevel
Romani rem obtinuerunt

de Romeinen behaalden de overwinning




obviam

obvius

occidere

 cidi,  casum



occīdere

 cīdi,  cīsum


occultare

occultus


occupare

occurrere

 curri,  cursum


oceanus
oculus

odisse

odium


tegemoet

tegemoet


vallen

sneuvelen

vellen, doden

verbergen

verborgen

in bezit nemen

tegemoet komen, tegengaan

opkomen bij

oceaan
oog

haten


haat

se mihi obviam obtulit

hij kwam mij tegemoet
obvia ei Camilla occurrit

Camilla snelde hem tegemoet
ante solem occasum

voor zonsondergang
si quid numquam oritur, ne occidit quidem umquam als iets nooit ontstaat, vergaat het ook nooit
Sulla inopia hostium occidendi finem fecit

Sulla hield op met moorden bij gebrek aan vijanden
se latebris occultavit

hij verborg zich in een schuilplaats
occulta quaedam et quasi involuta aperuit

hij openbaarde bepaalde verborgen en, om zo te zeggen, verhulde dingen
regnum occupavit

hij maakte zich meester van het koningschap
malevolentiae hominum occurrit

hij verzette zich tegen de kwaadwilligheid van de mensen
facilius eorum facta occurrent mentibus vestris

hun daden zullen u gemakkelijker te binnen schieten

video in me omnium vestrum oculos esse conversos



ik zie dat de ogen van u allen op mij gericht zijn
oderint dum metuant

laten ze mij maar haten, als ze me maar vrezen
odi odioque sum Romanis

ik haat de Romeinen en word zelf door hen gehaat




odor,  is
offere

obtuli, oblatum



officere

 ficio,  feci,  fectum


officium

olim


omen,  inis
omittere

 misi,  missum



omnino
omnis

onerare


geur
tonen

(aan)bieden

hinderen, afbreuk doen

taak, plicht

vroeger, later

voorteken


terzijde leggen

achterwege laten

volkomen, beslist

in totaal

ieder, elk (meervoud: alle)

(be)laden



se mihi obviam obtulit



hij kwam mij tegemoet
quod cuique promptum erat, obtulerunt

ze boden aan wat een ieder bij de hand had
timor animi auribus officit

hun angst maakt hen doof

exsequi consulis officia et munera



de plichten en taken van een consul vervullen
forsan et haec olim meminisse iuvabit

misschien zullen we zelfs hieraan later met genoegen terug denken

omisso discrimine



zonder onderscheid te maken
innumerabiles viros omitto

over talloze mannen wil ik het nu niet hebben
ita fit ut omnino nemo possit esse beatus

zo komt het dat volstrekt niemand echt gelukkig kan zijn
erant omnino itinera duo

er waren maar twee routes
ad unum omnes in castra pervenerunt

tot de laatste man kwamen ze in het kamp aan
me amoenitate oneravit

hij overlaadde me met charmante attenties




onus,  eris


opacus

opera

opinio, -ionis
oportet

oportuit


opperiri

oppertus sum


oppidum
opportunus

opprimere

-pressi, -pressum



oppugnare

ops, opis


last

beschaduwd, duister

moeite, inspanning

mening


naam, reputatie

het behoort


wachten


stad
gunstig

neerdrukken, overweldigen


aanvallen, bestormen

hulp

(pl.) hulpmiddelen, rijkdom, macht



eis otium et divitiae oneri miseriaeque fuerunt

een ambteloos leven en rijkdom waren voor hen een last en een bron van ellende
ibant per opaca locorum

zij gingen door een schaduwrijk gebied
operam mihi reddidisti

je hebt mijn moeite beloond
fuerunt in hac opinione non pauci

heel wat mensen waren deze mening toegedaan
summam habuit iustitiae opinionem

hij had de reputatie een zeer rechtvaardig man te zijn
non quia necesse sit, sed quia oportet

niet omdat het noodzakelijk is, maar omdat het zo hoort
abi intro, ibi me opperire

ga naar binnen en wacht daar op me
dein Capuam pervenit, in oppidum magnum

vandaar kwam hij in Capua, een grote stad
haec ei satis opportune acciderunt

dit kwam hem nogal gelegen
superba dominatio tandem oppressa est

er is eindelijk een eind gemaakt aan de hooghartige onderdrukking
me pecunia oppugnavit

hij benaderde me met geld
opem mihi ultimo in discrimine tulit

hij heeft mij in het uiterste gevaar geholpen
in bonis numerabis divitias, honores, opes

rijkdom, ambten en macht zul je rekenen tot de goede dingen




optare
opulentus

opus, -eris

ora
orare
oratio, -ionis

orbis, -is

ordo, -inis


orīgo, -inis


wensen
rijk, machtig

kust, rand


(be)pleiten

smeken


taal

redevoering


kring, cirkel

(volg)orde

orde, gelid


rang, klasse


oorsprong



Zama, oppidum armis virisque opulentum



Zama, een stad rijk aan wapens en manschappen
oppidum natura et opere munitum

een stad verdedigd door zijn ligging en door zijn verdedigingswerken
tuo adventu nobis opus est maturo

je komst is dringend gewenst

ipse pro se oravit



hij bepleitte zijn eigen zaak
oravit ab Artorio ne in castris remaneret

hij smeekte Artorius niet in het kamp te blijven
qualis homo, talis oratio

zoals een man is, zo is zijn manier van spreken
hac oratione habita conversae sunt omnium mentes

door het houden van deze redevoering zijn allen van gedachten veranderd
orbis terrarum

de wereld
fatum appello ordinem seriemque causarum

onder het lot versta ik een bepaalde volgorde en aaneenschakeling van oorzaken
auxilia regis nullo ordine iter fecerant

de hulptroepen van de koning hadden hun tocht gemaakt zonder het gelid te bewaren
eum absentem in amplissimum ordinem cooptaverunt

zij hebben hem tijdens zijn afwezigheid opgenomen in de aanzienlijkste (d.w.z. senatoren-) klasse
Thales originem rerum quaesivit

Thales zocht naar de oorsprong van alles




oriri

ortus sum




os, oris
os, ossis


osculum
ostendere

ostendi, ostentum



otium

ovis,  is
pabulum
paene
­

palma


ontstaan

opkomen
mond

gezicht, uiterlijk

bot

kus
tonen

onder ogen brengen

vrije tijd

rust

schaap
voedsel, voer
bijna

(hand)palm

zegepalm


si quid numquam oritur, ne occidit quidem umquam

als iets nooit ontstaat, vergaat het ook nooit

in omnium ore est



iedereen praat over hem
incedunt per ora vestra magnifici

voor uw ogen schrijden ze in al hun luister voort
mater ossa in sinum legit

zijn moeder verzamelde zijn gebeente in de plooi

van haar kleed

­

aliis spem, aliis metum ostendit



sommigen gaf hij hoop, anderen maakte hij bang
quid fieri vellet, ostendit

hij bracht hun onder ogen wat hij wilde dat er gebeurde
in otio de negotiis cogitavit

in zijn vrije tijd dacht hij nog over zijn werkzaamheden
multitudo insolens belli diuturnitate otii

de bevolking die oorlog ontwend was door de lange duur van de vrede
paene dixi

bijna had ik gezegd
tendebat inertes moribundus palmas

stervende strekte hij zijn krachteloze handen uit
plurimarum palmarum gladiator

een gladiator die zeer veel overwinningen behaald heeft




palus,  udis

pandere

pandi, passum



par, paris

parare
parcere

peperci



parens,  tis

parēre

parui
parere

peperi, partum
pars,  tis


moeras

uitspreiden


gelijk aan

opgewassen tegen


billijk


voorbereiden

voorbereidingen treffen

sparen

ouder (subst.)



gehoorzamen

voortbrengen, verwerven

deel


Caesar paludes siccare voluit

Caesar wilde de moerassen droogleggen
crinibus passis

met loshangend haar
viam alicui ad dominationem pandere

voor iemand de weg effenen naar de alleenheerschappij
caritate non omnes pariter egemus

we hebben niet allemaal in dezelfde mate behoefte aan genegenheid
eis rebus ne di quidem immortales pares esse possint

zelfs de onsterfelijke goden zouden daar niet tegen op kunnen
par est et ab hoste doceri

het is goed ook van vijanden te leren
insidias inimico paravit

hij bereidde een aanslag voor op zijn vijand
in nemus ire parant

zij maken aanstalten om het bos in te gaan
tu, Romane, memento parcere subiectis et debellare superbos

denk er aan, Romein, de onderworpenen te sparen en de hooghartigen uit te schakelen
pulchra faciet te prole parentem

zij zal je vader maken van een mooi nageslacht
nulla fuit civitas quin Caesari pareret

er was geen stam die niet aan Caesar gehoorzaamde
amicos officio et fide peperit

hij maakte zich vrienden door hulpbetoon en trouw
Belgae pertinent ad inferiorem partem fluminis Rheni

het gebied van de Belgen strekt zich uit tot de benedenloop van de rivier de Rijn



1   ...   5   6   7   8   9   10   11   12   ...   22


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina