Basketbal: beperkte spelregels



Dovnload 46.77 Kb.
Datum17.08.2016
Grootte46.77 Kb.




Basketbal:
beperkte spelregels


2e graad


Let op: We trachten absoluut niet van de spelregels volledig weer te geven. We hebben geprobeerd de voornaamste spelregels te vermelden zodat er een duidelijk beeld van het basketbal spel kan gevormd worden.
Bron: Officiële basketbalregels, aangenomen door de ‘Federation Internationale de Basketbal (FIBA)

(http://www.basketbalvlaanderen.org)

INHOUDSOPGAVE:
REGEL EEN – HET SPEL

Art. 1 Definities


REGEL TWEE – SPEELVELD

Art. 2 Het Speelveld


REGEL DRIE – DE PLOEGEN

Art. 4 De Ploegen

Art. 6 De Kapitein: plichten en bevoegdheden
REGEL VIER – BEPALINGEN BETREFFENDE HET SPEL

Art. 8 Speeltijd, gelijke stand en verlengingen

Art. 9 Begin en einde van een spelperiode of de wedstrijd

Art. 11 Plaatsbepaling van een speler

Art. 12 Sprongbal en wisselend balbezit

Art. 13 Hoe de bal wordt gespeeld

Art. 16 Doelpunt: wanneer gemaakt en de waarde ervan

Art. 17 Inworp


REGEL VIJF – OVERTREDINGEN

Art. 22 Overtredingen

Art. 23 Speler uit en bal uit

Art. 24 Dribbelregel

Art. 25 Loopregel

Art. 26 Drie seconden regel

Art. 27 Zwaar bewaakte speler

Art. 28 Acht seconden regel

Art. 29 Vierentwintig seconden regel

Art. 30 Terugkeer van de bal naar de verdedigingshelft


REGEL ZES – FOUTEN

Art. 33 Contact: algemene principes

Art. 34 Persoonlijke fout

Art. 37 Diskwalificerende fout

Art. 38 Technische fout
REGEL ZEVEN – ALGEMENE VOORZIENINGEN

Art. 40 Vijf spelersfouten

Art. 41 Ploegfouten: straf

Art. 43 Vrije worpen



1 HET SPEL
Basketbal wordt gespeeld door 2 ploegen van ieder 5 spelers. Het doel van elke ploeg is de bal in de basket van de tegenpartij te werpen en de andere ploeg te verhinderen een doelpunt te maken.

De ploeg die aan het eind van de speeltijd het hoogste aantal punten gescoord heeft, is de winnaar.


2 SPEELVELD en UITRUSTING
Het speelveld is een vlak, hard oppervlak zonder obstakels met een lengte van 28m en een breedte van 15m. De lijnen maken geen deel uit van het speelveld.

Bucket

Vrije worplijn

Het driepuntgebied van een ploeg is het gehele vloeroppervlak van het speelveld, behalve het gebied bij de basket van de tegenstander beperkt door en inclusief de driepuntlijn.

3 DE PLOEGEN
Elke ploeg moet bestaan uit niet meer dan 12 speelgerechtigde spelers, een kapitein meegerekend. Gedurende de speeltijd moeten 5 spelers van iedere ploeg zich op het speelveld bevinden en mogen vervangen worden.
De kapitein (CAP) is een speler, die aangeduid door zijn coach, zijn ploeg vertegenwoordigt op het speelveld. Hij mag tijdens de wedstrijd op een beleefde wijze communiceren met de scheidsrechters om inlichtingen te verkrijgen, nochtans alleen wanneer de bal dood is en de wedstrijdklok stilstaat.
4 BEPALINGEN BETREFFENDE HET SPEL
Speeltijd, gelijke stand en verlengingen

De wedstrijd moet bestaan uit 4 perioden van 10 minuten. Tussen de eerste en de tweede periode (eerste speelhelft), tussen de derde en de vierde periode (tweede speelhelft) en voorafgaand aan elke verlenging is er een pauze van 2 minuten.

Tussen beide speelhelften is er een pauze van 15 minuten.
Indien de stand aan het einde van de vierde periode gelijk is, moet de wedstrijd worden voortgezet met zoveel verlengingen van 5 minuten als nodig blijken om de gelijke stand op te heffen.

Indien een fout wordt begaan tegelijk met of vlak voor het signaal van de wedstrijdklok waarmee het einde van een periode wordt aangegeven, dan moet(en) de eventuele vrije worp(en) tengevolge van de fout genomen worden na het einde van de speeltijd.




Een sprongbal vindt plaats wanneer de scheidsrechter de bal opgooit tussen twee tegenstanders in de middencirkel bij het begin van de eerste periode.
Balvast vindt plaats wanneer een of meerdere spelers van beide ploegen één of beide handen stevig op de bal hebben, waarbij geen enkele speler balbezit zou kunnen verkrijgen zonder ongepaste ruwheid.

De bal wordt dan afwisselend naar een bepaalde ploeg geven. Indien een eerste balvast gaat de bal via een inworp langs de zijlijn naar ploeg A, bij een tweede balvast gaat de bal naar ploeg B enz. Er wordt dus gewerkt met afwisselend balbezit.


De ploeg die recht heeft op het eerstvolgend wisselend balbezit op het einde van gelijk welke periode dient de volgende periode te beginnen met een inworp aan de zijlijn ter hoogte van de middenlijn aan de overzijde van de jurytafel.
Hoe de bal wordt gespeeld

Tijdens de wedstrijd wordt de bal alleen met de hand(en) gespeeld. Een speler zal niet lopen met de bal, opzettelijk schoppen of blokkeren van de bal met enig deel van het been of de bal het spelen met de vuist. De bal per ongeluk met enig deel van het been (aan)raken is geen overtreding.


Een velddoelpoging houdt in dat de bal in de hand(en) gehouden wordt en daarop in de lucht geworpen in de richting van de basket van de tegenstander. Een tik houdt in dat de bal met de hand(en) in de richting van de basket van de tegenstander wordt gestuurd.

Een dunk houdt in dat de bal met een of twee handen neerwaarts door de basket van de tegenstander geduwd wordt.

Een tik en een dunk worden ook beschouwd als velddoelpogingen.
De doelpoging begint op het moment dat de speler begint met de beweging die gewoonlijk voorafgaat aan het loslaten van de bal en hij, naar het oordeel van de scheidsrechter, begonnen is aan een poging te doelen door de bal te werpen, te tikken of te dunken in de richting van de

basket van de tegenstander.


Doelpunt: wanneer gemaakt en de waarde ervan

Een doelpunt wordt gemaakt wanneer een levende bal van bovenaf in de basket gaat en erin blijft of erdoor gaat.

Een doelpunt wordt toegekend aan de ploeg die op de basket van de tegenstander aanvalt waarin de bal is geworpen op de volgende wijze:

Een doelpunt uit een vrije worp telt voor 1 punt.

Een doelpunt vanaf het 2-puntsgebied telt voor 2 punten.

Een doelpunt vanaf het 3-puntsgebied telt voor 3 punten.


Indien de bal de ring heeft geraakt bij de laatste of enige vrije worp en hij legaal wordt geraakt door een aanvaller of een verdediger vooraleer hij in de basket gaat, dan telt dit doelpunt voor 2 punten.
Inworp

Een inworp vindt plaats wanneer de bal in het speelveld wordt gebracht door een speler die de inworp uitvoert van buiten het speelveld.


Een scheidsrechter moet de bal overhandigen of ter beschikking stellen van de speler die de inworp zal nemen.

De speler moet de bal inwerpen op de plaats die het dichtst gelegen is bij de plaats van de inbreuk of waar het spel werd stilgelegd door de scheidsrechter, behalve direct achter het bord.


In volgende gevallen moet de bal ingeworpen worden vanaf het verlengde van de middenlijn, tegenover de jurytafel:

Bij het begin van alle perioden, uitgezonderd de eerste

Na vrije worpen die het gevolg zijn van technische, onsportieve of diskwalificerende fouten
Na een velddoelpunt of een gelukte laatste vrije worp:

Gelijk welke tegenstander van de ploeg die gescoord heeft mag de bal inwerpen vanaf gelijk welke plaats aan de eindlijn waar het doelpunt was gemaakt.

Een speler die de inworp uitvoert mag niet:

Meer dan 5 seconden gebruiken voordat hij de bal loslaat.

Op het speelveld stappen terwijl hij de bal in de hand(en) heeft.

Veroorzaken dat de bal de grond buiten het veld raakt, nadat de bal is losgelaten voor de inworp

De bal aanraken in het speelveld voordat een andere speler deze heeft aangeraakt.

Veroorzaken dat de bal rechtstreeks in de basket gaat.


5 OVERTREDINGEN
Overtredingen

De bal wordt toegekend aan de tegenstanders voor een inworp op het punt dat het dichtst gelegen is bij de plaats waar de inbreuk plaatsvond, behalve direct achter het bord, tenzij op een andere wijze voorgeschreven wordt in de regels.


Speler uit en bal uit

Een speler is uit, als een deel van zijn lichaam de grond of een ander voorwerp raakt dan een speler, op, boven of buiten de grenslijnen.

De bal is uit wanneer hij in aanraking komt met:

Een speler of enig ander persoon die zich buiten het veld bevindt.

De vloer of een voorwerp op, boven of buiten de grenslijnen

De basketsteunen, de achterkant van het bord of enig ander voorwerp boven het speelveld.


Dribbelregel

Een speler mag een onbeperkt aantal passen nemen wanneer de bal niet in aanraking is met zijn hand. Bij opeenvolgende doelpogingen is er geen sprake van een dribbel.


Een speler mag geen tweede maal dribbelen (dubbele dribbel) nadat deze zijn eerste dribbel heeft beëindigd, tenzij hij tussen de twee dribbels de controle over de levende bal op het speelveld verloren had ten gevolge van:

Een velddoelpoging.

Een aanraking van de bal door een tegenstander.

Loopregel

Een pivotbeweging is de toegestane beweging waarbij men de bal vasthoudt op het speelveld, met dezelfde voet één of meerdere keren in gelijk welke richting stapt, terwijl de andere voet, de pivotvoet genaamd, op dezelfde plaats met de vloer in aanraking blijft.



Het bepalen van een pivotvoet voor een speler die een levende bal grijpt op het speelveld:

Terwijl hij met beide voeten op de grond staat:

 Op het moment dat hij één van beide voeten optilt wordt de andere voet de pivotvoet.

Terwijl hij in beweging is:

 Indien één voet de vloer raakt, dan wordt die voet de pivotvoet.

 Indien beide voeten van de vloer zijn en de speler op beide voeten gelijktijdig landt, dan wordt op het moment dat hij één van beide voeten optilt de andere de pivotvoet.

 Indien beide voeten van de vloer zijn en de speler op één voet landt, dan wordt die voet de pivotvoet. Indien de speler op die voet afzet en tot stilstand komt door op beide voeten gelijktijdig te landen, dan kan geen van beide voeten een pivotvoet zijn.
Drie seconden regel

Een aanvallende speler mag zich niet meer dan 3 opeenvolgende seconden ophouden in het beperkte gebied (= bucket) van de tegenstander.


Acht seconden regel

Zodra een speler op het speelveld controle verwerft over een levende bal in zijn verdedigingshelft, moet zijn ploeg binnen de 8 seconden de bal in de eigen aanvalshelft hebben gebracht.


Vierentwintig seconden regel

Zodra een speler op het speelveld controle verwerft over een levende bal, moet zijn ploeg binnen de 24 seconden een velddoelpoging ondernemen.


Terugkeer van de bal naar de verdedigingshelft

Een speler wiens ploeg een levende bal in bezit heeft mag niet veroorzaken dat de bal naar zijn verdedigingshelft teruggaat.


6 FOUTEN
Contact: algemene principes

Het cilinderprincipe wordt omschreven als de ruimte binnen een denkbeeldige cilinder die een speler inneemt op de vloer.




Gedurende het spel heeft elke speler het recht om gelijk welke plaats (cilinder) in te nemen op het speelveld, die nog niet is ingenomen door een tegenstander.
Het principe van de verticaliteit beschermt de ruimte op de vloer die de speler inneemt en de ruimte boven hem wanneer hij verticaal springt binnen deze ruimte.

Zodra hij zijn verticale positie (cilinder) verlaat en lichamelijk contact plaatsvindt met een tegenstander, dan is de speler die zijn verticale positie (cilinder) had verlaten verantwoordelijk voor het contact.

De aanvaller, of hij zich op de vloer bevindt of in de lucht, mag geen contact veroorzaken met de verdediger die een legale verdedigende positie ingenomen heeft.
Een verdedigende speler heeft een legale verdedigende uitgangspositie ingenomen wanneer:

Hij met zijn gezicht naar zijn tegenstander staat.

Hij met beide voeten op de grond staat.

De verdediger mag stil blijven staan, verticaal omhoog springen, zijwaarts of rugwaarts bewegen om zijn legale verdedigende positie te handhaven.

Wanneer hij beweegt om zijn legale verdedigende positie te handhaven mogen een of beide voeten gedurende een ogenblik van de grond af zijn, mits de beweging zijwaarts of rugwaarts is, maar niet in de richting van de speler met de bal.

Indien de voorgaande situaties voorkomen, dan wordt de fout beschouwd als te zijn veroorzaakt door de speler in balbezit. (aanvallende fout)


Afschermen is een poging om een tegenstander die geen balbezit heeft te vertragen of te verhinderen een gewenste positie op het speelveld te bereiken.
Geoorloofd afschermen vindt plaats als de speler, die een tegenstander wil afschermen:

Stil staat (binnen zijn cilinder) op het moment dat het contact plaatsvindt.

Met beide voeten op de grond staat op het moment dat het contact plaatsvindt.
Ongeoorloofd afschermen vindt plaats als de speler, die een tegenstander wil afschermen:

In beweging is op het moment dat het contact plaatsvindt.

Niet voldoende afstand in acht neemt bij het plaatsen van een scherm buiten het gezichtsveld van een stilstaande tegenstander, voor het contact plaatsvindt.

Het is een fout als een aanvaller met de bal:

Zijn arm of elleboog “inhaakt” of heenslaat om een verdedigende speler met de bedoeling een onsportief voordeel te verkrijgen.

Een verdediger wegduwt om te voorkomen dat de verdediger de bal speelt of tracht te spelen, of om meer ruimte te scheppen tussen hemzelf en de verdediger.

Een uitgestoken voorarm of hand gebruikt, tijdens het dribbelen, om te voorkomen dat de tegenstander de bal in bezit zou krijgen.
Persoonlijke fout

Een persoonlijke fout is een fout van een speler door persoonlijk contact met zijn tegenstander, ongeacht of de bal levend is of dood.

Een speler mag een tegenstander niet vasthouden, blokkeren, duwen, opbotsen, doen struikelen of diens loop belemmeren door zijn hand, arm, elleboog, schouder, heup, been, knie of voet uit te steken, of door zijn lichaam in een “ongewone” stand te buigen (buiten zijn cilinder). Hij mag op geen enkele wijze een ruwe of gewelddadige manier van spelen gebruiken.

Als straf wordt een persoonlijke fout tegen de overtreder genoteerd.


Als de fout begaan wordt tegen een speler die niet bezig is met een doelpoging:

Het spel moet hervat worden door de niet in overtreding zijnde ploeg, door middel van een inworp op de plaats die het dichtst gelegen is bij de plaats van de inbreuk.

Indien de in overtreding zijnde ploeg reeds 4 ploegfouten gemaakt heeft, dan wordt er een straf gegeven die verder nog besproken wordt.
Als de fout begaan wordt tegen een speler die bezig is met een doelpoging, dan moet aan deze speler een aantal vrije worpen toegekend worden zoals volgt:

Indien de velddoelpoging slaagt (er wordt gescoord), dan telt het doelpunt en wordt 1 bijkomende vrije worp toegekend.

Indien de velddoelpoging uit het 2-puntsgebied niet slaagt, dan moeten 2 vrije worpen toegekend worden.

Indien de velddoelpoging uit het 3-puntsgebied niet slaagt, dan moeten 3 vrije worpen toegekend worden.


Diskwalificerende fout

Een diskwalificerende fout bestaat uit elke ernstig onsportieve actie begaan door een speler

De overtreder wordt uitgesloten, hij moet naar de kleedkamer van zijn ploeg gaan en daar verblijven voor het verdere verloop van de wedstrijd .

Het aantal vrije worpen dat toegekend wordt is als volgt:

Indien de fout begaan is tegen een speler die niet bezig is met een doelpoging, of indien het gaat om een technische fout: 2 vrije worpen moeten worden toegekend.

Indien de fout begaan is tegen een speler die een doelpoging onderneemt: het doelpunt, indien gelukt, telt en bovendien wordt 1 vrije worp toegekend.

Indien de fout begaan is tegen een speler die een doelpoging onderneemt die mislukt: 2 of 3 vrije worpen moeten worden toegekend.
Technische fout

Beide ploegen mogen hun best doen om de overwinning te behalen, maar dit dient te geschieden in een geest van sportiviteit en fair play. Elke opzettelijke of herhaaldelijke vorm van gebrek aan samenwerking of van het niet respecteren van de geest van deze regel moet beschouwd worden als een technische fout.

De scheidsrechter mag technische fouten voorkomen door waarschuwingen te geven.
Een technische fout is een fout begaan door een speler, waarbij geen persoonlijk contact opgetreden is, gedragsmatig van aard, zoals

Waarschuwingen van scheidsrechters in de wind slaan.

Onbeleefd zijn.

Beledigende taal of gebaren gebruiken.

Het spel ophouden door opzettelijk de bal aan te raken nadat deze door de basket gegaan is of door te verhinderen dat een inworp direct wordt genomen.

Zich laten vallen om een fout te veinzen.

Aan de ring hangen op zo’n manier dat het gewicht van de speler gedragen wordt door de ring, tenzij een speler de ring kortstondig vastgrijpt na een dunk.
Indien een technische fout wordt begaan door een speler, dan moet een technische fout tegen hem belast worden als een spelersfout die zal meetellen als één van de ploegfouten.

2 vrije worpen moeten aan de tegenstanders worden toegekend, gevolgd door een inworp ter hoogte van de middenlijn.


7 ALGEMENE VOORZIENINGEN
Vijf spelersfouten

Een speler die 5 fouten heeft begaan, persoonlijke en/of technische, moet daarvan op de hoogte gebracht worden en moet onmiddellijk het speelveld verlaten. Hij moet vervangen worden.


Ploegfouten: straf

Een ploeg krijgt te maken met de ploegfoutenregel wanneer zij 4 ploegfouten begaan heeft in een periode.

Wanneer een ploeg zich in de situatie bevindt dat de ploegfoutenregel moet toegepast worden, dan worden alle volgende persoonlijke spelersfouten begaan tegen een speler, die niet bezig was met een doelpoging, bestraft worden met 2 vrije worpen in plaats van een inworp.
Vrije worpen

Een vrije worp is een gelegenheid, gegeven aan een speler, om ongehinderd 1 punt te maken vanaf een plaats achter de vrije worplijn binnen de halve cirkel.


Wanneer een persoonlijke fout gefloten wordt en de straf is het toekennen van vrije worp(en): moet de speler tegen wie de fout begaan is de vrije worp(en) nemen.
Wanneer een technische fout gefloten wordt, mag gelijk welk lid van de tegenpartij aangeduid door zijn coach de vrije worp(en) nemen.
De vrije worpnemer:

Moet een plaats innemen achter de vrije worplijn en binnen de halve cirkel.

Moet de bal loslaten binnen 5 seconden nadat de bal tot zijn beschikking gesteld is door de scheidsrechter.

Mag de vrije worplijn niet raken of het beperkte gebied betreden tot het moment dat de bal in de basket gegaan is of de ring geraakt heeft.

Mag geen schijnbeweging maken van een vrije worp.
De spelers in de plaatsen voor de rebound van de vrije worp mogen afwisselende plaatsen innemen rond de bucket.

Gedurende de vrije worpen mogen deze spelers niet:

Vrije worp plaatsen innemen die niet voor hen bestemd zijn

Hun plaats verlaten voordat de bal de hand(en) van de vrije worpnemer verlaten heeft.

De tegenstanders mogen de vrije worpnemer niet afleiden door hun handelingen.
Opstelling spelers tijdens de vrije worpen:

Hier komt tekening van

Opstelling

Spelers die niet in de reboundruimten plaatsgenomen hebben (hier A7, B7, A8, B8) moeten achter het verlengde van de vrije worplijn en achter de driepuntlijn blijven tot de bal de ring raakt of tot de vrije worp eindigt.



Heilig-Hartscholen 2e graad balsport J. Baeten




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina