Bedrijfsmentor: Drs. F. Sipkema Datum: 1 juni 2007 Voorwoord



Dovnload 270.83 Kb.
Pagina1/15
Datum20.08.2016
Grootte270.83 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   15


Integratie multimedia

in tv-concepten




Naam: Stefan van der Putten 20003411

Vincent Resink 20035355



Afstudeerperiode: Februari – Mei 2007

Begeleider: Dhr. A.R.J. Kollee

Bedrijf: Winkelman en van Hessen & D.P. International

Bedrijfsmentor: Drs. F. Sipkema

Datum: 1 juni 2007
Voorwoord
Als vierdejaars studenten Commerciële Economie zijn we beland in de laatste fase van onze opleiding. De afgelopen vier jaar zijn wij in aanraking gekomen met diverse marketinggerelateerde probleemstukken. We hebben marktonderzoeken, benchmarks en diverse andere onderzoeken voor opdrachtgevers uitgevoerd. Allemaal met een commercieel karakter. Daarnaast hebben we, voor een periode van vier maanden, stage gelopen bij een extern bedrijf.
Als laatste, rest ons nog het uiteindelijke afstudeerproject. Deze opdracht is uitgevoerd voor Winkelman en van Hessen en D.P. International. In een periode van twaalf weken hebben we kennis mogen maken met beide bedrijven met dit verslag als eindresultaat.
Wij willen van de gelegenheid gebruik maken om onze begeleiders Femke Sipkema en Antoine Kollee te bedanken voor hun goede begeleiding tijdens onze afstudeerperiode. Daarnaast willen we iedereen binnen Winkelman en van Hessen bedanken voor het goede ontvangst. Verder willen we Marja Middeldorp en Ralph van Hessen bedanken voor het mogelijk maken van deze afstudeeropdracht. Als laatst willen we Frank Resink, Michael Blokdijk en Martin du Prie bedanken voor hun ondersteuning.
Stefan van der Putten & Vincent Resink

Juni 2007



Managementsamenvatting
In opdracht van Winkelman en van Hessen (WVH) en D.P. International (DPI) hebben wij een onderzoek gedaan naar de mogelijkheden die huidige en toekomstige multimediatoepassingen bieden ten aanzien van tv-concepten. We hebben gekeken hoe deze toepassingen intensiever en effectiever te koppelen zijn aan de concepten en hoe de interesse hiervoor is bij jongvolwassen van 18 tot en met 25 jaar. In dit verslag proberen we antwoord te geven op de volgende probleemstelling: “Welke ontwikkelingen zijn er in de huidige en toekomstige multimedia en hoe kunnen deze ontwikkelingen effectiever en intensiever gekoppeld worden aan tv-concepten? Hoe staat de consument hier tegenover en op welke manier is dit uitvoerbaar voor een grote doelgroep?” Het uiteindelijke doel is een tv-concept uitwerken op basis van de onderzoeksgegevens.
Om een goed inzicht te geven in de multimedia en tv-markt van Nederland hebben we als eerst een bedrijfstakanalyse gedaan. In deze analyse hebben we ons naast de macro-economische factoren gericht op drie belangrijke multimediadiensten. Dit zijn:


  1. Netwerkgebonden audiovisuele diensten;

  2. Audiovisuele diensten op het internet;

  3. Mobiele audiovisuele diensten.

De penetratie van digitale televisie in Nederland ligt nu rond de 35%. De prognose is dat dit in 2009 zal toenemen tot ongeveer 69%. De ontvangst vindt nu voornamelijk via de kabel plaats. Dit zal in de komende jaren ook zo blijven. Hierbij houden ontvangst via satelliet en het internet (IPTV) een lage penetratiegraad. Naast digitale televisie zal ook interactieve digitale televisie (I-tv) zijn intrede doen. Deze ontwikkeling geeft, door het hebben van een retourkanaal, erg veel mogelijkheden voor nieuwe tv-concepten. Door de huidige verschillen in het aanbod van digitale televisie wordt er door Nederlandse omroepen weinig geïnvesteerd in interactieve diensten. Op dit moment is UPC de enige aanbieder hiervan. De kabelsector heeft aangegeven dat de techniek die UPC hiervoor gebruikt de standaard zal worden. Hierdoor zal de ontwikkeling en exploitatie van dit nieuwe medium sneller verlopen.


In Nederland is 78% van de bevolking in het bezit van een pc waarvan 54% een snelle internetverbinding (ADSL) heeft. Hiermee is Nederland koploper in Europa. Verder zien we een explosieve groei in het aanbod en gebruik van audiovisuele diensten via het internet. Vooral het bekijken van herhalingen van tv-programma’s en geplaatste video’s is erg populair. Daarnaast zijn vele jongeren en jongvolwassenen bezig met het plaatsen van eigen videomateriaal op het internet (Hyves, weblogs, e.d.). Het internet heeft met deze en andere toepassingen de meeste interactieve mogelijkheden om iets te kunnen toevoegen aan tv-concepten. De toenemende tijd die men op het internet doorbrengt gaat echter wel ten koste van de tv-kijktijd.
De penetratie van de mobiele telefoon ligt in Nederland op 106%. 45% van de bevolking heeft een telefoon die geschikt is voor het gebruik van internet (met GPRS of UMTS). Ondanks de hoge penetratie van UMTS-toestellen binnen de doelgroep, blijft het gebruik laag. Dit komt voornamelijk door de relatief hoge kosten en het gebruiksgemak. Verwacht wordt dat in 2010 de helft van de bevolking een mobiele telefoon heeft met UMTS. Dit betekent dat het dan voor de helft van de bevolking mogelijk is live tv te kijken op de mobiele telefoon. Ook het gebruik van mobiel internet zal daardoor aanzienlijk worden verbeterd. Verder wordt in 2008 een aanzienlijke groei verwacht van mobiele televisie door de lancering van een nieuwe techniek (DVB-H). De mobiele telefoon zal in de toekomst steeds meer gaan lijken op een draagbare pc. Dit heeft voordelen voor de interactiviteit met tv-programma’s.
Uit de macro-economische factoren is het volgende gebleken. Er is een sterke groei in het aantal éénpersoonshuishoudens. Het aantal meerpersoonshuishoudens blijft echter wel de ruime overhand houden. In deze huishoudens is er een stijging omtrent het ‘samen’ tv kijken. Dit zorgt voor meer interesse in familieprogramma’s. Economisch gezien gaat het goed met Nederland. Het consumentenvertrouwen heeft het hoogste punt bereikt van de afgelopen zes jaar. Verder is er bij de consument en het bedrijfsleven een positief toekomstbeeld. Dit zorgt voor een hogere besteding aan duurzame goederen, zoals televisies en randapparatuur. Daarnaast hebben bedrijven meer te besteden aan reclame, wat ten goede komt aan de (commerciële) omroepen. Als we kijken naar de tijdsbesteding van Nederlanders, dan zien we op multimediagebied een duidelijke verschuiving van tv naar internet. Deze twee multimediasoorten worden ook steeds vaker gelijktijdig gebruikt, door de toename van multitasking bij de Nederlandse bevolking.
In de afnemersanalyse is onderscheid gemaakt tussen zenders en ontvangers. Om een goed beeld te krijgen van de door ons afgebakende doelgroep (mannen en vrouwen van 18-25 jaar) hebben we een kwantitatief onderzoek uitgevoerd. Daaruit is gebleken dat de interesse naar de mogelijkheden die I-tv met zich meebrengt erg hoog zijn. Met name het on-demand tv kijken en het overslaan van reclames zijn erg in trek. Dit laatste heeft als nadeel dat hierdoor de inkomsten van tv-programma’s in gevaar kunnen komen. Daarom wordt productplacement in programma’s steeds belangrijker. Naast I-tv is er bij zo’n tweederde van de doelgroep interesse naar mobiel internet en mobiele televisie tegen lage kosten. Als de penetratiegraad hiervan hoog genoeg is ligt hier dus een goede kans voor hierop gerichte tv-concepten. Bij de zenders zien we dat er goed ingespeeld wordt op de multimedia behoefte van de consument. Met name MTV, TMF en Talpa hebben uitgebreide mogelijkheden voor het internet en de mobiele telefoon. De ontwikkelingen op het gebied van mobiele audiovisuele content zijn echter nog minder ver, maar hier komt de komende twee jaar veel verandering in. Op dit moment worden er vooral bel- en sms-diensten aangeboden door de zenders. Hier wordt maar matig gebruik van gemaakt door de doelgroep met als hoofdreden de prijs. Dit blijkt dus een belangrijke factor voor het succes van mobiele content.
WVH is een innovatief bedrijf met creatief personeel. Daarnaast heeft WVH over de jaren heen een groot netwerk opgebouwd in veel verschillende sectoren. Dit maakt het zoeken naar sponsors voor nieuwe tv-concepten makkelijker. Ook is het voor televisiezenders aantrekkelijk een partnership aan te gaan met WVH om zo het eigen netwerk uit te breiden. Uit de financiële analyse is gebleken dat WVH financieel krachtig genoeg is om zich bezig te houden met nieuwe projecten en activiteiten. Daarnaast hoeven zij door het ontbreken van stakeholders hier niet eerst toestemming voor te vragen. De samenwerking met DPI versterkt het geheel door de jarenlange presentatie ervaring bij tv-programma’s en de BN’er status van de dames van dit bedrijf. Hierbij moet wel rekening worden gehouden met het feit dat deze dames worden geassocieerd met schoonmaak. Dit maakt ze minder geschikt voor andere programma’s. Een nadeel is dat DPI geen ervaring heeft in het ontwerpen van tv-concepten. Dit is voor WVH ook een aantal jaren geleden. Hierdoor is er geringe kennis van de huidige ontwikkelingen in de tv-markt. WVH profileert zich op de markt als communicatiebureau en niet als programmamaker. Door deze gedachte kunnen tv-producenten bevooroordeeld zijn en in eerder in zee gaan met bedrijven die het ‘programma maken’ als kernuitvoering hebben.
In het strategisch plan hebben we aan de hand van een SWOT-analyse en een SWOT-matrix de volgende vier parapluopties geformuleerd:

  1. Het ontwikkelen van een tv-concept, gericht op jongvolwassenen, waarbij het internet actief betrokken wordt met on-demand elementen waarin schoonmaak een centrale rol speelt en voldoende ruimte wordt geboden voor productplacement.

  2. Het ontwikkelen van een tv-concept, gericht op een brede doelgroep, die gebruik maakt van de interactieve mogelijkheden van I-tv (interactieve tv)die tegen lage kosten worden aangeboden door toevoeging van sponsors uit eigen netwerk en productplacement.

  3. Ontwikkelen van een mobiel audiovisueel concept, voor jongeren en jongvolwassenen, speciaal gericht op de mobiele situatie waar de gebruiker zich in bevindt.

  4. Het opzetten van goede samenwerkingsverbanden tussen WVH en tv-omroepen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van elkaars sterke kanten. De kennis van de tv-markt van de omroepen en de creativiteit en het communicatievermogen van WVH.

Aan de hand van het FOETSJE-model zijn we tot de conclusie gekomen dat op korte termijn parapluoptie 1, eventueel in samenwerking met optie 4, het best haalbaar is. Met name op technisch vlak zijn optie 2 en 3 nog niet goed haalbaar. Dit zijn op middel tot lange termijn wel zeer haalbare en realistisch opties. Om parapluoptie 2 en 3 in de toekomst succesvol uit te voeren, is het belangrijk dat de ontwikkelingen op dit vlak goed in gaten worden gehouden. Daarom adviseren wij om binnen WVH een adviesgroep op te richten die zich richt op ‘nieuwe’ media. Naast het oprichten van een nieuwe adviesgroep stellen we voor dat WVH en DPI een gezamenlijk bedrijf oprichten dat zich richt op het ontwikkelen en commercieel exploiteren van ideeën. Dit zorgt voor een veel duidelijkere communicatie richting de afnemers. Deze ‘dochteronderneming’ kan geplaatst worden binnen één van de bedrijfspanden van WVH.


Het bedenken, ontwerpen en verkopen van tv-concepten moet gezien worden als een nevenactiviteit van WVH en DPI. Deze activiteit heeft verder geen invloed op de ondernemingsmissie en

–doelstellingen op lange termijn. Aangezien het nog te vroeg is om een realistisch beeld te schetsen van de te behalen winst of inkomsten uit de uit te voeren activiteiten, stellen we ook geen financiële doelstellingen op. Omdat deze activiteit zich nog in de conceptfase bevindt hebben we ons meer gericht op de mogelijkheden die er zijn met multimedia in combinatie met tv-programma’s. Pas als alle concepten volledig zijn uitgewerkt kunnen er realistische prognoses worden gegeven over de te behalen afzet en/of marktaandeel. We stellen daarom geen marketingdoelstellingen op. De doelstellingen zijn in deze fase uitsluitend sales- en intern gericht.



  • Binnen één jaar twee uitgewerkte concepten verkopen aan één van de Nederlandse tv-producenten.

  • Binnen één jaar een adviesgroep hebben opgericht die de ontwikkelingen op het gebied van I-tv en mobiele audiovisuele diensten en andere nieuwe media in de gaten houdt.

  • Binnen een jaar een partnership aangaan met een van de tv-producenten.

  • Binnen 4 jaar, naast tv-concepten met toevoeging van het internet, ook minimaal een concept gericht op mobiele audiovisuele content en een concept gericht op I-tv verkopen aan een van de Nederlandse tv-producenten.

De huidige positionering van WVH is: een creatief veelzijdig (marketing)communicatie adviesbureau. De tv-producenten weten echter nog niet dat zij naast hun hoofdactiviteiten ook in samenwerking met DPI tv-concepten ontwerpen. Daarom is het belangrijk dat WVH en DPI op dit gebied een breinpositie veroveren bij de beslissers binnen de tv-branche.


In de komende jaren zullen WVH en DPI zich tegenover de tv-producenten meer onder de naam van WVH moeten positioneren. WVH staat bekend om de veelzijdige bedrijfsuitvoering op het gebied van communicatie. WVH moet bij de producenten bekend staan als een communicatie adviesbureau dat ook tv-concepten ontwerpt. Hierbij zullen zij zich dus diversificeren met behoud van dezelfde positionering. Deze communicatie-uiting is met name belangrijk als WVH in de toekomst ook een partnership wil met één van de tv-producenten. Het moet duidelijk zijn dat WVH naast het ontwerpen van tv-concepten nog meer te bieden heeft.
In het laatste gedeelte komt het actieplan aan bod. Hierin maken we de onderzoeksresultaten uit de situatieanalyse en het strategisch plan meer tastbaar door de gekozen parapluoptie (optie 1) uit te werken. In de bijlage van de interne analyse staan een aantal titels vermeld die naar voren zijn gekomen uit een brainstormsessie. We hebben ervoor gekozen om de titel “Hoe Vies Ben Jij Van?” verder vorm te geven als voorbeeld. Dit concept kan samen met de andere titels worden voorgelegd aan diverse tv-producenten.
“Hoe Vies Ben Jij Van?” is een programma waar mensen voor een x bedrag vervelende grootschalige schoonmaakklussen aanpakken. Hierbij willen we op het internet een beurs oprichten waar deze klussen worden aangeboden. Bij deze beurs kunnen de kijkers tegen elkaar bieden voor het doen van bepaalde klussen. Hierbij mag de laagste bieder de klus doen. Door gebruik te maken van het internet kunnen we de doelgroep op twee manieren bij het programma betrekken. Daarnaast geeft dit medium de mogelijkheid tot het aanbieden van on-demand televisie. Bij het programma kunnen de dames van DPI extra toevoeging geven aan het concept aangezien zij bekend zijn en worden geassocieerd met schoonmaak. Ook is er bij dit programma veel sponsoring en productplacement mogelijk. Dit zorgt ervoor dat het er minder afhankelijk van reclame kan worden geproduceerd. Met dit concept kunnen tv-producenten Talpa en RTL-Nederland het best als eerste worden benaderd. Dit ten aanzien van hun programmering, de doelgroep en de multimediale mogelijkheden.

Inhoudsopgave


1Inleiding 7

2Bedrijfstakanalyse 10

3Afnemersanalyse 19

4Interne analyse 23

5Strategisch plan 26

6Actieplan 32

7Conclusie 35

8Literatuurlijst 36

9Bijlagen 37





  1. Inleiding





  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   15


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina