Bedrijfsmentor: Drs. F. Sipkema Datum: 1 juni 2007 Voorwoord



Dovnload 270.83 Kb.
Pagina12/15
Datum20.08.2016
Grootte270.83 Kb.
1   ...   7   8   9   10   11   12   13   14   15

1.22Keuze optie

De uiteindelijke keuze wordt bepaald op de geschiktheid van de optie. Hierbij staat centraal of het kernprobleem wordt opgelost en of de optie aansluit bij de (externe) omgeving. Ook wordt er geselecteerd op de haalbaarheid van de optie. Dit wordt bepaald aan de hand van de volgende criteria: financieel, organisatorisch, economisch, technisch, sociaal, juridisch en ecologisch. Verder is het van belang dat met de gekozen optie de doelstelling wordt bereikt.




FOETSJE Model

 

 

 

 

 

 

 

Financieel

Organisatorisch

Economisch

Technisch

Sociaal

Juridisch

Ecologisch

Parapluoptie 1

++

++

+

++

++

++

++

Parapluoptie 2

++

+

+

-

++

++

++

Parapluoptie 3

++

+

+

-

++

++

++

Parapluoptie 4

++

++

++

++

++

++

++

Tabel 9: FOETSJE model

1.22.1Toelichting FOETSJE-model


Op financieel, organisatorisch, sociaal, juridisch en ecologisch gebied zijn alle opties zeer goed haalbaar. Op organisatorisch vlak zijn optie 2 en 3 iets minder haalbaar, omdat er nu nog minder aandacht wordt besteed aan audiovisuele content voor mobiele telefonie en I-tv. In de economische lijn van het bedrijf gezien liggen optie 1,2 en 3 buiten de kernactiviteiten van het bedrijf. Het bedrijf heeft een alles-kan-mentaliteit, dus dit levert geen directe problemen op. Technisch gezien zijn optie 2 en 3 op korte termijn minder goed mogelijk. Hiervoor zijn de benodigde technieken namelijk nog niet ver genoeg gepenetreerd binnen de Nederlandse bevolking.
Als we kijken naar het FOETSJE model, dan komen we tot de conclusie dat op korte termijn (binnen twee jaar) parapluoptie 1, eventueel in samenwerking met de aanvullende parpaluoptie 4, het best haalbaar is.

1.22.2Middel tot Lange termijn advies


Op middel tot lange termijn worden parapluoptie 2 en 3 steeds beter haalbaar aangezien de (penetratie van de) techniek dit meer toelaat. Uiteindelijk zijn deze opties net zo goed haalbaar als optie 1. Daarom is het van belang hier tijdig op in te springen door het goed in de gaten houden van de stand van techniek op dit vlak. De verwachting is dat I-tv in 2009 een dermate hoge penetratiegraad heeft dat het interessant wordt om hier tv-concepten voor te ontwerpen. Het verwachte gebruik van de toepassingen die I-tv met zich meebrengt is behoorlijk hoog. Het overslaan van reclame en het on-demand kijken van films zijn het meest populair (+/- 80%). Daarnaast is ongeveer een derde van de doelgroep geïnteresseerd in de overige mogelijkheden, zoals quizzen, stemmen, digitaal winkelen en spelletjes. Deze nieuwe toepassingen zorgen voor diverse mogelijkheden met tv-concepten. De lancering van DVB-H wordt begin 2008 verwacht. Deze techniek maakt het mogelijk om tegen zeer lage kosten televisie te kijken via de mobiele telefoon. Daarnaast zorgen andere technieken voor een grotere bandbreedte en lagere kosten voor mobiel internet. Uit de enquête is gebleken dat het verwachte gebruik van deze technieken erg hoog is mits de kosten laag blijven (respectievelijk 50% en 70%). Om succesvol op deze ontwikkelingen in te kunnen springen is het van groot belang om er goed van op de hoogte te zijn. Alleen dan kan er gezorgd worden voor een voordeel ten opzichte van de concurrentie. Daarom raden wij aan om binnen WVH een adviesgroep op te richten die zich richt op ‘nieuwe’ media. Deze groep moet er voor zorgen dat het bedrijf op de hoogte blijft van de ontwikkelingen op de bovenstaande gebieden.
Naast het oprichten van een nieuwe adviesgroep stellen we voor dat WVH en DPI een gezamenlijk bedrijf oprichten dat zich richt op het ontwikkelen en commercieel exploiteren van ideeën. Zo komen beide bedrijven meer eenduidig over bij potentiële kopers. Bij dit onderdeel is de kernactiviteit het ontwikkelen en verkopen van concepten. Dit zorgt voor een veel duidelijkere communicatie richting de afnemers. Deze ‘dochteronderneming’ kan geplaatst worden binnen één van de bedrijfspanden van WVH.

1.23Doelstellingen en strategie

Het bedenken, ontwerpen en verkopen van tv-concepten is een nevenactiviteit van WVH en DPI. Deze activiteit bevindt zich nog in de conceptfase en heeft verder geen invloed op de ondernemingsmissie en –doelstellingen op lange termijn. Daarbij stellen we geen financiële doelstellingen op. Het is te vroeg om een realistisch beeld te geven van de te behalen winst of inkomsten die voortkomen uit het verkopen en presenteren van een tv-programma. Ook inkomsten die voortkomen uit toekomstige partnerships met tv-producenten is nog onduidelijk. Omdat deze activiteit zich nog in de conceptfase bevindt hebben we ons meer gericht op de mogelijkheden die er zijn met multimedia in combinatie met tv-programma’s. Pas als alle concepten volledig zijn uitgewerkt kunnen er realistische prognoses worden gegeven over de te behalen afzet en/of marktaandeel. We stellen daarom geen marketingdoelstellingen op. De doelstellingen zijn in deze fase uitsluitend sales- en intern gericht.




1   ...   7   8   9   10   11   12   13   14   15


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina