Bedrijfsmentor: Drs. F. Sipkema Datum: 1 juni 2007 Voorwoord



Dovnload 270.83 Kb.
Pagina14/15
Datum20.08.2016
Grootte270.83 Kb.
1   ...   7   8   9   10   11   12   13   14   15

1.26Hoe Vies Ben Jij Van? (product)

“Hoe Vies Ben Jij Van?” is een tv-concept waarbij schoonmaak centraal staat. In een notendop is het een programma waarbij onprettige schoonmaakklussen worden gedaan voor een x bedrag. Bij “Hoe Schoon Is Jouw Huis?” waren het veelal huiselijke schoonmaakklussen. Bij “Hoe Vies Ben Jij Van?” ligt de nadruk meer op grotere schoonmaakklussen buitenshuis. Hierbij valt te denken aan standbeelden, straten, riolering etc. Voor dit programma zien wij de mogelijkheid het internet actief bij het programma te betrekken. We hebben aangetoond dat het internet, door de hoge penetratiegraad in Nederland, al jaren aan een grote opmars bezig is en verantwoordelijk kan worden gehouden voor de afname van de tv-kijktijd in Nederland. Door het internet actief bij het programma te betrekken kan de doelgroep op twee manieren worden bereikt en kan de consument beter worden betrokken bij het programma. Ook zijn er op deze manier betere reclamemogelijkheden wat leidt tot meer inkomsten voor de tv-zender. Omdat schoonmaak in dit programma centraal staat kunnen de dames van DPI toegevoegd worden aan het concept. Verder is het concept geschikt voor zowel meerpersoonshuishoudens als éénpersoonshuishoudens.



1.26.1De Schoonmaak Klusbeurs


Voor het programma willen we een beurs op het internet oprichten waar allerlei diverse smerige of grootschalige schoonmaakklussen worden aangeboden tegen een vergoeding in euro’s. Dit kunnen klussen zijn die mensen zelf aanbieden (mits deze in de goede categorie vallen) of worden aangeboden door bedrijven en/of gemeenten. Daarbij kunnen er ook nog speciale klussen worden bedacht door de redactie van de tv-producent zelf. De site wordt voor iedereen toegankelijk en men kan zich aanmelden door simpelweg een profiel aan te maken op de internetsite. Zodra men een profiel heeft kan er worden geboden op diverse schoonmaakklussen. De persoon of groep personen met het laagste bod krijgt de schoonmaakklus. Ze moeten de klus klaren met een maximaal aantal personen en binnen een bepaalde tijd. Een voorbeeld staat op de volgende pagina gegeven:

Figuur 5: Voorbeeld internetsite “De Schoonmaak Klusbeurs”
In het bovenstaande figuur staat één van de klussen aangeboden. Het gaat hier om het schoonmaken van een standbeeld. Het bod begint bij 1000 euro en moet worden voltooid door minimaal twee personen. Door het aanlokkelijke bedrag worden mensen, individueel of in groepsverband, verleid zich aan te melden bij de beurs en een bod te doen op de klus. Als er eenmaal een bod is geplaatst op de klus kunnen andere personen een nieuw lager bod plaatsen zodat zij de klus kunnen klaren voor dat bedrag. Zo kunnen hele groepen mensen tegen elkaar opbieden, of beter gezegd afbieden. Iedereen kan deze ontwikkelingen bijhouden op het internet. Ook worden deze ontwikkelingen tijdens het programma op de televisie getoond.

1.26.2On-demand


Door de populariteit van on-demand videodiensten is het van belang de consumenten de mogelijkheid te bieden videocontent te bekijken wanneer zij dat willen. De schoonmaakklussen die in eerdere programma’s zijn getoond moeten op de internetsite opnieuw kunnen worden bekeken. Deze streaming video’s bieden de ruimte voor extra reclamemogelijkheden (bumper ads). Ook productplacement komt met deze on-demand diensten beter tot zijn recht. Verder moet de consument de mogelijkheid worden geboden eigen gemaakte videocontent op de internetsite te kunnen plaatsen. Deze content kan dan gebruikt worden om smerige schoonmaakklussen aan te bieden. Met deze dienst spelen we in op het toenemende gebruik/aanbod van ‘eigen’ geproduceerde videocontent.

1.26.3Presentatie


“Hoe Vies Ben Jij Van?” is gericht op schoonmaak. Uit de interne analyse is naar voren gekomen dat de dames van DPI worden geassocieerd met schoonmaak. Dit maakt ze minder geschikt voor andere soorten programma’s. Voor dit concept zijn de dames een verrijking. Het is aannemelijk dat vaste kijkers van het programma “Hoe Schoon Is Jouw Huis?” eerder zullen gaan kijken naar “Hoe Vies Ben Jij Van?” Dit is een groot voordeel voor tv-producenten.
In het programma zullen de dames een meer ondersteunende rol hebben. Degene die geboden hebben moeten de klus klaren. De “poetsdiva’s” halen de bieder(s) op en escorteren de desbetreffende personen naar plek des onheil. Hier zorgen de dames voor de juiste ondersteuning en waken voor de kwaliteit. Zij bepalen uiteindelijk of de klus voldoende geklaard is.

1.27Sponsoring en productplacement (promotie)

Uit de onderzoeksresultaten is gebleken dat productplacement in tv-programma’s een steeds grotere rol gaat spelen. De consument krijgt in de nabije toekomst steeds meer mogelijkheden om reclames over te slaan. Een gevolg hiervan is dat de reclame-inkomsten van de tv-producenten in geding komen. Het is voor een tv-producent wenselijk dat er in een tv-concept ruimte is voor productplacement en dat het programma wordt gesponsord door één of meerdere bedrijven. Door het uitgebreide netwerk van WVH is het mogelijk sponsors te zoeken voor het tv-programma. Aangezien het tv-concept om schoonmaak draait is het mogelijk om bedrijven als Asito en Nedac Sorbo te benaderen. Dit zijn bedrijven waar Winkelman en van Hessen al eerder mee heeft samengewerkt op communicatievlak. Voor beide bedrijven is het sponsors van programma’s niks nieuws. Het tv-programma “Hoe Schoon Is Jouw Huis?” hebben Nedac Sorbo en Asito ook gesponsord. Door het maatschappelijke karakter van het programma kan er ook een subsidie worden gevraagd aan de overheid. Ook de diverse gemeenten kunnen worden ingeschakeld voor materiële hulp.



1.28Tv-zender (plaats)

Het programma is in de voorgaande paragrafen globaal uitgewerkt. Nu moet er voor het verder te ontwikkelen concept een koper worden gevonden. De keuze is gebaseerd op gegevens uit de afnemersanalyse. Het concept “Hoe Vies Ben Jij Van?” heeft een commercieel karakter. Daarbij is het een programma dat bekeken kan worden door een brede doelgroep. Het programma is zowel voor de hele familie als voor éénspersoonshuishoudens. Het programma maakt in verre mate gebruik van multimediale toepassingen. In de afnemersanalyse hebben we aangetoond dat Talpa/Tien en RTL-Nederland hoog scoren op de lijst van multimediale toepassingen. Daarbij komt de communicatiedoelgroep van beide zenders overeen met de doelgroep van het concept.




  1. Conclusie



In ons afstudeeropdracht hebben we geprobeerd antwoord te geven op de volgende probleemstelling: “Welke ontwikkelingen zijn er in de huidige en toekomstige multimedia en hoe kunnen deze ontwikkelingen effectiever en intensiever gekoppeld worden aan tv-concepten? Hoe staat de consument hier tegenover en op welke manier is dit uitvoerbaar voor een grote doelgroep?”
In het huidige mediagebruik zien we steeds meer een verschuiving van het reguliere tv-kijken naar het gebruik van andere multimedia. Vooral het internet wordt steeds intensiever gebruikt. Dit gaat ten koste van de tv-kijktijd. Het on-demand televisie kijken, op het internet, speelt hierbij een belangrijke rol. Het plaatsen van eigen geproduceerde videocontent van tv-zenders en consumenten is erg populair.
In Nederland zijn op multimediaal gebied de volgende ontwikkelingen aan de gang. Nederland is in Europa koploper in het aantal breedbandinternetaansluitingen. De penetratiegraad van de mobiele telefoon ligt op 102% en in 2009 zal 68,8% van de Nederlandse huishoudens gebruik maken van de digitale televisie. Daarnaast zal door snellere internetverbindingen de kwaliteit van het televisiekijken op het internet omhoog gaan en mobiel televisie kijken via DVB-H op grote schaal op de markt gezet worden. Ook wordt de digitale televisie uitgebreid met een retour kanaal (I-tv) waardoor hoge mate van interactiviteit mogelijk is. Deze ontwikkelingen op multimediaal gebied zorgen er voor dat de consument niet meer onlosmakelijk verbonden is met het tv-medium voor het bekijken van tv-programma’s. Dit biedt mogelijkheden voor nieuwe tv-concepten.
Tv-zenders zijn in ruime mate bezig met de ontwikkeling en het aanbieden van extra multimediale diensten. De belangrijkste reden voor de consument om geen gebruik te maken van deze diensten, zoals sms’en of bellen, zijn de kosten. Om deze zo laag mogelijk te houden moeten er inkomsten via een andere weg worden gerealiseerd. Door middel van productplacement en sponsoring kunnen multimediale diensten goedkoper worden aangeboden en zijn zenders minder afhankelijk van reguliere reclameblokken. Ook door de toenemende mogelijkheden om reclames over te slaan wordt dit in de toekomst erg belangrijk.
Voor WVH en DPI zijn er mogelijkheden om nieuwe tv-concepten te ontwikkelen waarbij multimedia intensief en effectief betrokken worden. Op korte termijn kan dit alleen door toevoeging van de mogelijkheden die het internet biedt. Concepten die gebruik maken van interactieve mogelijkheden met de mobiele telefoon of digitale televisie zijn pas op langere termijn haalbaar. Verder is er de doelstelling om binnen 4 jaar, naast tv-concepten met toevoeging van het internet, ook minimaal een concept gericht op mobiele audiovisuele content en een concept gericht op I-tv te verkopen aan één van de Nederlandse tv-producenten. Om hier goed op in te kunnen spelen moet er binnen één jaar een adviesgroep worden opgericht die de ontwikkelingen van nieuwe media in de gaten houdt. Daarnaast is er de doelstelling om binnen een jaar een partnership aan te gaan met één van de tv-producenten zodat er een win-win situatie ontstaat voor beide partijen op lange termijn.
Om deze doelstellingen te bereiken zullen WVH en DPI zich in de komende jaren, tegenover de

tv-producenten, meer onder de naam van WVH moeten positioneren. WVH staat bekend om de veelzijdige bedrijfsuitvoering op het gebied van communicatie. WVH moet bij de producenten bekend staan als een communicatie adviesbureau dat ook tv-concepten ontwerpt. Hierbij moeten zij zich diversificeren met behoud van de huidige positionering. Aangezien het ontwikkelen van tv-concepten een nevenactiviteit is, is het van belang dat de huidige positionering intact blijft. Zo ontstaat er geen verwarring in de kerncompetenties van het bedrijf. Het moet duidelijk zijn dat WVH, richting de

tv-producent, meer te bieden heeft dan alleen tv-concepten.
In het actieplan is één van de concepten uitgewerkt. Dit concept is tot stand gekomen op basis van de onderzoeksgegevens. “Hoe Vies Ben Jij Van?” is een concept waarbij het schoonmaken van grootschalige objecten centraal staat. Op het internet wordt een schoonmaak-klusbeurs ingericht waar mensen actief kunnen bieden op schoonmaakklussen. Deze ontwikkelingen worden gekoppeld aan het reguliere tv-programma. Ook is er de mogelijkheid om on-demand videodiensten te bekijken of te plaatsen. Omdat schoonmaak centraal staat zijn de dames van DPI uiterst geschikt om dit programma te presenteren. Daarnaast biedt dit concept de mogelijkheid om bedrijven uit eigen netwerk te benaderen voor de sponsoring.


  1. Literatuurlijst



  • Dr. K.J. Alsem en drs. E.J. Kostelijk, Alsem: Strategische Marketingplanning. 3e druk, Groningen, 2001.




  • P. de Boer, M.P. Brouwers, W. Koetzier, Basisboek Bedrijfseconomie. 6e druk, Groningen, 2001.




  • P. Kotler, G. Armstrong, J. Sanders, V. Wang, Kotler: Principes van marketing. 3e druk, 2003.




  • N.K. Malhotra, Marketing Research: An applied orientation. 4e druk, Georgia, 2004.




  • P. van Vilsteren, H. Hummel, J. Berkhout, A Slootmaker, Rapporteren; De basis, 1e druk, 2003.







  • Jaar in beeld Winkelman en van Hessen (digitaal), 2006.




  • E.P.W.A. Janssen, th. H. Joostens, D.R. Kemper, Enquêteren. Groningen, 2004.


  1. Bijlagen

Bijlage 1: Voorbeelden van de mogelijkheden van interactieve digitale televisie


Meespelen, stemmen
De kijker kan zelf een rol spelen in tv-programma's vanuit zijn stoel. Zo kan meegespeeld worden in een tv-quiz vanuit de huiskamer en wordt achteraf de score toegestuurd. Denk hierbij bijvoorbeeld aan De Nationale IQ-Test. Wanneer men wil weten welke politieke partij het beste bij hen past kan De Stemtest worden gedaan.

Stemmen in allerlei programma's als het Songfestival en Idols is nu al mogelijk via telefoon en SMS, maar zal ook via de settopbox mogelijk worden. Je kan ook je mening kwijt, zoals nu al via e-mail, telefoon en SMS.


Extra informatie
Als iTV-abonnee kan tijdens het bekijken van een programma ook extra informatie omtrent dat programma worden bekeken. Zo kan men bijvoorbeeld tijdens een kookprogramma alle nodige ingrediënten opgesomd krijgen, samen met de bereiding. Ook tijdens reisprogramma’s zou de lijst met bezochte hotels tijdens de uitzending optioneel bekeken kunnen worden.
Films en programma's op aanvraag
Een andere mogelijkheid is om een deel van de programma's van de verschillende zenders te bekijken wanneer men zelf wil. Via de afstandsbediening kan een programma worden aangeklikt, zodat het begint af te spelen. Geen paniek dus wanneer een programma gemist wordt en wanneer men vergeten is het programma op te nemen! Deze programma’s zijn onderverdeeld in categorieën (nieuwsprogramma’s, documentaires...).
Communicatie
Er is ook de mogelijkheid om te e-mailen, SMS'en, chatten en gebruik te maken van instant messaging. Dit allemaal terwijl men kan blijven kijken naar het programma. Men kan zelfs chatten met de kandidaten van een programma.
Informatie
Ook zal een ruim aanbod aan informatie opgevraagd kunnen worden via de settopbox. De

digitale teletekst van de verschillende omroepen kan worden geraadpleegd, zonder lange wachttijden. Verder bevat het scala ook weersinfo, verkeersinfo, de Gouden Gids, vacaturepagina’s en vele andere. Er komt mogelijk ook e-Government. Dit houdt in dat men de elektronische dienstverlening van de overheid op het televisiescherm krijgt. Men hoeft niet langer naar het gemeenteloket voor informatie of documenten. Voortaan kunnen documenten worden aangevraagd vanuit de woonkamer. Hier kan men dus terecht voor allerlei nuttige informatie, zoals gemeente-info en de afvalwijzer.


Tv-bankieren

Wat nu al mogelijk is via de computer, zal ook via de tv mogelijk worden. De elektronische dienstverlening van de bank laat toe om op een veilige manier de rekeningstand op te vragen of overschrijvingen te doen vanaf de bank.


Winkelen

De mogelijkheden zijn oneindig. Via interactieve televisie kan er ook geshopt worden. DVD’s e.d. aankopen via de televisie is eenvoudig; de gebruiker kan navigeren in een digitale winkelgalerij en zo zijn keuze maken. De bestelling wordt dan later aan huis geleverd.


Spelletjes

Ook kunnen via de settopbox spelletjes gespeeld worden. Spelletjes als Darts, Ping-Pong en Galgje behoren tot de mogelijkheden.


Bijlage 2: Demografische gegevens
Bijlage 2.1 Demografische gegevens
Bij het analyseren van de demografische gegevens moet er rekening worden gehouden met een combinatie van gegevens gericht op het gebruik van multimediale toepassingen en de televisie. Iemand die televisie kijkt is niet automatisch een (groot) gebruiker van multimedia die wij in de voorgaande paragrafen hebben behandeld. Ouderen (65+) behoren tot de meest intensieve gebruikers van televisie36. Deze leeftijdsgroep spendeert meer tijd aan televisie dan aan andere activiteiten. Dit komt met name door de beschikbare vrije tijd. Koppelen we ouderen aan het gebruik van een multimediale toepassing als internet dan zien we dat zij daaraan, in tegenstelling tot andere leeftijdscategorieën, veruit het minste tijd besteden. Bij jongeren is daarentegen een verschuiving te zien in de groei van het traditionele televisiekijken naar een toenemend gebruik in multimedia37. Voor televisieomroepen wil dit zeggen dat jongeren en ouderen op verschillende manieren moeten worden bereikt. Ouderen kunnen op een meer traditionele wijze bereikt worden, jongeren moeten op meer creatieve wijze aan programma’s worden gebonden. En aangezien de jeugd vanzelf oud wordt is dit een zeer belangrijke investering. Desalniettemin is het voor de televisieomroepen interessant om te kijken naar de samenstelling van de gehele bevolking. De inkomsten van televisieomroepen worden immers grotendeels bepaald door reclame. De grootte van deze inkomsten zijn afhankelijk van het aantal kijkers. Voor een televisieomroep kan het daarom lucratief zijn programma’s uit te zenden voor de grotere doelgroepen (leeftijdscategorieën) uit de samenleving. Ook de samenstelling, het aantal en de grootte van huishoudingen in Nederland zijn van belang. Hieruit kan een televisieomroep bepalen in welke mate er televisieprogramma’s gemaakt moeten worden voor de hele familie, of dat er juist meer programma’s moeten worden gemaakt voor éénpersoons huishoudens.


Tabel 1: De totale bevolking per categorie (CBS)


Tabel 2: Bevolking naar herkomst (CBS)


Tabel 3: Samenstelling huishoudens 2006 (CBS)
Op basis van deze tabellen moeten kan er de conclusie getrokken worden dat een programma gericht op trends en bezigheden uit de leeftijdscategorie van 40 tot 65 jaar het meest veilige is als we kijken naar de absolute aantallen. Dit is echter niet de doelgroep die zich intensief bezig houdt met de toepassing van multimedia. De tweede en derde generatie allochtonen hebben minder binding met het geboorteland van hun ouders waardoor een programma, speciaal voor allochtonen, meer gericht zou zijn op het totaal van de eerste generatie allochtonen. Daarbij ben je met dergelijke programma’s automatisch verbonden aan de publieke omroepen. Verder is opvallend dat het aantal éénpersoons huishoudens in 2006 ten opzichte van 2000 met 10% is gestegen.
Bijlage 2.2 Economische gegevens
De aankoop en gebruik van multimediale toepassingen is afhankelijk van de economische gesteldheid. Het besteedbaar inkomen en de houding van de consument is hierbij doorslaggevend. Als het consumentenvertrouwen groot is neemt de koopbereidheid toe. Het consumentenvertrouwen in januari 2007 is het hoogst in de afgelopen zes jaar (CBS). In vergelijking met voorgaande jaren is de koopbereidheid nog steeds groot. Het oordeel over de eigen financiële situatie in de afgelopen twaalf maanden en de komende twaalf maanden is verbeterd (CBS). Dit is een belangrijke gegeven voor de aankoop van dure multimedia-apparaten zoals HDTV’s, settop-boxen en het afsluiten van duurdere abonnementen.


Figuur 4: Stijging consumentenvertrouwen periode 2003 – 2007 (CBS)
Aan duurzame goederen is afgelopen februari 5,8 procent meer besteed dan een jaar eerder38. Kijken we naar de verkoop van het aantal televisies dan zien we dat de consument meer televisies koopt dan ooit tevoren, bijna anderhalf miljoen toestellen per jaar39. De aankoop van nieuwe televisie, veelal met hoogstaande kwaliteit, stimuleert daarbij weer de verkoop van andere producten en/of diensten zoals digitale televisie.
Door de groeiende bestedingen van de consument is de toekomst voor het bedrijfsleven ook positief gesteld. Volgens het CBS hebben bedrijven voor de toekomst meer vertrouwen en hogere omzetverwachtingen dan voorgaande jaren. De tendens dat het met bedrijven steeds beter gaat zorgt er voor dat zij meer te besteden hebben aan reclame. Dit betekent weer meer omzet voor de bestaande omroepen. De verwachtingen voor tv-bestedingen in 2007 is dat deze zal stijgen naar 825 miljoen euro. Dit is een stijging van 3,5% ten opzichte van 200640.
Bijlage 2.3 Regulerende gegevens
In de introductie van de bedrijfstakanalyse is aangegeven dat de technologische mogelijkheden van bestaande en nieuwe multimedia het gebruik ervan bij de goedwillende tv-kijker al ver voorbij is. Dit kan ook gesteld worden voor de regelgeving. Door de opkomst van nieuwe diensten en programma’s is er een steeds grotere verschuiving te zien van lineaire diensten naar non-lineaire diensten. Onder lineaire audiovisuele mediadiensten worden diensten/programma’s verstaan die onderdeel zijn van een aaneengeschakelde programmering, waarbij de aanbieder het tijdstip van uitzending bepaalt en de verantwoordelijkheid heeft voor de programma’s en programmaschema’s. Hier zouden dan onder andere traditionele televisie, web casting en streaming video onder vallen. Bij non-lineaire audiovisuele mediadiensten bepaalt de kijker zelf wat hij of zij waar en wanneer bekijkt. Dit zijn voornamelijk diensten als Video-on-Demand, YouTube en weblogs. Onderscheid maken tussen lineaire en non-lineaire diensten is van belang omdat voor lineaire diensten een striktere regelgeving geld. Door het gebruik van nieuwe non-lineaire technologieën krijgen eindgebruikers steeds meer controle over wat ze wanneer willen bekijken. Deze ontwikkeling leidt tot een verminderde noodzaak van regulering voor non-lineaire diensten.
De Mediawet en de Europese Televisierichtlijn hebben in december 2005 besloten de regels te herzien doordat het niet duidelijk is op welke audiovisuele content zij betrekking heeft, lineaire of non-lineaire. Volgens de Europese Commissie zou continuering, over de onduidelijkheid tussen lineaire en non-lineaire diensten, kunnen leiden tot oneerlijke concurrentieverhoudingen tussen gereguleerde lineaire audiovisuele mediadiensten en ongereguleerde non-lineaire audiovisuele mediadiensten. Door ook non-lineaire audiovisuele mediadiensten, zoals IPTV, onder de Televisierichtlijn te plaatsen wordt deze ongelijkheid rechtgetrokken. Met de uitbreiding van de reikwijdte van de Televisierichtlijn naar non-lineaire audiovisuele mediadiensten komt een aantal voorheen ongereguleerde diensten onder de regels van de richtlijn te vallen. Voor non-lineaire audiovisuele mediadiensten geldt een aanzienlijk lichter regime dan voor lineaire audiovisuele mediadiensten. Voorstel is om in de herziene Televisierichtlijn op te nemen dat non-lineaire audiovisuele mediadiensten aan een aantal basale kwalitatieve bepalingen moeten voldoen met betrekking tot de bescherming van minderjarigen, een verbod op het aanzetten tot haat, de verplichting tot identificatie van de adverteerder, beperkingen voor alcoholreclame en een verbod op sluikreclame41. Omroepen en programmamakers die gebruik gaan maken van zowel lineaire als non-lineaire diensten moeten hier rekening mee houden.
Digitale televisie

Er komt geen verplichte standaard voor interactieve digitale televisie. De Europese Commissie ziet daar de noodzaak niet van in, en komt tot de conclusie dat als belanghebbenden samenwerken ze toch wel tot standaardisering komen42. Dat deze conclusie juist is wordt onderbouwd door het feit dat Nederlandse kabelbedrijven de werkwijze van UPC als standaard gaan gebruiken. Zo worden de mogelijkheden met interactiviteit flink bevordert.


Bijlage 2.4 Bijlage Sociaal-cultureel
Veranderend mediagebruik: minder tv, meer internet

Mediagebruik is al jaren met 19 uur per week de belangrijkste vrijetijdsbesteding. Daarbinnen is echter veel veranderd. Televisie kijken (incl. video/dvd) was in 2000 met 12,4 uur per week de meest voorkomende vorm van mediagebruik. Televisie kijken is nog altijd de grootste post binnen de mediatijd, maar heeft sinds 2000 terrein verloren. In 2005 bedroeg de kijktijd 10,8 uur per week, anderhalf uur minder dan in 2000. Ruim een uur van die bezuiniging op televisie kijken ging ten koste van publieke omroep. Die neergang betreft alle leeftijden en in alle leeftijdsgroepen werd in 2005 meer naar commerciële dan naar publieke zenders gekeken.




Figuur 5: Tijdsbesteding 1975 – 2005 (Nielsen Media Research)
Nederlanders zitten in hun vrije tijd wekelijks bijna vier uur achter de computer, dat is twee uur meer dan in 2000. Die twee uur extra computertijd is twee uur extra internettijd en is grotendeels ten koste gegaan van de tv-kijktijd. Tieners besteden wekelijks achtenhalf uur vrije tijd (waarvan zes uur voor internet) achter de computer, dat is net zo lang als voor de tv43. De sterke stijging van pc gebruik daling van tv gebruik heeft in enige mate wel met elkaar te maken. Er is namelijk een sterke stijging van het kijken naar televisie via de pc. Dit is vanaf 2002 van 4% naar ruim 12% in 2006 gestegen44. Bij de bovenstaande gegevens moet worden opgemerkt dat er een wezenlijk verschil is tussen de uitkomsten van het ‘tijdsbestedingonderzoek’ en het ‘kijkonderzoek’. In onderstaand tabel zijn de uitkomsten van beide onderzoeken tegen elkaar afgezet voor de periode 1990 tot en met 2005. De meetmethoden geven duidelijk verschillende trends aan. De verklaring van het verschil is waarschijnlijk gelegen in het toenemende gebruik van de televisie als 'begeleidingsmedium': de tv staat wel aan, maar men kijkt maar half en is ook met andere dingen bezig. Dit zogenaamde 'multitasking' lijkt vooral bij tieners en jongvolwassenen in opkomst, al zijn daarover geen goede cijfers beschikbaar. Dit verschijnsel blijkt namelijk zeer lastig te meten. In het kijkonderzoek wordt aan mensen gevraagd ook dit ‘halve’ kijken als kijken te registreren. Dit is bij het tijdsbestedingonderzoek niet het geval. Daarnaast is er ook een verschil bij de leeftijd. Dit is bij het tijdsbestedingonderzoek 12+ en bij het kijkonderzoek 6+.
Tabel 4: Verschil tussen kijkonderzoeken (Stichting Kijkonderzoek, Tijdsbestedingonderzoek)
Stijging van het samen kijkgedrag

Het aandeel kijktijd dat met anderen huishoudleden thuis samen wordt gekeken is sinds 1997



gegroeid. Bedroeg het percentage samen kijken in meerpersoonshuishoudens toen nog 43%, in 2004 is dit aandeel gestegen naar 56%. De stijging geldt in meer of mindere mate voor alle zenders, voor zowel de gehele dag (2-26 uur) als het avondtijdvak (18-24 uur) en voor verschillende doelgroepen. Hier kan op worden ingespeeld door het maken van familieprogramma’s.
Bijlage 3: Omschrijving televisiezenders
Publieke omroepen
De Publieke Omroep heeft een kernachtige missie die de afzonderlijke missies van de omroepverenigingen en -organisaties overkoepelt en verbind. De gezamenlijke missie luidt:


1   ...   7   8   9   10   11   12   13   14   15


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina