Bedrijfsmentor: Drs. F. Sipkema Datum: 1 juni 2007 Voorwoord



Dovnload 270.83 Kb.
Pagina2/15
Datum20.08.2016
Grootte270.83 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   15

1.1Achtergrond

In het Nederlands televisielandschap (tv-markt) doen zich tal van veranderingen voor in techniek, aanbod en gebruik. Deze veranderingen in combinatie met audiovisuele media kunnen ingrijpende consequenties hebben voor de manier waarop de Nederlandse tv-markt functioneert. Door technische ontwikkelingen wordt de consument steeds mobieler en is men niet meer alleen verbonden aan het tv-medium om tv-programma’s te bekijken. Daar komt bij dat de consument tegenwoordig steeds meer zelf kan bepalen in welke mate een tv-programma wordt beleefd door toevoeging van interactieve diensten. Ook het tijdstip waarop en de plaats waar het tv-programma wordt bekeken wordt steeds meer een persoonlijke keuze. In één zin: “U krijgt wat u wilt”. Deze ontwikkelingen zullen niet alleen invloed hebben op het kijkgedrag van de consument. Ook reguliere tv-programma’s zullen zich in de toekomst moeten aanpassen op het veranderende gedrag. De mate waarin deze veranderingen plaats zullen vinden, hangt niet alleen af van de stand van zaken in de techniek, maar vooral van de mate waarin kijkers en consumenten de nieuwe technische mogelijkheden gaan gebruiken. Hun gedrag zal voor een belangrijk deel ook het gedrag van omroepen en programmamakers bepalen. Voor ons afstudeerproject hebben wij een onderzoek gedaan naar de ontwikkelingen in huidige en toekomstige multimedia en welke mogelijkheden er zijn met deze ontwikkelingen.


Het project hebben wij uitgevoerd voor twee opdrachtgevers. Winkelman en van Hessen (vanaf nu WVH) en D.P. International (vanaf nu DPI). WVH is een communicatieadviesbureau met een lange staat van dienst. Het bedrijf heeft ervaring in vrijwel alle sectoren en communicatievraagstukken. DPI is een éénmanszaak en heeft jarenlange ervaring in het geven van demonstraties en het uitvoeren van ambulante handel. Door het goede contact tussen de twee bedrijven is er een samenwerkingsverband ontstaan in het commercieel exploiteren van gezamenlijke ideeën. Een aantal van deze ideeën zijn nieuwe tv-concepten. Beide bedrijven hebben nu, of hadden in het verleden, enige ervaring met de tv-markt. WVH in het ontwerpen van een tv-concept. DPI in het presenteren van een tv-programma. Ondanks deze ervaring is de tv-markt een relatief nieuwe markt voor beide bedrijven. Met dit onderzoek brengen wij de opdrachtgevers op de hoogte van de technische ontwikkelingen in multimedia. Wij geven advies over hoe deze ontwikkelingen een verrijking kunnen zijn voor een nieuw tv-concept. Ook zullen wij de onderzoeksresultaten gebruiken bij het bedenken van een tv-concept.

1.2Probleemstelling

De hoofdvraag voor dit onderzoek luidt:

Welke ontwikkelingen zijn er in de huidige en toekomstige multimedia en hoe kunnen deze ontwikkelingen effectiever en intensiever gekoppeld worden aan tv-concepten? Hoe staat de consument hier tegenover en op welke manier is dit uitvoerbaar voor een grote doelgroep?”
Effectiever en intensiever betekent: Meer gebruik maken van de beschikbare mogelijkheden met multimedia. Niet alleen sms’en en verwijzen naar het internet voor extra informatie. De diverse multimediatoepassingen moeten in samenwerking met elkaar één groot geheel vormen.
Deze vraag valt uiteen in een aantal deelvragen:


  1. Welke mogelijkheden zijn er met huidige multimedia?

  2. Wat staat ons in de toekomst te wachten op het gebied van multimedia?

  3. In welke mate is multimedia aanwezig bij Nederlanders?

  4. Hoe intensief wordt multimedia gebruikt door Nederlanders? Welke doelgroep is het meest geschikt voor welke multimediatoepassing?

  5. Aan welke randvoorwaarden moeten de multimediatoepassingen (in combinatie met tv-programma’s) voldoen zodat men er gebruik van gaat maken?

  6. Welke huidige tv-programma’s maken gebruik van multimediatoepassingen? Op welke manier worden deze toegepast?

  7. Hoe staat de afnemer (tv-kijkend Nederland) tegenover de huidige toepassing van multimedia in tv-programma’s?

  8. Welke televisiezenders zijn het meest geschikt voor tv-concepten met uitgebreide multimediatoepassingen?

  9. Welke mogelijkheden zijn er voor WVH en DPI bij toekomstige tv-concepten?

  10. Hoe komen we op basis van de onderzoeksgegevens tot een ingevuld tv-concept?



1.3Afbakening

Bij dit project hebben we te maken met een groot scala aan multimediale toepassingen. De mogelijkheden van deze toepassingen zijn (vooral in de toekomst) eindeloos. Daarbij zijn er vele verschillende groepen consumenten met diverse levensstijlen. Met name als we kijken naar het gebruik in multimedia. Voor dit onderzoek kunnen we niet alle multimediale toepassingen en

tv-‘kijkers’ over één kam scheren. We hebben er daarom voor gekozen het project af te bakenen tot de belangrijkste multimediale toepassingen die in de (nabije) toekomst een belangrijke rol gaan spelen in de Nederlandse tv-markt. Ook richten we ons in de afnemersanalyse op een doelgroep die affiniteit heeft met het gebruik van multimedia om te onderzoeken hoe zij tegenover de toevoeging staan van multimediale toepassingen in tv-programma’s. De afbakening van de doelgroep is verder onderbouwd in de afnemersanalyse.
De afbakening voor de bedrijfstakanalyse is gebaseerd op resultaten uit deskresearch en op meningen en rapportages van multimediastrategen Vincent Everts en Peter Wiegman. We richten ons in dit onderdeel op de volgende drie belangrijkste stromingen:


  1. Netwerkgebonden audiovisuele diensten (geconcentreerd op digitale televisie);

  2. Audiovisuele diensten op het internet;

  3. Mobiele audiovisuele diensten.

Waarom we juist voor deze stromingen hebben gekozen staat verder onderbouwd in de bedrijfstakanalyse. Verder zijn alle analyses gericht op de Nederlandse tv-markt.
Onze concurrenten moeten we definiëren als alle andere “programmamakers”. Het is theoretisch mogelijk dat elk individueel persoon een ‘eigen’ tv-concept bedenkt, vormgeeft en verkoopt. Dit komt zeker voor maar in de praktijk is het vaker het geval dat productiebedrijven en/of de omroepen zelf concepten creëren. Dit zou betekenen dat onze afnemers, de omroepen, ook onze concurrenten zijn. Het bedenken en ontwerpen van tv-concepten is iets impulsiefs of komt voort uit huidige trends in de samenleving. Aangezien wij in de afnemersanalyse onderzoeken in welke mate Nederlandse omroepen gebruik maken van multimediale toepassingen in tv-programma’s heeft een analyse gericht op de concurrentie geen invloed op de conclusies en aanbevelingen voor dit onderzoek. Ook besteden we in dit onderzoek geen aandacht aan de distributieanalyse. Bij het ontwikkelen en verkopen van tv-concepten komen geen distribuanten of leveranciers kijken. Tv-concepten worden eenmalig verkocht zonder dat er gebruik wordt gemaakt van een verkoopkanaal.



1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   15


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina