Bedrijfsmentor: Drs. F. Sipkema Datum: 1 juni 2007 Voorwoord



Dovnload 270.83 Kb.
Pagina8/15
Datum20.08.2016
Grootte270.83 Kb.
1   ...   4   5   6   7   8   9   10   11   ...   15

1.13Ontvanger

Voor dit gedeelte van de afnemersanalyse richten we ons op mannen en vrouwen van 18-25 jaar. Zij zijn scholieren, studenten of beginnende werkers. Gewend aan multi-tasking. De groei van tv-kijktijd neemt bij deze doelgroep af32. Zij zijn opgegroeid met vormen van multimedia en groot internetgebruikers33. Verder hebben zij minder binding met de publieke omroep34. Deze doelgroep wordt verder afgebakend in personen die gebruik maken van een multimediale toepassing (het internet). Wij hebben hiervoor gekozen omdat het aannemelijk is dat zij in de nabije toekomst de eerste gebruikers zullen zijn van (interactieve) multimediale toevoegingen aan tv-programma’s. Personen die alleen gebruik maken van het medium televisie zijn in dit stadium minder van belang aangezien de bestaande en nieuwe technieken voor ‘extra’ mogelijkheden en/of binding moet zorgen.


Om een beter beeld te krijgen van het multimediagebruik van deze doelgroep hebben we bij 195 mensen een enquête afgenomen. Met dit aantal hebben we een betrouwbaarheidspercentage van 95%, een foutmarge van 7% en een spreiding van 50%. Dit is genoeg om conclusies te kunnen trekken voor marketingbeslissingen (zie digitale presentatie website). Om het geheel overzichtelijk te houden hebben we het geheel onderverdeeld in demografische gegevens en drie categorieën; televisie, internet, mobiele telefonie. De bijbehorende tabellen staan weergegeven in bijlage 4. Voor de enquête hebben we de volgende onderzoeksvraag gehanteerd:
Hoe staan jongeren/jongvolwassenen, die zijn opgegroeid met multimedia en gewend zijn aan multi-tasking tegenover de toevoeging van multimediale toepassingen aan tv-programma’s. Zorgt dit voor meer binding met tv-programma’s en (in welke mate) gaat deze doelgroep er gebruik van maken?”

1.13.1Demografische gegevens


In tabel 6 staan de belangrijkste demografische gegevens weergegeven. Er zijn meer mannelijke respondenten dan vrouwelijke. Het grootste deel van de respondenten woont nog in het ouderlijk huis. Daarbij is de grote meerderheid student.


Tabel 6: Verhouding demografische gegevens enquête

1.13.2Televisie


Van alle respondenten geeft 68% aan nog analoge televisie te ontvangen. In totaal ontvangt 38% digitale televisie. 33% hiervan doet dit via de kabel en de overige 5% ontvangt via schotel of IPTV. Het totale percentage komt op 106%. De reden hiervan is de ontvangst van analoge én digitale televisie in één huis. Er wordt door de doelgroep gemiddeld 2,2 uur tv gekeken met een maximum van 8 uur. Dit is ongeveer een uur minder dan het landelijke gemiddelde gemeten bij het Kijkonderzoek35. Dit verschil kan zitten in het feit dat veel van de consumenten multitasken en daarbij de televisie op de achtergrond aan hebben. Bij het kijkonderzoek wordt deze tijd meegerekend aangezien de tv wel aanstaat. De consument zelf rekent dit vaak niet mee. 90% van de respondenten geeft aan tv-kijken te combineren met een andere bezigheid. 80% combineert dit wel eens met een andere vorm van multimedia. Hier valt uit af te leiden dat de televisie steeds vaker op de achtergrond wordt gebruikt. Vrouwen doen dit vaker dan mannen. Uit de enquête is verder gebleken dat de doelgroep erg geïnteresseerd is in de nieuwe mogelijkheden die I-tv met zich mee gaat brengen. I-tv staat voor Interactive television. Met name de mogelijkheden als reclames overslaan (79%), films op aanvraag (80%) en het extra opvragen van informatie (48%) zijn erg populair. Meer vrouwen dan mannen denken gebruik te gaan maken van de mogelijkheid om reclame over te slaan (90% ten opzichte van 70%). Deze ontwikkeling kan een bedreiging gaan vormen voor de inkomsten die door reclame worden ontvangen. Het meedoen aan quizzen, stemmen, digitaal winkelen en spelletjes spelen wordt door ongeveer een derde van de consumenten interessant gevonden.

1.13.3Internet


In de loop der jaren is het internet volledig ingeburgerd binnen onze doelgroep. 90% zegt er dagelijks gebruik van te maken. Van de overige 10% gebruikt 7% het meerdere malen per week. Hieruit blijkt hoe belangrijk dit medium is geworden. Het internet wordt ook steeds vaker gebruikt in combinatie met tv-programma’s. 80% van de respondenten heeft aangegeven wel eens het internet te raadplegen naar aanleiding van een televisie programma. 90% geeft als reden, het bekijken van achtergrond informatie. De helft van de respondenten bezoekt de internetsite om extra videomateriaal bekijken. Door de snellere internetverbindingen wordt het steeds beter mogelijk om goede kwaliteit videomateriaal op internet te bekijken. Dit is erg populair binnen de doelgroep. 84% van de respondenten geeft aan gebruik te maken van sites als YouTube. Het gebruik hiervan ligt bij mannen nog hoger (95%). Een andere populaire vorm van videomateriaal op internet is het bekijken van herhalingen van tv-programma’s. De consument is dus in grote mate actief bezig met on-demand videomateriaal. Als we kijken naar de interesse van de consument in toekomstige ontwikkelingen op het internet, dan zien we dat er met name interesse is voor meer uitgebreide achtergrond informatie en verbeterde streaming televisie (resp. 56% en 49%).

1.13.4Mobiele telefonie


Binnen de doelgroep wordt de mobiele telefoon erg vaak gebruikt. 96% van de ondervraagden geeft aan de mobiele telefoon dagelijks te gebruiken. Opvallend is dat de helft van de respondenten een mobiele telefoon met GPRS en/of UMTS heeft maar hier nauwelijks gebruik van maakt. Uit een latere vraag blijkt dat de consument wel veel interesse heeft in mobiel internetten. Hier wordt wel gesteld dat dit dan moet kunnen tegen lage kosten. Het lage huidige gebruik heeft dus waarschijnlijk te maken met de hoge kosten die het met zich mee brengt en de beperkte toepassingen. De mobiele telefoon wordt in beperkte mate gebruikt om mee te sms’en en te bellen naar aanleiding van tv-programma’s. Beide worden door ongeveer 20% van de doelgroep gedaan. Hierbij valt op dat vrouwen vaker sms’en dan mannen. Vrouwen sms’en gemiddeld gezien vaker dan mannen om te stemmen. Mannen Sms’en vaker voor amusement en om te winnen. De belangrijkste redenen om niet te sms’en zijn; geen interesse (78%), kleine winkans (39%) en te duur (38%). Bellen naar aanleiding van tv-programma’s wordt door de doelgroep voornamelijk gedaan om iets te kunnen winnen (95%). Daarnaast wordt er door 15% van de respondenten gebeld voor amusement. Dit gebeurt voornamelijk bij mannen. De reden om niet te bellen is bij 100% van de respondenten dat het te duur is. De toekomstige mogelijkheden met de mobiele telefoon (mobiele televisie en verbeterd mobiel internet) worden door de doelgroep erg interessant gevonden. Maar 16% van de respondenten verwacht geen gebruik te gaan maken van deze mogelijkheden. 68% van de ondervraagden verwacht mobiel internet te gaan gebruiken. Daarnaast heeft ook de helft interesse in mobiele televisie. Dit verwachte gebruik is bij mannen en vrouwen ongeveer gelijk. Een voorwaarde voor deze mogelijkheden is wel dat het goedkoop wordt aangeboden.



1   ...   4   5   6   7   8   9   10   11   ...   15


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina