Bedrijfsopleidingen: Ondernemingsdoelstellingen primeren, bea en labels floppen, alternatieve werkvormen toppen



Dovnload 22.79 Kb.
Datum17.08.2016
Grootte22.79 Kb.
Bedrijfsopleidingen: Ondernemingsdoelstellingen primeren, BEA en labels floppen, alternatieve werkvormen toppen
Willem vanden Berg en Kristoff Vandermeersch
De opleidingsmarkt blijkt te groeien, wordt volwassener en biedt ruimte voor alternatieve werkvormen. Tot dat besluit komen de initiatiefnemers1 van www.bedrijfsopleidingen.be na een rondvraag bij 150 opleidingverantwoordelijken2 van grotere bedrijven3 en een analyse van hun eigen databanken4.
Ondernemingsdoelstellingen blijven primeren
Uit de resultaten blijkt dat opleidingsverantwoordelijken en dus hun onderneming bij de keuze van een opleiding de bedrijfsprestaties, bedrijfskennis en de bedrijfsinterne competentie-ontwikkeling het meest belangrijk achten (allen halen deze een score van >6.3/7,0). Aan de persoonlijke ontwikkeling van de werknemer en vooral de ontwikkeling van een werknemer met het oog op promotie (resp. 5,9 en 5,1/7,0) hechten de respondenten weinig belang5.
Opleidingsverantwoordelijken blijken bij de keuze voor een opleiding(sbedrijf) vooral belang te hechten aan de cursusinhoud (6,7/7,0, en dit wellicht i.f.v. de bedrijfsdoelstellingen6), de prijs/kwaliteitsverhouding (6,2/7,0) en de flexibiliteit (5,9/7,0). Onderaan bengelen ‘bezit van kwaliteitslabel’ (4,4/7,0), maar vooral ‘erkenning i.f.v. BEA’. (3,4 op 7)

Dit laatste is opmerkelijk gezien de prijs/kwaliteitsverhouding op plaats 2 prijkt en dus wél belangrijk blijkt te zijn7.


BEA en kwaliteitslabels dragen niet veel bij
De geringe belangrijkheid van het bezit van een kwaliteitslabel CEDEO, Qfor* en ISO i.f.v. subsidies en dus mogelijke kostenverlaging wordt bevestigd door het beperkt aantal respondenten (12%) die de BEA-subsidie als belangrijkste voordeel van zo’n label zien. Meer dan drie vierden (77%) interpreteert de genoemde labels in eerste instantie enkel als een kwaliteitsgarantie8.
BEA lijkt het dus niet goed te doen in de bedrijfswereld, alvast niet voor opleidingen. Vooral de beperkte gebruiksvriendelijkheid en het verkleinde budget lijken de boosdoeners: een rondvraag bij opleiders uit de databank van bedrijfsopleidingen.be bevestigd de stelling dat BEA de vroegere ‘opleidingscheques’ niet kan vervangen9.
Private opleiders doen het goed10
Wij menen dat er een belangrijke rol is weggelegd voor de private opleiders die een aantal troeven hebben t.a.v. de publiek-private instellingen (Syntra’s en Opleidingsfondsen, vb. Cevora) en de (Universitaire) Managementscholen.
Immers zij scoren het best op de door de respondenten belangrijkst geachte kenmerken inhoud en flexibiliteit (beiden 5,8/7,0). Met een 4,9/7,0 scoren zij 0,6 beter dan de managementscholen én 0,6 slechter dan de privaat-publieke opleiders; hun prijs is gemiddeld te noemen.
Opleidingsfondsen en Syntra’s scoren enkel in prijs/kwaliteitsverhouding (5,5/7,00) het sterkst (ze zijn dan ook de enigen die dààr scoren). De 4,4-score voor flexibiliteit ligt een pak lager dan die van de private opleiders.
De Managementscholen hebben veel te danken aan hun reputatie (5,6/7,0). Hun prijs/kwaliteitsverhouding (4,3/7,0) en hun flexibiliteit (4,4/7,0) scoren bijzonder laag. Inhoudelijk scoren ze zelfs iets minder goed dan de private instellingen (5,6/7,0).
Gegeven het feit dat opleidingsverantwoordelijken (van grotere bedrijven) vooral flexibiliteit, inhoud en prijs/kwaliteitsverhouding belangrijk achten11, komen wij tot het besluit dat deze goede scores door de private opleidingswereld als erg welkom zullen worden ervaren. Wij menen dan ook dat er hen een mooie toekomst wacht.
Interne trainingen en alternatieve werkvormen in de lift
Bezoekers van bedrijfsopleidingen.be zijn het vaakst op zoek naar een opleiding rond computer en automatisering (25%), daarna volgen managementvaardigheden (17%) en management (15%). Milieu, veiligheid & kwaliteit (13%) en techniek & technologie (9%) vullen het lijstje aan. Deze vijf categorieën vertegenwoordigen 80 procent van de trefwoorden12.
Wat de werkvormen betreft is er vooral een stijging merkbaar bij alternatieve leervormen (188%). Individuele coaching, bedrijfstheater, E-learning en zelf georganiseerd leren blijken “in” te zijn.13.
Deze stijging wordt bevestigd door de 150 repondenten die volgende verwachten als er hen wordt gevraagd naar tendensen in werkvormen: 39% verwacht een stijging van E-learning en 58% verwacht een stijging van opleidingen die een component individuele coaching hebben.
Er wordt ook een stijging verwacht van het aantal interne trainingen14. Deze verwachting wordt bevestigd door de stijging van interne opleiding door de antwoorden op “mogelijkheden tot opleiding binnen de onderneming”15.

Deze gestegen vraag is koren op de molen van de private instellingen die over de hoogste flexibiliteit beschikken. En deze flexibiliteit is nodig om een cursus in het werkschema van ‘onmisbare’ werknemers in te passen16.


Volwassener opleidingsmarkt17?
Negen op tien van de respondenten beschikt over een opleidingsbudget18 en evenveel over een opleidingsverantwoordelijke19.

De sterke daling van “geen opleidingsbehoefte” en de stijging van “meer middelen ter beschikking” zijn wellicht te verklaren vanuit de gestegen professionaliteit van de respondenten20.

De onzekerheid over ROI en prijs/kwaliteitsverhouding blijkt sterk gedaald in vergelijking met 2006 (en/of is eigen aan de professionaliteit van de respondentengroep, zie supra)
Als trends zien we duidelijk dat de opleidingsmarkt een stuk volwassener is geworden; de opleidingsverantwoordelijken hebben een beter beeld over het aanbod (de ROI, de prijs)21, maar anderzijds zien we dat meer en meer ondernemingen intern opleiding organiseren22. Dit wordt mogelijk gedreven door het feit dat de onderneming dan de inhoud volledig in hand heeft (en inhoud is het belangrijkste kenmerk – 6.7/723) en het feit dat de flexibiliteit24 hoger ligt voor het inpassen in het tijdsschema van werknemers25.
Anders gesteld zijn inhoud, prijs en flexibiliteit zijn belangrijk. Een goede prijs vindt men vooral bij privaat-publieke instellingen, maar daar is de inhoud en de flexibiliteit iets minder. Die zijn beter bij private instellingen en universitaire managementscholen, maar tegen een hogere prijs. Een onderneming kan er voor kiezen intern opleidingen te organiseren en zelf de inhoud te bepalen, en ook te kunnen zorgen voor meer flexibiliteit. Het is duidelijk dat de prijs dan naar alle waarschijnlijkheid lager zal liggen.


1 Kristoff Vandermeersch, Willem vanden Berg, lic. bedrijfspedagogiek

2 Bedrijfsopleidingen.be beschikt over een databank waarin 1350 HR- en VTO-verantwoordelijken opgenomen zijn.

3 73% heeft 200 of meer Voltijdse Equivalenten

4 Zie dia 1,

5 Zie dia 2.

6 Zie dia 2.

7 Zie dia 9.

8 Zie dia 13.

9 Eigen bron: open vraaggesprek dd. 14/06/07 met een 15-tal opleiders.

10 Deze alinea is een schriftelijke weergave van dia 9 rechts.

11 Zie dia 9 links.

12 Zie dia 5.

13 Zie dia 8.

14 Zie dia 6 & 7.

15 Zie dia 11.

16 Zie dia 11.

17 Deze alinea is grotendeels opgebouwd uit de resultaten van dia 11.

18 Zie dia 1.

19 Dia 1.

20 De databank met O&O-verantwoordelijken bedroeg in 06/06 ong. 1000 HR en VTO-verantwoordelijken. Zo’n 70-tal vulde de vragenlijst toen in.

Heden 06/07 bedraagt die databank 1350 professionals, waarvan er vele uitsluitend VTO-verantwoordelijken, dit via zelf-inschrijving. We veronderstellen dat onze databanken anno 2007 minder HR-verantwoordelijken van kleine(re) KMO’s bevatten. Dit lijkt te worden bevestigd in dia 13.



21 Zie dia 11.

22 Zie dia 6 & 7.

23 Zie dia 9.

24 Zie dia 9.

25 Zie dia 11.

Tendensen in bedrijfsopleidingen. Onderzoek 2007. /






De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina