Beeldonderwijs en didactiek



Dovnload 428.05 Kb.
Pagina14/18
Datum22.07.2016
Grootte428.05 Kb.
1   ...   10   11   12   13   14   15   16   17   18

Vorm

Onderbouw (4-6 jaar)


  • Leerlingen kunnen vormen onderscheiden en ordenen op grootte en vormsoort (classificeren en seriĆ«ren).

  • Leerlingen kennen de begrippen: gelijk, verschillend, groter dan, vorm, cirkel, vierkant, hoek, rechthoek, driehoek en kunnen dat illustreren.

  • Leerlingen kunnen een eerder getekende of geboetseerde vorm herhalen.

  • Leerlingen kunnen de vormen cirkel (rondje), vierkant, rechthoek, driehoek, puntige vorm, blok, kegel, rol, bol onderscheiden, benoemen en maken.

  • Leerlingen herkennen bovengenoemde vormen in een samengestelde vorm.

  • Leerlingen herkennen bovengenoemde vormen in hun omgeving (natuur, architectuur) en op afbeeldingen.

  • Leerlingen kunnen met behulp van telkens dezelfde vormen verschillende composities maken.



Middenbouw (6-9 jaar)


  • Leerlingen kunnen een vorm zodanig versieren dat het karakter ervan versterkt wordt.

  • Leerlingen begrijpen de relatie tussen vorm en functie en kunnen dat illustreren.

  • Leerlingen kunnen vormrelaties tussen objecten waarnemen en weergeven (bijv. vliegtuig in vorm van vogel, appel anders dan peer, moeder groter dan dochter).

  • Leerlingen kunnen vormrelaties aangeven tussen geometrische vormen in de natuur en door mensen gemaakte objecten.

  • Leerlingen kunnen symmetrie onderscheiden en toepassen.

  • Leerlingen kennen het onderscheid tussen enkelvoudige en samengestelde vormen en kunnen dat illustreren.

  • Leerlingen kennen het onderscheid tussen open en gesloten vormen en kunnen dat illustreren.



Bovenbouw (9-12 jaar)


  • Leerlingen kennen de begrippen: restvorm, symmetrie, asymmetrie, schaal, verhouding, en spiegelbeeld en kunnen dat toepassen.

  • Leerlingen weten dat vorm in het platte vlak door middel van lijn en vlak aangegeven kunnen worden en kunnen dat toepassen.

  • Leerlingen weten dat vormen in de ruimte drie afmetingen hebben en kunnen dit illustreren.

  • Leerlingen kunnen ruimte suggereren door het gebruik van vormen (door overlapping, afsnijding, verhouding, enz.)

  • Leerlingen kunnen beweging suggereren door het gebruik van vormen (door anatomie, herhaling enz.)

  • Leerlingen weten dat vormen een emotionele lading kunnen hebben en herkennen karaktereigenschappen van vormen zoals agressief, slap, sierlijk, robuust.

N.B.: Beweging. Bij handvaardigheid is het begrip beweging in meer aspecten aan de orde dan bij tekenen. Beweging is echter geen beeldaspect. Van beweging afgeleide begrippen zoals duwen, hijsen, voortslepen, rollen, draaien, beweging overbrengen en dergelijke zijn technische of natuurkundige begrippen. Je kunt ze bij handvaardigheid laten gebruiken, maar ik kan ze niet bij beeldaspecten onderbrengen.



Kleur

Onderbouw (4-6 jaar)


  • Leerlingen kunnen kleuren onderscheiden en ordenen op helderheid en kleursoort (classificeren en seriĆ«ren).

  • Leerlingen kunnen de kleuren rood, oranje, geel, bruin, groen, blauw, paars, wit en zwart aanwijzen en benoemen.

  • Leerlingen weten dat je een nieuwe kleur kunt maken door twee of meer kleuren te mengen en kunnen dit toepassen.



Middenbouw (7-9 jaar)


  • Leerlingen weten dat geel, rood, blauw basiskleuren zijn en kunnen (secundaire en andere) kleuren maken door het mengen van de (primaire) basiskleuren.

  • Leerlingen kunnen bruin maken door rood, zwart en geel te mengen.

  • Leerlingen kunnen een kleur lichter maken door er wit door te mengen.

  • Leerlingen kunnen een kleur donkerder maken. Ze weten dat je dat niet alleen doet door er zwart door te mengen maar dat het ook kan met andere kleuren en ze kunnen dat toepassen.

  • Leerlingen kunnen verschillende kleuren blauw (groen, rood, enz.) maken door die kleuren te mengen met andere kleuren en met wit en zwart.

  • Leerlingen kunnen door middel van een kleur een bepaald voorwerp of deel van hun tekening laten opvallen of juist niet laten opvallen.

  • Leerlingen kennen de begrippen contrast en schutkleur en kunnen dat illustreren.

  • Leerlingen kunnen tekeningen maken waarin de kleur een versierende functie heeft.

  • Leerlingen weten dat kleuren met dezelfde naam nog wel heel verschillend kunnen zijn (niet alles wat groen is ziet er hetzelfde uit).

  • Leerlingen weten dat je met kleur een vorm kunt accentueren en dat kunnen ze illustreren.



Bovenbouw (9-12 jaar)


  • Leerlingen kennen de begrippen monochroom, neutrale kleuren, koude kleuren, warme kleuren, signaalkleuren, schutkleur, camouflage, dekkend en transparant schilderen en kunnen die toepassen.

  • Leerlingen kunnen een kleurencirkel maken; ze kennen de begrippen primaire en secundaire kleuren en kunnen die toepassen.

  • Leerlingen kennen het begrip complementaire kleuren en kunnen complementaire kleurenparen aanwijzen op de kleurencirkel en toepassen.

  • Leerlingen weten dat zwart (modderkleur in verband met kwaliteit verf) wordt verkregen door het mengen van complementaire kleuren en kunnen dat toepassen.

  • Leerlingen weten dat kleuren soms symboolwaarde hebben, ze kennen verschillende kleursymbolen en kunnen dat illustreren.

  • Leerlingen herkennen signaalwerking van kleuren.

  • Leerlingen weten dat kleuren te maken kunnen hebben met (persoonlijke) gevoelens en sfeer en kunnen dat illustreren



Compositie

Onderbouw (4-7 jaar)


  • Leerlingen weten dat een vorm op een vlak een bepaalde plaats kan hebben en kunnen die plaats benoemen: onder, boven, opzij, naast.

  • Leerlingen weten dat een vorm in de ruimte een bepaalde plaats kan hebben en kunnen die plaats benoemen: onder, boven, opzij, naast, achter, voor.

  • Leerlingen kennen de begrippen vol en leeg en kunnen dat illustreren.

  • Leerlingen kunnen door het herhalen van een visueel element een patroon vormen.

  • leerlingen kunnen kleurencomposities maken van lichte tegen donkere kleuren of van rode tegen groene, enz.

  • Leerlingen kunnen vormcomposities maken van verschillende vormen.

Middenbouw (6-9 jaar)



  • Leerlingen kennen de begrippen overlapping, achtergrond, voorgrond en kunnen dat illustreren.

  • Leerlingen kunnen vormen in symmetrische en asymmetrische composities samenbrengen.

  • Leerlingen kunnen door herhaling van vormen, patronen maken.

  • Leerlingen weten dat je een ruimtelijke compositie van verschillende kanten kunt bekijken.



Bovenbouw (9-12 jaar)


  • Leerlingen kunnen lijn-, vorm-, textuur- en kleurcontrast in hun werk (compositie) toepassen.

  • Leerlingen kennen de begrippen liggend formaat, staand formaat, patroon, ordening, herhaling, evenwicht (figuurlijk), eenheid en aandachtspunt en kunnen dat illustreren.

  • Leerlingen kennen het begrip ritme en kunnen door vormen te herhalen verschillende ritmes doen ontstaan.

  • Leerlingen kennen de begrippen dynamische statische compositie en kunnen die toepassen.





1   ...   10   11   12   13   14   15   16   17   18


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina