Beeldonderwijs en didactiek



Dovnload 428.05 Kb.
Pagina2/18
Datum22.07.2016
Grootte428.05 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   18

Beeldtaal





  • Tekenen en handvaardigheid gaan over beelden.

  • Beeldonderwijs is beeldtaalonderwijs.



Met beelden communiceren





  • De maker is zich zelf niet altijd volledig bewust van wat hij wil uitbeelden.

  • Soms is de overeenkomst met het waargenomen beeld heel groot.

  • Het kan fantasie zijn.

  • We kunnen spreken van abstract of nog beter van non-figuratief.

  • Het kan een volkomen onbegrijpelijke taal zijn.

  • Het kan iets meedelen over mensen (b.v. tekening, foto, enz.)

  • Het kan iets meedelen over een tijdperk (b.v. architectuur).



Tekenen en handvaardigheid als taalonderwijs





  • Beeldtaal en beeldbeschouwing kun je leren.

  • Beeldtaal kun je leren maken. Iets maken is niet alleen aandacht schenken aan het gemaakte product, een tekening, boetseerwerk maar ook het proces van leren maken, dat is het belangrijkste. Hoe pak ik het aan? (vaardigheden in het organiseren) Hoe krijg ik het vast? (vaardigheden in het organiseren) Als je tekenen of handvaardigheid doet zie je meer.

  • Kennis verwerven door fenomenologie. Fenomenologie is een stroming in de kennistheorie die er van uit gaat dat de dingen die wij waarnemen, eigenlijk niet onafhankelijk van de waarnemer bestaan. Iets bestaat voor ons pas omdat en doordat we het waarnemen.

Een taal die je kunt leren lezen





  • Tekentaal: grafieken, pictogrammen, verkeerstekens.

  • Beeldtaal: (Iconografie) In de Middeleeuwen konden de meeste mensen niet lezen of schrijven. Men keek naar de afbeeldingen in de kerken. (stripverhaal)

  • De beeldtaal van jonge kinderen moet je leren verstaan. (decoderen, ontrafelen)

Een taal die je kunt leren spreken





  • Als je tekent zie je meer. Voor handvaardigheid geldt hetzelfde.

  • Leren waarnemen. Leren de beeldtaal beheersen.



De grondslag van het vak: beeldonderwijs

Tekenen en handvaardigheid houden zich bezig met de communicatieve competentie van de mens: gedachten, ervaringen, gevoelens en bedoelingen verbeelden, eigen werkelijkheid scheppen en beelden begrijpen.




Beelden maken en leren over beeldonderwijs

Specifieke kennis en vaardigheden verwerven.


Productief





productief leren

  • twee- of drie dimensionale beelden maken;

  • naar de waarneming (een beeld maken van dat wat je op dat moment visueel waarneemt);

  • naar de voorstelling (een beeld maken van wat je eerder hebt waargenomen, uit je geheugen, naar je fantasie);

  • met het oog op een functie (iets maken dat duidelijk een gebruiksdoel heeft).



Reflectief


reflectie

  • over het werk wat jezelf maakt;

  • over kindertekeningen (de ontwikkeling van het kind);

  • leren evalueren(eventueel becijferen);

  • met betrekking tot beelden van kunstenaars en vormgevers en hoe de producten van hen tot stand gekomen zijn.


De grote extra’s van reflectie zijn:

  • De didactiek van kinderen leren beelden en vormen te maken en de didactiek van het leren beeld- en kunstbeschouwen. Met andere woorden: de didactiek van het beeld onderwijs.

  • Het beoordelen en eventueel bijstellen of maken van een werkplan voor beeldonderwijs of onderdelen daarvan. Hieronder valt ook het beoordelen van methoden.



Tekenen en handvaardigheid in de basisschool




  1. het kind

  2. het vak (van de beeldend kunstenaar, beeldhouwer, schilder, keramist b.v.)

  3. de maatschappij

De basisstructuur van de vakken wordt bepaald door de kerndoelen.



Het kind

Specifieke kennis over kinderen en tekenen en handvaardigheid.



  • De ontwikkeling van het vermogen tot beeldend vormgeven (productief).

  • De ontwikkeling van het vermogen om over beelden te oordelen (reflectie).

  • De ontwikkeling van de creativiteit.

  • Het jongere- of het oudere kind en de daarmee samenhangende leertheorieën.



Kinderen zijn verschillend





  • We spreken over kindertekeningen en de objecten van kinderen van handvaardigheid.

(het werk)

  • Weet ik over welke kinderen het gaat? (de basisschoolleeftijd)

  • De sociale emotionele cognitieve ontwikkeling is verschillend van kinderen. (het milieu)

  • Montessori-, Dalton- of Freinetsysteem of Jenaplanscholen (onderwijskundige visie)

  • Moeilijk lerende kinderen. (autistische, buitengewoon begaafde, gehoorgestoorde, kinderen met een geestelijke, sociale of lichamelijke handicap)



Jongere kinderen, oudere kinderen





  • Jonge kinderen – ontwikkelingsgericht onderwijs.

  • Jonge en oudere kinderen hebben behoefte aan maatschappelijke behoefte aan cultuuroverdracht.

  • Het onderwijs is niet vrijblijvend. De handelingstheorie wordt als leertheorie gehanteerd. Het jonge kind leert incidenteel, zelfontdekkend, door te doen, door te handelen.

  • Met de handelingstheorie moet je doelgericht en systematisch te werk gaan.




  • Oudere kinderen – programmagericht onderwijs.

  • Informatieverwervingstheorie. Er wordt leerstof aangeboden.

  • Het kind leert volgens een programma (methode).

  • Het kind leert zich zelf wijzer maken (probleemoplossend leren).

  • Intentioneel leren (leren zoals het bedoeld is).





1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   18


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina