Beeldonderwijs en didactiek



Dovnload 428.05 Kb.
Pagina6/18
Datum22.07.2016
Grootte428.05 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   18

Kerndoelen per stuk behandeld


De kerndoelen gaan alleen over kennis en vaardigheden en niet over attitudes (ook wel gedrag of houding genoemd). We zouden er bijvoorbeeld aan toe willen voegen:

  • De leerlingen vinden het prettig om met beelden bezig te zijn.

  • De leerlingen zijn nieuwsgierig naar wat beelden betekenen.

  • De leerlingen kunnen van iets moois genieten.

  • De leerlingen zijn trots op het nationale erfgoed.

  • De leerlingen zijn nieuwsgierig naar de cultuur van hun groepsgenoten.

In de kerndoelen voor tekenen en handvaardigheid is niets terug te vinden over emotionele ontwikkeling, creativiteit en sociale vaardigheden.



Gericht waarnemen





A Domein

vormgeven




Kerndoel 1A

leerlingen kunnen werkstukken maken.

Op basis van gericht waarnemen;




De eerste gedachte is misschien dat leerlingen dat nog helemaal niet kunnen, omdat je ze dat nog moet leren. Daar heb je gelijk in, maar in een doelstelling wordt meestal de situatie beschreven die zich voordoet als het doel is bereikt.

Wat je kunt helpen bij het beter in de gaten krijgen van wat je met een activiteit wilt bereiken, is dat je voor jezelf formuleert: Aan het einde van de les (dit schooljaar, de basisschool) kunnen de leerlingen….


Vragen zul je genoeg hebben:

  1. Moet je hier in groep 1, met vierjarige leerlingen al mee beginnen?

Pas als de leerlingen er aan toe zijn (een jaar of negen) begin je hiermee.

  1. Zijn er moeilijke en makkelijke kijkopdrachten?

De eigen schaduw van een boom tekenen is makelijker dan een slagschaduw van dezelfde boom over de treden van een trap.

  1. Hoe precies moet het getekende of geboetseerde lijken op de werkelijkheid?

Dat hangt van de maker af. Het moet zo zijn dat hij er tevreden mee is.

  1. Is de relatie tussen zien en maken bij alle leerlingen gelijk?

Je zou kunnen zeggen dat leerlingen die beter waarnemen ook beter op basis van het waarnemen vormgeven. Het wordt ook beïnvloed door de emotie en door een gebrekkige techniek.

mentale beelden weergeven

A Domein Vormgeven





Kerndoel 1B

Op basis van een innerlijke voorstelling van een onderwerp, vanuit hun geheugen, fantasie en / of beleving;

Opnieuw heb je vragen maar je krijgt er meteen antwoord op:


  1. Hoe weet je wat een leerling beleeft? Je kunt dat toch nooit controleren.

Een kind drukt zich immers op vele manieren uit. Het gebruikt woordtaal, lichaamstaal en beeldtaal.

  1. Krijg je met sterke emoties ook betere werkstukken? Nee.

Wel is het mogelijk dat de expressie (uitdrukking) sterker wordt naarmate de emotie (beleving) toeneemt.

  1. Hoe kun je deze manier van beeldend werk ontwikkelen, beter maken, leren?

Het algemene recept is: laten doen en er over praten.

  1. Kun je als docent wel begrijpen wat een kind met een werkstuk bedoelt?

Beeldend werken met vormen en kleuren (tekenen en handvaardigheid) is een taal waarin vooral door jonge kinderen wordt gewerkt met codes, die anders zijn dan de codes die volwassenen gebruiken. Je zult de taal moeten leren verstaan. Aandachtig luisteren en goed observeren.

  1. Ben je niet bezig met psychologie als je tekeningen en ander beeldend werk van kinderen gaat interpreteren?

Van jou wordt niet verwacht dat je psychologische hulp biedt. Bij het beoordelen van het werk kijk je naar de beeldaspecten. Vergeet ook niet de relatie tussen beeldende middelen en inhoud.

Werkstukken met een functie


A Domein Vormgeven




Kerndoel 1C

Met een communicatieve functie of een gebruiksfunctie (bijvoorbeeld: speelgoed, affiches, een masker).


Vragen die bij jouw kunnen opkomen


  1. Kunnen kinderen uit het basisonderwijs begrijpen wat functionele eisen zijn?

Kinderen begrijpen heel goed dat een vaas voor bloemen niet mag om vallen en dat een hoed op je hoofd moet blijven zitten als je loopt. Dat zijn functionele eisen waar je met kinderen over kunt praten zonder de term te gebruiken.

2. Hoort dit nog wel bij beeldonderwijs? Waar is de expressie gebleven?

Een felicitatie voor moederdag kan afhankelijk van de waarneming zijn en van de beleving.


  1. Veel van de dingen die we in het dagelijkse leven gebruiken, zien er zo fraai uit omdat ze met heel technische middelen gemaakt zijn. Is het niet fuserend voor kinderen om producten te moeten leveren die technisch zoveel minder zijn?

Over technische (on) mogelijkheden zul je de kinderen niet gauw horen klagen. Het is meer een probleem voor de docenten en de ouders die te veel op een product gericht zijn en daardoor eisen stellen die niet tot de leeftijd en de ontwikkelingsfase behoren. Tegenwoordig kan een kind ook over de computer beschikken op school en thuis. Daarvoor heb je nu ook teken programma’s met vele mogelijkheden tot lay-out en het gebruik van letters.

Inhouden en vorm combineren

A domein Vormgeven





Kerndoel 2

De leerlingen kunnen beeldende aspecten zoals kleur, vorm, ruimte, textuur en compositie doelgericht gebruiken.

Een paar vragen


  1. Zijn er eigenlijk ‘juiste’ middelen om doelen te bereiken?

Het gaat om de beeldaspecten in combinatie met de inhoud. Het is de zeggingskracht.

Alleen spelen of experimenteren met de beeldaspecten is niet het belangrijkste. Om leerlingen hierover iets te leren moet je met ze reflecteren. Met goede reflectie na afloop kun je veel bereiken.



  1. Wanneer en hoe begin je leerlingen over beeld aspecten te onderwijzen?

In de kleutergroepen wordt veel ontwikkelingsmateriaal gebruikt. Vaak gaat het daarbij om speels omgaan met beeldaspecten. Allen wordt dat niet zo genoemd.

  1. Waarom moeten leerlingen eigenlijk zoveel leren? Laat ze toch gewoon lekker werken.

Wat je bij tekenen en handvaardigheid doet, is veel meer dan het laten maken van werkstukken. Je bent bezig met beeldonderwijs. Beeldonderwijs ontwikkelt een rijke verzameling menselijke mogelijkheden.

  1. Wat zijn eigenlijk beeldaspecten? Ik heb er wel van gehoord, maar ik ben het een beetje vergeten. (En mijn docent heeft het over verbijzondering van beeldaspecten. Hoe werkt dan?)

Beeldaspecten is een verzamelnaam voor beeldende stambegrippen (categorieën): zaken die in beelden voorkomen, waar ze uit bestaan. Bijvoorbeeld: punt, lijn, vlak, vorm, licht, kleur, ruimte, textuur, compositie enzovoort. Verbijzondering van beeldaspecten gaat over het gebruik van beeldaspecten en over de onderdelen ervan. Zo is kleurcontrast een verbijzondering van kleur. Koud-warm-contrast is daar weer een verbijzondering van. Elk beeldaspect kent verbijzonderingen.

  1. Weten leerlingen voor dat ze aan een werkstuk beginnen wat zij ermee willen uitdrukken en kiezen ze daarbij materialen en beeldaspecten?

Deze vraag is niet met ja of nee te beantwoorden.
Als voorbeeld een kind dat altijd haar zin kan doordrijven. Ze weet handig om te gaan met te gaan met alle mogelijke middelen om dat uiteindelijk toch gedaan te krijgen.

In het beeldonderwijs is iets dat vergelijkbaar is. Leerlingen hebben vaardigheden om beeldaspecten te gebruiken en ze kunnen daarmee de betekenis over dragen. In feite zijn de lessen erop gericht inhoudsrijke beeldtaal te leren gebruiken (productief) en te leren. Te leren er betekenis aan te hechten(reflectief).



Beeldende mogelijkheden van materiaal





A domein

Vormgeven



Kerndoel 3


De leerlingen onderzoeken de beeldende mogelijkheden van materialen en passen deze toe in hun eigenwerk. Daarbij gebruiken ze de benodigde gereedschappen op een veilige manier.

Onderzoeken betekent proberen hoe het werkt, proberen wat je er allemaal mee kunt doen, ermee experimenteren, eigen oplossingen vinden. Bij tekenen en handvaardigheid kun je materialen op vele manieren adequaat gebruiken. Soms moet je jouw ervaring en kennis gebruiken om leerlingen te helpen bij iets waar ze uit zichzelf niet achter komen, zoals:

  • Bij het mengen van plakkaatverf ga je uit van de lichtere kleuren omdat een beetje donkere kleur bij een lichte wel verandering teweegbrengt maar een beetje licht bij een donkere kleur zie je niet.

  • Vijlen en raspen werken alleen als je het gereedschap duwend gebruikt. De tandjes, streepjes, beiteltjes of golfjes (de bekapping) staan alle naar een kant. Je pakt het gereedschap vast bij het handvat (heft) en maakt dan een duwende beweging over het af te vijlen materiaal.

  • Bij het spatten met spatraampjes kun je beter heel dunne plakkaatverf nemen dan ecoline omdat ecoline erg veel tijd nodig heeft om te drogen.

  • Kinderen die linkshandig zijn moet je scharen voor linkshandige geven om te knippen.

  • Om schaduw of toon te wrijven kun je zacht potlood gebruiken

  • Als er lucht in klei blijft zitten, zal het bij het bakken uit elkaar spatten.

Het werken moet ook veilig zijn. Bij linoleum snijden, solderen, zagen en naaien met een naaimachine zijn er regels nodig om ongelukken te voorkomen.


Heb je hier nog een paar vragen?

  1. Wat moet ik me van beeldende mogelijkheden van materialen voorstellen?

  • Een ruwe stof voelt warmer dan een gladde.

  • Met grove chamotte moet je niet proberen details te boetseren.

  • Een pastelkrijtje gebruik je bij voorkeur niet om een minutieuze tekening op een glad velletje papier van 18 x 24 cm te maken.

  • Om een harige geit uit te beelden, kies je eerder voor pen en inkt dan voor plakkaatverf en je tekent met korte streepjes in de richting van de haren.

  • diepte in een tekening kun je wel op vijf manieren bereiken en daarvan is kleurenperspectief er een.

  • Golfkarton kun je evenwijdig aan de ribbels goed oprollen en rondzetten. Door het insnijden dwars op de golfjes kun je het materiaal met de golfjes naar buiten haaks omzetten.




  1. Moeten leerlingen altijd kunnen kiezen uit materialen?

Aanvankelijk zal de docent het voorschrijven. Door de ervaring die de kinderen in de loop van de tijd opdoen, kun je de keuze van het te gebruiken materiaal en gereedschap van lieverlede meer overlaten aan de leerlingen. De keuze kan ook van het team of de methode afhangen.

  1. Welke materialen gebruik je bij voorkeur in groep 2 of 6?

Er is geen voorkeur. Materialen waar de kinderen te groot voor zijn gebruik je niet meer. Vingerverven in groep 6 bijvoorbeeld.

Beschouwen


Dit onderdeel is sinds de introductie van de kerndoelen nieuw voor het basisonderwijs. Niet nieuw in de zin dat er nooit activiteiten als deze hebben plaatsgevonden, maar wel nieuw in het wettelijk voorgeschreven aanbod.

Vakdidactici tekenen en handvaardigheid zijn van mening dat beschouwen (reflectie) zo mogelijk te maken moet hebben met het eigen werk van de leerlingen


Een vraag vooraf:


  1. Mag je hierbij uitgaan van de spontane belangstelling van kinderen of moet je je laten leiden door kunst (de belangstellingswereld van een bevoorrechte laag van de bevolking)?

Je kunt heel goed uitgaan van de belangstelling van een kind en wat een kind aan wereld van thuis meebrengt.

Met alledaagse beelden kom je al een heel eind. Een kind kan Brancusi begrijpen. Een goede gids heb je aan Kleintje kunst van Deuthman en Lamers.


Het eigenwerk en dat van anderen


B domein

Beschouwen




Kerndoel 4

De leerlingen kunnen hun werk vergelijken met de gestelde opdracht en de invulling van die opdracht door anderen.

Dit doel sluit helemaal aan bij de doelen uit het domein vormgeven. Men noemt het ook wel: reflecteren op eigen werk. Hiervoor moeten de leerlingen goed weten wat de gestelde opdracht was. Hoe vager je de doelen stelt en hoe minder je eist, des te minder gemakkelijk is die vergelijking met de gestelde opdracht. Als je bijvoorbeeld een verhaal vertelt en vervolgens zegt dat de kinderen daarbij een mooie tekening bij mogen maken, zijn er slechts drie criteria: tekening, horend bij een verhaal en mooi.

De kerndoelmakers willen ook dat je werk van leerlingen kunt vergelijken met kunstenaars


Kijkwijzer


B Domein

Beschouwen




Kerndoel 5

De leerlingen kunnen producten vergelijken op basis van de volgende aspecten en hun samenhang:

a betekenis (Wat is het? Waar is het voor bedoeld?);

b vormgeving (Welke beeldende aspecten bepalen de vormgeving?);

c materiaal (Welke materialen zijn gebruikt?);

d techniek ( Welke technische principes zijn gebruikt?);

e plaats en tijd (Waar en wanneer is het gemaakt?).





KIJKWIJZER


Dit kerndoel heeft veel weg van een zogenaamde kijkwijzer, een opeenvolgende serie vragen waarmee leerlingen in onderwijs leren systematisch naar kunst te kijken.

Daarbij kun je een paar vragen hebben:



  1. Is dat niet veel te moeilijk?

Natuurlijk. Kunstprogramma’s maken vaak gebruik van echte experts voor verschillende soorten kunst. Maar het kan in jouw groep ook op het niveau van de leerlingen. Boven dien moet je ook niet alle vragen stellen.

  1. Hoe kun je aan een werk nou zien waar het voor bedoeld is?

Dat is vaak onmogelijk. Van een meisjesportret uit de 17e eeuw weet je niet of het bedoeld is als nagedachtenis aan een overleden persoon of een afbeelding van een toekomstige bruid.

  1. Betekent waar het voor bedoeld is, dat je de boodschap die in een werk zit moet kunnen aangeven?

Misschien. Sla maar eens een willekeurig kunstblad op en lees wat daarover staat over de daar afgebeelde kunstwerken. Bezoek een tentoonstelling of galerie en lees vervolgens wat de recent erover schreef. Luister naar uitspraken van kunstenaars zelf. Een kind van groep vier is niet instaat om van een werk van Mondriaan de ontwikkeling aan te geven.

Het beste kun je daarom je leerlingen eerst maar eens laten vertellen wat ze zien. Dat gaat meestal over een voorstelling. Daarop aansluitend kun je vragen stellen over de vormgeving.



  1. Wat bedoelen ze met ‘technische principes’?

Hierbij wordt gedacht aan gebruikte technieken. Pen, linoleum, geknipt, gescheurd, opgeplakt, geconstrueerd of geboetseerd.

  1. Plaats en tijd? Hoe kunnen kinderen dat nu weten?

Jonge kinderen zien nog wel of dat iets is van vroeger of dat je dat nu dagelijks kunt zien. Het verschil tussen een vreemd land en Nederland kan ook nog duidelijk zijn. Van oudere kinderen mag je meer verwachten. Die krijgen ook geschiedenis en aardrijkskunde.

  1. Welke materialen en technieken moeten kinderen kunnen herkennen?

In elk geval de technieken waar ze zelf mee werken met de erbij behorende terminologie.

Tekenen: schilderen in lijnen, schilderen in vlakken, transparant schilderen, dekkend schilderen.

Bij Textiel: spelden, doorlussen, rijgen stikken, doorstikken.

Bij het werken met klei: doorkneden, boetseren, beeldhouwen, construeren, chamotteklei, engobe, spatel, mirette.



  1. Kinderen krijgen toch een heel verkeerd beeld als ze alleen naar plaatjes kijken. Echte kunst is er in de school bijna nooit.

Aanwezigheid van echte kunst of alledaagse gebruiksvoorwerpen werkt altijd sfeerverhogend. Beeldonderwijs is niet alleen gebonden aan kunst. Gebruik maken van kunst uitleen kan misschien ook. De eigen werkstukken en die van groepsgenoten zijn altijd aanwezig.

  1. Als een leerling zegt: ’het een plaatje voor in een boek’, is dat dan de betekenis?

Het woord betekenis heeft in de kerndoelen een andere inhoud gekregen dan bij beeldbeschouwen gebruikelijk. Bij beeldbeschouwen wordt onder betekenis verstaan: die de beschouwer er aan geeft. De ets ‘de verloren zoon van Rembrandt’ heeft de betekenis van de parabel van de verloren zoon, vreugde over terugkeer, verbazing, jaloezie enzovoort. De inhoud is dus het totaal van betekenissen. Een beeld van een clown is als inhoud een clown (daar verwijst het naar), maar ook grappig, lachen, en misschien domheid en droevigheid. De vraag naar betekenis zou ik altijd als eerste stellen. Vraag dan de betekenis die de leerling eraan hecht en de betekenis die het werk volgens afspraak moet hebben. Beiden zijn belangrijk je kunt die twee betekenissen ver duidelijke met allerlei voorbeelden. Van verkeersborden hebben we afgesproken wat het betekent. Een landschap kan een rivier voorstellen, maar het ene kind (dat nog nooit een rivier gezien heeft) zal er een geheel andere betekenis aanhechten dan het andere (dat elk jaar met zijn ouders naar een camping aan de Maas gaat). Bij het zoeken naar betekenis gaat het er om dat de docent in de gaten krijgt wat een kind opvalt en dat het kind begrijpt wat de docent opvalt. Op die wijze kunnen ze samen over de inhoud en de betekenis van een beeldend werk praten.

In feite ligt hierin de kern van het beeldonderwijs: in het leren ontdekken dat je aan beelden betekenis kunt verlenen. Maar het blijft een moeilijke opdracht. We moeten echter niet vergeten dat deze kern doelen het einde van het basisonderwijs markeren, zodat we acht jaar aan deze opdracht kunnen werken.

  1. Werken kinderen zelf met een bedoeling waarvan ze zich bewust zijn? Zo ja moeten ze die bedoeling onder woorden kunnen brengen of moet de docent leren de beeldtaal van de kinderen te verstaan?

De beschouwer moet leren de beeld taal van de kinderen te verstaan, maar je mag ook van de kinderen verlangen dat ze zich verbaal uiten over wat ze beeldend hebben vormgegeven. Vanaf het moment dat ze begrijpen dat beelden staan voor begrippen, kun je dat begrip vragen.

  1. Als kinderen zich niet er bewust van zijn dat ze met een bedoeling werken, moeten ze er dan toe gebracht worden?

Kinderen maken zelf tekeningen en weten dat in hun tekeningen bedoelingen betekenissen opgenomen zijn Maar dat bewust zijn kan er vaag zijn. Leren beeldtaal spreken en ook verstaan wil ook zeggen: kinderen leren dat hun eigen beeldtaal inhoud heeft.

11.. Kan ik zelf uit de vormgeving van een willekeurig kunstwerk afleiden wat de bedoeling van de maker Was? Als ik dat niet kan (en meestal kan ik dat niet), mag ik dat dan wel van de kinderden verlangen?

Nee, dat hoef je van een kind ook niet te verwachten. Vergelijk het met woordtaal. Uit een willekeurig gedicht van Shelley kun je de betekenis ook niet opmaken, en toch leer je kinderen betekenis halen uit taal. Je gebruikt dan bijvoorbeeld een verhaaltje (in het Nederlands). Gebruik dan ook een voor jou en de kinderen een te begrijpen beeld.

Het hangt er maar van af…





B Domein Beschouwen




Kerndoel 6

De leerlingen weten dat mensen door middel van beeldende producten (reclame, media, kleding, kunst) verschillende opvattingen en ideeën kunnen tonen en dat deze ideeën persoons- cultuur- en tijdgebonden zijn.

Dit kerndoel geeft je eindeloos veel mogelijkheden van heel eenvoudig tot heel diepgaand voor lessen.

De smaak en de voorkeur van mensen wordt ergens door bepaald het is belangrijk dat kinderen die verschillen leren respecteren. Respect voor de eigen omgeving is de basis voor het respecten van anderen. Invloeden van uit andere culturen kunnen onze eigen cultuur verrijken. (Eet –rijsttafel – Indonesië, sport – voetbal – Engeland, kleding – spijkerbroek – Amerika). Dit kerndoel geeft ons dus een prima aanwijzing voor intercultureel, voor het rekening houden met het feit dat we in een maatschappij leven met verschillende etnische en culturele groeperingen.


Vragen

  1. Een oordeel over wat mooi en lelijk is hangt zo vaak samen met klasse verschillen.

Is een van huis meegebracht kitscherig werk wel geschikt om te bespreken?

Het is wel geschikt, en je zult zeker een manier vinden om het te bespreken zonder iemand te kwetsen. Ben je wel bewust dat je al gauw je klassensmaak aan de kinderen opdringt. De vraag duidt daar al immers op. Ga zorgvuldig na of iets dat jij kitsch vindt, dat voor anderen misschien helemaal niet is.



  1. Is het de bedoeling dat ik ze leer onderscheid te maken tussen mooi en lelijk?

Nee, dat is niet de bedoeling van deze doelstelling. Probeer duidelijk te maken waarom mensen kiezen voor beelden en vormen.

  1. Wat bedoelen ze met ‘media’?

Met media bedoelen we krant, tijdschrift, televisie en degelijke. Het Internet kun je er ook bij rekenen.

  1. Zijn er bij al die mogelijkheden ook tijden en cultuurgebieden die belangrijker zijn dan de andere om aandacht te schenken in de basisschool?

Ja ook hier geldt dat de directe omgeving, de eigen wereld, uitgangspunt is.

  1. Wat bedoelen ze precies met cultuurgebonden’?

De leerling ziet bijvoorbeeld hoe in zijn straat een gevel van een huis beschilderd wordt. Hij praat daarover op school, krijgt in de gaten dat dit iets van de laatste tijd is en dat het te maken heeft met geen huis hebben en een woning kraken. Dat hoort bij de cultuur van bepaalde groepen mensen. Honderden jaren voor onze jaartelling maakten de Egyptenaren schilderingen op de muren van hun graven die we nu nog direct als Egyptisch herkenen. Ook daar is spraken van tijd en cultuurgebied.




1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   18


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina